11c. Kadernota ODZOB 2023
Tekst van het document
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
KADERNOTA 2023 NOVEMBER 2021
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Dat is het doel van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB); een Gemeenschappelijke Regeling van de provincie en de 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.
1.
2.
3.
4.
5. Kadernota 2023 | Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant In opdracht van: dagelijks bestuur ODZOB Opgesteld door: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Datum: november 2021 Status: definitief Wal 28 | Postbus 8035 | 5601 KA Eindhoven
ODZOB | Kadernota 2023
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Missie en visie
5
3. Inhoudelijke aandachtsgebieden 3.1 Inleiding 3.2 Omgevingswet 3.3 Regionale operationele kaders 3.4 Toekomstbestendige veehouderij
7 7 7 8 8
4 Programma’s
11
5 Grip op de samenwerking 5.1 Organisatieontwikkeling 5.2 Informatiegestuurd werken 5.3 VTH-systeem 5.4 Staat van het mandaat 5.5 Governance 5.5.1 Meerjarenvisie 5.5.2 Rekenkameronderzoek 5.5.3 Rapport Commissie Van Aartsen 5.5.4 Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr)/Gemeenschappelijke Regeling (GR)
13 13 14 14 14 15 15 15 15 15
6 Financiën 6.1 Baten 6.2 Lasten 6.3 Indexering 6.4 Randvoorwaarden tariefontwikkeling 6.5 Weerstandsvermogen en risicomanagement
17 17 19 20 20 20
1. ODZOB | Kadernota 2023
Inleiding Voor u ligt de kadernota 2023 van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB). Dit document bevat de financiële kaders en de beleidsvoornemens voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Anders dan bij sommige deelnemers wellicht het geval is, heeft de kadernota van de ODZOB niet het karakter van een indicatieve begroting. Dit is nauwelijks mogelijk, omdat er een lange periode zit tussen het moment van samenstellen van deze kadernota en het jaar 2023. De kadernota is gebaseerd op de hoofdlijnen uit het concernplan ODZOB 2019-2022. Het dagelijks bestuur heeft er mee ingestemd om het aflopende concernplan voor deze kadernota te hanteren totdat er een nieuw document is opgesteld. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 en de vorming van een nieuw algemeen bestuur ODZOB wordt een meerjarenvisie vastgesteld. Daarom is voor 2023 gekozen voor het opstellen van een compacte en beleidsarme kadernota. Deze kadernota 2023 is tot stand gekomen in overleg met de financiële werkgroep (bestaande uit een aantal financieel deskundigen van de deelnemers) en het Opdrachtgeversplatform (OGP). Beraadslaging in het algemeen bestuur op 2 december 2021 heeft geleid tot een beperkte bijstelling van deze kadernota. Dit betekent dat er een passage is toegevoegd aan de oorspronkelijke tekst. Deze passage is door een omkadering herkenbaar gemaakt. Zie pagina 20
Op www.odzob.nl/raadsleden en www.odzob.nl/statenleden vindt u meer informatie over ons dagelijkse werk aan een gezonde en veilige leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Deze kadernota en andere documenten zijn op deze webpagina’s te downloaden.
Met ons werk maken wij verschil. Kijk mee achter de schermen: https://odzob.nl/achterdeschermen
3
2. ODZOB | Kadernota 2023
Missie en visie In het Concernplan 2019-2022 is de missie en visie opgenomen. Op basis van deze uitgangspunten ziet de inzet van de ODZOB er in de kern als volgt uit: : De ODZOB werkt samen met andere organisaties op het gebied van de fysieke leefomgeving en de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling (GR). Gezamenlijk verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. Om dit doel te bereiken voert de ODZOB Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-taken uit voor de deelnemers. Ook activiteiten die verwant zijn aan deze VTH-taken (specialismen) voert de omgevingsdienst uit, indien provincie of gemeenten daar om verzoeken. De kwaliteit van ons werk wordt gegarandeerd door de inzet van deskundige medewerkers die betrouwbaar, proactief, oplossingsgericht en omgevingsbewust zijn. Samen zorgen we voor de balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. De ODZOB voert in opdracht van de deelnemers basistaken, verzoektaken en het collectief programma op het gebied van de fysieke leefomgeving uit.
