13. Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 3
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp:
Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied deelgebied 3
Agendapunt:
13
Opsteller:
Salemans - Dusch, Simone
Portefeuillehouder:
A.A.H. Swinkels
Documentnummer:
200270777
Zaaknummer: Datum:
0847200270106 14 juni 2021
1. Samenvatting voor de burger Het bestemmingsplan Buitengebied – Deelgebied 3 maakt onderdeel uit van het integrale herzieningsproces dat loopt voor het gehele buitengebied. Het bestemmingsplan voor het derde deelgebied heeft zes weken als ontwerp ter inzage gelegen en er zijn in totaal veertien zienswijzen ingediend gedurende deze periode. De zienswijzen zijn voorzien van een beantwoording en het plan is klaar voor vaststelling.
2. Inleiding Een aantal jaren geleden is begonnen met een ambitieus traject: het gebiedsgericht herzien van het bestemmingsplan voor het Somerense buitengebied. Om de grip op het buitengebied (terug) te krijgen, heeft uw raad besloten om een nulmeting te doen: alle locaties in het buitengebied worden gecontroleerd en er wordt exact in beeld gebracht wat bijvoorbeeld het gebruik is, welke bebouwing is opgericht en waar de bebouwing staat. De controlerapporten gelden als basis voor het op te stellen bestemmingsplan. Waar daartoe aanleiding bestaat of gaandeweg ontstaat, wordt onderzocht of het beleid aangepast moet worden. Het gehele buitengebied is opgedeeld in zeven deelgebieden. Het bestemmingsplan voor het derde deelgebied wordt door middel van dit voorstel aan uw raad voorgelegd ter vaststelling.
3. Advies 1.
kennis te nemen van het feit dat er veertien zienswijzen zijn ontvangen op het ontwerp van het bestemmingsplan "Buitengebied Someren - Deelgebied 3";
2.
vast te stellen dat deze zienswijzen ontvankelijk kunnen worden geacht;
3.
in te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen zoals verwoord in de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte 'Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 3';
4.
in te stemmen met de wijzigingen zoals opgenomen in de lijst met ambtshalve aanpassingen, welke opgenomen is in de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte 'Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 3';
5.
gelet op het bepaalde in artikel 6.12, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan voor dit project vast te stellen;
6.
dat uitvoering wordt gegeven aan de op 29 oktober 2020 gesloten anterieure overeenkomst ten aanzien van Kalkweg 3, met het kenmerk 200224389;
7.
te bepalen dat voor het opstellen van het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van de ondergrond zoals opgenomen in het bestand o_NLIMRO.0847.BP02020022.dxf;
8.
het bestemmingsplan "Buitengebied Someren - Deelgebied 3" met identificatienummer NL.IMR0.0847.BP02020022-VS01 bestaande uit een toelichting, regels, verbeelding en bijlagen gewijzigd vast te stellen.
4. Beoogd effect Uw raad heeft besloten om een 100% controle te verrichten in het buitengebied en op basis daarvan het bestemmingsplan in deelgebieden vast te stellen. Het beoogd effect van dit voorstel is een vastgesteld bestemmingsplan voor het derde deelgebied.
5. Argumenten 1.1 Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen Het ontwerpbestemmingsplan voor deelgebied 3 heeft ter inzage gelegen van 19 februari tot en met 1 april jl. Dit is een wettelijke verplichting, maar het ter inzage leggen van een bestemmingsplan beantwoordt ook aan de doelstellingen van participatie. Eigenaren krijgen immers de kans om aan te geven wat zij vinden van het ontwerpbestemmingsplan dat door ons college ter inzage is gelegd. Het plangebied van het derde deelgebied wordt globaal begrensd door de gemeentegrens met de gemeenten Asten in het oosten en Nederweert in het zuiden, de Zuid-Willemsvaart en de Boerenkamplaan in het westen en de kern Someren-Dorp in het noorden.
2/8
Het deelgebied bevat de volgende aantallen en categorieën bestemmingen: -
142 Wonen
-
40 Agrarisch Bedrijf
-
20 Niet-agrarisch Bedrijf
-
4 overig (Sport, Recreatie, Maatschappelijk, Horeca)
-
10 keer bebouwing op agrarische gebiedsbestemming
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een bestemmingsplan wordt voorbereid door middel van de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (UOV). Hier is een wettelijke periode van terinzagelegging voor de duur van 6 weken aan gekoppeld. Een ieder wordt in de gelegenheid gesteld om, na bekendmaking van het ontwerpplan op de voorgeschreven manier, zienswijzen kenbaar te maken. Ook de wettelijke partners zoals provincie, waterschap, Gasunie en Rijkswaterstaat worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken ten aanzien van het ontwerpplan. Er zijn schriftelijke zienswijzen ingediend ten aanzien van de volgende adressen: 1.
