10b. Planregels Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
Tekst van het document
het agrarisch bedrijf is beëindigd, er worden geen agrarische activiteiten meer uitgeoefend en hervatting van de activiteiten ligt niet in de rede;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|44 b.
c. d. e. f. g. h.
de maximale oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' bedraagt 5.000 m2, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling ook op lange termijn past binnen de toegestane omvang; de gronden die niet worden omgezet naar de bestemming 'Bedrijf' krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt met dien verstande dat er maximaal 1.000 m2 bedrijfsbebouwing mag worden behouden voor statische opslag; de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing is duurzaam verzekerd; buitenopslag en mestbewerking is niet toegestaan; opslag in kassen is niet toegestaan; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2.
4.7.7 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met aanduiding ‘plattelandswoning’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' een bestaande agrarische bedrijfswoning te voorzien van een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c. d.
er moet sprake zijn van een in werking zijnde landbouwinrichting, waar agrarische activiteiten worden verricht en waarbij een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu of melding Activiteitenbesluit in werking moet zijn op het moment van toekennen van de aanduiding; er moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de aan te duiden plattelandswoning; de bouwregels van artikel 4.2.5, artikel 4.2.6 en artikel 4.2.7 zijn van overeenkomstige toepassing; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|45
Artikel 5 Agrarisch met waarden - Abiotische waarden 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g.
al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige abiotische waarden in het algemeen en verder in het bijzonder: 1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol' voor het behoud van de aanwezige aardkundige waarden; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden van het gebied; 3. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - visueel waardevol; besloten' voor het behoud van het besloten karakter van het landschap; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' tevens een buitenrijbaan voor paarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; extensief recreatief medegebruik.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen a. b.
Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1.
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b. c.
d. e. f. g.
deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,00 m1, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5,00 m1 mag bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|46 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden.
5.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
5.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 5.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|47 b.
het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen.
5.5.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 7.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d. e.
f.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 33.1; niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; niet resulteren in een oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
5.6 Wijzigingsbevoegdheid 5.6.1 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ voor voorzieningen voor opslag van ruwvoer bij een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i. j. k. l.
de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig; de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m2; de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2,00 m1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|48 aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2; m. dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'. 5.6.2 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
d. e. f. g.
h.
het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen' sluit direct aan op een bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' is maximaal 4,0 hectare; in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3,0 hectare; de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q.
infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
5.6.3 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
d. e. f.
het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m1 te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|49 g. h. i.
er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
5.6.4 Wijziging naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Abiotische waarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuuren/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|50
Artikel 6 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e.
f.
g. h. i. j. k. l.
al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en verder in het bijzonder: 1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol' voor het behoud van de aanwezige aardkundige waarden; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; 3. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden van het gebied; 4.
ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - visueel waardevol; besloten' voor het behoud van het besloten karakter van het landschap; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren 400’ tevens een schuilgelegenheid voor dieren; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 400', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 401', 'specifieke vorm van agrarisch veldschuur 402', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 403', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 404', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 405', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 406', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 407' en 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 408' tevens voor de opslag van agrarische grondstoffen, producten en/of werktuigen voor het gebruik, beheer en onderhoud van de direct aangrenzende agrarische gronden; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 400', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 402', 'specifieke vorm van agrarisch veldschuur 405', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 406', 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur
407' en 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 408' tevens voor het hobbymatig houden van dieren; ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' tevens een buitenrijbaan voor paarden; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' tevens tijdelijke en/of permanente teeltondersteunende voorzieningen; ter plaatse van de functieaanduiding 'waterberging' uitsluitend een waterberging; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; extensief recreatief medegebruik.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. b. c.
Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren 400' een schuilgelegenheid worden gebouwd of aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|51
d.
e.
f.
g.
h.
i.
j.
k.
l.
1. de oppervlakte bedraagt maximaal 21 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 1,84 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 400' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 173 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4,26 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,40 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 401' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 14 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 1,78 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 402' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 291 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,89 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 3,03 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 403' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 248 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 7,20 m1; 3.
de goothoogte bedraagt maximaal 3,20 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 404' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 27 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,50 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 1,60 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 405' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 25 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,00 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 406' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,70 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,60 m1. In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 407' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 39 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,30 m1; 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,20 m1.
In afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 408' een veldschuur aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 78 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 m1;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|52 3. de goothoogte bedraagt maximaal 2,50 m1. m. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' slechts hoge permanente en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen aanwezig zijn, met uitzondering van kassen en permanente tunnel- of boogkassen, hoger dan 1,50 m1, tot een maximale hoogte van 3,00 m1. n. o.
Ter plaatse van de veldschuren genoemd onder sub e tot en met sub j en sub l is het bouwen, herbouwen, verbouwen, nieuwbouwen, vervangen en/of uitbreiden van bouwwerken niet toegestaan. Indien de permanente voorzieningen, als bedoeld onder sub j, resulteren in een aaneengesloren afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergingsc.q. infiltratievoorziening.
6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
d. e. f. g.
deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,00 m1, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5,00 m1 mag bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|53 k.
het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden.
6.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
6.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 6.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen.
