Notulen Oordeelsvormende Vergadering Integrale Visie Sociaal Domein 5 oktober 2023
Tekst van het document
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein
NOTULEN Voorzitter: Dhr. De Ruijter Griffier: Mevr. Kuijer 1. Opening VOORZITTER: Goedenavond. Welkom bij de gemeenteraad van Soest. Welkom aan de mensen die via diverse digitale kanalen meeluisteren en meekijken. Welkom aan de publieke tribune en de aanwezige pers. Welkom aan de ambtelijke bijstand. Welkom aan het college dat hier op onze uitnodiging is om ons van nadere inlichtingen te voorzien. Welkom aan alle raadsleden en fractieassistenten, en in het bijzonder aan de tien woordvoerders van de fracties in de gemeenteraad op het onderwerp van vanavond. Het onderwerp van vanavond is de eerste conceptvisie sociaal domein. We zijn vanavond bijeen in een oordeelsvormende vergadering. Dat betekent dat de fracties geacht worden hun voorlopig oordeel over het voorliggende voorstel te geven en met elkaar te overleggen over mogelijke verbeterpunten daarin, met als duidelijk doel elkaar te overtuigen of en hoe het voorstel nog beter kan. Normaal bepalen we aan het eind van deze oordeelsvormende vergadering of het voorliggende voorstel rijp is voor besluitvorming, eventueel met nadere amendementen ter wijziging. Vanavond is dat niet het geval.
De visie sociaal domein betreft een dermate brede kaderstelling dat we naar aanleiding van de behandeling vanavond het college vragen het stuk terug te nemen en eventueel met een aangepaste visie te komen, en daar eerst intern over te beraadslagen. Deze nieuwe aangepaste visie zal hier opnieuw oordeelsvormend besproken worden. Naar verwachting zou dat op 16 november op zijn vroegst kunnen. Dit neemt niet weg dat het college alleen geneigd zal zijn die aanpassingen met elkaar door te spreken die door meer dan één, twee of drie partijen in de raad gewenst worden. Het doel van de beraadslaging vanavond blijft daarom nog steeds elkaar te overtuigen van mogelijke verbeterpunten. Daarom stel ik voor dat alle woordvoerders zo meteen in één ronde echt kort hun voorlopig standpunt over deze conceptvisie weergeven, met de nadruk op welke aanpassingen voor uw fractie essentieel zijn. Interrupties zijn hierbij toegestaan, maar alleen ter verduidelijking van het standpunt van de woordvoerder. Alstublieft niet voor politieke stellingnames, daar is in november voldoende tijd voor. Daarna houden we een tweede ronde, waarbij u kort opnieuw een voorlopig oordeel geeft over de punten die door de andere partijen zijn ingebracht, zodat het college meteen op de hoogte is waar uw gedachten als volledige raad naar uitgaan.
Vervolgens vraag ik de aanwezige wethouders of zij kunnen aangeven of en op welke wijze de door u gewenste aanpassingen te verwerken zouden zijn in de visie, zonder al teveel op de wenselijkheid of de inhoud in te gaan of vooruit te lopen op de beraadslaging in uw college. In een derde afsluitende ronde vraag ik eenieder welke van de genoemde aanpassingen voor uw fractie nog steeds zinvol lijken, alles gehoord hebbende, zodat u het college met een duidelijke opdracht op pad stuurt voor de aanpassing van de visie. In al deze rondes zijn wat mij betreft korte interrupties mogelijk. Kunt u zich in dit voorstel vinden? Dan gaan we dat zo doen. Dan begin ik aan mijn rechterkant, en kom ik vanzelf links uit. De Partij van de Arbeid. 2. Fracties geven hun oordeel DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Bedankt dat ik als eerste het woord mag, voorzitter. Dan mag ik ook het dankwoord gelijk doen. Allereerst wil ik de wethouder, het ambtelijk apparaat, maar ook de inwoners en de inwonersparticipatieraad bedanken. Wij als Partij van de Arbeid zijn enthousiast over de visie. Er is voor een brede participatie gekozen, en daar zijn we heel blij mee. In het bijzonder wil ik de inwonersparticipatieraad bedanken, want zij hebben het proces kritisch en nauw gevolgd. Wij zijn verheugd dat zij zich positief uitspreken over de wijze waarop deze visie tot stand is gekomen. Dus kort: mijn dank.
Dan wil ik ingaan op de opgaven zoals in deze visie zijn vastgesteld. VOORZITTER: Meneer Gündüz, wilt u zich toespitsen op verbeterpunten? DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Daar kom ik, voorzitter. Ik kom op de opgaves. Dat is wat in het document wordt genoemd: de gezonde leefstijl, bestaanszekerheid, mentale weerbaarheid, 1
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein kansengelijkheid, en meedoen en inclusie. Dat zijn allemaal onderwerpen die ook de Partij van de Arbeid nauw aan het hart liggen. Omdat wij het vandaag hebben over een conceptvisie, wil ik daarbij stilstaan. Dan wil ik gelijk iets meegeven over de gezonde leefstijl. Hier zou wat ons betreft niet alleen de verbinding met de omgevingsprogramma's gemaakt moeten worden, maar ook met de programma visie sport en cultuur. Dan bij bestaanszekerheid, de opgave. Het is ook belangrijk dat we voor alle doelgroepen de digitale toegankelijkheid vergroten. Het is nu vaak alleen toegankelijk voor een selecte groep. Hier zouden we graag zien dat de verbinding gemaakt wordt met het bestuurlijk domein om de dienstverlening te verbeteren. Vervolgens bij de mentale weerbaarheid, in de conceptvisie staat: "Dat we als gemeente investeren in jongeren en ouderen. We geven ruimte voor initiatieven die bijdragen aan het psychische welbevinden van de inwoners. Sport en cultuur leveren daar een belangrijke bijdrage aan.
Als gemeente blijven we in gesprek met jongeren en ouderen om dit met elkaar te bereiken." Ik zou hier willen toevoegen dat de gemeente naast sport- en cultuurinstellingen ook de religieuze instellingen en de nietgesubsidieerde maatschappelijke partners de ruimte geeft voor initiatieven die bijdragen aan het psychische welbevinden van de inwoners. Ik denk dat ook juist deze instelling, vooral de mentale weerbaarheid van de jongeren, een belangrijke bijdrage zal leveren. Dan de opgave kansengelijkheid. Over de kansengelijkheid wil ik niet alleen dat de inwoners een kansrijke start krijgen. Ik wil ook weer de niet-gesubsidieerde maatschappelijke instellingen, die geen of nauwelijks ondersteuning krijgen van de gemeente, de kans geven om te zorgen voor een leefbare omgeving. Als laatste, meedoen en inclusie. Ook hier had ik nog een toevoeging. Ook hier zou ik willen zeggen dat we de verbinding moeten maken, weer met die niet-gesubsidieerde maatschappelijke organisaties en de religieuze organisaties. Niet alleen weer de partners uit het sport- en cultuurveld. Tot zover mijn input, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Gündüz. Dan ga ik naar GroenLinks. MEVROUW EXALTO (GL): Dank u wel, voorzitter. Goedenavond, ook vanuit ons dank aan iedereen die aan deze visie heeft gewerkt. Echter zijn wij toch kritisch.
Wij vinden dat de visie sociaal domein onvoldoende en te onduidelijke doelen heeft. De visie is namelijk een mooie samenvatting van Soest, geschetst in statistieken, zoals: het aantal jongeren dat rookt ligt vierenhalf procent hoger dan het provinciaal gemiddelde; Soesters gebruiken vaker overmatig alcohol dan landelijk gemiddelde; de LHBTIQ+ gemeenschap voelt zich onveilig in Soest; en de eenzaamheid onder jongeren is gestegen van 8,7 procent in 2019 naar 17,3 procent in 2021. Zorgwekkende constateringen, maar geen duidelijke doelen of uitspraken in de visie waaruit blijkt dat dit aangepakt gaat worden. Daarom willen wij een aantal punten geven. Wij horen ook graag een reactie van de andere partijen. In deze visie zien wij geen doelen voor mensen die ondergerepresenteerd worden, zoals de jeugd, LHBTIQ+'ers en andere gemarginaliseerde groepen. Of mensen die nog niet in ons dorp wonen, zoals vluchtelingen en migranten. In de visie staat dat men zich onveilig voelt door discriminatie. Welke doelen willen we stellen? Bijvoorbeeld dat we een actief discriminatiebeleid opstellen dat leidt tot een x-aantal procent minder discriminatie? We zien ook geen doelen over een gezondere leefomgeving zoals roken, excessief alcoholgebruik en sporten.
