CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage energieprogramma 2024

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 16 april 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Voortgangsrapportage 'Energie van Soest 2024-2030'12.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage 2024

‘Energie van Soest’ 2024-2030

Voorwoord In Soest werken we samen aan een toekomst waarin iedereen toegang heeft tot schone en betaalbare energie. Deze voortgangsrapportage laat zien wat er het afgelopen jaar is bereikt en welke stappen we samen nog kunnen zetten. De energietransitie raakt iedere inwoner en ondernemer. Of het nu gaat om energiebesparing, duurzame opwekking of betaalbaarheid. Daarom staat in het nieuwe energiepro­ gramma de ervaring van de inwoner centraal: wat betekent de transitie voor huishoudens, onderne­ mers en buurten? In 2024 werkten we hard aan het nieuwe programma, wat de raad in november vaststelde. En onder­ tussen ging het echte werk natuurlijk gewoon door. Zo richtten ondernemers de eerste energie­ coöperatie op bedrijventerrein de Soestdijkse Grachten op. En de Soester Energiecoöperatie zette mooie stappen in met name Overhees, waar we warmte uit de vijvers willen winnen om woningen van het aardgas af te kunnen halen. We brachten samen met vrijwilligers bij heel veel huishoudens kleine energiebesparende maatregelen aan. We bouwden een online adreszoeker. Daarin zien inwoners wat de plannen voor hun buurt zijn en wat dit betekent voor het aardgasvrij maken van hun woning. En met collega’s gingen we enthousiast aan de slag met onder andere energiebesparing in onze eigen Soestainable challenge.

Tegelijkertijd hebben we nog niet alle antwoorden voor inwoners, partners en collega’s. Werken aan een transitie betekent ook omgaan met onzekerheid. Interne en externe ontwikkelingen maken dat uitgangspunten veranderen, oplossingen toch niet haalbaar blijken of een andere planning krijgen. Dat is soms lastig, maar hoort er wel bij. Dit zijn maar enkele highlights uit een hele berg werk die we in samenwerking met onze lokale part­ ners verzetten. Want dat we het samen doen, staat als een paal boven water. De komende tijd willen we nog meer aandacht besteden aan die samenwerkin­ gen, om met heel Soest en Soesterberg zulke mooie resultaten te blijven halen. Namens het college, Aukje Treep-van Hoeckel

2

Inhoud Voorwoord

2

Inhoud

3

Stroming en weerstand in de energietransitie

5

Visuele uitwerking Programma Energie van Soest 2024 -2030 Samenwerken met inwoners

4

5

Invloed van buitenaf op de Soester energietransitie

6

Legenda:

8

Leeswijzer

1. Minder CO₂ in Soest 1.1 Scope

1.2 Voortgang CO₂-uitstoot

1.3 Voortgang energieverbruik

2. Onze doelen

7

9

9

10 10

13

2.1 Hoofddoelen Energieneutraal en aardgasvrij Soest

14

2.3 Richtinggevend: een beter lokaal energiesysteem dat in balans is

16

2.2 Richtinggevend doel: verminderen totale energiegebruik 2.4 Richtinggevend: iedereen moet mee kunnen doen

2.5 Richtinggevend: energietransitie is meer onderdeel van ons werk

3. Onze projecten

Interactieve kaart met onze projecten

Soest breed

Gebiedsspecifiek

1. Handelingsperspectief voor iedereen 2. Energiebesparing

15 17 19

22

22

22 22

23 24

Lokale aanpak

26

Flexbrigade Soest

27

Sociale Energie in Soester wijken Woningcorporatie Portaal Gezond Verzekerd 4. Aardgasvrij Soest

5. Realisatie van windenergie 6. Zon op dak

7. Lokale maatwerkoplossingen netcongestie 8. Energiesysteem van de toekomst 9. Interne opgave

Voortgang op Actieplan CE (Circulaire Economie) Voortgang uitdragen transitiedenken 10. Financiering van de transitie

4. Samenwerking

26 28 28

28 29 30 32 33 33

33

35

36

37

4.1. Samenwerkingen met inwoners, ondernemers en organisaties

37

4.3 Reflectie Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding

40

4.2. Ambtelijke-bestuurlijke samenwerkingen

Bijlage 1: Totstandkoming voortgangsrapportage

38 42 3

Visuele uitwerking Programma Energie van Soest 2024 -2030 Uitvoeringsagenda Zelf energie opwekken

Energie besparen en warmte

In deze lijn werken we aan het verlagen van het energieverbruik van woningen en de overstap van aardgas naar duurzamere manieren van je huis verwarmen. We helpen inwoners die dat nodig hebben met subsidies en begeleiding bij het isoleren van hun woning. Want warmte die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. We kozen Overhees, De Eng-Soest Midden en Smitsveen als de eerste wijken die van het gas af gaan. We gaan hier werken aan een haalbaar en betaalbaar duurzaam alternatief.

Warmte

Energiesysteem

Grootschalige opwek

Eigen organisatie

Communicatie en participatie als basis

Duurzaam energiesysteem

We gebruiken steeds minder fossiele brandstoffen. Daardoor hebben we steeds meer duurzaam opgewekte stroom nodig. Dat betekent een overvol stroomnet. Samen met Stedin gaan we ons energiesysteem toekomstbestendig maken. Dat doen we door de infrastructuur uit te breiden met nieuwe stations en transformatorhuisjes en duurzame bronnen dichtbij te bouwen waardoor energie minder vervoerd hoeft te worden. Ook gaan we met Soester bedrijven aan de slag met energiehubs waarin we energie anders opslaan, transporteren en verdelen.

We hebben steeds meer duurzaam opgewekte maar ook lokale stroom nodig. Daarom werken we aan de opwek van zonne- en windenergie. Zowel wind op land als zon op grote en kleine daken. Voor wind onderzoeken we in 3 gebieden de mogelijkheden. In ‘langs de A28’ en ‘Vlasakkers’ lopen de onderzoeken en werken we regionaal samen. Het gebied ‘ten westen van de Isselt’ is wel aangewezen voor wind maar hier wachten we op gemeente Amersfoort die windturbines op de Isselt wil plaatsen.

Gemeentelijke organisatie

De gemeente heeft zelf veel gebouwen, voertuigen en met haar bedrijfsvoering ook een eigen duurzaamheidsopgave. Daarom werkt de gemeente aan het ontwikkelen van energiebewust, circulair en samenwerken in onze organisatie. Of je nu bij EZ, inkoop of het sociaal domein werkt, er is altijd een kans om impact te maken via beleid of door partners en inwoners te faciliteren om duurzaam en circulair te handelen.

De inwoner centraal

Inwoners isoleren hun huis, zetten de thermometer lager en leggen zonnepanelen op hun dak. Ondernemers verduurzamen hun bedrijfsprocessen en werken aan oplossingen voor netcongestie. We werken allemaal aan de energietransitie. Daarom staat voor de gemeente de inwoner centraal. We versterken lopende samenwerkingen en bouwen aan nieuwe initiatieven. En we werken aan begrijpelijke informatie, zodat iedereen weet waar hij aan toe is, en iedereen die mee wil doen, ook mee kán doen. Zodat inwoners weten wat zij kunnen verwachten, hun woning kunnen aanpassen of zeggenschap hebben over veranderingen in hun omgeving.

PROJECTEN Handelingsperspectief voor iedereen

Energiebesparing sociale minima

Inhoud

Grootschalig zon op dak

Energiesysteem van de toekomst

Financiering transitie

Energiebesparing

Aardgasvrij Soest

Lokaal maatwerk netcongestie

Eigen organisatie

Realisatie wind

4

Stroming en weerstand in de energietransitie De energietransitie is urgenter dan ooit. We staan voor grote uitdagingen: een nieuw kabinet met andere beleidskeuzes, onzekerheid over salderingsregelingen, netcongestie die de uitrol van duurzame energie belemmert en schommelende energieprijzen. Tegelijkertijd raakt de energietransitie steeds meer verweven met andere vraagstukken, zoals betaalbaarheid en bestaanszekerheid. Soest heeft een duidelijk doel: in 2050 willen we een CO2-neutrale gemeente zijn. Om dit te halen, moeten we integraal werken. De energietransitie is niet alleen een technische opgave, maar vooral ook een sociale en economische uitdaging. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen? Hoe benutten we lokale samenwerkingen optimaal? Hoe versterken we onze energie-infrastructuur zonder inwoners en bedrijven onnodig te belasten? In deze rapportage laten we zien hoe we hier mee omgaan. We schetsen de voortgang, maar ook de obstakels en de kansen die we willen benutten.