5
3. ODZOB | Kadernota 2023
Inhoudelijke aandachtsgebieden 3.1 Inleiding De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en specialistische taken. In deze uitvoering zijn enkele grote beleidsmatige thema’s herkenbaar, die in 2023 extra aandacht vragen. Dit hoofdstuk geeft de aandachtsgebieden op hoofdlijnen weer en biedt geen “uitputtend” overzicht. 3.2 Omgevingswet De Omgevingswet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving, die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en heeft grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet heeft als doel het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. De invoering van de wet is gepland op 1 juli 2022. Vanaf die datum moeten belangrijke aanpassingen in werkwijzen, cultuur, instrumentarium en ICT-systemen zijn doorgevoerd. Tevens moeten onze medewerkers dan zijn opgeleid volgens het opleidingsplan voor de Omgevingswet. De periode vanaf 2023 zal in het teken staan van nazorg.
Bij nazorg moet in elk geval gedacht worden aan de volgende opgaves: • De inwerkingtreding van de Omgevingswet betekent de formele start van een transitieperiode tot 2029. • In die transitie naar het nieuwe wettelijke stelsel zullen de deelnemers afhankelijk van hun ambities ondersteuning vragen op onderwerpen die niet altijd voorzien zijn binnen de reguliere werkprogramma’s. • De samenwerking met (keten-)partners, collega Brabantse omgevingsdiensten en de landelijke Omgevingsdienst NL blijft na het ingaan enige tijd noodzakelijk, in elk geval in 2023 en 2024. • De omzetting van de systematiek van inrichting naar milieubelastende activiteit is een complexe en arbeidsintensieve opgave die gedurende meerdere jaren extra inzet vraagt. • Door het ingaan van de Omgevingswet ontstaat een nieuwe situatie die vooral in de beginperiode extra bezwaar- en beroep met zich mee zal brengen en daarom om meer dan normaal juridische inzet vraagt.
7
3.3 Regionale operationele kaders Voor toezicht & handhaving, vergunningverlening, bodem en asbest zijn afspraken gemaakt over een “nieuwe manier van werken” die door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. Dit zorgt voor een uniforme en meer risicogerichte benadering voor alle deelnemers. In 2023 zal het werken volgens deze kaders meer gemeengoed zijn. Op basis van periodieke monitoring en evaluatie wordt deze vorm van regionale samenwerking verder ontwikkeld.
3.4 Toekomstbestendige veehouderij Centraal in het rijks- en provinciale beleid voor de veehouderij staat de komende jaren de omschakeling naar een kringlooplandbouw. Voor de provincie Noord-Brabant is het Beleidskader Landbouw en Voedsel belangrijk en de uitwerking hiervan in uitvoeringsagenda’s voor o.a. mest(bewerking) en innovatie van stalsystemen. Die agenda’s moeten ook bijdragen aan de aanpak van de stikstofproblematiek en vraagstukken rondom luchtkwaliteit en gezondheid in relatie tot de veehouderij. Rijk en provincies zetten samen met de sector in op innovatie van stalsystemen. Hierbij is het streven om zonder gebruik van luchtwassers hoge emissiereducties van ammoniak, geur, methaan en fijnstof te behalen door het toepassen van bronmaatregelen. Daarom moet er een nieuw VTH-stelsel komen met doelvoorschriften in de vergunning en meetsensoren in de stal voor management, toezicht en handhaving. In pilots wordt hiermee kennis en ervaring opgedaan. Gemeenten krijgen beleidsruimte om innovaties te vergunnen en hebben daar deskundige ondersteuning bij nodig. Een toekomstbestendige veehouderij is verder gericht op minder eiwit in veevoer, mest als bodemverbeteraar en omschakeling naar andere (duurzame) vormen van landbouw.
ODZOB | Kadernota 2023
De komende jaren gaan nog veel veehouders stoppen. Het vinden van passende nieuwe functies op die locaties is een flinke uitdaging, zeker in situaties met hoge achtergrondconcentraties van geur of fijnstof. Middelen zijn beschikbaar voor stoppende veehouders, vooralsnog op vrijwillige basis. In samenhang met de landelijke aanpak werkt de provincie NoordBrabant de stikstofdoelen en maatregelen uit in het BOS (Brabantse ontwikkelaanpak Stikstof). Belangrijk de komende jaren wordt de (integrale) gebiedsgerichte aanpak rondom Natura 2000 gebieden. Met de komst van de Omgevingswet dient gezondheid een volwaardige plaats te krijgen in omgevingsvisies en omgevingsplannen van gemeenten, o.a. door het opnemen van omgevingswaarden en normen die hierop betrekking hebben. Voor de veehouderij betreft dit vooral de aspecten geur, fijnstof en endotoxinen. Gemeenten die deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord krijgen middelen om bestaande knelpunten met geur en fijnstof aan te pakken, innovaties te stimuleren en beleid onder de Omgevingswet verder uit te werken. Al deze veranderingen en innovaties gaan de VTH-taakuitvoering beïnvloeden. De ODZOB moet ervoor zorgen dat dit proces goed begeleid wordt door vroegtijdig inbreng te leveren en te letten op de uitvoerbaarheid van nieuwe regelgeving, zowel die van het Rijk als van de provincie en gemeenten.