Welke doelen willen we stellen? Bijvoorbeeld dat over een x-aantal jaar het aantal rokende jongeren onder het landelijk gemiddelde ligt? Dat geld geen belemmering hoeft te zijn om te kunnen sporten? Als laatste zien we geen duidelijke doelen over de verbetering van de positie van de jeugd. De laatste jaren ondervinden jongeren meer stress, meer eenzaamheid, psychische klachten en angst voor het klimaat en de toekomst. Welke doelen stellen we? Bijvoorbeeld dat het percentage eenzame jongeren weer onder de tien procent is over een x-aantal jaar? Ik hoor graag iedereens gedachten over de genoemde punten. Een visie moet doelen hebben. Een visie moet een duidelijk beeld schetsen van waar we heen willen. Make it smart. Ik wil aan iedereen vragen ambitieus te zijn. Shoot for the moon. Even if you miss, you'll land among the stars. Dank u wel. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN):Was daar een vertaling van, voorzitter? VOORZITTER: Wat zei u, meneer Baks? DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Komt er van die laatste zin een vertaling? VOORZITTER: Ja, voor de laatste zin komt de vertaling bij de besluitvormende raad. D66. MEVROUW WELSCHEN (D66):Goedenavond. Dank u wel, voorzitter. Vanuit een partij-ideologisch standpunt kan D66 zich prima vinden in deze visie. Het gaat immers uit van eigen kracht. Het eerder genoemde sociaal cement, het Soester cement komt terug, het netwerk om mensen heen.
Het gaat uit van vertrouwen, wat wel mogelijk is. Het gelopen traject in participatie geeft niet zozeer inhoudelijk een goed signaal, als wel dat mensen de vorm erg hebben gewaardeerd. Dat 2
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein zijn in onze ogen succesfactoren. Als raadsleden van de gemeente Soest - dan sluit ik aan op mijn buurvrouw -een gemeente die na veel jaren weer wil gaan sturen op sociaal domein met beleid, missen we wat onderbouwing. De visie is erg breed. De opgaven zijn erg generiek. Het model is erin geplakt, maar het is niet ingevuld zoals de bedoeling is van het model met de data die is verzameld. Dan heb je iets meer duiding. In onze bijdrage een jaar geleden hebben we gezegd: "Is er een evaluatie van het gevoerde beleid tot nu toe, zodat je iets van een fundament hebt van het verleden, dat het de toekomst wat duidelijker maakt?" Dat mist ook. Dan hebben we het nog niet over de vele organisaties die, al dan niet gesubsidieerd, met deze visie moeten gaan werken. Het klinkt ons erg utopisch als je iedereen rondom dit beeld krijgt. Nu komen we zelf niet zozeer met voorstellen. Wij zijn teruggegaan naar de startnotitie voor deze visie. Daar zijn tien doelen gesteld, waarvan er zeven, vrij generiek, behaald zouden zijn. De volgende drie vinden wij twijfelachtig. Eén is dat deze visie duidelijk en concreet verwoordt wat we willen. Twee was de doelstelling, de wijze van monitoring op voorhand is uitgewerkt. De derde, richting geeft de uitgaven die we doen in het sociaal domein.
Dat stond in de startnotitie en met die opdracht is men een jaar aan de slag gegaan. In onze ogen is daar nog wat te winnen om aansluitend op het in ieder geval op dit moment, GroenLinks, het iets meer Soesters te maken dan algemeen. Onze vraag aan de raad is of de raad het erover eens is dat aan deze opdracht volledig is voldaan. Zo niet, wat we teruggeven zodat het volledig terugkomt. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel. VVD. MEVROUW STERENBERG (VVD):Dank u wel. Ook vanuit de VVD complimenten voor het hele proces wat doorlopen is. Heel fijn dat we straks weer een actuele visie hebben, want de wereld staat niet stil. Wat ik ga doen: ik ga mijn bijdrage opdelen in twee punten, op het proces en op het inhoudelijke deel. Dus voorstellen op de inhoud, maar op het proces wil de VVD ook graag wat opmerken. Dat is namelijk dat we in dit conceptvoorstel geen toelichting hebben gezien op: hoe nu verder voor de raad? We hebben op dit moment als raad de handen nog aan het stuur. De vraag is wanneer we uitstappen, en laten we het college verdergaan en gaan wij kijken of zij de weg opgaan die wij voor ogen hadden? Er wordt altijd gezegd dat het college gaat over de uitvoering. In mijn bijdrage over het inhoudelijke deel blijkt hoe belangrijk taal is. Er is in deze visie voor gekozen om te spreken over dat de vervolgstap uitvoeringsplannen zijn.
Daarmee suggereren we meteen: dat is uitvoering, dus de raad heeft de handen op dat moment niet meer aan het stuur. In ditzelfde stuk noemen we ook dat we de cultuurvisie en de sportnota moeten zien als uitvoeringsplannen. Diezelfde cultuurnota en de sportnota, daar houden we wel de handen aan het stuur. Daar gaan we wel als raad over stemmen, en over de verdere uitwerking van deze visie niet. Wat ik altijd heb geleerd, is dat je na een visie ook overgaat tot beleid. Dat beleid, gaan we dat terugzien met beleidsplannen of is dat beleid het uitvoeringsplan? Dan is mijn vraag aan de rest van de raad: hoe zien wij onze rol hier straks verder in? Hebben wij er vertrouwen in dat wij zeggen: "De visie wordt straks vastgesteld. Mensen, zet hem op. Daarmee hebben wij onze rol gepakt." Of vinden wij dat we de handen iets verder aan het stuur zouden moeten hebben, ook ten opzichte van de doelstellingen? Wat bedoelen we dan precies wat we gaan doen? Ik wil graag toetsen hoe de andere fracties daarin staan. Het risico is natuurlijk dat deze visie loopt tot 2028. Betekent dit dat wij als raad dan een stap opzij doen totdat er richting 2028 er een nieuwe visie komt, en dat we in die tussentijd alleen maar kijken wat er in de kadernota en begroting en jaarstukken voorbijkomt? Op dit domein gaat natuurlijk enorm veel geld om, waarin wij ook een rol hebben. Dan het inhoudelijke.
Daar kom ik ook weer op de taal. Vorige week heb ik daar ook al een vraag over gesteld. We gaan uit van vertrouwen. Dat voelt als een taalkwestie omdat ik niet goed kan vatten wat wij precies bedoelen. Kijken we naar het verleden terug en hebben wij het idee dat we het fout hebben gedaan? Hebben wij het idee dat wij ons als gemeentemoeten verantwoorden voor het feit dat er een toeslagenaffaire is geweest, en dat er dingen misgaan? Of hebben we het over de paarse krokodil die nog altijd aanwezig is in dit domein? Als we het over de paarse krokodil hebben, zouden we in deze visie het beestje niet bij de naam moeten noemen en uitgaan van deze term? Volgens mij gaat het vaak niet om het gebrek aan vertrouwen, maar ook om de bureaucratie die we hebben opgetuigd met regels en richtlijnen. Hij ligt daar, die krokodil. De VVD zou graag willen aftasten hoe de rest daarin staat. Wij hebben het idee dat we de paarse krokodil zouden moeten willen benoemen. Dan vindt de VVD ook de volgende term in de prioriteitenongelukkig gekozen: het ongelijk investeren voor gelijke wijken. Wat de VVD betreft, zouden we dat behoefte-of situatiegestuurd investeren noemen. Voor ons zit dat in taal. Ongelijk gaat uit van iets negatiefs. Als je kijkt naar het fysieke domein, als je in wijk A de weg gaat asfalteren, zeg je ook niet tegen de mensen in wijk B: dat is niet eerlijk.
