06. Notitie kaders, normen, regels, procedures en afspraken - raadsenquête Someren
Tekst van het document
NOTITIE KADERS, NORMEN, REGELS, PROCEDURES EN AFSPRAKEN De vijfde onderzoekvraag gaat over de doorlopen bestuurlijke en ambtelijke processen en of deze in lijn waren met geldende normen, regels, procedures en afspraken. In deze notitie worden deze geschetst.
Nationale wettelijke kaders rondom grondtransacties Er zijn op landelijk niveau wettelijke kaders voor grondtransacties. In de kern stellen deze kaders vast welke vormen van grondbeleid gemeenten kunnen hanteren en welke rechten zij hebben in het verwerven van gronden. In 2021 waren de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet voorkeursrechten gemeenten (Wvg) en de onteigeningswet van kracht, welke de basis vormden voor ruimtelijke ordening en grondbeleid. In de onderzoeksperiode (juni 2021 tot en met januari 2025) zijn er verschillende wijzigingen geweest in de wettelijke kaders voor grondtransacties bij gemeenten. Ten eerste werd met het Didam arrest uit 2021 vastgelegd dat overheden die een onroerende zaak willen verkopen, in beginsel gelegenheid moeten bieden aan alle (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Daarmee is de ruimte om één-op-één te verkopen, beperkter geworden voor gemeenten. Ten tweede trad op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking. Daarmee kwamen de Wro en de Wvg te vervallen en werd de onteigeningswet aangepast. Uitgangspunt van de omgevingswet is een integrale benadering van ruimtelijke ordening en grondbeleid. Tijdens de grondtransactie in 2024 waren belangrijke wettelijke kaders: -
Gemeenten moeten expliciet onderscheid maken tussen actief grondbeleid (zelf gronden verwerven en ontwikkelen) en faciliterend grondbeleid (private partijen laten ontwikkelen en zelf sturen via regels en overeenkomsten).
-
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om kosten te verhalen zie zij maken voor gebiedsontwikkeling. Dit kan via een anterieure overeenkomst of via het publiekrechtelijk spoor in het omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning.
-
Gemeenten moeten bij de verkoop van gronden gelijke kansen bieden aan gegadigden. Openbare selectieprocedure is verplicht, tenzij objectief gemotiveerd kan worden waarom één-op-één levering gerechtvaardigd is.
-
Grondprijzen moeten marktconform zijn, behalve voor sociale huur en maatschappelijke voorzieningen. Gemeenten publiceren jaarlijks de te hanteren grondprijzen.
-
Gemeenten moeten hun grondbeleid vastleggen in een beleidsnota en jaarlijks rapporteren in de paragraaf grondbeleid van begroting en jaarrekening.
De gemeente Someren heeft deze wettelijke kaders als uitgangspunt genomen in het opstellen van opvolgende nota’s grondbeleid. Daarmee heeft de gemeente zich aan nationale wettelijke kaders gehouden.
Regels, procedures en afspraken binnen de gemeente Someren rondom grondbeleid en bedrijventerreinen Ook binnen de gemeente Someren zijn er wijzingen geweest in de regels, procedures en afspraken rondom grondbeleid en bedrijventerreinen. In eerste instantie was de grondnota 2018 – 2022 van kracht. vervolgens heeft de gemeenteraad op 28 september 2023 de nota grondbeleid 2023 –
2/8
2027 vastgesteld en de vorige nota grondbeleid ingetrokken. De relevante uitgangspunten in deze nota’s voor het onderzoek worden toegelicht. Soorten grondbeleid binnen de gemeente Someren Zoals eerder beschreven, is het een wettelijk kader dat gemeenten expliciet onderscheid maken tussen actief grondbeleid en faciliterend grondbeleid. Omdat de gemeente in het geval van het Bedrijventerrein Lage Akkerweg zelf geen gronden verworven heeft, was er sprake van faciliterend grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid heeft de gemeente een voorwaardenscheppende rol, door middel van het bestemmingsplan, bij de ontwikkeling van een locatie. De gemeente treedt zelf niet op als marktpartij. In de grondnota 2018 – 2022 waren de uitgangspunten dat private partijen de taken als verwerving van gronden, tussentijds beheer, en uitgifte van gronden op zich zouden nemen. Het openbaar nut kon ook door private partijen gerealiseerd worden, of door de gemeente, waarnaar deze kosten op de marktpartij verhaald zouden worden. In de grondnota 2023 – 2027 begon de gemeente met het maken van onderscheid tussen proactief faciliterend grondbeleid en passief faciliterend grondbeleid. Bij proactief faciliterend grondbeleid wil/kan de gemeente de grondexploitatie niet voeren of ze beschikt niet over de gronden. De gemeente ondersteunt het planologisch proces actief en kan dit ook initiëren.