Samenwerken met inwoners

De hoofddoelstelling van het energieprogramma is een aardgasvrije en energieneutrale gemeente in 2050. Dat is een flinke opgave. Onze maatschappij en economie zijn nog erg verweven met aardgas, kolen en olie. Om ons doel in 2050 te halen moeten we versnellen in de transitie. Dat betekent: onze huizen energiezuiniger maken, meer duurzame energie opwekken, stappen zetten richting een circulaire economie en slimme oplossingen voor een betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. Daar werken we al sinds 2019 met een team van enthousiaste en betrokken mensen aan. Maar wat wij in het programma doen stelt niets voor zonder de samenwerking met onze partners en inwoners. Aan goed samenwerken besteden we expliciet tijd en aandacht en zien we als de kracht van ons programma. Het miljoen dat de raad in 2024 beschikbaar stelde, gaan we daarom volledig besteden aan het faciliteren van inwonerinitiatieven rond de energietransitie. Veel inwoners zijn al flink aan de slag en hebben maatregelen genomen zoals het isoleren van hun woning, het plaatsen van zonnepanelen of het overstappen op een elektrische auto. Maar er zijn ook zorgen. Bijvoorbeeld over de kosten van verduurzaming, over hoe en wanneer een wijk van het gas afgaat en over de betrouwbaarheid van nieuwe energiebronnen. Daarom blijven we werken aan con­ crete, haalbare oplossingen waarin iedereen mee kan doen.

En zoeken we continue de samenwerking met alle partijen die een bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. Zo werken we nauw samen met SOEN/EAS in allerlei projecten, van het opwekken van zonne-energie tot het aardgasvrij maken van Overhees.

Inhoud

5

Invloed van buitenaf op de Soester energietransitie

Als gemeente willen we onze doelstellingen halen in goede samenwerking met onze partners. Maar buiten onze invloedssfeer speelt van alles wat invloed heeft op ons programma. Dit betekent steeds alert zijn en kijken of bijsturen nodig is. Het Rijk In 2024 trad een nieuw kabinet aan met andere opvattingen over klimaatbeleid en de energietransitie dan het voorgaande kabinet. Aangezien het Rijk zorgt voor een groot deel van de financiële middelen voor de energietransitie, is het spannend wat zij op dat gebied gaat doen. Tijdens straatgesprekken die we in het najaar van 2024 voerden gaven inwoners aan dat terugdraaien van regelingen zoals salderen, maar ook het afschaffen van subsidies en het invoeren van wegenbelasting voor elektrische auto’s, invloed heeft op het urgentiegevoel en vertrouwen. Deze inwoners denken: “wat willen ze nu daar in Den Haag? Ik wacht wel even af.” Concreet merken we al dat de versnelde afbouw van de terugle­ ververgoeding voor stroom uit zonnepanelen, zorgt voor een daling in het aantal gelegde panelen. Door de afgekondigde netcongestie op grootverbruik kunnen ondernemers zowel hun afname van elektriciteit als hoeveel ze terugleveren niet aanpassen. Dat maakt de aanleg van grote zonnedaken moeilijker. Bovendien is de kans aanwezig dat Stedin ook netcongestie afkondigt voor het kleinver­ bruik (huishoudens).

Met verschillende maatregelen proberen we dat te voorkomen. Wetgeving op warmte Er komen twee nieuwe wetten aan die bepalend zijn voor de warmtetransitie: de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze wetten geven de gemeente de regie over de warmtetransitie. De Wgiw is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer en treedt op 1 juli 2025 in werking. De Wgiw is erop gericht om gemeenten de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Een belangrijk onderdeel uit de Wgiw is de aanwijsbevoegdheid. Hiermee kunnen gemeenten in een omgevingsplan gebieden aanwijzen die overgaan van aardgas naar een duurzame warmtevoorziening. De Wcw vervangt de huidige warmtewet. Deze treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking. De Wcw heeft als doel de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten makkelijker te maken, en de betaal­ baarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmte te vergroten. De gemeente dient bijvoorbeeld toestemming te geven voor het leveren en transporteren van warmte door het uitgeven van warmtekavels (zie voor een toelichting hoofdstuk 3.4). De Wcw dwingt ook af dat warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen moeten zijn van publieke partijen. Als laatste laat de Wcw de koppeling tussen warmtetarieven en de gasprijs los.

Energieprijzen De wisselende energieprijs is ook een externe factor waar wij als gemeente weinig invloed op hebben, maar die wel van grote invloed is op de Soester energietransitie. De energieprijs is voor inwoners van belang bij de keuze of zij hun woning gaan isoleren. In 2022 en 2023 zorgden de hoge gasprijzen voor een toename van isolatie en aanvragen voor gesprekken met energiecoaches. In 2024 merkten we met weer dalende prijzen, ook een daling in de interesse in isolatie en energiecoaches. Met de Meerjarige Collectieve Ontzorging-campagne (MCO) proberen we inwoners te ontzorgen en het zodanig finan­ cieel interessant te maken, dat we ze weer over die streep krijgen om hun woning te isoleren en daarmee hun energiegebruik te verminderen.

Inhoud

6

De regionale opwekopgave Eind 2024 stapte Defensie uit het project OER A28. Hoewel we nog een reactie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei verwachten, kunnen we al wel stellen dat dit van grote betekenis gaat zijn voor de energietransitie in Soest en Soesterberg. De windturbines die we wilden plaatsen op de defensieterreinen Vlasakkers en Leusderheide, maakten een groot deel uit van onze doelstelling om duurzame energie op te wekken. Duurzame opwek is belangrijk voor het energieneutraal worden van onze gemeente. Daarnaast helpt het toevoegen van lokale windenergie aan het energiesysteem bij het oplossen van netcongestie. Provincie Utrecht maakt zich zorgen over het achterblijven van de opwek van windenergie in de provincie. Daarom wees zij in 2024 kansrijke plekken voor windturbines aan en gaat ze in 2025 met projectbesluiten voor een aantal van die gebieden aan de westkant van Utrecht aan de slag. Met de RES-regio Amersfoort kijken we de komende tijd hoe we omgaan met het wegvallen van de turbines, en hoe we toch kunnen zorgen voor voldoende lokaal opgewekte duurzame elektriciteit. Omgaan met onzekerheid Al dit soort externe factoren raken ons programma. Dat is de onzekerheid van werken in een transitie. We besteden bewust tijd en aandacht aan hoe we daar het beste mee om kunnen gaan. Zowel met het energieteam, als met de organisatie.

Zoals de Soestainable Challenge die we in 2024 voor collega’s organiseerden. Daarin leerden we met de rest van de organisatie over duurzaamheidsthema’s, waar­ onder energie. Want de energietransitie is niet de enige grote opgave waar we met de gemeente aan werken. En de energietransitie is niet alleen een opgave voor het energieteam.

Leeswijzer

We beginnen met het belangrijkste: de voortgang op CO2 (hoofdstuk een) en de doelen uit het programma (hoofdstuk twee). Vervolgens beschrijven we de voortgang van de projecten uit de uitvoeringsagenda (hoofdstuk drie). Daarin betrekken we ook relevante ontwikkelingen en hoe die in het programma en de agenda landen. Vervolgens gaan we nader in op de samenwerking met onze belangrijkste partners (hoofdstuk vier). Tot slot vindt u in de bijlage de verantwoording van de voortgang en krijgt u inzicht in de wijze van monitoring. We werken in deze rapportage met stoplichten op onze doelstellingen om inzichtelijk te maken hoe we er voor staan. Rood betekent dat we niet op koers zijn om de doelstelling te halen en dat bijsturing noodzakelijk is. Oranje kan betekenen dat we wel op koers zijn maar dat aandacht nodig om dat te blijven, of dat we niet op koers zijn maar dat de huidige plannen wel voldoende zijn om weer terug op koers te komen. Groen betekent dat we op koers zijn. Hieronder kunt u een eerste blik werpen op de stand van zaken. Lees de volledige rapportage voor een verdere duiding.