Terwijl in wijk B het asfalt er nog perfect bij ligt. Dan ga je niet bij de buren aan de overkant ook het asfalt asfalteren. De visie is dat we in het sociaal domein doen waar het nodig is. Is dat ongelijk? Volgens mij is dat niet ongelijk, want dat zou suggereren dat het oneerlijk is. We doen waar vraag naar is, waar de behoefte naar is, op die plek waar het nodig is dat het beleid ingezet wordt. Het is ook weer een 3
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein taalkwestie, maar wel taal die volgens mij veel kan doen in hoe we dat interpreteren. Ik hoor graag hoe de anderen dat lezen. Tot slot hebben we de vraag: hoe flexibel willen we eigenlijk zijn met deze visie? Dat lezen we nu nog niet terug in deze visie. Wat doen we als de wereld er straks over twee jaar heel anders uitziet? We hebben hem nu op een jaar staan, maar we zijn een paar jaar geleden zelf ook weer verrast met allerlei crisissen die zich voordoen en die effect hebben. Hoe gaan we daarmee om? Wat de VVD ook nog miste, ik weet niet hoe de andere partijen dat hebben gelezen is: waar zien we nog blijvend de ruimte voor innovatie? Hoe willen we dat de innovatie in dit domein aangejaagd blijft worden? Tot zover onze discussiepunten. VOORZITTER: Dank u wel. Voor meneer Baks, in oud-Nederlands is de paarse krokodil van het kastje naar de muur gestuurd worden. ChristenUnie-SGP. DE HEER VAN DER WAAL (CU-SGP): Dank u wel. Een mooi stuk waar veel tijd in is gaan zitten en waar ook wat ons betreft een goede visie wordt neergezet. Als fractie waren we erg blij met de beweging dat het uitvoeringsplan met de subsidiepartners wordt gedaan. Een goede beweging: niet alleen maar vanuit het gemeentehuis, maar ook met subsidiepartners.
Wij zijn benieuwd hoe de anderen erover denken om daar ook de inwoners bij te betrekken. Als we dan toch buitenhuis het uitvoeringsplan gaan maken, laten we daar dan ook de bewoners bij betrekken. Als fractie zien we ook veel elementen van het gezondheidsbeleid in dit stuk terug. We vragen ons af of je niet naast de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo ook de Wet publieke gezondheid erin moet betrekken. Als je teruggaat naar 2018, naar het laatste gezondheidsbeleid, dan zie je dat daar de kern positieve gezondheid is, en dat zie je hier ook terug. We vragen ons af hoe de anderen dat zien. Zouden we het niet breder moeten trekken en ook gezondheid hierbij moeten betrekken? Daar wilde ik het even bij laten. VOORZITTER: Dank u wel. U stelt deze vragen aan de andere fracties, niet zozeer aan het college in deze vergaderorde. Partij Ons Soesterberg. MEVROUW BRUIL (POS): Dank u wel, voorzitter, aanwezigen en inwoners van Soest en Soesterberg. Volgens POS klinkt de visie zoals deze ons voorligt goed. Je kan er eigenlijk niet veel verkeerd aan vinden. Het feit dat het er nog geen concrete plannen liggen en het een visie op hoofdlijnen betreft, maakt het wat POS betreft een wijde zak. Dit is al aangegeven door voorgangers GroenLinks en D66. Het zit hem vaak in de details in de uitvoering. Die komen juist naar voren in de deelprogramma's, en die zijn ons nog niet bekend.
Wij willen een aantal punten uitlichten. Eén, inzake de verslavingen. Punt van zorg was wat ons betreft ook de andere verslavingen, naast alcohol en roken. Wij danken u voor de toezegging om andere verslavingen, zoals gebruik van drugs, op te nemen in deze visie. Het noemen van de formele partners is uiteraard goed. Echter, er is ons inziens een nog grotere doelgroep dan formele partners. Dat zijn de informele partners en zeker ook onze inwoners zelf die, los van stichtingen of verenigingen, vaak een positieve bijdrage leveren aan hun directe woonomgeving. Wij hopen dat deze groep in deze visie goed bediend gaat worden en dat deze inwoners hoog op uw lijstje staan. Vertrouw op de inwoner en laat dit blijken. Ga uit van een ja mits, in plaats van nee, tenzij. Neem een positieve houding aan ten aanzien van goede en leuke initiatieven uit de samenleving. Help mensen met het verkrijgen van bijvoorbeeld vergunningen. Geen beren op de weg, maar lachende gezichten op het plein. De speciale aandacht voor onze jeugd van Soest stemt ons zeer positief. Deze groep heeft het ook zwaar en verdient zeker meer aandacht. De jeugd zoekt vaak naar een eigen plek waar ze anderen niet tot last zijn. Ik denk dan zelf aan het gebouw Odeon in Soesterberg, en zo zullen er in Soest ook voorbeelden zijn. Ook hierin zijn wij benieuwd naar de deelprogramma's en de invulling hiervan in de praktijk.
Kortom, voor POS is het in de praktijk uitvoeren van deze visie zeer belangrijk. Wij zien de definitieve versie met veel interesse tegemoet. Hier wil ik het even bij laten. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u. Soest2002. DE HEER CHRISTIAANS (SOEST2002): Dank u wel, voorzitter. Ik zit hier enigszins verward vanwege het proces, maar ik hoop dat het in de loop van de avond helderder wordt. Ook de setting voor het debat zo meteen, ik ben heel benieuwd hoe dat gaat lopen. Als het gaat over de de visie. De fractie van Soest2002 is op hoofdlijnen zeer tevreden over de voorliggende integrale visie sociaal domein. Dank aan het college en via het college aan de ambtenaren voor het beantwoorden van de vragen die gesteld zijn. Het college vraagt wat er mist of wat er beter moet in deze visie. Dan mist de fractie van Soest2002 een zesde leidende principe. Dat principe is: de basis op orde. Ik ben ook benieuwd hoe de andere fracties ertegenaan kijken, maar dan willen ze natuurlijk eerst weten wat we daarmee bedoelen. Dat ga ik toelichten. Met de basis op orde bedoelen we vooral dat het proces op orde is. Een voorbeeld is het antwoord op de vraag van POS over de informele 4
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein partners, die ook op Teams gesteld is. Als je naar de website gaat loop je tegen honderden organisaties aan. Probeer als inwoner van Soest maar eens je weg daarin te vinden. De basis op orde is ook dat het sociaal domein zich bezighoudt met alle wijken in de gemeente, formeel of informeel. De basis op orde is een effectieve en efficiënte, maar ook innovatieve - de VVD noemde dat al - aanpak nastreven. De basis op orde is ook aansluiten op andere domeinen, zoals veiligheid. Het is ook de volledige toegang tot toeslagen of voorzieningen, zoals sporten voor de jeugd. Het is dus een integrale aanpak. De basis op orde is ook bijdragen aan het landen in de Soester samenleving van inwoners die in Soest komen wonen, of het nu statushouders zijn of nieuwe inwoners uit andere gemeenten. De basis op orde is ook een aansluiting op wat er in onze omgeving gebeurt, zoals in onze buurtgemeentes, en voorkomen dat bijvoorbeeld door woningcorporaties geschoven gaat worden met moeilijke doelgroepen van de ene naar de andere gemeente. De basis op orde hebben maakt dat je uiteindelijk betere keuzes kunt maken. Deels zien we de basis op orde terug in de leidende principes. Onze vraag is om dit aan te scherpen.
Niet alleen constateren dat het niet goed gaat of beter kan, zoals in de visie staat beschreven, maar het vertalen naar een leidend principe en daarmee aan de slag gaan. Ook zou het mooi zijn als we gaan werken vanuit de bedoeling, en niet vanuit de strakke regels. De omstandigheden in de wereld hebben hun invloed op het lokale niveau en daarmee ook op de inwoners. We moeten inwoners niet straffen omdat ze voor keuzes gesteld worden die voortvloeien uit omstandigheden waar ze geen invloed op kunnen uitoefenen, omdat het van buitenaf wordt opgedrongen of omdat ze niet bij machte zijn. Maatwerk is hierbij zo belangrijk. Tot slot is het maken van keuzes met betrekking tot de uitvoering een keuze tussen veel goede dingen. In de wetenschap dat de uitvoeringsplannen worden gemaakt met het werkvelden in samenwerking met de inwonersparticipatieraad, heeft de fractie van Soest2002 veel vertrouwen in de vervolgstappen die het college gaat zetten. Tegelijkertijd zullen we ook een stevige vinger aan de pols houden als het gaat om de kwaliteit van uitvoering, met alleen een grote wens om op een goede manier gebruik te maken van de informele partners en de initiatieven die ze nemen, en deze partners op gepaste wijze te faciliteren in hun activiteiten, en daarnaast een grote inzet op preventie in relatie tot het leidende principe 'basis op orde'. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u.
