4b Toelichting BP Heikomstraat 16 en Hoekstraat ong
Tekst van het document
Inleiding
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Fijnstof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn er grenswaarden en regels voor een aanvaardbare luchtkwaliteit op leefniveau. In navolgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op fijnstof en stikstofdioxide. 5.3.3.2
Fijnstof
In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijnstof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
32
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
-
de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.
Figuur 16: Fijnstof 2018 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)
Figuur 17: Fijnstof 2018 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 20-21 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 12-13 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijnstof geen bezwaar is.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
33
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
5.3.3.3
Stikstofdioxide
De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.
Figuur 18: Figuur 15: Stikstofdioxide 2017 (bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 16-18 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.
Externe veiligheid Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht.
Risico’s Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
34
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Bedrijven Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart waarop het plangebied indicatief met een zwarte contour is aangeduid.
Figuur 19: Uitsnede risicokaart
Ten zuidwesten van het plangebied is ter plaatse van een inrichting aan Vlasstraat 5 te Someren een
bovengronds
propaaninstallatie
aanwezig.
De
gemeente
Someren
heeft
in
het
bestemmingsplan een veiligheidszone van 35 meter opgenomen ter plaatse van Vlasstraat 5. Het plangebied is op circa 290 meter van de terreingrens van deze inrichting gelegen. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
35
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Vervoer van gevaarlijke stoffen 5.4.4.1
Vervoer over het spoor
Op het grondgebied van de gemeente Someren bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. 5.4.4.2
Vervoer over de weg
Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Binnen de gemeente Someren zijn de rijksweg A67 en de provinciale wegen N266 en N612 aangewezen als wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1 kilometer van de wegen N266 en N612. De afstand tot de Rijksweg A67 bedraagt circa 5,8 kilometer. Het plangebied ligt daarmee buiten de PR 10-6 contour en het invloedsgebied van deze wegen. 5.4.4.3
Vervoer over het water
Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1 kilometer meter van de Zuid-Willemsvaart. De Zuid-Willemsvaart is in het Basisnet Water gekenmerkt als een groene route. Dit betekent dat het gevaar van vervoer van gevaarlijke stoffen over het Zuid-Willemsvaart dermate klein is dat er geen PR-contouren aanwezig zijn en dat het GR buiten beschouwing gelaten kan worden. 5.4.4.4 Circa
Buisleidingen 1,1
kilometer
ten
oosten
van
het
plangebied
is
een
buisleiding
(hogedruk
aardgastransportleidingen) gelegen. De aardgasleiding Z-540-01 heeft een diameter van 368 mm en een gasdruk van maximaal 40,0 bar. Circa 2 kilometer ten westen van het plangebied is een tweetal buisleidingen gelegen (hogedruk aardgastransportleiding). De aardgasleiding A-521-KR heeft een diameter van 914 mm en een gasdruk van maximaal 66,2 bar. De aardgasleiding A-585-KR heeft een diameter van 1067 mm en een gasdruk van maximaal 66,2 bar. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bestaande transportleidingen voor gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Plaatsgebonden risico Ten aanzien van deze ondergrondse hoge druk aardgastransportleidingen geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan een belemmerde strook van 5 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding. Buiten deze belemmeringenstrook is geen plaatsgebonden risico (10-6/jaar) aanwezig. De buisleidingen vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico De invloedsgebieden van de aardgasleidingen bedragen: Leiding
Invloedsgebied (1% letaal)
A-521-KR
430 meter
A-585-KR
490 meter
Z-540-01
180 meter
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
36
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Het plangebied is buiten de invloedsgebieden (1% letaal) van de aardgasleidingen gelegen. De buisleidingen vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Hoogspanningslijnen Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar gezondheidsafstanden. Aan de zuidoostzijde van de gemeente Someren, parallel aan de gemeentegrens met Asten, bevindt zich een hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van circa 1,3 kilometer van het plangebied en vormt daarmee geen risico voor de beoogde herontwikkeling.
Agrarische bedrijvigheid Inleiding Bij besluitvorming omtrent de ontwikkeling van een nieuw geurgevoelig object dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichtzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen.