Inhoud

7

Doelen energieprogramma ‘Energie van Soest’

Status

Energieneutraal 45% energieneutraal in 2030

Groen

15% aardgasvrij in 2030

Groen

Minder energieverbruik 15% energiebesparing in 2030 t.o.v. 2021

Groen

Een beter gebalanceerd lokaal energiesysteem Minimaal 675 TJ duurzame opwek van elektriciteit en warmte in 2030

Rood

Slim koppelen van vraag en aanbod in lokaal energiesysteem (in tijd en ruimte)

Oranje

In 90% van de gevallen halen we de afgesproken planning voor werk aan het energiesysteem incl. een integrale belangenafweging

Groen

Iedereen moet mee kunnen doen

70% van de inwoners weet wat zijn handelingsperspectief in de energietransitie is

Wit

Iedereen houdt toegang tot betaalbare energie

Groen

De energietransitie is beter geïntegreerd in ons werk Verminderen van onze eigen CO2-uitstoot met 90% in 2030 t.o.v. 2017

Groen

We leren en dragen uit hoe je integraal werkt in energietransitie

Oranje

Legenda: Groen: Op koers Oranje: niet op koers, maar haalbaar met extra inspanning en/of bijsturing is nodig Rood: niet op koers en risico is aanwezig dat doelstelling niet wordt behaald Wit: nog niet gestart / gemeten

Relatie P&C-cyclus en omgevingsprogramma’s Deze rapportage geeft inzicht in de voortgang van de energietransitie én van CO2-reductie in de gemeente Soest. Het rapport is inhoudelijk en bedoeld om inzicht te geven in de voortgang van de energietransitie. De financiële verantwoording en vraagstukken zijn ondergebracht in de reguliere P&C-cyclus van de gemeente. In voorliggende rapportage wordt alleen cijfermatig de voortgang van CO2-reductie in Soest weergegeven. In de rapportage van volgend jaar, wanneer en er in de uitvoering van de omgevingsprogramma’s stappen zijn gezet, rapporteren we ook meer inhoudelijk over de inspanningen binnen die programma’s. Inhoud

8

1. Minder CO₂ in Soest In dit hoofdstuk gaan we in op de voortgang in de hele gemeente Soest. Naast de gemeente als lokale overheidsorganisatie, werken veel anderen ook aan het verminderen van de CO2-uitstoot. In dit hoofdstuk geven we inzicht in al die acties en inspanningen per sector (bijv. gebouwde omgeving of industrie) en door input van onze partners.

1.1 Scope

Waar we in deze rapportage zeggen ‘Soest’ bedoelen we de hele gemeente, alle buurten in Soest en Soesterberg. Met de omgevingsprogramma’s is afgesproken dat wij in de rapportage niet alleen rapporteren over de CO2-uitstoot van het energieverbruik van ons als gemeente, maar over de CO2uitstoot van alle sectoren. Dus ook de sectoren waar de omgevingsprogramma’s doelstellingen over hebben opgenomen, zoals de CO2-reductie van bedrijven of verkeer. De rest van de rapportage focust zich inhoudelijk wel op de inspanningen voor energiebesparing. Rapporteren op basis van berekeningen Het is belangrijk te weten dat we CO2-uitstoot bekijken aan de hand van bereke­ ningen. We hebben immers niet overal in de gemeente CO2-meters hangen om de daadwerkelijke waarden te meten. Als gemeente gebruiken we daarom de werkwijze voor CO2-monitoring zoals die ook door het Rijk wordt gebruikt, de Klimaatmonitor. Die gaat uit van betrouwbare wetenschappelijke onderbouwingen zoals kengetallen en statistieken. In het energieprogramma gebruiken we als referentiejaar het meest recente jaar wat bij het opstellen in 2024 beschikbaar was in de Klimaatmonitor. Daarom verschillen de referentiejaren voor de doelstellingen van elkaar. Bij het lezen van de grafieken is het belangrijk in het achterhoofd te houden dat de Klimaatmonitor vaak één tot drie jaar achterloopt.

Daarnaast worden cijfers van eerdere jaren soms aangepast. We maken gebruik van de meest actuele cijfers.

Inhoud

9

1.2 Voortgang CO₂-uitstoot

In onze gemeente is de afgelopen jaren de CO2-uitstoot steeds verder gedaald. Dit is mede te danken aan gezamenlijke inspanningen van inwoners, bedrijven en gemeente.

Figuur 3: Ontwikkeling van de CO2 uitstoot in Soest Bovenstaande grafiek laat de totale CO2-uitstoot van Soest zien, opgesplitst per sector. Dit betreft de uitstoot door eindverbruik van fossiele energie. Er is een duidelijke dalende trend te zien. In 2022 was de totale uitstoot 158 Kton. De gebouwde omgeving (alle woningen en gebouwen in Soest) is nog steeds de grootste uitstoter, maar laat ook een sterke daling zien vanaf 2016. In 2015 is het internationaal klimaatakkoord in Parijs gesloten. Vanaf toen is er veel beleid ingezet om de CO2uitstoot naar beneden te brengen. Om CO2-neutraal te worden, moet er in de gebouwde omgeving nog veel gebeuren. Daarom ondersteunen we woningeigenaren en huurders met informatie, advies en financiële regelingen om hun huizen energiezuiniger te maken. In de sectoren Verkeer en Industrie zien we na de coronadip weer een kleine stijging. Omdat de sector Landbouw, bosbouw en visserij zo’n kleine sector is in Soest, lijkt de emissie in deze grafiek 0. In werkelijkheid schommelt die in die periode rond de 0,6 Kton, met een waarde van 0,4 in 2023. Uitstoot door publieke laadpunten door het laden van grijze stroom is ook niet zichtbaar in de grafiek. Dit is wel toegenomen van 0,1 in 2019 naar 0,5 in 2023, doordat er meer wordt geladen in de openbare ruimte. Nog niet alle laadpalen maken gebruik van alleen groene stroom.

1.3 Voortgang energieverbruik

De Klimaatmonitor laat zien dat het totale energieverbruik, net als de CO2-uitstoot, gestaag afneemt. Onderstaande grafiek toont het verbruik in TJ voor Soest voor (groen) elektriciteit, (oranje) warmte en (rood) verkeer en vervoer. Het overgrote aandeel van het energieverbruik ligt bij het warmte­ verbruik door aardgas. Het totale energieverbruik is in de periode 2011-2022 afgenomen van 3.264 TJ in 2011 naar 2.528 TJ in 2022. De sterke daling vanaf 2020 heeft waarschijnlijk meerdere oorzaken: de covid-pandemie in 2020-2021, een zachte winter in 2021 en hoge gasprijzen in 2022. We verwachten volgend jaar dan ook weer een opgaande beweging te zien vanaf 2024. Inhoud

10

Figuur 4: Ontwikkeling van het energieverbruik

Voortgang opwek hernieuwbare energie Naast het energieverbruik, kijken we ook naar de ontwikkeling in opwek van hernieuwbare energie. Klimaatmonitor heeft een schatting gemaakt van de hoeveelheid energie die in Soest is opgewekt in de periode 2012-2022. In de onderstaande grafiek wordt onderscheid gemaakt in opgewekte elektriciteit, energie voor vervoer en warmte. De Klimaatmonitor maakt deze schattingen op basis van landelijke en regionale data. Het zijn schattingen omdat veel opwek wordt niet gemeten en als het gemeten wordt zijn die cijfers meestal niet gepubliceerd. Bijvoorbeeld vanwege de herleidbaarheid naar individuele bedrijven of omdat data van slimme meters niet gebruikt mag worden.

Figuur 5: Ontwikkeling van het duurzame energieverbruik

Inhoud

11

Voortgang sector gebouwde omgeving In 2023 was de CO2-uitstoot van het energieverbruik in de gebouwde omgeving 79 kiloton als gevolg van het verbruik van aardgas, elektriciteit en stadswarmte. Het energieverbruik van (semi-)publieke laadpalen is hier niet bij inbegrepen.