Gemeentebelangen Gewoon Soest. MEVROUW WEITH (GGS): Hartelijk dank. Een zorgzaam en veerkrachtig Soest. In deze conceptvisie staat hoe we dit de komende jaren met elkaar gaan oppakken. Het is goed om te lezen dat er vruchtbare en mooie gesprekken zijn geweest met de inwoners, de organisaties en ondernemers. De vijf opgaven die hieruit zijn voortgevloeid steunen wij daarom ook. Er wordt een goed algemeen beeld geschetst van de diverse opgaven. De kansen die dit biedt om de samenhang te bewerkstelligen met de omgevingsvisie ervaren wij als positief. Belangrijk vinden wij ook de verbinding met het fysieke domein. We zijn erg benieuwd hoe zich dit in de toekomst gaat vertalen. Echter, deze conceptvisie is slechts een eerste stap. Uit de woorden van het college vorige week concluderen wij dat, als wij de visie op een later tijdstip gaan vaststellen, de raad bij de concrete vertaling geen invloed meer lijkt te hebben op het beleid, behalve via de P&C-cyclus. In deze visie voor de komende jaren staan leidende principes zoals: we gaan uit van vertrouwen. Wat betekent dit straks concreet in de praktijk? Ik ga niet alles noemen waar we vragen over hebben, want onze worsteling lijkt mij duidelijk. De sport en de cultuurnota's worden genoemd als... VOORZITTER: Mevrouw Weith, het is niet meer de ruimte om vragen te stellen. Het is om discussiepunten voor u als raad naar voren te brengen.
MEVROUW WEITH (GGS): Daar kom ik aan toe. Ik ben heel benieuwd hoe de andere partijen dit zien en of zij er ook mee worstelen. De sport- en de cultuurnota's worden namelijk genoemd als uitvoeringprogramma's. Deze worden behandeld in de raad. Het uitvoeringsprogramma van het sociaal domein straks niet. Wij willen niet op de stoel van het college en de uitvoerders zitten, maar van ons wordt wel verwacht dat wij controleren of het beleid goed wordt uitgevoerd. De raad gaat volgens mij wel degelijk over de frequentie en het detailniveau van de politieke verantwoording voor het bestuur. Tussen deze visie en de P&C-cyclus missen wij daarom een stap waarin de raad betrokken wordt bij het hoe, wat en wanneer, in grote lijnen. Ik ben benieuwd hoe de andere partijen dit zien. Inhoudelijk wil ik het volgende meegeven. Voor ouderen geldt al jaren het credo: zo lang mogelijk thuis blijven wonen met de hulp van mantelzorgers, en waar nodig met ondersteuning via de gemeente en andere instellingen zoals de SWOS. Dat dit tot schrijnende situaties kan leiden waarbij ouderen, mede door de bezuiniging in de zorg, nog thuiswonen terwijl dit niet meer verantwoord is. Dit is ook doorgedrongen tot Den Haag. Eerder deze week heeft een Kamermeerderheid ingestemd met een motie waarin het nieuwe kabinet gevraagd wordt om de herintroductie van een tussenvoorziening tussen thuis en het verpleegtehuis.
Gezien de duur van 5
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein deze visie, tot maar liefst 2028, zouden wij graag zien dat ook een visie hierover wordt opgenomen. GGS is een groot voorstander van een dergelijke oplossing. Iedere oudere die dit wil en kan, moet waar mogelijk ondersteund worden om fijn in de vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. Maar als er niet genoeg mantelzorg is, de woning niet geschikt is, et cetera, en het beter is voor de oudere om niet langer thuis te wonen en deze hiertoe ook zelf de wens uitspreekt, waar het verpleegtehuis echt niet im Frage is, dan zou zo'n tussenvorm een uitkomst zijn. In de eerste plaats voor de ouderen zelf natuurlijk, voor de druk op de zorg, en om de zorg in de verpleeghuizen beter beschikbaar te maken voor de mensen die het echt nodig hebben. Om nog maar te zwijgen over de doorstroming in de woningmarkt. Op pagina achttien staat de passage over woning en zorg. Dit zou uitgebreid kunnen worden met een visie over de tussenvoorziening. Ik ben heel benieuwd hoe de andere partijen hierover denken. Tot slot, verder zou ik graag meer een link willen zien met het integraal veiligheidsplan. In het integraal veiligheidsplan wordt wel verwezen naar het sociaal domein, en andersom niet. Op pagina 20 in de visie worden specifiek de jongeren genoemd, en in het veiligheidsplan is ook veel aandacht voor de jeugd.
Wellicht dat hier op de een of andere manier de link kan worden gelegd. VOORZITTER: Had u een interruptie, mevrouw Welschen? MEVROUW WELSCHEN (D66): Het zou heel fijn zijn als mensen het wat korter houden. Als ik wil ingaan op jullie punten... Er is zoveel inleiding, ik kan het niet onthouden. Er is veel actualiteit, maar ik ga dat allemaal niet onthouden. Misschien kunnen we het iets... MEVROUW WEITH (GGS): Ik ben klaar. Dank u, voorzitter. VOORZITTER: Dank voor uw interruptie, mevrouw Welschen. Het komt allemaal goed. Burgerbelangen Soest Soesterberg. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen aan de oproep van mevrouw Welschen tegemoet te komen door het zo kort mogelijk te maken. Het college vraagt of wij willen instemmen met de integrale visie sociaal domein. Er is hard aan gewerkt, er zijn veel mensen bij betrokken. Dank aan ieder die er zijn inbreng in heeft gehad. Alle burgers, alle bewoners, in de participatieraad. Dan ligt hier een visie, een eerste concept want het tweede krijgen we hierna. Dan houdt het voor ons op. Dan zit ik met dezelfde strijd als mevrouw Sterenberg op tafel legde.
Is het dan voor ons als raad klaar? Hebben wij niks meer te doen bij het uitvoeringsprogramma? Als wij uiteindelijk zoveel miljoen euro inzetten in het sociaal domein, dan is het ook aan ons als we bepalen: waar willen we uitkomen en we moeten kunnen controleren. Halverwege, het begin, weet ik veel waar. Bereiken we met de inzet van onze middelen het doel wat we voor ogen hadden? Als wij daar als raad geen enkele inbreng meer bij hebben, dan is ook het instemmen met een conceptvisie een wassen neus. Daar zou ik de mening van mijn medepartijen over willen horen. Misschien komt er een routeplan bij het volgende concept vanuit het college. Dat zou ook nog kunnen. VOORZITTER: Dank u wel, en u bent niet de eerste die dit punt naar voren brengt. Er zijn nu vier partijen die het over de rol van de raad en de monitoring gehad hebben, dus dit zal sowieso een punt zijn waarover het college zich zal beraden en misschien straks iets over wil opmerken. Ik zit op meer dan drie partijen. Het CDA. MEVROUW VAN GINKEL (CDA): Voorzitter, dank u. Dank voor iedereen die hieraan gewerkt heeft. Het CDA heeft het volgende over de integrale visie sociaal domein op te merken. In het algemeen kunnen we ons vinden in de doelen die we ermee willen bereiken. We zijn vooral benieuwd naar wat er gedaan gaat worden om al die doelen te bereiken. Er zijn veel organisaties, maar ook inwoners bij betrokken.
