CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Oordeelsvormende Vergadering Handelingsperspectief buitengebied

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 16 mei 2024, gemeente Soest7.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied

NOTULEN Voorzitter: dhr. E. Weldink Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik 1. Opening VOORZITTER: Oké, wil iedereen plaatsnemen? Toen werd het stil. Dat is mooi! Ik wil iedereen welkom heten in deze oordeelsvormende vergadering. Dat betekent dat we met elkaar een oordeel vormen over een bepaald onderwerp. Daarna moeten we beslissen of we wel of niet een besluitvormende vergadering doen. Of dat er nog een oordeel stadium tussen moet komen. Even buiten de protocollen om. Ik begrijp dat de vragen van Jan Vrakking niet beantwoord zijn. Dat is natuurlijk heel vervelend en heel lastig. Die waren in Teams op tijd gesteld, maar zijn niet beantwoord. En de wethouder kan die ook aan Jan beantwoorden. Dus hoe we dat direct doen? Ik denk dat Jan die vragen gewoon even mondeling moet stellen. En dan krijgt die daar direct antwoord op. Ja? Oké. Dan wens ik iedereen welkom. Ik wens de mensen thuis welkom. En ik wens natuurlijk de raadsleden welkom. Dan beginnen we met de standpunten van de mensen. Zijn er mensen die daar een standaard over hebben? Beginnen met de standpunten van iedereen, wat iedereen ervan vindt. Oké, dat kan ook. Jan, dan stel jij eerst je vragen. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ja, dank u wel. We moeten het maar zo oplossen. Ik heb de vragen ingediend. Ik zal ze nu nogmaals stellen. Ik hoop een antwoord te krijgen, want voor Soest2002 zijn deze antwoorden wel heel belangrijk.

In het handelingsperspectief buitengebied spreekt men over kernrandzones. Terwijl we in Soest spreken over rafelranden waar wij woningen willen bouwen. De vraag is: kunt u het verschil tussen beide benamingen toelichten? Veel belangrijker is: welke gevolgen heeft de benaming rafelranden voor de mogelijke bouwplannen binnen het HPB? Dat is de eerste vraag. En ik denk dat we maar meteen het antwoord moeten... VOORZITTER: Laten we maar meteen beginnen. WETHOUDER TREEP: Allereerst excuses dat we de vraag over het hoofd hebben gezien, dat vind ik echt heel vervelend. Maar ik kan het ook niet anders maken. Het lijkt me goed om ze wel te beantwoorden. En uiteindelijk ook schriftelijk weer in Teams te zetten, zodat u de antwoorden ook nog wel na kan lezen voor de besluitvorming. De rafelranden. Dat is echt ons beleid. Dat gaat voor op kernrandzones. Het handelingsperspectief buitengebied is een leidraad. Geen keihard kader. Dus de streep die u op de kaarten ziet, de kern randzones, is eigenlijk de overgang tussen bebouwde kom en het buitengebied. En daar zitten vanuit het handelingsperspectief geen bouwplannen in, maar wel ruimte voor opgaves die gemeenten zelf hebben. Zijnde bijvoorbeeld bouwplannen of bedrijventerreinen. Het kan verschillende rode klussen zijn die wij met elkaar willen klaren. Dus onze eigen rafelrand is een invulling uiteindelijk.

Wij wegen zelf af, ook met ons afwegingskader, wat wij verstaan onder kernrandzones. Wij hebben daar zelf, u heeft daar de regie over. Dus er zijn geen gevolgen. Er wordt eigenlijk vooral gevraagd: vul dat in. Creëer zelf uw eigen ruimte voor de woningbouwopgave die u ziet in die rafelranden. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Mag ik daar nog even op reageren, meneer de voorzitter? Mag ik daar nog even op reageren? Wat u zegt is juist. Alleen voor het bebouwen van de rafelranden hebben we toch de provincie nodig. En de provincie zal instemmen met het HPB. En daar zit mijn zorg een beetje. In hoeverre zal de provincie zeggen van: Ja Soest, leuk dat jullie die rafelranden wil bebouwen, maar in het HPB staat kernrandzone. Wat in feitedezelfde locaties min of meer zijn. Dat hebben jullie als leidraad. En dan kom je ineens met dit. En daar zit een beetje mijn diepere zorg. Kunt u die zorg wegnemen? WETHOUDER TREEP: Ja ook de provincie erkent dat in die kernrandzone andere opgaven liggen dan groene opgave. Zij hanteren vooral hun eigen beleid. Dus nog steeds geldt de verstedelijkingsladder. Nog steeds gelden verschillende opgaven. Wij kunnen wel gemotiveerd aangeven bij de provincie: dit willen wij, kunt u daar medewerking aan verlenen. Dan kunnen zij dat toetsen aan hun beleid. En in die zin zit dat elkaar helemaal niet in de weg. 1

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ja, dank u. Dan gaan we naar de volgende vraag, als het mag. Ik heb al eerder gewezen op het feit dat de provincie zal instemmen met HPB. Toch staat er in ons raadsvoorstel dat de provincie het HPB zal vaststellen. Wat volgens mij een juridisch andere kwalificatie is. Terwijl ze zelf zeggen: wij zullen ermee instemmen. Mijn vraag is: kan uit dat raadsvoorstel wat er nu voorligt, het vaststellen niet worden geschrapt? Want daar komt het feitelijk op neer. WETHOUDER TREEP: Het komt eigenlijk omdat dit raadsvoorstel een hele poos geleden gemaakt is. Ook in de regio zijn deze teksten gemaakt. Toen wisten we nog niet precies welke keuze de provincie zou maken. Daar is wel meer duidelijkheid over. Daarom staat het beide in het raadsvoorstel. Ze gaan er nog steeds mee instemmen en niet vaststellen. Dus u zou dat als raad kunnen amenderen, als u dat eruit wil hebben. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dan de derde vraag. Het HPB is een leidraad voor gemeentes. Dat weten we allemaal. Hierin worden zaken geregeld als recreatie, duurzame landbouw, natuur maar slechts sporadisch is er ruimte voor woningbouw in het buitengebied.