De gemeente denkt actief mee met private partijen. Bij het ontbreken van marktinitiatief stimuleert en verbindt de gemeente, neemt een makelaarsfunctie aan en schept het klimaat om een ruimtelijke ontwikkeling van de grond te krijgen. Een proactief faciliterende rol past als de ruimtelijke ontwikkeling in belangrijke mate bijdraagt aan de gemeentelijke ambities, waarbij een private partij de grondexploitatie voert. De gemeente beschouwt zichzelf als partner in het project, waarbij zij bereid is om geen of een beperkt risico te nemen. De gemeente faciliteert en past het kostenverhaal toe. Bij passief faciliterend grondbeleid stuurt de gemeente uitsluitend op basis van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. Zij neemt dus een zuiver plan toetsende rol in en toetst of de ontwikkeling strookt met haar beleid, doelen en ambities. De kosten, die de gemeente maakt om het plan te faciliteren, verhaalt zij volledig op de private partij. Het risico van de ontwikkeling ligt bij de private partij. De diverse inbreidingsplannen en de ontwikkeling nabij bedrijventerrein Lage Akkerweg worden in de grondnota 2023 – 2027 genoemd als voorbeelden waarbij Someren faciliterend grondbeleid heeft toegepast/toepast. Grondprijzen In beide nota’s grondbeleid is het uitgangspunt dat de raad, op voorstel van het college, de grondprijzen vaststelt per 1 januari.
Dit gebeurt via het paragraaf grondbeleid behorend bij de vaststelling van de gemeentebegroting. Verder staat in beide nota’s dat de gemeente kiest voor een marktgerichte benadering om prijzen te bepalen, waarbij ook de gehanteerde prijzen in de regio een rol spelen. Ook kostprijsoverwegingen spelen een belangrijke rol. Ontwikkeling van grondprijzen De grondprijzen zijn tussen 2021 en 2024 veranderd. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de grondprijzen weer voor bedrijventerreinen. Deze prijzen zijn overgenomen uit de jaarstukken.
3/8
Grondprijzen (excl. Btw) per categorie
2021
2022
2023
2024
Bedrijventerreinen
€154
€154
€172
€188
Bedrijventerreinen zichtlocatie
€175
€175
€195
€213
Opmerkelijk is dat in de jaarstukken van 2022 een uitzonderingsgrond opgenomen is: De grondprijzen voor CPO de Goede Vaart fase I blijven gelijk aan 2022. Alle geregistreerde opties op 31 december 2022 blijven tot 1 april 2023 op prijspeil 2022. Deze uitzonderingsgrond komt niet terug in de jaarstukken van 2023 en 2024. Incourante bedrijfspercelen In de nota grondbeleid 2018 – 2022 is een uitzonderingsgrond opgenomen voor de grondprijzen. Het college heeft de mogelijkheid om bedrijfspercelen tot 1 ha aan te wijzen als incourante bedrijfspercelen. Het betreft percelen die zich weliswaar lenen voor bedrijfsmatig gebruik maar die in vergelijking met andere percelen (vanwege bijvoorbeeld de lengte-breedte verhouding of de ligging) dermate incourant zijn dat het niet realistisch is om bij de verkoop de volledige uitgifteprijs in rekening te brengen. Of een bepaalde situatie als incourant moet worden aangemerkt is van geval tot geval verschillend en is uitsluitende ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders. In geval van een incourant perceel geldt als verkoopprijs 50% van de op het moment van verkoop geldende reguliere gronduitgifteprijs voor bedrijventerreinen. Voor een incourant perceel geldt eveneens een uitzondering op de vastgelegde bouwplicht.
