10a. Kadernota 2023
Tekst van het document
Kadernota 2023
1
Inhoudsopgave Aanbieding ......................................................................................................... 3 Ontwikkelingen .................................................................................................. 5 Uitgangspunten .................................................................................................. 8 Meerjaren prognose 2023 - 2026 ..................................................................... 10
2
Aanbieding 1. Inleiding 1.1. Algemeen Hierbij bieden wij u de kadernota 2023 aan. Zoals gebruikelijk is dit de opmaat naar de begroting 2023 met een doorkijk naar de periode tot en met 2026. De kadernota vormt de start van de P&C cyclus 2023. De raad stelt hiermee het kader, dat sturing geeft, aan het opstellen van de begroting door het college. Bij de begroting controleert de raad of de kaders uit de kadernota zijn gerespecteerd en worden de definitieve kaders voor de uitvoeringsagenda van het volgend boekjaar vastgesteld. Bij de Zomernota en de Decemberrapportage controleert de raad de uitvoering volgens de begroting en stelt waar nodig die begroting bij. Bij de jaarrekening ligt het accent volledig op de controlerende taak. Deze Kadernota bevat geen beleidskeuzes, maar alleen onvermijdelijke ontwikkelingen. Dat komt door het momentum: •
Tijdens de voorbereidingen van de kadernota was er een demissionair college. De coalitievorming laat nog op zich wachten. Financiële doorvertaling van het nog te sluiten coalitieakkoord is dan ook nog niet mogelijk.
•
Daarnaast speelt dat we nog geen compleet beeld hebben van de (meerjarige) financiële ontwikkelingen vanuit het Rijk. Met het uitbrengen van de Meicirculaire hopen we hierin meer inzicht te hebben.
1.2. Oorlog in Oekraïne Sinds eind februari woedt er een oorlog in Europa. De inval in Oekraïne heeft onze wereld op zijn kop gezet. In de eerste plaats vanwege het menselijk leed, waarvan we inmiddels weten, mede door de opvang van vluchtelingen in onze gemeente. We doen hier wat we kunnen, maar het leed is groot. Naast de inzet vanuit de ambtelijke organisatie voor de opvang van vluchtelingen, leiden de gevolgen van deze oorlog ook tot veel onzekerheid, schaarste en stijging van prijzen. Daar hebben onze inwoners en bedrijven en wij als gemeente volop mee te maken. Hoe zich dat zal ontwikkelen, en hoe dat uitpakt op de (financiële) lasten voor onze inwoners zal zich richting de begroting duidelijker aftekenen. 1.3. Grote onzekerheid middelen Rijk Er zijn veel onzekerheden over toekomstige Rijksinkomsten. Dat bemoeilijkt het opstellen van een structureel sluitend meerjarenperspectief. Het gaat hier met name om het jaarlijks accres (lees: groei) van het gemeentefonds. Tot nu toe kregen gemeenten jaarlijks een compensatie voor de geraamde stijging van prijzen in de vorm van een accres. Deze systematiek wordt in de jaren tot en met 2025 voortgezet. In 2026 draait het Rijk deze vergoeding in één keer terug. Dit probleem wordt inmiddels het ‘ravijn van 2026’ genoemd.
De pijn voor onze gemeente wordt hierbij nog enigszins verzacht door verwachte voordelen als gevolg van de herijking van het gemeentefonds per 1-1-2023 en de onlangs hoger vastgestelde
3
couponrente van de aan de BNG verstrekte achterstallige lening ad € 14,9 mln. De voordelen van de herijking lopen op van € 150.000,- in 2023 naar een bedrag van € 750.000,- in 2026. Van de BNG wordt jaarlijks € 218.000,- meer ontvangen als gevolg van de hoger vastgestelde couponrente. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de BNG jaarlijks het recht heeft om de lening voortijdig af te lossen. 1.4. Wijziging programma-indeling In het overdrachtsdocument wordt voorgesteld om de programma-indeling beter aan te laten sluiten aan de reeds ingestelde raadscommissies Ruimte (fysiek domein) en Burger en Bestuur (sociaal domein en bedrijfsvoering). We stellen voor, om voor dit moment, bij de begroting 2023 de volgende 3 programma’s te hanteren: 1. Fysiek domein 2. Sociaal domein 3. Bedrijfsvoering De indeling van de taakvelden blijft ongewijzigd (conform Besluit Begroting en Verantwoording), waardoor vergelijking met voorgaande jaren en tussen gemeentes mogelijk is. 1.5. Financiën Met deze Kadernota hopen wij u een inhoudelijk en financieel perspectief te bieden op basis waarvan wij u in het najaar een sluitende begroting kunnen presenteren. Wij nodigen u uit om, tegen de achtergrond van de inhoud van deze kadernota uw wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Deze kunnen vervolgens worden betrokken bij het opstellen van de begroting.