Over langdurige zorg het volgende. In bijlage één op bladzijde elf van de visie heb ik het volgende gelezen, en hierbij citeer ik: "Of dat ouderen die ziek worden niet langdurig in verpleegtehuizen terechtkomen, maar langer zelfstandig thuis met passende ondersteuning kunnen blijven wonen." We vragen ons daarbij af: krijgen de ouderen dan net zoveel aandacht als ze krijgen in een verpleeghuis? Zeker voor de alleenstaande ouderen is het zo dat het verpleeghuis een plek is met de sociale contacten, het samen eten en samen naar de activiteiten gaan bijvoorbeeld. Lang zelfstandig thuis wonen is mooi als dat kan. Veel mensen zullen daar de voorkeur aan geven. Maar als dat niet meer kan, moet je wel een alternatief hebben als inwoner. Wordt er bij langdurig thuis blijven wonen niet teveel en onnodig een beroep gedaan op de thuiszorg en op de mantelzorgers, die al enige druk hebben en al bijna geen tijd meer hebben voor een praatje? Terwijl er professionals in verpleeghuizen klaarstaan voor de ouderen. Is die aandacht dan wel voor de ouderen die langdurig thuis blijven wonen? Langdurige zorg voor mensen die niet meer thuis kunnen zijn, mogen zij wel naar een verpleeghuis? Worden de 6
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein verpleeghuizen echt voor de mensen met een zware zorgvraag? Zijn de verpleeghuizen klaar voor alleen de zware zorgvragen? Het CDA wil niet dat de deur dicht blijft voor inwoners die beter af zijn op een andere plek dan thuis. Het CDA ziet graag dat in de visie wordt meegenomen: meer aandacht voor de langdurige zorg. We weten dat het een ingewikkeld vraagstuk is waar we als gemeente niet altijd directe invloed op hebben. Het gaat om wonen en het gaat om zorg. Deze visie heet integraal, dan moeten we hier ook aandacht voor hebben in deze visie. Voor veel mensen is het een periode in hun leven, de laatste levensfase, waarin ze een intensief goede zorg nodig hebben. Die inwoners willen we niet buitensluiten. We zien dan ook graag dat aspect, aandacht voor langdurige zorg, meer terug in deze integrale visie. VOORZITTER: Uw punt is duidelijk. Ik hoop dat meer partijen die aandacht terecht vinden. Dank u wel. Ik constateer dat het onderwerp monitoring van de uitvoeringen de rol van de raad daarbij breed gedeeld wordt in het gezelschap. Dat betekent dat de discussie niet meer per se daarover hoeft te gaan, omdat het college op basis van deze input eventueel het stuk gaat aanpassen en u in de volgende ronde kan kijken of dat voldoende is verwerkt.
Ik stel voor dat we dat punt voor nu parkeren, net als de twee concrete vragen die gesteld zijn, namelijk: welke participatie vindt plaats bij de uitvoeringsplannen? Daar zal het college misschien nu op reageren, misschien in de volgende ronde. Dan is het een concrete vraag, geen discussiepunt. Vraag aan het college. Een andere is: wat wordt de rol van niet-gesubsidieerde instellingen? Ook dat beschouw ik als een vraag aan het college die in de tussentijd beantwoord zal worden. Dan houd ik vijf punten over die wat mij betreft nu door eenieder becommentarieerd worden. Dat gaat over het opnemen van concrete doelen. Dat gaat over vertrouwen en wat ermee bedoeld wordt. Dat gaat over ongelijk investeren danwel maatwerk. Hoe kijken de partijen daar tegenaan? Het verbreden van de visie sociaal domein met gezondheid, met ouderenzorg, tussenvoorzieningen voor ouderen. en als leidend principe, het gloedvol betoog voor een basis op orde. Wat mij betreft zijn dat de vijf punten waarop u nu allemaal reageert, voor zover het niet uw eigen punten waren. Mevrouw Welschen. MEVROUW WELSCHEN (D66): Volgens mij heb ik juist als punt ingebracht om niet in allerlei inhoudelijke aanvullingen te vervallen. Of wij überhaupt vinden dat de opdracht die wij gesteld hebben als raad voldoende is afgerond, of dat die eerst nog terug moet om verder te werken aan de drie doelen die erin staan.
Dat is uitgewerkt in allerlei opmerkingen over het toevoegen van. Volgens mij moet eerst de opdracht die voorlicht geëvalueerd worden, want daar komt het in terug. VOORZITTER: U doet een oproep om de opdracht terug te geven. Het college neemt ook stuk mee terug en past het aan. Wilt u dan nu de discussie stoppen en de opdracht teruggeven? MEVROUW WELSCHEN (D66): Nee. Wat ik interessant vind aan deze discussie is dat we enerzijds vinden dat het concreet en to-the-point is, en anderzijds geven alle partijen nog meer gedetailleerde inhoud en nog meer aanvullingen en nog meer breed op microniveau. Dan is mijn vraag aan de raad: als die zegt dat we meer willen op de jongeren, en daar de langdurige zorg, en daar moeten de ouderen, en het moet ook nog concreet...Dan ben ik nieuwsgierig wat we verwachten dat er zo meteen ligt. Laten we eerst datgene wat er ligt iets meer concretiseren. VOORZITTER: Dat was het eerste discussiepunt wat ik noemde, wat nu inderdaad een discussiepunt is. Correct. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Voorzitter. VOORZITTER: De heer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Bij de vorige keer, vorige bijeenkomst begreep ik van wethouder Suna dat we vanavond moeten zien als een avond waarbij we bouwstenen aandragen voor het volgende concept. Nu komt u met vijf punten waarop we moeten of mogen reageren.
Ik weet van die vijf punten niet meer wat er nog meer is, behalve vertrouwen. VOORZITTER: Ze komen op het scherm, meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Geweldig. Dan blijft het de bedoeling dat we bij al die punten de bouwstenen meegeven aan het college, van: dit verwachten we uiteindelijk terug in de definitieve visie? VOORZITTER: Geheel correct, meneer Baks. Deze vijf bouwstenen heb ik gedestilleerd uit uw beraadslaging nu. Als u kunt aangeven in hoeverre u die bouwstenen ondersteunt of bestrijdt of 7
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein wat u daaronder verstaat, heeft het college een vollediger beeld met hoe de raad denkt over deze bouwstenen, zodat ze weten hoe ze het moeten wegen en hoe ze het in hun eigen beraadslaging kunnen verwerken. Mevrouw Sterenberg. Slide met discussiepunten Integrale visie sociaal domein 1. Concretere doelen opnemen in de integrale visie sociaal domein 2. Vertrouwen 3. Ongelijk investeren en maatwerk 4. Verbreding met gezondheid (Wet publieke gezondheid) en tussenvoorziening voor ouderen 5. Leidend principe toevoegen: de basis op orde MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel. Ik moest ook bij mevrouw Welschen aankloppen. Mag ik nog een keer zien wat het punt was dat mevrouw Welschen maakte? Het punt was dat in de startnotitie tien doelen stonden die we willen verwezenlijken met deze visie. Daarvan zijn er zeven afgestreept en drie nog niet. De discussie zou kunnen zijn: vinden wij als partijen dat in de visie die gaat komen die drie punten nader toegelicht moeten worden, zodat we alle tien de punten terugzien in de visie wat we vooraf als doel hebben gesteld. VOORZITTER: Noemt u de drie nog even, mevrouw Welschen? MEVROUW WELSCHEN (D66): Dat de wijze van monitoring op voorhand is uitgewerkt. Dat komt tegemoet aan de vraag die bij mij ligt.
Dat het richting geeft aan de uitgaven die we doen in het sociaal domein. Er moet ergens een euroteken staan. En dat duidelijk en concreet verwoord is wat we willen. VOORZITTER: Die eerste staat inderdaad verwoord in het eerste punt. De andere twee behoren inderdaad tot de monitoring en de rol van de raad hierna, waar het college zeker op terugkomt omdat die door meerdere partijen genoemd is. Oké? Mag ik de heer Gündüz vragen of hij het licht van de PvdA over deze vijf punten zou kunnen laten schijnen? DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): In principe zijn het allemaal belangrijke punten. Het is lastig, daar moet je eigenlijk een verdieping in hebben per discussiepunt. Concrete doelen opnemen, integrale visie. Concrete doelen, een visie...Het is lastig om concreet te maken in een visie. Aan de andere kant zeg ik: natuurlijk is het concreet altijd beter. Dan weten we met z'n allen waar we aan toe zijn. Ook de inwoners weten het dan beter. Maar in een visie moet je soms zeggen: je kijkt er overheen, en daarin zou je eventueel maatwerk kunnen toepassen als gemeente. Dat is ook heel belangrijk. Dus ik vind concrete doelen opnemen op zich aan de ene kant wel, aan de andere kant weer niet...Ik vind dat lastig, moet ik eerlijk zeggen. Ik weet niet hoe de anderen erover denken, maar concreet maken...Soms sluit je dan bepaalde dingen uit. Daar moeten we ook voorzichtig mee zijn.
