4b BP Kerkendijk 50 Someren Toelichting
Tekst van het document
Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap Aa en Maas schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn wel van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. De planlocatie is niet gelegen in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. In de beoogde situatie is er een afname van circa 730 m2 verhard oppervlak, conform het gemeentelijk beleid dient er een compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen bij toename dakoppervlak. Het bedrijfsafvalwater van de bestaande bedrijfswoning en de nieuw te bouwen loods wordt geloosd op het gemeentelijk riool. Het niet-verontreinigde hemelwater wordt, zoals in de bestaande situatie, op omliggende perceelsloten geloosd waarna het water in de bodem infiltreert. Om het hydrologisch neutraal bouwen te borgen zijn hiervoor planregels opgenomen. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning bouw wordt er getoetst aan de planregels met betrekking tot hydrologisch neutraal bouwen. Dit is opgenomen in artikel 9.1 van de planregels.
4.3 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.
4.3.1
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
21
De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.
Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen de planlocatie geen NNB aanwezig, zie afbeelding 9. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016. Daarbij wordt opgemerkt dat door de instandhouding van de bestaande landschappelijke inpassing de ecologische waarden in de omgeving versterkt zullen worden.
Afbeelding 9: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ Iov
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
22
4.3.2
Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming.
Gebiedsbescherming
De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. In de omgeving van het plangebied zijn Strabrechtse Heide & Beuven, Weerter- en Budelerbergen & Ringselven en de Groote Peel. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft Strabrechtse Heide & Beuven welke is gelegen op een afstand van circa 3,4 kilometer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de herbouw van een loods, voor deze werkzaamheden zijn verschillende machines en materialen benodigd. Ook is er sprake van transportbewegingen voor het materiaal en personeel wat werkzaam is op de locatie tijdens de bouwfase. De bestaande bedrijfswoning is reeds in gebruik, hiervoor zijn de lichte vervoersbewegingen en stookinstallatie opgenomen in de AERIUS-berekening. De bronnen worden ingevoerd in het rekenmodel AERIUS Calculator 2020. Dit rekenprogramma berekend de stikstofdepositie binnen de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Indien de berekening geen resultaten kan laten zien, omdat de uitstoot dermate laag is, is er geen sprake van stikstofdepositie.
Wanneer er geen toename is van stikstofdepositie kan een project, zonder verdere toestemmingverlening, doorgang vinden. De volgende bronnen zijn ingevoerd in het rekenprogramma: - Vervoersbewegingen personeel: Het personeel wat werkzaam is op de bouwlocatie is afkomstig van bouwbedrijven, installatiebedrijven en dergelijke. Aangenomen wordt dat er per dag 4 voertuigen (bedrijfsbusjes, 8 verkeersbewegingen) op het bouwterrein aanwezig zijn. Voor de bedrijfswoning is er gerekend met 8 voertuigbewegingen van en naar de locatie. Om deze reden zijn er 16 vervoersbewegingen per etmaal ingevoerd. - Levering materialen: Voor de (her)bouw van de opslagloods zijn bouwmaterialen benodigd. Te denken valt aan beton(platen), dakbedekking, isolatie. Voor de berekening is een worst-case-aanname opgenomen dat dagelijks vier vrachtwagens het bouwterrein bezoek (8 vervoersbewegingen). - Stikstofbronnen op bouwterrein: Tijdens werkzaamheden op het bouwterrein vinden de werkzaamheden voornamelijk plaats met elektrisch gereedschap. Te denken valt aan diverse handgereedschappen en betonmolen. Enkele dagen tijdens het bouwproces komen er machines met een verbrandingsmotor om werkzaamheden te verrichten. Voorbeelden hiervan zijn een betonpomp en hijskraan. In het rekenprogramma kunnen deze bronnen enkel op jaarbasis te worden ingevoerd waarbij uitgegaan wordt van een brandstofverbruik per jaar.
