Perspectiefnota.2026
Tekst van het document
Perspectiefnota 2026
Pagina 1 van 15
Pagina 2 van 15
Perspectiefnota 2026
Inleiding In uw vergadering van 14 november 2024 heeft uw raad de begroting 2025-2028 vastgesteld. Deze begroting laat voor de jaren vanaf 2026 begrotingstekorten zien. Nu het Rijk nog altijd geen concrete stappen heeft gezet om gemeenten de noodzakelijke extra middelen te verschaffen, moeten we ons voorbereiden op het maken van nadere keuzes. Deze keuzes moeten leiden tot een op termijn structureel sluitende begroting. In de bestuurlijke inleiding bij de begroting hebben wij aangekondigd om in maart 2025, vooruitlopend op de kadernota, te komen met een perspectiefnota, waarin we in hoofdlijnen maatregelen schetsen die kunnen leiden tot een sluitende begroting, uiterlijk in 2029. Deze nota leggen we nu aan u voor. De belangrijkste doelstelling van deze nota is om u gelegenheid te geven voorafgaand aan de kadernota richting te geven aan de wijze waarop de begroting reëel en structureel in evenwicht wordt gebracht. We hebben de perspectiefnota als volgt opgebouwd: 1. Huidig financieel meerjarenperspectief (FMP) 2. Ontwikkelingen met mogelijk financiële gevolgen 3. Wat is onze opgave? 4. Context: hoe verhouden budgetten Soest zich tot vergelijkbare gemeenten? 5. Leidende principes en uitgangspunten 6. Perspectief op een structureel sluitende begroting 7. Budget maatschappelijke opgaven 8. Inzet algemene reserve 1.
Huidig financieel meerjarenperspectief (FMP) Op basis van de begroting 2025-2028 gaan we vooralsnog uit van het volgende financieel meerjarenperspectief (FMP): bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
FMP mjb 2025-2028
-2.199
-2.187
-1.617
-1.617
De raming voor 2029 is voorshands op hetzelfde niveau geraamd als de jaarschijf 2028. Volledigheidshalve merken we op dat in de huidige begroting 2025-2028 ook al enkele voorstellen tot tekortreductie zijn verwerkt, te weten:
Pagina 3 van 15
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
Temporisering investeringen (kredieten) Vrijval kapitaallasten De Meent
75 180
112
150
150
Verdubbeling inkomsten logiesconvenant/toeristenbelasting Onderuitputting innovatiebudgetten sociaal domein Inzet algemene reserve als structureel dekkingsmiddel
200 300
160 200 270
160 200 240
160 200 240
2. Ontwikkelingen met mogelijk financiële gevolgen Uit de begroting 2025-2028 komt al naar voren dat niet alle ontwikkelingen financieel zijn vertaald. We noemen de volgende: a. Niet-structureel geraamde beleidsintensiveringen kadernota 2025 De beleidsintensiveringen uit de kadernota 2025 zijn voor een belangrijk deel slechts incidenteel, alleen in 2025, in de begroting geraamd. Als we alle voorstellen wel structureel in de begroting zouden ramen, dan betekent dat een extra structurele last van ruim € 0,7 miljoen vanaf 2026. We zijn er hierbij van uitgegaan dat de specifieke uitkeringen SPUK Gala/Iza dekking blijven bieden aan de kosten van de verschillende projectsubsidies binnen het sociaal domein. In de onderstaande tabel zijn de betreffende voorstellen weergegeven:
b.
Onderwerp
2026
2027
2028
2029
Zichtbaarheid raad
-14
-14
-14
-14
Wet Bibob Gebiedssamenwerking van A tot Z Omgevingswet - participatie Erfgoedwet Inboet bomen JOGG, gezonde schoolaanpak - dekking SPUK e.a., vooralsnog Join Us, Vinger ad pols, Kunst natuur welzijn - dekking SPUK e.a., vooralsnog Hechting, kansrijke start
-75 -50 -100 -33 -90 -65 65 -134 134 -144
-75 -50 -100 -33 -90 -65 65 -134 134 -144
-75 -50 -100 -33 -90 -65 65 -134 134 -144
-75 -50 -100 -33 -90 -65 65 -134 134 -144
- dekking SPUK e.a., vooralsnog Meldpunt antidiscriminatie, migrantenouderen Continueren voorzieningen wijkaanpak Smitsveen Uitvoering Nota Sport en bewegen
144 -108 -189 -50
144 -108 -189 -50
144 -108 -189 -85
144 -108 -189 -50
Totaal structureel ramen beleidsintensiveringen kadernota
-709
-709
-744
-709
P.m.-posten kadernota/begroting 2025 In de kadernota/begroting 2025 zijn verschillende ontwikkelingen geschetst die nog niet in de begroting financieel zijn vertaald. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: • adviesfunctie raad Omgevingswet • uitvoering visie participatie • natuurbrandbestrijding • uitkomsten behoefteonderzoek huisvesting maatschappelijke organisaties • beheerplannen (tractie, civiele kunstwerken, begraafplaats, e.d.)