Belemmeren we door de goedkeuring onze ambities niet van woningbouw te realiseren? Min en meer heeft u dat al beantwoord, ja? Dus die kan ik dan als beantwoord beschouwen. En dan nog een opmerking eigenlijk. Het HPB lijkt uit te gaan van winstdenken richting gekozen nieuwe groene ambities. Zonder rekening te houden met demografische ontwikkelingen. De Staatscommissie demografische ontwikkeling heeft onlangs een rapport uitgebracht. Waarin de mogelijkheid bestaat dat in 2050 er 23 miljoen mensen in Nederland wonen. En wat ik eigenlijk mis in het HPB is dat er helemaal geen paragraaf aan gewijd is terwijl dat toch wel als een zwaard van Damocles boven ons hangt. MEVROUW SMITH (BELEIDSADVISEUR GROEN EN LEEFOMGEVING): Ik ken natuurlijk niet alle letterlijke teksten in het handelingsperspectief. Er staat wel in dat er een toename is van woningen in de komende jaren. Onder andere in Amersfoort zal een grote toename zijn. Waardoor ook de druk op het buitengebied groter wordt. Dus dat wordt wel in het handelingsperspectief benoemd. En dat zal met name in het eerste deel van het handelingsperspectief zijn. En dat dat de aanleiding is ook, om onder andere met recreatie iets te gaan doen. Dus het staat er wel in. Misschien niet als een aparte paragraaf. Wel als één van de aanleidingen om in dat buitengebied maatregelen te nemen. Met name rondom recreatie en voedselproductie.

DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ja, dat ben ik wel met u eens. Maar het is niet geconcretiseerd. Het zijn nogal enorme aantallen. Het is. MEVROUW SMITH (BELEIDSADVISEUR GROEN EN LEEFOMGEVING): De aantallen qua woningbouw liggen natuurlijk elders al vast. Ik weet niet of het helemaal in het ontwikkelbeeld. Er is natuurlijk vastgelegd dat Amersfoort en volgens mij Nijkerk ook, een grote opgave geeft liggen. En dat Soest bouwt voor vitaliteit. Dat zijn natuurlijk uitgangspunten die al eerder zijn vastgesteld. Dus daar gaan we niet in het handelingsperspectief expliciet op in. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dat begrijp ik. Dat is het voorstel van minister de Jonge geweest, om een miljoen huizen te bouwen. Maar we hebben het over vijf miljoen mensen die erbij gaan komen. Met een gemiddelde bezetting van twee aan de ruime kant. Dus er moeten nog een keer 2,5 miljoen extra huizen bijkomen. En daarom had ik gedacht: waarom wordt dat niet opgenomen in het HPB? WETHOUDER TREEP: Het zit eigenlijk in een ontwikkeld beeld. Het ontwikkelbeeld was echt de verstedelijkingsopgave. Daar hebben we die getallen opgenomen. De woondeal is erop gebaseerd. We moeten ook inmiddels al weer verder kijken. We hebben toen gezegd: juist de uitwerking voor het buitengebied moeten we nu maken. Dat is eigenlijk dan dadelijk de bijlage of de uitwerking bij dat ontwikkelbeeld voor het landelijk gebied.

Op een gegeven moment moet je dus ook weer gaan kijken met elkaar van: hoe werkt dat dan? Het Groen Groeit Mee is daarmee bezig. Iedereen die ergens komt wonen, wil ook graag recreëren. Dus daar moet ruimte voor komen. Dat vraagt uiteindelijk natuurlijk gewoon keuzes. Keuzes die wij maken. We hebben het bij het afwegingskader ook gezien. Je kan niet eindeloos vierkante meters maar bij plussen, want dan hebben we drie, vier keer grondgebied Soest nodig. Dus we hebben het ontwikkelbeeld als basis. Daarin staat die verstedelijkingsopgave beter beschreven, scherper beschreven. Dat hanteren we vooralsnog. En zoals u weet is ook de provincie alweer hun omgevingsvisie aan het herijken. Dus dat gaat ook steeds weer in een cyclus door. En zullen wij ook weer moeten aanscherpen in de toekomst.

2

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied VOORZITTER: Dank u wel voor de beantwoording. Jan Vrakking dat waren uw vragen? Dan gaan we nu over naar het echte deel van de vergadering. Ik wil iedereen uitdagen om aan te geven hoe jullie over dit document denken. Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dank u wel, voorzitter. We hebben er in de beeldvormende vergadering al uitgebreid over gehad. Toen ik dit stuk las dacht ik: ik worstel me hierdoor een wolk van passieve zinnen heen. Er zijn geen of weinig concrete richtingen in het stuk aangegeven of acties. Het zijn vage bewoordingen. Dus eerlijk gezegd, ik heb me hier toch een beetje doorheen moeten worstelen. Maar toch gaan wij als fractie hiermee instemmen. We denken dat dit een goede richtinggevende zet is om de provincie van onze standpunten te overtuigen, over wat wij met het buitengebied willen. Los daarvan hebben wij nog wel enige kritische noten. Ik noemde net al de taal en de wolken van zinnen en geen concrete richtlijnen. En ook het stuk zelf. Het is begonnen als een handelingsperspectief, met als doel een kader te geven waarmee we richting provincie kunnen. Volgens mij is dit het afgelopen jaar in het proces verworden tot een stuk wat meer een leidraad is. Of een vertrekpunt is, zoals het in het raadsbesluit ook staat.

Als dat echt een handelingsperspectief is, want die kaders die zie ik er niet in terug. Eigenlijk zou ik ook bij de besluitvorming een amendement willen voorstellen waarvan we zeggen: laten we de benaming handelingsperspectief er in ieder geval uit halen. Het biedt geen handelingsperspectief voor boeren. Niet voor projectontwikkelaars die willen bouwen. Niet voor recreatiebedrijven die iets in de polder zouden willen doen. Het is een verzameling van ideeën, analyses en onderzoeken waarvan je kan denken: ik heb er niks op tegen. Volgens mij hebben de meesten van ons daar ook niks op tegen. Dus wij willen voorstellen om een amendement in te dienen, wat de titel van het stuk benoemd. Op weg naar een handelingsperspectief, of vertrekpunt naar een handelingsperspectief. Zodat het daarmee ook niet meer de intentie heeft iets te zijn wat het niet is. Tot zover, voorzitter. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Staat u ons toe om op mevrouw Flinterman te mogen reageren, om een verdiepingsvraag of een verduidelijkingsvraag te stellen? VOORZITTER: Ik denk dat u gewoon direct moet reageren. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Dank u wel. Mevrouw Flinterman, u noemt een heel aantal punten die voor u niet duidelijk zijn. U zegt ook een wolk van vage berichten. Er zit geen perspectief in voor de agrariërs. Niet voor ontwikkelaars. Voor een heleboel dingen niet. En toch zegt u: maar we stemmen wel in.