Omdat onbekend is welke machines er exact aanwezig zullen zijn is een worst-case-berekening gemaakt waarbij het brandstofverbruik 700 liter bedraagt. Bij een verbruik van 14 liter per uur betekent dit dat dergelijke machines gedurende meer dan 50 uur op het terrein aanwezig is. Dit is een overschatting van het werkelijke aantal uren dat een machine stationair aanwezig is op het bouwterrein. - Stookinstallatie bedrijfswoning De bedrijfswoning is reeds in gebruik. De verwarming van de woning heeft een NOx-emissie van 3,59 kg per jaar. Deze emissiewaarde zijn conform ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’. Bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in het rekenprogramma AERIUS, versie 2020. De kengetallen van de emissies zijn voor de vervoersbewegingen standaard opgenomen in het rekenmodel. Voor de mobiele stationaire bronnen op het bouwterrein is en aanname gemaakt van een machine met stageToelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
23
klasse II (machines van na 2002) met een vermogen van minimaal 300 kW. Dit is de hoogste categorie die beschikbaar is in het rekenmodel. Wanneer er in de werkelijkheid machines aanwezig zijn die jonger zijn of een lager vermogen hebben zal dit resulteren in een lagere uitstoot. Uit de berekening blijkt dat met bovenstaande gegevens geen depositie wordt berekend binnen de Natura 2000-gebieden. De AERIUS depositieberekening is toegevoegd in de bijlage. Er is geen sprake van stikstofdepositie. Na voltooiing van de bouwwerkzaamheden kan de opslagloods in gebruik worden genomen. Na realisatie vervalt het personeelsvervoer en de bouwwerkzaamheden. De zware vrachtbewegingen vinden in de beoogde situatie twee periodes per jaar plaats, in het voorjaar (zaaien en planten) en in het najaar (oogsten). In deze periodes vinden er zware vrachtbewegingen van en naar het plangebied plaats. In AERIUS kunnen geen piekmomenten worden ingevoerd, de werkzaamheden zijn per etmaal ingevoerd, dit komt overeen met het weekdaggemiddelde per jaar. De emissie tijdens het gemiddelde beoogde gebruik van de locatie zal lager zijn dan tijdens de bouwperiode waardoor kan worden aangenomen dat ook in deze periode er geen sprake is van stikstofdepositie.
Bescherming van soorten
De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.
In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Kerkendijk 50 te Someren, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de nieuw te realiseren opslagloods, beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden.
Gezien de slechte staat van de bebouwing en het ontbreken van het dak op de loods is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten niet te verwachten. Tevens kan door middel van de ‘Effectenindicator Soorten’ van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gekeken worden of de beoogde ontwikkeling een bedreiging vormt voor de Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
24
beschermde soorten. De resultaten van deze indicator zijn opgenomen in onderstaande afbeeldingen. De ruimtelijke ingreep betreft het slopen van de voormalige opslagloods en de nieuwbouw van een opslagloods op dezelfde locatie.
Afbeelding 10: Uitsnede kaart 'Effectenindicator', plangebied oranje gemarkeerd
Afbeelding 11: Uitsnede resultaat 'Effectenindicator Soorten'
Uit de ‘Effectenindicator Soorten’ volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten en een overtreding van hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming onwaarschijnlijk is.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
25
Tevens is voor de beoogde ontwikkeling een Quickscan Flora- en Fauna onderzoek uitgevoerd door Bureau van Nierop. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen zijn de gebouwen en omliggende groenelementen ongeschikt voor gebruik, een vervolgonderzoek voor deze twee soortgroepen is het kader van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen niet nodig. Voor alle overige soortgroepen geldt dat de onderzoekslocatie geen geschikt leefgebied bevat. Er kan geconcludeerd worden dat er in de huidige situatie geen beschermde dieren of leefgebieden zijn aangetroffen. Bij de sloop van de loods en het kantoor hoeft er geen verdere rekening te worden gehouden met gebouw broedende vogels en vleermuizen. Het onderzoeksrapport is in de bijlage opgenomen. Ten aanzien van het voorstaande kan worden beoordeeld dat ter plaatse van de voormalige bedrijfsgebouwen geen beschermde soorten te verwachten zijn, hier zijn dan ook geen negatieve effecten te verwachten. 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
4.4.1
Cultuurhistorie en aardkunde
Uit de cultuurhistoriekaart van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat de planlocatie niet in gebied ligt met aardkundige of cultuurhistorische waarden, zie Afbeelding 12. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Afbeelding 12: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' Iov
4.4.2
Archeologie
De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Someren is de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ toegekend aan het plangebied. Conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart is de locatie in categorie 4 ‘gebied verwachtingswaarde hoog’ gelegen. Indien een bodemingreep dieper is dan 0,4 meter en de oppervlakte van de bodemingreep meer dan 250 m2 bedraagt dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Onderhavige ontwikkeling voorziet in nieuwbouw van een opslagloods. De loods wordt grotendeels gerealiseerd ter plaatse van
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
26
de bestaande loods, de bestaande loods heeft een oppervlak van circa 650 m2, de grond ter plaatse van de bestaande loods is reeds verstoord. De her te bouwen loods wordt deels gerealiseerd ter plaatse van de verstoorde grond op betonpoeren, hierdoor is grondverbetering niet van toepassing. De her te bouwen loods heeft een oppervlakte van max. 1.547 m2, als fundering worden circa 30 betonpoeren gebruikt. De betonpoeren hebben een oppervlakte van 1 m 2 en worden dieper dan 0,4 meter geplaatst. De bodemingreep voor de bouw van de opslagloods is dieper dan 0,4 meter en heeft een totaal oppervlakte van de bodemingreep van circa 60 m2. Er wordt voldaan aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De beoogde erfverharding neemt, ten opzichte van de bestaande erfverharding, niet toe. De grond rond de her te bouwen loods wordt verhard ten behoeve van vrachtverkeer, zoals weergegeven in bijlage 1. De voormalige erfverharding wordt verwijderd, de aan te leggen erfverharding heeft geen invloed op de archeologische verwachtingswaarde. 4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming.