Indien een incourant perceel binnen 10 jaar wordt doorverkocht en/of het perceel alsnog of na verloop van tijd toch bedrijfsmatig kan worden bebouwd, dan geldt de verplichting tot bijbetaling tot de op dat moment geldende reguliere gronduitgifteprijs voor bedrijven voor het gehele perceel. Het college heeft eveneens de mogelijkheid om percelen vanaf 1 ha aan te wijzen als incourante bedrijfspercelen. Het betreft percelen met een specifieke gebruiksvorm waarop bijvoorbeeld uitsluitend opslag plaatsvindt of anderszins bedrijfsmatig gebruik, zijnde geen bebouwing en welk perceel voor maximaal 15% kan worden bebouwd. Voor dergelijke als incourant aangemerkte percelen geldt een verkoopprijs vanaf 50% van de op het moment van verkoop geldende reguliere gronduitgifteprijs voor bedrijventerreinen. Indien een incourant perceel na aankoop alsnog wordt verkaveld en/of het bebouwingspercentage in de toekomst toeneemt, dan geldt dat voor het gehele perceel dient te worden bijbetaald tot de op dat moment geldende reguliere gronduitgifteprijs voor bedrijven. De uitzonderingsgrond voor incourante bedrijfspercelen is in de grondnota 2023 – 2027 niet meer opgenomen. Gemotiveerde afwijking In de nota grondbeleid 2023 – 2027 is het toepassen van de algemene gronduitgifteprijzen het uitgangspunt.
Echter is ook opgenomen dat er aanleiding kan zijn tot een te motiveren afwijking hierop, eventueel onderbouwd met een taxatie. Ook kunnen er aanvullende eisen worden gesteld, zoals het verplicht realiseren van waterberging, parkeerplaatsen of groenvoorzieningen op uitgeefbare (bouw) grond. Er wordt niet beschreven met welk proces er tot een te motiveren afwijking gekomen kan worden. De mogelijkheid voor een gemotiveerde afwijking is nieuw ten opzichte van de nota grondbeleid 2018 – 2022.
4/8
Gronduitgifte Met het Didam arrest uit 2021 kreeg gronduitgifte een belangrijkere rol in grondbeleid. In de nota grondbeleid 2023 – 2027 is hier dan ook aandacht voor, terwijl dit in de nota grondbeleid van 2018 – 22 nog niet het geval was. Het uitgangspunt is dat gronduitgifte transparant geschiedt aan de hand van een selectieprocedure met objectieve, toetsbare en redelijke selectiecriteria. Daarbij gelden marktconforme voorwaarden en prijzen conform het gemeentelijke grondprijsbeleid. Het college stelt in beginsel voor elke uitgifte een uitgifteplan op met de voor deze uitgifte geldende criteria. In afwijking van het voorgaande kan de gemeente gronden ook één-op-één verkopen. Dergelijke grond verkopen kunnen uitsluitend plaatsvinden als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria dat er slechts één serieuze gegadigde voor de aankoop in aanmerking komt. Bij de invulling daarvan kan de gemeente gebruik maken van de haar toekomende beleidsruimte. De keuze van een één-op-één verkoop is een collegebevoegdheid en gebeurt transparant, zodat iedereen hiervan kennis kan nemen. De verkoop van reststroken vormt een gemotiveerde afwijking om één-op-één te verkopen. De gemeente verkoopt deze namelijk alleen aan de eigenaar of eigenaren van een aangrenzende onroerende zaak.
