11c Toelichting BP Heikantstraat ong en Dellerweg ong
Tekst van het document
Crijns Rentmeesters BV
Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 – 47 17 77
BESTEMMINGSPLAN HEIKANTSTRAAT ONG. EN DELLERWEG ONG. SOMEREN TOELICHTING
Crijns Rentmeesters bv Mei 2021
E: info@crijns-rentmeesters.nl I: www.crijns-rentmeesters.nl
PLANGEGEVENS Naam bestemmingsplan
Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.
IMRO-idn Versie voorontwerp
NL.IMRO.0847.BP02020018-OW01 Juni 2020
Versie ontwerp
-
Versie vastgesteld
-
Opgesteld door
Guido Bosmans
Tweede contactpersoon
Mat Crijns
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING________________________________________________________ 3 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding ___________________________________________________________ 3 Ligging en begrenzing plangebied ________________________________________ 3 Vigerende bestemmingsplannen __________________________________________ 4 Leeswijzer ___________________________________________________________ 6
2. HUIDIGE SITUATIE ________________________________________________ 7 2.1 2.2 2.3
Ontstaansgeschiedenis omgeving ________________________________________ 7 Functionele structuur ___________________________________________________ 8 Huidige invulling plangebied _____________________________________________ 8
3. PLANBESCHRIJVING _____________________________________________ 10 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Inleiding ____________________________________________________________ 10 Beeldkwaliteit ________________________________________________________ 11 Landschappelijke inpassing en relatie Beeldkwaliteitplan Buitengebied __________ 12 Beoogde planologische situatie __________________________________________ 13 Verkeer en parkeren __________________________________________________ 14
4. BELEIDSKADER _________________________________________________ 15 4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid __________________________________________________________ 15 Provinciaal beleid ____________________________________________________ 16 Gemeentelijk beleid ___________________________________________________ 19
5. MILIEUASPECTEN ________________________________________________ 22 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Bodemonderzoek ____________________________________________________ 22 Water ______________________________________________________________ 23 Cultuurhistorie _______________________________________________________ 26 Archeologie _________________________________________________________ 26 Natuur _____________________________________________________________ 28 Geluid _____________________________________________________________ 29 Agrarische bedrijvigheid _______________________________________________ 30 Gezondheid _________________________________________________________ 36 Gewasbestrijdingsmiddelen en driftzonering ________________________________ 38 Bedrijven en milieuzonering ____________________________________________ 38 Externe veiligheid ____________________________________________________ 39 Luchtkwaliteit ________________________________________________________ 41 M.e.r-beoordeling ____________________________________________________ 43
6. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING __________________________________ 45 6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding ____________________________________________________________ 45 Algemene toelichting verbeelding ________________________________________ 45 Algemene toelichting regels ____________________________________________ 45 Toelichting bestemmingen ______________________________________________ 46
7. UITVOERBAARHEID ______________________________________________ 47 7.1
Economische uitvoerbaarheid ___________________________________________ 47
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
1
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ________________________________________ 47
8. PROCEDURE ____________________________________________________ 48 8.1 8.2 8.3 8.4
Inleiding ____________________________________________________________ 48 Inspraakprocedure ____________________________________________________ 48 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro _____________________________________________ 48 Zienswijzen _________________________________________________________ 49
BIJLAGEN: Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Bouwtitels Ruimte voor Ruimte Bijlage 4: Aeriusberekening
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
2
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Onderhavig bestemmingsplan is voor initiatiefnemer opgesteld ten behoeve van de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte woningen, waarbij één woning wordt opgericht aan de Heikantstraat en één woning aan de Dellerweg. Navolgend worden deze locaties tezamen aangeduid als het plangebied. Het College van burgemeester en wethouders heeft d.d. 11 februari 2020 in principe medewerking verleend voor de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimte woningen. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daartoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is kadastraal bekend als: gemeente Someren, sectie S, nummer 349. Het plangebied omvat niet het gehele kadastrale perceel. De kavel aan de Heikantstraat kent een oppervlakte van 1.400 m², de kavel aan de Dellerweg kent een oppervlakte van 1.600 m². Navolgende figuur geeft een beeld van de kadastrale kaart van het plangebied waarbij het plangebied is gearceerd met een bolletjeslijn.