9
4. ODZOB | Kadernota 2023
Programma’s De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de verstrekte opdrachten op het gebied van de fysieke leefomgeving; zowel voor deelnemers als nietdeelnemende organisaties. In de begroting wordt tot nu toe een onderscheid gemaakt tussen de programma’s Dienstverlening en Collectieve taken. Deze indeling blijft in grote lijnen gelijk, maar gaat op onderdelen aangepast worden. In 2021 is, als gevolg van het rekenkameronderzoek, gestart met de voorbereidingen van een meerjarige programmering. Deze programmering wordt definitief in het programma Collectieve Taken 2022 op basis van een herijkt afwegingskader. Dit leidt tot een scherpere afbakening tussen structurele onderdelen van dit programma en projecten met een beperkte doorlooptijd. Voor het projectmatige deel is het van belang om in beeld te brengen wanneer er ruimte vrijkomt om nieuwe projecten op te starten; dit wordt in 2022 verder uitgewerkt en beïnvloedt daardoor de programmering voor 2023. De aandacht voor de programmastructuur in de planning&control documenten reikt verder dan het programma Collectieve Taken, waar in eerste aanleg de focus op lag. Er bestaat een wezenlijk verschil tussen de een op een relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en de relatie waarin samen met andere deelnemers wordt gewerkt aan een (sub)regionaal project.
Redenerend vanuit een dergelijk, ander, ordeningsprincipe is het ook van belang om ook de activiteiten die onderdeel uitmaken van het programma Dienstverlening tegen het licht te houden. Dit alles leidt tot het idee om vanaf 2023 te gaan werken met de volgende begrotingsprogramma’s: • Lokale dienstverlening • Regionale samenwerking Het bestaande principe van basis- en verzoektaken wordt uiteraard gerespecteerd en blijft bestaan. In de ontwerpbegroting 2023 wordt dit nieuwe ordeningsprincipe nader uitgewerkt. Dit leidt op zichzelf niet tot meer- of minderkosten; wel tot een andere opbouw van de programma’s. Voor de deelnemers van de ODZOB heeft dit nieuwe principe als voordeel dat nog duidelijker blijkt bij welke werkzaamheden de relatie opdrachtgeveropdrachtnemer leidend is en bij welke werkzaamheden samenspraak en afstemming met andere (niet per se alle) deelnemers noodzakelijk is. Vooral bij de laatstgenoemde categorie moet het algemeen bestuur van de ODZOB een bepalende rol gaan in nemen. Hoewel de verdere voorbereiding en uitwerking van dit nieuwe ordeningsprincipe plaatsvindt in 2022, is er in 2021 al een eerste beweging in gang gezet die past in dit gewijzigd perspectief.