Is dat niet merkwaardig? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dat is een hele goede vraag. Is dat niet merkwaardig? Ik zeg ook: als het handelingsperspectief blijft heten dan stemmen wij niet in, want dat is het niet. De intentie daarvan is een vertrekpunt. Het is een leidraad. Het is richtinggevend. Dat zien we er wel in. Daar staan een heleboel dingen in waarvan je kan zeggen: dat is oké. Prima. Als we die kant opgaan dan kunnen we ons daar prima in vinden. Alleen niet als kader, want het is geen kader. Dus op het moment dat je de titel verandert krijgt het een ander soort status. Kan je ook op een andere manier met de provincie die discussie voeren. En wekt het geen verwachtingen die het niet kan waarmaken. Dus dat is ons alternatief. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Ik vraag me heel erg af of de provincie daar gevoelig voor is, als wij het handelingskader of het handelingsperspectief opeens van een andere naam zouden gaan voorzien. Dan zeg ik het maar even plat geslagen. Op vraag van meneer Vrakking heeft u de wethouder net in haar toelichting horen zeggen dat Amersfoort gaat groeien. Dat Nijkerk mag groeien. Iedereen mag groeien, maar wij gaan hier in Soest onze groene weide groen houden. We gaan het recreatiegebied maken, we gaan het mooi maken voor de voedselproductie. Allemaal leuk.

Maar van die zoveel miljoen mensen die in Nederland gaan wonen, willen we er ook heel graag een aantal bij ons in Soest krijgen. Anders worden wij een dorp die al vergrijst, waarbij het perspectief totaal weg is. Net als met die ontwikkelaarswaar u het net over had. Onze zorg is dat met het instemmen van dit plan we eigenlijk de richting opgaan van: blijft u maar vergroenen. Gaat u daar maar recreatie maken. Gaat u maar van alles doen, maar niet gaan bouwen. Bent u daar niet bang voor? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Nee, daar ben ik helemaal niet bang voor. De wethouder en mevrouw Smith hebben het heel goed toegelicht. Dat staat in het ontwikkelbeeld. En als u zich het ontwikkelbeeld nog voor de voor de geest kan halen, waar zaten wij allemaal toch al enigszins stiekem opgelucht adem te halen omdat er werd gezegd: in Nijkerkgaan we bouwen, Amersfoort nog, Barneveld. En bij Soest komt er een grote groene bufferzone tussen Soest en Amersfoort, want daar willen we niet bouwen. Dit gaat over dat deel waar we niet gaan bouwen. Het buitengebied waar we niet gaan bouwen. We gaan het binnenkort hebben over de locaties, los van 3

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied dat buitengebied die niet in dit gebied vallen. De rafelranden en misschien wel delen van de polder, waar je wel zou kunnen bouwen. Dus ik zie dit helemaal niet als hier staat een kadertje omheen. Dit noemen we buitengebied. Dit wordt helemaal ingekleurd en hier kunnen we niks mee. Dat is in het ontwikkelbeeld al vastgesteld. Dus daarom zeg ik: we zien hier geen bezwaren in om dit goed te keuren. Er staan allemaal goede intenties in. Maar dat is wat het is. Goede intenties, goede ideeën, richtinggevend. En het gaat een bepaalde kant uit voor een vitaal buitengebied. Maar het zegt niks over wat er daadwerkelijk mee gaat gebeuren, anders dan dat het een buitengebied is. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik hoor mevrouw Flinterman zeggen dat er eventueel gebouwd gaat worden in de polder. Ik weet bijna zeker dat de polder het buitengebied is waar we het nu over hebben. Krijgen we de discussie, voorzitter? MEVROUW FLINTERMAN (D66): Dan krijgen we de discussie, wat is de polder? En wat zie je als de polder? Daar kan je ook een heel gesprek over houden. VOORZITTER: Maar misschien is het toch ook goed om even terug te gaan naar af. En dat iedereen zijn eigen standpunt kenbaar maakt, want het wordt natuurlijk een hele discussie over details. De volgende.

Wie? Meneer De Wolf? DE HEER DE WOLF (GGS): Ja, voorzitter, dank u wel. Toch nog even ingaan tot mevrouw Flinterman en de passieve zinnen. Het is een leidraad. Laten we er dan ook bij mee zijn dat dit nog allerlei ruimte voor gesprekken biedt. Zeker voor de mensen die het wellicht niet helemaal mee eens zijn. Maar wat ik mij afvraag allereerst. Wat zegt het college van het voorstel van mevrouw Flinterman om de naam te wijzigen. Want naar ik begrepen heb, is het onder de huidige naam al in diverse gemeenteraden vastgesteld. WETHOUDER TREEP: Sterker nog, in alle raden inmiddels. Dus ik weet niet goed wat dat zou betekenen. Het zou uw amendement zijn. Kijk, de andere raden gaan natuurlijk geen nieuw besluit maken. Dus dan heet het in Soest misschien net iets anders dan in andere gemeenten. Dat weet ik niet. Het is aan u. VOORZITTER: Van de griffier heb ik begrepen dat we ons niet moeten laten leiden dat het ergens anders al goedgekeurd is. Wij moeten ons eigen standpunt bepalen. Als wij een amendement willen indienen dan moeten we dat gewoon doen. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Kleine toelichting hierop. Er zijn in andere gemeentes ook al amendementen, moties op dit stuk ingediend. En die worden gewoon als bijlage aan het stuk toegevoegd, voor zover ik weet. Dus het heeft wel degelijk zin.

DE HEER DE WOLF (GGS): Er zou dus in principe geen bezwaar zijn om de titel van het document te wijzigen? VOORZITTER: Niet dat Soest dat wil, ja. DE HEER DE WOLF (GGS): Voorzitter, mag ik overgaan tot waar ik eigenlijk de beurt voor kreeg? GGS is voor vaststellen van dit handelingsperspectief buitengebied. En waarom? Omdat het zeer zorgvuldig tot stand is gekomen. Er is een uitgebreide inspraakparticipatie aan vooraf gegaan. Wat ons vooral ook aanspreekt is dat het heel prudent omgaat met de ruimtevragers in dit gebied. Prioriteiten stelt, althans de mogelijkheid schept die prioriteiten te stellen, maar ook combinaties mogelijk maakt van gebieden. En wat vooral ook erg belangrijk is, dat het toch wel een perspectief voor de agrariërs en andere grondeigenaars biedt. Dat is nou juist hier ook zo belangrijk. Dit zijn de mensen die wij heel hard nodig zullen hebben om te komen tot op deze transitie. En van hen zal ook heel veel gevraagd worden. Denk alleen al wat er staat over bijvoorbeeld de overgang naar meer extensieve landbouw. Dat zal van de agrariërs veel vragen. Daar wordt in dit document rekening mee gehouden. Daarom is ook dat vaststellen belangrijk en niet het instemmen, maar echt juist daadkrachtig zeggen: hier staan wij achter! Want dan kunnen we ook verder.