Figuur 6: Ontwikkeling van het energieverbruik van gebouwde omgeving

Inhoud

12

2. Onze doelen

Figuur 7: Visuele weergave van de doelstellingen van het energieprogramma in Soest In ons programma werken we met hoofddoelen, richtinggevende doelen en concrete doelstellingen. De hoofddoelen is waar we in 2050 willen zijn: energieneutraal en aardgasvrij. De richtinggevende doelen (binnenste ring) geven ons houvast en geven aan wat we belangrijk vinden. Dit helpt ons in het vormgeven van projecten. Daarnaast werken we aan doelstellingen die veel concreter van aard zijn (buitenste ring in). Waar het kan, zijn ze kwantitatief. Maar we rapporteren ook over kwalitatieve doel­ stellingen. In dit hoofdstuk staan we stil bij de voortgang van zowel de doelen als de doelstellingen.

Inhoud

13

2.1 Hoofddoelen Energieneutraal en aardgasvrij Soest

Figuur 8: Verhouding energievraag tot opwek duurzame energie Energieneutraal zijn betekent dat alle energie die we gebruiken, duurzaam opgewekt wordt. Daarbij helpt energie besparen ook. Energie die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Dus naast het opwekken van duurzame energie, helpt het naar beneden brengen van onze totale energievraag ook om energieneutraal te worden. Op de route richting 2050 zijn we in 2030 voor 45% energieneutraal. Dit betekent ook dat we richting 2050 aanvullende keuzes moeten maken op het gebied van energiebesparing en opwek om volledig energieneutraal te kunnen worden.

Figuur 9: Groei van aantal aardgasvrije woningen en gebouwen in Soest van 2019 tot en met 2050

Inhoud

14

In Soest staan 21.377 woningen en 4860 overige gebouwen. In 2050 moeten al deze gebouwen van het gas zijn. In 2030 willen we op 15% van deze doelstelling zitten.

2.2 Richtinggevend doel: verminderen totale energiegebruik

Hoe minder energie we gebruiken, hoe minder energie we hoeven op te wekken. We kunnen met kleine dagelijkse keuzes veel energie besparen, maar ook grotere ingrepen in een woning of in de bedrijfsvoering zijn nodig om energieneutraal te worden. Daarnaast wordt onze energiebehoefte kleiner als we de omgeving waarin we leven zo inrichten dat er minder energie nodig is. Ook willen we dat iedereen bij (vervangings-)investeringen duurzame keuzes maakt en kan maken. Vanuit de Klimaatmonitor weten we dat ons hoogste energieverbruik inde gebouwde omgeving en verkeer en vervoer zit. Daar richten we onze inspanningen dus het meest op.

Doelstelling: In 2030 gebruiken we 15% minder energie dan in 2021

Figuur 10: Energieverbruik per sector in Soest

Deze data halen we uit de Klimaatmonitor, zoals besproken in paragraaf 1.1. In 2021 gebruikten we 2710 TJ aan energie totaal in Soest. De doelstelling is om in 2030 15% minder energie te verbruiken ten opzichte van het referentiejaar 2021. Dat is dus afgerond 2304 TJ in 2030. In 2022 zaten we op 2527. Dat betekent een reductie van afgerond 6,75%. De daling deze jaren is deels het gevolg van de inspanning van het programma, en deels het gevolg van de stijgende energieprijzen waardoor zowel ondernemers als inwoners hebben bezuinigd op hun energieverbruik.

Inhoud

15

In ons vorige energieprogramma gebruikten we 2016 als referentiejaar omdat we toen met het gemeentelijk duurzaamheidsplan 2016-2020 zijn gestart, en met projecten om het energieverbruik structureel te verminderen. In 2016 was het energieverbruik 2984 TJ. Het verschil in energiegebruik tussen 2021 en ons vorige referentiejaar, 2016 is 274 TJ. Dat wil zeggen dat de dalende trend voortzet.

Referentiejaar is het kalenderjaar waarvan de gegevens als uitgangsbasis dienen om iets te berekenen of te beoordelen. Voor verschillende doelstellingen worden soms verschillende referentiejaren gehanteerd. Dat hangt soms samen met wanneer een doelstelling is afgesproken of vanaf wanneer er gegevens beschikbaar zijn.

Doelstelling: Nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zijn minimaal energieneutraal We kunnen als gemeente alleen energieneutraal worden als alle nieuwe woningen energieneutraal gebouwd worden. Momenteel moeten nieuwe woningen volgens het Bouwbesluit voldoen aan de BENG-norm (Bijna Energie Neutraal Gebouwd). Wij hebben momenteel nog geen manier om te verplichten dat er energieneutraal gebouwd wordt. En we houden nu niet bij hoeveel woningen er ondanks het Bouwbesluit wél energieneutraal gebouwd worden. Het komende jaar bekijken we dat het beste kunnen bijhouden. Over deze doelstelling hebben we daarom nu nog geen data.

2.3 Richtinggevend: een beter lokaal energiesysteem dat in balans is

De energie die we nodig hebben, komt steeds vaker van duurzame bronnen zoals wind, zon, bodem, water en lucht. De energie die we nodig hebben is ook steeds vaker elektriciteit en steeds minder gas. Het energiesysteem van de toekomst zorgt voor een balans tussen vraag en aanbod op zowel een warme zomerdag maar ook op een donkere dag in de winter.

Doelstelling: Minimaal 675 terajoule (TJ) duurzame opwek elektriciteit en warmte in 2030

Figuur 11: Opwek duurzame elektriciteit en warmtebronnen in Soest Inhoud

16

Door netcongestie en (aangekondigde) maatregelen vanuit het Rijk over kleinere vergoedingen op teruglevering, stagneert de groei van zonne-energie. Daarnaast is in het afgelopen jaar duidelijk geworden dat Defensie zich terugtrekt uit het project OER A28. In dit project werden meerdere windturbines onderzocht op de Leusderheide en Vlasakkers. Met het wegvallen van deze turbines verliezen we een groot deel van onze mogelijkheid om windenergie op te wekken. Samen met gemeenten uit de regio kijken we hoe we omgaan met het uitvallen van deze plannen. Maar er is een ook een zonnige kant. We werken aan maatregelen om ondanks netcongestie ruimte te maken voor zonnestroom op grote daken op bedrijventerreinen. En in samenwerking met energieco­ öperatie Soester Energie en schietvereniging de Eemschutters wordt het dak van het clubhuis ingezet om met 180 panelen stroom op te wekken voor ongeveer 400 Soester huishoudens. Inwoners kunnen certificaten kopen voor dit zonnedak en zo meedelen in de winst.

Doelstelling: Slim koppelen van vraag en aanbod in lokaal energiesysteem in tijd en ruimte Veel belangrijke ontwikkelingen dreigen stil te vallen door een overvol stroomnet. Door op een slimme manier om te gaan met energie kunnen we dat voorkomen. Aan de Dalweg nemen we de verduur­ zaming van ons eigen vastgoed mee met de bouw van 200 appartementen. In Soest en Soesterberg werken we samen met de ondernemers aan een zogeheten ‘smart energy hub’ om ondanks netcon­ gestie bedrijven toch de ruimte te bieden om te groeien. In zo’n hub kunnen bedrijven energievraag en de opwek van energie lokaal op elkaar afstemmen. In 2025 willen we starten met modelstudie voor het energiegebruik in woonwijken en met een regionale energievisie om meer inzicht te krijgen in hoe het energiesysteem zich ontwikkelt en welke invloed de gemeente daarop heeft.

Doelstelling: In 90% van de gevallen halen we de afgesproken planning voor werk aan het energiesysteem inclusief een algehele belangenafweging. Het energiesysteem staat onder grote druk, zonder genoeg stroom kunnen we andere maatschappelij­ ke niet waarmaken. Het zo snel mogelijk uitbreiden van nieuwe infrastructuur is daarvoor noodzakelijk. We doen er alles aan klaar te zijn voor de opgaves die de komende jaren op ons af komen wetende dat de ruimte beperkt is. Zo hebben we met Stedin een samenwerkingsovereenkomst getekend die het zoeken van locaties voor transformatorhuisjes in wijken versnelt. Daarnaast zoeken we proactief naar manieren om processen te versnellen en mogelijke belemmeringen voor te zijn.

2.4 Richtinggevend: iedereen moet mee kunnen doen

De energietransitie raakt iedereen, of je nu een huurhuis hebt of woningeigenaar bent. Als gemeen­ te maken we deelname zo toegankelijk mogelijk door bewustwording, constructieve gesprekken en betaalbare duurzame energie voor iedereen te stimuleren, met speciale aandacht voor inclusiviteit en kwetsbare groepen.