Figuur 1: Uitsnede kadastrale kaart, waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
3
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Someren. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging ten opzichte van kern.
Figuur 2: Situering plangebied, aangeduid met een bolletjeslijn
Het plangebied bestaat uit twee kavels, één kavel is gesitueerd aan de Heikantstraat en één kavel is gesitueerd
aan
de
Dellerweg.
Het
plangebied
is
in
zijn
geheel
aangemerkt
als
een
bebouwingsconcentratie. De Heikantstraat is een lint met hoofdzakelijk woonfuncties, de Dellerweg is een lint met zowel agrarische- als woonfuncties. Ten noordwesten van het plangebied is landgoed ‘De Heihorsten’ gelegen.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingsplannen ‘Someren Buitengebied’ en ‘Buitengebied 2014’. Op de locatie Heikantstraat 37 was voorheen een agrarisch bedrijf aanwezig. Middels de bestemmingsplanherziening ‘Buitengebied 2014’ is het agrarisch bouwvlak herbestemd naar een reguliere woonbestemming en agrarische cultuurgrond. Voor het overige kadastrale perceel vigeert nog het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’. De kavel aan Dellerweg ongenummerd (ong.) is bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, de kavel aan Heikantstraat ong. is bestemd als ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ en ‘Agrarisch met waarden – landschappelijke waarden’. Ter plaatse gelden ingevolge beide bestemmingsplannen de aanduidingen ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ en ‘specifieke vorm van waarde – cultuurhistorisch waardevol’. Navolgende figuren geven een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
4
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Someren Buitengebied'
Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2014'
Ter plaatse is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ vigerend. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 28 juni 2018. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ heeft betrekking op de wijziging en toevoeging van een aantal regels van de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Someren. De wijzigingen zijn aangebracht om de ontwikkelingsmogelijkheden voor niet agrarische functies in het buitengebied van Someren te standaardiseren en te verruimen. Het realiseren van een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen is binnen de vigerende bestemmingsplannen niet rechtstreeks mogelijk. Derhalve is een partiële herziening van de vigerende
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
5
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
bestemmingsplannen noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van een partiële herziening van de vigerende bestemmingsplannen.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleidskader weergegeven. Het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale en het gemeentelijke beleid wordt toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de planologische relevante (milieu)aspecten met betrekking tot de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. In hoofdstuk 8 wordt de procedure nader toegelicht.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
6
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
2.
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Ontstaansgeschiedenis omgeving
Het dorp Someren is van oorsprong een kransakkerdorp of tiendakkerdorp. Rondom de centrale kern met een kerk en marktplaats was een aantal kleinere agrarische buurtschappen gelegen. Kenmerkend zijn de lange bebouwingslinten, die een tamelijk rechtlijnig karakter hebben. De linten onderscheiden zich van elkaar door de aard van de bebouwing en de al dan niet aanwezige laanbeplanting. De voornaamste linten die naast een agrarische functie ook andere functies hebben, zijn de Nieuwendijk en de Kerkendijk. Dit betreffende de belangrijkste doorgaande linten tussen dorpskernen binnen de gemeente Someren. Het plangebied is gesitueerd aan de Kerkendijk. De landschappelijke structuur van de gemeente Someren onderscheidt zich in verschillende landschapseenheden. Aan de westzijde van de gemeente liggen grote bos- en heidecomplexen op de hoge dekzandruggen en stuifduinen. Kenmerkend zijn de grote aaneengesloten bosgebieden. Hieraan grenzen de beekdalen van de Vleutloop en de Kleine Aa, die vanwege de aanwezigheid van landschappelijke beplantingen een besloten landschapseenheid kennen. De beekdalen doorsnijden de oude kampontginningsgebieden met oude open akkers op de dekzandruggen rondom Lierop en de kern van Someren. De kampontginningen kennen een kleinschalige, blokvormige, onregelmatige verkavelingsstructuur met een relatief besloten landschapsbeeld.
