Programma-opdracht Huisvesting aandachtsgroepen en opvang vluchtelingen en asielzoekers
Tekst van het document
Programma-opdracht
Opvang vluchtelingen & Huisvesting starters, statushouders en spoedzoekers
1
Datum: Status: Programmanummer: Programmamanager: Ambtelijk opdrachtgever: Bestuurlijk opdrachtgever:
11 januari 2024 Definitief 687492 Margo van Staveren Mieke Lodders Karin Scholten
2
3
INHOUDSOPGAVE 1.
Inleiding .................................................................................................................... 4 1.1 1.3
2.
Aanleiding............................................................................................................. 4 Leeswijzer ............................................................................................................ 4
Opgave, toetsingskaders, randvoorwaarden ............................................................. 5 2.1 2.2 2.3
3.
Opdrachtformulering .............................................................................................. 5 Toetsingskaders .................................................................................................... 5 Randvoorwaarden ............................................................................. 7
Projecten, aanpak en uitvoering ................................................................................ 8 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4.
Beschrijving van de projecten ................................................................................. 8 Aanpak en planning ............................................................................................... 9 Budget ................................................................................................................ 10 Risico’s en succesfactoren ...................................................................................... 10 Rol gemeenteraad................................................................................................. 11 Communicatie en participatie 11
Organisatie .............................................................................................................. 11 4.1 4.2
Programmaorganisatie .......................................................................................... 11 Overlegstructuur................................................................................................... 12
Bijlagen .......................................................................................................................... 13 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Definities ............................................................................................................. 14 Relevante beleidsdocumenten ................................................................................ 15 De Utrechtse Aanpak ............................................................................................ 16 Cijfers taakstelling en opgaven doelgroepen ............................................................. 17 Kernboodschappen................................................................................................ 18 Taakomschrijvingen programmateam ...................................................................... 19
4
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Meer betaalbare woningen Door de krapte op de woningmarkt lukt het veel mensen niet om een goede en betaalbare woning te vinden. Vooral starters op de woningmarkt moeten lang wachten op een woning. De komende jaren werkt de gemeente Soest in lijn met het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag!’ aan een versnelling van diverse woningbouwprojecten. Zowel de besluitvorming over locaties als ook de ontwikkelingen zelf zijn complex en hebben een lange doorlooptijd. De gemeente zet daarom naast de plannen voor permanente bouw, in op het realiseren van tijdelijke huurwoningen om de krapte deels op te vangen. Het college nam in april 2023 het besluit (zaaknummer 508204) tot het verkennen van locaties voor tijdelijke woningbouw. Daarbij zijn ook toetsingskaders beschreven voor het maken van locatiekeuzes. In de voorjaarsnota zijn middelen beschikbaar gesteld voor ambtelijke capaciteit. Inmiddels is er een programma-organisatie ingericht en is er een start gemaakt met de verkenning. Opvang vluchtelingen en asielzoekers De gemeente heeft naast het realiseren van voldoende woningen, ook een opgave m.b.t. het huisvesten van statushouders en het opvangen van asielzoekers, alleenstaande minderjarige vluchtelingen en Oekraïense vluchtelingen.
Het vraagstuk over hoeveel mensen er in Nederland opgevangen moeten worden is actueel, maar de beantwoording van deze vraag ligt niet bij gemeenten. Gemeenten staan echter wel aan de lat voor het opvangen van vluchtelingen die al in Nederland zijn. Het college van de gemeente Soest vindt dat Soest daaraan een proportionele bijdrage moet leveren. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid die we, volgens een solidaire verdeling tussen Utrechtse gemeenten, willen nemen. We willen daarbij zelf regie houden, vooraf bepalen welke toetsingskaders we hanteren en hoe we de opvang in willen bedden in de lokale samenleving. Dat komt de kwaliteit van de opvang én het maatschappelijk draagvlak ten goede. De gemeente Soest vangt vluchtelingen nu op diverse noodopvanglocaties op, die tot begin 2025 beschikbaar zijn. Voor de periode daarna moeten nieuwe plekken worden gevonden, de voorbereidingen daarvoor treft het college in 2024. Daarvoor is extra ambtelijke capaciteit nodig. De Utrechtse Aanpak In provinciaal verband wordt nauw overlegd over de mogelijkheden die we in onze provincie hebben om asielzoekers, vluchtelingen en statushouders op een passende wijze op te vangen of te huisvesten. Dit gebeurt via de Provinciale Regietafel (PRT).
Omdat al deze doelgroepen gebruik maken van dezelfde faciliteiten en ruimte in de gemeenten, vinden we het met elkaar niet meer dan logisch om alle doelgroepen gezamenlijk te voorzien van opvang of huisvesting. De provincie Utrecht heeft het initiatief genomen om samen met 26 Utrechtse gemeenten een plan te maken dat voorziet in vijf toetsingskaders, waaraan het college van Soest zich committeert. De toetsingskaders worden in paragraaf 2.2. toegelicht. Aanleiding voor de Programma-opdracht Het realiseren van tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen is een brede maatschappelijke opgave. De opgave omvat ruimtelijke-, maatschappelijk-, financiële- en organisatorische elementen. Er wordt bovendien samengewerkt met vele externe partijen rond wettelijke taken zoals het regelen van passend onderwijs, zorg, inburgering en openbare orde en veiligheid. Om die reden geeft het college opdracht aan de ambtelijke organisatie om de opgaven in samenhang op te pakken en programmatisch aan te sturen. Zo kan efficiënt worden gewerkt en kunnen afwegingen integraal worden gemaakt. In voorliggende programma-opdracht zijn de opgaven en projecten beschreven die binnen het programma vallen, inclusief toetsingskaders, scope en aanpak.
1.2
Leeswijzer
Het eerste deel van dit document geeft een beschrijving van de brede opgave, toetsingskaders en randvoorwaarden. Het tweede deel van dit document gaat in op de projecten die binnen de opgave vallen, de organisatie, planning en risico’s. In deel 3 zijn bijlagen opgenomen met definities, relevante beleidsdocumenten en cijfermatige onderbouwing van de opgave.
5
Deel 1
2.