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden direct naast de hoofdinfrastructuur gelegen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Onderhavige locatie kan worden aangemerkt als rustig buitengebied. Een opslagbedrijf voor agropallets is niet opgenomen in de handreiking. De meest overeenkomende bedrijfsvorm is de categorie ‘overige groothandel (emballage)’. Conform de handreiking behoren deze bedrijven tot milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter is vastgesteld. De dichtstbij gelegen woning van derden (Kerkendijk 33 te Someren) bevindt zich op een afstand van circa 22 meter van de rand van het bestemmingsvlak ten behoeve van het bedrijf op het perceel aan de Kerkendijk 50 te Someren. Op grond hiervan kan worden gesteld dat er niet direct wordt voldaan aan de richtafstanden. De nieuw te bouwen opslagloods wordt minimaal 30 meter vanaf de Kerkendijk gerealiseerd, waardoor er kan worden voldaan aan de richtafstand vanaf de bedrijfsbebouwing. In onderstaande afbeelding is de luchtfoto van het plangebied weergegeven, de gele lijn omkaderd het beoogd bestemmingsvlak met de bestemming ‘bedrijf.
De blauwe lijn omkaderd de richtafstand van 30 meter vanaf het bestemmingsvlak. Binnen de richtafstand zijn twee woningen van derde gelegen.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
27
Afbeelding 13: Overzicht richtafstand plangebied, gele lijn is het beoogd bestemmingsvlak en de richtafstand van 30 meter weergegeven met de blauwe lijn
In het vigerende bestemmingsplan is voor het plangebied een agrarisch verwant bedrijf met een milieucategorie 3 opgenomen met een richtafstand van 50 meter in het gemengd gebied. In de beoogde situatie wordt er een niet-agrarisch bedrijf voor opslag agro-pallets gerealiseerd met een milieucategorie van 2 en een afstand van 30 meter in een gemengd gebied. De beoogde situatie verbeterd ten opzichte van de huidige planologische situatie. Daarnaast vinden de bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk inpandig en wordt er gebruik gemaakt van één inrit. Hierdoor kan worden aangenomen dat er, ondanks er niet volledig wordt voldaan aan de richtafstand, toch sprake is van goede ruimtelijke ordening. De beoogde ontwikkeling voorziet in een verbetering ten opzichte van de vestiging van een milieucategorie 3 bedrijf. 4.6 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij beslissingen in het kader van de Wet milieubeheer. Nieuwe knelpunten moeten worden voorkomen.