6.5.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 6.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 33.1; niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|54 e.
f.
niet resulteren in oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
6.6 Wijzigingsbevoegdheid 6.6.1 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ voor voorzieningen voor opslag van ruwvoer bij een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h. i. j. k. l.
de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig; de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m2; de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2,00 m1; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2.
6.6.2 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ sluit direct aan op een bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' is maximaal 4,0 hectare; in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3,0 hectare;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|55 d. e. f. g. h.
de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q. infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en/of cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2.
6.6.3 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
d. e. f. g. h.
het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m1 te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2.
6.6.4 Wijziging naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|56
Artikel 7 Agrarisch met waarden - Natuurwaarden 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuurwaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f.
al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden in het algemeen en verder in het bijzonder: 1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden van het gebied; ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' tevens voor de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' tevens een buitenrijbaan voor paarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing;
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a. b.
Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Natuurwaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1.
7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b. c.
d. e. f. g.
deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,00 m1, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5,00 m1 mag bedragen; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|57 b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten;
tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden.
7.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5.1 is niet vereist voor: a. b.
werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.
7.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 7.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|58 7.5.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 7.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d. e.
f.
verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 33.1; niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; niet resulteren in een oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
7.6 Wijzigingsbevoegdheid 7.6.1 Wijziging naar 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor voorzieningen voor opslag van ruwvoer bij een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Natuurwaarden' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b.
de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; c. de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; d. de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig; e. de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; f. de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m2; g. de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; h. de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; i. de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2,00 m1; j. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; k. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; l. minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2; m. dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|59 7.6.2 Wijziging naar 'Agrarisch met waarden - Natuurwaarden' met aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden Natuurwaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b. c.
d. e. f. g.
h.
het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen' sluit direct aan op een bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' is maximaal 4,0 hectare; in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3,0 hectare; de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q.
infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 33.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
7.6.3 Wijziging naar 'Agrarisch met waarden - Natuurwaarden' met aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met waarden Natuurwaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
d. e. f. g. h. i.
het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf', 'Recreatie' of 'Wonen'; de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m1 te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn; er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2; dit artikel is niet van toepassing voor gronden binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|60 7.6.4 Wijziging naar 'Natuur' en/of 'Water' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Natuurwaarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|61
Artikel 8 Bedrijf 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijven in milieucategorie 1 en 2, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; b. in afwijking van sub a is ter plaatse van een locatie waar een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf is gevestigd en als dusdanig opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d, uitsluitend een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf toegestaan; c. in afwijking van sub a en sub b is ter plaatse van een locatie die is opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d, ook de in die tabel opgenomen specifieke activiteit en bijbehorende hogere milieucategorie toegestaan; d. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; e. productiegebonden detailhandel (verkoop van eigen producten), uitsluitend als ondergeschikte functie tot een maximum van 50 m2 bruto vloeroppervlakte; f. één bedrijfswoning, tenzij anders aangeduid in de tabel in artikel 8.2.1 sub d; g. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag 400’ tevens buitenopslag in de vorm van het plaatsen en gebruiken van materieel ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf; h. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; j.
landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; k. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; l. nutsvoorzieningen; m. extensief recreatief medegebruik. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. b. c. d.
Op of in de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 8.1 genoemde bestemming. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:
Code
Adres
Bedrijfswoning
Specifieke activiteit en milieucategorie
sb-400 sb-401
Achterbroek 6-6a Achterbroek 18-20
1 1
sb-402
Achterbroek 22-24
1
sb-404
Stipdonk 18
1
Assemblagebedrijf (2) Machinale houtbewerking/ handel tuinhout (3.1) Stratemakers-, grondwerken- en rioleringsbedrijf (2) Grond-, sloopwerken & verhuur diverse bouwmaterialen (3.1)
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
Maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing 500 m² 980 m² 650 m² 395 m²
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|62 8.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel in artikel 8.2.1 sub d is aangegeven; de maximaal toegestane goothoogte is 4,50 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 8,00 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m1.
8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor bedrijfsdoeleinden gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
8.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.
per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1 sub d; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen toegestaan; c. bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; d. bij nieuwbouw van een bedrijfswoning moet aangetoond zijn dat deze bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning; e. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; f. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; g. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; h.
voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; i. de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; j. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; k. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; l. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; m. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1. 8.2.5 Bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|63 a. b. c. d. e. f. g. h.
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bedrijfswoning is maximaal 100 m2; de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m1.
8.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.
b. c.
per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2 sub b en/of artikel 8.2.2 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6,00 m1 mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m1 mag bedragen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c.
de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2.
8.3.2 Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.4 sub c voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. b. c. d. e.
de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5,00 m1 van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m1 uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering;
NL.IMRO.0847.BP02021009-VS01
bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 4
|64 f. g.
de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd en dit is ook geborgd; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 33.2.
8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van statische opslag; het gebruik van gronden voor doeleinden van buitenopslag; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; h. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; i. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; j. het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; l. het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; m. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.
8.5 Afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Afwijken voor statische opslag als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub e en artikel 8.4.1 sub g voor statische opslag als nevenfunctie bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f.