Uitkomsten meicirculaire en gemeentefond 2024 uitgebreide toelichting
Tekst van het document
Uitkomsten meicirculaire gemeentefonds 2024 Op 27 mei 2024 kwam de meicirculaire van het Rijk uit. Daarin staat de vertaling van de Voorjaarsnota. In dit bericht leest u wat de belangrijkste onderwerpen uit de circulaire zijn met daarbij een financieel overzicht.
Kort samengevat is de kernboodschap: Via deze meicirculaire ontvangen we minder extra financiële middelen dan waar we vooraf op hadden gerekend. In de meicirculaire 2024 heeft het Rijk de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024 ingevoerd. Het betekent dat de koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. De hieruit voortvloeiende actualisatie leidt tot een negatieve bijstelling voor onder andere loon- en prijsstijging via het zogenaamde accres van het gemeentefonds. Ten opzichte van het geschetste financiële perspectief bij de kadernota 2025 leiden de uitkomsten van deze meicirculaire alleen in 2025 tot een verbetering van het financiële beeld maar voor alle jaren vanaf 2026 tot een verdere verslechtering hiervan. Dit onderstreept de noodzaak om bestuurlijke keuzes te maken. Zeker nu er geen concreet uitzicht is op extra middelen vanuit het Rijk.
Algemene uitkering gemeentefonds Algemene mutaties Een aantal jaren gelden besloot het Rijk om de jaarlijkse groei van de algemene uitkering niet langer afhankelijk te laten zijn van de ontwikkeling van de rijksuitgaven maar te koppelen aan de (meerjarige) ontwikkeling van het Bruto binnenlands product (bbp). Doel hiervan is om een stabieler verloop van de algemene uitkering te bereiken. In de meicirculaire 2024 heeft het Rijk de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024 ingevoerd. De hieruit voortvloeiende actualisatie leidt tot een negatieve bijstelling voor onder andere loon- en prijsstijging via het zogenaamde accres van het gemeentefonds. Wij verrekenen de ontvangen loon- en prijscompensatie die we van het Rijk ontvangen met onze stelpost lonen en prijzen. Echter omdat het Rijk de loon- en prijscompensatie voor de jaren 2024 en verder heeft herrekend, komen we meerjarig niet uit met de stelposten voor loon- en prijscompensatie. Dit hebben we in de tabel van het financieel meerjarenperspectief apart zichtbaar gemaakt. Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen.
In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. Voor Soest betekent dit een voordeel vanaf 2026 van afgerond € 1,5 miljoen. Hiermee hebben we in het budgettair perspectief bij de kadernota 2025 al rekening gehouden. Het Rijk beschouwt het schrappen van de opschalingskorting als compensatie voor de negatieve effecten van de herrekening van de accressen in de algemene uitkering.
Nieuw verdeelmodel algemene uitkering Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie-uitkering. De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan is er in de meicirculaire voor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken. Dat betekent dat we voor Soest als nadeelgemeente op basis van het nieuwe verdeelmodel ook voor 2028 uit blijven gaan van de jaarlijkse compensatie zoals opgenomen in de huidige meerjarenbegroting t/m 2027. Ozb- en component huishoudens met een laag inkomen van de algemene uitkering Voor deze 2 onderdelen zijn de componenten in de algemene uitkering bijgewerkt waardoor de eerder opgenomen stelposten in de begroting nu kunnen vrijvallen voor per saldo € 0,3 miljoen met ingang van 2025. Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering.
Hiervoor wordt onder andere gekeken naar een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt. Wel hebben we in de kadernota 2025 op deze extra middelen geanticipeerd en hiervoor in het budgettair perspectief bij deze nota een aanname gedaan wat dit voor Soest aan extra middelen betekent. Plafond BTW compensatiefonds Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. De ruimte onder dit plafond wordt verrekend met het gemeentefonds. Gemeenten zijn in 2023 voor een totaalbedrag van € 573 miljoen onder dit plafond gebleven de declaraties uit het BCF. In de septembercirculaire 2023 werd hiervoor al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag is in 2024 incidenteel toegevoegd aan het gemeentefonds.
Gemeenten mogen structureel rekening houden met de ruimte onder het plafond van het jaar 2023 in de meerjarenbegroting. De provinciaal toezichthouders accepteren het opnemen van een dergelijke stelpost bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Voor Soest betekent dit een structureel bedrag van € 1,2 miljoen. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van deze financiële ruimte, houden we hiermee apart rekening in de risicoparagraaf in de komende meerjarenbegroting.