Vaststelling van de Kadernota betekent dat het college de komende maanden de Programmabegroting gaat voorbereiden. Begin november staat de behandeling van de Programmabegroting 2023-2026 door uw raad geagendeerd. Dat is het moment waarop u in de gelegenheid bent om op basis van een integrale en politieke afweging de programmabegroting vast te stellen.
4
Ontwikkelingen 2. Ontwikkelingen 2.1. Maartbrief Onlangs is de eerder aangekondigde maartbrief 2022 gepresenteerd om een inkijkje te geven in de ontwikkelingen van het gemeentefonds over de komende jaren op basis van het gesloten coalitieakkoord. Er is sprake is van een fors voordeel tot en met 2025. Het effect vanaf 2026 is veel beperkter van omvang. Met name de opschalingskorting en het vastzetten van het accres spelen hierin een belangrijke rol. Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2025. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Achtergrond van de opschalingskorting is dat het Rijk ook wil meeprofiteren van de voordelen als gevolg van samenwerking. De door het kabinet tijdelijk geschrapte opschalingskorting komt in 2026 weer in volle omvang terug. Dit betekent voor onze gemeente een nadeel van ruim € 1,1 mln. De accresramingen – dat wil zeggen de autonome verhogingen van het gemeentefonds – zijn in de Maartbrief rechtstreeks overgenomen uit de startnota. De bedragen t/m 2025 zijn gebaseerd op het zogenaamde ‘trap-op-trap-af-principe’. Volgens dit principe beweegt de omvang van het gemeentefonds evenredig mee met de omvang van de rijksuitgaven. Het accres voor 2026 is door het kabinet gefixeerd op € 840 miljoen voor het gemeentefonds.
Dit bedrag is niet gebaseerd op het zogenaamde ‘trap-op-trap-af-principe’. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds dus niet meer geïndexeerd voor de inflatie (loon- en prijsstijgingen). In plaats daarvan gaat onderzocht worden of een vergroting van het lokaal belastinggebied een alternatief kan zijn. 2.2. Herijking gemeentefonds Uit voorlopige berekeningen levert de herijking van het gemeentefonds een voordeel voor onze gemeente op van ruim € 60,- per inwoner. Vanwege de grote impact was in eerste instantie een ingroeipad voorgesteld van € 15,- per jaar. Het ingroeipad wordt nu beperkt tot drie jaar. In het eerste jaar bedraagt het maximale effect € 7,50 per inwoner, en in de twee daarop volgende jaren nog eens aanvullend € 15,- per inwoner. Dat betekent dat gemeenten er in drie jaar maximaal € 37,50 per inwoner op vooruit- óf achteruit gaan. De invoering van het nieuwe model wordt tijdig geëvalueerd. Aan de hand van deze evaluatie besluit het kabinet over de invulling van het traject voor 2026 en daarna. Daaruit is op te maken dat de provinciale toezichthouders ermee instemmen dat gemeenten in 2026 mogen rekenen met een maximaal effect van € 37,50 per inwoner en niet nu al hoeven te anticiperen op een groter effect. Voor onze gemeente betekent dit een voordeel van € 150.000,- in 2023 oplopend tot een voordeel van € 750.000,- in 2026. 2.3.