Veehouderijen in omgeving In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn zeven veehouderijbedrijven gelegen. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van de veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
37
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Breestraat 12 Heikomstraat 2
Vlasstraat 4
Heikomstraat 10
Boerenkamplaan 89
Vlasstraat 5
Vlasstraat 13
Figuur 20: Veehouderijbedrijven in de omgeving van plangebied (indicatief aangeduid met een rode contour)
Navolgende figuren geven de actueel vergunde situatie weer van de veehouderijbedrijven in de omgeving.
Figuur 21: Vergunde situatie Vlasstraat 4 (BVB-Brabant)
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
38
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 22: Vergunde situatie Vlasstraat 5 (BVB-Brabant)
Figuur 23: Vergunde situatie Vlasstraat 13 (BVB-Brabant)
Figuur 24: Vergunde situatie Breestraat 12 (BVB-Brabant)
Figuur 25: Vergunde situatie Heikomstraat 2 (BVB-Brabant)
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
39
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 26: Vergunde situatie Heikomstraat 10 (BVB-Brabant)
Figuur 27: Vergunde situatie Boerenkamplaan 89 (BVB-Brabant)
Op de veehouderijen aan Boerenkamplaan 89 en Heikomstraat 10 worden enkel dieren gehouden waarvoor niet bij ministeriele regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Derhalve dient ten aanzien van deze veehouderijbedrijven een vaste afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een geurgevoelig object. De beoogde woonbestemmingen zijn op grotere afstand dan 50 meter tot deze veehouderijbedrijven gelegen. De bescherming van de woning aan Heikomstraat 16 ten opzichte van agrarische bedrijvigheid door derden wijzigt niet door de omzetting van plattelandswoning naar burgerwoning. De beoogde herontwikkeling is in het kader van de vaste afstanden ten aanzien van de veehouderijen derhalve geen bezwaar.
Woon- en leefklimaat 5.5.3.1
Inleiding
Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Navolgend worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Het woon- en leefklimaat ter plaatse zal verbeteren met de sanering van de veehouderij aan de Heikomstraat 16. 5.5.3.2
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt (dominantie veehouderij), hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
40
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
De veehouderijbedrijven aan Vlasstraat 4 en Vlasstraat 5 zijn aan te merken als de dominante veehouderij. Met behulp van het programma V-Stacks Vergunning is de voorgrondbelasting van deze veehouderij op het plangebied berekend. Als coördinaten zijn de hoekpunten van de woonbestemmingen genomen. De emissie van de bedrijven is geprojecteerd op de hoekpunten van het bouwvlak dat het dichtst bij het plangebied is gesitueerd (worst case). De resultaten van de berekening zijn navolgend weergegeven: Vlasstraat 4 Berekende ruwheid: 0,28 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte Gem.geb.
Vlasstraat 4
177 919
375 495
4,0
nr. 1
EP
EP
Uittr. E-Aanvraag
hoogte
Diam.
snelh.
4,0
0,50
4,00
40 572
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
2
1
178 393
375 517
10,0
2,6
3
2
178 370
375 451
10,0
2,8
4
3
178 355
375 406
10,0
2,7
5
4
178 506
375 450
10,0
1,9
6
5
178 504
375 416
10,0
1,9
Tabel 2: Voorgrondbelasting Vlasstraat 4
Vlasstraat 5 Brongegevens: Volg
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
nr. 1
Vlasstraat 5
178 009
375 382
4,0
Gem.geb.
EP
EP Uittr. E-Aanvraag
hoogte
Diam.
snelh.
