CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10f. aanvullende notitie planMER Deelgebied 4 -

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 43.216 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvulling op het planMER voor buitengebied Someren deelgebied 4 27 oktober 2022

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

Verantwoording Titel

Aanvulling op het planMER voor buitengebied Someren deelgebied 4

Opdrachtgever

Gemeente Someren

Projectleider

Martijn Gerritsen

Auteur(s)

Lex Bekker

Projectnummer

1288850

Aantal pagina’s

11

Datum

27 oktober 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

De aanbevelingen van de commissie-m.e.r. ...................................................................... 4

1.2

Gevolgen van de uitspraak d.d. 7 september 2022 ........................................................... 4

2

Inventarisatie Wnb-vergunningen .............................................................................................. 5

3

Nieuwe jurisprudentie ................................................................................................................ 7

4

3.1

Korte toelichting op de uitspraken van 7 september 2022 ................................................. 7

3.2

De opzet van het stikstof onderzoek in het planMER ........................................................ 7

3.3

Berekening van de referentie situatie ................................................................................. 8

3.4

Berekening van de worst case situatie ............................................................................... 8

3.5

Beschikbare interne salderingsruimte ................................................................................ 8

3.6

Haalbaarheid op bedrijfsniveau .......................................................................................... 9

Bevindingen en conclusies ...................................................................................................... 10 4.1

Advies van de commissie-m.e.r. ...................................................................................... 10

4.2

Uitspraken Raad van State d.d. 7 september 2022 ......................................................... 10

4.3

Conclusies ........................................................................................................................ 11

3/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

1 Inleiding Op 7 april 2022 is het planMER behorend bij het bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 4 van de gemeente Someren uitgebracht. Dit planMER is gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4 ter visie gelegd. Over het planMER is op 22 juli 2022 door de commissie m.e.r. een advies uitgebracht. In de voorliggende rapportage wordt het planMER aangevuld langs de lijn die de commissie adviseert. Daarnaast wordt ingegaan op mogelijke consequenties van de RvS-uitspraken d.d. 7 september 2022 (202106900/01, 202106908/1 en 202106915) voor het stikstofonderzoek in het planMER. Door deze aanvulling op het planMER toe te voegen (als bijlage) aan de toelichting op het door de gemeenteraad vast te stellen definitief bestemmingsplan wordt de wijze waarop ‘het milieu’ een plek krijgt in de besluitvorming verbreedt en geactualiseerd.

1.1

De aanbevelingen van de commissie-m.e.r.

In deze paragraaf wordt kort weergegeven hoe in deze aanvulling op het planMER, op de door de commissie geconstateerde essentiële tekortkoming is ingegaan. De commissie adviseert om in een aanvulling op het MER te onderzoeken of voor nog niet uitgevoerde activiteiten waarvoor een natuurvergunning is verleend een goede Passende Beoordeling is uitgevoerd. Hiertoe heeft de gemeente een lijst opgesteld van de nu actuele Wnb vergunningen en is beoordeeld of er in redelijkheid sprake kan zijn van wel vergunde maar nog niet gerealiseerde emissies. Deze aanvulling staat beschreven in hoofdstuk 2 van de voorliggende rapportage.

1.2

Gevolgen van de uitspraak d.d. 7 september 2022

In hoofdstuk 3 van deze aanvulling op het planMER voor het buitengebied Someren deelgebied 4 wordt ingegaan op de gevolgen van uitspraak van de Raad van State d.d. 7 september 2022 op de (interpretatie van) de uitkomsten van het stikstofonderzoek zoals dat in het planMER is gepresenteerd.

4/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

2 Inventarisatie Wnb-vergunningen In het planMER is vastgesteld dat in de huidige situatie de Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente Someren al overbelast zijn door stikstofdepositie. Een toename van stikstofdepositie in deze gebieden zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Vooral het Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide en Beuven ligt dicht bij het plangebied en is stikstofgevoelig. Dit maakt dat de uitstoot van stikstof een sterk bepalende factor is voor ontwikkelingen in het plangebied en daarmee voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Om te voorkomen dat het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op beschermde natuur is dit vastgelegd in een stikstofregel. Voor veehouderijen die beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning is een uitzondering gemaakt (zie regel 4.4.1, onder t, van het bestemmingsplan). Als er veehouderijen blijken te zijn die, binnen de nu actuele natuurvergunning, hun activiteiten (in casu de daaruit voortvloeiende emissies) na het vaststellen van het bestemmingsplan alsnog uitbreiden kan het zijn dat daarvoor een (nieuwe) Passende Beoordeling gemaakt dient te worden. In aanvulling op de inventarisatie van de Huidige Situatie zoals die in het planMER is gepresenteerd heeft de gemeente de dossiers onderzocht zoals die in het kader van de Wet natuurbescherming actueel zijn.

