12a. Rapport evaluatie project bestemmingsplan Buitengebied
Tekst van het document
Evaluatie project actualisatie Bestemmingsplan Buitengebied Voorstellen ter verbetering van het proces en het beleid Tweede evaluatie
Evaluatie project actualisatie Bestemmingsplan Buitengebied Voorstellen ter verbetering van het proces en tevens beleid Tweede evaluatie
Titel:
Rapport Evaluatie project actualisatie Bestemmingsplan Buitengebied
Versie:
1.0
Datum:
12 april 2022
Auteur(s):
Koen Staals
Zaaknummer: 0847200360943
Inhoudsopgave 1. Inleiding......................................................................................................................................... 2 2. Vorige evaluatie november 2019................................................................................................... 3 2.1. Beoordeling verbeterpunten 2019........................................................................................... 3 2.1.1. Standaard controlerapport en toekomstplannen opnemen...................................................3 2.1.2. Controles woonbestemmingen.......................................................................................... 4 2.1.3. Opstellen bestemmingsplan.............................................................................................. 4 2.1.4. Team Toezicht en Handhaving toevoegen aan werkgroep.................................................4 2.1.5. Ieder adres documenteren in zaaksysteem....................................................................... 4 2.1.6. Minder keukentafelgesprekken.......................................................................................... 4 2.1.7. Extra brieven weigeraars................................................................................................... 5 2.1.8.
Strakke planning afstemmen met adviseurs...................................................................... 5 2.1.9. Gemeente medewerker mee met controle ODZOB............................................................5 2.1.10. Temporiseren controles ODZOB...................................................................................... 6 2.1.11. Voorbereiding Omgevingswet.......................................................................................... 6 2.1.12. Standaard set planregels................................................................................................. 6 3. Ervaringen deelgebied 3 en 4........................................................................................................ 7 3.1 Cijfers deelgebied 3.................................................................................................................. 7 3.2 Ervaringen deelgebied 4........................................................................................................... 8 3.3 Voorstellen ter verbetering van het proces............................................................................... 9 3.3.1 Communicatie....................................................................................................................
9 3.3.2 Organisatie....................................................................................................................... 10 3.4 Voorstellen ter verbetering van het beleid.............................................................................. 10 3.4.1 Buitenopslag..................................................................................................................... 10 3.4.2 Wonen Plus....................................................................................................................... 12 3.4.3 Sloopbonusregeling.......................................................................................................... 14 3.4.4 Stapeling ontheffingsmogelijkheden................................................................................. 17 4. Planning....................................................................................................................................... 18 4.1 Planning deelgebied 3............................................................................................................ 18 4.3 Deelgebied 4.......................................................................................................................... 19 4.4 Deelgebied 5 en verder..........................................................................................................
20 4.5 Na deelgebied 7...................................................................................................................... 22 5. Financiën..................................................................................................................................... 24 6. Risicoanalyse............................................................................................................................... 25 8. Conclusie en samenvatting.......................................................................................................... 28 Bijlagen........................................................................................................................................... 31 Bijlage 1 – beslisboom beoordeling bijgebouwen.......................................................................... 31
1.
1/27
1.
Inleiding
Een aantal jaren geleden zijn we begonnen met een ambitieus traject: het gebiedsgericht herzien van het bestemmingsplan voor het Somerense buitengebied. Om de grip op het buitengebied (terug) te krijgen, heeft de raad besloten om een nulmeting te doen: alle locaties in het buitengebied worden gecontroleerd en er wordt exact in beeld gebracht wat bijvoorbeeld het gebruik is, welke bebouwing is opgericht en waar de bebouwing staat. De controlerapporten gelden als basis voor het op te stellen bestemmingsplan. Samen met bewoners wordt gekeken naar legalisatie waar dat mogelijk is binnen de beleidskaders. Ook worden eventuele toekomstwensen besproken zodat men mee kan liften op deze bestemmingsplanherziening. Waar daartoe aanleiding bestaat of gaandeweg ontstaat, wordt onderzocht of het beleid aangepast moet worden. Waar staan we nu? Ondertussen zijn we zo’n 5 jaar onderweg met dit project. Sinds de vorige evaluatie in 2019 zijn Deelgebied 2 en 3 vastgesteld. Deelgebied 2 is door de raad vastgesteld op 5 maart 2020 en Deelgebied 3 is vastgesteld op 24 juni 2021. Tegen beide bestemmingsplannen is door meerdere partijen beroep aangetekend. Op dit moment is voor beide beroepszaken nog geen zittingsdatum bekend. De Raad van State lijkt met grote achterstanden in haar werkvoorraad te kampen.
Op moment van schrijven zijn we bezig met de voorbereidingen voor het ontwerp bestemmingsplan Deelgebied 4. De Omgevingsdienst is reeds begonnen aan de controles voor Deelgebied 5 en zal later ook de controles voor Deelgebied 6 oppakken. De informatieavond voor Deelgebied 5 is gehouden op 25 april 2022 en zal gevolgd worden door de controles van de woonbestemmingen in april en mei 2022. Blijven evalueren Het is van belang een omvangrijk project zoals dit te blijven evalueren. De raad heeft dan ook expliciet gevraagd om een evaluatie in 2021. Vanwege de werkdruk is dit niet gelukt en is de evaluatie verschoven naar 2022. Sinds de laatste evaluatie in 2019 is er veel gebeurd. Zo hebben we sindsdien te maken gehad met de coronapandemie. Dit heeft natuurlijk ook invloed gehad op de werkzaamheden van dit project omdat plots alle medewerkers thuis moesten gaan werken. Bovendien ontstonden er beperkingen rondom het bezoeken van locaties en het voeren van fysiek overleg met bewoners. Ook heeft er in de zomer van 2021 een wisseling plaatsgevonden van projectleider wat altijd voor de nodige opstartproblemen zorgt. Sinds de vorige evaluatie zijn we ook concreter toegekomen aan het handhaven van locaties in Deelgebied 1 en 2. Dit brengt ook weer nieuwe situaties en vraagstukken met zich mee. Zo lopen we ook regelmatig tegen nieuwe inzichten aan die aanleiding geven het beleid te herzien.
In 2018 is het NAF-beleid vastgesteld, wat ook een belangrijk instrument bood voor de legalisatie en omschakelmogelijkheden in het buitengebied. Nu, 4 jaar later, blijken sommige van die beleidsuitgangspunten enige nuance te behoeven. Evalueren doen wij graag samen met de raad. Daarom heeft op 16 februari 2022 een informele raadsavond plaatsgevonden waarbij gepraat is over verschillende van bovenstaande zaken. De input die wij deze avond hebben opgehaald is meegenomen in dit document en vormt de basis voor de voorgestelde beleidswijzigingen. 2/27
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk kijken we terug op de vorige evaluatie en welke verbetervoorstellen toen zijn gedaan. Hoe hebben deze sindsdien uitgepakt? Tevens vermelden we hier de andere aanpassingen die zijn gedaan sinds de vorige evaluatie. In hoofdstuk 3 lichten wij de ervaringen toe uit Deelgebied 3 en 4 en doen wij tevens nieuwe procesvoorstellen en beleidsvoorstellen. Vervolgens leest u in hoofdstuk 4 over de planning. Hoe verliep die in voorgaande deelgebieden en wat is de planning voor deelgebied 4 t/m 7? Daarbij doen we tevens een voorstel voor het proces na Deelgebied 7. Het eindigt namelijk niet na een eenmalige nul-meting. In hoofdstuk 5 en 6 leest u ten slotte over de financiën en de risicio’s.
2.