Inhoud

17

Doelstelling: 70% van de inwoners weet wat zijn handelingsperspectief is De energietransitie is van ons allemaal. Iedereen is aan zet: overheid, maar ook inwoners en onderne­ mers. Maar je kunt pas in beweging komen als je weet wat er van je verwacht wordt, wat je kunt doen en wat verstandig is om te doen. Daarom werken we op verschillende manieren aan dit handelings­ perspectief. Een concreet voorbeeld is de adreszoeker die we in 2024 hebben ontwikkeld voor in­ woners. Woningeigenaren kunnen hun postcode en huisnummer invullen en zien vervolgens wat de plannen zijn voor hun buurt, en wat op basis daarvan verstandig is te doen met hun woning. Ook zijn we in 2024 begonnen met het formuleren van een bewonersreis. Met deze reis definiëren we de verschillende stappen die een inwoner zet om zijn huis aardgasvrij te maken, en bedenken we bij die verschillende stappen ondersteunings- en communicatiemiddelen om inwoners te ontzorgen. In 2025 zetten we een meetmethode voor deze doelstelling op.

Doelstelling: Iedereen houdt toegang tot betaalbare energie De energietransitie is niet voor iedereen even betaalbaar. We ondersteunen groepen inwoners die financieel het minste te besteden hebben, het meeste. Denk daarbij aan eigenaren van grondgebonden woningen (doelgroep 1 en doelgroep 2 van onze lokale isolatieaanpak). Zij kunnen gebruikmaken van de subsidieregeling Isolatie koopwoningen Soest. En denk aan huurders en woningeigenaren die minder dan 130% van het sociaal minimum verdienen. Zij worden gratis geholpen bij het aanbrengen van kleine energiebesparende materialen om het energieverbruik structureel te verlagen. In de eerste ronde van de subsidieregeling in het najaar van 2024 kregen al meer dan 350 inwoners een huisbezoek, ontvingen een offerte, lieten hun huis isoleren of declareerden een rekening voor een energiebesparende maatregel. Wat betaalbaar is, is voor iedereen anders. Daarom gaan we in 2025 in gesprek met inwoners om te komen tot een definitie van betaalbaarheid. Dit helpt ons ook bij het opstellen van het warmte­ programma. Dat doen we door in maart/april samen met 15 andere gemeentes in het land een on­ line raadpleging uit te zetten onder inwoners. We verwachten zowel de landelijke als de specifieke Soest-rapportage hierover in mei. Dit einddoel ligt voor een deel buiten de invloedsfeer van ons energieprogramma.

Als de energieprij­ zen stijgen, of de nationale overheid de energiebelasting verhoogt, wordt het lastig om betaalbaarheid voor iedereen te realiseren.

Inhoud

18

2.5 Richtinggevend: energietransitie is meer onderdeel van ons werk

Energietransitie wordt nog vaak gezien als de verantwoordelijkheid van het team energietransitie. Terwijl energie verweven is met veel maatschappelijke opgaven. Met de afspraak dat ook doelen om de CO2-uitstoot te verminderen in de omgevingsprogramma’s worden opgenomen, komen we al dichter bij integraal werken. Integraal werken betekent niet enkel dat we met zoveel mogelijk mensen CO2-uitstoot verminderen. Het gaat ook over bewustwording. En over het creëren en in stand houden van een veilige sfeer om samen te werken aan de energietransitie. Want onzekerheden en dilemma’s zijn inherent aan transities. Dat betekent ook ruimte geven aan andere maatschappelijke en ruimtelijke belangen in de energietransitie. Ons streven is dat onze inzet nooit tot meer CO2-uitstoot mag leiden. Dit vraagt inzet van iedereen en slimme samenwerking om betere resultaten te bereiken volgens het motto: ‘doen, leren en beter doen.’

Doelstelling: Verminderen van onze eigen CO₂-uitstoot met 90% in 2030 t.o.v. 2017

Figuur 12: CO2-reductie in de gemeentelijke organisatie van Soest

Inhoud

19

In 2023 was de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie 377,3 ton CO2. Dat is 81% reductie ten opzichte van de 1988,7 ton CO2-uitstoot in 2017. Bovenstaande grafiek toont het reductiepercenta­ ge. De totaal behaalde reductie is het resultaat van diverse maatregelen, waaronder het elektrificeren van het wagenpark en de overgang naar meer efficiënt energieverbruik. De reductiepiek in 2019 komt vooral door de overgang van grijze naar groene stroom. Sinds 2019 is de grootste emissiestroom het aardgasverbruik van panden. Voor 2023 kwam 86,11% (324,9 ton) van de totale CO2-uitstoot voort uit aardgasverbruik van 13 panden. Hoewel we diverse andere reductiemaatregelen blijven voortzetten, zal het verduurzamen van die panden dus de grootste winst opleveren om de doelstelling van 90% te behalen. In een scenario waarin die 13 panden in 2030 aardgasvrij zijn (met gebruik van groene stroom), is de reductie dan 97,4% zijn ten opzichte van 2017. Om de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie inzichtelijk te maken gebruiken we de methodiek van de CO2-Prestatieladder. Sinds 2017 maken we onze uitstoot inzichtelijk. En sinds 2020 zijn we gecertificeerd op niveau 3 van deze ladder.

De CO2-Prestatieladder helpt organisaties om stapsgewijs hun CO2-uitstoot te ver­ minderen en duurzamer te werken. Op de onderste treden richt de organisatie zich op het op orde brengen van de eigen bedrijfsvoering, met een sterke focus op het verminderen van energieverbruik en het terugdringen van directe (scope 1) en indi­ recte (scope 2) emissies. Hogere treden dagen organisaties uit om verder te kijken naar de volledige keten van hun activiteiten.

Doelstelling: We leren en dragen uit hoe je integraal werkt in de energietransitie Een transitie betekent een verandering ten opzichte van hoe we het altijd hebben gedaan, omdat het niet langer kan. Een systeemtransitie kenmerkt zich door een samenspel van systemen (juridisch, financieel/economisch, institutioneel, cultureel, technologisch en ecologisch) die moeten verande­ ren. In het energieprogramma hebben we de

X-curve van Drift (Dutch Research Institute for Transitions) geïntroduceerd. Deze geeft overzichtelijk weer hoe complex een transitie tot stand komt. Het zijn twee bewegingen die tegelijkertijd plaatsvinden: een beweging waarbij het bestaan­ de niet meer houdbaar is en op weg is naar uitfasering en een beweging waarin vanuit pilots en experimenten het nieuwe systeem ontstaat. Het model laat in het midden een botsing zien. Deze botsing staat voor het onoverzichtelijke waarin het gevoel van chaos ontstaat omdat we moeite hebben om afscheid te nemen van dat wat bekend is, en we niet precies weten wat wordt afgebroken en wat een plek krijgt in het nieuwe systeem.

Inhoud

20

Terwijl we bouwen, al lerende, ontwerpen we onze toekomst. De principes die we in het energiepro­ gramma hebben afgesproken, zijn richtinggevend. En met een lerende en open houding kunnen we stappen voorwaarts blijven zetten, ook als we niet volledig zeker zijn. En accepteren dat soms een stap voorwaarts achteraf niet de juiste bleek te zijn.

Figuur 13: Visuele weergave van de werking van de X-curve van Drift

We zijn niet de enigen in de gemeentelijke organisatie die werken aan een transitie. Ook op andere beleidsvelden werkt men aan transities, bijvoorbeeld ten aanzien van bestaanszekerheid en mobiliteit. Daarom leren en dragen we uit hoe je integraal werkt in de energietransitie. Die doelstelling hebben we via het energieprogramma verbonden aan het programma ‘Bouwen aan vertrouwen’. Zo maken we transitiedenken onderdeel van de grotere veelomvattende beweging die in gang is gezet in de orga­ nisatie om opgavegericht te werken. De Soestainable Challenge zette in 2024 een basis om integraal en op leuke wijze met duurzaamheid aan de slag te gaan. In het vervolg op die challenge in 2025 krijgt transitiedenken een meer prominente rol.