Pagina 4 van 15
herijking subsidiemethodiek nieuwe uitvoeringsorganisatie sociaal domein (wel eenmalig budget van € 1 miljoen beschikbaar) Ten aanzien van de herijking subsidiemethodiek en de uitvoeringsorganisatie zijn bestuurlijke voorstellen in voorbereiding. Hoewel de omvang nog niet vaststaat, is wel duidelijk dat beide voorstellen structurele financiële consequenties met zich mee kunnen brengen. • •
c.
d.
September- en decembercirculaire 2024 De september- en decembercirculaire 2024, waarvan de financiële consequenties nog niet zijn meegenomen in de begroting, leiden voor Soest tot een positieve bijstelling van het meerjarenperspectief: bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
septembercirculaire 2024 decembercirculaire 2024 Totalen september- en decembercirculaire 2024
-21 194 173
156 327 483
-11 462 451
-11 462 451
Structurele doorwerking najaarsnota 2024 en overige besluiten met financiële consequenties bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
najaarsnota 2024 (raad 4 december 2024) krediet publiekshal (raad 4 december 2024) Totalen doorwerking besluiten in begroting
-35 -38 -73
-35 -38 -73
-35 -38 -73
-35 -38 -73
3. Wat is onze opgave? Op basis van de in de vorige paragraaf geschetste ontwikkelingen, die in de onderstaande tabel nog eens op een rij zijn gezet, komen we tot een opgave van structureel € 2,5 miljoen. Hierbij hebben we een voorlopige inschatting gemaakt van de financiële consequenties ten aanzien van de p.m.-posten, het structureel ramen van de nu eenmalig geraamde beleidsintensiveringen en de geschetste overige financiële ontwikkelingen. Hiervoor hebben we een bedrag van in totaal € 1,2 miljoen gereserveerd.
Pagina 5 van 15
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
FMP mjb 2025-2028 najaarsnota 2024 (raad 4 december 2024) krediet publiekshal (raad 4 december 2024) Totalen doorwerking besluiten in begroting
-2.199 -35 -38 -73
-2.187 -35 -38 -73
-1.617 -35 -38 -73
-1.617 -35 -38 -73
septembercirculaire 2024 decembercirculaire 2024 Totalen september- en decembercirculaire 2024
-21 194 173
156 327 483
-11 462 451
-11 462 451
-1.200
-1.200
-1.200
-1.200
-1.100 -3.299
-790 -2.977
-822 -2.439
-822 -2.439 2.500
Aannames: stelpost structureel ramen beleidsintensiveringen KN 2025 stelpost invulling p.m.-posten stelpost overige ontwikkelingen, tegenvallers Totaal kwantificering ontwikkelingen Virtueel FMP Voorstel taakstelling
4. Context: hoe verhouden budgetten Soest zich tot vergelijkbare gemeenten? Alle gemeenten zijn verplicht om hun lasten en baten te verantwoorden op basis van zogeheten taakvelden. Daardoor kunnen lasten en baten tussen gemeenten worden vergeleken. Op basis van een vergelijking van begrotingscijfers 2023 zien we dat Soest in vergelijking met gemeenten in dezelfde schaalgrootte (45.000 – 60.000 inwoners), opvallend afwijkt: • Een opvallend verschil betreft de opbrengsten uit algemene uitkeringen, waaronder de uitkeringen uit het Gemeentefonds. Soest ontvangt maar liefst € 12,5 miljoen minder aan uitkeringen dan het gemiddelde. • De ozb-opbrengsten (woningen en niet-woningen) zijn in Soest substantieel lager dan het gemiddelde. Het verschil bedraagt ruim € 2 miljoen. Als Soest de opbrengsten op een gemiddeld niveau zou brengen dan vergt dit een tariefsverhoging van ruim 18%. Overigens moet dit gegeven los worden gezien van de gemiddelde woonlasten. Deze bestaan naast de ozb uit de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Volgens het jaarlijkse onderzoek van de Vereniging Eigen Huis komen de gemiddelde woonlasten in 2025 uit op € 1.014. Voor Soest zijn de gemiddelde woonlasten voor 2025 berekend op € 940 (na bijstelling rioolheffing, raad 30 januari 2025). Heffing
Soest
Landelijk
ozb
323
407
afvalstoffenheffing rioolheffing Totaal gemeentelijke lasten
380 237 940
352 255 1.014
Afwijking bedrag in % -84 -26,0% 28 -18 -74
7,4% -7,6% -7,9%
De landelijk gemiddelde lasten voor rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn voorlopige cijfers o.b.v. een steekproef onder 113 gemeenten.