Opgave, toetsingskaders en randvoorwaarden
2.1
Bestuurlijke opdracht
Het college geeft de opdracht om het realiseren van tijdelijke woningen voor het huisvesten van starters, spoedzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne én het realiseren van opvangplekken voor vluchtelingen in samenhang op te pakken middels een programmatische aanpak. Het programma omvat de volgende opgaven: 1. Het beheer van de huidige nood-opvanglocaties voor asielzoekers en vluchtelingen uit Oekraïne conform de diverse daarvoor afgesloten overeenkomsten. 2. De coördinatie rond het huisvesten van statushouders volgens de wettelijke taakstellingen. 3. In lijn met het coalitieakkoord met betrekking tot het versnellen van bouwprojecten, tijdelijke woningen te doen realiseren voor starters, spoedzoekers, statushouders en vluchtelingen uit Oekraïne, verspreid over diverse locaties. 4. In lijn met de Utrechtse Aanpak1 voldoende opvangplekken realiseren voor asielzoekers die voor de middellange termijn beschikbaar zullen zijn. 5. De gemeentelijke taken m.b.t. onder meer onderwijs, zorg en inburgering integraal mee te nemen in de voorbereiding van de te ontwikkelen locaties. Motivatie integrale aanpak De integrale aanpak moet een efficiënte werkwijze bevorderen en zo bijdragen aan de volgende vier doelstellingen: 1. Integrale afwegingen maken voor: a. Het ruimtegebruik in Soest en Soesterberg. b. Verdeling van woon- en opvanglocaties onder diverse doelgroepen c.
De geschiktheid van locaties per doelgroep (voorzieningen, inpassing). d. Gemeentelijke taken die horen bij het opvangen en huisvesten van doelgroepen voor de middellange termijn (onderwijs, zorg en welzijn, integratie, etc.) 2. Financieringsstromen efficiënt benutten om zo meerdere doelgroepen te faciliteren middels Rijkssubsidies 3. Integrale samenwerking bevorderen om kennis en capaciteit efficiënt in te zetten 4. Kennis borgen en overdracht aan de staande organisatie.
2.2
Toetsingskader
In deze paragraaf staat het toetsingskader die het college hanteert bij het realiseren van de opgave. Deze zijn gebaseerd op bestaand beleid, kaders en eerder door het college vastgestelde toetsingskaders. De Integrale Visie Sociaal Domein 2024-2028, de Omgevingsvisie, de prestatieafspraken met corporaties van 2024 tot en met 2026, het Masterplan Wonen, de Regiodeal Amersfoort en de Utrechtse Aanpak m.b.t. de asielketen zijn hier relevant. Algemene toetsingskaders voor de opgave 1. Toekomstgericht De gemeente Soest handelt toekomstgericht aan de opvang- en woonvraagstukken voor alle in deze notitie genoemde doelgroepen. Dat betekent dat Soest op een proactieve, realistische wijze werkt aan de uitdagingen die het woningtekort en migratie met zich meebrengen. 2.
Het college zorgt voor een passende verdeling van de tijdelijke woningen onder diverse doelgroepen (starters, spoedzoekers, statushouders, vluchtelingen uit Oekraïne). Met passend bedoelen we dat we ernaar streven om met de tijdelijke woningen onze wettelijke taakstellingen in te vullen en tegelijk de mogelijkheden benutten om ook starters en spoedzoekers versneld meer woningen aan te bieden.
1
Toelichting op de Utrechtse Aanpak in paragraaf 2.2
6
3.
Omgevingsvisie We sluiten aan op de toetsingskaders in de Omgevingsvisie (woonomgeving, waardevol groen, klimaat robuust).
4.
Permanente bouw niet vertragen We gebruiken locaties waar in de toekomst permanente woningbouw kan komen. De realisatie van tijdelijke bouw mag permanente bouw niet vertragen.
5. Gemengde wijken We streven naar gemengde wijken, waarbij we oog hebben voor leefbaarheid en draagkracht van de wijken. 6. Maatschappelijke inbedding Het college erkent het cruciale belang van maatschappelijke inbedding. Dat betekent dat: a. We kiezen voor kleinschalige locaties in wijken om de integratie te bevorderen b. Beleid zoveel als mogelijk in lijn is met de wensen en voorkeuren van mensen in de ontvangende samenleving c. Beleid gericht is op wederkerige relaties tussen de huidige inwoners en maatschappelijke organisaties enerzijds en nieuwkomers anderzijds. 7. Inclusie De gemeente Soest is een inclusieve samenleving waar iedereen kan meedoen en niemand wordt gediscrimineerd. We willen dat: a. Minderheden zich veilig voelen in onze gemeente; b. Kwetsbare inwoners meedoen in onze samenleving; c. Inwoners met verschillende achtergronden verbinding met elkaar zoeken. Tijdspad 8. De tijdelijke woningen en opvanglocaties worden in het voorjaar van 2025 opgeleverd i.v.m. het aflopen van de contracten met de noodopvanglocaties. 9. Toetsingskaders voor de opvang van vluchtelingen en asielzoekers (de Utrechtse Aanpak) De Utrechtse Aanpak is tot stand gekomen in samenwerking met de provincie en 26 gemeentes. De aanpak gaat uit van een solidaire verdeling van de opvang van asielzoekers tussen gemeenten naar rato van het aantal inwoners.
De samenwerking berust op de volgende vijf pijlers: a.
Maat en schaal opvangvoorziening passend bij draagkracht Een opvangvoorziening met maat en schaal die aansluit bij de draagkracht in de buurt/wijk, kern, stad of intergemeentelijke samenwerking. Dit schept betere voorwaarden voor een succesvolle ‘landing’, ook in de zin van een goede maatschappelijke inbedding van de opvangvoorziening. Zeker in Utrecht, met relatief korte afstanden tussen kernen, is er de mogelijkheid van het werken met ‘satelliet-locaties’ die voor (een deel van) de voorzieningen aangewezen zijn op een naburige ‘moederlocatie’.
b.
Gemengde woonvormen Indien het op locatie mogelijk is realiseren we gecombineerde woonvormen van opvang en (tijdelijke) huisvesting. Hierbij wonen verschillende doelgroepen (asielzoekers, statushouders, spoedzoekers, studenten, jongeren, starters, etc.) samen. Het draagt bij aan integratie, woonkwaliteit, community-vorming en (lokaal) draagvlak. Dit is goed voor nieuwkomers en bestaande bewoners.
c.
Inbedden van maatschappelijke functies Maatschappelijke functies opnemen in de opvang zelf of in de directe omgeving (of omgekeerd het situeren van opvang in de nabijheid van bestaande maatschappelijke functies) biedt meerwaarde voor zowel de mensen in de opvang als voor inwoners uit de omgeving. Hierbij wordt ook gekeken naar behoeftes over de gemeentegrenzen heen. Te denken valt aan een kinderspeelplaats, gemeenschapsruimte of buurthuis-functie, ruimte voor scholing/training/opleiding, steunpunt toeleiding naar (vrijwilligers)werk, maar ook aan mogelijkheden voor (buurt)bewoners voor het opzetten van kleine bedrijfjes zoals een koffiepunt/catering, een kapperszaak of fietsenmaker.
d.
