CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10a. bijlage Septembercirculaire gemeentefonds 2022

Commissie Burger en Bestuur 1 december 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Raadsnotitie resultaten Septembercirculaire 202220.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeentefonds

Septembercirculaire 2022

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 21 september 2022 Kenmerk

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

septembercirculaire gemeentefonds 2022 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2022 (2022-0000259109); decembercirculaire 2021 (2021-0000643235); septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810) 20 september 2022 1 juli 2023

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

1

Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire gemeentefonds 2022. Via de meicirculaire 2022 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2022 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2023 van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hanke Bruins Slot

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

2

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

3

Inhoud 1

2

Hoofdpunten ................................................................................................................. 6 1.1

Inleiding ............................................................................................................... 6

1.2

Algemene uitkering ................................................................................................ 6

1.3

Eenmalige rijksbijdrage .......................................................................................... 7

1.4

Belangrijkste mutaties ............................................................................................ 7

1.5

Inkomstenderving (covid-19) .................................................................................. 8

1.6

Herijking verdeling gemeentefonds .......................................................................... 9

1.7

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ................................................................. 9

Algemene uitkering ....................................................................................................... 10 2.1

Inleiding .............................................................................................................. 10

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ................................................ 10 Accres ................................................................................................................. 11 Plafond BTW-compensatiefonds .............................................................................. 13 Bevolkingsdaling ................................................................................................... 14 Eenmalige rijksbijdrage ......................................................................................... 15 Energietoeslag...................................................................................................... 15 Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen ................................................................. 15 a en b) Asiel (inburgering) .................................................................................... 16 BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022 .......................................................... 16 Bijdrage centrale financiering GDI ........................................................................... 16 Participatie: IPS Regeling ....................................................................................... 16 a) en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten .............................................. 17

3

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering .................................................................... 17

2.4

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen .... 18

Decentralisatie- en integratie- uitkeringen ....................................................................... 23 3.1

Inleiding .............................................................................................................. 23

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen .................................. 23 IU Participatie: SW bedrijven (covid-19) .................................................................. 25 Invoeringskosten Omgevingswet ............................................................................ 25 Wet kwaliteitsborging bouw.................................................................................... 25 Voorschoolse voorziening peuters (covid-19) ............................................................ 26 Samenwerkingskader Scherpenzeel ........................................................................ 26 Uitstapprogramma’s prostituees ............................................................................. 26 Dichterbij dan je denkt .......................................................................................... 27 Leerlingenvervoer Oekraïne.................................................................................... 27 LHBTI beleid regenboogsteden ............................................................................... 27 Maatschappelijke begeleiding ................................................................................. 28 Lokale aanpak verdere integratie op de arbeidsmarkt ................................................

28 Gezond in de stad ................................................................................................. 29

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

4

Informele scholing ................................................................................................ 29 Online weerbaarheid ............................................................................................. 29 3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen29

3.3.1

Verlengde Pleegzorg AMV’s ................................................................................. 30

3.3.2

Vrouwenopvang ................................................................................................ 30

3.3.3

Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 30

3.3.4

Beschermd wonen ............................................................................................. 31

3.3.5

Voorne aan Zee ................................................................................................. 31

3.3.6 Maatschappelijke opvang ....................................................................................... 31 4

Overige mededelingen ................................................................................................... 32 4.1

Inleiding .............................................................................................................. 32

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen .......................... 32

4.3

Klimaat en Energie ................................................................................................ 33

4.4

Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2023 ........................................ 34

4.5

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ............................................................... 34

4.6

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................ 35

Bijlagen ............................................................................................................................ 36 Bijlage 1.4 Onderzoeksagenda herijking verdeling gemeentefonds ......................................... 37 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 ................................ 38 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022–2027 ....................................................... 50 Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten .................................. 52 Bijlage 2.4.2 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ........................................................... 60 Bijlage 2.4.3 Volumina maatstaven 2022 – 2027 ................................................................. 61 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Invoeringskosten Omgevingswet ................................. 64 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Wet Kwaliteitsborging Bouwen .................................... 68 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters (covid-19) ................ 76 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Uitstapprogramma Prostituees .................................... 80 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Dichterbij dan je denkt...............................................

81 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïne ........................................ 82 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding .................................... 86 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad ................................................... 90 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ............................................ 91 Bijlage 4.4 Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2023 ................................... 92

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

5

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

1.2

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de reguliere normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Het kabinet heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) het voorstel gedaan om het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vast te zetten op stand Voorjaarsnota 2022. De VNG heeft met dit voorstel ingestemd. De accresraming voor het jaar 2022 en verder is in deze circulaire opgenomen, waarbij deze is opgesplitst in een volumedeel en een loon-prijsdeel. In het Coalitieakkoord is het accres vanaf 2026 vastgezet op een plus van € 1 miljard bovenop de stand Miljoenennota 2022. Het accres wordt vanaf 2026 enkel nog aangepast voor de loon- en prijsontwikkeling. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2.1 en meer in detail in bijlage 1 van de Miljoenennota 2023. Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF).

Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 is de ruimte onder het plafond van gemeenten voor het jaar 2022 gestegen met € 20,52 miljoen. De totale ruimte onder het plafond

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

6

voor gemeenten in 2022 bedraagt € 320,917 miljoen wat bij deze circulaire aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd. Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 is ook voor 2023 tot en met 2027 de verwachte ruimte onder het plafond gestegen met name door het hoger totaal plafond als gevolg van de intensiveringen uit het Coalitieakkoord die doorwerken op een hoger accres. 1.3

Eenmalige rijksbijdrage

Het Rijk werkt met gemeenten en provincies door aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Daarvan wordt een bedrag van € 76 miljoen toegevoegd aan het BTWcompensatiefonds en komt € 924 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds.

1.4

Belangrijkste mutaties

Het kabinet heeft tijdens de augustusbesluitvorming besloten extra geld beschikbaar te stellen voor de energietoelage, de inburgering van asielzoekers (inburgering) en goed verhuurderschap. De energietoelage De energietoeslag bedraagt voor het jaar 2022 in totaal € 1.300 voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan deze doelgroep uit te keren. Dit is opgenomen in de Miljoenennota 2023. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om € 500 hiervan al in 2022 uit te keren. Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag tot 1 juli 2023 uit te keren. De begroting voor het Gemeentefonds zal hier nog op worden aangepast. Van de € 1,4 miljard voor 2023 is het kabinet voornemens om met een incidentele suppletoire begrotingswet (ISB) € 500 miljoen naar 2022 te schuiven, waardoor er € 900 miljoen in 2023 overblijf. Over de verdeling van de middelen in 2022 volgt zo spoedig mogelijk nadere informatie. 1 Bijzondere bijstand De Rechtbank Gelderland heeft in augustus een uitspraak gedaan over de energietoeslag aan studenten. Als reactie op deze uitspraak blijft het kabinet bij het standpunt dat studenten als groep niet in aanmerking komen voor de categoriale bijzondere bijstand.

Hun woonsituatie is zeer divers, wat doorwerkt in de energiekosten. Daarmee ondervinden niet alle studenten in dezelfde mate gevolgen van de stijgende energieprijzen. Dit laat onverlet dat individuele studenten wel in ernstige financiële problemen kunnen komen als gevolg van de stijgende prijzen. Studenten kunnen in die gevallen terecht bij de individuele bijzondere bijstand. Het kabinet stelt een bedrag van € 35 miljoen beschikbaar voor de uiterste gevallen waarin dit nodig is. Van dit totale bedrag is reeds € 15 miljoen onderdeel van de ontwerpbegroting van het Gemeentefonds, de overige € 20 miljoen wordt per ISB 2022 aan het Gemeentefonds toegevoegd. Over de wijze van toekenning en de

1

Kamerbrief aanvullende maatregelen energierekening | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

7

verdeling van de middelen gaat het kabinet nog in overleg met gemeenten. Uit de uitspraak van de Rechtbank Gelderland volgt dat de individuele bijzondere bijstand dan een redelijk alternatief moet bieden voor de eenmalige energietoeslag. Aangezien de voorwaarden voor de energietoeslag per gemeente kunnen verschillen is niet in algemeen te stellen wat een redelijk alternatief is. Wel is, gezien de diversiteit in woonsituatie, het hebben van een energiecontract op naam een redelijke, aanvullende voorwaarde die gemeenten kunnen stellen. Hiermee wordt voorkomen dat studenten een beroep doen op de toeslag, terwijl ze niet onder de doelgroep vallen. Over de verdere uitwerking hiervan wordt u nader geïnformeerd door de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (APP) in samenspraak met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). 2 Asiel (inburgering) In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus jl. 3 is afgesproken dat het Rijk voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk € 20, 40 en 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden.

Goed Verhuurderschap In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap en zullen naar verwachting in 2023 in werking treden. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van € 9,2 miljoen voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt. Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage van € 12,4 miljoen voor de structurele kosten als gevolg van de landelijke algemene regels en het meldpunt. In de decembercirculaire wordt u geïnformeerd over de verdeling van deze financiële middelen.

1.5

Inkomstenderving (covid-19)

Met decentrale overheden is afgesproken dat zij reële compensatie ontvangen voor extra uitgaven en gederfde inkomsten door corona in 2021. Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2021. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar vast te stellen en deze te Kamerbrief aanvullende maatregelen energierekening | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl ‘Kamerbrief over besluitvorming opvangcrisis’ en ‘Notitie bestuurlijke afspraken doorstroom migratie’, Rijksoverheid.nl 2

3

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

8

verwerken in de decembercirculaire 2022. De definitieve afrekening van de compensatie van de inkomstenderving over 2020 (zie paragraaf 3.2-6 meicirculaire 2022) van de gemeenten Amsterdam, Hof van Twente en Oost Gelre zal in de decembercirculaire worden verwerkt.