Inhoud

21

3. Onze projecten Hieronder beschrijven we de grote, langlopende projecten waaraan we werken. In het energiepro­ gramma staan deze projecten in de uitvoeringsagenda. Al deze projecten bestaan uit verschillende deelprojecten en tussenstappen op weg naar het behalen van de doelstellingen. De projecten zijn niet een op een gekoppeld aan de doelstellingen. Wij zorgen er namelijk als gemeente niet voor dat de doelen gehaald worden. Dat doen voornamelijk inwoners en bedrijven, met steun van de gemeente waar dat kan. Gedurende de looptijd kunnen ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen van deze pro­ jecten en/of bijstelling van de actieagenda. Aangezien het energieprogramma eind 2024 is vastgesteld is dat nu nog niet het geval.

Interactieve kaart met onze projecten Soest breed 1. 2. 3.

4.

Isolatiesubsidie voor woningeigenaren KOOS – loket voor energiebesparing en aardgasvrij Adreszoeker - online tool die per woonadres route naar aardgasvrij geeft Kleine besparende maatregelen gratis aanbrengen bij huishoudens met kleine portemonnee

14

15 12

17 10

8 6

5

11

Gebiedsspecifiek

5. Warmte uit de vijvers van Overhees 6. Sociale Energie in Smitsveen 7. Sociale Energie in Soesterberg 8. Sociale Energie in de Eng 9. Zon en wind langs de A28 10. Wind ten westen van de Isselt 11. Solar Carport 12. E-hub Soestdijkse Grachten 13. E-hub Centurionbaan 14. Middenspanningstation tussen Soest en Baarn 15. Versterking elektriciteitsnet door uitbreiden transformatorhuisjes 16. Onderzoek bronnet Soestduinen 17. Collectief Zonnedak Eemschutters

Inhoud

16

7

9 13

22

1. Handelingsperspectief voor iedereen

Draagt bij aan de doelstellingen: Een belangrijk onderdeel van het handelingsperspectief is de in Energieneutraal, Minder 2024 opgeleverde adreszoeker. Inwoners kunnen hun huisadres energieverbruik en Iedereen invoeren op de website en vervolgens ontvangen zij het moet mee kunnen doen. warmtetransitie-scenario dat op hun huis en buurt van toepassing is. Afhankelijk van of er een collectieve of individuele oplossing in hun buurt voorzien is, en op basis van de leeftijd van de woning. In 2024 was de pagina met de adreszoeker de best bezochte pagina van alle duurzaamheidspagina’s. Daarnaast zijn we in 2024 samen met SOEN/EAS gestart met het opstellen van een bewonersreis. Deze definieert de verschillende stappen die verschillende inwoners maken met hun woningen op weg naar een aardgasvrij huis. Op basis van deze bewonersreis worden in 2025 verschillende communica­ tiemiddelen gemaakt die inwoners helpen bij deze stappen.

Figuur 14: Visuele weergave van de bewonersreis We zijn in 2024 gestart met het formuleren van onze ontwerpende aanpak. De ontwerpende aanpak omschrijft hoe we stapsgewijs werken en samenwerken met inwoners en ondernemers. Dit doen we om tot zo effectief mogelijke ondersteuning te komen die inwoners helpt om hun woning aardgasvrij ready te maken. In 2025 gaan we pilots doen om interventies te toetsen. Als uitwerking van die aanpak zijn we begonnen met het ontwikkelen van Koos (Klimaat op orde Soest). Koos is de laagdrempelige ingang voor inwoners bij de gemeente en organisaties als SOEN/ EAS, voor alles rond klimaat, energie en verduurzaming. Het is een manier om gemakkelijk samen te werken aan de energietransitie. We beginnen met een kleine locatie in de wijk Overhees. De wijk waar we nauw samenwerken met SOEN/EAS om inwoners handelingsperspectief te geven en mee te nemen in de warmtetransitie.

Inhoud

23

Een andere manier van handelingsperspectief bieden is het ontzorgen van woningeigenaren bij het isoleren van hun woning. Het MCO-programma (Meerjarige Collectieve Ontzorging) dat wij uitvoeren in het kader van onze Lokale Isolatieaanpak, helpt inwoners met advies en (financiële) ondersteuning bij het isoleren. Ter bevordering van het MCO-programma communiceren we over isoleren, subsidies en de verschillende mogelijke routes.

2. Energiebesparing

Draagt bij aan de doelstellingen: In 2024 zijn wij gestart met onze Lokale (Soester) isolatieaanpak. Energieneutraal, Minder Voor het ondersteunen van huishoudens, die in slecht geïsoleerde energieverbruik en Iedereen woningen wonen (energielabel D, E, F, G of H), werken we met moet mee kunnen doen. 15 gemeenten uit de provincie Utrecht samen aan het Meerjarig Collectieve Ontzorgingsprogramma (MCO). Tot en met 2027 stimuleren, informeren en ondersteunen wij inwoners bij het klaar maken van hun woningen voor de warmtetransitie (aardgasvrij verwarmen van hun woning) met een subsidieregeling. Omdat elke gemeente in Nederland een isolatie-opgave heeft, heeft Soest ervoor gekozen om aan te sluiten bij het Energie Diensten Centrum Utrecht (EDC). Samen met 25 andere Utrechtse gemeenten werkt Soest aan het verduurzamen van haar gebouwde omgeving. Het MCO-programma is het eerste samenwerkingsproject, dat vanuit de EDC-samenwerking is gestart en biedt verschillende soorten woningeigenaren, verschillende soorten (financiële) ondersteuning. Tijdens de eerste sprint in het najaar van 2024 hebben ruim 350 inwoners gebruik gemaakt van de subsidieregeling. We gaan ook in 2025 door met deze samenwerking en met het ondersteunen van bewoners van slecht geïsoleerde koopwoningen.

Figuur 15: Promotiebord informatieavond isolatie In 2025 starten we een verduurzamingsaanpak voor een nieuwe doelgroep, namelijk Verenigingen van eigenaren (VvE’s). Dit wordt ook een samenwerkingsproject vanuit de EDC-samenwerking.

Inhoud

24

Onze lokale isolatieaanpak financieren we vanuit de Specifieke uitkering Lokale aanpak isolatie (uitvoeringsgeld van het Nationaal isolatieprogramma) Een van de resultaatdoelstellingen is dat Soest op 31 december 2026 bij 456 koopwoningen minimaal een isolatiemaatregel heeft gerealiseerd. In de figuur hieronder (dashboard van het MCO-programma, Winst uit je woning) zien we de resultaten tot en met 31 december 2024 (134 woningen). We zijn op goed weg. Ook zien we details: hoe vaak welk type isolatiemaatregel is gekozen, de fase van de bewonersreis, hoeveel budget van de subsidieregeling Isolatie koopwoningen Soest is uitgegeven en hoeveel CO2-uitstoot we daarmee besparen.

Figuur 16: Dashboard van het Meerjarige Collectieve Ontzorgingsprogramma met stand (31 december 2024)

3. Energiebesparing sociale minima

Draagt bij aan de doelstellingen: Sinds 2022 helpen we sociale minima in de gemeente Soest met Energieneutraal, Minder energie besparen en het verlagen van hun energierekening via energieverbruik en Iedereen de energiearmoedeaanpak. Bij de start van de energiearmoedemoet mee kunnen doen. aanpak lag de focus op snel veel huishoudens helpen, het opschalings­spoor met Klimaatroute. De komende periode werken we ons lokale spoor verder uit, met onze lokale organisaties, zoals Present en SOEN/EASSOEN/EAS. Vanaf 2022 kunnen bewoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum gebruikmaken van de gratis aanpak energie besparen. Om snel veel mensen te kunnen helpen heeft de gemeente in 2022 de hulp ingeroepen van de landelijke organisaties Duurzaam Bouwloket en Klimaatroute. Bewoners konden online-winkelen en zelf energiebesparende producten aanbrengen of zij konden een afspraak maken voor een energie-expert aan huis met een energiecoach van Duurzaam Wonen (onderdeel van Klimaatroute). In totaal zijn 1.176 bewoners geholpen door Klimaatroute of door Inhoud

25

zelf online te winkelen bij Duurzaam Bouwloket. In totaal zijn 1706 huishoudens ondersteund met onze aanpak energiebesparing voor sociale minima. Hiervan zijn dus 530 huishoudens (1706-1176) geholpen door onze lokale ondersteuningsstructuur: de klusdagen en flexbrigade van Present, Sociale energie in wijken en Portaal. Juist in de wijken waar het project Sociale energie in wijken draait, zijn hoge percentages woningen voorzien van kleine energiebesparende maatregelen: 60% in Smitsveen, 45% op De Eng en voorlopig 30% in Soesterberg.

