CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10b. Raadsnotitie Ontwikkelingsrichting Otterdijk- bijlage 2 stedenbouwkundig advies aanvulling

Commissie Ruimte 14 september 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Raadsnotitie Ontwikkelingsrichting Otterdijk1.431 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Someren t.a.v. Dhr. E. van Dijk Juridisch planologisch medewerker Afdeling Beleid (verzonden per e-mail)

Uw kenmerk

Ons nummer

Datum

e-mail, E. van Dijk

BA 9644 (aanvulling)

14 december 2021

Behandeld door

Onderwerp

Bijlage

H. Gerlings/TS

bedrijfsontwikkeling Otterdijk 3/7 te Someren

Geacht College, Per mail van 1 november 2021 vraagt uw gemeente een aanvullend advies naar aanleiding van de door Farmconsult ingediende reactie. De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen heeft bij brief van 3 juni 2021 uw gemeente geadviseerd over de bedrijfsontwikkeling aan de Otterdijk 3/7 te Someren. In het schrijven van Farmconsult worden een aantal aspecten naar voren gebracht waarop onderstaand zal worden ingegaan. Forfarmers geeft aan dat in het advies het totale aantal dieren dat bij het bedrijf in eigendom is in het advies van de Adviescommissie niet verder wordt toegelicht. Er is destijds een overzicht verstrekt waarop de individuele paarden die op het bedrijf aanwezig waren stonden vermeld. Op het overzicht per 31-12-2019 stonden 57 paarden vermeld. Op het overzicht van 31-12-2020 staan 62 paarden. Dit betreft 13 veulens die in 2020 zijn geboren, 22 jonge opfokpaarden uit 2019 en 8 opfokpaarden uit 2018, 7 paarden uit 2017 en 10 dieren van eerdere geboortejaren. Forfarmers geeft aan dat in 2020 15 paarden zijn aangekocht, dat 15 paarden zijn verkocht en dat er 5 veulens zijn geboren, hetgeen resulteert in de genoemde eindvoorraad van 62 paarden per 31-12-2020. Deze gegevens waren ten tijde van de advisering bij brief van 3 juni 2021 bij de Adviescommissie bekend.

In de adviesbrief van de Adviescommissie wordt aangegeven dat in 2020 15 paarden zijn aangekocht en 14 paarden zijn verkocht. Dat in deze brief wordt gesproken over de verkoop van 14 paarden in plaats van 15 paarden is erin gelegen dat bij één afgevoerd dier euthanasie heeft plaatsgevonden.

info@AABbrabant.nl Postbus 1153 5200 BE ’s-Hertogenbosch

www.AABbrabant.nl KvK nummer 41098657 IBAN NL82ABNA0429952457

Op al onze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel in Woerden. Op verzoek wordt hiervan een exemplaar toegezonden.

BA 9644 aanvulling Blad 2

Forfarmers geeft aan dat de beschrijving van de voorzieningen aan de Kromvenweg 18 onvolledig dan wel onjuist is. De advisering heeft betrekking op nieuwbouwplannen aan de Otterdijk 3/7. Om die reden heeft geen gericht onderzoek plaatsgevonden naar de bebouwing aan de Kromvenweg 18 en de activiteiten die aldaar plaatsvinden. De verslaglegging in deze is gebaseerd op het gevoerde overleg waarin hierop slechts heel beperkt is ingegaan. In de reactie van Forfarmers wordt relatief uitvoerig ingegaan op de begrippen Standaard Opbrengst (SO) en Standaard Verdien Capaciteit (SVC) zoals die door Wageningen University and Research worden gebezigd. In het ingediende bedrijfsplan is door Forfarmers voor de benadering van de rentabiliteit een rendementsberekening van de toekomstige bedrijfsvoering bijgevoegd op basis van de kengetallen Standaard Opbrengst (SO) en Standaard-VerdienCapaciteit (SVC). In dit bedrijfsplan geeft Forfarmers ook het volgende aan: “Het bedrijf Anna Hoeve wordt op basis van de standaard verdien norm aangemerkt als een groot bedrijf.” Aangezien de onderbouwing die van de zijde van de initiatiefnemers is ingediend uitgaat van de kengetallen SO en SVC is de Adviescommissie hier in haar advies nader op ingegaan.

Onder de planbeschrijving heeft de Adviescommissie toegelicht dat uit een dergelijke SO- en SVC-berekening de normatieve omzet en het normatieve rendement van een bedrijfsvoering in de paardenhouderij blijken. Op basis van deze normatieve kengetallen zou het een bedrijf betreffen met een beperkte omzet en zeer laag rendement. In het advies heeft de Adviescommissie aangegeven dat de heer en mevrouw Knoops reeds langjarig bedrijfsmatig actief zijn in de paardenhouderij, en dat uit de overgelegde gegevens blijkt dat het de afgelopen jaren een stabiele bedrijfsvoering in de paardenhouderij betreft die zich vooral richt op de export van paarden naar USA/Canada. In het advies is aangegeven dat de rendementsberekening zoals die door Forfarmers op basis van SO en SVC is ingediend niet representatief is voor deze bedrijfsvoering, en dat het kostenpatroon van de voorgenomen bedrijfsopzet zodanig is dat ook substantieel hogere inkomsten noodzakelijk zullen zijn. Uit de reactie van Forfarmers kan niet anders dan worden geconcludeerd dat Forfarmers zich kan vinden in de conclusie van de Adviescommissie dat een rendementsberekening op basis van SO en SVC niet representatief is voor dit bedrijf. In de reactie van Forfarmers wordt aangegeven dat als bijlage bij het ingediende bedrijfsplan een beeldimpressie (ook wel “vogelvlucht totaalplan” genoemd) is gevoegd.