Nieuwe investeringen Het is gebruikelijk om bij het vaststellen van de Kadernota ook nieuwe investeringen te betrekken. Zoals reeds aangegeven zijn vanwege het ontbreken van een nieuw coalitieprogramma geen
5
nieuwe investeringen bekend en dus ook niet in deze kadernota opgenomen. Een uitzondering willen we maken voor een viertal zaken. Het betreft hier de voorgenomen investeringen ingevolge het Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs (IHP), de uitbreiding van de formatie van het team vergunningen, de correctie op de niet-realistische taakstelling en het budget voor personele ontwikkelingen. Om het begrotingsproces zorgvuldig voor te bereiden voor tijdige raadsbehandeling is het van belang dat nieuwe investeringen bij het vaststellen van de kadernota bekend zijn. Deze nieuwe investeringen zullen dan vervolgens worden opgenomen in de begroting 2023. 2.4. Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs (IHP) Om de kosten van het huisvestingsprogramma onderwijs meerjarig te bekostigen is naar verwachting vanaf 2023 jaarlijks € 100.000,- extra nodig volgens voorlopige berekeningen in het conceptprogramma. Het nieuwe IHP zal naar verwachting nog voor de zomervakantie ter vaststelling worden aangeboden. 2.5. Uitbreiding formatie vergunningen De afgelopen jaren is het aantal aanvragen voor een bouwvergunning gestaag gegroeid: van 238 aanvragen in 2016 naar 372 in 2021. Daarbij valt op dat de complexiteit van de aanvragen ook toeneemt en meer tijd vraagt van de organisatie. Met het toenemen van het aantal verleende vergunningen, neemt ook het aantal juridische procedures (bezwaren) toe.
Landelijk is er een tekort aan woningen en dat resulteert in het versnellen en uitbreiden van woningbouwprogramma’s en veel particuliere (ver)bouwinitiatieven. Daarnaast zal de invoering van de Omgevingswet extra druk leggen op het huidige team vergunningverleners. Om deze ontwikkeling qua personele capaciteit bij te kunnen houden is uitbreiding van de formatie noodzakelijk. Het gaat hier om een bouwplantoetser en een juridisch medewerker, in totaal 2 fte (€ 170.000,-) en de inhuur van een administratieve kracht van € 26.000,-. We gaan ervan uit dat de extra kosten kunnen worden gedekt uit de toename van het aantal te verlenen vergunningen. In de Zomernota 2022 zullen deze mutaties ook voor 2022 worden verwerkt. 2.6 Correctie niet-realistische taakstelling In het verleden is aan diverse directe teams een taakstelling opgelegd om jaarlijks uren te schrijven op projecten/orders en grondexploitaties. Dit uit het oogpunt om een gedeelte van de salarislasten van deze teams te dekken uit projecten/orders en grondexploitaties, waardoor deze lasten niet structureel ten laste van de exploitatie kwamen. Dit gaf destijds ruimte in de begroting. In de Programmabegroting 2022 is deze taakstelling voor het team Handhaving en UDAS reeds gecorrigeerd.
Bij de teams Openbare ruimte en Gebouwenbeheer is deze taakstelling ook niet realistisch gebleken en wordt de taakstelling (€ 200.000,-) vanaf 2023 gecorrigeerd.
6
2.7 Budget personele ontwikkelingen Er is budget nodig voor allerlei personele ontwikkelingen. Deels om kwalitatief personeel te werven voor vacante vacatures maar ook om kwalitatief personeel te behouden door bijvoorbeeld aanpassingen in het loongebouw en aantrekkelijk werkgeversschap. In het Investeringsprogramma van de begroting 2022 was éénmalig extra budget opgenomen voor personeel. Ook voor de komende jaren moet structureel rekening worden gehouden met extra kosten ad € 200.000,-.
7
Uitgangspunten 3.1. Algemeen Loon- en prijsontwikkeling Voor de loon- en prijsontwikkeling zijn we voornemens om een stelpost van € 500.000,- op te nemen. Dit komt in de praktijk neer op een percentage van 3. Dit percentage komt overeen met de raming van de prijs bruto binnenlands product voor 2023 volgens het CBS. Subsidies welzijnsinstellingen Subsidies worden eveneens verhoogd met 3% conform de prijs bruto binnenlands product voor 2023 volgens het CBS. Dit resulteert in een kostenstijging van € 66.000,-. Salarissen Voor wat betreft de nog af te sluiten CAO per 1-1-2023 wordt uitgegaan van een salarisverhoging van 3%. Ook hier wordt uitgegaan van de raming van de prijs bruto binnenlands product voor 2023 volgens het CBS. Dit resulteert in een kostenstijging van € 287.000,-. Goederen en diensten Uitgangspunt is geen volume-uitbreiding. Mocht er toch sprake zijn van volume-uitbreiding dan dient dit gespecificeerd te worden toegelicht. Huren en pachten De ramingen voor huren en pachten worden aangepast conform overeenkomsten dan wel wettelijke verhogingen. De betrokkenen dienen hierover tijdig te worden geïnformeerd. Gemeenschappelijke regelingen Voor de gemeenschappelijke regelingen geldt dat deze hun beleid presenteren op basis van ongewijzigd beleid. Nieuw beleid dient apart inzichtelijk te worden gemaakt en goedgekeurd door de deelnemende gemeenten.
