2e wijziging van de GR BSOB
Tekst van het document
2e Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant 2024 Het Algemeen Bestuur van Belastingsamenwerking Oost-Brabant, Overwegende dat: 1. op 24 november 2025, respectievelijk 4 dec 2025 besluitvorming heeft plaatsgevonden in het Dagelijks Bestuur van BSOB en het Algemeen Bestuur van BSOB aangaande: a. het in het Algemeen Bestuur bij de besluitvorming werken met het model waarbij ieder lid van het Algemeen Bestuur één stem heeft, maar waarbij als eis voor besluitvorming wordt gesteld dat er een meerderheid van stemmen moet zijn én dat er altijd ten minste één gemeente en één waterschap moet hebben ingestemd; b. de uitbreiding van het Dagelijks Bestuur van drie naar vijf leden, waarvan twee afkomstig van de waterschappen en drie van de gemeentelijke deelnemers; c. het laten rouleren van het voorzitterschap van het Dagelijks Bestuur tussen de deelnemende gemeenten en waterschappen, waarbij de benoemingsperiode drie jaar is en bij staking van stemmen de stem van de voorzitter doorslaggevend is; noopt tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant 2024 (GR BSOB), welke aanpassingen bij dit besluit worden geregeld; 2. na de 1e wijziging van de GR BSOB betreffende de toetreding van Waterschap De Dommel, de tekst van art 35, lid 2 van de GR BSOB voor de duidelijkheid aanvulling behoeft; 3.
de termijn van maximaal een kalenderkwartaal van lid 5 van artikel 54 van de GR BSOB onnodige starheid en tijdsdruk aanbrengt in het proces van toetreding van een (nieuwe) deelnemer; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet dualisering gemeentebestuur, de Wet waardering onroerende zaken, de Waterschapsverordening Waterschap Aa en Maas 2024 en de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2024; Besluit vast te stellen: De 2e Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant 2024, die luidt als volgt. Artikel I. Wijzigingen 1. Artikel 14, lid 1, van de Gemeenschappelijk Regeling BSOB komt als volgt te luiden: “1. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, met dien verstande dat tot de stemmen die tot de volstrekte meerderheid leiden immer tenminste één stem van een lid van een deelnemend waterschap én tenminste één stem van een lid van een gemeentelijke deelnemer dient te behoren.” 2. Artikel 21, lid 1, van de Gemeenschappelijk Regeling BSOB komt als volgt te luiden: “1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier andere door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden, waarbij twee van de leden, al dan niet zijnde de voorzitter, de door het Waterschap Aa en Maas respectievelijk het Waterschap De Dommel aangewezen leden van het algemeen bestuur dienen te zijn.” 3. Artikel 24, lid 2, van de Gemeenschappelijk Regeling BSOB komt als volgt te luiden: “2. Uit de andere leden als bedoeld in artikel 21, eerste lid wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen door het algemeen bestuur, met dien verstande dat indien de voorzitter een aangewezen lid is van een waterschap, de plaatsvervanger een aangewezen lid van een gemeente zal zijn en andersom.”
4. Aan artikel 24 van de Gemeenschappelijk Regeling BSOB worden na lid 2 de volgende twee artikelleden toegevoegd: “3. De voorzitter en de plaatsvervanger worden aangewezen voor een niet verlengbare periode van drie (3) jaren, met dien verstande dat indien de voorzitter in voorgaande periode van drie (3) jaren een aangewezen lid van een waterschap was, voor de opvolgende periode van drie (3) jaren een aangewezen lid van een gemeente zal zijn en andersom. 4. In geval de stemmen staken is de stem van de voorzitter doorslaggevend.” 5. Artikel 35, lid 2 van Gemeenschappelijke Regeling BSOB komt als volgt te luiden: “2. Het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas draagt aan het samenwerkingsverband de bevoegdheid tot heffing en invordering van alle door het algemeen bestuur van het Waterschap Aa en Maas na, op of voor 1 oktober 2009 ingestelde waterschapsbelastingen over, voor zover deze waterschapsbelastingen later niet zijn opgeheven en het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel draagt aan het samenwerkingsverband de bevoegdheid tot heffing en invordering van alle door het algemeen bestuur van het waterschap De Dommel na, op of voor 1 januari 2026 ingestelde waterschapsbelastingen over, voor zover deze waterschapsbelastingen later niet zijn opgeheven.” 6. Artikel 54, lid 5 van de Gemeenschappelijke Regeling BSOB komt als volgt te luiden: “5.
Nadat een besluit als in het derde lid is genomen, gaat de toetreding in op de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het besluit is genomen, tenzij het algemeen bestuur besluit tot een latere datum, waarbij die latere datum niet later dan 1 januari van het kalenderjaar n+2 is gelegen als de datum van het besluit in kalenderjaar n is gelegen.” Artikel II. Inwerkingtreding 1. Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, of zoveel later als de thans deelnemende partijen unaniem tot wijziging hebben besloten. 2. Deze wijziging wordt aangehaald als ‘2e Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant 2024’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van BSOB van .. december 2026.
De voorzitter
De secretaris,