1.6

Herijking verdeling gemeentefonds

Met ingang van 1 januari 2023 is sprake van de invoering van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023. 4 Zoals ook met de Tweede Kamer is besproken, tijdens het Kamerdebat Financiën decentrale overheden en versterking lokaal bestuur van 7 april jl. 5, is dit model geen eindstation en vraagt het model continu onderhoud. In de kamerbrief van 5 juli jl. 6 heeft de minister de Tweede Kamer geïnformeerd over de organisatorische inbedding en de inhoud van de onderzoeksagenda. Zoals toegezegd in de brief van 5 juli jl. is in deze septembercirculaire de onderzoeksagenda opgenomen, zie bijlage 1.4.

1.7

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -

De middelen voor 2022 voor de invoeringskosten Omgevingswet (€ 150 miljoen), eerder aangekondigd in de meicirculaire (zie paragraaf 3.3.5).

-

De middelen voor 2022 tot en met 2026 voor de Wet kwaliteitsborging bouw (€ 65 miljoen), eerder aangekondigd in de meicirculaire (zie paragraaf 3.3.6).

-

De decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding voor 2022 (€ 35 miljoen (zie paragraaf 3.2.10).

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2022 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 35925 B, nr. 21

5 6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, commissiedebat, 7 juli 2022 Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35570 B, nr. 13

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

9

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 zijn mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen over de algemene uitkering die in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2022 tot en met 2027 ten opzichte van de meicirculaire 2022. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

10

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2022 (in duizenden euro's)

stand meicirculaire 2022

1) 2) 3) 4)

algemene mutaties Accres Plafond BTW-compensatiefonds* Bevolkingsdaling Eenmailge rijksbijdrage

2022

2023

2024

2025

2026

2027

32.647.562

34.409.507

35.255.198

37.247.014

35.449.294

36.532.024

388.788

478.836

523.383

583.443

500.915

320.917 -11.245

90.048

924.000

taakmutaties 2022 5)

cluster Inkomen en participatie Energietoeslag

550.000

6) 7a)

cluster Samenkracht en burgerparticipatie Landelijke Vreemdelingen Voorziening Asiel (inburgering)

-4.400 20.000

8)

cluster Bestuur en algemene ondersteuning BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022

-1.540

taakmutaties 2023 tot en met 2027 9)

cluster Bestuur en ondersteuning Bijdrage centrale financiering GDI

-7.583

-7.583

8b)

cluster Sociale basisvoorzieningeen Asiel (inburgering)

40.000

30.000

10)

cluster Participatie IPS Regeling

-10.750

11a)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

-20.000

11b)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten stand deze circulaire

*De meerjarenraming is nog niet meegenomen in de tabellen van de algemene uitkering. Het is de werkwijze van de circulaire om jaarlijks bij de septembercirculaire enkel het huidige jaar op te nemen in de raming van de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-2 van de meicirculaire 2018).

33.521.294

-7.583

-7.583

-7.583

-20.000

-20.000

-20.000

-20.000

-7.200

-7.200

-7.200

-7.200

-7.200

34.792.762

35.819.299

37.735.614

36.921.954

36.998.156

Toelichting tabel 2.2.1 Accres Zoals toegelicht in de Startnota 2022 is er in het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV besloten tot twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Ten eerste is in het Coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres vanaf 2026 wordt wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd. Ten tweede is er besloten dat tot 2025 het accres grotendeels op basis van de bestaande afspraken berekend wordt. Nieuw zijn de uitzondering op de ARU voor een aantal investeringsfondsen. In de Startnota heeft het kabinet aangegeven nader te bezien of het wenselijk is om het accres stabieler te maken. Het kabinet heeft daarom het voorstel aan de VNG en het IPO gedaan om het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vast te zetten. De VNG heeft met dit voorstel ingestemd. Het IPO heeft laten weten niet met dit voorstel in te stemmen. Het volumedeel van het accres zal voor de periode 2022-2025 dan ook alleen voor de gemeenten worden vastgezet. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres voor gemeenten zijn bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen.

Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog zullen wijzigen als

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

11

gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Hiermee wordt een eerste belangrijke stap gezet richting een meer stabiele financiering voor gemeenten. Het biedt hen voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. Dit is ook toegelicht in de contourennota financieringssystematiekmedeoverheden van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). 7 Voor een uitgebreide uitleg van de berekening van het accres wordt verwezen naar Bijlage 11 (Accres Gemeentefonds en Provinciefonds) van de Miljoenennota 2023. Tabel 2.2.2 toont de ontwikkeling van het totale accres voor het gemeentefonds. Dit is een samenvoeging van het volumeaccres en het accres voortkomend uit de loon- en prijsontwikkeling. Beide delen worden onder de tabel uiteengezet. Tabel 2.2.2 Totaal accres septembercirculaire (bedragen in miljoenen euro) 2023

2024

2025

2026

2027

cumulatief volume accres

1.221

2.356

3.277

1.464

1.464

cumulatief loon- en prijsaccres Totaal cumulatief accres vanaf 2023

1.453

2.707

3.916

4.827

5.829

2.674

5.064

7.193

6.291

7.293

Tabel 2.2.3 toont het volume-accres voor de komende jaren. De standen tot en met 2025 volgen uit de met VNG overeengekomen splitsing op basis van de accresstanden bij de Voorjaarsnota en loon- en prijsontwikkeling uit de CEP-raming van het CPB. De standen voor 2026 en verder volgen uit een eerder gemaakte splitsing op basis van de Startnotastand van het accres en de MEV-cijfers van het CPB uit september 2021. Tabel 2.2.3 Volume-accres (bedragen in miljoenen euro) Tranche 2023 Tranche 2024

2023

2024

2025

1.221

1.221 1.135

1.221 1.135

Tranche 2025

2026

2027

920

Tranche 2026 Totaal volume-accres

1.221

2.356

3.277

1.464

1.464

1.464

1.464

De loon- en prijsontwikkeling in het accres wordt bijgesteld met een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon, consumptie en investeringen aangehouden. De individuele indexen worden in procenten met één cijfer achter de komma bijgehouden, de gecombineerde index wordt bijgehouden met twee cijfers achter de komma. De indices worden bijgesteld op basis van het CEP-raming van het CPB in het voorjaar en op basis van de MEV-raming in september. Tabel 2.2.4 toont de ontwikkeling van de indices tussen de CEP van dit voorjaar en de meest recente MEV. Hierin is te zien dat de loon- en prijsontwikkeling voor 2023 gestegen is ten opzichte van de raming uit het CEP. Voor jaren waarin er in de MEV-raming geen nieuwe cijfers beschikbaar zijn, zijn de indices uit het CEP aangehouden. De tranche van het lopend jaar wordt in het voorjaar vastgezet op basis van indices uit de CEP-raming.

7

Kamerbrief 35925-VII-170, dd. 11 juli 2022

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

12

Tabel 2.2.4 Loon- en prijsindex 2023

2024

2025

2026

2027

Stand CEP-raming CPB

3,12%

3,38%

3,30%

3,10%

3,10%

mutatie

1,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Stand MEV-raming CPB

4,12%

3,38%

3,30%

3,10%

3,10%

De onderstaande tabellen tonen de tranches van de loon- en prijsontwikkeling op basis van de Miljoenennotastand van het gemeentefonds en de loon- en prijsontwikkeling van de MEV-raming (tabel 2.2.5). Daaronder is de raming uit de Voorjaarsnota weergegeven (tabel 2.2.6) en de mutaties als gevolg van de verschillen tussen de twee ramingen (tabel 2.2.7). Tabel 2.2.5 LPO-accres septembercirculaire (bedragen in miljoenen euro) 2023 1.453

tranche 2023 tranche 2024

2024 1.453

2025 1.453

2026 1.359

2027 1.320

1.255

1.255

1.161

1.128

1.209

1.171

1.138

1.137

1.104

4827

5.829

tranche 2025 tranche 2026 tranche 2027

1.139

Totaal LPO-accres

1.453

2.707

3.916

Tabel 2.2.6 LPO-accres na splitsing op stand Voorjaarsnota/Startnota (bedragen in miljoenen euro) 1,71 1.064

tranche 2023 tranche 2024 tranche 2025

2024 1.064

2025 1.064

2026 981

2027 977

1.165

1.165 1.165

1.083 1.105

1.079 1.101

1.075

1.071

4244

1.104 5.331

tranche 2026 tranche 2027 Totaal LPO-accres

1.064

2.228

3.393

Tabel 2.2.7 Mutatie sinds Voorjaarsnota (bedragen in miljoenen euro) 2023 389

tranche 2023 tranche 2024

2024 389

2025 389

2026 378

2027 343

90

90

77

49

45

66

38

62

34

583

498

tranche 2025 tranche 2026 tranche 2027

34

Totaal LPO-accres

389

479

523

Plafond BTW-compensatiefonds Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. Tot op heden wordt de toevoeging of uitname over het gemeente- en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Echter doordat de VNG heeft ingestemd met het voorstel van het kabinet om het volumedeel van het accres voor de periode 2022-2025 vast te zetten en het IPO niet, worden het gemeente- en