Pagina 6 van 15
•
•
Deze verschillen kunnen verklaren dat Soest op de meeste taakvelden minder uitgeeft dan de gemiddelde gemeente van dezelfde schaalgrootte. Opvallende afwijkingen: o Overhead Soest - € 5,1 miljoen o Media (w.o. bibliotheek) Soest - € 1,0 miljoen o Verkeer en vervoer Soest - € 2,6 miljoen o Onderwijshuisvesting Soest - € 2,0 miljoen o Sociaal domein breed Soest - € 4,6 miljoen Er zijn echter enkele uitzonderingen (maar niet significant): o Burgerzaken Soest + € 0,3 miljoen o Beheer overige gebouwen en gronden Soest + € 0,5 miljoen o Openbaar basisonderwijs Soest + € 0,4 miljoen o Onderwijsbeleid en leerlingzaken Soest + € 0,1 miljoen o Sport Soest + € 0,2 miljoen
5. Leidende principes en uitgangspunten In de kadernota 2025 zijn enkele beleidsinhoudelijke uitgangspunten (leidende principes) geformuleerd om te komen tot een op termijn sluitende begroting, te weten: a. Het coalitieakkoord blijft leidend, met daarbij de eerste prioriteit voor de maatschappelijke opgaven wonen, sociaal domein, de energietransitie en de later toegevoegde opgave vluchtelingen. b. We richten ons primair op maatschappelijk rendement voor de lange termijn. c. We sluiten ombuigingen op taken die we van het Rijk moeten uitvoeren (de zogeheten medebewindstaken) niet op voorhand uit. d. Onze inwoners staan centraal. e. We ontzien de meest kwetsbare inwoners. f. Voorstellen worden zoveel mogelijk integraal afgewogen. g. Leidende principes geven richting, maar zijn geen keurslijf: veranderende omstandigheden kunnen nopen tot afwijkende beslissingen. In het kader van onze zoektocht om te komen tot een structureel sluitende begroting hebben wij in aansluiting op de leidende principes een aantal meer specifieke uitgangspunten geformuleerd, te weten: • Wij gaan voor een sluitende begroting uiterlijk in 2029. • Wij willen scherper aan de wind zeilen met budgetteren, waar van toepassing ‘potjes’ afschalen en indien nodig budgetoverschrijdingen incidenteel repareren. • Toepassing profijtbeginsel/versterking kostendekking is een realistische optie.
• Beleidsintensiveringen die nu eenmalig (alleen 2025) zijn geraamd: nader integraal af te wegen. • In zijn algemeenheid: voor de meeste beleidsvelden is verlaging van het ambitieniveau in beginsel een bespreekbare optie. Wij willen de volgende beleidsterreinen hiervan uitzonderen: dienstverlening, veiligheid en wonen. • Wij willen niet bezuinigen op het onderhoud in de openbare ruimte (wegen, groen): goedkoop is hier duurkoop.
Pagina 7 van 15
• • •
Gestreefd wordt om externe inhuur zoveel mogelijk te beperken ten gunste van het in dienst nemen van eigen personeel. Gelet op het coalitieakkoord sluiten we ozb-verhoging voor 2026 uit. Voor de jaren na 2026 zien we ozb-verhoging als laatste redmiddel. Gelet op de Visie sociaal domein willen we onze sociale basisinfrastructuur zoveel mogelijk ontzien. Dit sluit niet uit dat we kritisch kijken naar subsidiëring van bovenwettelijke taken en maatregelen die kunnen leiden tot verhoging van efficiency.
