CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsplan Sociaal Domein 2026

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 4 juni 2026, gemeente SoestBij agendapunt: Toelichting Visie Sociaal Domein en uitvoeringsplan Sociaal domein17.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25 (Een vandaag onderzoek: gevolgen digitalisering, groei sociale media, mei 2024)

26 27

GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD Gezondheidsmonitor Jeugd

30

de politie, overheid en rechterlijke macht. 28 Het aantal jongeren dat zich zorgen maakt over de toekomst ligt in Soest hoger dan gemiddeld, komt naar voren uit onderzoek van het RIVM. Toename stress en afname zelfacceptatie onder jongeren De maatschappelijke druk op jongeren neemt toe, onder andere door prestatiedruk op school, sociale verwachtingen via sociale media en stereotype genderrollen. Tegelijkertijd stijgt het middelengebruik onder jongeren, wat kan wijzen op toenemende stress en het zoeken naar ontsnapping aan prestatiedruk. Zelfacceptatie komt hierdoor onder druk te staan, vooral bij jongeren die zich anders voelen of niet passen binnen heersende normen. De invloed van internet draagt ook bij aan het in stand houden van stereotype denkbeelden, bijvoorbeeld over gender en succes, wat de mentale gezondheid verder onder druk zet29 De mentale gezondheid van jongeren in Nederland staat verder onder druk. Dat blijkt ook uit het nieuwste kwartaalonderzoek (juni 2025) van het Netwerk Gezondheidsonderzoek bij Rampen (GOR). Terwijl volwassenen hun mentale stabiliteit grotendeels wisten te behouden, laten de cijfers bij jongeren een duidelijke verslechtering zien. Ook het onderzoek van KidsRights in 2025, onder ruim 3.000 jongeren, toont dat 61 procent geregeld of vaak prestatiedruk ervaart.

In Soest voelt 50% van de jongeren zich (zeer) vaak gestrest, vooral door school, huiswerk en ”alles wat zij moeten doen". Met name meisjes voelen meer stress en prestatiedruk dan jongens. 30 Regie op eigen leven houden is lastiger De toegenomen complexiteit van de samenleving en de dubbele vergrijzing maakt het voor jongere en oudere inwoners moeilijker om regie te houden over hun eigen leven. Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de Nederlandse samenleving, maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Ouderen hebben door de verdergaande digitalisering minder toegang tot diensten als bankzaken of zorg, wat hun zelfredzaamheid beperkt. In Soest ervaart ongeveer 14% van de ouderen weinig regie over het eigen leven, vooral onder 75-plussers en mensen met gezondheidsproblemen. Door digitalisering wordt dit gevoel versterkt: 21% van de 75plussers is digitaal niet vaardig en heeft moeite met bankzaken of zorgafspraken online.31 Voor jongeren speelt juist de voortdurende beschikbaarheid en druk via sociale media een rol. De groeiende sociale ongelijkheid zorgt ervoor dat met name jongeren uit sociaaleconomisch zwakkere milieus minder kansen ervaren en minder grip hebben op hun toekomst.

Deze groep voelt zich vaker uitgesloten en heeft vaker het gevoel dat keuzes voor hen worden gemaakt in plaats van door henzelf. Ook in Soest is dit zichtbaar. Slechts 50% 28 CBS jeugdmonitor 2025, SCP Rapport vertrouwen 2022, NJI onderzoek 2023, De Ruijter Strategie

Trendverkenning vertrouwen 2024, Nibud onderzoek 2024 onder studenten 29 (Trimbos-instituut: Middelengebruik en mentale gezondheid jongeren; RIVM Trendrapport: Maatschappelijke ontwikkelingen en gezondheid, 2024). 30

Gezondheidsmonitor jeugd gemeente Soest 2023, GGD Gezondheidsmonitor 18+/65+ gemeente Soest 2023, GGD

31

31

van de jongeren op een VMBO-opleiding ervaart vertrouwen in de toekomst. Zij ervaren meer stress, meer psychische klachten en ervaren minder grip op hun toekomst dan de jongeren op het havo/vwo (20%). 32

5.4 Samenhang binnen opgave mentale weerbaarheid Relatie met onderwijs Onderwijs is essentieel voor een kansrijk toekomstperspectief van jongeren. Verzuim en schooluitval zijn vaak symptomen van onderliggende problematiek, zoals mentale problemen, prestatiedruk en problemen thuis33. Gunstige invloed van sporten en bewegen Jongeren die sporten en bewegen ontwikkelen sociale vaardigheden, zijn weerbaarder en ervaren een positieve invloed op hun mentale gezondheid. Lokale inzet op laagdrempelige sportprogramma’s, veilige speelplekken en ontmoetingsruimtes draagt bij aan preventie34. Netwerk Door de afname van betekenisvolle interacties neemt mentale weerbaarheid af35.

32

33 34 35

Gezondheidsmonitor jeugd gemeente Soest 2023, GGD

Ministerie van OCW, Aanpak schoolverzuim en jongerenwelzijn, 2024) Kenniscentrum Sport & Bewegen, Sport als middel voor mentale gezondheid (2023) (CBS en SCP: data over eenzaamheid en mentale gezondheid jongeren en ouderen).

32

6. Opgave Kansengelijkheid 6.1 Wat verstaan we onder kansengelijkheid? Met kansengelijkheid bedoelen we dat ieder kind evenveel kansen heeft om gezond en veilig op te groeien en om zijn of haar talenten te ontplooien. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Als gemeente bouwen we aan stevige netwerken rondom gezinnen. Waar nodig bieden we gezinnen passende ondersteuning.

6.2 Doelen, maatschappelijke resultaten en indicatoren In de visie zijn de volgende doelen beschreven: 1. Ieder kind heeft een kansrijke start 2. Kinderen die ondersteuning of zorg nodig hebben krijgen dat zo licht en nabij mogelijk 3. Ieder kind kan zoveel mogelijk onderwijs volgen in onze eigen gemeente

6.2.1. Doel 1: Ieder kind heeft een kansrijke start Onder dit doel verstaan we dat ieder kind veilig opgroeit met ouders/verzorgers die beschikken over een passende woning, voldoende financiën, sociaal netwerk en opvoedvaardigheden. Bovendien verstaan we onder een kansrijke start een doorgaande educatieve ontwikkellijn en een kansrijke startpositie op de arbeidsmarkt. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

Het effect van dit doel is groot, duurzaam en kostenbesparend (preventie)

•

Het gaat om een grote doelgroep (alle kinderen)

•

Het doel sluit aan op wettelijke kaders en landelijke programma’s, zoals uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid (jeugdgezondheidszorg), het onderwijsachterstandenbeleid en het programma Kansrijke start.

•

De invloed van de gemeente op het behalen van dit doel is relatief groot aangezien we veel instrumenten hebben op dit doel.

Maatschappelijke resultaten Onder dit doel hebben we onderstaande maatschappelijke resultaten gedefinieerd. 1. Meer gezinnen hebben voldoende bestedingsbudget om rond te komen (overlap met de opgave Bestaanszekerheid) 2. Meer kinderen hebben een doorgaande educatieve ontwikkellijn 3. Meer kinderen hebben een kansrijke startpositie op de arbeidsmarkt 4. Meer gezinnen beschikken over een sociaal netwerk 5. Meer gezinnen ontvangen ondersteuning vanuit hun sociale netwerk en de sociale basis i.p.v. specialistische jeugdhulp Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd:

33

Doel

Indicatoren

Ieder kind heeft een kansrijke start

➢ % kinderen dat opgroeit in armoede (0 tot 18 jaar)

➢ ➢

% bereik doelgroep voor- en vroegschoolse educatie (2 t/m 6 jaar) % nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) % kinderen met jeugdhulp (0 tot 18 jaar)

➢

% inwoners met kinderen (0-18 jaar) dat gebruik maakt

➢

Maatschappelijk resultaat Meer gezinnen hebben voldoende bestedingsbudget om rond te komen (zie

van een regeling, met een inkomen tussen 100 en

opgave Bestaanszekerheid)

130% van het WSM. ➢

% huishoudens met kinderen (0-18 jaar) met een inkomen tot 130% van het WSM.