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

13

provinciefonds per 2022 op verschillende wijze geïndexeerd. Het volume-accres 2022-2025 voor het gemeentefonds is vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2022 en wordt alleen nog gewijzigd naar aanleiding van de LPO-ontwikkeling, terwijl het accres voor het provinciefonds meebeweegt met de Rijksuitgaven. Door de verschillende wijze van indexering van het gemeente- en provinciefonds zal de indexering van het gemeentefonds -deel van het BCF-plafond verschillen van de indexering van het provinciefonds-deel van het BCF-plafond. Daarom wordt de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond voortaan apart verrekend met respectievelijk het gemeente- en provinciefonds. Daartoe zullen de taakmutaties vanuit het Rijk naar het gemeente- en provinciefonds apart worden bijgehouden. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2022 tot en met 2027 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeenten is voor 2022 geraamd op € 320,917 miljoen. Dit is € 20,52 miljoen hoger dan geraamd bij de septembercirculaire 2021. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. De ruimte onder het plafond is in alle jaren toegenomen ten opzichte van de ramingen bij de septembercirculaire 2021.

Tabel 2.2.8 Ontwikkeling BCF plafond Gemeentefonds Geraamd plafond BCF Gemeentefonds (bedragen x € 1000 euro) 2022

2023

2024

2025

2026

2027

BCF Plafond totaal

4.143.394

4.426.490

4.724.262

5.004.389

4.980.188

5.021.105

Plafondaandeel gemeenten VJN

3.670.161

3.902.467

4.166.032

4.412.377

4.272.928

4.406.713

6.938

0

0

0

76.000

0

0

23.766

24.570

25.381

49.555

38.294

Plafondaandeel gemeenten

3.677.099

3.926.233

4.190.602

4.437.758

4.398.483

4.445.007

Uitgaven gemeenten

3.356.182

3.356.182

3.356.182

3.356.182

3.432.182

3.356.182

Ruimte onder plafond gemeenten

320.917

570.051

834.420

1.081.576

966.301

1.088.825

w.v. taakmutaties w.v. toevoeging accres

Bevolkingsdaling Zoals gemeld in de decembercirculaire 2021 (paragraaf 3.3.1) en de meicirculaire (paragraaf 2.4.2) zullen de middelen voor bevolkingsdaling in 2022 nog eenmalig worden gecontinueerd. Het bedrag per regio voor 2022 is identiek aan het bedrag van 2021. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. Voor de gemeenten die middelen voor bevolkingsdaling ontvingen en een negatief ingroeipad kennen, zal bij de invoering van de nieuwe verdeling van de middelen uit het gemeentefonds per 1 januari 2023 een aangepast ingroeipad gelden (zie meicirculaire paragraaf 2.5.2).

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

14

Van 2016 tot en met 2021 zijn de middelen voor Bevolkingsdaling uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering. De decentralisatie-uitkering is als niet rechtmatig aangemerkt door de Algemene Rekenkamer. Daarom zal de uitkering in 2022 plaats vinden via een specifieke uitkering. Daartoe wordt het bijbehorend budget overgeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK. Eenmalige rijksbijdrage Het Rijk werkt met gemeenten en provincies door aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Daarvan wordt een bedrag van € 76 miljoen aan het BTW-compensatiefonds toegevoegd en komt € 924 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Energietoeslag In de meicirculaire van dit jaar heeft verwerking plaats gevonden van het beschikbaar gestelde bedrag van € 854 miljoen in verband met het verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. In het debat over de Voorjaarsnota op 5 juli jl. heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag te verhogen, van € 800 naar € 1300. Het kabinet heeft hiervoor een eenmalig extra budget (van € 550 miljoen) beschikbaar gesteld. Hiervan is € 500 miljoen bestemd voor de ophoging van de energietoeslag en € 50 miljoen voor de extra uitvoeringskosten van gemeenten.

De verdeling van deze aanvulling via de algemene uitkering is in deze circulaire verwerkt. De energietoeslag bedraagt voor het jaar 2022 in totaal € 1.300 voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan deze doelgroep uit te keren. Dit is opgenomen in de Miljoenennota 2023. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om € 500 hiervan al in 2022 uit te keren. Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag tot 1 juli 2023 uit te keren. De begroting voor het Gemeentefonds zal hier nog op worden aangepast. Van de € 1,4 miljard voor 2023 is het kabinet voornemens om met een incidentele suppletoire begrotingswet (ISB) € 500 miljoen naar 2022 te schuiven, waardoor er € 900 miljoen in 2023 overblijf. Over de verdeling van de middelen in 2022 volgt zo spoedig mogelijk nadere informatie. 8 Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een nieuwe, structurele, regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2022. Ook deze verlenging wordt gezamenlijk bekostigd door Rijk en gemeenten.