Vorige evaluatie november 2019
In 2019 heeft de vorige evaluatie van dit project plaatsgevonden. Daarbij is in november een evaluatierapport vastgesteld door de raad. Tijdens die evaluatie is zelfs een SWOT-analyse uitgevoerd om te analyseren of de toegepaste werkwijze nog wenselijk was. Uit die analyse kwam het voorstel om op dezelfde voet verder te gaan. Heel beknopt gezegd betekende dat, dat de huidige werkwijze weliswaar veel tijd en geld kost, maar dat dit wél het gewenste resultaat heeft waar we met z’n allen voor willen gaan. Daarbij zijn wel de nodige voorstellen gedaan om die werkwijze verder te optimaliseren. Die verbeterpunten worden hieronder toegelicht en meteen beoordeeld. Zo krijgen we inzicht of deze punten het proces daadwerkelijk hebben verbeterd.
2.1.
Beoordeling verbeterpunten 2019
2.1.1. Standaard controlerapport en toekomstplannen opnemen
Om de rapporten van de wooninspecties en de bedrijfscontroles op een goede manier te kunnen gebruiken in het bestemmingsplanproces, is het nodig dat deze de juiste informatie bevatten. Juist de informatie over of het geldende bestemmingsplan in overeenstemming is met de feitelijke situatie is van belang. Denk daarbij aan aspecten zoals oppervlakte van bebouwing, bouwhoogte, situering van gebouwen, gebruik van gebouwen en gronden, enzovoorts. Er is daarom een standaardrapport ontwikkeld, aan de hand waarvan zowel de wooncontroles en de bedrijfscontroles worden uitgevoerd. Op deze manier weten wij zeker dat we de juiste informatie krijgen en dat er een goede basis ligt om eventueel een vervolggesprek aan te gaan. Dit leidt tot een kwaliteitsverbetering van de uit te voeren controles.
Toekomstplannen zijn standaard onderdeel geworden van de controlerapporten. Op die manier wordt in een vroeg stadium duidelijk wanneer iemand iets wil. Het kan uiteraard zo zijn dat het antwoord op de vraag naar toekomstplannen nog niet helder is, maar mensen worden op die manier wel aan het denken gezet.
Evaluatie: De gestandaardiseerde controlerapporten worden nog steeds gebruikt. Ze helpen om direct de juiste informatie te verkrijgen en op basis daarvan conclusies te trekken. Dit zorgt voor een zorgvuldige en snelle behandeling van dossiers. De controlerapporten worden altijd opgestuurd naar bewoners ter controle. Uit het controlerapport is ook de berekening of uitsplitsing van vergunde en niet vergunde bijgebouwen op te maken.
3/27
2.1.2. Controles woonbestemmingen In Deelgebied 3 heeft een eerste pilot plaatsgevonden waarbij Ordito enkele woonbestemmingen heeft gecontroleerd. Dit is goed bevallen en sinds Deelgebied 4 worden de woonbestemmingen dan ook gecontroleerd door Ordito. Eerder werd dit door een ander bureau gedaan en zorgde Ordito voor de bestemmingsplanherziening. Evaluatie: Het beleggen van de controles bij Ordito draagt bij aan een sneller en zorgvuldiger proces. Indien zaken onduidelijk zijn in een controlerapport kan makkelijker worden geschakeld binnen hetzelfde team. De kwaliteit van de controles is goed. 2.1.3. Opstellen bestemmingsplan Hetzelfde geldt voor het opstellen van het bestemmingsplan. Ook dit is sinds Deelgebied 3 volledig belegd bij Ordito. Zij hebben hun eigen tekenaar in dienst die de verbeelding van het bestemmingsplan opstelt. Evaluatie: Dit neemt werkdruk weg bij het reguliere team van de gemeente en draagt bij aan betere en efficiëntere afstemming. 2.1.4. Team Toezicht en Handhaving toevoegen aan werkgroep Sinds Deelgebied 3 heeft een medewerker van team Toezicht en Handhaving zitting in de werkgroep. Dit om team Handhaving in een vroeg stadium te betrekken. Zij doen de follow-up voor de dossiers die niet gelegaliseerd kunnen worden. Evaluatie: de afstemming tussen legalisatie en handhaving is verbeterd.
Dit is wel met ups en downs gegaan door enkele wisselingen in het personeel. Op dit moment wordt er goed samengewerkt en is de medewerker Handhaving zeer actief in het aanschrijven van handhavingsdossiers in Deelgebieden 1 en 2. Deelgebied 3 volgt nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. 2.1.5. Ieder adres documenteren in zaaksysteem De rapporten en alle overige relevante documenten worden per adres in ons zaaksysteem Djuma opgeslagen. Op die manier ontstaat een uitgebreid dossier, waar iedereen binnen de organisatie zijn of haar voordeel mee kan doen als er iets speelt op een bepaalde locatie. De opgebouwde kennis vloeit terug de organisatie in op deze wijze. Evaluatie: Het documenteren per adres in het zaaksysteem gaat goed maar vergt de nodige discipline. Sinds Deelgebied 4 wordt gewerkt met behandelformulieren. Dit behandelformulier is een memo met daarin de belangrijkste informatie per locatiedossier. Op die manier kunnen we nu maar ook in de toekomst makkelijk zien wat de stand van zaken is op een locatie. 2.1.6. Minder keukentafelgesprekken In 2019 is voorgesteld niet overal een keukentafelgesprek te voeren om het proces efficiënter te maken. Er zijn namelijk ook kleinere strijdigheden, waar een telefoontje of een brief volstaat. Mochten er hieruit nadere vragen voortvloeien of iemand heeft toch behoefte aan een gesprek, dan
4/27
zijn we daartoe uiteraard bereid. Een makkelijker keukentafelgesprek wordt door één medewerker gevoerd en niet met zijn tweeën. Evaluatie: In deelgebied 3 en 4 zijn niet standaard keukentafelgesprekken gevoerd. In plaats daarvan is tijdens het controlebezoek alvast informatie gegeven over eventuele strijdigheden en legalisatiemogelijkheden. Het initiatief werd nadrukkelijk bij de bewoners neergelegd om aan te geven of er behoefte was aan overleg. Vooral in Deelgebied 4 lijkt dit niet goed te zijn gegaan. Veel mensen hebben zelf geen actie ondernomen na het controlebezoek en de daaropvolgende brief met controlerapport. Pas nadat een aanvullende brief is verstuurd eind 2021 hebben veel mensen alsnog een overleg aangevraagd. Deze afwachtende houding kan ook te maken hebben met het feit dat er geen informatieavond is gehouden. Ook hebben wij het signaal ter oren gekregen dat de toelichting tijdens het controlebezoek vaak contraproductief is. Men krijgt dan namelijk geen volledige en inhoudelijke uiteenzetting van de legalisatiemogelijkheden zoals men wel bij de latere brief ontvangt. Dit zorgt soms voor onduidelijkheid en onrust bij de mensen. In het vervolg kan worden overwogen geen toelichting te geven over de legalisatiemogelijkheden tijdens het controlebezoek maar zich te beperken tot de toelichting over eventuele strijdigheden. 2.1.7.
Extra brieven weigeraars In 2019 werd aangegeven dat er werd gestart met het verzenden van ‘bombrieven’ in deelgebied 2. De ervaring leerde dat dit resultaat heeft. Met het overgrote deel van de oorspronkelijke weigeraars, zijn we naar aanleiding van de brief weer in gesprek geraakt. Evaluatie: Deze zogeheten ‘bombrieven’ zijn uiteindelijk niet verstuurd in Deelgebied 3 en 4. Vanwege de eerder genoemde efficiëntieslag die we wilde maken is besloten geen extra tijd te steken in extra aanmaningen in de vorm van deze brief. Wel is in deelgebied 4 een aanvullende brief verstuurd eind 2021 als reactie op de ontstane ophef in het gebied. Deze brief had ook het effect dat veel bewoners alsnog het overleg aangingen om tot een oplossing te komen. 2.1.8. Strakke planning afstemmen met adviseurs We communiceren op voorhand een planning met de adviseurs en houden ze daar ook aan. Wanneer ondernemers of burgers toch behoefte hebben aan meer bedenktijd of hun plan is niet tijdig klaar, dan wordt het doorgeschoven naar een volgende veegronde. Evaluatie: In deelgebied 3 is de afstemming met adviseurs goed verlopen en hebben we een strakke planning kunnen halen. In deelgebied 4 liep dit iets anders. Dit heeft grotendeels te maken met de onrust die in dit deelgebied ontstond.