6. Perspectief op een structureel sluitende begroting In deze paragraaf schetsen we voorstellen om te komen tot een structureel sluitende begroting 2029. Het is van belang om de status van de voorstellen goed voor ogen te houden. In deze perspectiefnota leggen we u een richting voor, waarvan het college van oordeel is dat deze een realistisch perspectief biedt om te komen tot een structureel sluitende begroting. Wij vragen nu uw oordeel over de door ons aangeboden richting. Uw oordeel betrekken we vervolgens bij de verdere uitwerking in de kadernota. Met inachtneming van de geformuleerde leidende principes en uitgangspunten leggen we suggesties tot tekortreductie voor. Hierbij hebben we voorstellen geclassificeerd in vijf rubrieken: 1. Opschonen: benutten structurele onderuitputting. 2. Besparen: hierbij beperken we de gemeentelijke uitgaven zonder het ambitieniveau te verlagen. 3. Toepassing profijtbeginsel: bijvoorbeeld door verhoging kostendekkendheid leges, heffingen, huren. 4. Bezuinigen: hierbij past een verlaging van het ambitieniveau. 5. Ozb-verhoging Deze vijf rubrieken geven tevens de volgorde aan waarlangs we de route naar tekortreductie willen afleggen: ‘opschonen’ is een nagenoeg pijnloze maatregel, terwijl ‘bezuinigen’ ons ambitieniveau raakt en dus pijn met zich meebrengt.
Ozb-verhoging zien wij als ‘laatste redmiddel’, dat evenwel toch noodzakelijk kan blijken als andere suggesties niet worden overgenomen of onvoldoende realiseerbaar blijken. Onze suggesties lichten we hieronder toe. Opschonen 2026
2027
2028
2029
Opschonen - onderuitputting inwonerinitiatieven
40
40
40
40
- onderhoud geluidswal A28
10
10
10
10
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
- onderuitputting innovatiebudget SD (zie bij 'besparen') - onderuitputting maatschappelijke stages
6
6
6
6
- correctie raming budget kleine subsidies
13
13
13
13
- onderuitputting smi-bduget (onderwijs) - beoogde ingebruikname zwembad 2029 (eerder begroot 2028)
15
15
15 500
15
- onderuitputting controllerbudget
15
15
15
15
Subtotaal opschonen
99
99
599
99
Pagina 8 van 15
Wij hebben de begroting nogmaals doorgelicht op structurele onderuitputting van budgetten. De opbrengst van deze exercitie is beperkt: € 0,1 miljoen structureel. Toelichting bij onderuitputting inwonerinitiatieven Een van de budgetten waarop we al jarenlang onderuitputting zien, is het budget inwonerinitiatieven. Gelet op de geformuleerde uitgangspunten is afroming daarom op zijn plaats. Toch plaatsen we hierbij ook een kanttekening. Uit de tweejaarlijkse burgerpeiling waarstaatjegemeente komt steevast naar voren dat minder dan 50% van de inwoners vindt dat de gemeente: • • •
de buurt ruimte geeft om ideeën en plannen van de buurt uit te voeren; met de buurt samenwerkt aan plannen, activiteiten en voorzieningen; inwoners helpt bij het uitvoeren van ideeën en plannen van inwoners.