De resultaten van die aanvullende inventarisatie wordt gepresenteerd in tabel 2.1. Tabel 2.1 Aanvullende vergunningen inventarisatie ID

Type Bedrijf

Wnb vergunning

referentie afgegeven vergunning

1

Schapen

Nvt

2

Melkvee

Nvt

3

Legkippen

https://www.brabant.nl/actueel/bekendmakingen/

Z/010582/37696; 8

natuurbeschermingsvergunning/636142098635879769

november 2016

4

Paarden

Nvt

6

Varkens

Nvt

7

Varkens

https://www.brabant.nl/actueel/bekendmakingen/

Z/096040; 28 december

natuurbeschermingsvergunning/635699616667036320

2020

8

Paarden

Nvt

9

Varkens

https://www.brabant.nl/actueel/bekendmakingen/

C/2154148/8571; 1 mei

natuurbeschermingsvergunning/635591709159112177

2015

10

Varkens

https://www.brabant.nl/actueel/bekendmakingen/

Z/002795/16864; 27 mei

natuurbeschermingsvergunning/635683176309695001

2015

11

Gemengd

Nvt

12

Melkvee

Nvt

13

Melkvee

Nvt

5/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

ID

Type Bedrijf

Wnb vergunning

referentie afgegeven

14

Varkens

Nv

15

Melkvee

Nvt

16

Melkvee

https://www.brabant.nl/actueel/bekendmakingen/

C2162985/11229; 10 juni

natuurbeschermingsvergunning/635695458880160921

2015

17

Melkvee

vergunning

t

Nvt

Op basis van de kennis van de dossiers is onderzocht waar de actuele Wnb-vergunning nog ruimte zou kunnen bieden voor een eventuele uitbreiding van de emissies ten opzichte van de Huidige Situatie waarvan in het planMER is uitgegaan. Op basis van de beschikbare inzichten komen we tot de conclusie dat er geen “loze” ontwikkelruimte beschikbaar is binnen deze al eerder afgegeven vergunningen. Een aanvullende Passende Beoordeling is voor deze bedrijven dan ook niet aan de orde in het kader van deze planprocedure1. Ongewenste effecten op de nabijgelegen Natura2000 gebieden vanuit het plangebied kunnen dus worden uitgesloten. De in het plan opgenomen regel met betrekking tot stikstofemissie blijkt dus in deelgebied 4 van de gemeente Someren afdoende. Een verdergaand onderzoek ten opzichte van hetgeen in het planMER is gepresenteerd in dan ook niet nodig.

1

Opgemerkt wordt dat voor uitbreidingsplannen die niet aantoonbaar kunnen voldoen aan de stikstofregel in het bestemmingsplan een buitenplanse procedure doorlopen dient te worden die separaat beoordeeld zal worden op inpasbaarheid en vergunbaarheid.

6/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

3 Nieuwe jurisprudentie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van RvS-uitspraken d.d. 7 september 2022 (202106900/01, 202106908/1 en 202106915) voor het stikstofonderzoek in het planMER buitengebied Someren – Deelgebied 4.

3.1

Korte toelichting op de uitspraken van 7 september 2022

De Raad van State komt in haar (toelichting op de) uitspraken van 7 september 2022 tot de conclusie dat het (te) onzeker is of emissiearme melkveestallen in de praktijk doen wat ze beloven, terwijl zekerheid volgens Europese natuurbeschermingsregels wel vereist is bij het verlenen van natuurvergunningen. Uit twee wetenschappelijke onderzoeken is namelijk gebleken dat de stikstofuitstoot uit emissiearme stallen waarschijnlijk hoger is dan waarvan in de regelgeving wordt uitgegaan. De rekenwaarden (i.c. de emissiefactoren) die worden gebruikt om de stikstofuitstoot te berekenen, bieden daarom volgens de Raad van State te weinig zekerheid dat de natuur geen schade oploopt. De uitspraken hebben betrekking op stallen met de volgende codes uit de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV): • A 1.13: ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en •

mestschuif A 1.28: ligboxenstal met roostervloer, voorzien van een rubber toplaag en bevestigingsnokken met een geprofileerd oppervlak, kunststof kleppen in de roosterspleten en met mestschuif

In de RAV is aan deze twee emissiearme staltypes een emissiefactor toe gekend van 6 kg ammoniak/dier/jaar. In recent wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat deze waardes onder praktijk omstandigheden niet (altijd) gehaald kunnen worden.