Dit had als gevolg dat onze planning ook verschoof en een groot deel van de werkzaamheden naar een later stadium in het proces werd verschoven. Zo heeft nog veel overleg en afstemming plaatsgevonden tussen het voorontwerp en het ontwerp bestemmingsplan. De is ook ten koste gegaan van het hanteren van een strakke planning richting adviseurs. In volgende deelgebieden wordt weer gepoogd een goede planning aan te houden voor ieders duidelijkheid. 2.1.9. Gemeente medewerker mee met controle ODZOB In 2019 is voorgesteld een beleidsmedewerker mee te sturen met de controle van bedrijfslocaties. Deze bedrijfslocaties en agrarische bedrijfslocaties worden gecontroleerd door de ODZOB. De
5/27
beleidsmedewerker kon dan ook meteen het gesprek voeren over de toekomstwensen van de bewoners. Op die manier worden ondernemers nóg eerder in het proces aan het denken gezet. Evaluatie: Als gevolg van dit verbeterpunt is er bij enkele locaties een proef gedaan om een beleidsmedewerker mee te sturen met een controle. Uiteindelijk bleek dit erg tijdsintensief en is dit in het vervolg losgelaten. Ook omdat de controles van de ODZOB werden stilgezet (zie hieronder 2.1.10) en vanwege de beperkende maatregelen rondom corona. 2.1.10.Temporiseren controles ODZOB In 2019 is voorgesteld om de controles van de ODZOB voor de deelgebieden 5 en verder te temporiseren. De ODZOB voert 60 controles per jaar uit en begon te ver op de troepen vooruit te lopen. Dit bracht het risico met zich mee dat pas een jaar na de controle een brief verstuurd zou worden met de constateringen en een eventueel legalisatievoorstel. In een jaar tijd kon echter veel veranderen en dus ook de controle achterhaald raken. Evaluatie: Vanaf 2019 zijn de controles van de ODZOB voor deelgebied 5 en verder on hold gezet. Dit had tevens te maken met het uitbreken van de pandemie en de beperkingen die dit met zich meebracht voor bezoek aan huis. We wilden daarmee voorkomen dat de controles te ver op de troepen vooruit zouden lopen.
2.1.11.Voorbereiding Omgevingswet De controles zorgen er ook voor dat we een goed beeld hebben van ons buitengebied en inzichtelijk hebben wat er speelt. Dit kan een belangrijk startpunt vormen voor de omgevingsvisie die als onderdeel van de nieuwe Omgevingswet wordt opgesteld. Evaluatie: Het actualiseren van het bestemmingsplan Buitengebied draagt inderdaad bij aan inzicht in ons buitengebied. Dat blijkt vaak ook tijdens overleggen met provincie en andere gemeenten over de transitie van het landelijk gebied. Dit inzicht kan zowel belangrijk zijn voor de op te stellen Omgevingsvisie als voor het actueel houden van beleid. 2.1.12.Standaard set planregels In 2019 is voorgesteld om een standaard set planregels op te nemen voor de Deelgebiedplannen. Deze standaard set is toegepast in deelgebied 3 en 4 en komt natuurlijk grotendeels overeen met de regels uit deelgebied 2. Deze standaard set dient de uniformiteit en het overleg met de provincie te bevorderen. Evaluatie: De standaard set planregels maakt het opstellen van het bestemmingsplan makkelijker. Enkel wanneer zich specifieke situaties voordoen in een deelgebied wordt hiervoor aanvullende aanduidingen of regels opgenomen. Het overleg met de provincie lijkt hier echter niet door bevorderd te worden gezien de vooroverlegreactie op Deelgebied 4.
Hierin werden bepaalde ontheffingsmogelijkheden ter discussie gesteld die echter al zijn opgenomen in Deelgebied 2 en/of 3. Deze gang van zaken heeft ook te maken met de personeelswisselingen, ook bij de provincie.
6/27
3.
3.1
Ervaringen deelgebied 3 en 4
Cijfers deelgebied 3
Sinds de vorige evaluatie zijn bestemmingsplan Deelgebied 2 en Deelgebied 3 vastgesteld. In navolging van de vorige evaluatie worden hieronder de cijfers gegeven. Daarbij wordt dezelfde systematiek aangehouden. Zo krijgen we een goed overzicht hoe de verschillende resultaten van de deelgebieden zich tot elkaar verhouden; en kunnen we het proces enigszins kwantificeren.
Deelgebied 3: 214 locaties 1 Totaal deelgebied 1t/m3: 634
Strijdig: 146 Totaal: 410
In overleg : 14 (9%)
Totaal: 31
Opgelost: 119 (82%)
Totaal: 360
Weigeraars: 13 (9%)
Totaal: 19
Figuur 1 Overzicht strijdige locaties deelgebied 3 ten opzichte van totaal (deelgebied 1 t/m3)
Bij
het opstellen van bovenstaande figuur hebben we aangesloten bij de systematiek zoals bij de vorige evaluatie gehanteerd voor het duiden van de getallen. Daarbij willen we wel nadere toelichting geven op de kwalificaties omdat van belang is wat we met “In overleg” en “Opgelost” bedoelen. Strijdig: op deze locaties is op basis van het controlerapport een strijdigheid met het bestemmingsplan geconstateerd. De overige locaties waren dus niet in strijd met de bestemming. In overleg: op deze locaties zijn nog plannen in ontwikkeling waardoor deze niet tijdig konden worden meegenomen in het deelgebiedplan. Deze locaties zijn of worden opgenomen in een veegplan. Opgelost: onder deze locaties vallen de volgende situaties, zoals ook gehanteerd in deelgebied 1 en 2:
Locaties waarvoor het bestemmingsplan is aangepast;
Locaties die hun strijdigheid hebben opgeheven;
Locaties die niet hebben gereageerd op de brief en waarvan dus wordt aangenomen dat ze de consequentie (handhaving) accepteren;
Locaties waarvan de strijdigheden deels op te lossen zijn en deels niet. Het gedeelte dat kan worden gelegaliseerd is opgelost, het overige deel is overgedragen aan handhaving. 7/27
Weigeraars: deze locaties hebben expliciet aangegeven de geboden oplossing niet te accepteren of hebben beroep aangetekend. Ook locaties die in afwachting zijn van nieuw beleid worden hieronder geschaard. Deelgebied
Aantal
Inspraak en
Percentag
vooroverleg
e
120
17
14 %
12
10 %
300
27
9%
37
12 %
206
14
7%
14
7%
175
54
30 %
n.b.
n.b.
locaties Deelgebied
1
Zienswijzen
Percentag e
1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Deelgebied 4 Uit bovenstaande getallen kunnen we opmaken dat tot en met deelgebied 3 er relatief steeds minder zienswijzen werden ingediend per deelgebied. Daaruit zou kunnen worden opgemaakt dat steeds minder mensen ontevreden waren met de geboden oplossing. Vanaf deelgebied 4 is deze trend echter omgeslagen. Dit hoeft niet te beteken dat bewoners in deelgebied 4 ontevredener waren. Mogelijk is men hier meer betrokken bij het proces. In principe is het ook iets positiefs als men gebruik maakt van de inspraakreactie om hun standpunt duidelijk te maken. Dat zorgt voor een zorgvuldig proces van hoor en wederhoor waarop de wettelijke procedures zijn ingericht. In de volgende paragraaf lichten wij de ervaringen in deelgebied 4 nader toe.