Als leidraad vanuit UPLG heb ik begrepen dat dat juist essentieel is om de financiering hiervoor rond te krijgen. Goed, tot zover even onze mening. Dank u wel. DE HEER JANSSEN (POS): Dank u wel, voorzitter. Opvallend in deze vergadering dat de woorden instemmen en vaststellen door elkaar heen worden gebruikt. Wij worstelen daar nog steeds een beetje mee. Er wordt ook gesteld: dit document is richtinggevend niet kaderstellend. Dat heeft mevrouw Flinterman ook al geconstateerd. Die richting is nogal vaag en er worden geen duidelijke keuzes gemaakt. Dus wij zijn er nog niet uit. Wat er nou zo belangrijk is dat juridisch bindend moet 4

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied worden vastgelegd in dit document? Eerlijk gezegd denk ik ook dat door het document een andere naam te geven en het vast te stellen, je nog steeds de inhoud van het document juridisch bindend vaststelt. Ik denk dat het veranderen van de naam van het document niet echt zal helpen om duidelijk te maken of je het juridisch bindend moet vaststellen. Of juist niet juridisch bindend ermee in moet stemmen. Dus wij zijn daar nog niet uit. DE HEER LUCAS (CDA): Dank. Bij de toelichting door de opstellers heb ik eerder aangegeven wel blij te zijn met deze regionale aanpak. En dan is het vooral omdat het een aanpak is die over de gemeentegrenzen heen gaat. En de vraagstukken waar wij voor staan zijn gemeentegrens overstijgend. Maar voor ons is ook wel belangrijk dat het een meerwaarde heeft. Dat vergt wel het één en ander. Ik zie de meerwaarde van het document vooral in het zorgen dat in de verschillende gemeenten de werkwijze hetzelfde is. Om keuzes te maken over welke ruimteclaim gehonoreerd wordt. Daar kom je bij de concrete vraag: waar kiezen we dan dat werkelijk voor? En dat is maatwerk naar ons idee. Maatwerk per locatie. Dat is de keuze tussen recreatie of landbouw, tussen bedrijventerreinen of wonen. En dat is ook bijvoorbeeld de kernrandzone een aparte categorie gebied. Want zo zie ik het wel.

Naast die andere categorieën. Ik heb het nog maar even heel kort gezegd. Zoals ik er tegenaan kijk. Als de zienswijze ook gedeeld wordt door het college, dan ben ik al wel op zich op weg naar een positief oordeel. Twee punten nog daarnaast. De kaarten. Die geven geen details. Dat was ook niet de opzet. Hoewel er wel een stapelkaart staat., bladzijde 44. Het CDA is vooral benieuwd naar de uitkomsten als die kaarten niet naast elkaar maar op elkaar gelegd worden. Per gemeente en voor de totale regio. Want dan zie je de dilemma's; welke keuzes worden gemaakt. Dan kan je niet wegkomen met de vage taal mevrouw Flinterman, wilde ik zeggen. Maar mevrouw Flinterman spreekt niet te vaag, maar waar ze aan refereert. Het zou goed zijn als dit in kaart brengen van die dilemma's vroeg wordt uitgewerkt. En mijn vraag aan het college is: wilt u in de overleggen hierover in de regio, dus in de regionale overleggen, hier in ieder geval aandacht voor vragen of aandacht aan geven? Want dan komen we heel snel van die vaagheid af. Ik denk dat we daar wel behoefte aan hebben. Derde vraag, derde punt eigenlijk. Ik lees dat het handelingsperspectief wordt ingebracht in een aantal documenten. Utrechts programma landelijk gebied. De gebiedsgerichte aanpak in het programma Groen Groeit Mee en regionale energietransitie. Dat is prima.

Via onze partijcontacten, en er zijn meer partijen die dergelijke partijcontacten in de Provinciale Staten hebben, kunnen we als bijvoorbeeld CDA wel geïnformeerd worden over de stand van zaken. Ik zou het op prijs stellen als het college ons als raad van Soest een communicatiestrategie meegeeft, hoe zij de raad gaat informeren en consulteren hoe er met dit handelsperspectief wordt gewerkt. Maar dat is een beetje ook mijn aarzeling wat ik van mevrouw Flinterman begrijp. Ik denk dat het wel aan kan geven wat je ermee wilt. Als je alleen de naam verandert maar de werkwijze blijft hetzelfde wat doen we dan met dit hele document? Dus als we daar meer grip op krijgen, dan is het voor mij ook wel duidelijker. Het is fijn als het college iets kan toezeggen. Dan over de governance. Het is al aangegeven. Er wordt over dit document in verschillende gemeenten apart gesproken. Dat is prima. Maar hoe zorgen we ervoor dat we als raden weten hoe andere gemeenten erover denken. Is erin voorzien? Want ik lees wel over evaluatie, maar ik zie dat meer als dat is na afloop. Maar ik lees niks over monitoring en gezamenlijke betrokkenheid. Dat is misschien ook wel een vraag aan ons als raad. Hoe denken we daar zelf over? Willen wij bijvoorbeeld een keer met andere raden hierover spreken? Daarom ben ik ook raadslid in Soest, eerlijk gezegd.

Ik vind het natuurlijk belangrijk om te spreken over ons Soester partje van die kaart, maar ik vind het net zo belangrijk om te weten wat Amersfoort denkt en wil. Wat Amersfoort wil met windmolens of met wegen aanleggen, kan gevolgen hebben voor onze keuzes. Nogmaals, dat is meer een vraag aan onszelf. Doen we er als raad goed aan om eens een keer na te denken over hoe wij als Soester raad met wellicht andere raden willen spreken over gemeentegrens overschrijdende programma's zoals dit handelingsperspectief. Dat is vooral waar ik mee worstel. Wat gebeurt er hiermee? En we kunnen allemaal hiermee instemmen. En we kunnen er eigenlijk ja of nee mee zeggen, maar als er vervolgens niks mee gebeurt, dan zitten we hier eigenlijk niet zoveel nuttige dingen te doen. Behalve dat het leuk leesbaar is. Daar laat ik het even bij. Een ander punt komt misschien later nog aan de orde. VOORZITTER: Wethouder, wilt u daarop reageren? WETHOUDER TREEP: Heldere vragen. Dank u wel. Ja, het is veelal grensoverschrijdend. Ik denk ook dat dat goed is. Dat past bij de regio, omdat wij ook als regio aan tafel zitten bij de provincie om de gebiedsgerichte aanpak vorm te geven. We hebben echt gezegd: wij willen graag één stem hebben. Ook al zijn we geografisch soms net ietsje anders. De opgave zien we toch wel als gelijk. Dan kunnen we ook goed daar aan tafel zitten en goed beslagen ten ijs komen.