De middelen werden tot en met 2021 uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering vanuit het

8

Kamerbrief aanvullende maatregelen energierekening | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

15

gemeentefonds. De decentralisatie-uitkering is als niet rechtmatig aangemerkt door de Algemene Rekenkamer. Daarom zal de uitkering in 2022 plaats vinden via een specifieke uitkering. Daartoe wordt het binnen het gemeentefonds gereserveerde budget van € 4,4 miljoen (de bijdrage van gemeenten) overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). In totaal is voor 2022 een budget van € 16,4 miljoen beschikbaar. a en b)

Asiel (inburgering)

In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus jl. is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk € 20, 40 en 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022 Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2022 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen € 0,812 miljoen bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van € 0,707 miljoen (bovenop de meerkosten van € 1.956 miljoen) voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2021. Tevens maken gemeenten gebruik van het Burger Service Nummer (BSN). Voor 2021 en 2022 is een aanvullende bijdrage overeen gekomen van € 21.000. Het totale bedrag van €1,54 miljoen is zoals afgesproken met de VNG in 2022 ten laste gebracht van de algemene uitkering. Bijdrage centrale financiering GDI De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK.

Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. De centrale financiering wordt gerealiseerd door de structurele bijdragen van departementen en medeoverheden en een bijdrage uit de Werk Aan Uitvoering enveloppe op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën (FIN). Participatie: IPS Regeling Voor de Regeling vergoeding Individuele plaatsing en steun (IPS) voor de gemeentelijke doelgroep is in totaal € 21,5 miljoen beschikbaar. Volgens een bestuurlijk afspraak dragen gemeenten de helft bij van de uitgaven van de subsidie. Daarom wordt eenmalig in 2023 € 10,75 miljoen uitgenomen uit het gemeentefonds (cluster Participatie). Dit programmageld is bestemd voor de inzet van IPS trajecten voor de re-integratie van mensen met een ernstige psychische aandoening of een zogenoemde common mental disorder via een subsidieregeling. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) trekken hierin samen op. De subsidieregeling ‘IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep’ verstrekt subsidie aan een GGZ-instelling voor een tot en met 14 december 2023 aangevraagd IPS-traject. Het betreft IPS-trajecten voor mensen die vallen onder de re-integratie-verantwoordelijkheid van gemeenten. Hiertoe behoren mensen met een bijstandsuitkering, een Inkomensvoorziening voor

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

16

oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW-uitkering) of een Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ-uitkering) en niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden. a) en b) Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag uit te nemen uit het gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het overeengekomen bedrag van € 27,2 miljoen per jaar is gelijk aan de begrote uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet (€ 7,2 miljoen) en de Wmo (€ 20 miljoen) in 2022. Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en het ministerie van VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Op basis van de evaluatie kan besloten worden om de structurele uitname uit het gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.4.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering NummerMutatie

1) 2) 3) 4)

algemene mutaties Accres Plafond BTW-compensatiefonds Bevolkingsdaling Eenmailge rijksbijdrage

Verdeelwijze

uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor

taakmutaties 2022

5a)

cluster Inkomen en participatie Energietoeslag

maatstaven subcluster minimabeleid

7) 8a)

cluster Samenkracht en burgerparticipatie Landelijke Vreemdelingen Voorziening Asiel

maatstaf inwoners via de maatstaven inwoners (96,5%) en minderheden (3,5%)

9)

cluster Bestuur en algemene ondersteuning BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022

maatstaf inwoners

taakmutaties 2023 tot en met 2027 10)

cluster Bestuur en ondersteuning Bijdrage centrale financiering GDI

maatstaf inwoners

8b)

cluster Sociale basisvoorzieningeen Asiel

via de maatstaven inwoners (96,5%) en migratieachtergrond (3,5%)

12)

cluster Participatie IPS Regeling

maatstaven cluster participatie

13a)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

maatstaven cluster individuele voorzieningen wmo

cluster Individuele voorzieningen Jeugd 13b)

Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten

maatstaven cluster individuele voorzieningen jeugd

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

17

2.4

Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2022 9. De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Bij deze circulaire vindt de actualisatie van de maatstaven re-integratie klassiek, medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen plaats.

De achterliggende berekening van de maatstaven (uitkeringsjaar 2022) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 10 In de berekening zijn ook de herindelingen verwerkt die per 1 januari 2022 hebben plaatsgevonden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de gegevens van de minderheden over 2021 geactualiseerd. De maatstaven minderheden en minderheden met drempel zijn met terugwerkende kracht voor 2021 verwerkt. Tot slot zijn begin augustus 2022 de actuele gegevens van het CBS ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2021 en 2022 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2022 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2022-2027 ten opzichte van de meicirculaire 2022 gewijzigd. Belastingcapaciteit

9

‘Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds’, Rijksoverheid.nl. ‘Circulaires gemeentefonds’, Rijksoverheid.nl

10

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

18

Per 1 januari 2024 wordt het proces rondom de vaststelling van de belastingcapaciteit van gemeenten aangepast. In 2022 en 2023 geldt er een overgangsregime. De definitie van de belastingcapaciteit wijzigt niet. Het proces wijzigt op de volgende punten: 1)

De Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ), die nu al de basis is voor de vaststelling van de belastingcapaciteit, wordt leidend. De kwaliteit van de LV WOZ data is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, waardoor steeds minder gemeenten het CBS benaderen voor een correctie van de data. De inschatting van de Waarderingskamer is dat in 2024 alle gemeenten hun gegevens tijdig, volledig en correct invoeren in de LV WOZ.

