Notulen Oordeelsvormende bijeenkomst Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent
Tekst van het document
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent
NOTULEN Voorzitter: dhr. R. Metz Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik 1. Opening VOORZITTER: Dames en heren, ik open deze oordeelsvormende vergadering over het brandveilig maken van woonwagencentrum De Meent. Daarbij kunnen wij vanuit de historie constateren dat u een keer een motie heeft ingediend ten aanzien hiervan, dat het college u een alternatief voorstel heeft gedaan en dat u daar in de eerdere fase al beeldvormend over bent geïnformeerd. Het is nu aan u om daar een standpunt in te bepalen, een oordeel te geven of suggesties voor verbetering te doen. De bedoeling is dat we daar een rondje voor maken en dat u daar iets over zegt. Dan geven we de portefeuillehouder de gelegenheid om daar input op te leveren en dan kijken wij wat uw standpunt is. In de volgende vergadering gaan we richting de besluitvorming. Ik ga kijken wie het woord wenst over dit onderwerp. Ik zie meneer Lobbes, mevrouw Welschen, meneer Paauw, mevrouw Walraven, mevrouw Suijkerbuijk, meneer Schotman, meneer Gündüz, meneer Vrakking en meneer Wijnalda. Dan zijn we rond. Ik geef het woord aan de heer Lobbes namens de fractie van de VVD. 2. Fracties geven hun oordeel over het raadsvoorstel DE HEER LOBBES (VVD): Dank u wel, voorzitter. Het raadsvoorstel over De Meent. VOORZITTER: Meneer Lobbes? Ik zie non-verbaal commentaar.
In de besluitvormende vergadering staan wij aan de interruptiemicrofoon, maar in deze vergadering kunt u blijven zitten. Ik was ook even in de war. Meneer Lobbes, we hebben dit misverstand opgeheven. U kunt lekker blijven zitten. DE HEER LOBBES (VVD): Ik dacht dat ik me vergiste. VOORZITTER: Nee, maar het is wel fijn dat we uniform dezelfde gedachten hebben. Ik moest ook advies vragen, om eerlijk te zijn. DE HEER LOBBES (VVD): Dat is geen probleem. Het voorstel over de brandveiligheid in de Meent. Als fractie vinden we het nog steeds best ingewikkeld dat het brandveilig maken van privéeigendom met publiek geld moet, dat ten eerste. Dat is al een gepasseerd station. Het voorstel wat voorligt is vooral de keuze tussen variant één of variant twee. Variant één kost 1,4 miljoen om het woonwagenkamp brandveilig te maken. Variant twee kost 2,05 miljoen om het brandveilig te maken. Dan verwacht je dat je vast veel meer krijgt voor die 650 duizend euro. De VRU heeft aangegeven dat variant één al brandveilig is, dus je krijgt vooral veel meer onzekerheid en risico. Het is niet gebruikelijk dat gemeentes woonwagens verhuren. Er zijn vrijwel geen gemeentes in Nederland die dat doen. Dan zou je misschien denken dat de woningbouwcorporaties staan te springen om deze fantastische business opportunity, maar dat is ook niet het geval.
De woningbouwcorporaties blijven hier ook graag verre van weg. Binnen de gemeente is er geen enkele deskundigheid of ervaring met het verhuren van woonwagens. Voor 650 duizend euro meer bereik je hetzelfde resultaat, maar je haalt jezelf wel veel meer risico op de hals. Dat zou dan moeten vanwege bestuurlijke verantwoordelijkheid, lazen wij in het weekbericht. Dat is een abstract begrip, daar kan je verschillende definities bij hebben. De VVD heeft daar wellicht een
1
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent andere definitie van dan anderen hier. Wij vinden zoveel extra geld uitgeven en zoveel extra risico’s binnenhalen geen teken van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Deze week hebben we ook kennis kunnen nemen van de perspectiefnota. Daar zien we het financiële beeld voor de komende jaren. Dat ziet er ook vrij somber uit. We moeten 2,5 miljoen gaan besparen en bezuinigen per jaar. Dat is structureel geld, dat snap ik. In die context is 650 duizend euro extra uitgeven voor iets wat tot hetzelfde resultaat leidt, namelijk een brandveilig woonwagencentrum... We verbazen ons er zeer over, ook vanuit een financieel perspectief. Wij vinden dit geen goed raadsvoorstel. We vinden het een heel slecht raadsvoorstel. Wij zijn voornemens om met een amendement te komen om niet 2 miljoen maar 1,4 miljoen beschikbaar te stellen en om daarmee voor variant één te kiezen. We praten volgens mij al heel lang over dit onderwerp, volgens mij al jaren. Ik zou zeggen: maak het brandveilig met variant één, dat vind ik een veel betere vorm van bestuurlijke verantwoordelijkheid, want dan zijn de mensen op het woonwagencentrum eindelijk geholpen. Mijn voorstel is om in ieder geval niet akkoord gaan met dit voorstel. Wij zullen een amendement indienen wat op variant één aanstuurt.