3.2
Ervaringen deelgebied 4
Begin 2021 is gestart met deelgebied 4. In de eerste maanden van dat jaar gold een strenge lockdown in Nederland. Daarom is besloten de gebruikelijke informatieavond te annuleren. Toen is de inschatting gemaakt dat men ook aanvullend geïnformeerd kon worden tijdens de controlebezoeken. Vanaf maart hebben de controles voor de woonbestemmingen plaatsgevonden. Tijdens de controles werd door de toezichthouders al de nodige weerstand ervaren bij bewoners. Na de controles zijn in de periode juni tot augustus de controlerapporten met begeleidende brief opgeleverd en verstuurd. In oktober is via de nieuwsbrief en later ook ’t Contact bekend gemaakt dat het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage zou gaan. In deze periode, oktober/november, werd duidelijk dat er veel onvrede was ontstaan onder de bewoners van het Deelgebied. Zo werd in november een petitie ingediend bij de raad waarin werd gesteld dat men het niet eens was met de gang van zaken rondom het proces. Uit de petitie, maar ook uit enkele overleggen, werd duidelijk dat de taal van de brieven vaak als bedreigend en onnodig juridisch werd ervaren. Zo werd gesproken over strijdigheden en handhaving wat bij veel mensen als directe aankondiging tot handhaving werd geïnterpreteerd. Daarnaast werd duidelijk dat er veel onbegrip heerste over de aanleiding en de achtergrond van het proces.
Men was boos dat de gemeente na zoveel jaren plotseling kwam controleren en daarbij de strijdigheden nauwkeurig in kaart bracht.
1
Locaties zijn zowel adressen als (bijvoorbeeld) losse agrarische percelen. 8/27
Als gevolg van deze onvrede is besloten een extra brief te versturen naar de bewoners van deelgebied 4. Hierin werd aangegeven de ophef te betreuren en er werd erkend dat de communicatie op enkele vlakken beter had gekund. Ook werd de aankondiging gedaan dat er alsnog een informatieavond georganiseerd zou worden. En de termijn voor het indienen van een inspraakreactie werd verlengd met twee weken. De bewoners werden daarbij uitgenodigd alsnog een inspraakreactie in te dienen of een overleg aan te vragen. Uiteindelijk werden 50 inspraakreacties ingediend door de bewoners (plus 4 vooroverlegreacties van ketenpartners). Dat is een hoger aantal dan in de voorgaande deelgebieden. Deze inspraakreacties hebben wij verwerkt en waar dit werd verzocht zijn we in overleg getreden met bewoners. Uiteindelijk zijn voorafgaand aan de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan alle schriftelijke antwoorden op de inspraakreacties per post verzonden. Men werd daarbij ook gewezen op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen indien men het gevoel had onvoldoende gehoord te zijn. In hoe verre we erin geslaagd zijn om de onvrede weg te nemen zal wellicht blijken uit het aantal zienswijzen dat wordt ingediend. Indien dit aantal wezenlijk lager is dan de 50 inspraakreacties hebben de overleggen en antwoorden wellicht bijgedragen aan een oplossing of meer begrip.
3.3
Voorstellen ter verbetering van het proces
Zoals gezegd blijven we leren in dit proces. Om het proces voor de komende jaren verder te verbeteren doen wij de volgende voorstellen, onderverdeeld in communicatie en organisatie.
3.3.1
Communicatie
Zoals ook onder 2.1.6 toegelicht ontstaat er soms wat onduidelijkheid omdat er tijdens het controlebezoek al toelichting wordt gegeven op de legalisatiemogelijkheden. De medewerker schetst dan op basis van de eerste constateringen wat oplossingsmogelijkheden. Daarbij wordt bijvoorbeeld toelichting gegeven op de Sloopbank of het aanvragen van een ontheffing. Omdat dit mondeling gebeurt wil er nog weleens wat ruis of onduidelijkheid ontstaan. Met onrust of onbegrip van bewoners tot gevolg. Daarom is het beter om pas met een gedegen legalisatievoorstel te komen op het moment dat het controlerapport is opgeleverd. Dan hebben we ook de tijd om alle feiten op een rij te zetten en kan een zorgvuldig voorstel worden opgeschreven. Op basis van dit voorstel kan de bewoner dan actie ondernemen door bijvoorbeeld een adviseur in te schakelen. Vreemd genoeg is nooit het idee opgepakt om informatie over het project te ontsluiten via een website. Bewoners krijgen veel informatie over het hoe en waarom van dit project maar ook over beleidsstukken en planningen. Om de vindbaarheid van informatie te vergroten zijn we daarom bezig een eigen pagina in te richten op de gemeentewebsite. De bedoeling is om daar de achtergrond van het project, beleidsstukken, planning en veelgestelde vragen te ontsluiten. Bij controlebezoeken of telefoongesprekken kan dan makkelijk worden verwezen naar deze webpagina.
Zo hopen we de communicatie te verbeteren en vooral ook laagdrempeliger te maken. Uit de onvrede in Deelgebied 4 en de evaluatie met de raad bleek dat het taalgebruik in onze brieven nog vaak te juridisch en ambtelijk werd ervaren. Men schrok nog wel eens van termen als illegaal en handhaving. Hoewel we niet ontkomen om deze consequenties te benoemen beseffen 9/27
we ons dat de manier van schrijven toegankelijker kan. Daarom is ook team Communicatie dichter betrokken bij dit proces en kijken en denken zij met ons mee. Veel brieven worden ook door hen geredigeerd. Op deze manier hopen we dat de communicatie vanaf Deelgebied 5 wezenlijk verbetert. Ook is het idee opgepakt om een flyer op te stellen met daarin de belangrijkste informatie over het proces. Deze flyer kan worden achtergelaten bij de bewoners zodat zij snel de juiste informatie bij de hand hebben. 3.3.2
Organisatie
Vanwege verschillende redenen is de planning uit de evaluatie van 2019 aangepast. Hierover leest u meer in hoofdstuk 5. Tijdens de raadsavond van 16 februari 2022 is door de raadsleden ook het signaal afgegeven dat zorgvuldigheid boven een strakke planning moet gaan. Daarom grijpen we dit evaluatiemoment aan om een nieuwe planning voor te leggen. Deze planning is ook afgestemd met de Omgevingsdienst die voor ons de bedrijfscontroles verrichten. De nieuwe totaalplanning loopt zes maanden uit ten opzichte van de oude. Waar de oude planning het project liet eindigen in september 2025 is de einddatum nu verplaatst naar maart 2026. Sinds de vorige evaluatie is gekozen om team Toezicht en Handhaving nader te betrekken bij het proces. Zoals te lezen onder 2.1.4 heeft dit een positief effect op het resultaat. Bij het onderzoek naar legalisatiemogelijkheden is er echter ook veel afstemming met team Vergunningen. Zij zijn namelijk degenen die na de beoordeling van de situatie de daadwerkelijke vergunning verlenen ten behoeve van legalisatie van een bijgebouw. Deze afstemming verliep niet altijd optimaal omdat de collega’s van Vergunningen aan de voorkant niet betrokken waren bij de afweging om iets wel of niet te legaliseren. En later bleken hun uitgangspunten niet altijd overeen te komen met de uitgangspunten zoals gehanteerd door de werkgroep.
Om dit te stroomlijnen is sinds kort de afweging gemaakt een collega van Vergunningen te betrekken in de werkgroep. Zo worden de afwegingen in de werkgroep breder gedragen binnen de organisatie. Ook is hierdoor meer inzicht op de werkvoorraad die voortkomt uit het deelgebiedenproces voor team Vergunningen.