(tekst verwijderd) De opgenomen bedragen zijn ontleend aan de ontwerpbegrotingen 2023 van de betreffende gemeenschappelijke regelingen.
3.2. Rente- en afschrijvingsbeleid Afschrijvingen De investeringen zullen globaal getoetst worden op resterende nuttigheidsduur, gerelateerd aan de restant afschrijvingstermijn. Bij investeringen waarvan de resterende nuttigheidsduur beduidend afwijkt van de restant afschrijvingstermijn, kan extra worden afgeschreven dan wel opgewaardeerd.
8
Rentebeleid In de gemeente Someren vertoont de treasuryfunctie een voordelig saldo. De rente-inkomsten zijn immers hoger dan de rentekosten. Conform het advies van de BBV berekenen we daarom geen rentevergoeding over het eigen vermogen en voegen we geen rente toe aan de reserves en voorzieningen.
3.3. Belastingen en rechten Onroerende-zaakbelasting Ten aanzien van de opbrengst OZB wordt conform bestaand beleid uitgegaan van een stijging met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld. Voor 2023 betekent dit een correctie (op basis van het gemiddeld inflatiepercentage van 2021) met 2,7% volgens opgave van het CBS. Gegeven de actualiteit lijkt dit percentage momenteel niet realistisch. In de kadernota 2021 was scenario 6 van Spoor 2 (bezuinigingsopdracht), verhogen OZB gedurende 4 jaar (2021-2024) met 5% opgenomen en meerjarig verwerkt. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2022 is de correctie voor 2022 incidenteel geschrapt. Een correctie van de OZB met 2,7% levert een bedrag op van € 125.000.-. Rioolrechten In het dekkingsplan riolering is het rioolrecht voor de komende jaren “vastgelegd”. De gevolgen hiervan zullen in de begroting worden verwerkt. Bij de hoogte van de rioolrecht is uitgegaan van het prijspeil 2020. Indexatie moet nog plaatsvinden. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht geldt als uitgangspunt dat de tarieven volledig kostendekkend zijn. Toeristenbelasting Voor het tarief van de toeristenbelasting wordt uitgegaan van een stijging met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld.
Daarbij wordt opgemerkt dat het tarief pas wordt aangepast, zodra de gecumuleerde correcties afgerond 5 eurocent bedragen. De nieuwe tarieven worden € 1,35 (was € 1,30) en € 2,05 (was € 2,00). Overige heffingen De overige heffingen (hondenbelasting en gemeentelijke leges) dienen zoveel mogelijk kostendekkend te zijn.
9
Meerjaren prognose 2023 - 2026 4.1. Gevolgen Maartbrief Overzicht financiële gevolgen Maartbrief '+ = positief / - = negatief
Bedragen
x 1.000
2023
2024
Omschrijving
2025
2026
1. Extra accres
1.387
2.567
2.927
1.390
2. Inflatie en onderuitputting van het Rijk
-305
-436
-472
-442
3. Opschalingskorting
662
885
1.117
0
4. Middelen Jeugdzorg
0
-165
-827
-827
5. Bijdrage Rijk jeugdzorg
0
165
827
827
6. Effect inkomensafhankelijke bijdrage huishoudelijke hulp
0
-132
-132
-132
7. Te heffen inkomensafhankelijke bijdrage
0
132
132
132
8. Herijking algemene uitkering Totaal
150
450
750
750
1.894
3.466
4.322
1.698
Ad 1 Extra accres De accresramingen – dat wil zeggen de autonome verhogingen van het gemeentefonds – zijn in de Maartbrief rechtstreeks overgenomen uit de startnota. De bedragen t/m 2025 zijn gebaseerd op het zogenaamde ‘trap-op-trap-af-principe’. Volgens dit principe beweegt de omvang van het gemeentefonds evenredig mee met de omvang van de rijksuitgaven. Het accres voor 2026 is door het kabinet gefixeerd op € 840 miljoen voor het gemeentefonds. Dit bedrag is niet gebaseerd op het zogenaamde ‘trap-op-trap-af-principe’. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds dus niet meer geïndexeerd voor de inflatie (loon- en prijsstijgingen). In plaats daarvan gaat onderzocht worden of een vergroting van het lokaal belastinggebied een alternatief kan zijn. Ad 2 Inflatie en onderuitputting van het Rijk Om een meer reëler beeld te geven wordt het accres gecorrigeerd voor wat betreft de ingecalculeerde inflatie van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met onderuitputting van het Rijk. Hierbij is uitgegaan van de percentages zoals deze door de fondsbeheerder zijn aangegeven. Ad 3 Opschalingskorting Achtergrond van de opschalingskorting is dat het Rijk ook wil meeprofiteren van de voordelen als gevolg van samenwerking. De door het kabinet tijdelijk geschrapte opschalingskorting komt in 2026 weer in volle omvang terug.