Lokale aanpak

Figuur 17: Overzicht van woningen in Soest waar sinds 2022 kleine energiebesparende maatregelen zijn aangebracht In 2024 is de rol van de lokale organisaties groter geworden. Lokale organisaties en vrijwilligers kennen de wijk en de bewoners en kunnen bewoners beter ondersteunen. Daarom spelen lokale organisaties en vrijwilligers een belangrijke rol bij de hulp bij energie armoede. In de komende periode wordt hun rol steeds groter.

Sociale Energie in Soester wijken

‘Sociale energie in Soester wijken’ combineert energiehulp met een sociale aanpak. Sociale energie in Soester wijken is actief in de wijken Smitsveen, De Eng en het dorp Soesterberg. Het is een samenwerking tussen bewoners en organisaties die in de wijken actief zijn. Vijftien organisaties zijn betrokken: Stichting Balans, Stichting Present, SOEN/EAS, woningcorporatie Portaal, woningcorporatie De Alliantie, Welzin, SWOS, Vredekerk Soesterberg, Weggeefbasis Soesterberg, Stichting Hulpdienst Soesterberg, De Cultuurmakelaar, Hip Helpt, Het Groene Gala, Stichting VAnG en gemeente Soest. Dit project begon klein in Smitsveen. Inmiddels is het een aanpak en werkwijze om de sociale cohesie en inwonerkracht te versterken in drie wijken. Inwoners, de ‘buurtverbinders’, sturen en bepalen aan welke problemen of thema’s zij werken. Alle organisaties, actief in de wijken, ondersteunen hen daarbij. De inwoner staat hier echt centraal. Het versterken van de sociale cohesie is bij deze doelgroep nodig om ‘achter de voordeur’ te kunnen komen en om aan de slag te gaan met energiebesparing. We merken wel dat er extra aandacht nodig is om de buurtverbinders enthousiast te maken voor het thema Energie. In onze ontwerpende aanpak onderzoeken we onder andere hoe we dat beter voor elkaar kunnen krijgen. Bijvangst van dit project is dat de gemeente dichter bij haar inwoners komt te staan.

En dat het inwoners in hun kracht zet om zelf aan de slag te gaan in hun wijk (met o.a. energie). Op www.energie-in-soest.nl leest u meer over de aanpak en activiteiten. Inhoud

26

Energie in Smitsveen In 2024 was de energiebesparingsactie in Smitsveen klaar. Daar werd de overstap gemaakt van een ‘energie’ project naar een aanpak of werkwijze die werkt aan het versterken van sociale cohesie in een wijk en actief burgerschap. Belangrijke voorwaar­ den om in een buurt of wijk, samen met inwoners, te kunnen werken aan een wijkuitvoeringspro­ gramma (WUP, warmtetransitie). Zes bewoners (‘buurtverbinders’) en zeven organisaties organiseerden activiteiten binnen de thema’s groeten&ontmoeten, een veilige wijk, een schone wijk en een energiezuinige wijk. Een wijkmarkt, wijkfeest, twee wijkdiners en een schoonhoudfeest brachten de bewoners dichter bij elkaar.

Figuur 18: Wijkfeest in Smitsveen

Sociale energie in Soester wijken en in Soesterberg Binnen het project ‘Sociale Energie in Soester wijken’ werden op de De Eng en in Soesterberg in 2024 energieklussen uitgevoerd. Vrijwilligers van Present hebben bewoners geholpen met het aanbrengen van kleine energiebesparende maatregelen zoals radiatorfolie, radiatorventilatoren, waterbesparende douchekop, ledlampen, etc. In totaal zijn 380 woningen door vrijwilligers van Present geholpen met energiebesparende maatregelen. Figuur 19: Vrijwilliger die energie­ besparende maatregelen aanbrengt

Flexbrigade Soest

In 2024 is door Present Soest ook de flexbrigade gestart. Dit zijn vrijwilligers die op afspraak langsgaan bij sociale minima. De vrijwilligers van de flexbrigade nemen in 2025 de rol over van de landelijke organisaties. In samenwerking met SOEN/EAS werkt Present aan uitbreiding en verbetering van de hulp.

Figuur 20: Vrijwilligers van Present Soest

Inhoud

27

Woningcorporatie Portaal

Woningcorporatie Portaal heeft tijdens de reguliere werkzaamheden in de wijk Smitsveen in 150 woningen energiebesparende producten aangebracht. Het gaat bijvoorbeeld om radiatorventilatoren, stekkerdozen met schakelaar, douchetimers en ledlampen. Ook voorziet Portaal in 2024-2025 215 woningen aan de Varenstraat van nieuwe puien, inclusief kozijnen en HR++-glas. Dit geeft de bewoners meer wooncomfort en lagere stooklasten.

Gezond Verzekerd

Mensen met een laag inkomen hebben in Gemeente Soest de mogelijkheid om zich te verzekeren via gezondverzekerd.nl. Vanaf 2024 is ook de energiemodule beschikbaar voor bewoners met een laag inkomen, zodat zij altijd een voordelig contract kunnen afsluiten met een energieleverancier. Duurzaam Bouwloket, Klimaatroute, Stichting Balans en Stichting Present Soest worden gefinancierd vanuit de Specifieke uitkering Aanpak energiearmoede.

4. Aardgasvrij Soest

Draagt bij aan de doelstellingen: Met het inwerking treden van de Wgiw (1 juli 2025) wordt Energieneutraal, Minder een Omgevingsprogramma Warmte verplicht. Hierin staat energieverbruik en Iedereen welke wijken in de komende 10 jaar van het aardgas gaan moet mee kunnen doen. en hoe dat gebeurt. We zijn de laatste maanden van 2024 begonnen met het organiseren van werksessies om invulling te geven aan het omgevingsprogramma warmte. We informeren de raad over de voortgang van het omgevingsprogramma. Onderdeel van het Omgevingsprogramma Warmte in de bronnenstrategie. We onderzoeken hierin de potentie van duurzame warmtebronnen in Soest om een aardgasvrije gemeente vorm te geven. Naast bestaande bronnen analyseren we de haalbaarheid van warmtewinning uit de RWZI en geothermie. Een ander deel van het Omgevingsprogramma wordt de kavelstrategie. De Wet Collectieve Warmte (Wcw) geeft gemeenten meer regie over de warmtetransitie. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid warmtekavels vast te stellen en toe te wijzen aan warmtebedrijven. Warmtekavels zijn afgebakende gebieden waarin een collectief warmtesysteem, zoals een warmtenet, ontwikkeld of onderzocht wordt. Per warmtekavel mag slechts één warmtebedrijf warmte leveren. Voor kleine systemen (tot 1.500 aansluitingen) gelden soepelere regels. Samenwerking met lokale initiatieven zoals SOEN/EAS is cruciaal.

In 2024 versterkten we de samenwer­ king door gezamenlijke projecten. Een daarvan his het samen met Warmtetransitiemakers ontwikkelen van een bewonersreis, die inzicht geeft in het proces en knelpunten van de warmtetransitie. Ook is gezamenlijk een tijdlijn richting een WijkUitvoeringsPlan (WUP) ontwikkeld. Die kunnen we gebruiken als een project in een wijk concreter wordt, zoals in Overhees. In Overhees wordt een collectief warmtesysteem op basis van aquathermie (warmte opgewekt uit oppervlaktewater met een warmtewisselaar) gerealiseerd. De pilot bij kinderboerderij Veenweide is succesvol afgerond. Een vervolgstap is het aansluiten van drie woningen in de wijk op verwarming via

Inhoud

28

oppervlaktewater. De vergunningsaanvraag voor de aanleg van de warmtewisselaar voor deze zogehe­ ten voorbeeldwoningen, loopt. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een technisch, financieel en participa­ tieplan voor het opschalen naar de hele wijk. In 2024 is ook het onderzoek afgerond naar een bronnet in Soestduinen. Een bronnet is een klein warmtenet aangesloten op een lokale bron. In Soestduinen is onderzocht of warmte te winnen is uit het drinkwaterpompstation van Vitens voor het verwarmen van woningen. Uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat een bronnet in Soestduinen mogelijk is, maar vergeleken met een individuele oplossing veel duurder. Wel ging tijdens het project de helft van de wijk actief aan de slag met verduurzamen. 10% van de oorspronkelijk slecht geïsoleerde jarendertigwoningen zijn nu van het gas af en er zijn er nog meer onderweg. In 2024 werd ook steeds duidelijker dat een verbindende functie tussen gemeente en inwoners noodzakelijk is om de warmtetransitie succesvol te maken. Het benutten van kennis, kunde en inwonerkracht is essentieel om grote en toekomstige opgaven samen aan te pakken. Daarom willen we initiatieven in buurten beter en integraler ondersteunen, wat de relatie tussen inwoners en gemeente versterkt. Ook het aandachtsgebied Sociale leefomgeving wil een dergelijke functie gaan invullen, met het vertrek van de verbindelaar van Soesterberg.