Taakmutaties Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden De Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden is in juli 2022 aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Voor deze aanpak worden via het gemeentefonds voor alle jaren middelen beschikbaar voor de investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. Voor de gemeente Soest betekent dit een bedrag van afgerond € 70.000 per jaar. In de tabel zijn de hiermee corresponderende uitgavenbudgetten opgehoogd. Uitvoeringskosten omgevingswet Bij deze circulaire wordt landelijk € 71,5 miljoen uitgekeerd zodat de gemeenten in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Voor Soest betekent dit een bedrag van € 170.000 in 2024. In de tabel is het hiermee corresponderende uitgavenbudget opgehoogd. Besparingen door het Rijk voor Jeugd In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen van het Rijk die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Uitgangspunt is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg al rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven.
Dit wordt voor 2025 nu teruggedraaid. In de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen is opgenomen dat de besparing. van € 511 miljoen op jeugdzorg ook voor 2026 en verder vervalt. Dit is uiteraard nog niet definitief en daarmee ook niet in de meicirculaire opgenomen. Dat betekent dat we voor 2025 via het gemeentefonds een extra bedrag van afgerond € 1 miljoen ontvangen waar tegenover we de geraamde besparing op jeugd voor hetzelfde bedrag weer terugdraaien. Voor de overige jaren verandert er door deze meicirculaire niets. Nog te ontvangen rijksbijdrage Jeugd De provinciaal toezichthouder gaf voor de jaren 2026 en 2027 toestemming een stelpost op te nemen ‘nog te ontvangen rijksbijdrage jeugdzorg’ van 100% van het gemeentelijk aandeel. Voor 2028 blijft onduidelijk of gemeenten 100% mogen ramen of 75% aangezien deze jaren nog niet opgenomen zijn in de richtlijnen van de provinciaal toezichthouder. Vooralsnog houden we voor 2028 rekening met hetzelfde bedrag als voor 2027 (afgerond € 0,5 miljoen). Integratie-uitkering Participatie De integratie-uitkering Participatie (Wet sociale werkvoorziening en beschut werk) is meerjarig aangepast vanwege loon- en prijsbijstelling. Hiermee is in de begroting 2025 van het RWA nog geen rekening gehouden. In de tabel zijn de hiermee corresponderende uitgavenbudgetten opgehoogd.
Financieel meerjarenperspectief In de tabel op de volgende pagina staan de effecten van de meicirculaire op ons financieel meerjarenperspectief 2024-2028. Hierbij is nog geen rekening gehouden met financiële effecten van de richtinggevende voorstellen in de kadernota 2025.
Verkenning financieel meerjarenperspectief 2024-2028 (bedragen x € 1.000) ( - = nadelig/tekort)
2024
2025
2026
2027
2028
FMP kadernota 2025 (exclusief de richtinggevende voorstellen)
-66
-1.140
-2.677
-2.024
-822
Budgettaire uitkomsten meicirculaire 2024
37
419
-825
-1.320
-1.410
Stand financieel meerjarenperspectief 2023 - 2027
-29
-721
-3.502
-3.344
-2.232
Uitkomsten meicirculaire 2024 (bedragen x € 1.000) ( - = nadelig/tekort)
2024
2025
2026
2027
2028
-151
-2.312
314
89
3.509
-1.500
-1.500
-1.500
1. Algemene Uitkering Gemeentefonds Algemene mutaties gemeentefonds (accressen, verdeelmaatstaven, overige) korting accres 2025 al meegenomen in kadernota 2025
1.500
schrappen oploop opschalingskorting al meegenomen in kadernota 2025 volume accres 2028 al meegenomen in kadernota 2025
-1.050
Verrekening stelpost lonen en prijzen
-314
-89
-3.509
Aanvulling stelpost lonen en prijzen
-556
-1.051
-91
Stelposten algemene uitkering: Plafond BCF
458
1.200
1.200
1.200
1.200
al rekening meegehouden in de begroting 2024
-270
-270
-270
-270
-270
301
301
301
301
71
71
75
75
maatstaven WOZ en huishoudens met laag inkomen
2. Taakmutaties Armoede en schulden
66
Uitvoeringskosten omgevingswet
170
Rijkstaakstelling: voordeel algemene uitkering, nadeel budget jeugd
1.035
Participatie (via RWA)
317
212
206
181
20
af: corresponderende uitgavenbudgetten
-553
-1.318
-277
-256
-95
37
419
-825
-1.320
-1.410
TOTAAL UITKOMSTEN