3.4
Voorstellen ter verbetering van het beleid
3.4.1
Buitenopslag
Tijdens de controles wordt zowel bij woonbestemmingen als bij bedrijfsbestemmingen gecontroleerd op buitenopslag. Op basis van artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening dient opslag en stalling in gebouwen plaats te vinden. In het gemeentelijk NAF-beleid (vastgesteld 2018) wordt expliciet aangegeven dat buitenopslag voor bedrijvigheid niet is toegestaan omdat dit ten koste van de ruimtelijke kwaliteit gaat. In de gebruiksregels van de Deelgebied bestemmingsplannen is (buiten)opslag, stort of lozing daarom expliciet uitgesloten. Uit de reacties van bewoners blijkt veelal onbegrip te bestaan over het niet toestaan van buitenopslag. In de praktijk blijkt ook een grote variatie in de aard en omvang van buitenopslag. Soms gaat het om een stapeltje dakpannen naast een bijgebouw, soms gaat het om volledige stellages met bouwmaterialen of het bewaren van een of meerdere autowrakken. Vanuit de werkgroep bestaat er wat ongemakkelijkheid over het beoordelen van deze buitenopslag. Iedereen heeft, om het populair te zeggen, ‘recht op zijn eigen rommel’. Het moet echter niet ontsierend gaan werken voor het buitengebied. Zie ter illustratie de volgende twee collages waarbij 10/27
geprobeerd is om een onderscheid te maken tussen enerzijds marginale buitenopslag en anderzijds ontsierende buitenopslag.
Figuur 2 – Niet kwalijke opslag
Figuur 3 – Kwalijke opslag
We zijn na gaan denken hoe om te gaan met de beoordeling van buitenopslag. Het nader definiëren van het begrip kan subjectiviteit wegnemen. Echter blijkt dit lastig. Wanneer we in de definitie bijvoorbeeld een koppeling maken met het aantasten van ruimtelijke kwaliteit blijf je vervolgens achter met de vraag: wie bepaalt of hoe bepaal je of de ruimtelijke kwaliteit overmatig wordt aangetast? Wanneer we in de definitie een kwantitatieve maat opnemen, bijvoorbeeld maximaal 3 11/27
m3, halen we onszelf veel extra meetwerk op de hals. Bovendien, hoe ga je verspreid liggende onderdelen van buitenopslag in kaart brengen? En is het een net zo ontsierend als het ander? Kortom: bij het beoordelen van buitenopslag ontkom je niet aan een stukje subjectiviteit. Voorgesteld wordt daarom om de afweging te beleggen bij het werkoverleg. Door gezamenlijk situaties te bespreken kan een rode lijn worden gehanteerd bij de beoordeling. Bovendien voorkom je dat één persoon, bijvoorbeeld de toezichthouder, deze subjectieve afweging maakt. Bij de controle dient alle buitenopslag inzichtelijk te worden gemaakt, ook met foto’s. Vervolgens is het aan het werkoverleg om op basis van bovenstaande impressies een onderscheid te maken in kwalijke en niet kwalijke buitenopslag. Enkel in geval van kwalijke opslag zal worden gehandhaafd. In geval van niet kwalijke of marginale opslag wordt aan de bewoners de opmerking meegegeven de situatie niet te laten verergeren. Daarmee wordt dus ook een nul-situatie opgetekend waarop later kan worden teruggegrepen indien de situatie verslechterd.
Uitgangspunten: -
Buitenopslag blijft niet toegestaan maar gezocht wordt naar een praktische en realistische omgangsvorm.
-
Buitenopslag wordt voortaan beoordeeld als kwalijke of niet kwalijke buitenopslag.
-
Om dit onderscheid te maken worden de impressies onder figuur 2 en 3 gebruikt als afwegingsgrond.
-
De werkgroep maakt deze afweging nadat bij de controle alle buitenopslag inzichtelijk is gemaakt, ondersteund door foto’s.
-
In geval van niet kwalijke buitenopslag wordt in de begeleidende brief bij het controlerapport een opmerking gemaakt dat de buitenopslag niet is toegestaan en niet moet verergeren. Er worden geen stappen gezet tot handhaving zolang de situatie niet verergerd.
-
In geval van kwalijke buitenopslag wordt in de begeleidende brief bij het controlerapport gesteld dat de buitenopslag niet is toegestaan en dient te worden verwijderd. Indien dit niet gebeurd zal na de hercontrole hierop worden gehandhaafd.
-
Deze uitgangspunten zullen ook met terugwerkende kracht gelden voor de voorgaande deelgebieden. Team Handhaving zal dit toepassen bij de hercontroles en handhavingsdossiers.
3.4.2
Wonen Plus
Sinds de vaststelling van het NAF-beleid in 2018 maken we gebruik van het zogeheten Wonen-Plus. Deze aanduiding bij de woonbestemming biedt de mogelijkheid een kleinschalig bedrijfje aan huis te voeren. De definitie uit het NAF-beleid komt overeen met de definitie in de bestemmingsplannen en luidt als volgt: 1.171 wonen plus: het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij 12/27
behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden terwijl aan huis de organisatorische activiteiten en activiteiten zoals opslag van materialen en stalling van voertuigen plaatsvinden. Deze aanvulling op de woonbestemming was ooit bedoeld om kleinschalige bedrijfjes in het buitengebied te faciliteren. Het idee hierachter was dat deze bedrijven zich zouden verplaatsen naar het bedrijventerrein op het moment dat ze uit hun jasje groeien. In de praktijk levert Wonen-Plus regelmatig discussie op, en dan met name de laatste zin van de definitie. Bij de controle van een woonbestemming wordt regelmatig geconstateerd dat er een bedrijf is gevestigd. In veel gevallen zijn dit namelijk ZZP’ers die zijn ingeschreven bij de KvK, een eigen busje hebben en op locatie, vaak een bouwlocatie, werken. Denk daarbij aan de elektricien of installateur die zichzelf laat inhuren door aannemers. Meer dan een busje en wat gereedschap hebben ze in de praktijk vaak niet. Maar op basis van de definitie, en met name de laatste zin, worden ze expliciet onder Wonen-Plus geschaard. Dit betekent dat deze mensen in strijd met het bestemmingsplan zitten en verplicht zijn hun bestemming te wijzigen naar Wonen-Plus.
De vraag is echter of dit niet zijn doel voorbij schiet. In wezen verschillen deze situaties vaak niet van de ambtenaar of leraar die ’s ochtends zijn tas meeneemt, in de auto stapt en die naar zijn of haar werklocatie rijdt. Bovendien zitten dit soort ZZP-ers ook binnen de bebouwde kom zonder dat zij direct verplicht worden hun bestemming te wijzigen of te verhuizen. Je zou kunnen stellen dat het pas ruimtelijk relevant is om deze ZZP-ers naar een andere bestemming te verbannen op het moment dat men bedrijfsactiviteiten aan huis heeft. Of wanneer bijvoorbeeld de organisatorische werkzaamheden van het bedrijf een dermate impact hebben op de directe omgeving. Bovendien, mogelijk zijn ZZP-ers een tijdelijk fenomeen op de arbeidsmarkt. Stel dat het over 10 jaar weer meer gebruikelijk is dat men in vaste dienst treed bij een werkgever. Dan hebben wij na controles de nodige bestemmingen gewijzigd naar Wonen-Plus terwijl er in de praktijk nog weinig behoefte aan is. Men heeft dan echter wel de planologische rechten om op allerlei plekken in het buitengebied een bedrijfje te beginnen.
Naar een alternatieve definitie Om te voorkomen dat mensen op kosten worden gejaagd voor een bestemmingsplanwijziging naar Wonen-Plus en om te voorkomen dat we in de toekomst te veel planologische ruimte hebben weggeven voor bedrijvigheid in het buitengebied stellen we voor de definitie voor Wonen-Plus aan te passen. Dit doen we door de laatste zin van de definitie aan te passen en deels te laten vervallen: wonen plus: het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie
13/27
plaatsvinden en waarbij thuis meer dan 100 m2 van de bebouwing wordt gebruikt voor stalling en opslag ten behoeve van de bedrijfsvoering. Met deze aanpassing worden de volgende zaken geregeld: 1.