De gebiedsgerichte aanpak van de provincie ziet erop toe dat we teruggaan naar de gebieden zelf. Om van onderop wederom te participeren met grondeigenaren en belanghebbenden. Om te komen tot een daadwerkelijke gebiedsagenda. Die is soms voor één gemeente, maar die kan ook juist 5

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied grensoverschrijdend zijn. Denk aan onze Eemvallei. Daar zitten we toch echt met Baarn en Amersfoort aan tafel. Daarom is het belangrijk dat we dezelfde taal spreken. Daar biedt dit handelingsperspectief of hoe u het ook gaat noemen, wel handvatten voor. En daarmee kunnen wij ook op pad. Dan hebben we een eenduidig verhaal naar degene die echt in die polder wonen. En anders begrijpen ze daar ook helemaal niks meer van wat we aan het doen zijn. En de doelen, met name de stikstofdoelen, natuurdoelen die komen dadelijk van de provincie. Die landen echt ook op dat grondgebied. Daar zullen we samen met die grondeigenaren over moeten praten en invulling geven. Echt handen en voeten geven van wat gaan we dan doen? En dat vraagt inderdaad precies zoals u het zegt, maatwerk. Dat kan heel lokaal zijn en soms is het wat groter. Het bosgebied Utrechtse Heuvelrug met landgoederen is veel groter. Zullen we misschien binnen het Nationaal Park veel meer over praten. In ieder geval willen we als regio sterk vertegenwoordigd zijn. En we zijn er ook goed over aan het nadenken in de regio, hoe doen we dat dan precies? Er wordt eigenlijk van ons verwacht dat wij in het najaar al gebiedsagenda's heel concreet op tafel hebben liggen. Vooral ook er maatregelenpakketten zijn vanuit het Rijk. Ik heb u dat nagezonden.

Wij krijgen daadwerkelijk al geld voor maatregelen in het buitengebied. Die willen we wel heel zorgvuldig inzetten, want het geld is toegezegd en dat houden we ook. Ondanks dat het een nieuw Kabinet is. En er ook een hoop dingen wel weer onzeker zijn, met name voor de landbouw. Ik vind het zeker van belang hoe we alle raden op vlieghoogte houden. Dat zullen we ook als regio met elkaar moeten bespreken. Daar heeft u echt een terecht punt. Dat hebben we nog niet helemaal concreet. Ik zal u wel toezeggen dat we dat concreet zullen maken. Dat juist die relatie met dat Utrechts programma landelijk gebied zo enorm essentieel is. Dat zal een wisselwerking hebben. Wij zullen al onze regiogemeenten steeds hetzelfde verhaal willen vertellen, om in ieder geval dat handelingsperspectief vast te houden. Dus we zullen ook een monitoringstool moeten vinden van hoe doen we dat nou precies? DE HEER LUCAS (CDA): Ook wel een vraag. Maar allereerst dank voor die toezegging. Nog even over die kernrandzone. Ik zie dat kaartje over de nabijheid in het stedelijk systeem als een soort snoer rondom bijna elke kern. Dus het is niet zozeer een stadsrandzone, waar ik wel in het verleden veel meer mee bezig heb gehouden. Kan je dat eigenlijk zien als: dat is voor elk van de kernen. Dus ook voor Soest.

Het gebied rondom Soest, waarop wij zelf veel meer eigenschap en zeggenschap hebben om daar woningbouw te plegen? Ik snap dat het niet per perceeltje is afgegrensd, maar dat dat wel het idee is wat daarachter ligt. Kijk, je kan ook zeggen: het hele gebied zit tussen alle steden in. Dus eigenlijk het hele gebied is een soort stadsrandzone al. En toch hebben ze of we een verdeling gemaakt in gebieden. Grote gebieden waarin je wat meer monofuncties kan hebben. En die kernrandzones of stadsrandzone hoe je ze noemt, waarin je wat meer een eigen invulling kan geven op elk maatwerk. Laat ik het zo maar zeggen. WETHOUDER TREEP: Ja, eigenlijk kunnen we overal zelf invulling aangeven. Meneer De Wolf zei het ook. Het gaat juist ook om de agrariërs of andere eigenaren die in het gebied zitten. Kunnen ook landgoed eigenaren zijn op de Heuvelrug. Dus ook daar wil je wel wat voor doen. We hebben wel met elkaar gezegd: je kan niet alleen een handelingsperspectief maken vanuit het groen. Dan ben je niet eerlijk. Je hebt ook stedelijke opgaven die je ergens wil laten landen. Daardoor zijn die kernrandzones benoemd. Omdat het heel erg logisch is dat je daar ook andere ruimtevragers hebt, die je niet in een landbouw of op een boerengebied zet wat nog hartstikke springlevend is. Dus daar zit een beetje die gedachte achter van die kernrandzones.

Dat zijn al zones die min of meer een verstedelijkte functie hebben. Dan kunt u ook aan moestuinen denken bijvoorbeeld. Het zit al een beetje af en toe in de rommelzone waarvan je zegt: je mag niet uit het oog verliezen dat je ook een verstedelijkingsopgave hebt. Wij hebben gezegd in het ontwikkelbeeld: Soest is één van de kernen die op een Noord-Zuidas ligt. Die langs de Heuvelrug ligt. De groene as. De verstedelijkingsas ligt veel meer richting Amersfoort. Richting Nijkerk, Barneveld. Dat betekent wel dat wij onze eigen vitaliteit willen behouden. Dat is eigenlijk de kern van het ontwikkelbeeld geweest, zoals mevrouw Flinterman net ook aangaf. Dus vandaar die kernrandzones. We geven er zelf invulling aan met oog voor die verstedelijkingsopgave. VOORZITTER: Ik wil eerst even het rondje afmaken eigenlijk. Zodat iedereen aan de beurt komt. Meneer Vrakking. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ja, dank u wel. Eigenlijk naar aanleiding van dat grens-of gemeentegrensoverschrijdend HPB. Doet mij toch ook denken van: in hoeverre is een gemeente dan nog autonoom. De wethouder zei net zelf: je zit met Amersfoort en Baarn en Soest toch al in die Eemvallei. Nu wil je wat, als Soest. Welke invloed heeft Amersfoort en Baarn dan, doordat dat nu min of meer vastgesteld wordt in het HPB?