3.2

De opzet van het stikstof onderzoek in het planMER

In het planMER wordt er op verschillende plaatsen aandacht besteed aan de (gebieds)emissies vanuit de dierverblijfplaatsen in het buitengebied: • In paragraaf 4.2 wordt de referentie situatie berekend voor het plangebied • •

In paragraaf 4.3 wordt de worst case berekend voor het plangebied In paragraaf 4.4.4 wordt de beschikbare interne salderingsruimte in het plangebied onderzocht ter onderbouwing van de haalbaarheid van het in de planregels fixeren van de

emissies/depositie • In hoofdstuk 8 wordt de haalbaarheid van het planalternatief op bedrijfsniveau onderzocht In de berekeningen die ten grondslag hebben gelegen aan de bevindingen die in deze paragrafen van het planMER zijn gepresenteerd zijn de RAV emissiefactoren gebruikt, ook voor de stallen met code A 1.13 en A 1.28. De gevolgen van de uitspraken van 7 september 2022 voor deze delen van het planMER worden hieronder kort besproken.

7/11

Kenmerk

3.3

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

Berekening van de referentie situatie

In het plangebied komt het stal type A 1.13 niet voor en er is 1 dierverblijfplaats voor van het type A 1.28. Op basis van de RAV-emissie kentallen zou deze in de huidige situatie verantwoordelijk zijn voor 906 kg stikstof per jaar. De redeneerlijn van de Raad van State volgend zou dit mogelijk 1.963 kg/jaar kunnen zijn. Dat is ongeveer 2 % van de gerapporteerde gebiedsemissie van 93.168 kg/jaar. Door in de berekeningen van de referentie situatie gebruik te maken van de RAV-emissie factor van 6 kg/dier/jaar is de referentie situatie in het planMER dus enigszins onderschat.

3.4

Berekening van de worst case situatie

Op basis van de RAV-kentallen zou in de worst case het dierverblijfplaats met RAV-code A 1.28 verantwoordelijk kunnen zijn voor 1.501 kg stikstof per jaar. De redeneerlijn van de Raad van State volgend zou dit mogelijk 4.253 kg/jaar kunnen zijn. Dat is ongeveer 4,3 % van de gerapporteerde gebiedsemissie van 98.168 kg/jaar. Ook de worst case is in het planMER dus enigszins onderschat.

3.5

Beschikbare interne salderingsruimte

In paragraaf 4.4.4 van het planMER is het effect van een aantal verschillende parameters op de te verwachten gebiedsemissie gepresenteerd. In het MER is in een matrix weergegeven in welke mate er interne salderingscapaciteit beschikbaar is in het plangebied: zijn er voldoende emissiereducerende technieken en technologieën beschikbaar om, ondanks een toename van het aantal dieren, de gebiedsemissies per saldo te doen afnemen. De onderstaande matrix komt van blz. 40 van het MER. De matrix laat zien dat als er in de intensieve veehouderij emissie reducerende maatregelen worden genomen die de emissies met 70 % – 90 % doen afnemen, er op basis van interne saldering nog groei mogelijk is. Dit geldt in de groen gearceerde cellen: daar neemt de emissie uit het gebied af ten opzichte van de Huidige Situatie. Gebiedsemissie in de huidige situatie: 93.168 kg/jaar zoals berekend in paragraaf 4.4.4 van het planMER emissie reductie (%) uitbreiding tot maximaal (in hectares) Niet Intensieve intensieve huidig veehouderij veehouderij 1 ha 1,5 ha 2, 0 ha 2,5 ha 3,0 ha bouwvlak 0 0 103.906 155.859 207.812 259.766 311.719 190.554 0 26 101.090 151.634 202.179 252.724 303.269 181.202 0 54 98.073 147.109 196.146 245.182 294.219 171.186 0 60 88.354 132.530 176.707 220.884 265.061 160.327 70 70 70 70