➢

% inwoners met kinderen (0-18 jaar) met problematische schulden in schuldhulpverleningstraject

Meer kinderen hebben een doorgaande

➢

educatieve ontwikkellijn Meer kinderen hebben een kansrijke

% Jongeren dat de laatste 4 weken heeft gespijbeld (12 tot 16 jaar)

➢ % nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar)

startpositie op de arbeidsmarkt Meer gezinnen beschikken over een sociaal netwerk Meer gezinnen ontvangen ondersteuning vanuit hun sociale netwerk en de sociale basis i.p.v. specialistische jeugdhulp

➢

Aantal activiteiten voor gezinnen gericht op sociaal netwerk (inclusief aantal deelnemers)

➢ % kinderen met jeugdhulp (0 tot 18 jaar) (trend) ➢ % Jeugdigen (12 t/m 16-jarigen) dat met een probleem terecht kan bij zijn of haar ouders

➢ % Jeugdigen (12 t/m 16-jarigen) dat bij iemand terecht kan met een probleem

6.2.2. Doel 2: Kinderen die ondersteuning of zorg nodig hebben, krijgen dat zo licht en nabij mogelijk Onder dit doel verstaan we dat kinderen ondersteuning bij het opgroeien krijgen vanuit hun sociale netwerk en de sociale basis. Als er meer nodig is, vindt hulpverlening zoveel mogelijk plaats binnen het eigen gezin, de school of de gemeente. Als er specialistische hulpverlening nodig is, is deze tijdig beschikbaar. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

Het effect van dit doel is groot, duurzaam en kostenbesparend (preventie).

•

Onder dit doel ligt een wettelijke taak, namelijk het uitvoeren van de Jeugdwet.

•

De invloed van de gemeente op het behalen van dit doel is relatief groot.

34

Maatschappelijke resultaten Onder dit doel hebben we als maatschappelijke resultaten gedefinieerd: 1. Meer gezinnen ontvangen passende hulpverlening binnen hun gezin, school of gemeente in plaats van specialistische zorg. 2. Meer gezinnen ontvangen tijdig passende hulpverlening. Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd: Doel

Indicatoren

Kinderen die ondersteuning of zorg

% Jongeren (0-23 jaar) met jeugdhulp met verblijf

nodig hebben, krijgen dat zo licht en nabij mogelijk Maatschappelijk resultaat Meer gezinnen ontvangen passende

➢

hulpverlening binnen hun gezin, school

% Rechtstreekse verwijzingen door huisartsen naar jeugdhulp

of gemeente in plaats van specialistische

➢

Aantal verwijzingen naar Spreekuur Jeugd GGZ

zorg.

➢

Aantal begeleidingstrajecten door jeugdteam

➢

Aantal kinderen (0-18 jaar) met een jeugdbeschermingsmaatregel

Meer gezinnen ontvangen tijdig

➢

Wachttijd Eemkracht

passende hulpverlening

➢

Wachttijd MetMaya

6.2.3. Doel 3: Ieder kind kan zoveel mogelijk onderwijs volgen in onze eigen gemeente Onder dit doel verstaan we dat zo veel mogelijk kinderen in de basisschoolleeftijd regulier basisonderwijs volgen in de gemeente Soest. De kinderen die nu buiten onze gemeentegrenzen basisonderwijs volgen, bezoeken meestal een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs. Kinderen die naar scholen voor voortgezet onderwijs gaan, bezoeken vanzelfsprekend al vaker scholen buiten de gemeente Soest. Deze scholen hebben een groter verzorgingsgebied en zijn vaker gehuisvest buiten onze gemeentegrenzen. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

Gemeentelijke invloed is laag, aangezien veel van de verantwoordelijkheden bij het onderwijs liggen

•

Rol van de gemeente ligt vooral in het faciliteren

•

Inzet op de andere twee doelen binnen deze opgave sorteert effect op dit doel.

•

Doelgroep: kinderen die onderwijs volgen buiten onze gemeentegrenzen. Dit zijn met name kinderen die speciaal (basis-)onderwijs volgen.

35

Maatschappelijk resultaat Onder dit doel hebben we als maatschappelijk resultaat gedefinieerd:

1. Meer kinderen in de basisschoolleeftijd volgen onderwijs in de gemeente Soest. Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd: Doel

Indicatoren

Ieder kind kan zoveel mogelijk

% leerlingen dat in de gemeente Soest woont en buiten de gemeente primair onderwijs volgt

onderwijs volgen in onze eigen gemeente Maatschappelijk resultaat Meer kinderen in de

Aantal kinderen dat buiten de gemeente Soest primair onderwijs

basisschoolleeftijd volgen

volgt per school en schooltype

onderwijs in de gemeente Soest

6.3 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen Meer jongeren hebben het moeilijk De afgelopen jaren is de vraag naar jeugdhulp gestaag gestegen. Dit heeft meerdere oorzaken. Veel van de redenen waarom kinderen en gezinnen een beroep doen op de jeugdhulp hebben te maken met complexe maatschappelijke vraagstukken. Gezinnen kampen met armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, complexe echtscheidingen, verslaving of psychische problematiek. Jongeren gaan gebukt onder de eisen van de prestatiemaatschappij, knelpunten in het onderwijs, de invloed van sociale media, en een onzekere toekomst door oorlog en klimaatverandering36. In de Gezondheidsmonitor jeugd zien we dat dit ook lijkt te gelden voor jongeren in Soest. De helft van de jongeren uit Soest geeft aan zich (zeer) vaak gestrest te voelen, o.a. door prestatiedruk. Ook zien we onder de jongeren een toename van online pesten en een toename van het problematisch gebruik van social media37. We zien ook dat meer kinderen en jongeren het moeilijk hebben in het onderwijs. Het aantal voortijdig schoolverlaters stijgt landelijk38. Ook het aantal leerplichtige kinderen dat geen onderwijs volgt stijgt landelijk 39. Het percentage voortijdig schoolverlaters is in Soest vrij stabiel en lager dan het landelijke percentage. Cijfers over het aantal voortijdig

36 Rapportage Kinderen uit de Knel, december 2023, RVS

37

Gezondheidsmonitor jeugd gemeente Soest 2023, GGD

38 Cijfers over voortijdig schoolverlaten | Nederlands Jeugdinstituut 39 Cijfers over schoolverzuim en thuiszittende leerlingen | Nederlands Jeugdinstituut

36

schoolverlaters over schooljaar 2024/2025 zijn nog niet beschikbaar40. Het aantal leerplichtige kinderen dat geen onderwijs volgt, stijgt ook in Soest41.

6.4 Samenhang binnen opgave kansengelijkheid Invloed van armoede en financiële stress Het is belangrijk dat ouders de basisbehoeften op orde hebben om te kunnen zorgen voor een kansrijke start voor hun kinderen. Basisbehoeften gaan onder andere over huisvesting, voldoende inkomen en toegang tot gezondheidszorg. Financiële stress, zoals schuldenproblematiek of armoede, heeft een negatief effectief op de opvoedvaardigheden van ouders. Kinderen die opgroeien in armoede, hebben vaker lichamelijke en mentale gezondheidsklachten42. Ook hangt armoede samen met de kansen die kinderen krijgen in het onderwijs43. Daarom is het cruciaal om onder opgave Bestaanszekerheid adequate ondersteuning te organiseren voor gezinnen. Bovendien is het van belang om in te zetten op preventie en het organiseren van passende ondersteuning. Invloed van een positieve omgeving De kans dat kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien wordt vergroot door sociale binding, erkenning, waardering voor positief gedrag, steun van belangrijke volwassenen en basisvoorzieningen in de omgeving. Interventies moeten dan ook gericht zijn op versterking van deze werkzame elementen44.

40 Dashboard voortijdig schoolverlaten 41 Jaarverslag leerplicht gemeente Soest 2024-2025 42 De invloed van armoede op de gezondheid van kinderen | Nederlands Jeugdinstituut 43 De invloed van armoede op schoolprestaties | Nederlands Jeugdinstituut 44 De potentie van preventie, 2025, Nji

37

7. Opgave Meedoen en inclusie 7.1 Wat verstaan we onder meedoen en inclusie? Onder meedoen verstaan we het actief deelnemen aan de samenleving. Dat kan gaan over zinvolle dingen doen zoals mantelzorg of dagbesteding, maar het kan ook gaan over samen met anderen leuke dingen doen, zoals samen sporten of samen muziek maken. Meedoen geldt voor iedereen, ongeacht of je wel of niet een beperking hebt, waar je vandaan komt, waar je in gelooft of wat je geaardheid is. Zo bouwen we aan een lokale samenleving waar iedereen meetelt (inclusie). En we werken aan het VN-verdrag Handicap. Dit verdrag heeft als doel om de rechten van mensen met een beperking te waarborgen en te bevorderen als het gaat om toegankelijkheid, gelijke behandeling en participatie.