10
Ad 4 en 5 Middelen jeugdzorg De afname van de middelen betreft een besparing van 100 mln. in 2024, oplopend tot een bedrag van 500 mln in 2025. In het overzicht wordt ervan uitgegaan dat deze bijdrage niet ten laste van de gemeente komt. Het kabinet heeft zeer recentelijk besloten om zelf de verantwoordelijkheid te dragen voor de extra bezuinigingen op de jeugdzorg uit het coalitieakkoord. Hierdoor is de rekening en het risico voor deze extra bezuiniging voor het rijk en ligt dit niet meer bij gemeenten. Ad 6 en 7 Middelen huishoudelijke hulp De afname van de middelen betreft een besparing van 80 mln. met ingang van 2025. In het overzicht wordt ervan uitgegaan dat deze bijdrage niet ten laste van de gemeente komt. Ad 8 Herijking algemene uitkering Het ingroeipad wordt beperkt tot drie jaar. In het eerste jaar bedraagt het maximale effect € 7,50 per inwoner, en in de twee daarop volgende jaren nog eens aanvullend € 15,- per inwoner. Dat betekent dat gemeenten er in drie jaar maximaal € 37,50 per inwoner op vooruit of achteruit gaan. De invoering van het nieuwe model wordt tijdig geëvalueerd. Aan de hand van deze evaluatie besluit het kabinet over de invulling van het traject voor 2026 en verder.
Daaruit is op te maken dat de provinciale toezichthouders ermee instemmen dat gemeenten in 2026 mogen rekenen met een maximaal effect van € 37,50 per inwoner en niet nu al hoeven te anticiperen op een groter effect.
Kanttekeningen Na de presentatie van de maartbrief blijven nog veel zaken onzeker, namelijk: 1. Accres Allereerst is er de vraag of het accres voor 2026 definitief wordt gefixeerd op € 840 miljoen. Of in de Meicirculaire een accres gaat gelden dat meebeweegt met de omvang van de rijksuitgaven is nog niet duidelijk. 2. Herverdeling gemeentefonds De herverdeling van het gemeentefonds biedt voor de langere termijn onzekerheden. De gemeenten die er meer dan € 37,50 per inwoner op vooruit of achteruit gaan weten nog niet waar ze met ingang van 2026 mee moeten rekenen. 3. Jeugdzorg Over de toedeling van de extra compensatie voor de jeugdzorg wordt in deze circulaire niet gerept, terwijl deze middelen wel voorzien waren in het nieuwe regeerakkoord en de daaruit voortvloeiende startnota. Het Rijk en de VNG zijn momenteel in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd. Het Rijk heeft ervoor gekozen geen indicatie van een bedrag per
11
gemeente voor Jeugd op te nemen zolang die gesprekken nog lopen. Die indicatie volgt waarschijnlijk in de Meicirculaire. 4. Inflatie Op dit moment is nog niet duidelijk wat het effect is van een hogere inflatie op de uitkering uit het gemeentefonds. Moeten de gemeenten de hogere inflatie opvangen binnen de huidige accresramingen? Of is het reëel om te veronderstellen dat de rijksuitgaven als gevolg van de inflatie verder stijgen en dat daardoor ook het gemeentefonds mee stijgt? Ook hier geldt dat we de Meicirculaire moeten afwachten.