0 26 54 60

85 85 85 85

0 26 54 60

49.317 42.577 35.319 33.764

73.975 63.866 52.979 50.646

98.633 85.154 70.639 67.528

123.292 106.443 88.298 84.410

147.950 127.731 105.958 101.292

92.430* 79.332* 65.226* 62.204

37.619 56.428 75.238 94.047 112.857 71.404 30.879 46.319 61.759 77.198 92.638 58.306 23.621 35.432 47.243 59.054 70.864 44.200 22.066 33.099 44.132 55.166 66.199 41.177 * in het planMER waren deze cellen per abuis rood gearceerd weergegeven

8/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

Gehoor gevend aan de uitspraak van de Raad van State is het gebiedsemissie-model voor melkveestallen met RAV-code A 1.28 aangepast. De emissiefactor is opgehoogd van 6 kg/dier/jaar naar 13 kg/dier/jaar. Een vergelijkbare aanpassing voor de RAV-code A 1.13 is niet nodig omdat dit staltype niet voorkomt in het plangebied. De Raad van State uitspraken d.d. 7 september 2022 gaan niet over andere emissiearme stalsystemen in de melkveesector dan A 1.13 en A 1.28, en ook niet over emissiearme stallen in de pluimvee- en varkenssector. Daarom is het gebiedsmodel verder niet aangepast. De onderstaande matrix laat zien dat een aanpassing van de emissies van A 1.28 geen verschuiving veroorzaakt in de waardering van de interne salderingscapaciteit van het plangebied. Op basis van de aangepaste interne saldering is in een vergelijkbaar patroon nog groei mogelijk. Gecorrigeerde gebiedsemissie berekeningen; in de huidige situatie gecorrigeerd tot 94.225 kg/jaar emissie reductie (%) uitbreiding tot maximaal (in hectares) Niet Intensieve intensieve huidig veehouderij veehouderij 1 ha 1,5 ha 2, 0 ha 2,5 ha 3,0 ha bouwvlak 0 0 105.073 157.609 210.146 262.682 315.219 192.304 0 26 98.030 147.045 196.060 245.075 294.090 178.751 0 54 90.446 135.668 180.891 226.114 271.337 164.155 0 60 88.820 133.230 177.640 222.051 266.461 161.027

3.6

70 70 70 70

0 26 54 60

50.483 43.440 35.856 34.231

75.725 65.161 53.784 51.346

100.967 86.881 71.712 68.461

126.208 108.601 89.640 85.577

151.450 130.321 107.568 102.692

94.181 80.628 66.032 62.904

85 85 85 85

0 26 54 60

38.786 31.743 24.158 22.533

58.178 47.614 36.237 33.799

77.571 63.485 48.316 45.066

96.964 79.357 60.395 56.332

116.357 95.228 72.474 67.599

73.155 59.601 45.005 41.878

Haalbaarheid op bedrijfsniveau

In hoofdstuk 8 (en bijlage 7) van het planMER is de haalbaarheid van het bestemmingsplan onderzocht op perceel-niveau. In het planMER is er voor de beoordeling van de haalbaarheid van het bestemmingsplan voor het ene bedrijf waar een melkveestal met RAV-code A 1.28 operationeel is, uitgegaan van een emissiearme stal. Uit de berekeningen zoals die worden gepresenteerd in bijlage 7 van het planMER blijkt dat niet in alle onderzochte scenario’s het planalternatief haalbaar is. Omdat er in het gebiedsmodel uit wordt gegaan van een emissiearme stal zijn er op dit bedrijf nog slechts in beperkte mate vergaande maatregelen beschikbaar. Vanuit de aannames en randvoorwaarden die ten grondslag hebben gelegen aan het gebiedsmodel van het planMER geldt dat de interne salderingscapaciteit er al ver terug is gebracht in de Huidige Situatie. Op planniveau hebben de uitspraken van 7 september 2022 vooralsnog geen overwegende gevolgen voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van het plan als geheel.

9/11

Kenmerk

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

4 Bevindingen en conclusies In dit laatste hoofdstuk van de aanvulling op het planMER voor bestemmingsplan Buitengebied Someren – Deelgebied 4 worden de bevindingen en conclusies kort weergegeven.