Insteek daarbij is om de deelnemersbijdragen voor zowel het ODZOBprogramma Omgevingswet als de samenwerking op het gebied van Externe Veiligheid te verschuiven van lokale dienstverlening naar regionale samenwerking, zonder dat dit voor enige deelnemer financiële gevolgen heeft. In het nieuwe programma regionale samenwerking blijven de eerder gemaakte afspraken over de kostenverdeling gelden en worden de kosten per onderdeel inzichtelijk gemaakt. 11
5. ODZOB | Kadernota 2023
Grip op de samenwerking De afgelopen jaren zijn diverse trajecten in gang gezet om de samenwerking tussen de ODZOB en haar partners te verstevigen en te bestendigen. Het Arena-rapport dat enkele jaren geleden werd opgesteld vroeg nadrukkelijk om extra aandacht voor relatiebeheer, innovatie, kwaliteitsontwikkeling en vooral ook samenwerking tussen en met de deelnemers. Dit met als achterliggend doel dat de ODZOB een door de deelnemers gedragen en ondersteunde organisatie is, waarvoor deelnemers zich verantwoordelijk voelen en waarbij ze zeer betrokken zijn. Het Arena-rapport schetste ook uitdagingen die deze doelstellingen in de weg kunnen staan. Voorbeelden hiervan zijn het in onvoldoende mate invulling geven aan uniformering en mandatering, procesoptimalisatie, informatie- en risicogericht werken en investeren in medewerkers. De projectorganisatie die in het leven werd geroepen voor het vervolg op het rekenkameronderzoek heeft de aangedragen verbeterlijnen voor collectieve taken, beleidseffectiviteit, doelmatigheid, strategische rolneming ODZOB en governance verder uitgewerkt. Deze aandacht fungeerde als een vliegwiel voor de (directie van de) ODZOB die met een kritische blik het functioneren van de eigen organisatie, inclusief de in de loop der jaren geëvolueerde samenwerkingsafspraken, tegen het licht heeft gehouden.
Naar verwachting is 2022 het jaar waarin de daadwerkelijke transitie wordt doorgevoerd, zodat vanaf 2023 kan worden gesteund op een nieuw en duurzaam fundament. In dit hoofdstuk worden de afzonderlijke trajecten toegelicht. 5.1 Organisatieontwikkeling Het tonen van eigenaarschap, het aandacht hebben voor kwaliteit, het bewust zijn van de omgeving waarin gewerkt wordt, het integraal samenwerken met andere specialismen en het optimaal inzetten van de grote variëteit aan talenten in onze organisatie is geen vanzelfsprekendheid. Deze doelen kunnen enkel worden gerealiseerd met ieders medewerking en een voortdurende aandacht hiervoor. De opvolging van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek maakt duidelijk dat het eerder in gang gezette organisatieontwikkelingstraject een impuls nodig had. Het principe van zelforganisatie komt, naar verwachting, beter tot groei bij een andere wijze van sturing. Om grip op de organisatie te (be)houden is enkel het accepteren van een andere structuur onvoldoende. De directie en het dagelijks bestuur zijn zich hier goed van bewust en zien de noodzaak om enkele weeffouten die in de eerste jaren na de oprichting van de ODZOB zijn ontstaan te herstellen. Dit om te zorgen dat de ODZOB de betrouwbare en professionele partner kan blijven voor onze deelnemers. 13
Sinds jaar en dag is de overhead van de ODZOB beperkter van omvang dan die van de andere Brabantse omgevingsdiensten. Voor de reguliere ondersteuning aan het primair proces is een beperkte omvang van de overhead een passend uitgangspunt. Voor een organisatie die in beweging is, ligt dat wat anders. In die context kan een tijdelijke versteviging van de overheadfunctie noodzakelijk zijn om aan te haken bij nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen. Dit is inmiddels gebleken bij de lopende implementatie van het nieuwe VTH-systeem en geldt eveneens voor het op niveau brengen van het informatiegestuurd werken. Dit vraagt ook een breed bestuurlijk draagvlak voor het nakomen van gemaakte afspraken bij de oprichting van de ODZOB. Dit betekent dat de ODZOB in ruimere mate kan beschikken over gerelateerde uren dan momenteel het geval is. Deze uren zijn onlosmakelijk verbonden met de primaire taken die de deelnemers de ODZOB gegeven hebben. 5.2 Informatiegestuurd werken De ODZOB legt samen met de deelnemers de focus van de uitvoering steeds meer op het uiteindelijke effect van de inzet. Dit moet leiden tot meer maatschappelijk rendement. Hiervoor is het nodig om met elkaar werkzaamheden en acties te prioriteren op basis van informatie- en risicogericht werken. Dit geldt onder andere als uitgangspunt van het Regionaal Operationeel Kader (ROK).