7.2 Doelen, maatschappelijke resultaten en indicatoren Om focus aan te brengen staan in de visie de volgende doelen beschreven: 1. Minderheden en de LHBTIQA+ gemeenschap voelen zich veilig in onze gemeente 2. Kwetsbare inwoners doen mee in onze samenleving 3. Vrijwilligers en mantelzorgers voelen zich voldoende ondersteund 4. Inwoners met verschillende achtergronden zoeken verbinding met elkaar

7.2.1. Doel 1: Minderheden en de LHBTIQA+ gemeenschap voelen zich veilig in onze gemeente Onder dit doel verstaan we dat minderheden en de LHBTIQA+ gemeenschap zich vrij kunnen uiten en bewegen binnen sportverenigingen, onderwijs, cultuuraanbod, maatschappelijke voorzieningen en in de openbare ruimte. Onder minderheden verstaan we hier een nationale, etnische, religieuze of linguïstische groep die kleiner is dan de rest van de bevolking en wiens leden een bepaalde identiteit delen. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

De gemeente heeft relatief weinig invloed op dit doel. Het gevoel van veiligheid wordt door veel factoren bepaald, vooral het gedrag van mensen in de omgeving.

•

De gemeente kan ondersteunen in het voorlichten, het veilig maken van de fysieke ruimte en het ingrijpen bij ontoelaatbaar gedrag

Maatschappelijke resultaten Onder dit doel hebben we onderstaande maatschappelijke resultaten gedefinieerd: 1. Gevoel van veiligheid van inwoners binnen deze doelgroepen is vergroot 2. De tolerantie richting deze doelgroepen is vergroot Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd:

38

Doel

Indicatoren

Minderheden en de LHBTIQ+

➢

% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt

➢

Aantal leerlingen dat van mening is dat je op school eerlijk kunt

gemeenschap voelen zich veilig in onze gemeente Maatschappelijk resultaten Gevoel van veiligheid van deze doelgroepen is vergroot

vertellen als je LHBTIQA+ bent (13-16 jaar) ➢

% jongvolwassenen dat meestal tot altijd het gevoel heeft zichzelf te kunnen zijn (16-25 jaar)

➢

Aantal meldingen meldpunt discriminatie en gronden van meldingen

➢

% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt op basis van geloof, huidskleur, seksuele voorkeur of leeftijd (18+)

De tolerantie richting deze

➢

doelgroepen is vergroot

% jongeren dat homoseksualiteit als normaal beschouwt (13-16 jaar)

➢

➢

% inwoners (18 jaar en ouder) dat aangeeft dat ‘het gevoel er niet bij te horen’ hen belemmert deel te nemen aan maatschappelijk leven % inwoners (18 jaar en ouder) dat aangeeft dat hun ‘taal en cultuur’ hen belemmert deel te nemen aan maatschappelijk leven

7.2.2. Doel 2: Kwetsbare inwoners doen mee in onze samenleving Onder dit doel verstaan we dat inwoners met een fysieke, psychische of sociale kwetsbaarheid of die de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen meedoen aan sociaal maatschappelijke of culturele activiteiten. Bij deze opgave sluiten we nadrukkelijk aan bij het VN-verdrag Handicap. Dit verdrag stelt dat iedereen met een beperking, zichtbaar of onzichtbaar, volwaardig moet kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat vraagt om een inclusieve benadering en toegankelijkheid op alle terreinen van het sociaal domein, van werk en onderwijs tot cultuur, sport en vrije tijd. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

De gemeente heeft relatief veel invloed op dit doel.

•

Dit doel gaat ook over wettelijke WMO-taken en wettelijke inburgeringstaken.

•

Het VN-verdrag Handicap verplicht gemeenten om de participatie en gelijke kansen van

inwoners met een beperking actief te bevorderen. Maatschappelijke resultaten Onder dit doel hebben we onderstaande maatschappelijke resultaten gedefinieerd: 1. Meer kwetsbare inwoners doen mee aan culturele activiteiten 2. Meer kwetsbare inwoners doen mee aan beweegaanbod 3. Meer inburgeraars ronden hun inburgeringstraject binnen 3 jaar succesvol af 4. Meer organisaties en activiteiten zijn (fysiek) toegankelijk voor alle doelgroepen

39

Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd: Doel

Indicatoren

Kwetsbare inwoners doen mee in

➢

onze samenleving

Aantal aanvragen Jeugd en Volwassenenfonds Sport en cultuur % inburgeraars dat binnen 3 jaar inburgert

Maatschappelijk resultaten

➢ ➢

Meer kwetsbare inwoners doen mee

➢ Aantal projecten gericht op drempels verlagen voor

aan culturele activiteiten Meer kwetsbare inwoners doen mee

kwetsbare inwoners ➢

Aantal begeleide inwoners door buurtsportcoaches

➢

% inburgeraars dat binnen 3 jaar inburgert

➢

Aantal activiteiten van onze subsidiepartners dat

beweegaanbod Meer inburgeraars ronden hun inburgeringstraject binnen 3 jaar succesvol af Meer organisaties en activiteiten zijn (fysiek) toegankelijk voor alle

toegankelijk is inwoners met een beperking

doelgroepen

7.2.3. Doel 3: Vrijwilligers en mantelzorgers voelen zich voldoende ondersteund Onder dit doel verstaan we dat vrijwilligers en mantelzorgen passende informatie/ begeleiding of praktische ondersteuning krijgen als dat nodig is zodat zij zo lang mogelijk kunnen worden ingezet. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod: •

Het is belangrijk voor de eigen kracht om mantelzorgers en vrijwilligers te behouden.

•

Dit doel draagt bij aan de betaalbaarheid van de zorg.

•

Vrijwilligers zijn randvoorwaarde voor veel andere doelen binnen de vijf opgaven.

Maatschappelijke resultaten Onder dit doel hebben we onderstaande maatschappelijke resultaten gedefinieerd: 1. Er zijn minder overbelaste mantelzorgers 2. Het percentage vrijwilligers t.o.v. totaal aantal volwassen inwoners blijft gelijk of stijgt Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd:

40

Doel

Indicatoren

Vrijwilligers en mantelzorgers

➢

% overbelaste mantelzorgers

voelen zich voldoende

➢

% inwoners dat vrijwilligerswerk doet

Er zijn minder overbelaste

➢

Aantal mantelzorgers met een hoge belasting

mantelzorgers

➢

Aantal mantelzorgers dat ondersteund wordt door steunpunt

ondersteund Maatschappelijk resultaten

mantelzorg Het percentage vrijwilligers t.o.v.

➢

% inwoners met maatschappelijke inzet

totaal aantal volwassen

➢

Jaarlijks aantal waarderingen vrijwilligers via subsidie

inwoners blijft gelijk of stijgt

vrijwilligerswaardering ➢

Jaarlijks aantal ondersteunde vrijwilligers via regeling deskundigheidsbevordering

7.2.4. Doel 4: Inwoners met verschillende achtergronden zoeken verbinding met elkaar Onder dit doel verstaan we dat inwoners met verschillende achtergronden elkaar beter leren begrijpen, respecteren en kennen. Dat we zoeken naar dat wat verbindt. Voor dit doel zijn onderstaande punten relevant bij mogelijke afwegingen tussen aanbod:

•

De gemeente heeft invloed op dit doel;

•

Het doel draagt bij aan preventie en normalisering;

•

Dit doel beïnvloedt positief doel 1 en 2 binnen deze opgave.