Regionale doorstroming Utrecht hanteert het principe “kom je in Utrecht, dan blijf je in Utrecht”. Een asielzoeker,
7
indien succesvol in de asielprocedure, stroomt als statushouder uit in de regio. Ook dit draagt bij aan integratie en inburgering, kansen op opleiding, opbouwen van netwerk, en mogelijkheden tot werk – zeker in combinatie met de pilot arbeidsgerichte asielprocedure (zie randvoorwaarden 3). Ook stimuleert dit gemeenten om gezamenlijk afspraken te maken over bijvoorbeeld (voor-) inburgering, wanneer zij weten dat mensen uit een naburig AZC straks als statushouder in hun gemeente komen te wonen. e.
2.3
Intergemeentelijke samenwerking Op steeds meer onderdelen komt regionale samenwerking van de grond en komen intergemeentelijke afspraken tot stand. Gemeenten werken samen op het gebied van werk, onderwijs en zorg om meer en betere voorzieningen te realiseren. Er vindt structureel overleg plaats tussen gemeenten om de huisvesting van statushouders te matchen met de beschikbare woningen.
Randvoorwaarden
Voor de realisatie van het programma werken we met de volgende randvoorwaarden: 1. Financiering: het Rijk maakt de realisatie mogelijk door het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen. Het betreft ondersteuning van gemeenten bij het verduurzamen van de opvang voor ontheemden uit Oekraïne en het rondkrijgen van business cases voor de transitiekosten die nodig zijn. Daarnaast kunnen gemeenten een beroep doen op de nieuwe stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen. (Kamerstuk 5008023, 3-11- 2023). 2. Samenwerking maatschappelijke organisaties: voor het succesvol huisvesten en opvangen van de diverse doelgroepen is intensieve samenwerking nodig met tal van organisaties. Onderwijs en zorg moet aan de voorkant geregeld worden en de samenwerking met partneroverheden en maatschappelijke partners zoals COA, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, sportclubs, verenigingen, werkgevers en vluchtelingenwerk zijn rand voorwaardelijk. 3. In samenspraak met de samenleving: de inbreng van de samenleving moet een belangrijke bijdrage leveren aan de voorbereiding en besluitvorming rond de projecten. Per locatie/project wordt een participatieplan opgesteld met heldere kaders, zodat inwoners en belanghebbenden vooraf weten wat de beleidsruimte is en op welke wijze hun inbreng wordt gewogen. 4. Bedrijfsvoering: we werken volgens de toetsingskaders m.b.t.
bedrijfsvoering in de notitie Bouwen aan vertrouwen.
Afb 1: Toetsingskaders notitie Bouwen aan vertrouwen
8
Deel 2
3.
Projecten, aanpak en uitvoering
3.1
Beschrijving projecten
Binnen de opgave wordt gewerkt aan tijdelijke woningen en opvangplekken voor de middellange termijn. Tegelijkertijd werken we aan de uitvoering van taken m.b.t. de huidige noodopvanglocaties in de gemeente Soest en de taakstellingen voor het huisvesten van statushouders. Ontwikkel- en realisatieopgave (middellange termijn) Realisatie tijdelijke woningen Het college geeft opdracht om tijdelijke (5-15 jaar) huurwoningen te realiseren voor de huisvesting van ca. 250 starters, spoedzoekers, statushouders en vluchtelingen uit Oekraïne. Het gaat om kleinschalige locaties op verschillende plekken binnen de gemeente, waarbij de mogelijkheid wordt onderzocht om doelgroepen te mengen. Een aantal locaties wordt daarvoor onderzocht (ruimtelijk, technisch, maatschappelijke inpassing, businesscase, participatie). Na afronding van de onderzoeken wordt het college om een besluit gevraagd over realisatie. Het college realiseert zich dat met het ontwikkelen van woningen voor 250 mensen het woningtekort niet wordt opgelost. Met ruim 2000 starters die een woning zoeken, ca 100 statushouders waarvoor de gemeente een taakstelling heeft en (op dit moment) ca 200 ontheemden uit Oekraïne die vanaf 2025 een nieuwe woonplek nodig hebben, is er meer nodig2.
Het huisvesten van 250 mensen lijkt echter op dit moment, middels de huidige regelingen (Rijkssubsidies) en binnen de huidige organisatorische context, haalbaar. Zo maakt het college in 2024 een start om samen met de corporaties, de druk enigszins te verlichten op de sociale woningvoorraad. In de loop van 2024 zal beoordeeld moeten worden of het wenselijk en haalbaar is dit aantal bij te stellen. Realisatie opvanglocaties asielzoekers Het college geeft opdracht om samen met het COA opvangplekken te realiseren voor asielzoekers voor een periode van 5 jaar. Het aantal gevraagde plekken fluctueert, maar zal in de geest zijn van de Utrechtse Aanpak, met een solidaire verdeling van opvangplekken tussen Utrechtse gemeenten (toelichting in bijlage 2). De vijf pijlers zoals beschreven in paragraaf 2.2. zijn daarbij leidend. Omdat er in Zeist (grenzend aan Soesterberg) al een opvanglocatie is, wordt bij het zoeken naar opvanglocaties in de gemeente Soest, Soesterberg buiten beschouwing laten. Het COA startte dit najaar een onderzoek naar de geschiktheid van de locatie Open Hof voor de opvang van asielzoekers voor een periode van 5 jaar. De gemeente werkt mee aan dit onderzoek en kijkt daarbij ook naar mogelijkheden om doelgroepen te mengen. De gemeente hanteert daarbij de toetsingskaders zoals beschreven in paragraaf 2.2. en de nog op te stellen toetsingskaders.
Het gesprek met de samenleving is hierbij ook relevant. Mocht blijken dat deze locaties niet geschikt is, dan zal de gemeente samen met het COA andere locaties onderzoeken. In uitvoering (korte termijn) Noodopvang Fletcher In het Fletcher Hotel is een noodopvang gerealiseerd voor 90 asielzoekers. Deze tijdelijke locatie is beschikbaar tot 1 februari 2025. De gemeente onderhoudt contact met het COA en ondersteunt waar nodig vanuit het sociaal domein. De gemeente onderhoudt ook de contacten met de Soester samenleving, onder meer door overleg met de Klankbordgroep en het regelmatig bijwonen van bijeenkomsten voor bewoners en omwonenden.