6

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied WETHOUDER TREEP: Nou ja, we werken natuurlijk samen, maar we gaan over ons eigen grondgebied. En dat blijft zo. Dus Amersfoort kan een hoop willen op ons grondgebied, maar moeten ze wel eerst even langs ons komen. Neemt niet weg dat als Amersfoort verstedelijkt, die mensen wel rond gaan fietsen en rond gaan wandelen. En dat dat zomaar eens grensoverschrijdend zou kunnen zijn. Dus zij kunnen wel aangeven: het stukje Eemvallei, Soester polder, wij zien daar activiteiten. Soest, willen jullie daar met ons in meedenken? Hoe kunnen we dit nou faciliteren? Het is aan ons om daar een ja of nee tegen te zeggen. Dus wij blijven autonoom, maar we werken wel goed samen, want we hebben min of meer dezelfde opgaves. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Duidelijk. Het is ook goed dat er op die manier samengewerkt wordt, want er is echt behoefte aan meer recreatie. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? Ik krijg nu toch een beetje het gevoel dat we in een beeldvormende vergadering zitten. Dat het een gesprek met de wethouder gaat worden, terwijl we vanavond het gesprek met mekaar als raad zouden voeren. Dus dit wil ik even opmerken. VOORZITTER: Ja, er mag wel door de wethouder gereageerd worden, maar het moet misschien wat korter en bondiger. Ik denk dat dat eigenlijk de discussie wordt.

Dus ik ga toch mijn rondje afmaken. Ik ga vragen wat iedereen ervan vindt, want dat is het eerste deel van de vergadering. Jan, sorry meneer Vrakking, heeft u nog dingen toe te voegen? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ja, ik kan nog geen uitspraak doen over of we wel of niet instemmen, omdat de gestelde vragen gewoon niet binnen de fractie besproken zijn. Dat zullen we dan bij de besluitvormende wel zien. VOORZITTER: Dat komt straks aan de orde of we dat besluitvormend willen doen. Ik kijk nu even rond. Ja, meneer Dijkhuizen? DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Ja, ik vind het prima als meneer Noorlander voor gaat. Geen probleem. DE HEER NOORLANDER (GL): Wat galant. Dank u wel, meneer Dijkhuizen en meneer de voorzitter natuurlijk, ja, hoe staan wij erin als fractie? In die zin volgen we een beetje de lijn die de heer Janssen aangaf van POS. We weten het niet zo goed. Eigenlijk uit wat mevrouw Flinterman al aangeeft, wordt het een beetje een beeldvormende vergadering, want we stellen veel vragen. En waar wij met name mee zitten is inderdaad: wat is nou eigenlijk onze rol? En de heer Lucas gaf het daar eigenlijk al aan. Wat kunnen wij nou in het vervolg verwachten, ook als raad? Ik weet niet zeker of het ook een toezegging was van de wethouder, maar ik hoor inderdaad: u kunt een monitoringstool misschien wel tegemoet zien.

Maar is het ook een monitoringstool voor ons of voor iemand anders? En als je iets vaststelt, of was het nou weer instemmen? Ik weet het even niet meer. Eén van twee. Dan verwacht je eigenlijk wel als raad, dat je dan vervolgens ook een controlerende taak daarna kunt uitvoeren. Ik vraag me af of daar wel sprake van is. Ik wil het wel in de groep gooien want ik hoor dat de heer De Wolf heel erg vocaal was in: wij willen graag echt instemmen hiermee. Ik zou graag ook de heer De Wolf willen uitdagen en vragen: hoe ziet hij dan precies de rol van ons als raad hier ook in het vervolg? DE HEER DE WOLF (GGS): Dank u wel, voorzitter. Ik zie wat ik lees. Het is een leidraad. Zonder dat ik nou aanvallend wil zijn, verbaast het me eigenlijk dat GroenLinks hier niet net als GGS dolblij van wordt. Want de heer Janssen zegt net: wat staat er nou eigenlijk in? Ik vind het fantastisch wat erin staat. Het behandelt alle problematiek die op ons afkomt, als je de media volgt. En men tracht tot oplossingen te komen. Bodemdaling, landbouw die extensiever moet, het voorkomen van kunstmest, kortere verkoopstekens, herstel ecosystemen, verhogen biodiversiteit, schoon water, voorkomen hittestress. Kortom het is niet alleen voor milieufreaks. Dit is ook echt mensvriendelijk. Het is niet alleen milieuvriendelijk maar daarom ook mensvriendelijk.

En dat vind ik het belang van dit document, dat we laten zien deze kant willen we op. Hier geloven we in, daar moeten we naartoe. Juist met wat ons misschien met de nieuwe regering boven het hoofd hangt. VOORZITTER: Nou, meneer De wolf, enthousiast verhaal. In ieder geval bedankt daarvoor. Meneer Janssen. DE HEER JANSSEN (POS): Ja, dank u wel, voorzitter. Even reageren op de opmerking van meneer De Wolf. Mijn vraag was: wat is nu zo belangrijk in dit document, dat we het nu juridisch bindend moeten vaststellen? Dat was mijn vraag. Wat is er nu zo belangrijk in dit document dat we dit 7

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied juridisch bindend moeten vastleggen? Die inhoud mis ik een beetje. En dat is eigenlijk het enige concrete wat ik in dit rapport vind. Wat misschien ook wel een oplossing biedt voor de vraag die meneer Noorlander hier op tafel heeft gelegd. Dat is namelijk waar dit rapport concreet wordt, is de samenwerkingsagenda en het palet aan actiepunten wat daaraan vast zit. Ik zou me voor kunnen stellen dat wij dit document vaststellen met een aanvullende afspraak, over hoe wij omgaan met die samenwerkingsagenda. Hoe wij als raad worden meegenomen in de uitvoering van dat palet aan actiepunten. DE HEER NOORLANDER (GL): Een reactie van GroenLinks kan natuurlijk niet uitblijven als wij worden uitgedaagd op de inhoud. Maar mijn vraag ging niet zozeer over de inhoud, de heer De Wolf. Absoluut eens. Die ambitie delen wij ook. U refereert inderdaad ook terecht aan politieke situaties waar we in dreigen te geraken. Juist omdat het zo belangrijk is, gaat het er met name om: hoe ziet u dan ook het vervolg voor u? Hoe worden wij als raad erin betrokken? Hoe actief wilt u daar ook in betrokken zijn? DE HEER DE WOLF (GGS): Dank u wel, voorzitter. Als ik het goed gelezen heb, vloeien er diverse andere documenten voort uit deze leidraad. Die komen terug naar de raad en dan kunnen we daar weer wat van vinden.