Maatschappelijke resultaat Onder dit doel hebben we onderstaand maatschappelijke resultaat gedefinieerd: 1. De sociale cohesie stijgt Indicatoren Binnen het sturingskader hebben we naast inwonerservaring de volgende set indicatoren benoemd:

41

Doel

Indicatoren

Inwoners met verschillende

Rapportcijfer sociale cohesie

achtergronden zoeken verbinding met elkaar Maatschappelijk resultaat De sociale cohesie stijgt

➢

% inwoners (18 jaar en ouder) dat voor anderen in de buurt klaar staat

➢

% inzet bereidbaarheid leefbaarheid buurt

➢

% inwoners (18 jaar en ouder) dat zich betrokken voelt bij buurtbewoners

➢

Score sociale samenhang

7.3 Actuele maatschappelijke ontwikkelingen Acceptatie LHBTQIA+ De acceptatie van lesbische en homoseksuele personen is landelijk gezien toegenomen, terwijl de acceptatie van non-binaire personen en bi+ personen achterblijft. Ook blijken LHBTQIA+ personen een slechtere psychische en fysieke gezondheid te hebben dan mensen die niet tot deze groep behoren. Zij krijgen ook vaker te maken met geweld en discriminatie45. Volgens de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD (2024) is het percentage jongeren in Soest dat homoseksualiteit als normaal beschouwt echter gedaald van 65% in 2020 naar 51% in 2024. Druk op mantelzorgers neemt toe Zowel absoluut als relatief is het aantal mantelzorgers en de door hen ervaren belasting in de afgelopen tien jaar toegenomen46. Het aantal 65-plussers in de gemeente Soest groeit van 23,5% in 2024 naar 27,4 procent in 2035. De druk neemt dus in de komende jaren verder toe. Sociale samenhang Veel inwoners voelen zich verbonden met Nederland, en veel mensen ervaren een prettige samenhang in de buurt. Ook in Soest. De verschillen tussen groepen zijn echter aanzienlijk. Zo is de sociale samenhang in sommige wijken laag. Het sociaal vertrouwen is minder hoog dan een aantal jaar geleden, maar is ook niet uitgesproken laag. De ervaren discriminatie is landelijk aanzienlijk.47

45

Feiten-en-cijfers-lhbtiqa+-personen-op-een-rij.pdf

46 Kernbevindingen | CBS 47 Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2025 | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau

42

Vrijwilligerstekort Er is een terugloop in het aantal vrijwilligers.48 Dit is een landelijke trend van individualisering. Ook neemt de zorg voor ouders of familie toe door langer thuis wonen, waardoor er minder ruimte is voor vrijwilligerswerk. In Soest/Soesterberg zien we zien dat bijna 1/3 van de sportverenigingen aangeeft een vrijwilligerstekort te hebben. Ook binnen de cultuursector in Soest en Soesterberg is een tekort aan vrijwilligers en vrijwillige bestuurders. Dit is zorgelijk aangezien zowel de Sport als de Cultuur voor een groot deel drijft op vrijwilligers en deze domeinen een belangrijke rol hebben binnen preventie in het Sociaal domein.

7.4 Samenhang binnen opgave Meedoen en inclusie Cumulatieve discriminatie heeft allerlei gevolgen. De maatschappelijke betrokkenheid van degenen die het overkomt neemt af en hun vertrouwen in de politiek en de overheid daalt. Daarnaast voelen mensen zich minder verbonden met de samenleving, worden ze economisch kwetsbaar en is hun gezondheid aantoonbaar slechter49. Meedoen geeft dagen weekstructuur en het zorgt voor ontmoeting. Het doen van vrijwilligerswerk zorgt bijvoorbeeld voor meer eigenwaarde en minder gevoelens van stress en eenzaamheid. Ook voor inwoners met een beperking is volwaardig meedoen essentieel. Het hebben van een baan heeft een positief effect op iemands gezondheid.

48 Soesters doen steeds minder vrijwilligerswerk: ‘Mensen willen zich niet binden’ | Nieuws uit de regio Soest 49 Voortgangsrapportage - Keer op keer. Inzichten in gestapelde discriminatie-ervaringen in Nederland en Europa

| Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme

43

8. Afwegingskader 8.1 Beschrijving afwegingskader We zetten jaarlijks activiteiten en dienstverlening in om de doelen uit de Integrale Visie Sociaal Domein te bereiken. Op iedere opgave worden activiteiten ingezet

Een afwegingskader is een set criteria die gebruikt wordt om keuzes te maken in aanbod. Het geeft aan welk aanbod het meest bijdraagt aan de doelen van de

om de bijbehorende doelen te bereiken. Daar moeten

visie. Een afwegingskader zorgt ervoor

soms ook keuzes in gemaakt worden. Het budget is niet

dat keuzes transparant en consistent

onbeperkt en de ene activiteit is effectiever dan de

gemaakt worden

andere. Om te bepalen welke activiteiten en dienstverlening het meeste bijdragen aan onze doelen, gaan we werken met een gemeenschappelijk vastgesteld afwegingskader. Dit afwegingskader helpt ons om duidelijk onderbouwde keuzes te maken in het aanbod wanneer dat nodig is. Hieronder is het afwegingskader schematisch weergegeven.

Afbeelding 3: Het afwegingskader sociaal domein

44

Enkele elementen uit het afwegingskader vragen om een nadere toelichting: Is het een wettelijke, regionale of lokale verplichting? Als er sprake is van een wettelijke, lokale of regionale verplichting, dan moeten we de taak uitvoeren. Een regionale verplichting kan zijn een ondertekende overeenkomst. Een lokale verplichting kan zijn vastgesteld beleid. Wel kan in de afweging worden meegenomen hoe we de taak gaan uitvoeren als dit niet ligt vastgelegd. En is er al aanbod, dan kunnen we bekijken of hier verbeteringen op mogelijk zijn. Zijn er samenwerkingsmogelijkheden? Kan het efficiënter? Bereiken we de doelgroep wel voldoende? Ligt de verantwoordelijkheid elders? Bij sommige taken ligt de verantwoordelijkheid bij een externe (maatschappelijke) organisatie. Onze uitdaging is om partijen bij elkaar te brengen, nieuwe verbindingen te zoeken, in gesprek te blijven met inwoners, ruimte te geven aan inwonersinitiatieven en minder regie te voeren. Dus geen ontwikkelingen en initiatieven naar ons toetrekken alsof het vanzelfsprekend onze verantwoordelijkheid is. Maar wél ondersteunen en faciliteren als dat nodig is en loslaten waar dat kan. Is er al gelijksoortig aanbod op hetzelfde maatschappelijk resultaat? Als er al gelijksoortig aanbod is, dan gaan we in gesprek om te komen tot de meest optimale vorm.

Is nieuw voor oud beter? Zijn er samenwerkingsmogelijkheden? In overleg met betrokken collega’s en de betrokken maatschappelijke partners kunnen hier nieuwe keuzes of samenwerkingen uit voortvloeien. Kan het (deels) worden uitgevoerd op eigen kracht, door het sociale netwerk of met vrijwilligers? De gemeente wil ruimte geven aan inwonersinitiatieven, minder regie voeren en zelfredzaamheid stimuleren. In plaats van taken over te nemen, faciliteren we, indien mogelijk, initiatieven uit de samenleving die aansluiten bij gezamenlijke doelen. Hierbij is het belangrijk om rollen duidelijk te maken. Wat wordt belegd bij de gemeente, wat bij de sociale basisinfrastructuur en wat bij de inwoners zelf? Activiteiten van vrijwilligers kunnen meer in samenhang met die van formele partners worden bekeken en waar mogelijk kunnen de partijen hierbij samen optrekken. Hoe groot is de impact voor inwoners? Bij het bepalen van de totale impact van een activiteit kijken we zowel naar de impact op het leven van de individuele inwoner (klein, middel, groot) als naar de omvang van de groep inwoners die impact ervaart. Dit is gevisualiseerd in onderstaande matrix. Het bepalen van de impact is onderwerp van gesprek met onze maatschappelijke partners.

45

Impact per inwoner

Totale impact Hoog

Middel

Groot

Groot

Gemiddeld

Klein

Middel

Groot

Laag

Klein

Klein

Middel

Laag

Gemiddeld

Hoog

Aantal inwoners dat impact ervaart

We bekijken ook hoe de totale impact zich verhoudt tot de kosten en mogelijke besparingen. Draagt het bij aan een wijk of doelgroep die extra aandacht vereist? In de leidende principes van de integrale visie sociaal domein staat dat we wijkgericht doen wat nodig is. Draagt het aanbod bij aan wat nodig is in een wijk? Komt het ten goede aan de doelgroepen jeugd en ouderen waarvan in de visie staat dat daar zorg over is?

8.2 Wanneer gebruiken we het afwegingskader? In de visie is focus aangebracht door vijf opgaven te benoemen met bijbehorende doelen. We zetten op alle opgaven en doelen activiteiten in en monitoren het effect. Waar nodig zullen we keuzes maken. Al jaren worden veel projecten gefinancierd met tijdelijke middelen, naast bestaand regulier aanbod. Die tijdelijke middelen zijn eindig. Om te kunnen beoordelen welk aanbod meer bijdraagt dan ander aanbod zetten we het afwegingskader in. Op basis van de afweging kan dan een onderbouwd voorstel worden gedaan aan het college voor het voortzetten of afbouwen van aanbod binnen het sociaal domein. Het streven is om bij de kadernota 2027 op basis van deze afweging een voorstel te doen waarbij we keuzes maken voor aanbod dat het meest bijdraagt aan de doelen uit de Integrale Visie Sociaal Domein. Ook wordt het afwegingskader toegepast om te bepalen of projecten voldoende bijdragen aan de doelen, bijvoorbeeld bij aanvragen binnen incidentele subsidieregelingen van het sociaal domein, of binnen de ambtelijke wegingstafel (zie 8.3).