Daarmee wordt aangetoond dat er maar slechts één of een beperkt aantal geschikte partijen zijn. Deze uitzonderingsgrond is nieuw ten opzichte van de grondnota 2018 – 2022. Er is in de grondnota geen definitie opgenomen voor reststroken. Er wordt ook niets gezegd over de prijsvorming van reststroken. In de interviews is regelmatig verwezen naar incourante bedrijfspercelen, dan wel reststroken, als een beleidsgrond om af te wijken van de prijs. Uit de nota’s grondbeleid blijkt dat in 2018 – 22 werd verwezen naar incourante bedrijfspercelen als een uitzonderingsgrond voor de grondprijzen. Er stond in deze nota niets over reststroken. In 2023 – 27 werd verwezen naar reststroken als uitzonderingsgrond voor de gronduitgifte, maar niet voor de grondprijs. Er stond in deze nota niets meer over incourante bedrijfspercelen. Verhalen plankosten Zowel in de nota grondbeleid 2018 – 2022 als in de nota grondbeleid 2023 – 2027 is opgenomen dat de gemeente plankosten kan verhalen. In de nota grondbeleid 2018 – 2022 zijn twee mogelijkheden beschreven. De eerste mogelijkheid voor het verhalen van kosten is de privaatrechtelijke weg. Er moet dan, voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan, met de ontwikkelende partij overeenstemming bereikt worden.
De tweede mogelijkheid is het publiekrechtelijke spoor, waarbij in het exploitatieplan bepalingen opgenomen worden over het kostenverhaal. In de nota grondbeleid 2023 – 2027 wordt aangegeven dat het verhalen van kosten bij een ruimtelijke ontwikkeling c.q. bouwactiviteit wettelijk verplicht is voor een overheidsinstantie. Het kostenverhaal wordt bij voorkeur privaatrechtelijk verzekerd met een anterieure overeenkomst. Bij kleine ontwikkelingen sluit de gemeente direct een anterieure overeenkomst om het kostenverhaal te verzekeren. Voor grotere en complexere projecten sluit de gemeente voorafgaand aan de anterieure overeenkomst een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer. In de intentieovereenkomst leggen partijen de kaders en de afspraken voor de haalbaarheidsfase vast. In deze overeenkomst legt de gemeente vast dat de initiatiefnemer de gemeentelijke inzet van deze fase vergoedt.
5/8
Als het niet mogelijk is om met een anterieure overeenkomst tot overeenstemming te komen over onder andere het kostenverhaal, dan dient de gemeente het kostenverhaal publiekrechtelijk te verankeren. Rolverdeling college en raad Zowel in de nota grondbeleid 2018 – 2022 als in de nota grondbeleid 2023 – 2027 wordt de rolverdeling tussen het collega en de raad beschreven, specifiek voor grondbeleid. Inhoudelijk gezien sluiten deze op elkaar aan. De gemeenteraad stelt met de Nota Grondbeleid de kaders voor het grondbeleid vast en heeft een controlerende rol. Het college voert het grondbeleid uit binnen de kaders van de Nota en legt aan de gemeenteraad gemotiveerd verantwoording af over de uitvoering van het grondbeleid. Het college geeft bovendien de raad vooraf de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te brengen in het geval van 1) privaatrechtelijke rechtshandelingen, die ingrijpende gevolgen voor de gemeente kunnen hebben en 2) aankopen van grond met een aankoopsom van meer dan €400.000,-- per aankoop. Wat betreft het tweede punt is in de nota’s grondbeleid geen uitzonderingsgrond opgenomen voor de verkoop van gronden. In algemene zin is de rolverdeling tussen het college en de raad volgens de gemeentewet als volgt geregeld.