We willen niet dat iemand buiten het bootje valt. VOORZITTER: Uw nuancering is duidelijk. Het punt kwam bij GroenLinks vandaan, dus ik sla mevrouw Exalto over. Mevrouw Welschen, concretisering. MEVROUW WELSCHEN (D66): Concrete doelen mogen voor mij in een uitvoering, want daar ga ik niet over. Volgens mij mist daar nog het stuk tussen de visie en het concrete doel, dat is namelijk: waarom is dat doel relevant voor Soest? We zien in de visie wel data en leidende principes, maar de duiding van de leidende principes aan de hand van onze data -waarom hebben we een doel?mis ik. Taal, daar kunnen we lang over praten. Daar ben ik het mee eens. Het blijft natuurlijk altijd breed. Een verbreding, ik denk dat we eerst moeten proberen...Vier jaar is echt heel kort en daar kunnen we nog veel aan toevoegen. Maar vier jaar is echt heel kort voor een strategische periode. En als leidend principe de basis op orde, met dat gesprek zijn we als D66 al langer bezig. VOORZITTER: Dan ga ik toch even terug naar mevrouw Exalto. MEVROUW EXALTO (GL): Zal ik het eerste punt overslaan? Oké. Dan ging het vooral om de connotatie van vertrouwen, denk ik, dat bedoeld werd. Ook de connotatie voor ongelijk investeren. Het lijken me logische punten. Iedereen heeft zijn eigen connotatie bij de woorden, dus dat verschilt ook weer. De basis op orde lijkt me ook logisch.
Als dat niet genoeg hierin is genomen, dan zou ik graag meer duidelijkheid willen van Soest2002, waar de basis in dit sociale domein nog niet op orde is. Dat vond ik nog een beetje onduidelijk. VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Sterenberg. 8
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein MEVROUW STERENBERG (VVD): Over duidelijkheid, ik dacht net dat we eerst punt één langsgingen allemaal, en dan punt twee allemaal. Nu heb ik ook het doel niet meer goed voor ogen. VOORZITTER: Dat dacht de heer Gündüz ook. Daar dacht mevrouw Welschen anders over. Neemt u het integraal op, behalve uw eigen punten graag. MEVROUW STERENBERG: Het is een hele lange dag. De concrete doelen opnemen in de integrale visie, dan kom je volgens mij meteen op een vervolgdiscussie. Als wij zeggen dat het met tien procent verminderd moet worden, bijvoorbeeld het drugsgebruik onder jongeren, dan kom je ook bij: hoe en wat heb je daarvoor nodig? Dan kom je op de rekensom. Als wij allemaal concrete doelen in de visie opnemen en die dan vaststellen, maar we niet weten welke prijskaartjes en dergelijke daaraan hangen, dus het niet ook over de euro's gaan hebben, dan hebben we doelen en daar gaan we het college aan houden. We hebben echter geen idee of we daar ook de middelen tegenover zetten. Voor mij is dit de stap die volgt in, dan kom je weer in de taal: is dat het uitvoeringsplan of een soort beleidsplan? Voor mij zit die in de volgende stap. Bij de visie zeggen we: dit is onze stip, dit is de gemeente die wij willen zijn. In de uitwerking...
Natuurlijk, als wij gaan zeggen dat we aan de slag gaan met buurtsportcoaches, dan wil je ook weten wanneer we tevreden zijn aan het eind van dit aantal jaren. Je wilt het ook kunnen monitoren. Punt twee, vertrouwen, is door mezelf gemaakt. Ten opzichte van de paarse krokodil, dat is eigenlijk het punt wat er tegenover wordt gezet. Punt drie is ook zelf gemaakt. De verbreding met gezondheid vind ik, wat mevrouw Welschen ook aangaf, een risico dat we in deze visie al heel concreet beleid gaan benoemen wat we zouden willen. Dan kom je ook weer in uitvoering of beleid. Volgens mij is het signaal: we moeten iets met ouderen. Thuiswonen/hulp die ze nodig hebben, dat is een punt wat erin staat en daarop komen we in het vervolg. De basis op orde vind ik ook weer een lastige. Met onze visie zeggen we dat we alle inwoners hebben gevraagd: "Hoe vinden jullie het hier in Soest? Waar hebben jullie behoefte aan?" Wat uit die participatie is gekomen, is de behoefte om te zorgen dat het op orde komt. Wat we met de visie gaan doen, zou moeten gaan voldoen aan de behoefte die er is. Volgens mij hebben we als gemeente altijd een rol om de basis op orde te hebben. Dat is een algemeen leidend principe voor ons als gemeente in iedere stap die we zetten. VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik terug naar de heer Gündüz. DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Dank u wel. Dat vertrouwen, ik sluit me aan.
Dat hoort erbij, dat moeten we zeker opnemen. Volgens mij staat het er ook in. De vraag was juist wat ermee bedoeld wordt, of we nu niet van vertrouwen uitgaan. Sorry, dan heb ik het verkeerd...Dit document geeft wel vertrouwen, moet ik zeggen. Bedoelt u dat? Het punt wat ik probeerde te maken is: we zeggen dat we uitgaan van vertrouwen. Zit het probleem in het vertrouwen of in de paarse krokodillen die nog in het systeem zitten en dat iemand zegt: "Ik moet dit formulier invullen, maar als ik geen dak boven mijn hoofd heb kan ik ook die gegevens niet aanleveren." Is het een paarse krokodil of is dat het vertrouwen?[crosstalk 01:49:18 - 01:49:19], dat is misschien interessant. Dan moeten we de reclame vertonen. Dat is het idee van de bureaucratie, en dat ondermijnt het. Dat kan het vertrouwen ondermijnen. De vraag is of het daadwerkelijke probleem niet zit in de onnodige bureaucratie en de paarse krokodil. Ik denk en-en. Ik zou niet weten wat ik er anders van moet maken. VOORZITTER: Dat is helder, meneer Gündüz. Gaat u verder. DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): De volgende punten? VOORZITTER: Alle punten. DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Oké. Ongelijk investeren en maatwerk. Dat heb ik volgens mij al aangegeven in het begin. Je moet maatwerk kunnen bieden. Dat vinden wij heel belangrijk. Ongelijk investeren moeten we zeker voorkomen.
We moeten iedereen dezelfde kans geven, en daarin moeten we als gemeente investeren. Was dat de stelling, of moet ik daar een opheldering... MEVROUW STERENBERG (VVD): Ik zal het nog een keer toelichten. Het zit in de taal. Het ongelijk investeren suggereert iets negatiefs, dat iets oneerlijk is voor de anderen waarin niet geïnvesteerd wordt. Wat ik heb uitgelegd: je gaat ook geen nieuw asfalt in een andere wijk vervangen omdat je dat in een andere wijk ook doet. Het punt is dat je levert waar de behoefte aan is, en op de plek waar het nodig is. Dat is niet ongelijk investeren, dat is eerlijk investeren omdat daar de behoefte is.
9
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Daar ben ik het met je eens. Op die manier moeten we het ook gaan investeren. We moeten niet overal investeren. Als het niet nodig is, moeten we het zeker niet doen. Juist de investering doen in de wijken waar het hard nodig is. VOORZITTER: De vraag is of dat ongelijk investeren heet, of dat het gelijke kansen bieden heet. DE HEER GUNDÜZ (PVDA): Ik denk gelijke kansen bieden. VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Exalto. MEVROUW EXALTO (GL): Ik vind het een beetje moeilijk. Ik snap dat er bij u een negatieve connotatie achter ongelijk zit. Dan wil je eerlijk investeren? Hoe moet het dan heten? MEVROUW STERENBERG (VVD): Behoefte- en vraaggestuurd investeren. Je investeert nooit in iets waarin een investering niet in nodig is. Dan zou het een onrendabele investering zijn. Een investering impliceert dat je dat doet op de plek waar het nodig is. Dat is niet ongelijk, het is eerlijk. VOORZITTER: Ik wil deze semantische discussie voor hier laten. We hebben ook nog andere partijen om te horen. Meneer Gündüz, is het rijtje voor u klaar? DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Ja. VOORZITTER: Goed. Meneer Van der Waal. DE HEER VAN DER WAAL (CU-SGP): Concrete doelen horen volgens ons in het uitvoeringsprogramma. Het is juist zo mooi dat het nu met partijen in het veld wordt gedaan. Een hele winst.