Kleinschalige bedrijvigheid aan huis zoals een werkplaats voor las- of timmerwerkzaamheden valt binnen de definitie Wonen-Plus.
2.
ZZP-ers of bedrijfjes die hun werkzaamheden elders uitvoeren maar een ruimtebeslag hebben van meer dan 100 m2 binnen hun bebouwing vallen binnen de definitie WonenPlus. Dit sluit ook aan bij de afweging uit het NAF-beleid om statische opslag bij woonbestemmingen onder Wonen-Plus te scharen.
3.
ZZP-ers die hun werkzaamheden elders uitvoeren en minimaal ruimtebeslag hebben van minder dan 100 m2 van hun bebouwing vallen niet langer binnen Wonen-Plus en worden toegestaan binnen een woonbestemming. Daarmee stel je dit soort ondernemers gelijk aan de ZZP-ers binnen de bebouwde kom aangezien deze bestemmingplanmatig maximaal 100 m2 aan bijgebouw mogen hebben2.
Uitgangspunten: -
In de praktijk bleek het fenomeen Wonen-Plus te nauw of te streng gedefinieerd. De definitie wordt daarom aangepast naar de definitie zoals hierboven gesteld.
-
Hiermee vallen ZZP-ers of bedrijfjes die hun werkzaamheden elders uitvoeren en tevens maximaal 100 m2 van hun bebouwing gebruiken ten behoeve van de stalling en opslag van busjes en materiaal, buiten de definitie voor Wonen-Plus.
-
Deze definitie zal worden aangepast in de bestemmingsplannen voor Deelgebied 4 en verder.
-
De locaties die in Deelgebied 1 t/m 3 als strijdig zijn aangeduid vanwege de voorgaande definitie van Wonen-Plus zullen met terugwerkende kracht opnieuw worden beoordeeld. Als deze locaties onder de nieuwe definitie niet langer worden aangemerkt als WonenPlus zullen zij hiervan schriftelijk op de hoogte worden gesteld.
3.4.3
Sloopbonusregeling
Reeds in 2016 is de Sloopbank in het leven geroepen. Deze Sloopbank moest samen met een slooplening en sloopsubsidie instrumenten bieden om de ‘ontstening’ in het buitengebied te stimuleren. De eerste jaren was de Sloopbank dan ook een succes. In totaal is zo’n 8.655 m 2 aan stallen gesloopt. Deze zogeheten sloopmeters zijn vervolgens verkocht aan particulieren of bedrijven in het buitengebied die gebruik wilde maken van de sloopbonusregeling om bijvoorbeeld extra oppervlakte bijgebouw te kunnen oprichten. Hierover heen ging dan echter wel een sloopfactor om te zorgen dat er per saldo meer vierkante meters uit het buitengebied verdwenen. Sinds 2019 bleek deze Sloopbank echter regelmatig leeg te blijven. Men kan stellen dat het instrument aan haar eigen succes ten onder is gegaan of dat mogelijk het ‘laaghangende fruit’ van oude stallen reeds was geplukt. Hoe dan ook, het aanbod van sloopmeters kon niet meer voldoen aan de vraag om op te plussen. 2
Afhankelijk van perceelsgrootte.
14/27
Dit had vooral een vervelend effect op het proces voor de actualisatie bestemmingsplan buitengebied. Daar werd namelijk regelmatig geconstateerd dat bewoners een overschot aan illegale bijgebouwen hadden. Om deze te kunnen legaliseren waren ze afhankelijk van de sloopbonusregeling en dus het aanbod uit de Sloopbank. En ondanks enkele pogingen om de Sloopbank extra onder de aandacht te brengen leverde dit geen extra sloop van stallen op. Tijdens de evaluatie van de Landschapsinvesteringsregeling (LIR, zie kader) in 2019-2020 werd daarom voorgesteld om de LIR in te zetten als alternatief voor de Sloopbank. Wanneer de Sloopbank leeg zou zijn had men dan de mogelijkheid om via de LIR op te plussen. Men moest dan een tegenprestatie leveren bijvoorbeeld in de vorm van landschappelijke inpassing. Een extra vierkante meter bijgebouw kreeg een geldelijke waarde toegekend op basis waarvan ook de tegenprestatie kon worden berekend. Zo bleef er ook binnen het deelgebiedenproces de mogelijkheid om illegale bijgebouwen te legaliseren. Sinds Deelgebied 3 is daarom expliciet in de bestemmingsplanregels opgenomen dat men met de Sloopbank en/of de LIR kan opplussen. De LIR kan enkel worden ingezet als er geen meters in de Sloopbank beschikbaar zijn. Gaandeweg blijken er echter de nodige praktische en beleidsmatige bezwaren op te poppen.
In de uitvoering blijkt de LIR een moeilijk te toetsen instrument en
LIR In 2018 is de eerste versie van de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) door het college vastgesteld. Deze bevoegdheid ligt bij het college vanwege het feit dat het om een beleidsregel gaat, oftewel de nadere uitwerking van, in dit geval, provinciaal beleid. De provincie heeft in haar verordening bepaald onder artikel 3.9, lid 1 dat:
Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
De LIR voorziet in een categorieindeling van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Per categorie wordt bepaald wat de omvang van de tegenprestatie dient te zijn. Er zijn 3 categorieën waarbij de zwaarste categorie voorziet in een berekening van de tegenprestatie. Deze tegenprestatie kan bestaan uit bijvoorbeeld extra landschappelijke inpassing, natuurontwikkeling, in stand houden van cultuurhistorische waarden of het slopen van bebouwing.
daarnaast werd de vraag opgeworpen of de LIR niet juist verstening van het buitengebied in de hand werkte. Hieronder is een overzicht gegeven van de voor en tegens van het toepassen van de LIR als alternatief op de Sloopbank.
15/27
+
-
Mogelijkheid tot legaliseren situaties in Deelgebieden
Buitengebied ‘ontsteent’ niet
Tegenprestatie in de vorm van inpassing of (in een uiterst geval) storting BIO-fonds
‘Betalingsplanologie’: burger met meer middelen kan meer bouwrechten kopen3.
Mogelijkheid tot ontwikkelruimte voor burgers
Ondermijnt de Sloopbank
Alternatief voor Sloopbank, wanneer deze leeg is
BIO-fonds raakt verder vol zonder concrete projecten
Situaties op te lossen die anders zullen worden doorgeleid naar Handhaving (voorkomt forse toename capaciteit Handhaving)
Enigszins toename capaciteit Handhaving nodig door controles op landschappelijke inpassingsplichten
Deze situatie is ook besproken tijdens de raadsavond op 16 februari 2022. Toen gingen verschillende stemmen op om te onderzoeken of we als gemeente een meer actieve rol kunnen nemen in de ontstening. Daarbij kan gedacht worden aan het actief opkopen van oude stallen om de Sloopbank te vullen. Eventueel kunnen daar de gelden in het BIO-fonds voor aangewend worden. Er was vooral ook draagvlak om de Sloopbank en de LIR nog eens goed te evalueren. Daarvoor is echter meer tijd nodig. Daarom wordt voorgesteld deze evaluatie onderdeel te laten uitmaken van de evaluatie van het Beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied. Zowel de Sloopbank als de Landschapsinvesteringsregeling hebben ten slotte raakvlakken met de beeldkwaliteit van ons buitengebied. Om de uitvoeringsproblemen met de LIR te beperken wordt dan ook voorgesteld deze voorlopig niet toe te passen voor het opplussen van bijgebouwen buiten het deelgebiedenproces om. Daarmee blijft er vooralsnog een mogelijkheid tot legalisatie binnen dit proces maar blijven ook de uitvoeringsproblemen beperkt. Deze uitvoeringsproblemen zitten namelijk vooral in de vergunningaanvragen op basis van de sloopbonusregeling in voorgaande deelgebieden of toekomstige deelgebieden. Dit betekent echter wel dat we bewoners buiten de nog volgende deelgebieden de mogelijkheid tot opplussen middels de LIR voorlopig ontnemen.