2
Onderbouwing in bijlage 4
9
Noodopvang Oekraïense vluchtelingen Voor ca 200 vluchtelingen uit Oekraïne is in Soest tijdelijke noodopvang geregeld die tot begin 2025 beschikbaar is. Onder meer bij particulieren en de middels Gemeentelijke Opvang Oekraïners (een aantal woningen en recreatiepark Albertsdorp). De meeste van deze gemeentelijke locaties zijn gehuurd tot en met maart 2025. De opvang van de Oekraïense vluchtelingen is belegd bij een multidisciplinair samengesteld projectteam binnen de gemeente dat integraal verantwoordelijk is voor de uitvoering (leefgeld, onderwijs (PO/VO), leerlingenvervoer, zorg en begeleiding, Nederlandse taal, etc.). Huisvesting statushouders Het bieden van huisvesting aan statushouders is een continu proces. De gemeente heeft daarin een wettelijke taak. De gemeente werkt nauw samen met het COA en corporaties, onderwijs, zorg en maatschappelijke partners voor onder meer inburgering en werk. Ook de samenwerking tussen Utrechtse gemeenten is relevant, om passende woningen goed te verdelen. Halfjaarlijks maakt het Rijk de nieuwe taakstelling bekend per gemeente. In 2023 heeft Soest de taakstelling gehaald. De taakstelling voor de eerste helft van 2024 is 39 te huisvesten statushouders.
Met het realiseren van de tijdelijke woningen kan het huisvesten van statushouders vergemakkelijken, de druk op de reguliere sociale woningvoorraad doen afnemen en de doorstroming in de AZC’s bevorderen. Omgevingsmanagement Kamp Zeist In de gemeente Zeist is een AZC gevestigd dat direct grenst aan Soesterberg. De gemeente Soest onderhoudt hierover contacten met de gemeente Zeist en inwoners van Soesterberg i.h.k.v. de leefbaarheid in de omgeving.
3.2
Aanpak en planning
Deze paragraaf bevat een korte omschrijving van de planning van het programma, voor het ontwikkel- en realisatiedeel. Gedetailleerde planningen worden per project nader uitgewerkt. De programmaorganisatie verkent verschillende locaties en de ruimtelijke en technische mogelijkheden. Er zijn er gesprekken met het COA, BZK, de corporaties en andere partners over onder meer de samenwerking, soorten woningen, financieringsmogelijkheden en doelgroepen. Ook de te doorlopen ruimtelijke procedures brengen we in kaart. In februari verwacht de programmaorganisatie de resultaten van deze eerste verkenning te kunnen delen met het college, om vervolgens een voorstel te kunnen doen voor een geïntegreerde aanpak. Vervolgens stellen we per project een planning op voor planuitwerking (inclusief participatie) en realisatie. De totale doorlooptijd van het programma inclusief realisatiefase en overdracht naar beheerorganisatie wordt op dit moment ingeschat op 15 maanden vanaf november 2023. Fase 1: Januari 2024- mei 2024: 1. Na het vaststellen van voorliggend document door het college, wordt de raad geïnformeerd middels een kennissessie en zullen er gesprekken plaats vinden. 2. Aansluitend kan de verkenningsfase voor de diverse potentiële ontwikkellocaties worden afgerond, inclusief de eerste verkenning naar de mogelijkheden om een opvanglocatie te realiseren bij Open Hof.
De technische, financiële en maatschappelijke mogelijkheden zijn dan op hoofdlijnen in beeld en de toetsingskaders worden toegepast. 3. In maart en april gaat het college in gesprek met omwonenden van diverse projectlocaties. De opbrengsten van deze gesprekken zijn onderdeel worden meegenomen in de voorbereiding op besluitvorming over de diverse locaties. Fase 2: mei 2024- januari 2025 4. Definitieve besluitvorming over diverse projectlocaties. 5. Realisatie van tijdelijke woningen en opvanglocaties, in nauwe afstemming met maatschappelijke partners Fase 3: januari 2024- april 2025 6. Oplevering en overdracht locaties 7. Overgang van noodopvanglocaties naar nieuwe opvanglocaties voor de middellange termijn 8. Borgen van processen en kennis in de ambtelijke organisatie 9. Opzetten van een team dat het beheer van de opvanglocaties en tijdelijke woningen verzorgt (ook met het oog op vervolghuisvesting) en geëquipeerd is om zo nodig aanvullende locaties te ontwikkelen.
10
3.3
Budget
•
Voor de huidige noodopvanglocaties geldt, dat de kosten gedekt worden uit Rijksgelden op basis van bestaande overeenkomsten. Voor de ambtelijke- en onderzoekskosten m.b.t. het realiseren van nieuwe opvanglocaties voor asielzoekers wordt de gemeente gecompenseerd door het Rijk. Voor de realisatie van tijdelijke woningen gaan we uit van sluitende businesscases middels rijksgelden waaronder de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen. In de verkenningsfase van het programma wordt de haalbaarheid (ruimtelijk, technisch, draagvlak, businesscase) van de projecten/ locaties onderzocht. Als blijkt dat één of meerdere projecten niet haalbaar is/ zijn, dan zal in dat geval voor betreffen(de) project (en) geen Rijkssubsidie beschikbaar worden gesteld, maar zijn er wel kosten zijn gemaakt voor ambtelijke inzet en onderzoek in de verkenningsfase. Om dat risico af te dekken wordt €850.000 beschikbaar gesteld. Dekking wordt gevonden in het verwachte overschot in de bekostigingsregeling vluchtelingen 2023, dat – met inachtneming van de wet- en regelgeving- - bij de jaarafsluiting wordt geoormerkt voor besteding in 2024/2025.
• •
3.4
Risico’s en succesfactoren (risicomanagement)
Kans op risico: Maatregelen:
L = Laag V = Voorkomen
M = Midden A = Afzwakken
Soort risico
Beschrijving
Kans
Te nemen maatregelen
Strategisch beleidsrisico
-Ontwikkelingen in de wereld en nieuw landelijk beleid kunnen invloed hebben op de taakstellingen
H
-De gemeente heeft geen invloed op het aantal vluchtelingen en asielzoekers dat ons land binnen komt. Wel heeft de gemeente invloed op de wijze waarop mensen die tijdelijk in ons land verblijven, worden opgevangen. Op basis van de toetsingskaders in deze notitie neemt de gemeente regie om flexibel te kunnen inspelen op de actualiteit, passend bij de gemeente Soest. -Geen maatregelen mogelijk, wel nauwe afstemming met Stedin.