In deze structuur zijn plaatselijk de oude open akkers te herkennen als relatief open gebieden met een gebogen belijning en een bol reliëf. Aan de zuidzijde van de gemeente Someren ligt het jonge heideontginningsgebied op de dekzandvlakte rondom de kernen Someren-Heide en Someren-Eind. In dit gebied bestaat de structuur uit een grootschalige en rationele verkaveling. De blokvormige wegenstructuur hierbinnen wordt begeleid door wegbeplanting, zodat het rechthoekige patroon van wegen en kavels in het landschapsbeeld zichtbaar is. Navolgende figuur geeft een uitsnede van een historische kaart omstreeks 1925 waarop het plangebied is aangeduid. Opvallend hierbij is dat voorheen de Parallelweg, ten westen van het plangebied, doorliep tot de Hollestraat.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
7
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Plangebied Figuur 5: Uitsnede historische kaart omstreeks 1925 (Bron: Topotijdreis)
2.2
Functionele structuur
De gemeente Someren kent een uitgebreide verzorgings- en voorzieningenstructuur. Deze is met name geconcentreerd in de kern van Someren. De gebiedsontsluitingsweg (N266) is gelegen langs de Zuid-Willemsvaart en verbindt de kern Someren met Helmond en Nederweert. Ter hoogte van Lierop bevindt zich een aansluiting op de Rijksweg A67. Een tweede gebieds-ontsluitingsweg betreft de Provincialeweg (N609). Deze bevindt zich ter hoogte van de kern Someren en betreft een regionale ontsluitingsweg tussen de kernen Heeze, Someren en Asten. Het plangebied is gelegen aan de Kerkendijk. Aan de Kerkendijk wisselen verschillende functies elkaar af. Er is sprake van een sterke variatie van woonfuncties, lichte bedrijvigheid en veehouderijen aan de Kerkendijk.
2.3
Huidige invulling plangebied
Op de locatie Heikantstraat 37 was voorheen een agrarisch bedrijf aanwezig in de vorm van een varkensbedrijf. Dit bedrijf is al enige tijd geleden (in 1997) beëindigd. Daarbij zijn de stallen gesaneerd en is het agrarisch bouwvlak wegbestemd. Doordat alleen de bedrijfswoning is blijven staan, staat deze nu enigszins op een eiland en is er geen sprake meer clustering rond de kruising. De grond rond het woonhuis is sinds die tijd in gebruik als cultuurgrond en is ter plaatse van de beoogde kavels onbebouwd. Navolgende figuren geven de huidige situatie ter plaatse weer.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
8
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 6: Het plangebied gezien vanaf de Dellerweg met op de achtergrond de voormalige bedrijfswoning
Figuur 7: Plangebied gezien vanaf de Heikantstraat
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
9
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
3.
PLANBESCHRIJVING
3.1 Inleiding Beoogd wordt ter plaatse twee Ruimte voor Ruimte woningen op te richten. De initiatiefnemer zal hiertoe twee bouwtitels Ruimte voor Ruimte betrekken. Beoogd wordt één woning te oriënteren aan de Heikantstraat en één woning aan de Dellerweg. Door middel van de realisatie van twee vrijstaande woningen staat de woning aan Heikantstraat 37 niet meer solitair in het lint en wordt de structuur van de bebouwingsconcentratie versterkt en wordt het lint afgerond. De twee beoogde nieuwe woningen passen binnen het bebouwingsritme en de structuur rood en groen. Extra landschappelijke waarde wordt gecreëerd door het doortrekken van de laanbeplanting (eiken) aan de Dellerweg. Nu stopt deze ten noorden van het perceel. Aan de zuidzijde en de noordzijde van het perceel blijven zichtlijnen behouden. Beide kavels worden landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Op navolgende figuur is de beoogde ontwikkeling (indicatief) inzichtelijk gemaakt.
Figuur 8: Situatie na herontwikkeling
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
10
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
3.2
Beeldkwaliteit
Nieuwe functies en bebouwing dienen te passen binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de omgeving. De nieuwbouw zal worden uitgevoerd in een bouwstijl die passend is voor woningen in het buitengebied. De woningen in de omgeving van het plangebied bestaan voornamelijk uit één tot anderhalve bouwlaag voorzien van een forse kap. Een gedeelte van deze woningen is eveneens gerealiseerd met toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling. De woningen staan in het algemeen met de lange gevel naar de weg gericht. De nokrichting is dan ook parallel aan de weg. De woningen zijn allen gedekt met kap, in de kapvorm bestaat weinig variatie. Uitsluitend zadeldaken worden toegepast, al dan niet met wolfseinden. Aangesloten zal worden op de algemene kenmerken van de bestaande bebouwing in de bebouwingsconcentratie, namelijk een ruime vrijstaande woning op een ruime kavel. De basiskarakteristiek van de nieuwe woning is te omschrijven als: rechthoekig grondplan, uitgevoerd met 1 tot 1,5 bouwlaag met kap en gedekt met een zadeldak. Navolgende figuren geven een overzicht van passende verschijningsvormen.