Ik hoor graag van de andere partijen hoe die daar tegenaan kijken en of die daar eventueel mee zouden instemmen. Dank u wel, voorzitter. VOORZITTER: Dank u wel meneer Lobbes. U sprak namens de fractie van de VVD. Mevrouw Welschen, de fractie van D66. MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel, voorzitter. Voor ons is het een verwarrend proces geworden. Het was klip en klaar toen wij de motie indienden en toen werd het voor ons verwarrend, want toen ging het college opeens niet uniform maar verdeeld tegen de motie in. We zijn het proberen te gaan duiden vanuit onze partijhiërarchie, sociaalliberaal. Sociaal gezien vinden we het heel moeilijk te duiden, want er zijn in de gemeente Soest een heleboel mensen die wachten op een sociale huurwoning die er op dit moment misschien iets beter voorstaan. Daar doen we niets voor, maar we gaan dit voor drie gezinnen organiseren. Op basis waarvan gebeurt dat? Liberaal gezien kunnen we hem moeilijk duiden, want we gaan 1,4 miljoen euro besteden aan het brandveilig maken van privé-eigendommen. Ik denk dat niemand anders in de gemeente Soest met die vraag naar het loket hoeft te komen. Dat vonden we lastig. Bestuurlijk vinden we het ook complex, want in de brief van het college staat dat één wethouder hier niet mee instemt, want die heeft een andere opvatting over rolneming. Vorige week gaf de wethouder aan dat hun bestuurlijke rol hier ligt.
Wat is volgens het college dan rolneming en welke rol moet je dan pakken? Dat vinden we ook heel lastig. Er komt een perspectiefnota en dat zijn allemaal kapitaallasten en kosten, dat snappen we. Het bekt echter ook niet lekker om dan te zeggen dat we voor drie of vier wagens zoveel geld uit gaan geven. We hebben wel een vraag aan de wethouder. Wat zijn inhoudelijke argumenten op het concept rolneming waarop het college niet met één mond kan spreken? Wat is rolneming? U vraagt ons om af te wijken van de kaders, omdat het de samenleving ten goede komt. Dit komt ten goede voor een heel klein stukje van de samenleving. Hoe komt dit ten goede van de samenleving in zijn geheel dat bedrag daarvoor vrijgemaakt moet worden? Ik heb ook een vraag aan de overige partijen, want we zijn geneigd om mee te gaan in het amendement dat aansluit op onze motie. Zijn er andere fracties met nieuwe, steekhoudende argumenten, waardoor onze verwarring over waarom dit zo complex lijkt te zijn kan worden opgehelderd? Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Welschen sprak namens de fractie van D66. Meneer Paauw, GGS. DE HEER PAAUW (GGS): Voorzitter, dank u wel. Het belangrijkste is dat De Meent brandveilig wordt. In variant één wordt heel duidelijk aangegeven dat de Meent weer brandveilig wordt en dat is de doelstelling van dit geheel.