Deze uitkomsten nopen tot nadere bezinning op de gemeentelijke betrokkenheid bij inwonerinitiatieven. We zien hiervoor mogelijkheden om daarvoor het in de begroting gereserveerde bedrag voor maatschappelijk opgaven te benutten. Zie ook paragraaf 7. Toelichting bij ingebruikname zwembad Wij hebben u een voorstel doen toekomen om voor het zwembad in beginsel uit te gaan van de optie nieuwbouw. Op basis van huidige inschattingen kan de ingebruikneming plaatsvinden begin 2029. Vanaf dat jaar zullen de hogere (kapitaal)lasten op de begroting gaan drukken. In de huidige begroting werd rekening gehouden met hogere lasten vanaf 2028. Voor het meerjarenperspectief betekent dat een eenmalige meevaller van € 0,5 miljoen in 2028. Besparen 2026
2027
2028
2029
- meer onderhoud in eigen beheer uitvoeren
100
100
100
100
- afschaffen innovatiebudgetten Sociaal domein
195
295
295
295
- extra middelen Wmo Gemeentefonds niet volledig compenseren
86
181
286
286
300
300
300
876
981
981
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
Besparen:
- afschaffen abonnementstarief Wmo Subtotaal besparen
381
Meer onderhoud in eigen beheer uitvoeren Wij zien kansen om door het in dienst nemen van een ‘klusjesman- of vrouw’ het onderhoud aan onze accommodaties goedkoper uit te voeren. Deze maatregel past bovendien goed in het streven om externe inhuur te beperken ten gunste van het in dienst nemen van eigen personeel. Afschaffen innovatiebudgetten sociaal domein We doen de suggestie om de nu geraamde innovatiebudgetten voor het sociaal domein volledig af te ramen. Enerzijds zien we dat de huidige budgetten onvoldoende worden benut,
Pagina 9 van 15
anderzijds zien we ook dat in de organisatie onvoldoende ruimte is om initiatieven te stimuleren en te faciliteren. Om te voorkomen dat de begroting onnodig structureel wordt belast, stellen we voor om in plaats daarvan het in de begroting gereserveerde bedrag voor maatschappelijke opgaven te benutten voor kansrijke initiatieven. Zie hiervoor ook paragraaf 7. Extra middelen Wmo Gemeentefonds niet volledig compenseren Bij de septembercirculaire 2024 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor de compensatie van kostenstijgingen bij de Wmo als gevolg van demografische ontwikkelingen, met name de gevolgen van vergrijzing. Het gaat om de volgende bedragen: Septembercirculaire 2024 Extra middelen Gemeentefonds Wmo
2026 186
2027 381
2028 586
2029 586
Wij volstaan voorshands met een extra raming in onze uitgaven van € 100.000 in 2026, oplopend tot € 300.000 vanaf 2028. Hiermee zijn we ons ervan bewust risico te lopen, maar dit past bij ons uitgangspunt scherper aan de wind te willen zeilen bij het budgetteren. Daar voegen we volledigheidshalve nog aan toe dat dit niet betekent dat het voorzieningenniveau voor onze inwoners wordt aangetast; mocht dat nodig zijn, dan leggen we uw raad nadere begrotingsvoorstellen voor. Afschaffen abonnementstarief Wmo Gemeenten worden via het Gemeentefonds gekort vanwege de beoogde afschaffing van het abonnementstarief en het herinvoeren van een eigen bijdrage voor de Wmo. Gemeenten worden geacht deze korting op te kunnen vangen door de te ontvangen eigen bijdragen en/of lagere uitgaven. Deze ‘compensatie’ is echter nog niet volledig in onze begroting geraamd. Het voorstel is om dit alsnog in de begroting te verwerken. Het betreft per saldo een bedrag van € 300.000. De beoogde afschaffing van het abonnementstarief wordt nu voorzien in 2027. Toepassing profijtbeginsel 2026
2027
2028
2029
- verhoging kostendekkendheid eigendommen
50
125
150
150
- marktgelden verhogen: energiekosten in rekening brengen
20
20
20
20
- verhoging kostendekkendheid bedrijfsrestaurant/catering
25
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
Toepassing profijtbeginsel
- reclameopbrengsten openbare ruimte Subtotaal toepassing profijtbeginsel
Pagina 10 van 15
95
25
25
25
100
100
100
270
295
295