Wij zoeken met hen de verbinding om op een professionelere en integralere wijze initiatieven van inwoners te gaan ondersteunen.

Figuur 21: Woning ondergaat blowerdoortest tijdens ‘Kierenjacht’ in Overhees

5. Realisatie van windenergie

Draagt bij aan de doelstellingen: Het afgelopen jaar is de haalbaarheid van windturbines op de een beter gebalanceerd lokaal Defensieterreinen Vlasakkers en langs de A28 (Leusderheide) energiesysteem en Iedereen onderzocht in het OER (Opwek Energie op Rijksgronden) project moet mee kunnen doen. ‘Zon en wind langs de A28’. Hiervoor voerden we diverse stakeholdergesprekken en zijn technische onderzoeken uitgevoerd. Naast de onderzoeken naar geluid, slagschaduw, radar en natuur is ook de invloed op het gebruik van de oefenterreinen van Defensie onderzocht. Op 9 december maakte Defensie bekend geen ruimte te zien voor windturbines op de Vlasakkers en de Leusderheide. Met het wegvallen van deze terreinen voor wind valt een groot deel van het RES-bod en onze eigen opwekambitie weg. In 2025 bekijken we welke gevolgen dit heeft en welke scenario’s mogelijk zijn. Binnen OER A28 gaan we wel door met het onderzoek naar zon op de carpoolplaats bij Soesterberg.

Inhoud

29

Voor windenergie naast de Isselt zijn we nog in afwachting van de vergunningsprocedure bij de Gemeente Amersfoort. Inmiddels is daar een ontwikkelaar voor aangesteld. Naar verwachting kom er rond de zomer van 2025 meer duidelijkheid over de verlening van de omgevingsvergunning. We starten, bij een succesvolle vergunningsprocedure bij Gemeente Amersfoort, met de verkenning naar de mogelijkheden ten westen van de Isselt op Soester grondgebied.

6. Zon op dak

In de RES hebben we een ambitie voor grootschalige zonneenergie op daken toegezegd van 19 hectare. Die oppervlakte staat gelijk aan ongeveer 45% van de potentie op geschikte grote daken waar nog geen zonnepanelen liggen binnen de gemeentegrenzen. Op verschillende manieren proberen we hier invulling aan te geven, al is dit niet altijd eenvoudig.

Draagt bij aan de doelstellingen: een beter gebalanceerd lokaal energiesysteem en Iedereen moet mee kunnen doen.

Voor het opwekken van zonne-energie zijn we afhankelijk van veel externe factoren. Hierdoor is het lastig te bepalen welke invloed we hebben als gemeente. Bij de provincie Utrecht is de verwachting dat maar 50% van het theoretische potentieel in de praktijk haalbaar is. Niet in 2030 maar in 2050 en ver­ der. Daarom is het vooral belangrijk om te kijken naar het opwekpotentieel waar wij direct invloed op hebben zoals het verduurzamen van ons eigen vastgoed, ondersteuning bij lokale initiatieven of aan­ sluiten bij trajecten in de regio. Een voorbeeld is het zonnedak van de Eemschutters. In 2024 maakten we het mogelijk dat SOEN/EAS een collectief zonnedak kan realiseren op het dak van ons pand aan de Eemweg 2C. Het pand in gebruikt van schietvereniging de Eemschutters krijgt 180 panelen, gefinan­ cierd door Soesters. Samen met Bureau Regio Amersfoort (BRA) en de gemeenten in de RES-regio zijn we aan het kijken of we gezamenlijk een aanpak kunnen ontwikkelen voor zon op maatschappelijke vastgoed. Daarnaast loopt er vanuit het BRA een voorbereiding voor een aanbestedingsprocedure voor het plaatsen van solar carports. Soest heeft daar meerdere locaties voor aangedragen waarvan er één kansrijk is. We verwachten dat in mei het besluitvormingsproces gaat starten.

Figuur 22: Ontwikkeling opgewekte zonnestroom per MWh in Soest Inhoud

30

Figuur 23: Hoeveelheid daken met zonnepanelen in Soest

Figuur 24: Hoeveelheid grote zonnedaken in Soest (> 35 panelen)

Voor de bedrijventerreinen Soestdijkse Grachten is in kaart gebracht welke belemmeringen er spelen (naast netcongestie) voor het plaatsen van zonnepanelen, dit biedt een basis voor de acties die hier nodig zijn om meer zonne-energie te kunnen opwekken. Ook bij de Soester inwoners is het aantal zonnepanelen in 2024 nog flink gestegen, zoals de bovenstaande grafiek laat zien. In verhouding tot 2023 is de stijging echter wel afgenomen. Dit komt enerzijds doordat steeds meer daken al zonnepanelen hebben. Anderzijds speelt mee dat dit jaar is besloten om het salderen gefaseerd af te bouwen. Dit betekent niet dat zonnepanelen op de lange termijn niet meer rendabel zijn voor inwoners. Door het energieverbruik beter af te stemmen op de opwek, zal de terugverdientijd niet langer worden1. Daarnaast zullen in de toekomst energiegemeenschappen een grotere rol gaan spelen.

Een energiegemeenschap is iedereen van de lokale gemeenschap die meedoet. Dit zijn burgers, bedrijven, gemeenten en eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Via de energiegemeenschap hebben deelnemers democratische zeggenschap over hun energiesysteem. Deelname hieraan kan voor inwoners zeer rendabel zijn, vooral als zij ook zelf stroom opwekken. Zij ontvangen dan een betere vergoeding voor hun opgewekte stroom dan bij een energieleverancier en kunnen bovendien goedkoper stroom afnemen.

1

Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie - CE Delft

Inhoud

31

Als gemeente Soest volgen we de ontwikkelingen op dit gebied en onderzoeken we hoe we als gemeente kunnen bijdragen aan het ondersteunen van dit soort initiatieven.

7. Lokale maatwerkoplossingen netcongestie

Draagt bij aan de doelstellingen: We gebruiken steeds meer stroom en we wekken steeds meer een beter gebalanceerd lokaal elektriciteit zelf op. Dit komt doordat we minder aardgas energiesysteem. en meer stroom gebruiken om onze huizen te verwarmen, meer zonnestroom opwekken, meer nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen bouwen en meer elektrische auto’s gebruiken. Daarnaast gebruiken we vaker stroom op hetzelfde moment. Hierdoor raakt ons stroomnet overbelast. Dit heet ‘netcongestie’. Op twee bedrijventerreinen ontwikkelen we energyhubs waardoor het (ondanks netcongestie) mogelijk wordt om energie te delen. Door te beginnen met deze aanpak geven we ondernemers en onze lokale economie de ruimte om te groeien. In 2024 hebben we een met hulp van de Provincie Utrecht een eerste verkenning uitgevoerd naar energyhubs in Soest. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling nog zo nieuw is dat er nog veel onzekerheid is over wat wel en niet kan met het uitwisselen van energie. Dat maakt het voor ondernemers lastig om in te stappen. Ondanks deze lastige situatie hebben de ondernemers samen met de gemeente besloten verder te gaan! Op de Centurionbaan in Soesterberg is er een Ehub-regisseur actief, op de Soestdijkse Grachten hebben we in december een samenwerkingsovereenkomst kunnen sluiten met de recent opgerichte energiecoöperatie voor bedrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=143afc7d-1a9f-472c-b448-9c221abf97db