Dus ik kan me voorstellen dat er een soort kader neergezet wordt van dat willen wij. En dan volgt vervolgens de fine tuning in andere documenten, om het maar in het Nederlands te zeggen. Zo heb ik het ook begrepen. Dit is een leidraad en hier gaan we mee verder. Met deze richting moet het ongeveer worden. VOORZITTER: De heer Noorlander, wilt u daar nog op reageren? DE HEER DE WOLF (GGS): Ik vraag me even af of ik nou moet reageren op datgene wat de heer De Wolf denkt te begrijpen. Als dat zo is inderdaad, is het misschien goed dat nog even te checken. Is het inderdaad zodat die actieve opvolging ook richting de raden daadwerkelijk plaats gaat vinden? Als dat het geval is en wij worden daar niet alleen maar op vlieghoogte gehouden, zoals de wethouder zegt. Want dat is één ding. Ik denk dat als het gaat om actieve betrokkenheid van de raad, dan moet er meer zijn dan dat. Dan ben ik wel benieuwd naar wat dat dan precies is. DE HEER DE WOLF (GGS): Voorzitter, mag ik hier even op reageren? Wellicht is mijn voorzichtige taalgebruik hier een struikelblok. Ik heb het gewoon gelezen. Dank u wel. VOORZITTER: Oké. Zijn er nog meer mensen die hier aan wat, meneer Gündüz. DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Dank u wel, voorzitter. Ja, wij worstelen eerlijk gezegd ook met een aantal vraagstukken. Zoals instemmen, vaststellen, kernrandzone, rafelranden.

Gelukkig heeft de wethouder vanavond ons een aantal zorgen ontnomen over de rafelranden. Dus dat scheelt gelukkig. Maar goed, wij zijn er ook nog niet helemaal uit. Ook over de discussie van: wat gaan we nu echt vaststellen? Wat is nou precies de leidraad zoals meneer De wolf zei. Dus voor ons is het echt nog een beetje zoeken. Dat zullen wij ook intern met de fractie moeten bespreken. En hoop dat we met de tijd daar meer duidelijkheid over krijgen. En ook de schriftelijke vragen die meneer Vrakking, want dezelfde vragen hadden wij eerlijk gezegd ook, dat hebben wij ook tijdens de beeldvormende vergadering nog eens geprobeerd, om daar meer duidelijkheid te krijgen. Maar ook vanavond. Gelukkig iets meer duidelijkheid. Maar wij zullen tijdens de besluitvormende raad zeker op dat moment kunnen beslissen. Voor mij is het op dit moment nog een beetje te vroeg om aan te geven of we hiermee instemmen of niet. VOORZITTER: Dan zitten we misschien toch wel met een discussie. Hij staat volgende week op de agenda, als zijnde het vast te stellen. Eigenlijk is de vraag: gaan we deze week amendementen indienen, en wordt die vastgesteld met die amendementen? Mevrouw Flinterman. MEVROUW FLINTERMAN (D66): Ik wou nog even reageren op verschillende dingen die er gezegd zijn. Over het feit dat de titel van het document wijzigen, de inhoud juridisch niet wijzigt. Dat is helemaal waar.

Ik wil de heer De Wolf even bedanken voor zijn heldere betoog als het gaat over het feit dat dit handelingsperspectief een leidraad is. Vandaar ook mijn voorstel om de titel aan te passen, zodat dat die leidraad ook daadwerkelijk beter past bij de inhoud. En dan gaat het met name om het feit, hoe wij hier in Soest naar dat document kijken. Als je het een andere naam geeft, dan is het verwachtingsmanagement niet van: het is een kader, het is een handelingsperspectief. Dat is het in heel veel opzichten niet. Ook al zegt de heer De Wolf: het is voor de boeren wel een handelingsperspectief. Dat zit in Den Haag en in Brussel, volgens mij. En het geeft ook geen verwachtingsmanagement. Dat je dus denkt van: oké, dit is het dus hier moeten we dus aan voldoen. Nee, dit is een stap op weg naar. Het is een etappe. Het is een 8

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied leidraad, richting. Het is een vertrekpunt. Dus als wij het in Soest op die manier bekijken, dan kan je dat ook inderdaad als een positieve richting provincie zien. En nee, het wijzigt juridisch de inhoud niet, maar het wijzigt wel de manier waarop wij er hier in Soest naar kijken. DE HEER JANSSEN (POS): Het zou ons ontzettend helpen als wij meer duidelijkheid krijgen over de vraag hoe wij als raad worden meegenomen in de uitwerking van die samenwerkingsagenda, en dat palet aan actiepunten wat hierin wordt benoemd. Ik noem maar één van de actiepunten. Dat is bijvoorbeeld: formuleer een gezamenlijk kernrandenbeleid. Nou, dat lijkt me ontzettend relevant voor deze raad. Het zou ons ontzettend helpen een oordeel te vormen, als wij weten hoe wij in het vervolg van dit document, in die samenwerkingsagenda en in dat palet aan actiepunten, verder worden meegenomen. VOORZITTER: Wethouder, kunt u daarop reageren? WETHOUDER TREEP: Ja, want ik gaf aan dat we daar nog geen duidelijkheid over hebben. Zover zijn we gewoon nog niet. Dus die kan ik ook echt niet geven op dit moment. We moeten echt in de regio kijken. Hoe is de behandeling geweest in alle raden? Zoals ik al aangaf, eigenlijk is in alle raden het besluit genomen met amendementen en moties daarbij.