Verhoging kostendekkendheid eigendommen Wij zien mogelijkheden om de kostendekkendheid van onze eigendommen te vergroten door meer marktconforme tarieven en huren in rekening te brengen. Ook kijken we naar mogelijkheden om onze accommodaties efficiënter te benutten, zoals multifunctioneel gebruik. Verhoging kostendekkendheid bedrijfsrestaurant/catering Wij zien mogelijkheden om het jaarlijkse exploitatietekort van ons bedrijfsrestaurant te verkleinen. Verhoging marktgelden Wij zijn voornemens de nu ten laste van de gemeente komende energielasten door te berekenen in de markttarieven. Verhoging inkomsten uit reclame openbare ruimte We zien mogelijkheden om meer inkomsten te genereren uit reclame in de openbare ruimte. Vooralsnog gaan we uit van een te behalen meeropbrengst van € 100.000 (vanaf 2027). Voor deze voorstellen geldt nadrukkelijk dat verdere uitwerking noodzakelijk is. Bezuinigen bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
Bezuinigen effect structureel ramen eenmalige beleidsintensiveringen
-709
-709
-744
-709
- voorstel: eenmalige intensivering niet structureel ramen - omgevingsprogrammma's
709 150
709 100
744 50
709 0
- bijstelling ambitieniveau Klimaat en energie
25
25
25
25
- bijstelling ambitieniveau verkeersveiligheid/fietsbeleid - organisatie
25 75
25 150
25 225
25 300
250
250
p.m. 250
550
575
600
- zwembad: uitstel nieuwbouw tot na 2030 - bovenwettelijke taken sociaal domein Subtotaal bezuinigen
275
Niet structureel ramen eenmalig geraamde beleidsintensiveringen 2025 In de tabel in paragraaf 2, onder a hebben we een overzicht gegeven van de in 2025 eenmalig geraamde beleidsintensiveringen. We staan dit jaar voor de vraag of en in hoeverre deze wel/niet/gedeeltelijk structureel moeten worden geraamd. Hierbij is het van belang op te merken dat de provincie, in het kader van het financieel toezicht, kritische vragen heeft gesteld over het incidenteel ramen van in beginsel structureel gewenste uitgaven. We vermoeden dat het nogmaals incidenteel ramen van deze uitgaven de provinciale toetsingskritiek niet zal doorstaan. Het vergt ten minste een goede toelichting, per beleidsintensivering. We stellen voor om bij de vraag of onderwerpen structureel moeten worden geraamd als voorlopige uitgangspunt te kiezen: nee, tenzij. We wegen dit uitgangspunt nader af bij de kadernota.
Pagina 11 van 15
Omgevingsprogramma’s In de begroting is een bedrag van € 300.000 structureel en € 700.000 incidenteel geraamd. Met de door ons college vastgestelde Omgevingsprogramma’s is een structureel bedrag gemoeid van € 92.500. Hierbij is bewust de keuze gemaakt om het structurele budget niet volledig in te zetten, omdat er op aantal thema's eerst onderzoeken moeten worden gedaan, voordat besloten wordt of en zo ja voor welk bedrag structurele middelen nodig zijn. Door niet alle middelen nu al te bestemmen, is er ruimte voor deze structurele behoefte. In de tabel is de suggestie opgenomen om het nog beschikbare structurele budget van € 207.500 te temporiseren. Volgens dit voorstel resteert er een budget van € 57.500 in 2026, jaarlijks met € 50.000 oplopend naar van € 207.500 vanaf 2029. Bijstelling ambitieniveau klimaat en verkeer Wij achten het verantwoord om zowel op het beleidsterreinen klimaat/energie, als verkeersveiligheid/fietsbeleid een bezuiniging te realiseren van € 25.000. Wij werken dit nader uit in de kadernota. Organisatie Wij achten het reëel om ook een bijdrage te vragen van onze organisatie, vooralsnog in de vorm van een gefaseerde taakstelling. Hierbij kijken we ook organisatiebreed (minder externe inhuur, efficiency, faciliteiten, bedrijfsvoering).
Uitstel bouw zwembad tot na 2030 Zoals hiervoor al aangegeven, hebben wij u een voorstel voorgelegd om een principekeuze te maken voor nieuwbouw van het zwembad, met een beoogde ingebruikneming begin 2029. In het kader van tekortreductie zijn ook andere keuzes denkbaar. Het zwembad is 40 jaar lang goed onderhouden en acuut ingrijpen is niet noodzakelijk. Uitstel is in beginsel mogelijk tot na 2030. We wachten uw oordeel rond het voorstel voor het zwembad, in samenhang met deze perspectiefnota, af. Bovenwettelijke taken sociaal domein Het sociaal domein beslaat bijna 50% van de gemeentelijke begroting. Gelet op de omvang, ontkomen we er niet aan om ook te kijken naar mogelijke bezuinigingen binnen het sociaal domein. Voor een groot deel gaat het om wettelijke taken, met relatief weinig mogelijkheden tot gemeentelijke beïnvloeding. Voor een aantal taken hebben we echter eigen keuzes gemaakt, en is de mate van beïnvloeding dus groter. Zonder uitputtend te zijn, noemen we de volgende taken: • GGD, maatwerk • Bemoeizorg • Bovenwettelijke taken jeugdbeleid