Economisch/ financieel
-Door netcongestie dreigt er een tekort om de nieuwbouw adequaat te ondersteunen. - Veranderingen in de markt kunnen de financiële haalbaarheid van de projecten in gevaar brengen -Subsidies zijn onvoldoende beschikbaar
H = Hoog O = Ombuigen
H
M
Politiek en Bestuurlijk
De opgave is politiek complex. Vertraging in de besluitvorming kan leiden tot verlies aan regie
H
Omgeving
Het draagvlak in de omgeving zal voor alle projecten een uitdaging zijn
H
Organisatieen capaciteit
-Beperkte interne capaciteit en krapte op de arbeidsmarkt belemmert snelle realisatie
H M
Het Rijk maakt realisatie mogelijk door het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen. Het betreft ondersteuning bij het verduurzamen van de opvang voor Oekraïners. Daarnaast is er een stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen, die het mogelijk maakt om woonplekken te realiseren voor statushouders en Oekraïners, waarbij ook een deel bestemd mag worden voor andere doelgroepen zoals starters. - Bouwen aan vertrouwen. - Bestuurlijk commitment aan gezamenlijke toetsingskaders, inclusief acceptatie van zoet en zuur - Goede procesinformatie, ook over sturingsmomenten op basis van fasedocumenten. - Goede verdeling van de woningen onder doelgroepen - Zorgvuldige communicatie en participatie - Raad kan bijdragen aan dialoog met samenleving - Benutten maatschappelijke koppelkansen (voor wijken) i.s.m. COA en andere maatschappelijke partners - Successen delen van projecten die al in beheerfase zijn - Slagvaardig programmateam - Benutten van het Kansenmakersteam - Benutten van ondersteunende teams van BZK - Op korte termijn te starten met werven van personeel - Gefaseerd te ontwikkelen
11
3.5
Rol gemeenteraad in de uitvoering
De betrokkenheid van de raad bij zowel de voorbereiding als de uitvoering van het programma is van groot belang. In de uitvoering zal de formele rol van de raad per project verschillen, onder meer afhankelijk van de te doorlopen ruimtelijke procedures. Het college zorgt in ieder geval voor regelmatige informatievoorziening middels bijvoorbeeld themabijeenkomsten, werkbezoeken en nieuwsberichten. Zo faciliteren we de raad in zijn volk vertegenwoordigende en controlerende rol.
3.6
Communicatie en participatie
In deze paragraaf beschrijven we de toetsingskaders voor het informeren en betrekken van de samenleving. 3.6.1 Rollen Raad, college, programmateam Het college is verantwoordelijk voor participatieprocessen rond de voorbereiding en uitvoering van beleid en projecten. De raad controleert het college op een zorgvuldige uitvoering van het proces. Het Programmateam is verantwoordelijk voor uitvoering. 3.6.2 Participatie Per project wordt een participatieplan opgesteld met heldere kaders, zodat inwoners en belanghebbenden vooraf weten wat de beleidsruimte en het participatieniveau is. De gemeentelijke afwegingskaders en de participatieaanpak zijn daarbij uiteraard leidend. Voor elk project zal de gemeente ieder geval: • Het initiatief nemen om vanaf de start een klankbordgroep op te richten, zodat een groep bewoners aan de voorkant kan meedenken over het proces, de participatie en de communicatie met omwonenden. • Voldoende informatie beschikbaar te stellen aan inwoners om deel te kunnen nemen aan het proces. Dat betekent dat inwoners tijdig voldoende en toegankelijke3 informatie krijgen over in ieder geval: o De doelstellingen en inhoud van de projecten o De thema’s waarover besluiten moeten worden genomen o De dilemma’s o Relevante achtergrondinformatie o Het proces m.b.t.
ophalen van informatie, de verwerking ervan en de besluitvorming o Rollen van de verschillende spelers in het proces
4.
Organisatie
4.1
Programma-organisatie
Dit hoofdstuk gaat in op de organisatie van de opgave. Omdat deze vele beleidsvelden raakt, betreft het voor het college een integrale opgave. Alle collegeleden zijn vanuit hun portefeuilles op onderdelen betrokken. Om efficiënt te kunnen werken wordt voorgesteld om één coördinerend bestuurlijk opdrachtgever te benoemen. Bestuurlijk opdrachtgever Naam: Karin Scholten • ontwikkel- en realisatieopgave, ruimtelijke ordening en asiel • Verantwoordelijk voor bestuurlijke aansturing programma • Zorgt voor aansluiting betrokken portefeuillehouders • Bereidt integrale besluitvorming in college voor • Vertegenwoordigt samen met de burgemeester het college in regionale overleggen • Vertegenwoordigt samen met de burgemeester het college in bestuurlijke overleggen met partnerorganisaties
Toegankelijk: begrijpelijk, makkelijk vindbaar en inclusief. Dat betekent dat communicatiemiddelen zo nodig meertalig worden aangeboden, gebruik wordt gemaakt van beeld- (naast tekst op B1 niveau) en zowel digitaal als analoog beschikbaar worden gesteld. 3
12
Burgemeester: • Openbare orde en veiligheid, asiel • Vertegenwoordigt samen met de bestuurlijk opdrachtgever het college in bestuurlijke overleggen met partnerorganisaties • Vertegenwoordigt samen met de bestuurlijk opdrachtgever het college in regionale overleggen Betrokken portefeuillehouders Naam: Wethouder Osman Suna- Volkshuisvesting, wonen, inburgering Wethouder Liesa van Aalst- Onderwijs, jeugd, gezondheid Wethouder Aukje Treep- vergunningen en handhaving Rollen: alle collegeleden hebben als portefeuillehouder een rol in de opgave, namelijk: • Afstemmen met de bestuurlijk opdrachtgever over relevante regionale bestuurlijk overleggen en bestuurlijk overleggen met partnerorganisaties • Afstemmen met de programmamanager over deelonderwerpen die betrekking hebben op hun portefeuille (middels reguliere PO’s) Ambtelijk opdrachtgever Is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma • Bewaakt de samenhang van het programma met andere opgaven binnen de organisatie • Monitort managementvraagstukken m.b.t. de uitvoering van het programma • Is eerste aanspreekpunt en sparringpartner voor de ambtelijk opdrachtnemer (programmamanager) Ambtelijk Programmateam Het programmateam is verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van het programma.
Het team stuurt onder leiding van de ambtelijk opdrachtnemer (programmamanager) de projecten (en projectteams) aan, zorgt voor samenhang tussen de projecten en het borgen van kennis binnen de organisatie. In bijlage 1 zijn de taakomschrijvingen opgenomen voor de leden van het programmateam. 4.2
Overlegstructuur
Bestuurlijk • Tweewekelijks Portefeuillehouderoverleg met de bestuurlijk opdrachtgever. De overige portefeuillehouders zijn agenda-lid en nemen deel bij voor hen relevante onderwerpen. • Voorafgaand aan besluitvormingsmomenten consulteert het programmateam het college middels themabijeenkomsten. Ambtelijk • Tweewekelijks overleg tussen programmamanager en ambtelijk opdrachtgever. • Voorafgaand aan besluitvormingsmomenten schuift de programmamanager aan bij het MT om te informeren over inhoudelijke ontwikkelingen en te consulteren over organisatievraagstukken. • Het programmateam komt tweewekelijks bijeen. Op initiatief van de projectmanagers kunnen op basis van de agenda leden uit de adviesteams worden uitgenodigd voor het programmateamoverleg. • De projectmanagers plannen naar inzicht en behoefte overleg in met hun projectteams.