Je zou hier wel kunnen zeggen dat we concretere richting willen hebben. Als het daarin zit...Maar dat is iets anders. Hier staat concrete doelen, en daar hoort volgens mij het uitvoeringsprogramma...Hartstikke mooi dat het met de partijen in het veld wordt gedaan. Vertrouwen in de inwoner hebben, dat gaat volgens mij niet over de krokodil maar over de persoon vertrouwen. Dit lever ik aan in goede trouw. Als je een keertje iets vergeet, dan gaan we niet daarover muggenziften of meteen boetes daarvoor opleggen. Ongelijk investeren. Om gelijke kansen te krijgen moet je volgens ons ongelijk investeren. Moet je daar de dingen brengen. Ik vind het zonde dat dit een semantische discussie wordt als het over 55% van het gemeentebudget gaat. Dan punt vier, het eerste stuk zou ik niet doen maar de tussenvoorziening gaat richting de Wet langdurige zorg. Dat is de combinatie tussen de Wmo en de langdurige zorg, dat daar iets moet gebeuren. Hartstikke mooi, maar dan verbreed je hem ook weer. Ik denk dat het een goede zaak is. De leidende principes, de basis op orde. Het lijkt me dat dat voor zich spreekt, anders kun je niet aan de slag in het sociale domein. VOORZITTER: Dank u wel. Complimenten voor deze korte en bondige bijdrage. Mevrouw Bruil. MEVROUW BRUIL (POS): Dank u wel, voorzitter. Concrete doelen opnemen. Laten dat doelen zijn waar de samenleving iets aan heeft.
Ik zou kort door de bocht zeggen: ga aan de slag met dat wat voorkomt en hou het praktisch. Het punt van mevrouw van Ginkel over langdurige zorg lijkt mij een prima doel. Verder vind ik het erg complex om hier verder over te discussiëren. Ik hou het simpel. VOORZITTER: Dank u wel. Dat is helemaal prima. De heer Christiaans. DE HEER CHRISTIAANS (Soest2002): Dank u wel, voorzitter. Als je naar de vijf punten kijkt, dan gaat het deels over de uitvoering, en deels gaat het over wat de visie moet inhouden. Voor wat betreft punt één, denk ik dat het voornamelijk uitvoering is en dat het in de uitvoeringsplannen terugkomt. Concrete ambities heb ik meer gevoel bij, maar dat staat volgens mij al in de visie verwoord. De vragen met betrekking tot de basis op orde. Ik denk dat de punten twee en drie daar deel van uitmaken. Wat punt vier betreft, dat zie ik ook als uitvoering. Richting drie, het ongelijk investeren: ik proef ook een beetje return on investment. Waar kun je investeren, dat het het meeste terughaalt? Daar laat ik het even bij. VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Weith. MEVROUW WEITH (GGS): Ik zit naar het scherm te staren. De concretere doelen opnemen in de integrale visiesociaal domein. Dit is natuurlijk uitvoer. We vinden de visie best algemeen. Ik heb 10
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein ook aangegeven dat wij die tussenstappen missen. Hoe concreter wij toegaan naar de uitwerking, hoe concreter wij hopen dat het college terugkomt bij ons, zodat we ook financieel ons ei erover kunnen leggen. Het vertrouwen, wie weet kan daar een toevoeging komen dat het beestje iets beter bij de naam genoemd wordt. Ongelijk investeren en maatwerk, hier idem. Wie weet kan daar toegevoegd worden dat behoeftegestuurd de bedoeling is. Dan heb je beide, denk ik. Dan is iedereen tevreden. De verbreding met gezondheid, dat is voor mij iets te breed. De tussenvoorziening voor ouderen, zie dat een beetje als vervanging van de bejaardentehuizen die verdwenen zijn. Ik heb hem zelf ingevoerd, maar ik roep toch nog even dat ik dat een hele interessante discussie vind. Het komt er misschien aan. Dit is een visie voor een langere termijn, dus ik zou graag een regel daarover toegevoegd willen zien. Het leidend principe toevoegen, de basis op orde. Dat Soest2002 gezegd heeft dat het aangescherpt moet worden. Ik ga ervan uit dat, van wat ik heb meegemaakt, de basis op orde is. Ik heb er vertrouwen in dat het gaat gebeuren. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u, meneer Baks. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Vijf punten. Het eerste, concrete doelen opnemen in de integrale visie. Dat denk ik niet.
Ik denk dat de visie het beeld geeft waar we naartoe willen. Dat werk je uit in het uitvoeringsprogramma, en daar zullen die concrete doelen wel in terugkomen. Hoe meer je opneemt wat je eindpunt zal zijn, des te meer momenten je moet inlassen om te kunnen meten. Bij meten heb je ook een nulmeting nodig. Waar beginnen we? De basis op orde. Je begint ergens en je wilt ergens naartoe. Je wilt als raad graag zien hoe ver we vooruit zijn gekomen op die weg. Concrete doelen dus in de visie niet opnemen. Vertrouwen? Ik ga er vanuit dat we elkaar, als het bestuur van Soest de inwoners en omgekeerd vertrouwen. Maar om dat nou op te schrijven...Het feit dat je het opschrijft, zou ik haast zeggen, geeft aan dat er nog geen sprake is van vertrouwen. VOORZITTER: U onderschrijft het punt van mevrouw Sterenberg hiermee. DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Ja. Het ongelijk investeren en maatwerk leveren naar behoefte betekent dat je op het ene punt bij de ene wijk misschien iets meer financieel moet investeren dan in de andere wijk om uiteindelijk op hetzelfde punt uit te komen. Hoe je dat noemt weet ik niet. Als in het begrip ongelijkheid al een negatieve klank zit, moeten we proberen iets anders daarvoor te bedenken. Dat is aan jullie. VOORZITTER: Heeft dat voor u een negatieve klank? DE HEER BAKS (BURGERBELANGEN): Ja. Verbreden met gezondheid.
We willen in die visie zo breed mogelijk integraal verbindend bezig zijn. Om nou gezondheid te noemen, terwijl je ook sport zou willen noemen en cultuur...We hebben de verslavingszorg en we hebben de veiligheid. Dan denk ik dat het zou kunnen dat je hem daarmee verbreedt. Dat zien we dan uiteindelijk wel. Het laatste principe, het toevoegen van de basis op orde. Dan denk ik: laten we eerst met elkaar praten over wat we daarmee bedoelen. Voordat we nu meegeven dat u dat moet opnemen in de integrale visie. Ik denk: dan moeten wij eerst de basis op orde zien te krijgen. VOORZITTER: Dank u wel. Wat bedoel je met de basis? Dank u wel, meneer Baks. Mevrouw Van Ginkel. MEVROUW VAN GINKEL (CDA): Dank u, voorzitter. Het doelen concreet maken, ik denk dat het handig is om te weten waar we staan. Vertrouwen. Ik hoop dat het er gewoon is, en dat heter moet zijn. Ongelijk investeren zou ik willen zien naar gelijke kansen willen maken. Dat was het. VOORZITTER: Dank u wel. Ik wil u complimenteren dat u hier heeft willen ingaan op de punten van anderen zonder enig overleg met de fractie te kunnen hebben. Het zijn allemaal voorlopige standpunten, maar ik vind dat u zich keurig geweerd heeft op alle onderwerpen. Complimenten daarvoor. Ik hoop dat het college, de twee aanwezige wethouders, die complimenten delen.