Figuur 9: Impressie passende verschijningsvorm
Geadviseerd wordt om onderling afstemming te vinden met de eigenaar van de woning Heikantstraat 37, zodat het cluster van deze drie woningen qua uitstraling één geheel zal vormen en de woningen onderling van elkaar niet uit de toon vallen.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
11
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
3.3
Landschappelijke inpassing en relatie Beeldkwaliteitplan Buitengebied
3.3.1
Inleiding
Volgens het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied’ is de locatie gelegen binnen het Kampenlandschap, tevens dienen ter plaatse de ontwerprichtlijnen voor Linten, Knopen en Clusters te worden gehanteerd. Voor het realiseren van een goede landschappelijke inpassing kan ter plaatse van het plangebied worden gewerkt met bosjes, boomgaarden, houtwallen of vrij groeiende hagen. Het Beeldkwaliteitplan zegt hierover het volgende over de gewenste beplanting: -
Voortuin met lagere gesneden haag (niet hoger dan 1,20 m) heeft naar voorkeur het karakter van een traditionele boerentuin (geen coniferen, laurierkersen en/of andere exotische planten).
-
Een grote boom of een groep van drie (Eik, Linde, Es, Walnoot, (Paarde)kastanje) op veilige
-
Gedeelte van de tuin als fruitgaarden of eikengaarden (bomen in onregelmatige afstand op
afstand van de woning (mogelijk op de erfgrens als markering hiervan). gras). -
Gesneden haag van de voortuin gaat in de achtertuin over naar een vrij groeiende haag, heg, houtwal of boomsingel.
Er bestaat de mogelijkheid een gedeelte van het perceel (buiten het plangebied) in te richten als extensief beheerd (bloemrijk)grasland, met daarin solitaire bomen of bomen in groepen zoals valt op te maken uit figuur 8.
3.3.2
Landschappelijke inpassing kavels
De kavels worden landschappelijk ingepast doormiddel van een geschoren haag aan de voorzijde van het perceel. Deze gaat aan de zijkant van het perceel over in een gemengde vrijgroeiende haag welke doorloopt over de achterste perceelsgrens. Op de westelijke perceelsgrens van beide kavels worden tevens landschapsbomen geplant. Voor de kavel aan de Dellerweg worden ook op de achterste perceelsgrens een drietal bomen geplant. Evenwijdig aan de Dellerweg wordt de laanbeplanting verder gecontinueerd doormiddel van de aanplant van ten minste zes eiken. Voor de voortuinen geldt dat deze een groene uitstraling dienen te hebben. De aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing maakt als voorwaardelijke verplichting onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het beplantingsplan. Het volledige beplantingsplan is als bijlage bij de regels opgenomen.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
12
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 10: Uitsnede beplantingsplan
3.4
Beoogde planologische situatie
Beoogd wordt om twee Ruimte voor Ruimte woningen op te richten. Daartoe zal het plangebied worden herbestemd naar ‘Wonen’. Hierbij zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’ worden opgenomen. Ten aanzien van Ruimte voor Ruimte woningen wordt een woning met een inhoud van maximaal 900 m³ mogelijk gemaakt. Daarbij wordt 150 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Navolgende figuur betreft een weergave van de beoogde planologische situatie.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
13
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 11: Verbeelding voor het plangebied
3.5
Verkeer en parkeren
De Ruimte voor Ruimte kavels worden ontsloten aan Heikantstraat dan wel de Dellerweg. Realisatie van de woningen leidt tot een toename van verkeersbewegingen met personenauto’s behorende bij gebruik van deze woningen. Dit leidt gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling niet tot een substantiële toename van de verkeersdruk. Vanaf het plangebied gaan verkeersbewegingen direct op in het heersende verkeersbeeld. Op het plangebied worden bij elke woning drie parkeerplaatsen, exclusief garage gerealiseerd. Dit wordt middels een voorwaardelijke verplichting verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Het plangebied biedt hiertoe ruimschoots de ruimte.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
14
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -
Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
-
Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel;
-
Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s;
-
Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit bestemmingsplan heeft door omvang en aard van de ontwikkeling geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is het verplicht om in het geval dat een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Op het plangebied worden twee Ruimte voor Ruimte woningen toegevoegd. Het toevoegen van één of enkele woningen wordt in het kader van de ladder voor duurzame ontwikkeling niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Daarbij is in de ‘Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking’ expliciet opgenomen dat bij toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte, een zogenaamde rood-voor-rood regeling, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet hoeft te worden toegepast.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
15
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Brabantse Omgevingsvisie
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de hoofdopgaven in de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De Provincie Noord-Brabant streeft er op zijn beurt naar dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt.