Pagina 12 van 15
Subsidiëring bovenwettelijke taken instellingen sociale basisinfrastructuur (Balans, SWOS, MEE, Welzin, Silverein). Hierbij is te denken aan de subsidiëring voor de kinderboerderij, diverse projectsubsidies maaltijdvoorziening en buurtsportcoaches. • Bovenwettelijk deel minimaregelingen Zoals gesteld, wij kunnen op de genoemde beleidsvelden nadere keuzes maken. Deze keuzes kunnen echter ook onze meest kwetsbare inwoners raken. Dit willen wij voorkomen door de focus te leggen op taken die deze doelgroepen het minste pijn doen. Vooralsnog denken wij dat een taakstelling van structureel € 250.000 haalbaar moet zijn vanaf 2027. •
Ozb-verhoging bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
Ozb-verhoging, gefaseerd 2,5% per jaar cumulatief
2027
2028
2029
280
560
840
In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om geen ozb-verhoging door te voeren, behoudens aanpassing aan de inflatie. Wij houden hieraan vast, in elk geval tot en met het begrotingsjaar 2026, tevens het laatste jaar van deze raadsperiode. We zien echter ook dat op basis van de nu geconcretiseerde voorstellen in deze perspectiefnota ozb-verhoging voor de jaren na 2026 niet kan worden uitgesloten. Vooralsnog gaan wij uit van een jaarlijkse verhoging van 2,5% boven op de inflatie, vanaf het jaar 2027. Dat komt voor een woning met een WOZ-waarde van € 500.000 neer op een jaarlijkse verhoging van € 8. Resumé financieel meerjarenperspectief Perspectiefnota 2026 In de onderstaande tabel bevat een resumé van de geschetste opties tot tekortreductie en overige ontwikkelingen: bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029
FMP begroting 2025-2028 Subtotaal nog in de begroting te verwerken besluiten
-2.199 -73
-2.187 -73
-1.617 -73
-1.617 -73
September- en decembercirculaire 2024 Stelpost ontwikkelingen, p.m.-posten en beleidsintensiveringen Uitgangspunt: niet structureel ramen beleidsintensiveringen ('nee, tenzij') Voorstellen tekortreductie: - opschonen
173 -1.200 709
483 -1.200 709
451 -1.200 744
451 -1.200 709
99
99
599
99
- besparen - toepassing profijtbeginsel - bezuinigen - optie uitstel nieuwbouw zwembad - ozb-verhoging, 2,5% per jaar vanaf 2027
381 95 275 0 0
876 270 550 0 280
981 295 575 0 560
981 295 600 p.m. 840
459 500 -1.240
1.994 450 257
2.932 400 1.715
2.702 350 1.435
Totaal suggesties tekortreductie Inzet algemene reserve als structureel dekkingsmiddel: zie par. 8 FMP Perspectiefnota 2026
De tabel laat zien dat op basis van de nu gekwantificeerde voorstellen perspectief ontstaat op een structureel sluitende begroting vanaf 2027. De nu in de tabel gepresenteerde
Pagina 13 van 15
begrotingsoverschotten vanaf 2027 moeten overigens in een realistisch perspectief worden gezien. We wijzen in dit kader op het feit dat de financiële onzekerheden bijzonder groot blijven. Ook kunnen we geen garanties geven ten aanzien de haalbaarheid van alle in deze nota opgenomen voorstellen. Veelal is immers een nadere uitwerking en afweging noodzakelijk. We voegen daar nog aan toe dat er in de gepresenteerde begrotingsuitkomsten geen ruimte is gereserveerd voor nieuw beleid, waaronder het eventueel structureel ramen van de nu eenmalig geraamde beleidsintensiveringen 2025 (zie paragraaf 2, onder a). Ten slotte wijzen we op ontwikkelingen die nog niet konden worden meegenomen in de begroting. Als voorbeeld noemen we de kadernota 2026 van de VRU, waarin scenario’s worden geschetst die – afhankelijk van bestuurlijke besluitvorming - kunnen leiden tot hogere extra lasten voor de Utrechtse gemeenten. Enige hoop putten we uit het ‘zwaarwegend advies’ van de commissie-Van Ark, ook wel aangeduid als de Deskundigencommissie, inzake de jeugdzorg. De belangrijkste conclusie is dat er geld bij moet voor gemeenten. Ook adviseert de commissie het Rijk om af te zien van de al geplande bezuinigingen op jeugdzorg, in elk geval tot 2028. Of dit werkelijk soelaas gaat bieden voor gemeenten is echter nog volstrekt ongewis.