12
4.2. Financieel Meerjarenperspectief Samenvatting Omschrijving 1. Structureel resultaat overdrachtsdocument
2023
2024
2025
2026
323
82
264
264
1.894
3.466
4.322
1.698
3. Bijstelling couponrente achtergestelde lening BNG
218
218
218
218
4. Stelpost salarismaatregelen
-517
-517
-517
-517
5. Stelpost prijsindexatie goederen en diensten
-800
-800
-800
-800
6. Gemeenschappelijke regelingen
-403
-403
-403
-403
7. Opbrengst afvalstoffenheffing
-138
-138
-138
-138
8. Stelpost indexeren subsidies
-66
-66
-66
-66
2. Gevolgen Maartbrief
9. Inflatiecorrectie OZB
125
125
125
125
10. Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs (IHP)
-100
11. Formatie uitbreiding team vergunningen
-196
-200 -196
-300 -196
-400 -196
12. Hogere legesopbrengsten omgevingsvergunningen
196
196
196
196
13. Correctie niet-realistische taakstelling
-200
-200
-200
-200
14. Budget personele ontwikkelingen
-200
-200
-200
-200
Verwacht resultaat
136
1.367
2.305
-419
Toelichtingen onderdelen Ad 1. Structureel resultaat overdrachtsdocument In het overdrachtsdocument is een geactualiseerd meerjarenperspectief opgenomen. Het overdrachtsdocument is onlangs aangeboden aan de nieuwe raad. Ad 2. Gevolgen Maartbrief Voor een specificatie van de gevolgen verwijzen wij u naar het overzicht wat eerder in deze rapportage is opgenomen. Ad 3. Bijstelling couponrente achtergestelde lening BNG Voor de nog uitstaande lening aan de BNG is op donderdag 12 Mei 2022 de nieuwe couponrente bekend gemaakt. Deze is vastgesteld op 4,9%. Voor onze gemeente betekent dit een jaarlijkse couponopbrengst van € 706.558,-. Een toename van € 218.285,- ten opzichte van de huidige raming. De couponrente wordt om de vijf jaar herzien. Wel moet hierbij worden aangetekend dat de BNG vanaf 2022 eenzijdig de mogelijkheid heeft om de lening te callen. Dat wil zeggen dat ze gebruik maken van de mogelijkheid om deze af te lossen. Ad 4. Salarismaatregelen De ontwikkeling van de salariskosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De in 2019 afgesloten cao had een looptijd tot 1-1-2021. De nieuwe cao is eind januari afgesloten voor de periode 1-1-2021 t/m 31-12-2022. Hierin is een salarisverhoging voorzien van 1,5% met ingang van 1-12-2021 en 2,4% met ingang van 1-4-2022. Deze laatste correctie is niet voorzien in de begroting 2022. Voor 2023 wordt uitgegaan van een correctie van 3%.
Ten opzichte van de begroting 2022 betekent dit een stijging van de salariskosten in 2023 van 5,4%.
13
Ad 5. Prijsindexatie In de paragraaf uitgangspunten wordt uitgegaan van een prijsstijging van 3% (index Bruto Binnenlands Product van het CBS). In de Kadernota 2022 is uitgegaan van een correctie van 1,6%. Inmiddels is deze prijsstijging voor 2022 bijgesteld tot 3,4%. Voor de begroting 2023 betekent dit dat rekening moet worden gehouden met een totale correctie van 4,8%. Dit resulteert in een bedrag van € 800.000,-. Ad 6. Gemeenschappelijke regelingen In onderstaand overzicht zijn de kosten van de gemeenschappelijke regelingen opgenomen. zoals deze voorgesteld zijn in de conceptbegrotingen. Definitieve bedragen zijn pas bekend na besluitvorming in de diverse Algemene Besturen van deze GR’en.