Meer inzicht krijgen in gegevens van toezicht en slimmer omgaan met klachten zijn voorbeelden van informatie- en risicogericht werken. Ook voor specifieke thema’s, branches en ketens kan op basis van informatie, data-analyse en samenwerking het toezicht informatiegestuurd en risicogericht worden uitgevoerd. Informatiegestuurd werken is daarmee een continue proces waarmee de ODZOB betekenisvol wil zijn voor haar deelnemers. Het overgaan naar deze andere manier van werken vraagt veel van de ODZOB en kan niet zonder slag of stoot worden gerealiseerd. Hoewel dit
ODZOB | Kadernota 2023
thema raakvlakken heeft met het ROK, ligt de oplossing niet simpelweg en exclusief in deze regionale kaders. Het vergt ook het nodige in de randvoorwaardelijke sfeer. Hierin moeten nog stappen gezet te worden. 5.3 VTH-systeem In 2020 is gestart met de implementatie van het nieuwe VTH- en zaaksysteem, met bijbehorende koppeling aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit om te zorgen dat de ODZOB in 2022 klaar is om volgens de nieuwe wet te handelen. Hierdoor zal de uitwisseling van informatie (data en documenten) tussen deelnemers en de ODZOB geprofessionaliseerd zijn en daarmee voldoen aan de hiervoor geldende wetgeving. In 2023 zal doorontwikkeling van het gebruik van dit systeem aandacht vragen. 5.4 Staat van het mandaat In 2019 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om de aanbevelingen uit het rapport “De Staat van het Mandaat” nader uit te werken. Dit heeft geleid tot een efficiencytarget van structureel 3% (te weten 1% in 2021 en aanvullend 2% in 2022). In 2020 heeft het algemeen bestuur ingestemd om uit te gaan van 3 keuzevarianten voor machtiging en mandaat voor de basistaak milieu. Daarbij heeft het dagelijks bestuur tevens de opdracht gekregen een gesprek te voeren met deelnemers over nakoming van de gemaakte bestuurlijke afspraken. Dit moet er toe leiden dat eind 2021 duidelijk is voor welke variant iedere deelnemer heeft gekozen.
Deze besluiten zijn voorwaardelijk om de beoogde efficiencytargets in zowel de relatie met onze deelnemers als in de ODZOB-bedrijfsvoering te behalen. Naar verwachting wordt, ook door de (bestuurlijke) voortgang in 2021, de doelstelling van 2021 niet of slechts deels gerealiseerd. Dit zorgt ervoor dat de doelstelling van 2021 doorschuift naar 2022 en die van 2022 doorschuift naar 2023. Het structurele voordeel van 3% kan hierdoor naar verwachting pas vanaf 2024 gerealiseerd worden.
5.5 Governance 5.5.1 Meerjarenvisie Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 treedt een nieuw algemeen bestuur aan. Het (oude) dagelijks bestuur van de ODZOB biedt een overdrachtsdocument aan met de stand van zaken en toekomstige ontwikkelingen voor het “nieuwe bestuur”. Aan het nieuwe bestuur wordt, als opvolger van het concernplan 2019-2022, een meerjarenvisie 2023-2027 ter vaststelling voorgelegd. Vanaf 2023 zal deze visie de koers van de ODZOB bepalen. Het AB besloot eerder al dat dit koersdocument volgend jaar om pragmatische redenen gebruikt zal worden als de kadernota 2024. 5.5.2 Rekenkameronderzoek Gemeenteraden buigen zich soms over de vraag hoe de gemeenschappelijke doelen en uitvoeringstaken binnen GR’en doeltreffend en doelmatig gerealiseerd kunnen worden. Dit leidde in 2019 tot een breed gedragen rekenkameronderzoek over de ODZOB. Zoals aangegeven wordt 2022 gezien als het jaar van de transitie waarin de uitgewerkte maatregelen klaar zijn voor gebruik. Dat betekent dat op z’n vroegst in 2023 kan worden geëvalueerd of de genomen maatregelen het gewenste effect hebben. 5.5.3 Rapport Commissie Van Aartsen In maart 2021 heeft de Commissie Van Aartsen het rapport “Om de leefomgeving - Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur” uitgebracht. De commissie concludeerde dat omgevingsdiensten hun werk niet goed genoeg kunnen doen.
Dat leidt tot gezondheidsschade, economische schade en bestuurlijke schade. Om dit op te lossen moeten omgevingsdiensten onafhankelijker kunnen werken. Daarbij zijn tien aanbevelingen gedaan voor een toekomstvast, effectief, slagvaardig en toekomstgericht VTH-stelsel.
geldt ook voor het door ODNL geopperde idee om een, door het Rijk te financieren, Impulsprogramma VTH 2030 in het leven te gaan roepen. 5.5.4 Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr)/ Gemeenschappelijke Regeling (GR) Eind 2020 is het wetvoorstel tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen door de Tweede Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het gaat daarbij om de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij de uitvoering van taken in gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast richt het wetsvoorstel zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Na goedkeuring door de Eerste Kamer (naar verwachting nog eind 2021/ begin 2022) zal de GRODZOB in lijn met de Wgr worden gebracht. Hiervoor is instemming van alle betrokken raden en staten noodzakelijk. Daarnaast is de afgelopen jaren, na de vaststelling van de tweede wijziging van de GRODZOB, gebleken dat er bij een volgende wijziging nog enkele aspecten bijgesteld dienen te worden. Het is bedoeling dat ook deze onderwerpen worden meegenomen in de aanstaande derde wijziging van de GR.