13
Deel 3- Bijlagen
14
Bijlage 1 Definities Asielzoeker: een asielzoeker is iemand die een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen. Het land waar asiel wordt gevraagd, gaat dan na of de asielzoeker valt onder het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties en dus bescherming nodig heeft. Dit onderzoek gebeurt in de asielprocedure. De meeste vluchtelingen in Nederland begonnen dus als asielzoekers. Niet iedere asielzoeker in Nederland is krijgt de status van vluchteling. AMV: Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) zijn jongeren die alleen of samen met andere kinderen of 'vreemde' volwassenen naar Nederland komen en hier asiel aanvragen. Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting: door de hoge taakstelling moeten gemeenten veel statushouders huisvesten. Als zij woonruimte hebben, kunnen zij eerder integreren en meedoen in onze samenleving. De snelste manier om dat te bereiken is huisvesting in de bestaande woningen van woningbouwcorporaties. In de huidige woningmarkt blijkt dit lastig. Daarom zijn er verschillende maatregelen genomen zoals de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting die gemeenten, provincies, woningcorporaties en andere partijen helpt bij het versneld realiseren van tijdelijke huisvesting en het aanpassen van bestaande gebouwen.
Korte termijn locaties: met korte termijn locaties bedoelen we in deze notitie locaties die beschikbaar zijn voor maximaal 1 ½ jaar. De noodopvanglocaties is hotel Fletcher en Albertsdorp zijn hier een voorbeeld van. Middellange termijn locaties voor tijdelijke woningen: hiermee bedoelen we in deze notitie locaties die beschikbaar kunnen worden gesteld voor een periode van 10-15 jaar. NIDOS: Nidos voert als gecertificeerde instelling, op grond van het Burgerlijk Wetboek, voogdij uit voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen en de ondertoezichtstelling voor kinderen door of voor wie een asielaanvraag is ingediend én die in verband daarmee verblijven in een opvangcentrum van het COA. De kernbegrippen van de missie van Nidos zijn: 1. Belangen behartigen en wettelijk vertegenwoordiger 2. Zelfredzaamheid bij 18 jaar 3. Begeleiden richting perspectief (integratie of terugkeer) Spoedzoekers: Spoedzoekers zijn mensen die door een uitzonderlijke situatie per direct op zoek zijn naar een woning. Het betreft bijvoorbeeld mensen die doorgaans redelijk zelfredzaam zijn maar die door pech of relatief kleine problemen op straat belanden. Een ander voorbeeld zijn inwoners die na een echtscheiding hun huis niet meer kunnen betalen. Statushouders: Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) op het moment dat ze een verblijfsvergunning krijgen.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Gemeenten moeten zorgen voor passende woonruimte voor statushouders. Vluchteling: een vluchteling is iemand die in zijn thuisland 'gegronde vrees' heeft voor vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde etnische of sociale groep, en die in het eigen land geen bescherming krijgt. Deze definitie is bepaald in het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties.
15
Bijlage 2 – Relevante beleidsdocumenten De toetsingskaders voor het programma zoals geformuleerd in paragraaf 2.1 sluiten aan bij bestaand Soester beleid. In deze paragraaf is een samenvatting opgenomen van de meest relevante beleidsstukken. Integrale visie sociaal domein (2024- 2028) De Integrale Visie Sociaal Domein richt zich op de volgende vijf opgaven: Gezonde leefstijl, Bestaanszekerheid, Mentale weerbaarheid, Kansengelijkheid, Meedoen en inclusie. Onderstaande vijf leidende principes staan centraal in de aanpak: de inwoners en hun leefwereld staan centraal, we gaan uit van vertrouwen, voorkomen is beter dan genezen, ondersteuning nabij en zo licht als mogelijk (zo zwaar als nodig), wijkgericht doen wat nodig is. Omgevingsvisie (2021 - 2040) en uitkomsten participatie omgevingsprogramma’s In 2040 zijn er in de gemeente Soest meer woningen dan nu. Met een jaarlijkse groei van 125-200 woningen tot 2030 kan de Soester manier van (samen)leven behouden blijven. Er blijft voldoende groen om van te genieten en er zijn voldoende voorzieningen. Het dorpse karakter blijft behouden. Door voor de juiste doelgroepen te bouwen blijft opbouw en samenstelling van onze bevolking ook gevarieerd. De openbare ruimte is groen, klimaatrobuust en een fijne plek voor ontmoeten en bewegen.
Bij het realiseren van de tijdelijke woningen sluiten we aan op de omgeving programma's (wonen, werken, mobiliteit, water/klimaatadaptatie, energie en groen). De uitkomsten van het participatieproces rond de omgevingsprogramma’s worden meegenomen bij de realisatie van de opgave. Masterplan Wonen We streven naar de realisatie van 700 tot 800 woningen in de kern Soest tot 2025. De focus ligt hierbij op het sociale en betaalbare segment. Een randvoorwaarde daarbij is dat we zorgvuldig met onze ruimte en het buitengebied omgaan, om het woonmilieu waar we trots op zijn zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Het Masterplan Wonen heeft drie belangrijke toetsingskaders: 1. De woningbouw moet inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte van onze inwoners 2. Met de woningbouw willen we de doorstroming op de woningmarkt stimuleren 3. We streven naar een gevarieerd aanbod in de nieuwbouw (type, eigendom en prijsklasse) Prestatieafspraken corporaties (2024- 2026) De meerjarenafspraken richten zich op onderwerpen die de komende drie jaar (2024 t/m 2026) concrete uitwerking vragen. We werken daarbij vanuit gezamenlijke doelstellingen, ambities en strategieën. Dit geven we handen en voeten op basis van vijf inhoudelijke thema’s: Beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid, wonen & zorg. Woondeal Regio Amersfoort (2022- 2030) Het landelijk woningtekort wordt groter.
Onze inzet om deze opgave in onze regio aan te pakken is onverminderd groot. De Minister voor VRO, de provincie Utrecht, de 9 regiogemeenten en 5 Utrechtse woning corporaties in de Regio Amersfoort hernieuwden met deze Woondeal de samenwerking voor de woningbouwopgave in de periode 2022 t/m 2030. Deze Woondeal kent een ambitie van 27.000 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030. Daarvan wordt 5% 1250 woningen) gerealiseerd in Soest. We maken concrete afspraken over de te bouwen woningen, hoeveel daarvan betaalbare woningen zijn en de locaties die van belang zijn om de afgesproken woningbouwaantallen te realiseren.