4,0
0,50
4,00
65 967
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
2
1
178 393
375 517
10,0
Geurbelasting 5,8
3
2
178 370
375 451
10,0
6,8
4
3
178 355
375 406
10,0
6,9
5
4
178 506
375 450
10,0
4,2
6
5
178 504
375 416
10,0
4,1
Tabel 3: Voorgrondbelasting Vlasstraat 5
Op basis van de voorgrondbelasting is ter plaatse van het plangebied sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
41
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
5.5.3.3
Achtergrondbelasting
De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. In de handreiking ‘Wet geurhinder en veehouderij, bijlagen 6 en 7’ is navolgende tabel opgenomen, welke de relatie tussen de achtergrondbelasting en het leefklimaat weergeeft. Achtergrondbelasting
Geurgehinderden (%)
Leefklimaat
≤3
<5
Zeer goed
3–7
5 - 10
Goed
7 – 13
10 - 15
Redelijk goed
13 – 20
15 - 20
Matig
20 – 28
20 - 25
Tamelijk slecht
28 - 38
25 - 30
Slecht
38 -50
30 - 35
Zeer slecht
≥ 50
35 - 40
Extreem slecht
De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting en wordt berekend met het programma V-Stacks Gebied. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Someren en Gemeente Asten ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie betreffen hierbij de hoekpunten van
de woonbestemmingsvlakken. Navolgend zijn de invoergegevens en is de
berekening weergegeven. Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor
Geurbelasting [OU/m3]
1001 178393 375517
7,696
1002 178355 375406
8,104
1003 178506 375450
6,024
1004 178503 375416
6,052
Tabel 4: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied
De achtergrondbelasting ter plaatste bedraagt 6,0 oue/m³ tot 8,1 oue/m³. Ter plaatse van het plangebied is op basis van de achtergrondbelasting sprake van een ‘redelijk goed’ tot ‘goed’ woonen leefklimaat. 5.5.3.4
Conclusie
Op basis van zowel de voorgrondbelasting als de achtergrondbelasting is ter plaatse sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Herontwikkeling van het plangebied is in het kader van het woon- en leefklimaat dan ook geen bezwaar.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
42
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven De beoogde ontwikkelingen mogen de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. De veehouderijen in de omgeving van het plangebied worden reeds belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden door geurgevoelige objecten welke gelegen zijn tussen het plangebied en de veehouderijen dan wel door geurgevoelige objecten die op kortere afstand tot de veehouderijen gelegen zijn dan het plangebied.
Gezondheid Endotoxine De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.
Deze
notitie
haakt
in
op
de
lopende
ontwikkeling
van
het
landelijke
endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De gemeente Someren heeft een eigen beleidskaart opgesteld ten aanzien van endotoxine contouren. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze endotoxinekaart waarop het plangebied is aangeduid.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
43
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 28: Uitsnede kaart met endotoxine contouren
De nieuw te realiseren woningen zijn niet gelegen binnen de contouren van omliggende intensieve veehouderijbedrijven. De contour van het pluimveebedrijf aan Vlasstraat 5 valt weliswaar gedeeltelijk over het plangebied (zuidwest), hier zijn echter geen woonbestemmingen geprojecteerd. Er geldt ten opzichte van dit bedrijf een richtafstand van 402 meter. Het gewogen zwaartepunt bevindt zicht op circa 460 meter tot de meest dichtbij geprojecteerde woning. Tussen de nieuwe woningen en het agrarisch bedrijf zijn reeds woningen van derden gesitueerd. Bovendien komt de endotoxine contour van het eigen veehouderijbedrijf wel te vervallen. Herontwikkeling van het plangebied is in het kader van endotoxine dan ook geen bezwaar.
Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer is er sprake van een vergroot risico. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Op circa 1,5 kilometer ten noordwesten van het plangebied worden geiten gehouden op de locatie Kerkendijk 38. Navolgend wordt de actueel vergunde situatie van deze veehouderij weergegeven. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
44
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 29: Actueel vergunde situatie Kerkendijk 38 (BVB-Brabant)
Op de locatie Kerkendijk 38 worden slechts 4 geiten gehouden. Gemeente Someren mag een eigen afweging maken over de mogelijkheid tot het planologisch toestaan van nieuwe gevoelige objecten binnen de invloedsfeer van geitenhouderijen. In dit verband is de uitspraak ABRvS 200906655/1/R3 (2 maart 2011) relevant. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer. Een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Het plangebied is op een afstand van circa 1,5 kilometer van de 4 geiten gelegen. Op de tussengelegen gronden zijn in een landelijke setting bebouwing en vegetatie aanwezig. Dit betekent dat er sprake is van een bepaalde terreinruwheid waarmee het direct inwaaien van fijnstof of endotoxinen wordt voorkomen. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen worden niet dichter tot de geitenhouderij georiënteerd dan bestaande woningen. Daarnaast worden de nieuwe woningen niet gebruikt door ‘meer kwetsbare personen’ op het vlak van gezondheidsredenen. Vanwege de huidige regelgeving omtrent geitenhouderijen zal het woon- en leefklimaat in de toekomstige situatie niet verslechteren en in de toekomst wellicht verbeteren.