4.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
4.2.2.1 Inleiding De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van het plangebied in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.
4.2.2.2 Aanduidingen in de Interim omgevingsverordening Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van het plangebied in de Interim omgevingsverordening.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
16
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 12: Aanduiding plangebied in Interim omgevingsverordening
Het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied, met de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De aanduiding ‘Stalderingsgebied’ is voor onderhavige ontwikkeling niet relevant. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten aanzien van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast bescherming van de ruimtelijke kwaliteit wil de provincie Noord-Brabant ontwikkelingsruimte bieden in het buitengebied mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. Soms is nadrukkelijk bepaald dat dit artikel niet van toepassing is omdat de regeling zelf al voorziet in kwaliteitsverbetering, zoals de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen.
Wel wordt het plangebied landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting. Artikel 3.80 Ruimte voor Ruimte In de Interim omgevingsverordening is aangegeven dat nieuwbouw van woningen plaats dient te vinden binnen het ‘Stedelijke gebied’. Voor de bouw van Ruimte voor Ruimte woningen wordt een uitzondering op deze regels mogelijk gemaakt. In artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen binnen ‘Landelijk gebied’. Hierna wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan deze regels.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
17
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere Ruimte voor Ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; Door de aankoop van twee bouwtitels Ruimte voor Ruimte is zeker gesteld dat er sprake is van ruimtelijke milieu- en kwaliteitswinst. Voor de ontwikkeling van elke Ruimte voor Ruimte woning is 1.000 m² aan stallen gesloopt en is een omvang van 3.500 kg aan fosfaatrechten uit de markt gehaald. b. de Ruimte voor Ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; Het plangebied is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie. Dit is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. c.
een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;
De Ruimte voor Ruimte woningen worden ingepast met streekeigen beplanting in de vorm van vrijgroeiende en geschoren hagen en landschapsbomen. d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Met de beoogde herontwikkeling is geen sprake van een aanzet tot stedelijke ontwikkeling maar van een
duurzame
inpassing
van
twee
Ruimte
voor
Ruimte
woningen
binnen
een
bebouwingsconcentratie. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per Ruimte voor Ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c.
de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij;
d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
18
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f.
de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd;
g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i.
in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.
De bouwtitel voor de te realiseren Ruimte voor Ruimte woning dient te worden geaccordeerd door de provincie Noord-Brabant. Daarmee is zeker gesteld dat wordt voldaan aan boven gestelde voorwaarden. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een Ruimte voor Ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Niet van toepassing Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Deze omvang is nog niet behaald. Artikel 3.77 bepaalt dat wanneer “toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf [3.7], is voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap”.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Someren 2028
In de Structuurvisie Someren 2028 wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. Hierna is een uitsnede van deze kaart weergegeven waarop het plangebied is aangeduid.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
19
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Plangebied
Figuur 13: Uitsnede kaart voor Someren uit Structuurvisie Someren 2028, waarop de ligging van het plangebied is aangeduid
Aangegeven is dat ter plaatse van het plangebied kwaliteitsverbetering wenselijk is. Dit kan onder meer worden bereikt door de locatie landschappelijk in te passen met streekeigen elementen. Tevens wordt middels onderhavige ontwikkeling een bijdrage geleverd aan versterking van
het
bebouwingslint. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen het gestelde beleid in de ‘Structuurvisie 2028’.