We zullen ons moeten beraden, hoe verhoudt zich dit tot het Utrechts programma landelijk gebied? Hoe pakken we dat samen? En hoe koppelen we dat terug? Hoe gaan we daar dan mee om? We hebben daar nu geen antwoord op. Ook niet in de regio. DE HEER DIJKHUIZEN (CU-SGP): Maar is dat dan niet heel vreemd, voorzitter, via u aan de wethouder? Dat we dus een document vaststellen of instemmen. U mag best weten, onze fractie weet gewoon niet wat we hiermee aan moeten. Niet omdat het of nou over vaststellen of instemmen gaat. Maar waar zeggen we nu ja tegen? En welke waarde is het eigenlijk als we hier ja of nee tegen zouden zeggen? Want waar gaat het nog over? En het is heel, wat mij betreft weer heel typerend. Meneer Janssen vraagt: waar hebben we het nou eigenlijk over als we het over de rafelranden hebben? Dan gaan we vanavond of volgende week vaststellen of instemmen met dit document, terwijl we eigenlijk niet eens weten waar het over gaat. Want u zegt: ja, daar hebben we nog niet over gehad. Dat moeten we eigenlijk allemaal nog gaan vaststellen. Zo lees ik uw antwoord in ieder geval. WETHOUDER TREEP: Nee. Ik weet heel goed wat u zou willen vaststellen of instemmen. Het gaat mij om de stap daarna. En die hoor ik bij meneer Janssen terug, waarin die zegt: ik wil graag ook het vervolg duidelijk hebben.

En hoe krijgen we dat scherp? En hebben jullie daar al over nagedacht? Daarom zeg ik nee. En ik vond de eerste suggestie van meneer Janssen dan ook een logische. Laten wij daar dan ook zelf iets vragen aan het college, een opdracht meegeven om dat voor ons wel scherp te krijgen. Dus dat staat even echt los van dit stuk zelf. DE HEER LUCAS (CDA): Ik ben blij dat ik de heer Dijkhuizen het woord heb gegeven want hij stelde inderdaad ook mijn vraag. Dat was ook wel het bruggetje naar wat mijn twee opmerkingen waren. Enerzijds we moeten van die vaagheid af, want anders blijven we constant verschillende beelden hebben bij hetzelfde woord. Dat is onder andere de kernrandzone. Ik heb destijds een mooi boek geschreven over de stadsrandzone. Het is niet meer te koop, dus het is geen reclame. Waarin het juist gaat over: dat is het gebied waar de dynamiek plaatsvindt tussen stedelijke en rurale functies. En ik ben blij als u aangeeft dat dat in die gebieden plaats kan vinden. Want daar is die hele discussie over. Mijn opmerking ging ook over, en volgens mij heeft u wel aangegeven dat dat belangrijk is, laten we zorgen dat daar in ieder geval heel vroegtijdig aan gewerkt wordt. Zo staat het ook in de tekst als één van de eerste activiteiten. Zoals de heer Janssen aangeeft. Weliswaar voor 2030. Want dat dat nu er niet ligt, dat snap ik ook.

Maar dan krijgen we ook duidelijkheid over wat is in welk gebied mogelijk? Want daar hebben nu ongeveer een beeld bij. En wij hebben andere wensen dan Leusden bijvoorbeeld. U knikt inderdaad. Als dat een mooie toezegging zou zijn, dan zou mij dat ook al wel helpen. En wat meer vertrouwen geven in de vaagheid die we nu zien, dat dat steeds helderder wordt. VOORZITTER: Wethouder, wilt u daar nog op reageren? WETHOUDER TREEP: Nou ja, ik heb het ook al eerder vanavond gezegd. Inderdaad is dit een opmaat. We willen als regio wel stevig aan tafel zitten met alles wat nog komt. Ondanks al het maatwerk overal. Ook nog van het Rijk op het gebied van landbouw. Dat we wel een verhaal hebben, wat ook nog eens kan landen in onze omgevingsprogramma's. Daar zijn we ook mee bezig en daar zijn we lokaal druk mee bezig. Die zijn wel echt bijna klaar. En daar hebben we dit wel voor nodig. 9

Oordeelsvormende Vergadering: 16 mei 2024 Handelingsperspectief buitengebied

VOORZITTER: Ik kijk weer even rond. En dan denk ik dat we toch een beetje aan een afsluiting moeten komen. Het staat nu geagendeerd op volgende week. Dat betekent dat we deze week kunnen gebruiken om op het bestaande document, zoals het er nu ligt, amendementen in te dienen. Die komen dan volgende week op tafel. Of we keuren het af. Eén van de twee. De vraag is of we zeggen tegen elkaar, we moeten nog een beeldvormende of nog een oordeelsvormende vergadering hebben. Dat rondje wil ik even maken, hoe iedereen erover denkt. Meneer Noorlander u, mag als eerste. DE HEER NOORLANDER (GL): Zijn hier nu toezeggingen gedaan door de wethouder? Misschien kan de voorzitter, wilt u dat nog even herhalen, wat dan precies de toezegging is? Dat is mij nog niet helder. VOORZITTER: Mijn toezegging staat niet in het document. Of die worden gevat in een amendement van de aankomende week. Dat en dat is toegezegd. Dan moeten we dat ook echt doen. Dan kunnen we het inclusief toezeggingen goedkeuren. Ik denk niet dat u de toezegging die de wethouder hier doet ineens in het document terugvindt. DE HEER NOORLANDER (GL): Wacht even. Dan begrijp ik het niet helemaal. Ik hoorde de wethouder het één en ander zeggen: ik wil wel toezeggen dit of dat. Mij is het even niet meer helder wat was precies concreet nou die toezegging zijn? VOORZITTER: Wat ze precies toen zei.

Dat kan ik nog aan de wethouder vragen, natuurlijk. WETHOUDER TREEP: Ik heb toegezegd dat wij als college gehoor willen geven aan uw oproep, om duidelijkheid te verschaffen in: wat gaan we dan hierna doen? Hoe wordt dit teruggekoppeld aan alle raden. Al dan niet in gezamenlijkheid. Juist de gezamenlijkheid heb ik geproefd vanavond van: zorg nou dat u echt bij ons terugkomt, zodat we ook weten waar dit handelingsperspectief toe leidt. Maak daar ook vaart in, om te komen tot concrete afspraken voor: wat betekent dit dan ook voor ons en onze gebieden? Dus die is tweeledig. VOORZITTER: En deze toezeggingen zullen dus ook volgende week bij het besluit worden bijgevoegd. Niet in het document, maar als in toezeggingenlijst. Zijn er nog meer vragen? Iedereen het ermee eens dat het volgende week op de besluitvormende vergadering komt? Ik kijk ook even rond. Als iemand nee zegt, dan stel ik dat vast. Dan wordt het een advies aan de agendacommissie, begrijp ik. Die stelt dan uiteindelijk vast dat dat volgende week een besluitvormende vergadering wordt. Dan wil ik iedereen nog bedanken. Mensen thuis en de mensen hier. En ik vond het een leuke discussie. Ik kan niet anders zeggen, ja.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=a8df3c28-13ce-42af-b338-386c9db21a91