2)

Gemeenten kunnen vanaf 2024 geen rechtstreekse verzoeken tot correcties op de belastingcapaciteit indienen bij het CBS en/of het ministerie van BZK. Gemeenten kunnen alleen de onderliggende WOZ-waarden corrigeren door deze via de LV WOZ aan te passen. Bij de definitieve vaststelling (2,5 jaar later) ziet het CBS de gecorrigeerde waarden in haar uitdraai van de LV WOZ.

3)

De uitvraag uit de LV WOZ gaat later plaatsvinden. Bij de voorlopige belastingcapaciteit wordt de LV WOZ pas in juni uitgevraagd in plaats van begin mei. Bij de definitieve belastingcapaciteit zal de uitvraag in oktober zijn in plaats van in juni. Hierdoor zal de berekening van de belastingcapaciteit op actuelere gegevens worden gebaseerd.

4)

Er komt een verbeterde inschattingsmethode van ontbrekende waarden. Het CBS vult momenteel een ontbrekende waarde in met het meest recente gegeven uit het verleden. Het CBS gaat bij de verbeterde inschattingsmethode onder andere rekening houden met de waardeontwikkeling van de woningen.

De aard van de (rechtsbescherming bij de heffing van de) onroerendezaakbelastingen (OZB) is zodanig dat er altijd kans is dat een paar objecten nog niet definitief zijn beschikt wanneer het CBS de definitieve belastingcapaciteit berekent (ongeveer 2,5 jaar na dato). De mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de definitieve vaststelling van de belastingcapaciteit blijft behouden in het nieuwe proces. In de overgangsperiode 2022 en 2023 worden de door gemeenten ingediende wijzigingsvoorstellen door het ministerie van BZK behandeld en beoordeeld in plaats van door het CBS. In 2022 hanteert het ministerie van BZK dezelfde beoordelingsmethode als het CBS. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 33,5 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 20 miljard). 11 De – landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid).

De uitkeringsfactor verschilt per 11 In het nieuwe model is de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en overige uitkeringsonderdelen €36,5 miljard en de uitkeringsbasis ongeveer €29,5 miljard.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

19

uitkeringsjaar. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.4.2 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;

-

door de overgang van de huidige naar de nieuwe verdeling valt de uitkeringsfactor vanaf 2023 lager uit;

-

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.4.3 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.

De uitkeringsfactor van 2020 blijft ongewijzigd op 1,622. Ten opzichte van de meicirculaire 2022 daalt de uitkeringsfactor van 2021 van 1,691 naar 1,689. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de actualisatie van de gegevens over het aantal huishoudens naar (oudere) leeftijdsgroep, minderheden en omgevingsadressendichtheid. De ontwikkeling van de uitkeringsfactor voor 2022 en verder is hieronder onder de verticale toelichting nader toegelicht De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2022-2026 is vermeld in tabel 2.4.1.

Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2022-2027 Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1,823 19.780

1,307 29.425

1,378 28.612

1,440 28.798

1,399 29.086

1,390 29.358

De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen. 12 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van de Macro Economische Verkenning 2022 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2021 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). Verticale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand 12 De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen.

Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

20

meicirculaire 2022. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2022-2027 2022

2023

2024

2025

2026

2027

stand meicirculaire 2022 mutaties deze circularie algemene mutaties uitkeringsbasis/OZB overig

1,813

1,285

1,356

1,419

1,345

1,372

0,016 -0,006 0,000

0,013 0,008 0,001

0,020 0,005 0,000

0,018 0,003 0,000

0,052 0,001 0,001

0,017 0,000 0,001

uitkeringsfactor stand deze circulaire

1,823

1,307

1,378

1,440

1,399

1,390

De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2022 – 2027 hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt (de nieuwe accresstanden in 2023-2027, de ruimte onder het BCF-plafond in 2022 en de eenmalige rijksbijdrage in 2026). Verder zijn de uitkeringsfactoren ook gestegen als gevolg van aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven. Vooral de ontwikkelingen in het aantal bijstandsontvangers, omgevingsadressendichtheid, bedrijven en in de omvang van de OZB-maatstaven hebben een sterke invloed op de uitkeringsfactoren. De nieuwe raming van de OZB-maatstaven leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 1 punt. Op basis van de Marco Economische Verkenning 2023 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. De nieuwe raming leidt tot een opwaartse bijstelling van het aantal bijstandontvangers in de periode 20232027. Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2022 en de stand van deze circulaire.