4.3.2
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011
De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 gemeente Someren’ vastgesteld, gelijktijdig met het bestemmingsplan Buitengebied. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan het creëren van en het bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Het beeldkwaliteitsplan is vooral een inspiratiebron bij nieuwe ontwikkelingen. In dit beeldkwaliteitplan zijn ontwerprichtlijnen
per
gebiedstype
opgenomen.
Het
plangebied
is
gelegen
binnen
het
Kampenlandschap alsmede binnen linten en clusters. In paragraaf 3.2.1 van dit planvoorstel is de beoogde landschappelijke inpassing nader toegelicht.
4.3.3
Woonvisie 2012-2021
De gemeenteraad van Someren heeft op 29 augustus 2012 de ‘Woonvisie 2012-2021’ vastgesteld. Dit beleidsdocument geeft de gemeentelijke visie weer op de woningmarkt binnen de gemeente Someren, waarbij de nadruk ligt op de nieuwbouw. Inzake Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen is in de Woonvisie het volgende opgenomen: “Ruimte voor Ruimte woningen zijn woningen die conform de Verordening ruimte bovenop de provinciale richtcijfers komen. Naar inzicht van dit moment blijft de provinciale Ruimte voor
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
20
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Ruimte gedurende de looptijd van onderhavige woonvisie van kracht. We kennen het beleid om in bebouwingsconcentraties ruimhartig om te gaan met het faciliteren van Ruimte voor Ruimte woningen. Dit betreft particuliere initiatieven.” De beoogde ontwikkeling ziet toe op de toevoeging van twee woonbestemmingen voor elk één Ruimte voor Ruimte woning. Dit past binnen de Woonvisie van de gemeente Someren.
4.3.4
Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020
In de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie moeten beschermen. Bij het opstellen van o.a. bestemmingsplannen moet met deze belangen rekening worden gehouden. In artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening is geregeld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden afgewogen. De Interim omgevingsverordening schrijft niet voor hoe of in welke mate een ontwikkeling aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. De provincie heeft nadrukkelijk het standpunt ingenomen dat de gemeenten dit zelf mogen bepalen. Gemeente Someren heeft haar beleid geformuleerd in Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020. Ontwikkelingen zijn daarbij verdeeld in drie categorieën en er is een lijst met bestemmingswaarden vastgelegd. Deze LIR is ook afgestemd met de provincie. Met betrekking tot de regeling Ruimte voor Ruimte is nadrukkelijk bepaald dat artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening niet van toepassing is, omdat de regeling zelf al voorziet in kwaliteitsverbetering.
Wel wordt het plangebied landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
21
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.
MILIEUASPECTEN
5.1 Bodemonderzoek Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Ten behoeve van de herontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. “Resultaten NEN5740 • In het mengmonster BG1 van visueel schone bovengrond zijn gehaltes aan koper, zink en cadmium gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster BG2 van visueel schone bovengrond is een gehalte aan koper gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de voormalige aanwezigheid van zinkassen tot 2012 op het erf tussen woning en stallen. De aangetoonde gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. • In de zintuiglijk schone ondergrond (OG1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. • In het grondwater ter plaatse van peilbuis 07 is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde en behoeft geen nader onderzoek. Conclusie en advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek.
De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde realisatie van woningen in het kader van ruimte voor ruimte. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.” Het aspect bodemkwaliteit vorm geen bezwaar. Het hergebruiken van grond valt onder de regels van de Besluit bodemkwaliteit. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (bijv. bij het bouwrijp maken van het terrein en het graven van een kelder) grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Voor het toepassen van grond zijn eveneens de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m 3) dient gemeld te worden bij het meldpunt bodemkwaliteit.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
22
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.2
Water
5.2.1
Inleiding
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief op het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas.
5.2.2
Principes waterschap Aa en Maas
Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: -
gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater;
-
doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’;
-
hydrologisch neutraal bouwen;
-
water als kans;
-
meervoudig ruimtegebruik;
-
voorkomen van vervuiling;
-
wateroverlastvrij bestemmen;
-
waterschapsbelangen.