De doorlooptijd van de besluitvorming over de te wijzigen GR zal grotendeels 2022 beslaan, waardoor er vanaf 2023, naar verwachting, sprake zal zijn van een nieuwe governance.
Het is onduidelijk wanneer er opvolging komt van de uitgebrachte adviezen. De gevolgen van deze adviezen voor omgevingsdiensten in het algemeen en de ODZOB in het bijzonder gaan naar verwachting hun effect hebben vanaf 2023. Dit
15
6. ODZOB | Kadernota 2023
Financiën Uitgangspunt voor de begroting 2023 (en de meerjarenraming 2024-2026) is dat baten en lasten structureel in evenwicht zijn, zodat dit leidt tot een meerjarig en sluitende begroting. 6.1 Baten De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de lokale werkprogramma’s van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De ODZOB raamt de omzet voor de werkprogramma’s op basis van de werkprogramma’s van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Deze werkprogramma’s worden aangepast voor de verwachte tariefontwikkeling en eventueel bijgesteld wegens inhoudelijke ontwikkelingen in het VTH-domein. Voor de begroting 2023 betekent dit dat de raming voor de baten uit werkprogramma’s gebaseerd wordt op de werkprogramma’s 2022. Daarbij zal rekening worden gehouden met de volgende ontwikkelingen: • Structurele gevolgen door de bevoegdheidsverschuiving bodemtaken van provincie naar gemeenten Het is nog de verwachting dat in 2023 de opdrachtverstrekking van de bodemtaken via de gemeentelijke werkprogramma’s loopt.
Daarbij wordt uitgegaan van een beleidsneutrale overgang van deze taken naar de gemeenten (zoals in het najaar 2021 door het algemeen bestuur bekrachtigd is). • Nazorg inwerkingtreding Omgevingswet Eerdere besluitvorming in het algemeen bestuur leidde tot het beschikbaar stellen van middelen voor de nazorg nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hiervoor werd zowel in 2021 als in 2022 een bedrag van € 400.000 per jaar gereserveerd, te betalen via extra deelnemersbijdragen. Doordat de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet de afgelopen jaren een paar maal is verschoven, zijn de kosten van het voorbereidingsprogramma gestegen (onder andere doordat het programmamanagement langer nodig is). Dit heeft ertoe geleid dat de middelen die oorspronkelijk voor de nazorg waren gereserveerd zijn ingezet voor de voorbereiding en implementatie. Hierdoor verdwijnt de noodzaak tot middelen voor de nazorg allerminst. De initiële argumenten daarvoor zijn door het uitstel niet weggenomen.
Vandaar dat nu opnieuw om middelen wordt gevraagd om deze nazorgkosten uit te kunnen bekostigen; dit betreft € 400.000 voor zowel 2023 als voor 2024 en is (zij het indicatief) als volgt opgebouwd: • Samenwerking andere omgevingsdiensten / regio / ODNL € 90.000 • Evaluatie, doorontwikkeling (van inrichting naar mba’s), monitoring € 165.000 • Inrichting toetsingskaders (omgevingsplannen / toepasbare regels) € 90.000 • Uitfasering programmamanagement / communicatie € 55.000
17
• De doorontwikkeling van het Regionaal operationeel kader (ROK) Bij de vaststelling van het ROK hebben deelnemers de mogelijkheid gekregen om uiterlijk in 2023 te voldoen aan de uitgangspunten van dit kader, inclusief de daarbij behorende budgetten. Vanaf 2023 voldoet iedere deelnemer aan deze uitgangspunten. Daarmee zitten de middelen voor het ROK toezicht en handhaving aan het plafond. Dit betekent niet dat er geen nieuwe componenten aan het ROK kunnen worden toegevoegd; bijvoorbeeld de bodem- of asbesttaken. Hiervoor is regionaal draagvlak met bijbehorende bestuurlijke besluitvorming uiteraard een voorwaarde. Een andere voorwaarde betreft het verder uitwerken en invoeren van het informatiegestuurd werken binnen de ODZOB.