Als je zegt dat je de drie open plekken gaan bewoonwageren, dan kom je in een verhuursituatie waar wij beslist geen voorstander van zijn. Dat zullen we in ieder geval niet doen. Zeker omdat de wethouder heeft aangegeven dat de nieuwe woonwagens op die open plekken moeten voldoen aan de VRU-eisen, dus die zijn dan ook brandveilig. Het is een slechte investering van zes ton voor drie woonwagens. We vinden wel dat als de gemeente die drie
2
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent open plekken straks zou verhuren aan iemand die dat gaat pachten, de gemeente wel moet controleren en handhaven of ze daadwerkelijk aan de eisen voldoen. Daar ligt voor ons de crux. In het verleden is er onvoldoende toezicht geweest op dit kamp. Dat moet de gemeente goed in acht nemen. Ik vraag me nog iets af en dat leg ik hier ook neer. Als wij dit voorstel afkeuren, is variant één dan automatisch aan de beurt, of is het voorstel wat nu door de collega's van de VVD wordt aangegeven dat het voorzien moet worden in een amendement dan aan de beurt? Ik kijk naar de griffier om te horen wat het beste is. VOORZITTER: Dan komen we daar zo bij u op terug. Dank u wel, meneer Paauw van GGS. Mevrouw Walraven-van Dam namens de ChristenUnie-SGP. MEVROUW WALRAVEN (CU-SGP): Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt het raadsvoorstel Brandveilig maken van woonwagenlocatie De Meent. Dat is ook gelijk punt één van het raadsvoorstel en daar kunnen wij wel mee instemmen. Punt twee en drie zijn voor onze fractie ook wat lastiger en dat hebben we ook gehoord van D66 en VVD. We kunnen daar nog niet mee instemmen.
We hebben hier twee weken geleden met elkaar en het college over gesproken en in deze bespreking heeft het college ons niet kunnen overtuigen om voor variant twee te gaan en een krediet van 2 miljoen beschikbaar te stellen. We vinden het jammer dat onze motie die we in oktober hebben ingediend niet ter harte is genomen door het college en dat er nu toch een voorstel ligt waarbij we als gemeente drie of vier units gaan verhuren en er gekozen wordt voor variant twee. Voor onze fractie is dat een stap te ver. We vinden dit een taak van een woningcorporatie en niet van een gemeente. Aangezien dit een oordeelsvormende vergadering is en wij nog niet precies weten wat de andere partijen hiervan vinden, willen we ons nu nog niet uitspreken over punt twee en drie. Wij zijn zeer geïnteresseerd in de eventuele motie van D66 en het amendement van de VVD. Misschien zijn er ook partijen die ons wel kunnen overtuigen om voor variant twee te gaan. Wij zijn zeer benieuwd. Tot zover onze inbreng, dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Walraven-van Dam namens de ChristenUnie-SGP. Mevrouw Suijkerbuijk namens de fractie van GroenLinks. MEVROUW SUIJKERBUIJK (GL): Dank u wel, voorzitter. Ik gok dat ik hier vanavond de enige ben, maar misschien kan ik nog iemand overtuigen. Laat ik bij de hoofdvraag beginnen. Op dit moment zijn wij voornemens om voor het voorliggende plan te stemmen.
GroenLinks heeft de vorige keer niet met de motie ingestemd, al moeten wij toegeven dat wij het hier achter de schermen best uitgebreid over hebben gehad en wij hier individueel ook moeite mee hadden. Dat zijn de punten die al eerder benoemd zijn. Het gaat om veel geld voor een relatief klein aantal mensen die erbij gebaat zijn. Het is inderdaad niet onze hoofdtaak. Uiteindelijk is onze sociale verplichting en zorg voor kwetsbare inwoners die niet terecht kunnen bij andere instanties de doorslag voor ons. Het zou absoluut ideaal zijn als de woningcorporaties hierin zouden kunnen voorzien, maar dat doen zij niet. Als woningcorporaties het niet doen en wij als overheid zeggen dat het niet onze taak is, hoe serieus nemen wij onze verzorgende taak als overheid dan? Het gaat hier om slechts drie wooneenheden. Het betekent wel dat je drie gezinnen de optie geeft om te wonen op een plek die vanuit hun cultuur en historie heel belangrijk is. Voor hen is het niet zomaar een woonwagen, er zit veel meer achter. Platgeslagen is voor ons het vrij simpel. Er is een probleem en met dit voorstel wordt het probleem structureel opgelost met optimale brandveiligheid. Wij vertrouwen het college hierin volledig, in het bijzonder de ambtenaren die hier zeer weloverwogen een besluit over hebben genomen en dit hebben voorgelegd aan ons.