8.3 Relatie met subsidiemethodiek Structurele subsidies Binnen het sociaal domein gaan we werken met een nieuwe subsidiemethodiek. Deze nieuwe methodiek sluit aan op dit uitvoeringsplan. Zo wordt er jaarlijks een gezamenlijk subsidieplafond vastgesteld voor de grote professionele partners in de sociale basis. Daarmee kunnen we de hoogte per subsidiepartner jaarlijks aanpassen op basis van hun bijdrage aan de opgaven. De accounthouders beoordelen de aanvragen gezamenlijk met een integrale wegingstafel. Als instrument gebruiken de accounthouders het afwegingskader sociaal domein.

46

Incidentele subsidies Binnen het Sociaal Domein kennen we de volgende incidentele subsidieregelingen: •

Innovatiefonds Het Innovatiefonds is een belangrijk instrument voor de transformatie Sociaal Domein. Het geeft aanbieders ruimte om te experimenteren met aanbod op preventie, verschuiven van specialistische zorg naar voorliggend veld en betaalbare oplossingen (meerdere opgaven). Aanvragen worden getoetst aan het afwegingskader. Budget voor 2026 is € 100.000. Jaarlijks wordt via de kadernota het budgetplafond vastgesteld (onder voorbehoud vaststellen begroting)

•

Inwonersinitiatieven Dit geeft inwoners de mogelijkheid om met ideeën te komen tot ontmoeting, verbinding, welzijn en het vergroot eigen regie (opgave Meedoen en inclusie). Budget voor 2026 is € 41.218 (onder voorbehoud vaststellen begroting).

•

Deskundigheidsbevordering vrijwilligers Deze regeling onderschrijft het belang van vrijwilligers binnen het sociaal domein en draagt bij aan hun ondersteuning (opgave Meedoen en inclusie). Budget voor 2026 is € 12.804 (onder voorbehoud vaststellen begroting).

•

Waardering vrijwilligers Organisaties kunnen een aanvraag doen om iets te organiseren voor de waardering van hun vrijwilligers binnen het sociaal domein (Opgave Meedoen en Inclusie/visiedoel: ondersteunen vrijwilligers). Budget voor 2026 is € 19.362 (onder voorbehoud vaststellen begroting)

Deze subsidieregelingen dragen bij aan de doelen die binnen de vijf opgaven zijn geformuleerd. Daarnaast is er voor nieuwe en onvoorziene ontwikkelingen in de algemene reservebudget gereserveerd voor maatschappelijke opgaven.

47

9. Monitoring en sturing In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we in het sociaal domein op een lerende en effectieve manier sturen. We doen dat door de doelen uit de visie als uitgangspunt te nemen, ontwikkelingen te volgen en samen met partners en inwoners structureel te reflecteren. We willen tellen én vertellen: cijfers combineren met verhalen van inwoners om het echte effect voor inwoners te begrijpen. In dit hoofdstuk werken we uit hoe we dat gaan doen. Waarom goede monitoring belangrijk is Monitoring is meer dan cijfers verzamelen. Door ontwikkelingen tijdig te signaleren, te begrijpen wat achter een bepaalde trend zit en gericht bij te sturen, bouwen we aan effectief gemeentelijk beleid. Tellen én vertellen – het combineren van indicatoren en ervaringen – helpt ons beter sturen op maatschappelijk resultaat en te leren van wat werkt. Ook helpt het bij verantwoording afleggen naar partners, college en raad. Een goede monitoringsaanpak versterkt samenwerking, stimuleert een lerende cultuur en maakt inzichtelijk wat echt impact maakt.

9.1 Inwonersparticipatie Inwonersparticipatie is een belangrijk onderdeel van onze monitoringsaanpak. We willen weten wat inwoners ervaren en wat ons activiteitenaanbod in hun dagelijks leven betekent en verandert. Daarom vragen wij aan de partners om bij deelnemers van activiteiten uitvraag te doen naar hun ervaringen. Deze kwalitatieve gegevens vullen de kwantitatieve gegevens (cijfers) aan. Het geeft aan hoe inwoners de activiteiten ervaren en in hoeverre het aanbod aansluit bij hun behoefte. De uitkomsten bespreken we met partners, zodat we samen kunnen leren en verbeteren. In 2026 ontwikkelen we, samen met de Inwonersparticipatieraad sociaal domein een aanpak om op een gestructureerde manier ervaringen van inwoners op te halen binnen het sociaal domein.

9.2 Samenwerking met partners Een effectieve monitoringsaanpak vraagt om nauwe samenwerking met partners in het sociaal domein. Partners leveren na een half jaar gegevens aan via een, nader te ontwikkelen, uniform rapportageformat ten behoeve van de tussenevaluatie. Aan het einde van het jaar volgt een eindrapportage. Dit zorgt ervoor dat accounthouders informatie op een eenduidige manier kunnen verzamelen en vergelijken. In de beschikking worden de te monitoren indicatoren vastgelegd, samen met afspraken over tussenrapportage en eindrapportage. De rapportage, aangeleverd door de partner, vormt het startpunt voor een gesprek met de accounthouder. In deze gesprekken bespreken we niet alleen de voortgang op de afgesproken indicatoren, maar ook signalen uit de praktijk, ervaringen van inwoners en

48

mogelijke verbeterpunten. Zo blijft monitoring geen papieren onderneming, maar een middel om samen te leren en gericht bij te sturen.

9.3 Sturingsrollen Binnen de monitoring en sturing in het sociaal domein heeft iedere partij een eigen rol en verantwoordelijkheid: •

Gemeenteraad Stelt de Integrale Visie Sociaal Domein vast. Controleert of het beleid wordt uitgevoerd binnen budget en of het effect heeft. Stuurt bij op hoofdlijnen bij stagnatie of urgente ontwikkelingen op basis van de P&C cyclus en voortgangsrapportages.

•

College van burgemeester en wethouders Is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Visie en het behalen van de daarin gestelde doelen binnen de financiële kaders. Stuurt op voortgang en informeert de raad over bijzonderheden. Ontvangt per opgave informatie om gericht te kunnen sturen en prioriteren.

•

Beleidsadviseurs Vertalen beleidsdoelen naar concrete activiteiten en dienstverlening. Evalueren samen met partners of activiteiten bijdragen aan de beoogde resultaten en sturen bij waar nodig. Signaleren trends en informeren college en raad bij relevante ontwikkelingen.

•

Accounthouders Onderhouden de relatie met partners, verzamelen en duiden gegevens en zorgen voor sturing op maatschappelijke resultaten. Zijn verantwoordelijk voor het behalen van resultaten binnen hun opgave, integrale afstemming en sturen op basis van data en signalen uit de praktijk.

•

Partners Voeren activiteiten uit en leveren elk halfjaar inhoudelijke rapportages aan. Ze delen ervaringen, signaleren knelpunten en dragen actief bij aan oplossingen en het realiseren van de maatschappelijke resultaten waaraan zij zich hebben verbonden.

9.4 Voortgangsrapportages Dit uitvoeringsplan gaat uit van de ontwikkeling van een intern dashboard. Dit dashboard moet inzicht bieden in het resultaat en de bijdrage op de vijf opgaven uit de visie. Het dashboard bevat zowel kwantitatieve gegevens (bijv. aantallen bereikte inwoners, gerealiseerde activiteiten) als kwalitatieve inzichten (ervaringen van inwoners en partners). De precieze invulling van het dashboard wordt tijdens de ontwikkelfase verder bepaald. Belangrijk is dat het een basis is voor de voortgangsrapportages richting college en raad. Het helpt beleidsadviseurs en accounthouders bij het volgen van de voortgang en het tijdig bijsturen van aanbod. Waar passend kan informatie in toegankelijke vorm worden gedeeld met partners en inwoners.