Je zou dit uit kunnen leggen dat mensen die illegale bijgebouwen optrekken meer mogelijkheden krijgen dan mensen die zich aan de procedures houden. Belangrijke kanttekening daarbij is dat de optie Sloopbank nog steeds tot ieders beschikking staat. Bewoners hebben altijd de mogelijkheid actief
3
Overigens geldt dit natuurlijk ook voor de Sloopbank. Daar kopen mensen ook ontwikkelruimte door sloopmeters aan te schaffen. 16/27
te lobbyen bij gestopte agrariërs voor het opkopen van sloopmeters. Het is ten slotte niet uitsluitend aan de gemeente om de Sloopbank te promoten en activeren.
Uitgangspunten: -
Sinds Deelgebied 3 wordt de LIR als alternatief op de Sloopbank toegepast. Dit zorgt voor de nodige uitvoeringsproblemen en beleidsvragen.
-
Er is behoefte de LIR en de Sloopbank te evalueren. Dit zal worden opgepakt als onderdeel van de evaluatie Beeldkwaliteitsplan Buitengebied.
-
Tot die evaluatie zal de toepassing van de LIR als alternatief op de Sloopbank enkel worden gebruikt ten behoeve van legalisatie van bijgebouwen (passend binnen het beleid) in kader van het deelgebiedenproces.
-
Dit betekent dat nieuwe aanvragen voor het opplussen van bijgebouwen middels de LIR buiten het deelgebiedenproces om zullen worden aangehouden in afwachting van de evaluatie.
-
Nog concreter betekent dit dat we voorlopig even geen ontwikkelruimte bieden in het buitengebied voor het opplussen van bijgebouwen tenzij men gebruik maakt van de Sloopbank.
3.4.4
Stapeling ontheffingsmogelijkheden
Bij controles blijkt regelmatig dat er bebouwing is opgericht zonder vergunning. Op basis van de beslisboom in bijlage 1 wordt dan getoetst of deze bebouwing als vergunningvrij kan worden aangemerkt of vanuit het verleden overgangsrechtelijk is beschermd. Als dit niet het geval is dan is de bebouwing illegaal en wordt gekeken of deze kan worden gelegaliseerd. Op basis van de sloopbonusregeling is er de mogelijkheid om tot maximaal 350 m2 aan bijgebouwen op te plussen binnen een woonbestemming. Men dient daarvoor dan sloopmeters aan te kopen uit de Sloopbank 4. Echter, in de praktijk blijkt vaak dat men deze bebouwing heeft opgericht in strijd met allerlei bouwregels. Mogelijk is dat ook niet zo gek. Als men niet toetst aan het bestemmingsplan bij het bouwen van een bijgebouw, dan zal men waarschijnlijk ook niet toetsen aan de bouwregels. Dit betekent dat de bebouwing veelal niet voldoet aan: -
Afstand tot de bestemmingrens: te dicht op de grens gebouwd.
-
Minimale dakhelling van 20 graden: bijgebouw heeft een plat dak;
-
Maximaal 20 meter afstand van de woning: op te plussen bijgebouwen mogen op maximaal 20 meter afstand van de woning worden geplaatst vanuit oogpunt van clustering bouwmassa. (al staat dit nog niet in de oudere bestemmingsplannen)
Om in deze gevallen een bijgebouw te legaliseren moeten er dus meerdere ontheffingen worden verleend. Tel daarbij op dat het opplussen van een bijgebouw boven de 100 of 150 m 2 ook een ontheffing is. Dit betekent dat we enkel kunnen legaliseren door af te wijken van verschillende bouwregels uit het bestemmingsplan. Die regels zijn er echter niet voor niets. Nog belangrijker is echter de vraag hoe dit zich verhoudt tot de bewoners die wel aan de voorkant een vergunning 4
Of, indien de Sloopbank leeg is, meters aankopen via de LIR. Zie daarover ook paragraaf 3.4.3 hierboven over de Landschapsinvesteringsregeling. 17/27
aanvragen voor het bouwen van een bijgebouw. Die krijgen alleen in uitzonderlijke gevallen en bij een duidelijke motivering een ontheffing. In de voorgaande deelgebieden waren we terughoudend in het verlenen van ontheffingen. Als rode lijn werd toegepast dat per locatie maximaal één ontheffing werd verleend ten behoeve van legalisatie. Dit is dan wel exclusief het toepassen van de sloopbonusregeling en dus het opplussen boven de 100 m2 aan bijgebouwen. Wij stellen dan ook voor deze rode lijn ook in de volgende deelgebieden door te trekken. We nemen de raad echter graag mee in deze afweging. De oorspronkelijke opdracht was namelijk om mee te denken met bewoners en altijd te kijken of er kan worden gelegaliseerd. De vraag is echter hoe ver we willen gaan voor legalisatie en hoe dit zich verhoudt tot een situatie waarbij men wel een vergunning aanvraagt alvorens te gaan bouwen. Op basis van bovenstaande stellen wij dus voor deze legalisatie te beperken tot één ontheffing, de sloopbonusregeling uitgezonderd.
Uitgangspunten: -
Het is onwenselijk om meerdere ontheffingen te stapelen ten behoeve van het legaliseren van bebouwing.
-
Daarom wordt expliciet gekozen om maximaal 1 ontheffing te verlenen ten behoeve van legalisatie van bebouwing.
-
Het opplussen van bebouwing middels de sloopbonusregeling wordt niet meegerekend als ontheffing in dezen. Dit omdat in praktisch de meeste situaties illegale bijgebouwen overtollig zijn boven de toegestane 150 m2. Bovendien is er een duidelijke tegenprestatie bij het toepassen van de sloopbonusregeling.
-
In de praktijk zal dit leiden tot minder oplossingsmogelijkheden en meer handhaving. Er zal worden gemonitord of er extra capaciteit nodig is ten behoeve van team Toezicht en Handhaving.
4. 4.1
Planning Planning deelgebied 3
In de vorige evaluatie uit 2019 werd verwacht dat het ontwerpbestemmingsplan voor deelgebied 3 in Q3 van 2020 zou worden vastgesteld. Uiteindelijk heeft vaststelling van het ontwerp in februari 2021 plaatsgevonden. Dit betekent een uitloop van zo’n 5 maanden. De reden van deze uitloop is grotendeels te wijten aan de coronapandemie. Vanaf maart 2020 hebben we hiermee te maken gehad waarbij er beperkingen optraden in de werkprocessen. Zo moest de gemeentelijke organisatie worden ingericht op de plotselinge noodzaak om thuis te werken. Ook was het lange tijd niet of minder verantwoord om bij mensen langs te gaan voor controlebezoeken of keukentafelgesprekken. Na het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan zijn slechts 10 zienswijzen ontvangen. Dit zorgde ervoor dat er na het ontwerp een inhaalslag gemaakt kon worden in de planning. De zienswijzen gaven aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen en dus gewijzigd te laten vaststellen. Uiteindelijk is het definitieve bestemmingsplan op 24 juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Omdat het gewijzigd is vastgesteld moest het bestemmingsplan hierna nog worden 18/27
aangeboden aan de provincie voor de mogelijkheid een reactieve aanwijzing in te dienen. Hiervan heeft de provincie geen gebruik gemaakt. Wel hebben ze in hun reactie nog enkele kritische opmerkingen geplaatst en behielden ze zich nadrukkelijk de mogelijkheid om beroep aan te tekenen. Na de reactie van de provincie heeft het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan vanaf eind augustus tot begin oktober 2021 ter inzage gelegen. Vervolgens zijn door 7 partijen beroep aangetekend. De provincie heeft zich onthouden van beroep. Een zittingsdatum voor dit beroep is nog niet bekend op het moment van schrijven. De Raad van State kampt met grote achterstanden in hun werkzaamheden.