Het college is bevoegd om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente.1 Bij het vervullen van zijn taak is het college gebonden aan de kaders die de raad heeft gesteld. De raad heeft deze taak tegen de achtergrond van het begrotingsrecht en zijn controlerende rol. Verder heeft het college een verantwoordings- en inlichtingenplicht tegenover de raad.2 Het college is verplicht om de raad in te lichten 1) wanneer deze daarom verzoekt, 2) indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Projectontwikkeling In april 2023 heeft Raadhuis Advies, in opdracht van de gemeente Someren, de definitieve versie van het “Handboek Bouwproces projectontwikkeling” opgeleverd. Dit handboek heeft tot doel om de transparantie, beheersbaarheid en voorspelbaarheid van de projectontwikkeling te vergroten. Dit geeft de organisatie het inzicht en de ruimte om te sturen op de beoogde resultaten. In dit handboek wordt een (bouw)project volgens de principes van projectmatig werken uitgewerkt in alle fasen die een (bouw)project doorloopt. Voordat het handboek opgesteld werd, waren er geen interne afspraken vastgelegd over de werkwijze van de gemeente bij grondbeleid. Het doorlopen traject rondom Bedrijventerrein Lage Akkerweg was al een eind onderweg toen het handboek opgesteld werd: de intentieovereenkomst met Nuva Keukens was bijvoorbeeld al ondertekend.
Toch is het interessant om te beschrijven welke rol voorzien wordt voor college en raad in het document. In algemene zin beschrijft het handboek dat er voor projectontwikkeling verschillende fasen doorlopen worden: 1) ideefase, 2) initiatieffase, 3) definitiefase, 4) ontwerpfase, 5) voorbereidingsfase, 6) uitvoeringsfase, en 7) nazorgfase. In deze fasen zijn de volgende beslismomenten de definiëren: -
In de ideefase moet eerst de verantwoordelijke wethouder besluiten om vanuit een initiatief al dan niet te komen tot een projectmelding. Ook moet de wethouder besluiten of het initiatief bestuurlijke prioriteit krijgt. Het college moet besluiten over de projectmelding en het vervolg (niet verder oppakken, als regulier werk oppakken of als project vormgeven). Het besluit over de projectmelding is het besluit op het principeverzoek.
1 2
Artikel 160, lid 1 van de gemeentewet. Artikel 169 van de gemeentewet.
6/8
-
In de initiatieffase moet er een projectstatus vastgesteld worden (project of majeur project). Het is niet duidelijk wie deze status vast moet stellen. Duidelijk is dat voor elk project de raad vóór aanvang van het project inzicht in haar sturingsinstrumenten en beslismomenten moet krijgen. De status is van invloed op de mate waarin de raad betrokken wordt. Wanneer het een majeur project betreft, wordt de projectopdracht ter consultatie voorgelegd aan de gemeenteraad voor de projectinhoudelijke kaders.
-
In de initiatieffase moet de projectopdracht vastgesteld worden door het college. Hiermee wordt de projectopdracht het formele kader voor de verdere uitwerking van het project.
-
In de initiatieffase kan een intentieovereenkomst gesloten worden door het college.
-
In de definitiefase moet het stedenbouwkundig plan bekrachtigd worden met een besluit van het college.
-
In de ontwerpfase moet een anterieure overeenkomst gesloten worden, voordat het ontwerpbestemmingsplan door het college is vastgesteld.
-
In de ontwerpfase moet het college besluiten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. De raad moet het bestemmingsplan vaststellen.