Omgekeerd mogen nieuwe ontwikkelingen ook niet lijden beperkingen voor omliggende veehouderijen. Onderhavig initiatief betreft het wijzigen van de bestemming ‘Bedrijf, agrarisch verwant bedrijf’ naar ‘Bedrijf, niet-agrarische functie’ t.b.v. opslag van agro-pallets. Hiervoor zal tevens een loods gebouwd worden voor de opslag van materiaal en materieel. Gezien de aard van het initiatief, waarbij geen extra geurgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd waarbij voor langere tijd mensen werken/verblijven is nader onderzoek niet noodzakelijk. Daarnaast worden omliggende bedrijven niet nadelig beïnvloed met de beoogde ontwikkeling, de bedrijfsactiviteiten blijven beperkt tot het bestemmingsvlak. Vanaf de grens van het bestemmingsvlak zijn geen veehouderijen binnen 50 meter gelegen en wordt voldaan aan de vaste afstanden zoals gesteld in de Wet geurhinder en veehouderij. 4.7 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
28
bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. Het realiseren van een opslagloods ter plekke van de huidige bebouwing voorziet niet in een nieuwe gevoelige bestemming. De vervoersbewegingen zijn beperkt tot enkele vervoersbewegingen per week. In het plant- en oogstseizoen zullen de vervoersbewegingen tijdelijk toenemen omdat er in die periodes veel vraag is naar pallets. De bedrijfsinrit, gelegen tegenover de woningen Kerkendijk 31 en 33, is reeds aanwezig ten behoeve van het fouragehandelbedrijf. Gezien het feit dat een fouragehandelbedrijf overeenkomt met een bedrijf voor opslag van agro-pallets wat betreft vervoersbewegingen van vrachtverkeer kan worden aangenomen dat de toekomstige situatie niet wijzigt of verergert ten opzichte van de huidige situatie. De geluidsproductie afkomstig van de verkeersbewegingen aan de Kerkendijk zijn al deels afkomstig van zwaar (vracht)verkeer, dit zal in de beoogde situatie niet wijzigen. In de beoogde situatie worden er tweemaal per jaar agro-pallets vervoert van en naar de locatie, dit gebeurd door middel van vrachtwagens.
In de loods is een heftruck aanwezig voor het laden en lossen van de pallets, het rijden met de heftruck vindt grotendeels inpandig plaats en is van beperkte geluidproducerende omvang. Alle agro-pallets worden inpandig opgeslagen, er wordt geen gebruik gemaakt van buitenopslag. De eventuele reparatiewerkzaamheden van de agro-pallets vinden inpandig plaats. Conform de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is voor onderhavig bedrijf de milieucategorie 2 ‘overige groothandel (emballage)’ van toepassing, zoals in paragraaf 4.5 blijkt dat er wordt voldaan aan de richtafstanden. Gezien het feit dat er geen nieuwe gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd wordt onderzoek naar wegverkeer- en spoorweglawaai niet noodzakelijk geacht. Daarnaast moeten dergelijke bedrijven voldoen aan de regels zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Hierdoor mogen bedrijven de geluidsnorm niet overschrijden. Gezien het bovenstaande wordt een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen.
Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. De (negatieve) effecten van onderhavig plan op de luchtkwaliteit zijn onderzocht met behulp van de NIBM-rekentool 2019 (www.infomil.nl) en ‘Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie’, CROWpublicatie 317. In worst-case scenario zal het aantal vrachtbewegingen toenemen in het voor- en najaar, in onderstaande afbeelding zijn het aantal vrachtbewegingen opgenomen in de poot- en/of oogstperiode. Het extra verkeer ten behoeve van onderhavig initiatief bestaat voornamelijk uit vrachtverkeer, een klein aandeel is van personenauto’s welke de inrichting bezoeken. Aan de hand van de toename van het aantal verkeersbewegingen is beoordeeld of het plan in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van genoemde stoffen in de lucht. In onderstaande afbeelding is het resultaat van de rekentool weergegeven.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
29
Afbeelding 14: Uitsnede NIBM-rekentool, berekening toename fijnstof en stikstofoxide
Ten opzichte van het huidige bedrijf op locatie, foeragehandel, zal het aantal transsportbewegingen gelijk blijven. Derhalve is getoetst aan de gehele beoogde situatie, het geschatte aantal voertuigbewegingen bedraagt, ruim genomen ten tijde van het poot- en oogstseizoen, 80 voertuigbewegingen. Het aandeel zwaar (vracht)verkeer is 95%, er komen voornamelijk vrachtwagens op locatie voor het laden en lossen van pallets in het voor- en najaar. De overige 5% betreft licht materiaal zoals auto’s. In bovenstaande berekening is uitgegaan van de gehele beoogde bedrijfsvoering, niet enkel de toename ten opzichte van de huidige bedrijfsvoering. Uit de berekening volgt dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de concentratie van stoffen in de lucht c.q. het plan niet in betekende mate luchtverontreiniging veroorzaakt. Aan de hand van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) kan worden beoordeeld of ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit de kaarten volgt dat de concentraties van stoffen PM 10 en NO2 met gegevens van 2018 lager zijn dan 40 µg/m3, respectievelijk 16,36 µg/m3 en 17,23 µg/m3. Deze waarden zijn dus significant lager dan de grenswaarden van 40 µg/m3. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
30
Afbeelding 15: Uitsnede GCN en GDN kaart, NO2
Afbeelding 16: Uitsnede GCN en GDN kaart, PM10
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
31
Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er derhalve geen bezwaren ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. 4.9 Landschappelijke inpassing In het kader van de ‘kwaliteitsverbetering van het landschap (art. 3.9 Iov)’ is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de Kerkendijk 50 te Someren. Hierbij is aangesloten bij de Structuurvisie Someren 2028, het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 en de landschapsinvesteringsregeling 2020. Door middel van de situering en vormgeving van de huidige bebouwing en beplanting, wordt het landschap en de directe omgeving verstrekt. Van de beoogde ontwikkeling, bouwen van loods ter plekke van de voormalige loods, dient de vormgeving en beplanting aan te sluiten op het landschap. De projectlocatie is reeds landschappelijk ingepast door de aanwezigheid van een gemengde houtsingel rondom het bedrijf. Aan de voorzijde van de locatie is een landelijke voortuin met hagen en solitaire bomen aanwezig welke worden gehandhaafd. Gezien de locatie al reeds is ingepast wordt er enkel gerevitaliseerd overeenkomstig beeldkwaliteit beekdallandschap. Het landschappelijk inpassingsplan is onderstaand weergegeven en in bijlage 3 toegevoegd.