Gelet op voornoemde aspecten is het toevoegen van een beperkt volume woningbouw aanvaardbaar in het kader van gezondheid en veehouderijen.
Gewasbescherming ln het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term
drift wordt
de hoeveelheid
gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van
luchtverontreiniging,
waardoor
mens
en
dier
in
contact
kunnen
komen
met
gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
45
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden toegepast. Derhalve is de beoogde ontwikkeling in het kader van het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ geen bezwaar.
Bedrijven en milieuzonering Inleiding Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), geeft richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. In het gemengd gebied is sprake van matige tot sterke functiemenging. Het plangebied is gelegen in een gemengd gebied. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het plangebied kan getypeerd worden als gelegen binnen een gemengd gebied. Het kan in een gemengd gebied gaan om bestaande gebieden met functiemenging of gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt onder een gemengd gebied verstaan. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in gemengd gebied, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.
Niet-agrarische bedrijven in omgeving plangebied In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijfsbestemmingen gelegen. In onderstaande tabel zijn deze bedrijfsbestemming geïnventariseerd. Adres
Soort bedrijf
Categorie
Aan
te
Afstand
tot
houden
het
afstand
plangebied
Heikomstraat 10
Loonbedrijf
3.1
30 meter
36 meter
Boerenkamplaan 54
Bakkerij
2
10 meter
142 meter
Boerenkamplaan 58
Autoherstelinrichting
2
10 meter
68 meter
Hoeksestraat 18
Glastuinbouwbedrijf
2
10 meter
14 meter
Hoeksestraat 21
Glastuinbouwbedrijf
2
10 meter
20 meter
Voor het loonbedrijf aan Heikomstraat 10 geldt dat de woningen aan Heikomstraat 6 en Heikomstraat 16 de maatgevende woningen zijn. De woning aan Heikomstraat 16 reeds aan te VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
46
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
merken als gevoelig object ten opzichte van omliggende bedrijven. Hierin vinden geen wijzigingen plaats. De Ruimte voor Ruimte woningen (welke worden opgericht op meer dan 80 meter) vormen derhalve niet de eerst belemmerende factor. De Ruimte voor Ruimte woningen worden gerealiseerd op een afstand van circa 100 meter (of meer) tot de glastuinbouwbedrijven aan de Hoeksestraat. De woonbestemmingsvlakken zelf liggen op een afstand van meer dan 60 meter. Een glastuinbouwbedrijf valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn geen afstandsnormen opgenomen voor glastuinbouw. In de toelichting op het activiteitenbesluit wordt verwezen naar de VNG brochure bedrijven en milieuzonering. Aan de richtafstand (10 meter in gemengd gebied) wordt ruimschoots voldaan. Wel worden in het activiteitenbesluit eisen gesteld aan assimilatiebelichting (paragraaf 3.5.1 Activiteitenbesluit). Deze moeten lichthinder voor omwonenden voorkomen en de duisternis en het donkere landschap beschermen. De bedrijfsbestemmingen aan de Boerenkamplaan liggen beide ruimschoots buiten de aan te houden richtafstand. De bedrijfsbestemmingen in de omgeving vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Natuur en ecologie Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer ten opzichte van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is daarbij indicatief met een rode cirkel aangeduid.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
47
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 30: Natura2000 gebied 'Strabrechtse Heiden & Beuven' en ‘Groote Peel’ ten opzichte van het plangebied
Het meest dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft de ‘Strabrechtse Heide en Beuven’. Dit Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 4,8 kilometer. De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van Nederland. De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen. Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden. Het gebied Strabrechtse Heide & Beuven is primair als Habitatrichtlijngebied begrensd vanwege de aanwezigheid van de navolgende habitattypen:
2310: Psammofiele heide met Struikhei (Calluna) en Stekelbrem (Genista);
3110: Mineraalarme oligotrofe wateren van de Noord-Atlantische zandvlakten met oeverkruidvegetatie (Littorelletalia uniflorae);
3130: Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot de Oeverkruidorde (Littorelletalia uniflorae) en/of Dwergbiezen-klasse (Isoëto-Nanojuncetea).
Daarnaast is het gebied aangemeld voor de volgende habitattypen en -soorten: 2330: Open grasland met Buntgras en Struisgrassoorten (Corynephorusen Agrostis-soorten) op landduinen;
4010: Noord-Atlantische vochtige heide met Dophei (Erica tetralix);
91E0: Alluviale bossen met Zwarte els (Alnus glutinosa) en Es (Fraxinus excelsior) (AlnoPadion, Alnion incanae, Salicion albae);
1831: Drijvende waterweegbree.