Peelweg 1
2.
Vaartje 45a
3.
Hoeksestraat 15
4.
Boerenkamplaan 61
5.
Einderweg 4
6.
Brugstraat 27-29
7.
Vaartje 14
8.
Gezandebaan 2
9.
Jan Smitslaan 6
10. Gezandebaan 17a 11. Brugstraat 35 Er zijn mondeling zienswijzen kenbaar gemaakt ten aanzien van: 12. Gezandebaan 21 13. Gezandebaan 13 Van de wettelijke overlegpartners (artikel 3.1.1. Bro) is alleen een zienswijze ontvangen van: 14. Provincie Noord-Brabant 1.2 Er zijn voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan keukentafelgesprekken geweest Onderdeel van het bestemmingsplanproces is het verrichten van controles op alle adressen (gebiedsdekkend). Van de controles worden rapporten opgesteld en er wordt bepaald of er strijdigheden met het bestemmingsplan zijn.
3/8
In deelgebied 3 zijn bij 149 locaties van de 208 locaties strijdigheden met het bestemmingsplan geconstateerd. Bij deze locaties is samen met de eigenaren gekeken of er legalisatiemogelijkheden zijn. Voor het overgrote gedeelte van deze locaties heeft dit geleid tot een oplossing in het bestemmingsplan of is gecommuniceerd dat strijdigheden worden overgedragen aan team Toezicht en Handhaving. Voor een klein gedeelte van de strijdige locaties geldt dat er nog geen duidelijkheid is omtrent de oplossing in het bestemmingsplan. Hiervan zijn er 9 locaties waar men nog twijfelt over de oplossingsrichting; deze locaties zullen na vaststelling van het bestemmingsplan worden overgedragen aan team Toezicht en Handhaving. Daarnaast zijn er nog 15 locaties in behandeling om bijvoorbeeld tot een omzetting van een bestemming op een locatie te komen, maar waar een onderbouwing niet op tijd gereed was om mee te gaan in het bestemmingsplan voor deelgebied 3. Voor deze locaties geldt dat deze kunnen worden meegenomen in de veegrondes die twee keer per jaar starten (in de huidige situatie; deze werkwijze zal straks onder de Omgevingswet waarschijnlijk veranderen). Wanneer een bepaalde ontwikkeling in eerste instantie op de lijst voor handhaving stond, maar later toch met een ruimtelijke onderbouwing komt dan wordt deze uiteraard verwijderd van de lijst.
Wanneer we de voorgaande informatie op een rijtje zetten in een tabel, krijgen we het volgende overzicht.
Niet strijdig Weigeraars Twijfelaars Nog in behandeling
Strijdig
Bedrijf 18 4 3 9 26
Wonen 37 0 6 5
Totaal 55 4 9 15
% 26% 2% 4% 8%
94*
121
58%
4 64
0 142
4 206
2% 100%
Opgelost Handhavingsdossiers Totaal
* Voor een gedeelte van deze locaties geldt dat er nog een overschot aan bijgebouwen aanwezig is, welke worden overgedragen aan team Toezicht en Handhaving. 1.3 Het aantal zienswijzen is procentueel lager dan in deelgebied 1 en 2 In dit bestemmingsplan bevinden zich in totaal 206 adressen. Er hebben in totaal 13 eigenaren van locaties een zienswijze ingediend. Dit betekent dat (afgerond) 6,3 % van de eigenaren aangeeft het niet geheel eens te zijn met het ontwerpplan. Als we de percentages tegen de deelgebieden 1 en 2 afzetten, ontstaat het volgende beeld: Deelgebied
Aantal
Inspraak en
Percentage
Zienswijzen
Percentage
adressen
vooroverleg
Deelgebied 1
119
17
14 %
12
10 %
Deelgebied 2
301
27
9%
37
12 %
Deelgebied 3
206
10
4,8%
13
6,3%
Over de gehele linie zien we een procentuele daling van zowel het aantal vooroverlegreacties als het aantal zienswijzen. 4/8
Het is nog te vroeg om hier definitieve conclusies aan te verbinden. Echter: een eerste aanname zou kunnen zijn dat het proces meer bekendheid heeft gekregen door het feit dat het al geruime tijd loopt. Inwoners zijn beter op de hoogte en zijn bereid om te investeren op het moment dat daar voor hen iets tegenover staat. Denk bijvoorbeeld aan het landschappelijk inpassen van een locatie in relatie tot het bieden van meer mogelijkheden voor bijgebouwen. De gereedschapskist die tot onze beschikking staat, is ook uitgebreider dan een aantal jaar geleden. Zo zijn bijvoorbeeld het beleid voor niet-agrarische functies, de landschapsinvesteringsregeling en het bijgebouwenbeleid op onderdelen aangescherpt naar aanleiding van wat er is aangetroffen in de verschillende deelgebieden die onderhanden zijn geweest. Wanneer deelgebied 4 eenzelfde dalende tendens laat zien, kunnen er meer definitieve conclusies worden verbonden aan de cijfers. 1.4 Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen de plan-mer Niet alleen tegen het ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen kenbaar gemaakt worden, dit geldt ook voor de plan-mer. In het stadium van het voorontwerp is een notitie reikwijdte en detailniveau ter inzage gelegd, waarin is uiteengezet hoe het plan-mer wordt opgesteld. Dit is dus een soort ‘plan van aanpak’ voor het uiteindelijke rapport van het plan-mer.