Afbeelding 17: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan
4.10 Bodemkwaliteit Binnen de bedrijfsvoering vinden bodembedreigende activiteiten in geringe mate plaats. De activiteiten hebben betrekking op de opslag van agro-pallets. Op het bedrijf zal enkel een machine aanwezig zijn, met bijhorende voorzieningen, voor het laden en lossen van de pallets. Door gebruik te maken van zeer reguliere voorzieningen, zoals vloeistofkerende vloeren, lekbakken en afgesloten kasten wordt het bodembedreigende tot een minimum beperkt. Door visuele controle, de aanwezigheid van absorptiemiddelen en de aanwezigheid van de bodembeschermende voorzieningen wordt het bodemrisico nog verder teruggebracht. In de huidige planologische situatie, een fouragehandelbedrijf, is er ook sprake van een geringe mate van bodembedreigende activiteiten. Het bedrijf is jaren geleden beëindigd op locatie en enkel de spanten van het voormalig bedrijfsgebouw en de erfverharding is nog aanwezig. Gezien er sprake was van geringe mate van bodembedreigende activiteiten en er de afgelopen jaren geen
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
32
bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden kan worden gesteld dat de bodemkwaliteit niet is aangetast. In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen voor de bescherming van de bodemkwaliteit. Middels het treffen van de beschreven technische maatregelen en voorzieningen is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging. Gezien het initiatief en bestaande situatie sluiten beide activiteiten op elkander aan ten opzichte van de huidige bodemkwaliteit. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er derhalve geen bezwaren voor de gewenste ontwikkeling. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
4.11.1 Regelgeving
De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor Kerkendijk 50 te Someren kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
33
4.11.2 Toetsing aan beleid
Afbeelding 18: Uitsnede risicokaart, projectlocatie blauw omcirkeld
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (opslag van agro-pallets) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de [Rijks]weg. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Someren is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing. Zoals te zien in afbeelding 19, uitsnede van de risicokaart, is het dichtstbijzijnde kwetsbare object gelegen op een afstand van circa 945 meter vanaf de inrichtingsgrens. De afstand tot de buisleiding vanaf de inrichting is circa 950 meter, de buisleiding betreft een gasleiding. Gezien de grote afstand van het plangebied tot risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten is er geen risico’s aanwezig.