49

9.5 Informatievoorziening college en raad Jaarlijks worden in februari de data en actuele ontwikkelingen besproken binnen het beleidsteam. Conclusies worden meegenomen in een voortgangsrapportage sociaal domein voor college en raad. Deze rapportage geeft inzicht in de voortgang op de opgaven. Door deze rapportage in maart in concept op te leveren, kunnen we de inhoudelijke conclusies meenemen in de kadernota. Nog niet alle gegevens zijn beschikbaar in februari. Vandaar dat de voortgangsrapportage in juni definitief wordt gemaakt (voor het opstellen van de begroting) en deze met de raad wordt gedeeld. Jaarlijks wordt er naar aanleiding van de voortgangsrapportage een raadsinformatiebijeenkomst sociaal domein gehouden. Planning monitoring en subsidies 2026 Wanneer

Voortgangsrapportage

Uitvoeringsplan 2027

Januari

Themabijeenkomst Raad (opgave 1)

•

Februari

Voorbereiding voortgangsrapportage 2026 (cijfers 2025)

•

•

• • Maart

Concept voortgangsrapportage 2026 klaar

Voorbereiding uitvoeringsplan 2027: Belangrijkste ontwikkelingen per opgave in kaart, Voorstel prioriteiten 2027, Afweging bestaand aanbod

Concept uitvoeringsplan 2027 klaar

Themabijeenkomst Raad (opgave 2) April

Mei

Concept uitvoeringsplan 2027 als onderligger bij kadernota

Subsidieproces

PC-cyclus

Afwegen van de incidenteel gefinancierde projecten en structureel gefinancierd aanbod

Voorbereiding op Kadernota 2027

Concept uitvoeringplan 2027 bespreken met de maatschappelijke professionele partners (voorbereiding subsidieaanvraag) Voor 1 april subsidieaanvragen overige partners binnen

Concept uitvoeringsplan 27 en afweging is input voor Kadernota 2027

Voorstellen kadernota 2027 aanleveren

Themabijeenkomst Raad (opgave 3) Subsidieaanvragen maatschappelijke professionele partners

Juni/juli

Definitieve voortgangsrapportage (met alle data 2025) naar college en raad

Uitvoeringsplan definitieve versie in college (en ter info naar raad)

50

Input voor begroting 2027

Themabijeenkomst Raad (opgave 4) September

Informatiebijeenkomst voor

Voorafgaand aan begrotingsbespreking

de raad o.b.v. uitvoeringsplan 27 Oktober

November

Themabijeenkomst Raad (opgave 5)

December

Verstrekken subsidies 2027 voor activiteiten per opgave o.b.v. uitvoeringsplan 2027

51

10. Acties Naast de activiteiten per opgave zijn er overkoepelende acties die uitgevoerd moeten worden. Vaak gaat het om randvoorwaarden. Deze acties worden in dit hoofdstuk beschreven.

10.1 Inrichten monitoring Om zicht te houden op de voortgang van het behalen van de doelen uit de Integrale Visie Sociaal Domein richten we een intern dashboard in. Het dashboard geeft inzicht in de indicatoren, de inwonerservaringen en op de voortgang per opgave. Het dashboard vormt de basis voor de voortgangsrapportages richting college en raad.

10.2 Opstellen voortgangsrapportage en uitvoeringsplan 2027 Om het college en de raad te informeren over de voortgang wordt er jaarlijks een voortgangsrapportage Sociaal Domein opgeleverd (H9). Daarnaast wordt jaarlijks het uitvoeringsplan bijgesteld om prioriteiten te kunnen stellen en keuzes te maken in aanbod.

10.3 Inrichten verbetercyclus Om de voortgang te monitoren en met elkaar te leren en verbeteren is het inrichten van een verbetercyclus noodzakelijk (zie ook stap 6 van het kwaliteitskompas). Een verbetercyclus bestaat uit verschillende stappen. We werken hierin nauw samen met onze partners. Het is belangrijk dat we duidelijke afspraken maken over wat we op welk moment, in welke stap, van elkaar verwachten. Onze partners weten op deze manier ook goed waar ze aan toe zijn.

10.4 Aanpak inwonersparticipatie Inwonersparticipatie is een belangrijk onderdeel van onze monitoringsaanpak. We willen weten wat inwoners ervaren en wat ons activiteitenaanbod in hun dagelijks leven betekent en verandert. In 2026 ontwikkelen we een aanpak om op een gestructureerde manier ervaringen van inwoners op te halen. Het ophalen van ervaringen van inwoners door onze partners maakt hier onderdeel van uit. Ook onderzoeken we of het zinvol is om de website, die is ingezet tijdens de ontwikkeling van de Integrale Visie, weer te gebruiken. We vragen de Inwonersparticipatieraad sociaal domein om met ons mee te denken over een structurele aanpak inwonersparticipatie.

10.5 Inzet afwegingskader Met het opstellen van een afwegingskader hebben we een instrument om onderbouwd en transparant keuzes te maken in het aanbod. Het is een belangrijk instrument voor sturing op de vijf opgaven. Het werken met dit afwegingskader vraagt om een integrale wegingstafel (zoals ook genoemd wordt in de nieuwe subsidiemethodiek). Het afwegingskader wordt ingezet om keuzes te maken voor activiteiten met de meeste meerwaarde op de vijf opgaven.

52

10.6 Versterken samenwerking met fysiek domein Veel doelen uit de visie raken aan het fysieke domein. Dit domein heeft een aanzienlijke invloed op het behalen van de gewenste maatschappelijke resultaten. Zo maakt een toegankelijke publieke ruimte het mogelijk dat meer inwoners kunnen meedoen en draagt een gezonde leefomgeving met voldoende bewegingsmogelijkheden bij aan een gezonde leefstijl. Daarom is het nodig de samenwerking met het fysieke domein verder te versterken. Onze rol is om deze samenwerking structureel te versterken en zichtbaar te maken in de voortgang van de opgaven.

10.7 Planning acties Acties 2026 Inrichten monitoring

Planning

Verantwoordelijk

Inrichten dashboard sociaal

Oktober 2025 -

Projectleider

domein

maart 2026

monitoring/strategisch

College/Raad

adviseur Format

December 2025

voortgangsrapportage

Projectleider monitoring/

In PO

strategisch adviseur

bespreken

Trekkers opgaven (in afstemming met projectleider monitoring en strategisch adviseur)

Wethouders

Strategisch adviseur i.s.m.

In PO

trekkers opgaven

bespreken

maken Opstellen voortgangsrapportage en uitvoeringsplan 2027 Integrale beleidsbijeenkomst

Eind januari/begin

ter voorbereiding

februari

voortgangsrapportage en uitvoeringsplan 2027 Concept

Maart 2026

voortgangsrapportage en uitvoeringsplan 2027 Sessie met partners sociale

Maart 2026

Trekkers opgaven (in

basis o.b.v. concept

afstemming met

uitvoeringsplan 2027

strategisch adviseur)

Inrichten verbetercyclus Rol accounthouders

November 2025

Teamleider

December 2025

Strategisch adviseur

December 2025

Strategisch adviseur

uniformeren Rapportagemomenten en format partners uniformeren Aanpak inwonersparticipatie Opstellen uniforme vragenlijst (gerelateerd aan de opgaven) die sociale partners kunnen uitvragen aan inwoners

53

einde dag betrekken

Met IPR een plan opstellen

Maart 2026

Strategisch adviseur

Voorstel

voor inwonersparticipatie bij

bespreken in

evaluatiemomenten visie

PO

Inzet afwegingskader We prioriteren het bestaande

Februari 2026

Beleidsadviseurs sociaal domein (incl. sport, onderwijs, cultuur)

Doorlopend

Betrokken beleidsadviseurs

November 2026

Betrokken beleidsadviseurs en strategisch adviseur

Doorlopend

Strategisch adviseur

aanbod op basis van afwegingskader. Daar waar prioriteit laag is wegen we af welk aanbod vervalt, wordt aangepast of wordt vervangen door nieuw

Voorstel bespreken in PO en laten vaststellen als bijlage van uitvoeringsplan 2027 in college

aanbod (nieuw voor oud) (februari 2026) Inzet afwegingskader bij het behandelen aanvragen voor het Innovatiefonds Inzet afwegingskader bij het behandelen van de subsidieaanvragen van de professionele maatschappelijke partners via de wegingstafel om budget te verdelen Versterken samenwerken fysiek domein In kaart brengen van de versterkingsmogelijkheden tussen sociaal en fysiek domein

54

Uitkomst bespreken in PO en vaststellen in college

Bijlage A. Sturingskader Zoals beschreven in het uitvoeringsplan bestaat het sturingskader uit:

•

De 5 opgaven uit de visie sociaal domein

•

De doelen per opgave met bijbehorende maatschappelijke resultaten

•

Indicatoren behorend bij de doelen

•

Inwonerservaringen

In onderstaande tabel zijn per opgave het doel (en bijbehorende maatschappelijk resultaten) en de indicatoren opgenomen. Op elke opgavedoel wordt ook inwonerservaring uitgevraagd via de partners. Hoe hebben zij het aanbod ervaren, heeft het effect opgeleverd en wat zijn verbeterpunten. Zo blijven we samen leren en ontwikkelen.