In het plan-mer worden de (potentiële) milieueffecten van het bestemmingsplan uiteengezet. Dit gaat verder dan alleen de effecten als gevolg van bijvoorbeeld de (uitbreidingen van de) veehouderijen, maar ook de effecten van het plan op aspecten zoals recreatie, bevordering van gezondheid, etc. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve effecten op basis van het rapport. Er zijn zelfs positieve effecten, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie. Zo wordt in het Starkriet het beekdal van de Kleine Aa heringericht in samenwerking met het Waterschap. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Er zijn geen zienswijzen ingediend ten aanzien van de plan-mer. Door de Commissie voor de Mer is inmiddels een positief toetsingsadvies afgegeven ten aanzien van de plan-mer. Ook staan zij positief ten opzichte van het bestemmingsplanproces dat wij in Someren doorlopen. Kortom: een mooi resultaat, waar aandacht voor mag zijn. 2.1 De zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingekomen Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend. Dit geldt zowel voor de schriftelijke als voor de mondelinge zienswijzen. Alleen de zienswijzen die binnen de gestelde termijn van 6 weken zijn ingediend, kunnen worden meegenomen in de afwegingen omtrent het vaststellen van het bestemmingsplan.
3.1 De zienswijzen zijn uitgebreid afgewogen aan de hand van het beleid In de nota van zienswijzen zijn de ingediende stukken punt voor punt uiteen gezet. Alle punten zijn voorzien van een beantwoording. Er zijn twee mogelijkheden: (1) de zienswijze wordt overgenomen en het plan wordt aangepast óf (2) de zienswijze wordt niet overgenomen en het plan wordt niet aangepast. Omdat een aantal ingediende zienswijzen aanleiding gaf voor het aanpassen van het plan, wordt het gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerp. Het gaat hierbij om relatief kleine ontwikkelingen op het gebied van bijgebouwen en landschappelijke inpassingen.
5/8
4.1 Naast zienswijzen zijn er ook ambtshalve aanpassingen Er zijn gaandeweg tussen het ontwerp en de vaststelling nog op een aantal ondergeschikte punten wijzigingen aangebracht. Het overzicht van welke wijzigingen het betreft, is opgenomen in het derde hoofdstuk van de nota van zienswijzen. 4.2 GS worden in kennis gesteld van ambtshalve aanpassingen Omdat er ambtshalve aanpassingen zijn, die niet het gevolg zijn van zienswijzen, moeten zij eerst de gelegenheid krijgen om hiervan kennis te nemen (artikel 3.8 lid 4 Wro). Zij kunnen dan besluiten tot het al dan niet indienen van een reactieve aanwijzing. Pas wanneer GS aangeven niet over te gaan tot het geven van een reactieve aanwijzing, kan het plan worden gepubliceerd voor beroep. 5.1 Er zijn anterieure overeenkomsten gesloten Op het moment dat er ontwikkelingen in een bestemmingsplan zitten, is het verplicht om óf een anterieure overeenkomst te sluiten óf om een exploitatieplan op te stellen. In dit geval is er voor alle ontwikkelingen die in het plan zijn opgenomen een anterieure overeenkomst gesloten met de eigenaren die het betreft. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. 6.1 Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijze van GS Onderdeel van de zienswijze van de provincie is het opnemen van de overeengekomen storting in het BIO-fonds ten aanzien van Kalkweg 3 in het besluit tot vaststelling.