Bijstandsontvangers

stand meicirculaire 2022 stand septembercirculaire 2022

2023

2024

2025

2026

2027

400.114 401.071

399.524 413.790

398.202 421.149

402.633 431.208

408.587 441.332

Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2023 tot en met 2027. In tabel 2.4.3 is te zien dat de accressen (onderdeel van de algemene mutaties) de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar. Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZB-maatstaven, de stijging over de jaren in het aantal bijstandsontvangers en de demografische ontwikkelingen de belangrijkste rol.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

21

In de mutaties van jaar op jaar is tevens de verdeelreserve opgenomen. De verdeelreserve wordt aangehouden voor onvoorziene omstandigheden. Tot slot zijn er nog overige ontwikkelingen in de uitkeringsfactor, hier vallen onder andere de overige uitkeringsonderdelen onder (zoals de herindelingsmaatstaf) en afrondingsverschillen. Tabel 2.4.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2023-2027 van jaar op jaar 2023

2024

2025

2026

2027

uitkeringsfactor, jaar t 1,307 verschil ten opzichte van jaar t-1 waarvan: - algemene mutaties - verdeelreserve - ontwikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontwikkelingen

1,378 0,071

1,440 0,062

1,399 -0,041

1,390 -0,009

0,084 -0,001 -0,014 0,002

0,074 -0,001 -0,012 0,001

-0,028 -0,001 -0,012 0,000

0,003 -0,001 -0,011 0,000

Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: -

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

-

Eveneens een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In aanvulling op de in de meicirculaire 2021 (paragraaf 2.4.1) toegekende bedragen ontvangt de gemeente Rotterdam een suppletie-uitkering van € 2.814.105.

-

Alle gemeenten hebben daarnaast te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.4.1) zijn de definitieve bedragen van de suppletie-uitkering voor 2019 en 2020 bekend gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. De definitieve bedragen voor 2021 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. Als raming voor 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletieuitkering overheveling IUSD 2021.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

22

3

Decentralisatie- en integratie- uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2022 over de periode 2022 tot en met 2027. De mutaties hebben betrekking op 2022 en verder en worden onder de tabel toegelicht. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen. Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2022-2027 (bedragen in duizenden euro's)* 2022 2023 stand meicirculaire 2022 1)

IU Participatie: SW bedrijven (covid-19)

10.000

2)

Invoeringskosten Omgevingswet

150.938

3)

Wet kwaliteitsborging bouw

24.755

4)

Voorschoolse voorziening peuters (covid-19)

200

5)

Samenwerkingskader Scherpenzeel

78

6)

Uitstapprogramma prostituees

7)

Dichterbij dan je denkt

16.741

8)

Leerlingenvervoer Oekraine

9.200

9)

LHBTI beleid regenboogsteden

30

10)

Maatschappelijke begeleiding

34.988

11)

Verdere integratie op de arbeidsmarkt

27

12)

Gezond in de stad (tbv Kansrijke start)

622

13)

Informele scholing

43

14)

Online weerbaarheid

50

stand deze circulaire

2024

2025

2026

2027

5.725.331 4.248.230 4.191.357 4.118.315 4.040.204 3.981.502

10.068

10.076

10.076

10.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

5.973.003 4.261.298 4.204.433 4.131.391 4.053.204 3.984.502

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

23

Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2022-2027 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.792.420 1.532.904 35.383 385.057 230.728

1.734.306 1.533.404 35.383 385.057 230.728

1.674.625 1.534.001 35.383 385.057 230.728

1.615.795 1.534.625 35.383 385.057 210.728

1.556.996 1.534.625 35.383 385.057 210.728

85.000

85.000

85.000

85.000

46.700

46.700

46.700

46.700

30.000

30.000

30.000

30.000

10.068 21.700

10.076 21.700

10.076 21.700

10.000 21.700

14.541 13.500 13.000 10.000

14.541 13.500 13.000 10.000

13.951 13.500 13.000 10.000

13.951 13.500 13.000 10.000

7.699 6.650 5.100

7.699 7.300 5.100

7.699

7.699

5.100

5.100

4.731

4.731

4.731

4.731

6.000 3.956 3.825

6.000 4.047 3.825

6.000 4.140

6.000 4.235

Windpark N33 Erfgoed Deal Mantelzorgbeleid LHBTI beleid regenboogsteden Experiment gesloten coffeshopketen Slavernijverleden Experiment centrale stemopneming Veilige Steden Handhaving quarantaine Duurzame polder Online weerbaarheid Informele scholing Samenwerkingskader Scherpenzeel Onderzoek Almere integratie

1.965.262 1.495.475 772.059 385.057 231.728 151.794 150.938 112.591 85.000 76.021 75.005 61.900 46.700 34.988 33.110 30.380 30.200 26.366 24.755 21.700 16.741 14.541 13.500 13.000 10.000 9.776 9.200 8.803 8.583 7.699 6.050 5.100 5.000 4.731 4.000 4.000 3.867 3.825 2.625 1.790 1.738 1.500 1.453 1.378 958 535 520 300 250 213 193 78 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12068323/1