Vanuit de Vogelrichtlijn is het gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ voor drie soorten nietbroedvogels aangewezen als beschermd gebied, te weten: VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
48
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
A021: Roerdomp;
A022: Woudaap;
A127: Kraanvogel.
Gezien de afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies,
verontreiniging,
optische
verstoringen,
geluids-
en
lichtverstoring
of
mechanische effecten op het Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op het Natura-2000 gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Tevens zal de ontwikkeling geen toename van de stikstofdepositie voor de omliggende Natura2000 gebieden tot gevolg hebben. Hiertoe is een Aerius-berekening uitgevoerd, hieruit blijkt dat de bouw van vier woningen geen effect heeft op de Natura 2000-gebieden. De Aeriusberekening is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Middels dit initiatief worden geen houtopstanden verwijderd of gekapt.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Ten behoeve van de ontwikkeling ter plaatse van het plangebied is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. Navolgend zijn de bevindingen uiteengezet, ‘Quickscan Flora en Fauna – Heikomstraat 16, Someren’, d.d.
7 oktober 2020, rapportnummer 220SHe16-nw-v1, Conclusie: Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in september 2020 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder Huismussen, Gierzwaluwen en vleermuisssoorten). Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dag- en avondperiode op 8 september 2020, is buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken
van
broedende
vogelsoorten.
Onder
andere
uitwerpselen
van
broedvogelsoorten en hun kuikens, achtergebleven nestmaterialen, vraatsporen en VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
49
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
uitwerpselen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. De kieren en openingen in de stallen zijn onderzocht met een camera (Novascope) en hierbij zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones en waardevolle natuurgebieden zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op deze gebieden. Door de sloop van de stallen wordt het karakter van het gebied positief beinvloed. Het open karakter in de omgeving wordt versterkt door de sloop van de stallen. Er verdwijnen geen verblijfs- of broedmogelijkheden. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
Op grond van Quickscan Flora en Fauna gelden geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De sloop van de stallen zal mogelijk een positieve invloed hebben op flora en fauna. Voor de percelen aan de Hoeksestraat is geen Quickscan uitgevoerd. In de huidige situatie is sprake van agrarisch grasland waarbij intensief wordt gemaaid en begraasd. Ter plaatse is in de huidige situatie geen sprake van bebouwing of opgaande beplanting. De percelen zijn kaal en kennen een lage natuurwaarde. Verwacht wordt dat enkele algemeen voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijnen, egel en een aantal algemene muissoorten voor kunnen komen. Met de beoogde herontwikkeling zullen geen landschapselementen worden verwijderd. Ook wordt er geen bebouwing gesloopt. De beoogde herontwikkeling heeft daardoor geen negatief effect op flora en fauna. Doordat het plangebied voorzien wordt van (struweel)hagen zal de biodiversiteit worden versterkt. Vanuit de algemene zorgplicht dient daarnaast tijdens de werkzaamheden continu gelet te worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.
Archeologie Verdrag van Valletta In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
50
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.
Erfgoedwet Met de Erfgoedwet (1 juli 2016) beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed: roerend (cultuurgoederen en verzamelingen) en onroerend (monumenten en archeologie). De Erfgoedwet kent nieuwe bepalingen voor gemeenten. Zo kunnen gemeenten een gemeentelijke erfgoedverordening vaststellen en dienen gemeenten een erfgoedregister bij te houden. Ook dient het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekendmaken.
Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Someren heeft in het kader van de Wamz en de Wet ruimtelijke ordening een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van deze beleidskaart weergegeven waarop de ligging van het plangebied indicatief met een rode cirkel is aangeduid.
Figuur 31: Uitsnede Archeologiekaart gemeente Someren VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
51
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Het plangebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ gedeeltelijk aangeduid als een locatie in een categorie 3 gebied. Dit is een categorie die een hoge archeologische waarde kent, waaronder AMK-terreinen van (hoge) archeologische waarde en de historische kernen van dorpen en gehuchten. De vrijstellingsdrempel bij deze categorie is een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en/of een diepte van 0,4 m. Het plangebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ tevens deels aangeduid als een locatie in een categorie 4 gebied. Dit is een categorie die een hoge archeologische waarde kent. De vrijstellingsdrempel bij deze categorie is een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en/of een diepte van 0,4 m.