4.1

Advies van de commissie-m.e.r.

Op basis van het toetsingsadvies dat op 22 juli 2022 is uitgebracht over het planMER in het kader van het bestemmingsplan buitengebied voor deelgebied 4 van de gemeente Someren van 7 april 2022, is het MER aangevuld. Daarbij is rekening gehouden met het advies van de Commissie. Het resultaat van de door de commissie aanbevolen aanvullende inventarisatie is in hoofdstuk 2 van dit rapport gepresenteerd. Daarbij is ingegaan op de door de commissie benoemde mogelijke gevolgen op de stikstof gevoelige natuurgebieden in de directe omgeving. De resultaten van de door de gemeente uitgevoerde aanvullende vergunningeninventarisatie zijn geanalyseerd. De conclusie van die analyse is dat er ten opzichte van de Huidige Situatie waarvan in het planMER is uitgegaan, er geen ‘loze’ ontwikkelruimte beschikbaar is binnen deze al eerder afgegeven vergunningen. Een aanvullende Passende Beoordeling is dan ook niet nodig om ecologische effecten in dit stadium uit te kunnen sluiten. Het planMER bevatte voldoende (ecologische) informatie om een weloverwogen besluit over het bestemmingsplan te kunnen nemen.

4.2

Uitspraken Raad van State d.d. 7 september 2022

Ook is in deze aanvulling ingegaan op de consequenties van de uitspraken van de Raad van State van 7 september 2022. In die uitspraken wordt de zekerheid waarmee een tweetal emissiearme stalsystemen in de praktijk functioneren ter discussie gesteld. De gevolgen van deze uitspraken op de bevindingen die in het planMER gepresenteerd zijn worden hieronder kort weergegeven: • De gebiedsemissies in de Huidige Situatie zijn in het planMER enigszins onderschat • •

•

Ook de Worst Case emissies vanuit het plan gebied zijn in het planMER onderschat Beide onderschattingen doen echter niets af aan de werking van de in het bestemmingsplan opgenomen gebruiksregel: die regel zorgt er voor dat er geen negatieve effecten zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van de nabij gelegen Natura2000 gebieden Het model waarmee de gebiedsemissies worden berekend is aangepast: - Er blijkt één omstreden melkveestal in het gebied te zijn -

Als de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het gebiedsmodel worden aangepast aan de uitspraak van 7 september is er geen verandering in het patroon van de analyse van de interne salderingscapaciteit

-

Vooralsnog zijn er geen overwegende gevolgen voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van het plan als geheel

10/11

Kenmerk

4.3

R001-1288850LBE-V01-mdg-NL

Conclusies

Op basis van het toetsingsadvies dat op 22 juli 2022 is uitgebracht over het planMER in het kader van het bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4 van de gemeente Someren (uitgebracht op 7 april 2022), is het planMER aangevuld. Daarbij is rekening gehouden met het advies van de Commissie. Vastgesteld is dat een aanvullende Passende Beoordeling niet nodig is om ecologische effecten in dit stadium uit te kunnen sluiten. Het planMER bevatte al wel voldoende (ecologische) informatie om een weloverwogen besluit over het (ontwerp) bestemmingsplan te kunnen nemen. Ook is in deze aanvulling ingegaan op de consequenties van de uitspraken van de Raad van State van 7 september 2022 over de betrouwbaarheid van een aantal RAV-emissie factoren. Op basis van deze aanvullingen luidt de conclusie dat de bevindingen zoals die in het planMER zijn weergegeven in een paar gevallen een kleine onderschatting geven van de emissies uit het gebied. Een en ander heeft echter geen gevolgen voor de werking van regel 4.4.1, onder t, van het bestemmingsplan: deze planregel zal nog steeds succesvol kunnen voorkomen dat er een negatief effect op zal treden op de kwalificerende instandhoudingsdoelstellingen van de nabij gelegen Natura2000 gebieden.

Daarnaast hebben de uitspraken van 7 september 2022 in beperkte mate gevolgen voor de beschikbare interne salderingscapaciteit en de uitvoerbaarheid van het planscenario. Deze verschillen zijn echter geen reden om het bestemmingsplan te wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Door deze aanvulling op het planMER aan de toelichting op het bestemmingsplan toe te voegen wordt een en ander afdoende bij de besluitvorming betrokken.

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12066843/2