Forfarmers stelt op basis van deze beeldimpressie: “Met enig inzicht is wel te veronderstellen dat het gaat om een miljoenen investering en geen tonnen investering”. Vervolgens wordt in de reactie aangegeven dat aan de Adviescommissie de exploitatiegegevens van het bedrijf ter beschikking zijn gesteld om duidelijk te maken dat het om een exclusief concept gaat. Aan de Adviescommissie is enkel de veestaat (het verloop van de dierstapel gedurende het boekjaar) ter beschikking gesteld. Uit de veestaat blijkt de aankoop, de verkoop, de geboorte en de sterfte van dieren. Uit een dergelijke overzicht van de dierstapel blijkt niet de algehele exploitatie van het bedrijf en hetgeen daartoe plaatsvindt. De exploitatie van het bedrijf blijkt met name uit de winst- en verliesrekening van het bedrijf en uit de toelichting daarop. Investeringen komen tot uiting in de staat materieel en immaterieel vast actief. De ingediende plannen behelzen de herontwikkeling van de agrarische bedrijfslocaties aan de Otterdijk 3 en de Otterdijk 7 voor de paardenhouderij. De vraagstelling van uw gemeente betreft of op basis van het bedrijfsplan en de ruimtelijke onderbouwing kan worden beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling economisch haalbaar is. Zoals toegelicht is er, behoudens het overzicht met de dieren, geen inzicht in de actuele bedrijfsvoering en het rendement daarvan.

Ook is niet in een bedrijfsplan of anderszins, op basis van de actuele bedrijfsvoering, een prognose uitgewerkt van de toekomstige bedrijfsvoering, en waarin bijvoorbeeld investeringen en het kostenpatroon van de toekomstige bedrijfsvoering in beeld worden gebracht.

BA 9644 aanvulling Blad 3

Vorenstaande neemt niet weg dat op basis van de huidige bedrijfsvoering en de kennis, kunde en ervaring van de initiatiefnemers meegedacht kan worden in de verdere ontwikkeling en de organische groei van het bedrijf. De Adviescommissie constateert dat op basis van de huidige gegevenheden de onderbouwing ontbreekt of een dergelijke organische groei van de bedrijfsvoering resulteert in de voorgestelde schaalsprong en of het einddoel van 268 paarden realistisch is. Ook is door mevrouw Knoops in het gevoerde overleg aangegeven dat van de zijde van de initiatiefnemer rekening wordt gehouden met een fasering in de investeringen, waarbij de besluitvorming omtrent het aangaan van investeringen worden afgestemd op de concrete ontwikkeling van het paardenhouderijbedrijf. De Adviescommissie constateert dat uit de reactie van Forfarmers geen voor de advisering wezenlijk nieuwe informatie naar voren is gekomen. Enkel gegevens zoals de aankoopkosten van de bedrijfslocaties aan de Otterdijk 3 en 7 en de geschatte kosten van de sanering van de bebouwing zijn niet eerder naar voren gebracht. Derhalve betreft hetgeen in de reactie van Forfarmers naar voren is gebracht vrijwel uitsluitend gegevens die ten tijde van de advisering per brief van 3 juni 2021 bij de Adviescommissie reeds bekend waren.

Gelet hierop en gelet op de heroverweging zoals die naar aanleiding van het verzoek van uw gemeente van 1 november jongstleden heeft plaatsgevonden, is de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen van oordeel dat er geen aanleiding is om wijzigingen aan te brengen in het uitgebrachte advies. Conclusie De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen heeft bij brief van 3 juni 2021 geconcludeerd dat op basis van de ingediende bescheiden niet kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling economisch haalbaar is. De Adviescommissie heeft daarbij aangegeven dat hoe groter de schaalsprong wordt die de initiatiefnemer wenst te maken met de bedrijfsvoering, hoe groter de onzekerheid is of de gewenste ontwikkeling ook tot stand zal komen. De Adviescommissie is van oordeel dat vanuit de optiek van de ontwikkeling van de bedrijfsvoering en vanuit het beginsel van een bouwvlak op maat, zeer wel een fasering in de ruimtelijke ontwikkeling kan worden aangebracht. Mocht op basis van de feitelijke ontwikkeling van het bedrijf gedurende de komende jaren blijken dat een verdere bedrijfsontwikkeling in de rede ligt dan kan te zijner tijd deze ontwikkeling worden afgewogen.

De vraag of in dit stadium met het ruimtelijk faciliteren van een beperktere uitbreiding dan is aangevraagd moet worden volstaan, en of een fasering in de ruimtelijke planvorming de voorkeur heeft, is, aangezien de landbouwkundige noodzaak niet is aangetoond, mede een beleidsmatige afweging. Graag ontvangen wij een kopie van de beslissing van de gemeente.

Hoogachtend, ADVIESCOMMISSIE AGRARISCHE BOUWAANVRAGEN

H. Gerlings secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781874/2