Toets Ten behoeve van een eerdere procedure is op de locatie Hoeksestraat ong. een verkennend archeologie onderzoek uitgevoerd. Destijds is niet het gehele gedeelte van het plangebied aan de Hoeksestraat onderzocht, maar wel een groot gedeelte daarvan. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied oorspronkelijk een middelhoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het neolithicum. Uit gegevens van de terreineigenaar blijkt dat in 1997 zestig centimeter van het beneden de bouwvoor gelegen deel van de bodem is afgegraven. Om na te gaan of dit inderdaad het geval is en of dit overal binnen het plangebied dat ingrijpende aantasting van de bodem heeft geleid, zijn binnen het plangebied 11 boringen gezet. Uit de resultaten van het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied over het geheel genomen uit een ongeveer zestig centimeter dik pakket vergraven, humusrijk zand bestaat met direct daaronder, witgrijs, ongeoxideerd dekzand. Resten van een esdek of van podzolvorming ontbreken volledig. Zelfs geoxideerd zand, is niet (meer) aanwezig.
Dit bevestigd de gegevens van de terreineigenaar waaruit blijkt dat het deel van de bodem onder de bouwvoor, in 1997 zestig centimeter is afgegraven. Uit de resultaten van het op het oostelijke deel van het plangebied gezette boringen en gegraven testputje, blijkt dat de bodemopbouw op dit deel van het plangebied identiek is aan die op het westelijke deel. Ook het oostelijke deel zal derhalve afgegraven zijn. Dit wordt bevestigd door de (even) lage ligging van dit deel van het plangebied als van het westelijke deel. Gezien de ingrijpende bodemverstoring in het gehele plangebied, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Someren en bij de provinciaal archeoloog.”
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
52
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Het uitgevoerde archeologisch onderzoek (projectcode 14-222, ArcheoPro, d.d. 9 januari 2017) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. De woningen aan de Heikomstraat worden gerealiseerd ter hoogte van bestaande agrarische opstallen. Het betreft hier varkenstallen met mestputten daaronder. Vanwege de bodemroering en verstoring die heeft plaatsgevonden bij de bouw hiervan is het niet aannemelijk dat het bouwplan van twee Ruimte voor Ruimte woningen voorziet in nieuwe bodemroering en verstoring van archeologische waarden. Nader archeologisch onderzoek wordt derhalve dan ook niet noodzakelijk geacht. De aanwezigheid van archeologische resten kunnen nooit geheel worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek. Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Someren te melden (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11).
Cultuurhistorie Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Het plangebied is op de CHW aangeduid als ‘Regio (provinciaal cultuurhistorisch belang)’. De betreffende regio betreft ‘Peelrand’. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. De Hoeksestraat en de Heikomstraat betreffen lijnen van redelijk hoge waarde. De beoogde bouw van de Ruimte voor Ruimte woningen heeft geen gevolgen voor de historische geografische lijnen. Aan het plangebied zelf zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn dan ook geen cultuurhistorische waarden in het geding.
Water Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gestileerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
53
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Beleidskader 5.11.2.1 5.11.2.1.1
Waterschap Aa en Maas Waterbeheerplan 2016-2021
In het Waterbeheerplan (WBP) is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en Maas worden nagestreefd in de periode 2016 - 2021 en hoe zij die doelstellingen gaan halen. Dit is geformuleerd aan de hand van 4 programma’s: 1.
Veilig en Bewoonbaar beheergebied: Bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.
2.
Voldoende water en Robuust watersysteem: Dit programma gaat over het zorgen voor een adequate
en
duurzame
watervoorziening
in
ons
beheergebied
voor
de
diverse
gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doen we door het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact. 3.
Gezond en Natuurlijk water: Dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water. We gaan in op hoe we toewerken naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van ons beheergebied van kunnen genieten.
4.
Schoon water: Dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen.