• Structurele effect Staat van Mandaat De verwachte vertraging in het daadwerkelijk waarmaken van de efficiencytargets die zijn bepaald in het kader van Staat van het Mandaat leidt tot een verschuiving van de doelstelling voor 2021 (1%) naar 2022 en de doelstelling voor 2022 (2%) naar 2023. De totale doelmatigheid van 3% kan als gevolg hiervan niet eerder dan in 2024 worden gerealiseerd. • Doorbelasting garantiesalarissen Sinds de oprichting van de dienst worden de (meer)kosten wegens eerder gemaakte personele afspraken doorbelast naar de oorspronkelijke ‘latende’ organisaties. Deze aanpak past niet meer in de huidige opvattingen over een efficiënte bedrijfsvoering en zal dus worden gestaakt. Bovengenoemde aanpassingen zijn op ambtelijk niveau afgestemd met de deelnemers. Dat geldt met name voor de totstandkoming van de werkprogramma’s voor 2022, die het fundament vormen voor de begroting 2023. Deze werkprogramma’s hebben een bijzonder karakter omdat (vooralsnog) medio 2022 de Omgevingswet in werking treedt. Hierdoor gaan halverwege het jaar andere principes gelden voor de VTHuitvoering dan voor het eerste halfjaar van 2021. Ter indicatie zijn hieronder referentiecijfers van werkprogramma’s van onze deelnemers weergegeven: • Begroting 2021: • Berap 2021: • Begroting 2022:
€ 16,9 mln. € 18,8 mln. € 17,2 mln.
Bovenstaande cijfers geven een bestendig beeld, met uitzondering van de prognose uit de Berap 2021. De geprognotiseerde omzet voor 2021 is beduidend hoger dan de overige cijfers. Daarbij is opgemerkt dat het maar de vraag is of de ODZOB over voldoende personele capaciteit kan beschikken om dit omzetvolume te realiseren. Daar komt nog bij dat de 2021-prognose deels voortvloeit uit incidentele ontwikkelingen.
ODZOB | Kadernota 2023
Op basis van de meest actuele inzichten wordt een bandbreedte van € 17,5 tot € 18,0 miljoen momenteel als realistisch uitgangspunt voor de werkprogramma’s 2022 beschouwd. De totale omzetraming voor 2022 komt uit op € 23,5 miljoen en leidt tot een prognose van 234.000 declarabele uren. De Ontwerpbegroting 2023 wordt op basis van deze inzichten nader uitgewerkt. 6.2 Lasten Ruim 80% van de lasten bestaat uit personeelskosten. Salarissen zijn daar veruit het grootse onderdeel van. Bij de berekening van de personeelskosten wordt onder andere rekening gehouden met: • De meest recente inzichten omtrent formatie en bezetting, actuele loonkosten en inzichten over salarisontwikkeling (cao, premies, periodieken, jubileumuitkeringen); • Benodigde externe inhuur, die wordt afgeleid van de verhouding tussen de formatie en de bezetting en rekening houdend met een streefwaarde van een flexibele schil van 20% van de totale bezetting. De overige personele kosten worden berekend op basis van de meest recente inzichten die gebaseerd zijn op onder andere huur- en leasecontracten, servicekosten en ICT-licenties. De geraamde afschrijvingen worden gebaseerd op de lasten die voortvloeien uit eerder gedane investeringen (basis: activabestand), waaraan de gevolgen van nieuwe c.q. vervangingsinvesteringen worden toegevoegd.