5.2.3
Beleidskader
5.2.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Werken met water. Voor nu en later’ In het Waterbeheerplan (WBP) ‘Werken met water. Voor nu en voor later. is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en Maas worden nagestreefd in de periode 2016 - 2021 en hoe zij die doelstellingen gaan halen. Dit is geformuleerd aan de hand van vier programma’s: 1.
Veilig en Bewoonbaar beheergebied Bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.
2.
Voldoende water en Robuust watersysteem Dit programma gaat over het zorgen voor een adequate en duurzame watervoorziening in ons beheergebied voor de diverse gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doen we door het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact.
3.
Gezond en Natuurlijk water Dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water. We gaan in op hoe we toewerken
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
23
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van ons beheergebied van kunnen genieten. 4.
Schoon water Dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen.
5.2.3.2 Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen op het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is niet gelegen in een beschermd gebied in het kader van de keur, wel is het plangebied gelegen in een invloedsgebied. Ter plaatse vindt geen grondwateronttrekking plaats.
5.2.3.3 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². De beoogde ontwikkeling voorziet in de toevoeging van twee vrijstaande woningen ter plaatse van het plangebied.
Ter plaatse wordt derhalve voorzien in circa 800 m² nieuw verhard oppervlak, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouwen en erfverharding. Bij een toename vanaf 500 m² verhard oppervlak zijn de Algemene regels van toepassing en geldt een regenwaterbergingsplicht. De benodigde compensatie in m³ wordt berekend met de formule: toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in mm). De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te worden geplaatst.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
24
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.2.4
Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie
De bodem bestaat uit Hoge zwarte enkeerdgronden, lemig fijn zand. De GHG ter plaatse van het plangebied bedraagt tussen de 80-120 cm-mv.
5.2.5
Hemelwater na ontwikkeling
De gemeente Someren vereist dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd ter voorkoming van wateroverlast door toevoeging van de beoogde verharding binnen het plangebied. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woningen en bijgebouwen worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratievoorziening. Deze voorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval. In het grootste deel van het jaar zal het water echter via infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. Voor toevoeging van elk van de Ruimte voor Ruimte woningen met bijbehorende bouwwerken en verharding wordt een omvang aan verharding verwacht van circa 400 m². Derhalve dient op het plangebied per perceel zorg gedragen te worden voor een watervoorziening met een omvang van circa 24 m³. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met de GHG. Voorbeelden van een toe te passen hemelwatervoorziening zijn het gebruik van een infiltratieveld een wadi of infiltratiekrat.
Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.
Figuur 14: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden die kunnen worden toegepast
In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt met inachtname van deze paragraaf.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
25
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.2.6
Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater
Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
5.2.7
Afvalwater
Het afvalwater afkomstig van het plangebied afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. De initiatiefnemer betaalt hiervoor de aansluitkosten. Er is sprake van voldoende capaciteit voor het afvoeren van afvalwater.
5.3
Cultuurhistorie
Conform de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied aangeduid als een gebied met ‘provinciaal cultuurhistorisch belang’ (Regio Peelrand). De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele
kastelen,
diverse
kloosters
en
de
Peel-Raamstelling
verlenen
het
gebied
extra
cultuurhistorische betekenis. Het oud zandlandschap bij Stiphout is van provinciaal belang. Dragende structuren in de regio zijn de onder andere de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden, de jonge heideontginningen, de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa. De Heikantstraat en de Dellerweg zijn beide aangemerkt als lijn van redelijk hoge waarde. Middels de beoogde ontwikkeling wordt de waarde van dit lint niet aangetast. Het plangebied is niet aangeduid of te beschouwen als waardevol open gebied dan wel te behouden doorzicht. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt tot afronding van een bebouwingslint. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden op het plangebied of de omgeving.
5.4
Archeologie
5.4.1
Inleiding
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
26
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.4.2
Nota archeologiebeleid gemeente Someren
De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop het plangebied is aangeduid.
Plangebied
Figuur 15: Uitsnede Archeologiekaart van Someren waarop het plangebied is aangeduid
Het plangebied is op de Archeologiekaart van Someren grotendeels aangeduid als ‘categorie 6’. De gebieden die vallen binnen categorie 6 zijn gebieden met een lage archeologische verwachting. Op deze gebieden zijn geen ondergrenzen of een aanlegvergunning van toepassing. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Omdat de aanwezigheid van archeologische resten echter nooit helemaal uitgesloten kunnen worden op basis van het uitgevoerde onderzoek, geldt er nog altijd een meldingsplicht (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11). Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Someren te melden.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
27
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.5
Natuur
5.5.1
Inleiding
Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.