Opgave 1: Gezonde leefstijl Doel IVSD

Maatschappelijk resultaat

Indicatoren

Bron + frequentie

Kinderen groeien gezond op

Meer kinderen hebben een gezond gewicht

•

% Overgewicht (inclusief obesitas) bij kinderen % Overgewicht (inclusief obesitas) bij jongeren (16-25 jaar)

•

% Jongeren dat wekelijks rookt % Jongeren dat wekelijks vapet % Laatste 4 weken alcohol gedronken % Laatste 4 weken wiet of hasj gebruikt % Ooit harddrugs gebruikt

•

Jongeren gebruiken minder middelen

•

• • • • •

•

•

Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg (DDJGZ) (2 tot 11 jaar) GGD Gezondheids-monitor jongvolwassenen (16-25 jaar) 1x per 4 jaar GGD Gezondheids-monitor jongvolwassenen (16-25 jaar) 1x per 4 jaar GGD Gezondheidsmonitor jeugd (1316 jaar) 1x per 4 jaar

55

Jongeren bewegen meer

Meer kinderen/jongeren slapen voldoende Meer kinderen eten gezond en drinken voldoende water

•

Meer jongeren bewegen dagelijks minimaal een uur

•

•

• • •

•

Volwassenen en ouderen zijn vitaal

Meer volwassenen en ouderen bewegen en sporten voldoende

• • • •

Meer volwassenen en ouderen hebben een gezond gewicht

• •

% Voldoet aan richtlijn voor voldoende uren slaap % Gezonde voedingsgewoonten (10-11 jarigen) en (13-16 jaar)

•

% Jongeren dat dagelijks minstens 1 uur beweegt (13-16 jaar en 16-25 jaar) % Sport minimaal wekelijks bij een vereniging (13-16 jaar en 16-25 jaar) % Wekelijks actief in de vrije tijd (sport en bewegen) (13-16 jaar en 16-25 jaar) % kinderen (0-4 en 5-9 en 10-14) met een lidmaatschap bij eén of meer sportbonden in Soest % jongeren (15-19 en 20-24) met een lidmaatschap bij eén of meer sportbonden in Soest

•

% Volwassenen (18-64 jaar en 64+) dat eigen gezondheid als goed ervaart % Sport minimaal wekelijks (18-64 jaar en 64+) % Voldoet aan de beweegrichtlijn (18-64 jaar en 64+) % volwassenen en senioren (24-95+) met een lidmaatschap bij eén of meer sportbonden in Soest

•

% Gezond gewicht (18-64 jaar en 64+) % Overgewicht (incl. ernstig gewicht) (18-64 jaar en 64+)

•

•

• • •

•

• •

GGD Gezondheidsmonitor Jeugd (1316 jaar) 1x per 4 jaar GGD Gezondheidsmonitor Jeugd 1x per 4 jaar

GGD Gezondheidsmonitor jeugd (1316 jaar) 1x per 4 jaar GGD Gezondheids-monitor Jongvolwassenen (16-25 jaar) 1x per 4 jaar GGD Gezondheidsmonitor jeugd (1316 jaar) GGD Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jaar)1x per 4 jaar KISS Rapportage jaarlijks

GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en senioren GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en senioren 1x per 4 jaar KISS rapportage jaarlijks

GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en senioren 1x per 4 jaar

56

Meer volwassenen en ouderen roken niet en drinken max. 1 glas alcohol per dag

• •

% Rookt (18-64 jaar en 64+) % Voldoet aan richtlijn 1 glas per dag (18-64 jaar en 64+)

•

GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en senioren 1x per 4 jaar

Opgave 2: Bestaanszekerheid Doel IVSD Inwoners hebben voldoende middelen om te rond te komen en mee te doen

Maatschappelijk resultaat Minder kinderen groeien op in armoede

Indicatoren • % kinderen (0-18 jaar) dat opgroeit in armoede • % huishoudens met en zonder kinderen (0-18 jaar) met een inkomen tot 130% van het wsm50 • % inwoners met kinderen (0-18 jaar) dat gebruik maakt van een regeling, met een inkomen tussen 100 en 130% van het wsm.

Minder inwoners hebben problematische schulden

• •

Minder inwoners ervaren financiële stress

• •

•

% inwoners (18 jaar en ouder) met problematische schulden % inwoners (18 jaar en ouder) met en zonder kinderen met problematische schulden in schuldhulpverleningstraject % inwoners (18 jaar en ouder) dat stress door geldzaken ervaart % Inwoners (18 jaar en ouder) onder de armoedegrens % huishoudens met langdurig een laag inkomen

•

Bron + frequentie • CBS (jaarlijks) • CBS/Armoedemonitor (Nibud/Kwiz)

• •

CBS (jaarlijks) Eemkracht/Welzin/ specialistische Schulddienstverlening (jaarlijks)

•

GGD Gezondheidsmonitor volwassenen ouderen (1 x per 4 jaar)

• •

CBS (jaarlijks) Nationale monitor Geldzorgen 2 x per jaar. Nationale Monitor Geldzorgen Wijzer in geldzaken

% inwoners dat aangeeft grip te hebben op hun geldzaken

50

Wettelijk sociaal minimum

57

Werken loont en is ook voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bereikbaar

Minder mensen maken gebruik van een bijstandsuitkering

Aantal inwoners (18-67 jaar) met

•

CBS StatLine (jaarlijks)

bijstandsuitkering •

% inwoners met bijstandsuitkering t.o.v. de totale groep 18-67 jaar

Meer inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt stromen uit naar betaald werk

Iedereen heeft toegang tot betaalbare en passende zorg of ondersteuning

•

Meer inwoners met een beperkte zelfredzaamheid weten waar zij terecht kunnen voor ondersteuning en zorg

•

Eemkracht (jaarlijks)

parttime als fulltime) •

% uitstroom naar beschut werk

•

% uitstroom loonkostensubsidie

•

% uitstroom naar sociale werkvoorziening

•

% inwoners (18 jaar en ouder) met een dat aangeeft te weten waar zij terechtkunnen voor ondersteuning of zorg % inwoners (18 jaar en ouder) weet waar ze moeten zijn voor hulp % inwoners (18 jaar en ouder) met een beperkte zelfredzaamheid dat aangeeft te weten waar zij terechtkunnen voor ondersteuning of zorg Wachttijden Eemkracht

• •

Meer inwoners ontvangen tijdig passende zorg of ondersteuning

% uitstroom doelgroep naar werk (zowel

•

•

Clientervaringsonderzoek (WMO)

Eemkracht (halfjaarlijks)

58

We voorkomen huisuitzettingen

Meer inwoners in een kwetsbare positie behouden hun woning

• • • • • •

• • Inwoners wonen zoveel mogelijk passend en zelfstandig

Meer ouderen blijven zelfstandig wonen in passende huisvesting

• • • • • •

Meer jongeren maken, indien nodig met ondersteuning, gebruik van mogelijkheden om passend en zelfstandig te wonen.

• •

•

• • •

Aantal huisuitzettingen Aantal succesvolle ViA trajecten Aantal voorkomen huisuitzettingen Aantal succesvolle interventies na vroegsignalering Aantal signalen betalingsachterstanden succesvol opgepakt Aantal inwoners (18 jaar en ouder) met betalingsachterstanden huur van meer dan 1 maand. Aantal dreigende huisuitzettingen Aantal huisuitzettingen zonder voorafgaand hulptraject % beschikbare sociale huurwoningen voor inwoners 65+ Aantal ingezette woonvoorzieningen voor koop en huurwoningen Aantal 0-treden woningen Aantal geclusterde woningen Aantal zorggeschikte woningen Aantal toegepaste doorstroom (Groot naar Beter regeling Zelfstandig wonend 70+ Aantal jongeren (18–25 jaar) dat jaarlijks doorstroomt naar passend en zelfstandig wonen. % jongeren (18-25 jaar) dat, indien nodig met ondersteuning, zelfstandig woont. Aantal kamers met aandacht Aantal doorstroommogelijkheden Aantal sociale huurwoningen tot 23 jaar

• • •

VPS/BBS/ViA GGD VPS systeem/Welzin Jaarlijks en tussentijds Verhuurders/Gemeente Soest GGD Jaarverslag Verhuurders/Gemeente Soest

• • • • • •

Jaarverslag Verhuurders Zorgmonitor BBS-Eemkracht Gemeente Soest jaarlijks Zorgmonitor Eemkracht Monitor Woningnet jaarlijks Burgerpeiling (1x per 3 jaar)

• •

Verhuurders

59

Meer inwoners stromen vanuit ondersteuning met noodzakelijk verblijf door naar een passende woning

•

Minder inwoners maken gebruik van zwaardere vormen van zorg en opvang.