4.12 Verkeer en parkeren Binnen de planlocatie dient een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor. De vervoersbewegingen zijn beperkt tot enkele vervoersbewegingen per week in de beoogde situatie. In het plant- en oogstseizoen zullen de vervoersbewegingen tijdelijk toenemen omdat er in die periodes veel vraag is naar pallets. Rondom de nieuw te bouwen loods wordt erfverharding aangelegd zodat vrachtwagens op eigen terrein kunnen keren, hierdoor ondervindt doorgaand verkeer geen hinder van kerende vrachtwagens. De bestaande inrit voorziet dat de ontsluiting van en naar de
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
34
Kerkendijk blijft behouden, doordat de Kerkendijk een drukke verbindingsweg betreft is er voldoende afwikkeling van het verkeer gewaarborgd in de beoogde situatie. Het bedrijf wat voorziet in opslag van agro-pallets, wordt getoetst aan de norm van ‘arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’ zoals opgenomen in de CROW, publicatie december 2018. Hierbij is de norm 0,8 tot 1,3 parkeerplaats per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte in het buitengebied. De oppervlakte van de nieuw te bouwen loods bedraagt max. 1.547 m2. Conform de CROW zou dit gaan om 13 tot 20 parkeerplaatsen. De beoogde situatie voorziet in de opslag van agro-pallets, hierdoor is er een gering aantal bezoekers aanwezig op bedrijf. Volledigheidshalve worden op het terrein 10 parkeerplaatsen gerealiseerd, er zijn niet meer plekken noodzakelijk voor de beoogde bedrijfsvoering. Met de beoogde bedrijfsopzet heeft het bedrijf voldoende ruimte om groter vrachtverkeer te laten parkeren indien dit noodzakelijk is, de parkeerplaatsen zijn in de situatietekening weergegeven welke als bijlage is toegevoegd. Onderhavige locatie is gelegen aan de Kerkendijk 50 te Someren, welke de verbindingsweg vormt tussen Someren en Someren-Heide. Aan de Kerkendijk zijn meerdere bedrijven gevestigd waaronder een boomkwekerij, een bedrijfskledingwinkel en een camping.
Hierdoor is er sprake van een drukke weg met personen- en goederenvervoer. De beoogde bedrijfsopzet is opslag van agro-pallets, doordat het enkel opslag betreft wordt er geen hoge bijkomende verkeersintensiteit verwacht. Enkel in de piekperiodes, voor- en najaar, vinder er meer transportbewegingen van en naar de projectlocatie plaats. Door de goede ontsluiting van de Kerkendijk wordt er geen hinder verwacht. Er kan worden geconcludeerd dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen zullen ontstaan voor de afwikkeling van personen- en goederenvervoer. 4.13 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in Afbeelding 18). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
35
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.
Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming Agrarisch met waarden – landschappelijke waarden; - Enkelbestemming Bedrijf; - Dubbelbestemming Waarde – Archeologie; - Gebiedsaanduiding overige zone – Bebouwingsconcentratie; - Functieaanduiding Specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing; - Functieaanduiding Specifieke vorm van waarde – cultuurhistorisch waardevol Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Someren. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. De belangrijkste verandering op de verbeelding is het verwijderen van de ‘specifieke vorm van bedrijf – 30’ en het verkleinen van het bouwvlak naar 6.343 m2. In het huidige bestemmingsplan zijn per bedrijf de specifieke bedrijfsactiviteiten vastgesteld, deze is voor het plangebied ‘agrarisch verwant bedrijf / foeragehandel (3)’, aangeduid met sb-30. In de beoogde situatie wordt er een nieuwe loods gerealiseerd ten behoeve van opslag van agro-pallets met een milieucategorie 2. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
uit
inleidende
regels,
36
De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de, in de verbeelding opgenomen, bestemmingen en aanduidingen. De regels van bestaande bestemmingen en aanduidingen zullen, waar nodig, worden gewijzigd. De regels van het moederplan zijn in combinatie met de gewenste ontwikkeling opgesteld in overeenkomst met het provinciaal beleid. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de regels van het moederplan. Landschappelijke inpassing is verplicht volgens de Interim Omgevingsverordening (kwaliteitsverbetering). De landschappelijke inpassing is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. In de regels van het bestemmingsplan zal een voorwaarde worden opgenomen ter zekerstelling van de realisatie van de inpassing.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
37
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Kerkendijk 50 te Someren betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties.
6.2.1
Vooroverleg
6.2.2
Zienswijzen en beroep
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Aa en Maas en provincie Noord-Brabant. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het wijzigingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 30 april 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan zijn er geen zienswijzen ontvangen, wel is door Waterschap Aa en Maas een verzoek tot ambtshalve aanpassing ingediend. Deze ambtshalve aanpassing heeft betrekking op het gewijzigde beleid welke voorziet in de verlaging van de grens van 2.000 m2 naar 500 m2 in het kader van de compensatieplicht. Dit is verwerkt in paragraaf 4.2.3 van de toelichting en in artikel 9.1 van de planregels. De nota van ambtshalve aanpassingen is in de bijlage toegevoegd. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.
Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
38
7. Bijlage Bijlage 1 – Situatietekeningen beoogd en bestaand Bijlage 2 – Kwaliteitsverbetering Bijlage 3 - Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 4 – Quickscan Flora & Fauna Bijlage 5 – AERIUS berekening bouwfase Bijlage 6 – Nota van ambtshalve aanpassingen
Toelichting Bestemmingsplan Kerkendijk 50 te Someren
39