5.5.2
Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- of Habitatrichtlijngebied betreft het Habitatrichtlijngebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Dit Habitatrichtlijngebied is gelegen op een afstand van circa 2,7 kilometer ten westen van het plangebied. De ontwikkeling heeft wegens deze afstand tot dit richtlijngebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling geen effecten op een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij.
Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator 2019 wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling berekend. Met Aerius – Calculator 2019 is de consequentie van de ontwikkeling op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. De Aerius-berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
28
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.5.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden. Het plangebied is in gebruik als cultuurgrond en kent een lage ecologische waarde. Vanwege het ontbreken van bebouwing of opgaande beplanting kan worden gesteld dat onderhavige ontwikkeling geen negatieve invloed heeft wat betreft flora en fauna. Door de aanleg van nieuwe landschappelijke inpassing wordt het aanwezige groen in de omgeving van het plangebied uitgebreid met gebiedseigen soorten. Foerageermogelijkheden voor vleermuizen, vogels en kleine zoogdieren worden daardoor versterkt. Voor de algemene broedvogelsoorten die binnen het plangebied te verwachten zijn geldt dat, daar geen groen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.
Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er toch binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats vinden. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van sloopwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Er is geen sprake van sloopwerkzaamheden binnen het plangebied. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Daarnaast wordt geadviseerd de nieuwbouw Natuurinclusief te bouwen. Handvatten hiervoor zijn te vinden op www.checklistgroenbouwen.nl.
5.6
Geluid
5.6.1
Inleiding
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
29
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
5.6.2
Onderzoek wegverkeerslawaai
Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling wordt een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.
5.7
Agrarische bedrijvigheid
5.7.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -
Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken (artikel 6 van de wet).
5.7.2
Geurverordening Someren
De Wgv biedt middels artikel 6 de mogelijkheid aan gemeenten om bij verordening, binnen gestelde marges, afwijkende normen vast te stellen. Door de gemeenteraad van Someren is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2010’ vastgesteld. De ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2010’ stelt een norm van 14 oue/m³ voor de maximale voorgrondbelasting voor het plangebied. Deze geurnormen gelden bij vergunningaanvraag van veehouderijen.
5.7.3
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect milieu van een veehouderij wordt getoetst aan in de wet vastgelegde standaardwaarden voor maximale voorgrondbelasting of aan de wettelijk vastgelegde standaardwaarden voor vaste afstanden dan wel aan de waarden welke vastgelegd zijn in een gemeentelijke verordening.
5.7.4
Achtergrondbelasting
De geurbelasting van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat op een locatie. Navolgende tabel geeft de kans op geurhinder en een beoordeling van het leefklimaat weer voor de achtergrondbelasting in concentratiegebieden, opgesteld door het RIVM.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
30
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Tabel 1: beoordeling leefklimaat in concentratiegebieden (Bron: RIVM)
5.7.5
Veehouderijbedrijven in de omgeving
Navolgende figuur geeft een overzicht van veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied. De Hoof 26 Dellerweg 17
Dellerweg 19 Parallelweg 14
Figuur 16: Veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied (aangeduid met zwarte cirkel)
In de omgeving van het plangebied zijn vier veehouderijbedrijven gesitueerd. Navolgend worden de milieuvergunningen van deze bedrijven weergegeven. Op het bedrijf Dellerweg 19 is een milieuvergunning aanwezig voor het houden van melkvee. Op de overige bedrijven worden dieren gehouden waarvoor een geuremissie is vastgesteld.
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting
Figuur 17: Vergunde situatie Dellerweg 17 (BVB-Brabant)
Figuur 18: Vergunde situatie Dellerweg 19 (BVB-Brabant)
Figuur 19: Vergunde situatie De Hoof 26 (BVB-Brabant)
Figuur 20: Vergunde situatie Parallelweg 14a (BVB-Brabant)
VOORONTWERP Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘Heikantstraat ong. en Dellerweg ong.’ - Toelichting