Ik wil jullie vragen om kort en bondig in te gaan op deze punten, en het punt van monitoring en de rol van de raad bij de uitvoering. Wat zou er eventueel mogelijk zijn in aanpassing van de visie, wat u in beraad gaat nemen richting het college. Zonder verdere toezeggingen te doen uiteraard. 3. Reactie van de portefeuillehouders WETHOUDER VAN AALST: Het is best een complexe opdracht om erop in te gaan zonder een uitkomst te geven. Ook wij schorsen niet. Dat vraagt ook wat improvisatie, denk ik dan maar. U 11
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein heeft een heel aantal punten genoemd. Hartelijk dank daarvoor, want dat geeft ook aan hoe u met deze visie aan de slag bent gegaan. Het gesprek na de inventarisatie van de discussiepunten laat ook zien dat het een zoektocht is: hoe formuleren we het dan? Soms zit het in taal, soms is het: willen we het verbreden of juist concreter maken? Mevrouw Welschen noemde dat ook, daar zit een spanning in. Dat vraagt ook aan onze zijde best wat interpretatie. Wat halen we daaruit en hoe gaan we de visie daarop aanpassen? Duidelijk is wel dat u behoefte heeft aan duidelijker inzicht in de rol van de raad na het vaststellen van de visie? Die hebben we heel duidelijk gehoord. Die is ondubbelzinnig overgekomen, dat we daarmee aan de slag kunnen. Ook in de definitieve visie, om duidelijker aan te geven hoe u als raad, na de visie, uw kaderstellende en controlerende rol kunt uitvoeren. De verbinding met aangrenzende beleidsterreinen, dat is iets waarover we gaan beraadslagen maar waar ik al moet aangeven dat er bepaalde grenzen aan zitten. Soms gaat het over een ander omgevingsprogramma, zoals wonen met zorg of een andere beleidsplan zoals veiligheid, wat al genoemd werd. We kunnen niet alles in deze visie stoppen. Het is echt een visie sociaal domein waarin we de raakvlakken benoemen.
Ik heb wel gehoord dat u graag meer duiding wilt bij de verbinding met de aangrenzende beleidsterreinen. Als het gaat om taal, we hebben een mooie demonstratie gezien hoe verschillend dat kan overkomen. Soms heb ik gehoord dat u bepaalde woorden liever wel of niet heeft. Daar gaan we over nadenken. Aan de andere kant heeft u ook een bepaalde inkleuring willen geven. Ook daar hebben we natuurlijk goed naar geluisterd. De importantie, heb ik ook bij veel fracties gehoord, van de rol van de informele partners, ook in het vervolgproces. Die nemen wij natuurlijk graag ter harte. Ook onderschrijft u het belang dat we inwoners niet alleen nu bij de visie betrekken, maar ook in het vervolg. Dat is iets wat we al in de visie hebben opgenomen, dat inwoners dat ook graag willen. Die hebben de hand naar ons uitgestoken. Wij hebben aangegeven dat wij als college graag de uitgestoken hand willen aannemen. Ik hoor een aantal fracties zeggen dat zij dat een goed idee vinden. Volgens mij heb ik de punten geraakt, maar ik kijk ook naar de voorzitter en mijn buurman. VOORZITTER: Meneer Suna, heeft mevrouw Van Aalst nog iets voor u overgelaten? WETHOUDER SUNA: Het is moeilijk om niks te zeggen.
Ik denk dat het belangrijk is om te benoemen dat we veel zaken hebben gehoord die andere beleidsterreinenprogramma's raken, en dat we dat specifieker en nader kunnen uitwerken om de verbinding daarmee te maken. Dat nemen we mee in de definitieve versie. Als je kijkt naar bepaalde woordkeuze. We gaan ons erin beraden om dat op een andere en begrijpelijke manier mee te nemen, maar ook dat het meer in uw richting komt. Volgens mij zit er nog iets in wat niet gezegd is door jou. Nee, volgens mij heb je alles meegenomen. Dank voor alle inbreng en alles wat u ons meegegeven hebt. Tot zover. VOORZITTER: Voor mij als voorzitter blijft het punt basis op orde nog een beetje hangen. Enerzijds hoor ik raadsleden zeggen: "Het is onduidelijk wat de heer Christiaans ermee bedoelt." Ik heb het college er niets over horen zeggen. Was dat bescheidenheid? WETHOUDER VAN AALST: Ik heb ernaar geluisterd en de basis op orde, het was heel breed wat daaronder verstaan werd. Ik denk dat we daar goed naar moeten luisteren, want het was een heel aantal punten wat de basis op orde zou zijn. Ik herkende er eerlijk gezegd ook wel heel veel dingen in, die we in de visie hebben opgenomen. Daarmee blijft het voor mij nog wel zoeken: wat is het verschil met wat er al in de visie staat? Dat was mij nog niet helemaal duidelijk. VOORZITTER: Helder. De heer Christiaans.
DE HEER CHRISTIAANS (SOEST 2002): Ik weet niet of daarop ingaan nu te veel tijd gaat kosten. Anders kan ik dat wel een keertje toelichten via een documentje. Ik weet niet wat de wens is? VOORZITTER: Graag aan alle woordvoerders dan. Dank. Mevrouw Welschen. 4. Fracties reageren MEVROUW WELSCHEN (D66): Ik zou graag antwoord willen hebben van de verschillende fracties en misschien ook van het college, of die drie doelen zijn behaald. Het is een hele simpele vraag. Er is heel veel tekst. Vindt het college dat dit duidelijk en concreet verwoordt wat we willen, en vinden de woordvoerders dat? Is de wijze van monitoring helder, en geef het terug aan de uitgaven. VOORZITTER: Mevrouw van Aalst. WETHOUDER VAN AALST: Die vraag was niet aan ons gesteld, vandaar dat ik daar niet op ben ingegaan. U stelt hem nu, dus dan kunnen we daarop ingaan. De drie punten die u noemt, de wijze 12
Oordeelsvormende Vergadering : 5 oktober 2023 Integrale visie sociaal domein van monitoring. Ik zal er meteen twee uitlichten. Allereerst de concrete doelen, dat was de eerste. Ook in de discussie hier heeft u gehoord waar dat een plek moet krijgen. MEVROUW WELSCHEN (D66): Ik heb het bewust niet over concrete doelen. Door u is duidelijk en concreet verwoord wat we willen. Dat zijn niet per se doelen, maar wat we willen. Ik heb ze niet opgeschreven. WETHOUDER VAN AALST: In de visie is heel duidelijk verwoord aan welke opgaven we willen werken, en langs welke leidende principes. Het is ook aan u de vraag, en de voorzitter gaf dat ook aan, waar u die concretisering mist, om iets meer handvatten te geven of u vindt dat er een opgave af zou moeten omdat het dan te veel is, of dat de opgave scherper moet. Dat gaf de voorzitter volgens mij ook net aan, dat het ook aan u is om nu aan te geven, ook op inhoud, wat u daar graag van wilt. Als u aangeeft: de wijze van monitoring, dat was ook een ander punt, en het richting geven aan de uitgaven. Het is zo dat deze visie daar een eerste richting aan geeft, maar dat wij in de visie ook aangeven: daar zal ook een uitvoeringsprogramma moeten zijn, een vertaling in de begrotingen de P&C-cyclus, waar u natuurlijk aan zet bent, om die concretisering verder te maken. U kunt inderdaad niet verwachten dat het allemaal hier in één is.
De visie biedt wel degelijk de opgave met wat we willen bereiken, die vervolgens ook te monitoren zijn. Daar hebben we van tevoren naar gekeken. Zijn die opgaven daadwerkelijk te monitoren, en ook wat we daar willen bereiken? Wat ons betreft voldoet die aan al die punten, maar zal er wel een uitwerking nodig zijn die dat vervolgens ook in de praktijk gaat brengen. 5. Afronding VOORZITTER: Ik neem uit deze discussie in ieder geval mee: dat maakt deze visie concreet genoeg wat we willen, en is de rol van de raad in het vervolg met is monitoring voldoende uitgewerkt, gaat terugkomen in de volgende oordeelsvormende vergadering over de aangepaste versie. Wil iemand anders over één van die twee punten nu nog iets kwijt? Is er iemand die zich niet begrepen voelt in het punt dat hij naar voren gebracht heeft en dat nogmaals wil proberen? Ik heb geprobeerd vanavond het college naar u te laten luisteren, in plaats van andersom. Ik hoop dat ik daar een klein beetje in geslaagd ben. We zullen het zien bij de aangepaste versie. Ik wil namens u het college verzoeken om bij de aangepaste versie duidelijk te maken wat er aangepast is, wat niet en wat de beweegredenen daarachter waren, zodat u daarin goed bediend wordt. Dan hopen we dat het lukt voor - dan moet ik de datum even opzoeken -16 november. Dan dank ik u allen en sluit ik deze vergadering.