Bedrijventerreinen Het document “Visie bedrijventerreinen Asten en Someren, 2009 – 2023” beschrijft de gezamenlijke visie van de gemeenten op het ambitieniveau voor de bedrijventerreinen. Het Bedrijventerrein Lage Akkerweg is hierin opgenomen. Situatieschets Bedrijventerrein Lage Akkerweg Bedrijventerrein Lage Akkerweg is het meest recent uitgegeven terrein van de gemeente Someren. Het terrein is bijna volledig uitgegeven. Het terrein ligt ingeklemd tussen glastuinbouw, bedrijventerrein en woningbouw. Op het terrein zijn zowel kleinschalige als (middel)grote bedrijven gevestigd. Er is een goede overgang van wonen naar werken gecreëerd. Op het terrein zijn enkele braakliggende stroken grond gelegen, die in de toekomst mogelijk kunnen worden ingevuld t.b.v. intensivering. Oostelijk van het terrein ligt een zoeklocatie voor nieuw bedrijventerrein. De definitieve aanleg van de infrastructuur (nu nog gedeeltelijk bouwwegen) wordt afgerond na volledige ingebruikname van het bedrijventerrein. Toekomstvisie bedrijventerrein Uitgangspunten zijn het handhaven van bedrijventerrein voor bedrijfshuisvesting en het op niveau houden van de ruimtelijke kwaliteit van het terrein. De huidige gebruikers dienen op hun locatie optimaal hun bedrijfsvoering te kunnen uitoefenen. Intensivering van de ruimte wordt gefaciliteerd waar mogelijk, zoals de ingebruikname van de braakliggende stroken.
Beleidsmatig is het uitgangspunt dat er geen bedrijfswoningen meer worden toegestaan op bedrijventerrein. Dit geldt niet alleen voor nieuw aan te leggen terreinen maar ook bij de herziening van de bestemmingsplannen voor de bestaande terreinen zal dit uitgangspunt worden gehanteerd.
Regels, procedures en afspraken binnen de gemeente college/ambtelijke organisatie Rolverdeling college, raad en ambtelijke organisatie Mandaat bij het sluiten van overeenkomsten Het sluiten van overeenkomsten met bedrijven of overige derde partijen, is een privaatrechtelijke rechtshandeling waartoe het college bevoegd is. Denk hierbij aan het sluiten van een intentieovereenkomst, anterieure overeenkomst, optieovereenkomst of koopovereenkomst. Dit
7/8
betekent dat het college van de gemeente bevoegd is tot het sluiten van zulke overeenkomsten. Aan het sluiten van een overeenkomt ligt een collegebesluit ten grondslag. Het ondertekenen gebeurt door de burgemeester van een gemeente, of diens gemachtigde. De burgemeester kan de ondertekening namelijk mandateren aan bijvoorbeeld een wethouder, de gemeentesecretaris of een ambtenaar. Mandaatregeling De gemeente Someren heeft in 2016 een mandaatregeling opgesteld, voor het verlenen van bevoegdheden aan de ambtelijke organisatie in de vorm van mandaat, volmacht en machtiging. Hierin is opgenomen dat de gemeentesecretaris, de afdelingshoofden en/of andere functionarissen binnen de ambtelijke organisatie, mandaat hebben ten aanzien van het nemen van besluiten en het afdoen van stukken die behoren tot hun taken conform het Organisatiebesluit. Het betreft zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke besluiten. Zij moeten hierbij de geldende wetten, besluiten, verordeningen, et cetera in acht nemen. Het is mogelijk voor gemandateerden, om het aan hen verleende mandaat, te onder mandateren aan de behandelend ambtenaren. In 2024 is de mandaatregeling van de gemeente Someren geactualiseerd, om deze af te stemmen op het organisatiebesluit van 7 november 2023 en de gewijzigde organisatiestructuur van 1 februari 2024.
Inhoudelijk zijn er geen noemenswaardige wijzigingen doorgevoerd in de mandaatregeling. Bestuurlijke samenwerking In het coalitie akkoord 2022 – 2026 Someren een verbonden gemeente wordt aangegeven dat met nieuw elan bestuurd gaat worden. In dit kader wordt afgesproken bestuurlijk en ambtelijk het meer ogen principe tot te passen. Ook wordt aangegeven integraal te werken vanuit een samenhangende omgevingsgerichte aanpak. Ambtelijk-bestuurlijke samenwerking In mei 2018 zijn er door het college en het MT afspraken gemaakt over de ambtelijk-bestuurlijke samenwerking (Werkafspraken tussen college en organisatie). Het beschrijft de rolverdeling tussen het bestuur en de organisatie. Het uitgangspunt is dat het bestuur gaat over beslissingen, sturing en doelen, terwijl de organisatie gaat over de uitvoering en over de advisering. Het bestuur kan van de organisatie verwachten: -
De organisatie ondersteunt de bestuurders bij de beleidsontwikkeling door hen vanuit hun eigen deskundigheid professionele en onafhankelijke adviezen te geven. De organisatie is sparringpartner voor de individuele portefeuillehouder en het college als geheel.