7 Budget maatschappelijke opgaven In de huidige begroting is een bedrag van € 4 miljoen gereserveerd voor maatschappelijke opgaven. Hiervan is inmiddels € 1 miljoen aangewend voor dekking van het nieuwe energieprogramma en het voorstel is om € 0,4 miljoen te reserveren voor vervolgonderzoeken voor de nieuwbouw van het zwembad. In het kader van deze perspectiefnota stellen we voor om het nog resterende bedrag van € 2,6 miljoen ook beschikbaar te houden voor innovatieve en kansrijke maatschappelijke initiatieven van inwoners, instellingen en organisaties. Zie ook onze opmerkingen in paragraaf 6. Overigens hebben we uw raad toegezegd om bij de perspectiefnota terug te komen op de spelregels voor de besteding en autorisatie van deze middelen. In dit kader zouden wij de lijn willen kiezen om geen nadere beperkingen te stellen aan de bestedingsdoelen. Vooropstaat dat voorstellen een bijdrage dienen te leveren aan een maatschappelijk belang of opgave. De autorisatie ligt wat ons betreft in alle gevallen bij uw raad. Voorstellen zullen dan ook in voorkomend geval worden voorgelegd aan uw raad, bij voorkeur bij een regulier p&c-document. Ook hebben we eerder aangegeven geen termijn te willen verbinden aan de besteding van het budget: in beginsel is het budget dan ook meerjarig beschikbaar. 8
Algemene reserve
Bij de begroting 2025-2028, in aansluiting op de kadernota 2026, heeft uw raad de keuze gemaakt om de ruimte binnen de algemene reserve maximaal in te zetten. Ook heeft uw raad ingestemd met het voorstel om gebruik te maken van de mogelijkheid om 10% van de vrije ruimte binnen de algemene reserve aan te wenden als structureel dekkingsmiddel. De ‘vrije
Pagina 14 van 15
ruimte’ is hierbij gedefinieerd als de omvang van de algemene reserve minus het totaal van de gekwantificeerde risico’s. Ook geldt de eis dat de solvabiliteit, dat is de omvang van het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal, ten minste op 20% moet blijven. Op basis van twee ontwikkelingen verwachten we nu dat de omvang van de algemene reserve verder zal toenemen. In de eerste plaats betreft dit het jaarresultaat 2024. We zijn inmiddels vergevorderd met het opstellen van de jaarrekening 2024. De besluitvorming hierover in ons college is voorzien op 8 april, waarna toezending aan uw raad volgt. Met het nodige voorbehoud verwachten we opnieuw een groot rekeningsoverschot: bij benadering een bedrag van € 10 miljoen. Dat is ruim € 5 miljoen meer dan waarmee we eerder rekening hebben gehouden. In de jaarstukken 2024 lichten we het jaarresultaat nader toe. De tweede ontwikkeling heeft direct betrekking op deze perspectiefnota. Deze nota is erop gericht om voorstellen te doen die kunnen leiden tot structureel begrotingsevenwicht, uiterlijk in 2029. Dat betekent dat de nu in de begroting geraamde begrotingstekorten voor 2026 en verder – afhankelijk van nog te maken keuzes – worden gereduceerd of zelfs verdwijnen. Op dit moment is een totaalbedrag van € 6 miljoen binnen de algemene reserve ‘geparkeerd’ om deze begrotingstekorten te kunnen dekken.
Als we erin slagen om deze begrotingstekorten daadwerkelijk te verlagen, dan neemt de vrije ruimte in de algemene reserve daardoor verder toe. Kanttekening hierbij is wel dat ons risicoprofiel mogelijk stijgt, omdat we, zoals aangegeven, scherper aan de wind willen zeilen bij het budgetteren. In de tabel ‘resumé financieel meerjarenperspectief Perspectiefnota 2026’ op pagina 13 hebben we bij wijze van aanname rekening gehouden met een extra ruimte binnen de algemene ruimte van € 5 miljoen, waarvan we 10% - € 500.000 in het eerste jaar - mogen inzetten als structureel dekkingsmiddel. Dit bedrag komt boven op de al in de huidige begroting geraamde inzet van € 300.000 (zie de tabel bij paragraaf 1, pagina 4).
Pagina 15 van 15