Het bestemmingsvlak voor dit glastuinbouwbedrijf is iets aangepast in het vastgestelde plan. Bij wijze van tegenprestatie is op 29 oktober 2020 overeengekomen met de eigenaar dat voorafgaand aan de vaststelling van het plan een storting van € 4.446,90 wordt gedaan in het BIO-fonds. Door op te nemen in het vaststellingsbesluit dat is voldaan aan deze verplichting, wordt tegemoet gekomen aan de zienswijze van GS op dit onderdeel. 7.1 Er is sprake van een wettelijke verplichting Op basis van artikel 1.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om aan te geven in het besluit van welke ondergrond gebruik is gemaakt. 8.1 Het bestemmingsplan bestaat uit verschillende onderdelen die worden vastgesteld Alle bij het bestemmingsplan behorende stukken worden vastgesteld. De regels en de verbeelding zijn bindend. Ieder plan heeft een uniek identificatienummer (IMRO-nummer), aan de hand waarvan het plan kan worden geraadpleegd via de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
6. Kanttekeningen 3.1 Appellanten kunnen zich niet vinden in de beantwoording Door de ‘Nota van beantwoording zienswijzen’ deel uit te laten maken van de planstukken wordt deze openbaar en kan er kennis van worden genomen. Dit betekent dat appellanten kunnen zien wat er met hun reactie is gebeurd. Het risico bestaat dat zij zich niet kunnen vinden in de gemeentelijke reactie en overgaan tot het instellen van beroep. Het is op voorhand altijd lastig in te schatten of een partij overgaat tot het instellen van beroep of een voorlopige voorziening. Tegen beide voorgaande deelgebieden is beroep aangetekend. Bij dergelijke grote bestemmingsplanherzieningen is het altijd een in te calculeren risico dat er een partij is die zich niet kan vinden in het voorgestelde plan. 6/8
3.2 GS worden niet op alle onderdelen van de zienswijze gevolgd De meeste onderdelen van de zienswijze van GS kunnen worden gevolgd. Dit is echter niet het geval voor de locatie Gezandebaan 5-5a. De oppervlakte aan bijgebouwen bij deze bedrijfswoning (behorend bij de ter plaatse gevestigde veehouderij) is vergroot van de vergunde 120 m 2 naar 166 m2. In ruil daarvoor moet een landschappelijke inpassing worden aangelegd, die is geborgd door een inpassingsplan en op de verbeelding. Het bedrijf ligt echter binnen de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ en GS stellen dat uitbreiding van het bijgebouw bij de bedrijfswoning niet mogelijk is. Er wordt daarbij gekeken naar de peildatum 21 september 2013. Is bebouwing op dat moment legaal aanwezig of mag de bebouwing worden opgericht volgens een vergunning die vóór die datum verleend is, dan wordt die oppervlakte aangemerkt als bestaand recht. Dit is het zogenaamde ‘slot op de muur’, dat moet voorkómen dat veehouderijen uitbreiden. Wij zijn echter van mening dat met de beperkte uitbreiding van het bijgebouw bij de bedrijfswoning geen sprake is van uitbreiding van de veehouderij. Er is in de regels specifiek opgenomen dat bijgebouwen bij bedrijfswoningen behorende bij een veehouderij, niet ten behoeve van dat bedrijf gebruikt mogen worden. De kans is reëel dat GS hier beroep tegen aantekenen.
Wij zijn echter van mening dat het een signaal is dat bij GS neergelegd mag worden dat de regels niet onnodig beperkend mogen werken. De eigenaar van de locatie wordt door middel van een brief op de hoogte gesteld van dit risico. 4.1 Er zijn aanpassingen die niet het gevolg zijn van de zienswijze van GS Er zijn ambtshalve een aantal ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd en daarnaast is er een aantal aanpassingen als gevolg van de ingediende zienswijzen. De wettelijke procedure schrijft voor dat op het moment dat dit het geval is, GS hiervan in kennis moeten worden gesteld. GS kunnen hier vervolgens op reageren en mogelijk stemmen zij niet in met de aanpassingen die zijn gedaan. Een gevolg zou kunnen zijn dat zij een reactieve aanwijzing geven. Dit vormt echter een onderdeel van de planprocedure en het is geen beletsel om over te gaan tot vaststelling.
7. Financiën Er is door de raad een budget toegekend voor het opstellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Totaal door gemeenteraad
Uitgaven tot heden
Restant budget
€ 1.126.000
€ 2.874.000
beschikbaar gesteld budget € 4.000.000
De conclusie is dat we tot op heden binnen het toegekende budget zijn gebleven.
8. Communicatie Op het moment dat uw raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, dan zal het ter inzage worden gelegd voor beroep (wanneer GS geen reactieve aanwijzing geven). Degenen die een zienswijze hebben ingediend, kunnen beroep aantekenen wanneer zij het niet eens zijn met de beantwoording van hun zienswijze.
7/8
9. Uitvoering Het vaststellingsbesluit wordt onverwijld naar GS gestuurd. Dit is de eerste stap. Als GS besluiten geen reactieve aanwijzing te geven, kan het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd voor het indienen van beroep. Deze periode bedraagt 6 weken. Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,
de burgemeester,
J. Koppers- Van der Krabben
D. Blok
Bijlage(n)
O
Concept raadsbesluit (documentnummer 200272684)
X
Toelichting bestemmingsplan (documentnummer 200272748)
X
Regels bestemmingsplan (documentnummer 200272494)
X
Verbeelding bestemmingsplan (documentnummer 200271686)
X
Nota van zienswijzen (documentnummer 200271685)
X
NO
8/8