Om te komen tot de realisatie van 234.000 declarabele uren (gebaseerd op de meest actuele omzetbehoefte, onder andere vanuit onze deelnemers) moet de ODZOB over een goede hoeveelheid personeel beschikken. Dit komt neer op de volgende personele inzet: • Primair proces 173 fte • Overhead 43 fte (20% van het totaal) • Totaal 216 fte 6.3 Indexering De wijze van indexeren waar de 4GR in Zuidoost-Brabant uitvoering aangeven is medio 2021 in het algemeen bestuur van iedere GR geactualiseerd en gelijkgesteld. Dat betekent dat gebruik gemaakt wordt van de indexcijfers voor het jaar 2023 uit de Macro Economische Verkenning 2022, zoals gepubliceerd in september 2021: • Materiële overheidsconsumptie: 1,6% aandeel 18% • Loonvoet sector overheid: 2,3% aandeel 82% • Gewogen bedraagt dit percentage: 2,2%
19
6.4 Randvoorwaarden tariefontwikkeling Bij de bepaling van het gemiddeld uurtarief voor 2023 wordt rekening gehouden met de meest recente inzichten in loon- en prijsontwikkelingen. Uitgaande van de gepresenteerde prijsindexcijfers in de Macro Economische Verkenning 2022 ligt een tariefstijging voor 2023 ten opzichte van 2022 voor de hand. Voor 2023 gaat de ODZOB uit van 1.350 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Deze norm sluit aan bij die van 2022, maar staat op gespannen voet met de gerealiseerde declarabiliteit van de afgelopen jaren (deze kwam uit op circa 1.300 uur per fte). Vandaar dat in het najaar van 2021 het voorstel Grip op de organisatie aan het algemeen bestuur werd voorgelegd. Dit voorstel werd slechts gedeeltelijk door het AB overgenomen; er werd ingestemd om met een éénmalige actie de declarabiliteit te versterken. De uitvoering hiervan ligt in 2022 en mag niet leiden tot een verzoek om aanvullende middelen bij de deelnemers. Een eenmalige bijdrage uit de algemene reserve is op voorhand niet uitgesloten. Het algemeen bestuur ging niet akkoord met het voorstel om de structurele gevolgen te verwerken in de voorliggende kadernota 2023. In de AB-vergadering van 2 december 2021 memoreerde de provincie Noord-Brabant aan de wijze waarop omgegaan wordt met de gerelateerde taken.
Op de vraag of het klopt dat de provincie vanaf de oprichting van de ODZOB naast de gerelateerde taken voor het eigen werkprogramma meebetaalt aan vergelijkbare werkzaamheden (via het tarief) voor de gemeentelijke deelnemers, is bevestigend geantwoord. Dit leidt vanuit het provinciaal perspectief tot een factor van ongelijkheid. Het AB heeft bevestigd dat deze weeffout, die in het verleden is ontstaan, hersteld dient te worden. In de (ontwerp)begroting 2023 dient de cijfermatige doorwerking hiervan uitgewerkt te zijn. Er bestaat een verband tussen het uurtarief en de declarabiliteit. Soms is deze relatie eenvoudig te duiden, zoals bij de herpositionering van het
ODZOB | Kadernota 2023
accountmanagement. Door deze taken te verschuiven van de overhead naar het primaire proces, neemt het aantal declarabele uren toe en neemt het uurtarief af. Daarnaast bestaan er meer complexe onderlinge relaties, zoals bij de gerelateerde uren. Vandaar dat wordt voorgesteld om het gemiddeld uurtarief voor 2023 als volgt vast te stellen: • Tarief 2022 € 100,30 • Indexering 2,2% € 2,21 • Garantiesalarissen niet meer doorbelasten € 0,21 • Herpositionering accountmanagement € 1,50 -/• Tarief 2023 € 101,22 Het gepresenteerde gemiddeld uurtarief van € 101,22 dient als input voor ontwerpbegroting 2023. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat het nu getoonde tarief verdere bijstelling nodig heeft. 6.5 Weerstandsvermogen en risicomanagement De afgelopen jaren heeft het algemeen bestuur enkele besluiten genomen waarbij de algemene reserve als dekkingsbron is gekozen door incidentele (project)kosten. Dit heeft geleid tot een lager volume van de algemene reserve en daarmee tot een lager weerstandsvermogen. Daarnaast (b) lijkt de verwachtingswaarde van het risicoprofiel van de ODZOB eerder te stijgen dan te dalen. De weerstandsratio daalt hiermee tot een niveau dat doorgaans als te laag c.q. ongewenst wordt beschouwd. In samenspraak met de 4GR in regio ZuidoostBrabant worden in 2022 de financiële kaders van de 4GR herijkt.
Het resultaat daarvan zal aan het bestuur van iedere GR worden voorgelegd. Het onderdeel risicomanagement maakt hier een wezenlijk onderdeel van uit. Voor de ODZOB en haar deelnemers is het van belang om de huidige kaders tegen het licht te houden en nieuwe afspraken te maken over de verhouding tussen de verwachtingswaarde van de risico’s en de beoogde hoogte van de algemene reserve.