4.3
Deelgebied 4
In december 2020 zijn de zogeheten startschotbrieven verzonden aan de bewoners van Deelgebied 4. Na deze brief werd gebruikelijk een informatieavond georganiseerd waarbij mensen de achtergrond en aanleiding van dit proces begrepen. Vanwege de strenge coronamaatregelen begin 2021 (er gold vanaf 21:00 een avondklok) is echter besloten deze informatieavond niet te organiseren. Vanaf maart 2021 hebben de controles bij de woonbestemmingen plaatsgevonden. Vervolgens zijn in juni tot augustus de controlerapporten opgeleverd en opgestuurd naar de bewoners. Bij deze controlerapporten zat ook een brief met daarin toelichting op de eventueel geconstateerde strijdigheden. Ook werd in de brief een voorstel gedaan tot legalisatie en het verzoek om in actie te komen of het overleg aan te gaan. In die periode is tevens gekozen om Stipdonk als gebied uit het bestemmingsplan voor deelgebied 4 te knippen. De reden hiervoor was het feit dat er een visie in ontwikkeling is voor dit gebiedje. Na het versturen van de controlerapporten en de brieven bleef het relatief rustig met reacties van bewoners. Nadat eind oktober het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage werd gelegd bleek mogelijk waarom. Tijdens de raadsvergadering in november 2021 werd door enkele bewoners namens een grote groep een petitie aangeboden.
Met de petitie gaven zij te kennen het niet eens te zijn met de gang van zaken rondom het bestemmingsplan voor Deelgebied 4. Men leek dan ook niet bereid te zijn om in overleg te treden met de gemeente over het oplossen van de strijdigheden. Als reactie op de ontstane onvrede is vervolgens een brief uitgegaan aan alle bewoners en locaties in het deelgebied. In de brief werd aangegeven dat er alsnog een informatieavond zou worden georganiseerd om mensen te informeren over de achtergrond van het proces. Ook werd aangegeven dat de termijn voor het indienen van een inspraakreactie werd verlengd met twee weken tot eind december 2021. Naar aanleiding van de brief zijn meer dan 50 inspraakreacties ontvangen. Dit zijn beduidend meer inspraakreacties dan in voorgaande deelgebieden. Op 26 januari 2022 is vervolgens alsnog een informatieavond georganiseerd. Vanwege de toen geldende coronamaatregelen is besloten om deze digitaal te organiseren. Volgens de planning zou het ontwerpbestemmingsplan uiterlijk in Q1 2022 ter inzage worden gelegd. Toen tijdens het voorontwerpbestemmingsplan duidelijk werd dat veel bewoners hadden gekozen om nog geen actie te ondernemen was ook de verwachting dat dit de planning zou raken. Bovendien kwam in december 2021 vanuit de provincie de reactie dat zij de termijn voor het indienen van een vooroverlegreactie niet zouden halen.
Samen met de hoge werkdruk en de coronabeperkingen gaf dit voldoende reden de planning te herzien. Met het herzien van de 19/27
planning voor deelgebied 4 zal echter ook algemene planning voor de daaropvolgende deelgebieden worden herzien. Gekozen is om de planning vooralsnog te verschuiven met één kwartaal en dus drie maanden. Dit betekent dat het ontwerp bestemmingsplan voor deelgebied 4 in april 2022 ter inzage zal worden gelegd.
4.4
Deelgebied 5 en verder
Zoals gezegd heeft het aanpassen van de planning voor deelgebied 4 ook effect op de algehele planning voor het project actualisatie bestemmingsplan Buitengebied. Vooralsnog is gekozen de planning te verschuiven met drie maanden. Het is op moment van schrijven echter nog onzeker of dit tot een voldoende realistische planning gaat leiden. De verwachting is dat de algehele hoge werkdruk, niet alleen bij de gemeente maar ook bij adviseurs en provincie tot meer vertraging kan leiden. Bovendien lijkt er sinds deelgebied 4 bij bewoners meer onvrede en onbegrip te ontstaan voor het project. Weerstand maakt het proces moeilijker en bovendien kost de extra investering in communicatie ook tijd. En ten slotte is het nog onzeker of we definitief van de coronamaatregelen af zijn. Na 5 jaar moeten we concluderen dat het nu eenmaal een dynamisch proces is met regelmatig nieuwe hobbels. Met een strakke planning blijken we regelmatig bedrogen uit te komen. De raad heeft dan ook te kennen gegeven dat zorgvuldigheid voorop moet staan en dat de planning daarvoor ruimte moet blijven geven. Behoudens eerdergenoemde onzekerheden is gekozen om de planning voorlopig met drie maanden te verschuiven. Deze ziet er dan als volgt uit.
20/27
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Voorontwerp deelgebied 4 ter inzage + richting ontwerp Ontwerp deelgebied 4 ter inzage + behandelen zienwijzen Set planregels omgevingsplan gereed Vaststelling deelgebied 4 Reactieve aanwijzing + beroepstermijn deelgebied 4 Opstart deelgebied 5 Voorontwerp deelgebied 5 ter inzage + richting ontwerp Ontwerp deelgebied 5 ter inzage + behandelen zienwijzen Vaststelling deelgebied 5 Reactieve aanwijzing + beroepstermijn deelgebied 5 Opstart deelgebied 6 Voorontwerp deelgebied 6 ter inzage + richting ontwerp Ontwerp deelgebied 6 ter inzage + behandelen zienwijzen Vaststelling deelgebied 6 Reactieve aanwijzing + beroepstermijn deelgebied 6 Opstart deelgebied 7 Voorontwerp deelgebied 7 ter inzage + richting ontwerp Ontwerp deelgebied 7 ter inzage + behandelen zienwijzen Vaststelling deelgebied 7 Reactieve aanwijzing + beroepstermijn deelgebied 7
21/27
4.5
Na deelgebied 7
Op basis van bovenstaande planning zou deelgebied 7 eind 2025 ter vaststelling worden aangeboden. De eventuele reactieve aanwijzing vanuit de provincie en het ter inzage leggen voor beroep zou dan begin 2026 plaatsvinden. Het afhandelen van beroep gaat echter buiten onze invloedssfeer om. Na vaststelling van deelgebied 7 komt dan ook een einde aan een project van bijna 10 jaar. Het resultaat is dan een ‘nul-meting’ van het volledige buitengebied. Dit vormt tevens een belangrijk en werkbaar uitgangspunt voor het nog op te stellen Omgevingsplan. Dit is echter ook een goed moment om na te denken over het vervolg. Na afronding van deelgebied 7 is het namelijk ook al weer 8 jaar geleden dat Deelgebied 1 is gecontroleerd en vastgesteld. We willen juist voorkomen dat hier weer 8 jaar tussen zit en we weer achter de feiten aan gaan lopen. Daarom is het van belang het buitengebied te blijven monitoren. Het is daarbij wel van belang te realiseren dat na vaststelling van een bestemmingsplan onze aanwezigheid in het deelgebied nog niet ten einde loopt. Na vaststelling van het bestemmingsplan en het eventueel inzetten van handhaving vinden er namelijk hercontroles plaats als onderdeel van het deelgebieden project. Er zit zo’n 1-3 jaar tussen de vaststelling en de hercontroles. Dit heeft ook te maken met het onherroepelijk worden van een bestemmingsplan.