16
Bijlage 3: De Utrechtse Aanpak De afgelopen jaren is bij het werken aan oplossingen in de asielketen in de provincie Utrecht gaandeweg een aanpak tot stand gekomen. Deze aanpak noemen we de Utrechtse aanpak. De Utrechtse aanpak berust op de volgende vijf pijlers: •
Maat en schaal opvangvoorziening passend bij draagkracht Een opvangvoorziening met maat en schaal die aansluit bij de draagkracht in de buurt/wijk, kern, stad of intergemeentelijke samenwerking. Dit schept betere voorwaarden voor een succesvolle ‘landing’, ook in de zin van een goede maatschappelijke inbedding van de opvangvoorziening. Zeker in Utrecht, met relatief korte afstanden tussen kernen, is er de mogelijkheid van het werken met ‘satelliet-locaties’ die voor (een deel van) de voorzieningen aangewezen zijn op een naburige ‘moederlocatie’.
•
Gemengde woonvormen Gecombineerde vormen van opvang en (tijdelijke) huisvesting waarbij verschillende doelgroepen (asielzoekers, statushouders, spoedzoekers, studenten, jongeren, starters, etc.) samenwonen biedt maatschappelijke- en bestuurlijke meerwaarde. Het draagt bij aan integratie, woonkwaliteit, community-vorming en (lokaal) draagvlak. Dit is goed voor nieuwkomers en bestaande bewoners.
•
Inbedden van maatschappelijke functies Maatschappelijke functies opnemen in de opvang zelf of in de directe omgeving (of omgekeerd het situeren van opvang in de nabijheid van bestaande maatschappelijke functies) biedt meerwaarde voor zowel de mensen in de opvang als voor inwoners uit de omgeving. Hierbij wordt ook gekeken naar behoeftes over de gemeentegrenzen heen. Te denken valt aan een kinderspeelplaats, gemeenschapsruimte of buurthuis-functie, ruimte voor scholing/training/opleiding, steunpunt toeleiding naar (vrijwilligers)werk, maar ook aan mogelijkheden voor (buurt)bewoners voor het opzetten van kleine bedrijfjes zoals een koffiepunt/catering, een kapperszaak of fietsenmaker.
•
Regionale doorstroming Utrecht hanteert het principe “kom je in Utrecht, dan blijf je in Utrecht”. Een asielzoeker, indien succesvol in de asielprocedure, stroomt als statushouder uit in de regio. Ook dit draagt bij aan integratie en inburgering, kansen op opleiding, opbouwen van netwerk, en mogelijkheden tot werk – zeker in combinatie met de pilot arbeidsgerichte asielprocedure (zie randvoorwaarden 3). Ook stimuleert dit gemeenten om gezamenlijk afspraken te maken over bijvoorbeeld (voor-) inburgering, wanneer zij weten dat mensen uit een naburig AZC straks als statushouder in hun gemeente komen te wonen.
•
Intergemeentelijke samenwerking Op steeds meer onderdelen komt regionale samenwerking van de grond en komen intergemeentelijke afspraken tot stand. Gemeenten werken samen op het gebied van werk, onderwijs en zorg om meer en betere voorzieningen te realiseren. Er vindt structureel overleg plaats tussen gemeenten om de huisvesting van statushouders te matchen met de beschikbare woningen.
17
Bijlage 4: Cijfers taakstellingen en opgaven doelgroepen Deze bijlage bevat informatie over de behoefte van diverse doelgroepen aan woonruimte in 2023 en de mate waarin de gemeente hierin heeft kunnen faciliteren. Voor diverse doelgroepen zijn ook de taakstellingen opgenomen voor 2024. Let op: de cijfers zijn dagkoersen en geven dus nadrukkelijk de stand van zaken aan op het moment van het opstellen van dit document. Starters 2023: Aantal woningzoekenden
< 23 jaar: 23 t/m 34 jaar: Aantal toegewezen woningen in beide categorieën:
Urgent woningzoekenden (spoedzoekers) 2023: Aantal woningzoekenden Aantal toegewezen woningen`
7 7
Statushouders* Wettelijke taakstelling 2023: Gehuisvest in 2023: Taakstelling 1e helft 2024:
105 107 39
Gemiddeld 780 Gemiddeld 1430 121
*Toelichting: voor het huisvesten van statushouders hebben gemeenten een taakstelling, de provincie houdt toezicht en kan zo nodig maatregelen nemen wanneer gemeenten daaraan niet voldoen. Vluchtelingen Oekraïne (taakstelling) Opgave vanuit de VRU 2023: Opgevangen in 2023: Opgave vanuit de PRT 2024:
167 203 -18
*Toelichting: voor het opvangen van vluchtelingen uit Oekraïne hebben gemeenten een taakstelling. Regie ligt bij de Provinciale Regietafel. Asielzoekers Opgave vanuit de PRT 2023: Opgevangen in 2023: Opgave voor 2024:
161 90 tussen de 100 en 200*
* Toelichting: de opgave per gemeente wordt conform de Utrechtse Aanpak naar rato van inwoneraantal verdeeld. Voor Soest was in 2023 het aantal op te vangen asielzoekers 161. Er zijn 90 noodopvangplekken gerealiseerd. De opgave voor 2024 voor de provincie Utrecht is naar verwachting 5.811, waarvan 631 AMV’ers. Voor Soest betekent dat een indicatieve opgave voor 2024 van 198 asielzoekers (0,0042 per inwoner). Opgave Nidos AMV Opgave in 2023: Gerealiseerde plekken: Taakstelling 1e helft 2024:
8 0 11
18
Bijlage 5 - Kernboodschappen Opvangen vluchtelingen en asielzoekers Wereldwijd zijn veel mensen op de vlucht voor onveilige situaties in hun eigen land. Zij verlaten huis en haard om elders een veilige plek te vinden. De verwachting is dat deze vluchtelingenstroom voorlopig voortduurt. Dat betekent een grote maatschappelijke opgave voor ons land én voor onze gemeente, ook op de langere termijn. Vanuit humaniteit én conform de door het Rijk opgelegde taakstellingen wil het college van burgemeester en wethouders van Soest mensen in nood een veilige plek bieden. Het college wil op proactieve wijze een proportionele bijdrage bieden passend binnen de huidige en te ontwikkelen mogelijkheden in de gemeente Soest. Opvanglocaties Het realiseren van opvanglocaties doen we zeer zorgvuldig. We betrekken tijdig de directe omgeving en andere belanghebbenden bij de plannen en later bij de uitvoering. We zijn transparant en duidelijk over het participatieniveau. We hebben aandacht voor hun zorgen, vragen, wensen en ideeën. Het verblijf van de vluchtelingen in Soest is in principe tijdelijk, mogelijk blijven zij hier voor langere tijd. Naast dat er opvang wordt geboden is de gemeente, samen met organisaties en instellingen in de gemeente Soest, verantwoordelijk voor de integratie, onderwijs (PO en VO), zorg en begeleiding en leefgeld.