5.11.2.1.2
Keur waterschap Aa en Maas 2015
Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het plangebied is de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kaart behorende bij de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2015’ ter plaatse van het plangebied weer.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
54
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Figuur 32: Kaart behorende bij ‘Keur waterschap Aa en Maas’
Het plangebied is op grond van de Keur niet gelegen in een invloedsgebied, attentiegebied of beschermd gebied. Binnen deze invloedsgebieden rond Natura 2000-gebieden gelden strengere regels ten aanzien van grondwateronttrekkingen. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor grondwateronttrekkingen binnen het plangebied. Ten zuiden van en gedeeltelijk door het plangebied is een riooltransportleiding gelegen. De beschermingszone overlapt een klein deel van het plangebied en deze is dan ook dusdanig bestemd in de verbeelding en planregels. 5.11.2.2
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m² (categorie A), een toename tussen 500 m² en 10.000 m² (categorie B) en een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² (categorie C). De beoogde ontwikkeling maakt de oprichting van vier Ruimte voor Ruimte woningen mogelijk. Deze woningen hebben een toename van verhard oppervlak van circa 400 m² per woning tot VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
55
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
gevolg, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouw en erfverharding rondom de woning. Anderzijds wordt binnen het plangebied een veehouderijbedrijf gesaneerd waarbij meer dan 5.000 m² aan stallen en bijbehorende erfverharding wordt gesaneerd. Voor een toename van het verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door de toename van het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met een waterschijf 0,06 m. De factor 0,06 m vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m³/hectare) die het verschil aangeeft tussen de hoeveelheid neerslag en enkele verliesposten op het maaiveld. Het geeft dus de hoeveelheid water weer die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m³).
Hemelwaterafvoer na herontwikkeling 5.11.3.1
Bodem en grondwater
Het plangebied bestaat ter plaatse van het plangebied uit eerdgronden; voedselrijk en vochtig tot droog. De locatie is gelegen op een dekzandrug. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa NAP +26 meter. De GHG ter plaatse van het plangebied bedraagt 40-80 cm-mv. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de wateratlas van de provincie Noord-Brabant met daarin de ligging van de GHG ter plaatse van het plangebied.
Figuur 33: GHG ter plaatse van plangebied
De GHG ter plaatse van de Ruimte voor Ruimte woningen bedraagt 40-80 cm-mv. 5.11.3.2
Benodigde infiltratiecapaciteit
Voor het plangebied dient bij een verwachte toename van het verhard oppervlak van 1.600 m² zorggedragen te worden voor (1.600 x 0,06) = 96 m³ aan berging ten behoeve van regenwater.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
56
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
5.11.3.3
Hemelwaterafvoer
De gemeente Someren vereist dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd ter voorkoming van wateroverlast door toevoeging van de beoogde verharding binnen het plangebied. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woningen en bijgebouwen worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratievoorziening. Deze voorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval. In het grootste deel van het jaar zal het water echter via infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. De capaciteit van de waterberging dient tenminste 0,06 m³ per vierkante meter verhard oppervlak te bedragen. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met de GHG. Voorbeelden van een toe te passen hemelwatervoorziening zijn het gebruik van een infiltratieveld een wadi of infiltratiekrat. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.
Figuur 34: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden die kunnen worden toegepast
In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met inachtname van deze paragraaf. 5.11.3.4
Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater
Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
57
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het plangebied wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel, dat aanwezig is aan de Heikomstraat. Indien het rioolstelsel ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dient te worden aangepast, dan worden deze kosten verhaald op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt eveneens zorg voor de aansluitingskosten.
Besluit milieueffectrapportage Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang heeft die beneden de drempelwaarden ligt een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling. De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Dit bestemmingsplan
ziet
toe
op
herbestemming
van
de
bedrijfswoning
en
resterende
bedrijfsbebouwing van een voormalig agrarische bedrijf. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is in deze uitspraak de navolgende rechtsoverweging opgenomen: “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.”
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
58
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld wanneer dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd. De beoogde herbestemming van het plangebied valt wegens aard en omvang van het project niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling waarop de drempelwaarden genoemd in de D-lijst. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
59
‘Heikomstraat 16 en Hoeksestraat ong. Someren’ - Toelichting
6.
UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg is dit bestemmingsplan als onderdeel van het bestemmingsplan aangeboden aan de vooroverlegpartners. Naar aanleiding van de reacties van de vooroverlegpartners is het voorontwerpbestemmingsplan aangepast.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 29 oktober 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingekomen tijdens deze termijn.
VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv
60