begroting 2023 GR Begroting 2022
Verschil
ICTNML
702.306
613.626
88.680
BSOB
355.139
311.762
43.377
GGD
740.900
675.940
64.960
VRBZO veiligheidsregio
1.136.890
1.100.318
36.572
BLINK
1.575.000
1.713.000
-138.000
ODZOB omgevingsdienst
862.005
610.104
251.901
MRE
280.598
274.177
6.421
2.297.425
2.206.689
90.736
997.913
1.039.548
-41.635
8.948.176
8.545.164
403.012
GR Peelgemeenten Senzer
De kosten van de gemeenschappelijke regeling BLINK worden doorberekend in de afvalstoffenheffing en komen niet ten laste cq ten gunste van het begrotingsresultaat (zie Ad 7). Er resteert dus een bedrag van € 541.012 wat ten laste van het resultaat komt. De hogere kosten van de ODZOB houden verband met een herverdeling van de bijdragen van deelnemende gemeenten en de provincie. Conform gemaakte afspraken betaalde de provincie teveel. Dit is nu gecorrigeerd. Ad 7. Opbrengst afvalstoffenheffing Het voordeel van de lagere kosten van Blink ad € 138.000,- wordt doorberekend in de afvalstoffenheffing. Ad 8. Stelpost indexeren subsidies In de paragraaf uitgangspunten wordt uitgegaan van een indexatie van 3%. Ad 9. Inflatiecorrectie OZB Ten aanzien van de opbrengst OZB wordt conform bestaand beleid uitgegaan van een stijging met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden
14
vastgesteld. Voor 2023 betekent dit een correctie (op basis van het gemiddeld inflatiepercentage van 2021) met 2,7% volgens opgave van het CBS. In de Kadernota 2021 was scenario 6 van Spoor 2 (bezuinigingsopdracht), verhogen OZB gedurende 4 jaar (2021-2024) met 5% opgenomen en meerjarig verwerkt. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2022 is de correctie voor 2022 incidenteel geschrapt. Voor de jaren 2023 en verder zijn de bedragen opgenomen conform het besluit zoals verwoord in de Kadernota 2021. Een correctie van de OZB met 2,7% levert een bedrag op van € 125.000.-. Ad 10. Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs (IHP) Om de kosten van het integraal huisvestingsprogramma onderwijs meerjarig te bekostigen is naar verwachting vanaf 2023 jaarlijks € 100.000,- extra nodig. Ad 11. Uitbreiding formatie team vergunningen De afgelopen jaren is het aantal aanvragen voor een bouwvergunning gestaag gegroeid: van 238 aanvragen in 2016 naar 372 in 2021. Daarbij valt op dat de complexiteit van de aanvragen ook toeneemt en meer tijd vraagt van de organisatie. Met het toenemen van het aantal verleende vergunningen, neemt ook het aantal juridische procedures (bezwaren) toe. Landelijk is er een tekort aan woningen en dat resulteert in het versnellen en uitbreiden van woningbouwprogramma’s en veel particuliere (ver)bouwinitiatieven.
Daarnaast zal de invoering van de Omgevingswet extra druk leggen op het huidige team vergunningverleners. Om deze ontwikkeling qua personele capaciteit bij te kunnen houden is uitbreiding van de formatie noodzakelijk. Het gaat hier om een bouwplantoetser en een juridisch medewerker, in totaal 2 fte (€ 170.000,-) en de inhuur van een administratieve kracht van € 26.000,-. We gaan ervan uit dat de extra kosten kunnen worden gedekt uit de toename van het aantal te verlenen vergunningen. In de Zomernota 2022 zullen deze mutaties ook voor 2022 worden verwerkt. Ad 12. Hogere leges omgevingsvergunningen De toename van de kosten van het teamvergunningen kan worden betaald uit de meeropbrengst van de leges. Deze meeropbrengst is een gevolg van een toename van het aantal te verlenen vergunningen. Ad 13. Correctie niet-realistische taakstelling In het verleden is aan diverse directe teams een taakstelling opgelegd om jaarlijks uren te schrijven op projecten/orders en grondexploitaties. Dit uit het oogpunt om een gedeelte van de salarislasten van deze teams te dekken uit projecten/orders en grondexploitaties, waardoor deze lasten niet structureel ten laste van de exploitatie kwamen. Dit gaf destijds ruimte in de begroting. In de Programmabegroting 2022 is deze taakstelling voor het team Handhaving en UDAS reeds gecorrigeerd.
Bij de teams Openbare ruimte en Gebouwenbeheer is deze taakstelling ook niet realistisch gebleken en wordt de taakstelling vanaf 2023 gecorrigeerd.
15
Ad 14. Budget personele ontwikkelingen Er is budget nodig voor allerlei personele ontwikkelingen. Deels om kwalitatief personeel te werven voor vacante vacatures maar ook om kwalitatief personeel te behouden door bijvoorbeeld aanpassingen in het loongebouw en aantrekkelijk werkgeversschap. In het Investeringsprogramma van de begroting 2022 was éénmalig extra budget opgenomen voor personeel. Ook voor de komende jaren moet structureel rekening worden gehouden met extra kosten.
16