•

•

• •

Aantal inwoners uitgestroomd vanuit ondersteuning met noodzakelijk verblijf een instelling naar een woning in Soest Aantal afgegeven urgentieverklaringen voor uitstroom. Aantal inwoners met een Wmo-indicatie voor begeleiding Aantal verwijzingen door de sociale teams naar aanbod in de sociale basis Aantal verwijzingen door organisaties in de sociale basis naar zwaardere zorg/Integrale toegang

Gemeente (halfjaarlijks)

Gemeente Soest/WMO cijfers jaarlijks

Opgave 3: Mentale weerbaarheid Doel visie

Maatschappelijk resultaat

Indicatoren

Inwoners hebben regie over hun eigen leven

Meer inwoners zijn zelfredzaam

• • • • •

Meer inwoners weten waar zij terecht kunnen voor hulp en ondersteuning

•

Bron + frequentie

% Inwoners met matig tot veel regie op eigen leven (18-64 jaar en 65+) % jongeren (13-16 jaar) dat veerkrachtig is % volwassenen (18-65 jaar) dat veerkrachtig is % ouderen (65+) dat veerkrachtig is % inwoners (18 jaar en ouder) dat zelfredzaam is.

• •

% inwoners (18 jaar en ouder) dat weet waar ze

Burgerpeiling (1x per 3 jaar)

•

Gezondheidsmonitor Soest Gezondheidsmonitor volwassenen en senioren GGD 1xper 4 jaar Burgerpeiling (1x per 3 jaar)

moeten zijn voor hulp

•

% inwoners (18 jaar en ouder) dat tevreden is over de zorgvoorzieningen in de gemeente

Meer inwoners hebben een steunnetwerk of worden geholpen met de opbouw daarvan

•

% inwoners (18 jaar en ouder) dat aangeeft

Burgerpeiling (1x per 3 jaar)

minimaal 1 belangrijke vriend/vriendin te hebben

60

Jongeren en 65plussers voelen zich niet eenzaam

Meer inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn worden opgemerkt (outreachend)

•

% inwoners (18 jaar en ouder) dat wordt bereikt door outreachende activiteiten

Burgerpeiling (1x per 3 jaar)

Meer jongeren voelen zich gesteund door mensen in hun omgeving

•

% inwoners (vanaf 18 jaar) dat zich eenzaam voelt % Jongeren (13-16 jaar) dat zich eenzaam voelt % Jongeren (16-25 jaar) dat zich eenzaam voelt

• •

% jeugdigen dat bij iemand terecht kan met een probleem % jongeren dat iemand heeft om naartoe te gaan bij problemen % 65+ers dat zich eenzaam voelt % 65-plussers dat het gevoel heeft buiten de samenleving te staan % 65-plussers dat sociale steun krijgt van omgeving % 65-plussers dat praktische steun krijgt van omgeving % 65-plussers dat emotionele steun krijgt van omgeving Aantal jongeren (16-20 jaar) dat deelneemt aan ontmoetingsactiviteiten in sociale basis

•

• • • • Minder 65-plussers hebben het gevoel buiten de samenleving te staan

• • • • •

Jongeren hebben vertrouwen in de toekomst

•

Burgerpeiling 5.5 (1x per 3 jaar) Gezondheidsmonitor jeugd GGD (13-16 jaar) 1x per 4 jaar Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25-jarigen) 1x per 4 jaar Gezondheidsmonitor jeugd GGD (13-16 jaar) 1x per 4 jaar Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jarigen) 1x per 4 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen en Senioren GGD 1x per 4 jaar Burgerpeiling 1x per 3 jaar

•

Verantwoordingen partners

•

• •

Meer jongeren nemen deel aan aangeboden sociale activiteiten gericht op ontmoeting in sociale basis Meer 65-plussers nemen deel aan sociale activiteiten gericht op ontmoeting in sociale basis

•

•

Aantal 65-plussers dat deelneemt aan ontmoetingsactiviteiten in sociale basis

•

Verantwoordingen partners

Meer jongeren hebben passende huisvesting

•

Aantal jongeren (18–25 jaar) dat jaarlijks doorstroomt naar passend en zelfstandig wonen.

•

Woningcorporaties en gemeentelijke gegevens

61

•

• • • Meer kinderen hebben een kansrijke startpositie op de arbeidsmarkt, d.w.z. minimaal een startkwalificatie (HAVO of MBO-2) Meer jongeren hebben vertrouwen in de toekomst

•

• •

Jongeren ervaren geen overmatige stress en voelen zich goed

Minder jongeren voelen zich gestrest

• • • •

Minder jongeren ervaren prestatiedruk

• •

Meer jongeren zijn weerbaar

• •

Meer jongeren hebben het gevoel zichzelf te kunnen zijn

•

% jongeren (18-25 jaar) dat, indien nodig met ondersteuning, zelfstandig woont. Aantal kamers met aandacht Aantal doorstroommogelijkheden Aantal sociale huurwoningen tot 23 jaar % Nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23jarigen)

•

CBS (jaarlijks)

% jongeren dat vertrouwen heeft in de toekomst % jongeren vinden dat hun leven betekenis en doel heeft % Jongeren dat zich (zeer) vaak gestrest voelt % Jongeren dat zich (heel) vaak gestrest voelt % Jongeren dat het niet moeilijk vindt om stressvolle gebeurtenissen te doorstaan % Jongeren dat zorgen heeft over werkgelegenheid, de woningmarkt en over maatschappelijke thema’s % Jongeren dat prestatiedruk ervaart (13-16 jaar) % Jongeren dat (redelijk) hoge prestatiedruk ervaart (16-25 jarigen)

•

Gezondheidsmonitor jeugd GGD (13-16 jaar) 1x per 4 jaar

•

Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jarigen) 1x per 4 jaar

•

Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jarigen) Gezondheidsmonitor jeugd GGD (13-16 jaar)

% jongeren dat voldoende weerbaar is (13-16 jaar) % Jongeren dat voldoende weerbaar is (16-25 jaar)

•

% jongeren (16-25 jaar) dat meestal tot altijd het gevoel heeft zichzelf te kunnen zijn

•

•

•

Gezondheidsmonitor jeugd GGD (13-16 jaar) Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jarigen) Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jarigen)

62

Opgave 4: Kansengelijkheid Doel visie

Maatschappelijk resultaat

Indicatoren

Bron + frequentie

Ieder kind heeft een kansrijke start

Meer gezinnen hebben voldoende bestedingsbudget om rond te komen (de indicatoren zijn ook opgenomen onder de opgave Bestaanszekerheid)

•

% kinderen dat opgroeit in armoede (0 tot 18 jaar) % inwoners met kinderen (0-18 jaar) dat gebruik maakt van een inkomensondersteunende regeling, met een inkomen tussen 100% en 130% van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) % huishoudens met kinderen (0-18 jaar) met een inkomen tot 130% van het WSM. % inwoners met kinderen (0-18 jaar) met problematische schulden in schuldhulpverleningstraject

•

% doelgroepbereik voor- en vroegschoolse educatie (2 t/m 6 jarigen) % jeugdigen dat de laatste 4 weken heeft gespijbeld (12 t/m 16-jarigen)

Peutermonitor (per kwartaal) Gezondheidsmonitor jeugd GGD (1 x per 4 jaar), Leerplicht-administratie

•

% nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23jarigen)

CBS (jaarlijks) Burgerpeiling (1 x per 3 jaar)/DUO/Ingrado

•

Aantal activiteiten voor gezinnen gericht op sociaal netwerk (incl. aantal deelnemers)

Partners in de sociale basis - jaarlijks

•

% kinderen met jeugdhulp (0 tot 18 jaar) (trend) % Jeugdigen (12 t/m 16-jarigen) dat met een probleem terecht kan bij zijn of haar ouders % Jeugdigen (12 t/m 16-jarigen) dat bij iemand terecht kan met een probleem

Waarstaatjegemeente.nl (halfjaarlijks) Gezondheidsmonitor jeugd GGD (1 x per 4 jaar),

•

• • Meer kinderen hebben een doorgaande educatieve ontwikkellijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=623f949e-67a7-45c2-bfc4-e5441a6dc2ff