Samen met organisaties als Balans, Vluchtelingenwerk en met vrijwilligers stimuleren we de mensen om bij te dragen aan onze maatschappij. Zo helpen we hen op weg mee te kunnen gaan doen in de samenleving. Huisvesting starters, spoedzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen Door de woningnood lukt het te veel mensen niet om een goede en betaalbare woning te vinden. We werken aan balans in vraag en aanbod. Dat doen we door versnelling van woningbouwprojecten. Daarnaast gaan we tijdelijke huurwoningen realiseren voor diverse doelgroepen: starters, spoedzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen. Dit proces sluit aan op het participatieproces en de onderzoeksuitkomsten van de omgevingsprogramma’s (wonen, werken, mobiliteit, water/klimaatadaptatie, energie en groen). N.B. Conform de taakstelling bieden we dus ook Oekraïense vluchtelingen en statushouders (mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen) een woning in Soest. Deze mensen hebben met hun verkregen ‘status’ dezelfde rechten en plichten gekregen als de huidige inwoners van Soest. De Rijksoverheid stelt subsidie beschikbaar om voor Oekraïense vluchtelingen en statushouders opvang dan wel huisvesting te regelen.
Wanneer de gemeente met deze subsidies tijdelijke woningen neerzet, is het toegestaan om een deel van deze woningen aan te bieden aan andere woningzoekenden zoals starters en mensen met een urgentieverklaring. Dat biedt dus kansen.
19
Bijlage 6 Functieomschrijvingen programmateam Programmamanager • Is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma • Bewaakt planning en financiën • Waarborgt de integraliteit tussen de verschillende taken en werkzaamheden • Bewaakt de verdeling van doelgroepen over de verschillende (nieuwe en huidige) locaties • Legt de verbinding met andere organisatieonderdelen • Is primair aanspreekpunt voor partner-organisaties zoals COA, Vluchtelingenwerk, provincie, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties; • Is primair aanspreekpunt voor ambtelijk opdrachtgever en bestuurlijke opdrachtgevers; • Stimuleert het lerend vermogen van het team. • Rapporteert aan de ambtelijk opdrachtgever Programma assistent • Bewaakt de bestuurlijke planning • Bereidt in afstemming met de programmamanager de overleggen voor (agenda, stukken) • Maakt actiepuntenlijst n.a.v. overleg en bewaakt de uitvoering ervan • Zorgt voor de archivering (Teams, Zaaksysteem) • Plant afspraken in voor de programmamanager en de projectleiders • Ondersteunt de communicatieadviseur bij participatie en communicatie • Rapporteert aan programmamanager Communicatieadviseur • Ondersteunt de portefeuillehouders m.b.t.
woordvoering en communicatie • Voert integraal regie op communicatie en participatie van het totale programma • Adviseert de projectleiders over communicatie en participatie • Stelt communicatie- en participatieplannen op en voert regie op de uitvoering • Verzorgt teksten en middelen zoals persberichten, human interest en web-teksten • Organiseert een goed startmoment voor het programma in verbinding met de gehele organisatie, zodat ‘iedereen’ weet hoe het programma georganiseerd is • Zorgt voor de verbinding met het gemeentelijke communicatieteam • Rapporteert aan de programmamanager Projectleider ontwikkellocaties • Stuurt de realisatieprojecten en de adviesteams aan • Doet daarvoor voorstellen op basis van ruimtelijke verkenning, beschikbaarheid van voorzieningen (onderwijs, zorg, etc.) voor beoogde doelgroepen, leefbaarheid en sociale veiligheid, draagkracht van de omgeving en financiële haalbaarheid. • Stemt daarvoor af met het COA, corporaties en andere maatschappelijke partners • Draagt bij een het hele programma door kennis te delen en te borgen in de organisatie • Stemt af met de projectleider opvang Oekraïners t.b.v. de overgang van noodopvanglocaties naar tijdelijke woningen en mogelijke verlenging van noodopvanglocaties.
• Levert een bijdrage aan participatieprocessen • Rapporteert aan de programmamanager Projectleider opvang Oekraïners (beheerfase) • Stuurt het projectteam opvang Oekraïners aan • Monitort de (contractuele) afspraken • Monitort ontwikkelingen ten aanzien van regelingen en taakstellingen en informeert hierover het programmateam. • Zorgt samen met maatschappelijke partners voor het voldoende beschikbaar en toegankelijk zijn van de benodigde voorzieningen en – functies zoals onderwijs, kinderopvang, zorg, dagbesteding, werk, inkomen (leefgeld), etc. • Levert voortgangs-, sturings- en verantwoordingsinformatie incl. financiële verantwoording. • Zorgt voor het borgen van informatie en kennis over het project binnen de organisatie • Stemt af met de projectleider ontwikkellocaties t.b.v. de overgang van noodopvanglocaties naar tijdelijke woningen en mogelijke verlenging van noodopvanglocaties. • Rapporteert aan de programmamanager
20
Accounthouder asielzoekers • Informeert het programmateam over beleidsontwikkelingen en actuele ontwikkelingen en veranderingen in de asielketen • Brengt kennis in over de asielketen in het programmateam • Adviseert het programmateam over gemeentelijke taken ten aanzien van doelgroepen • Signaleert en adviseert over kansen m.b.t. het versterken van voorzieningen in wijken in relatie tot de opgave • Signaleert en adviseert over kansen m.b.t. de verbinding tussen inwoners, integratie en inclusie. • Coördineert de taken binnen de organisatie m.b.t. de beheersituatie in de noodopvang in het Fletcherhotel (onderwijs, welzijn, zorg, sport, etc.). Accounthouder aandacht groepen • Informeert het programmateam over actuele ontwikkelingen en veranderingen m.b.t. taakstelling statushouders • Informeert het programmateam periodiek over stand van zaken huisvesting starters en spoedzoekers • Adviseert het programmateam over de huisvesting van diverse doelgroepen, de mogelijkheden om doelgroepen te mengen en de organisatie die daarmee samenhangt. • Is Key user van het taakstellingvolgsysteem voor statushouders van COA • Koppelt aangeboden woningen aan de juiste kandidaten in overleg met het COA. • Voert maandelijks ketengesprek (met corporatie en vluchtelingenwerk) • Woont maandelijks provinciaal overleg bij. • Onderhoudt contacten met provincie in kader van de toezichthoudende rol.
• Uitvoering Hotel en accomodatiergeling (HAR)
21