-
Er wordt door de organisatie gezorgd voor duidelijke adviezen, waarin argumenten die bij de afweging een rol hebben gespeeld en keuzemogelijkheden zichtbaar worden gemaakt.
-
De organisatie zorgt dat alle voorstellen compleet zijn door alle bijlagen en gerelateerde zaken, die betrekking hebben op het voorstel, bij het voorstel aan te bieden.
-
In de financiële paragraaf wordt helder geformuleerd waar de eventuele kosten uit worden betaald en wat het restbudget is.
-
Bij het onderdeel communicatie wordt een wijze van communicatie voorgesteld.
-
Heldere en realiseerbare afspraken, het nakomen ervan en elkaar aanspreken als dit niet gebeurt, zijn wezenlijke elementen.
Verder is opgenomen dat alle voorstellen aan de commissie en raad, vooraf behandeld worden in het college. De portefeuillehouder vertegenwoordigt het college in de commissie en de raad, op basis van het collegiale besluit in het college.
8/8
Uitgangspunt is dat alle collegebesluiten gebaseerd worden op ambtelijke advisering. De voorzitter is verantwoordelijk voor heldere besluitvorming, de secretaris voor een duidelijke weergave van besluiten en de vertaling daarvan naar de organisatie. Binnen de formele lijn advies – besluit – uitvoering, is ruimte voor een informele lijn waarbij belangrijke of politiek gevoelige collegevoorstellen worden (voor)besproken tussen de betreffende portefeuillehouder en organisatie. De medewerker is tijdens de advisering op de hoogte van de beleidsopvattingen van de portefeuillehouder, maar blijft onafhankelijk. Bij meningsverschillen moeten de argumenten in het advies zichtbaar worden. Nieuwe initiatieven en grotere opdrachten waarbij meerdere afdelingen betrokken zijn worden door de organisatie in projectvorm uitgevoerd. Bij een project worden het doel, de middelen, het tijdpad inclusief terugkoppelmomenten en de bestuurlijk en ambtelijke projectverantwoordelijke vastgesteld. De projectopdracht wordt aangeboden aan het college. Kleinere opdrachten binnen de organisatie kennen een medewerker als opdrachtnemer die verantwoordelijk is voor de uitvoering. Door middel van een bestuursopdracht kan het college richting geven aan te formuleren of uit te voeren beleid. Opdrachten aan de organisatie lopen altijd via het management.
Het management bewaakt de afspraken die in het college gemaakt zijn. In het organisatie ontwikkelplan Voor elkaar (mei 2023) zijn interne afspraken, regels en processen rondom de samenwerking met het college opgenomen. Er zijn geen wezenlijke verschillen ten opzichte van het stuk wat in mei 2018 vastgesteld is. Samenwerking met betrokken bedrijven en overige derde partijen In de afspraken tussen het college en het MT uit mei 2018 is opgenomen dat collegeleden regelmatig afstemming hebben met derden. Afspraak is dat bij dergelijke gesprekken altijd ambtelijke vertegenwoordiging / ondersteuning aanwezig is. Coalitieakkoord 2022 – 2026 Someren een verbonden gemeente In het coalitieakkoord 2022 – 2026 van de gemeente Someren beschrijft de coalitie van CDA, Leefbaar Someren, PvdA en Wij Zijn Someren | VVD welke afspraken zij maken in de samenwerking. In het coalitieakkoord is niets opgenomen over het bedrijventerrein Lage Akkerweg. Verder is er geen portefeuilleverdeling voor de wethouders opgenomen. Ook is er niets opgenomen over het toewijzen van projecten aan wethouders.