11. Vaststellen verordening toeristenbelasting 2022
Tekst van het document
Besluit gemeenteraad
Titel: Zaaknummer: Documentnummer:
Vaststellen verordening toeristenbelasting 2022 0847200276459 200316431
Datum besluit:
De raad van de gemeente Someren; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 november 2022; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet
b
e
s
l
u
i
t
:
Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting gemeente Someren 2022 Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. Vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeermiddelen, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden. b. Kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een bouwvergunning - dan wel na invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
c. Verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur worden aangeboden. d. Kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen hoofdzakelijk ten behoeve van recreatief nachtverblijf.. e. Kampeerboerderij: gebouwen en terrein deel uitmakend van een agrarisch bedrijf dan wel een voormalig agrarisch bedrijf waarin gelegenheid wordt geven tot het houden van recreatief nachtverblijf. f. Minicamping: een terrein voor openluchtrecreatie met een capaciteit van maximaal 25 mobiele kampeeronderkomens. g. Groepsaccommodatie: een (deel van een) gebouw dat blijvend bestemd is voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij overnacht wordt in slaapzalen en/of slaapkamers, waarbij een afzonderlijke ruimte voor dagactiviteiten alsmede keuken- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn die gemeenschappelijk door de groep worden gebruikt. h.
Niet recreatief, tijdelijk verblijf: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, die gedurende een bepaalde periode voor andere doeleinden dan vakantie en recreatie worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden. i. Vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. j. Verhuureenheden: vakantieonderkomens, kampeermiddelen of verhuurde ruimten die door de eigenaar of exploitant worden verhuurd voor perioden korter dan een maand aan steeds wisselende personen. k. Seizoen: een periode van meer dan 6 maanden maar niet langer dan 9 maanden. l. Georganiseerde jeugdbeweging: een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard. m. Arbeidsmigranten: personen die in de gemeente verblijven zonder te zijn ingeschreven als ingezetene met ‘werk’ als motief en wiens verblijf door de werkgever dan wel een uitzendbureau of huisvester wordt mogelijk gemaakt. Artikel 2
Belastbaar feit
2/7
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3
Belastingplicht
1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4
Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. 3. a. door jongeren tot de leeftijd van 18 jaar die onder bevoegde leiding en verantwoordelijkheid van een school of een georganiseerde jeugdbeweging in een groepsaccommodatie verblijven. b. De vrijstelling van onderdeel a is tevens van toepassing op de begeleiders van bedoelde jongeren, met een maximum van 1 begeleider op 5 jongeren. Artikel 5
Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden. Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
3/7
1. Voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen, kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 2. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen, wordt per standplaats: a. Het aantal
2,4 personen
overnachtende personen gesteld op: b. het aantal nachten als een kampeermiddel op een vaste standplaats
3.
gesteld op:
in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of
1° 2° 3° 4°
alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan 3 maanden 3 maanden 6 maanden 6 maanden 9 maanden 9 maanden -
63 nachten 70 nachten 77 nachten 84 nachten
In afwijking van de eerste twee leden wordt het forfait niet toegepast op verblijf in niet recreatieve, tijdelijke verblijven, verhuureenheden, vakantieonderkomens en mobiele kampeeronderkomens, die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor de gehele jaar-, seizoens- of arrangementenperiode, doch steeds worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte periode.
Artikel 7
Belastingtarief
1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 2,00; 2. In afwijking van lid 1 bedraagt het tarief in groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, op minicampings en kampeerterreinen: € 1,30; 3. In afwijking van de eerste twee leden bedraagt het tarief voor arbeidsmigranten per persoon per overnachting: € 1,30. Artikel 8
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Aanslaggrens 4/7
Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien heeft belopen. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 2. Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 3. Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 4. In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00. 5.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan een krachtens artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar. Artikel 14 Registratieplicht
5/7
1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registeren in een daarvoor bestemd nachtverblijfregister zoals bedoeld in artikel 438 Wetboek van Strafrecht. 2. De verplichting, genoemd in het eerste lid, vervalt indien de belastingplichtige een soortgelijk nachtverblijfregister voert dat is geaccepteerd door een krachtens artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar. Artikel 15
Aangifteplicht
De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen. Artikel 15 Nadere regels door het Dagelijks bestuur Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van toeristenbelasting. Artikel 16 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel 1. De ’Verordening toeristenbelasting 2021’ van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting Someren 2022' Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren van 22 december 2021, 6/7
de raadsgriffier, J. Oostdijk de voorzitter, D. Blok
7/7