Ter afsluiting wil ik nog benadrukken dat de woonwagencultuur in Nederland relatief laat, sinds 2014, erkend is als immaterieel erfgoed. Dat betekent dat wij verantwoordelijk zijn om het erfgoed te respecteren en beschermen. Ook vanuit die overtuiging zijn wij voor maximale brandveiligheid en drie extra wooneenheden. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Suijkerbuijk. U sprak namens de fractie van GroenLinks. Dan de heer Schotman van fractie POS.
3
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent
DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Uiteraard onderschrijven wij het brandveilig maken van het woonwagencentrum. Wij geven de voorkeur aan de uitvoering van variant één in tegenstelling tot de voorkeur van het college. Met variant één voldoen we ook aan de opdracht om het woonwagencentrum brandveilig te maken. Wij zijn van mening dat variant twee te veel risico's met zich meebrengt voor de gemeente. Daarnaast vinden wij het ook niet de taak van de gemeente om units te verhuren. Wat wij wel graag willen zien, en dat kwam vorige keer ook ter sprake, is dat het college zich gaat inspannen bij het herijken van de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties om hier verandering in te brengen en deze corporaties hun verantwoordelijkheid toch kunnen of willen nemen. We hebben vorige keer begrepen dat het niet zo makkelijk is voor hen. We zien graag dat ze dat toch meenemen in de prestatieafspraken. Mochten er in de toekomst mogelijkheden op het kamp zijn om toch units te verhuren, dan kunnen zij dat doen. We waren voornemens om een amendement in te dienen en we zijn zeer geïnteresseerd in een samenwerking met bijvoorbeeld de VVD. Tot dusver, dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Schotman. U sprak namens de fractie van POS. Ik kijk naar de heer Gündüz, hij spreekt namens de fractie van de Partij van de Arbeid. U heeft het woord.
DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Dank u wel, voorzitter. Ook voor ons is het van essentieel belang dat het woonwagenkamp brandveilig gemaakt wordt. Dat kunnen we niet ter discussie stellen. Ik wil een citaat van vorige week van het college uitlichten. ''Het betreft een zeer uitzonderlijke situatie, want we willen niemand laten vallen''. Dat vond ik een hele mooi citaat. Het is ook niet onze insteek om mensen te laten vallen, want we willen juist iedereen omarmen, want zoals door D66 werd genoemd, zijn er nu heel veel woningzoekenden op de sociale woningmarkt. Ik heb de laatste cijfers er nog bijgehaald, het zijn op dit moment 2.000 actieve woningzoekenden in Soest. Aan de andere kant gaan we wel volle inspanning leveren voor de drie woningzoekenden op een woonwagenkamp. Ik heb begrepen dat wij als gemeente niet verplicht zijn om units te plaatsen, maar wel verplicht zijn om plekken aan te wijzen. Met variant één denk ik dat we dat ook wel kunnen realiseren. We hebben de standplaatsen al. We kunnen dat als gemeente volgens mij ook aanwijzen. Als we dan voor variant twee gaan om drie units te plaatsen en 6,5 ton extra te investeren, doen we die 2.000 woningzoekenden echt tekort. Dat rijmt niet en daar hebben wij als Partij van de Arbeid echt moeite mee.
Ik zou heel graag met de collega's van VVD samen kijken naar hoe we een mooi amendement kunnen voorleggen om variant één alsnog neer te kunnen leggen. Tot zover. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Gündüz. U sprak namens de fractie van de Partij van de Arbeid. Dan meneer Vrakking, namens Soest 2002. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Dank u wel, voorzitter. Soest2002 vindt het de hoogste prioriteit om het woonwagencentrum brandveilig te maken. Vanaf 2019 wordt er al over gesproken en je moet er niet aan denken dat er toevallig in deze periode al een brand zou zijn uitgebroken. Het Bouwbesluit zegt dat het brandveilig is als de onderlinge afstand tussen de units vijf meter is. Dat is heel eenvoudig aan te brengen, dat hoeft volgens mij geen 1,4 miljoen te kosten. De andere mogelijkheid is dat de woonunits zelf brandklasse vier hebben. Dat is een minimale brandklasse, heb ik begrepen. Mijn vraag is: vind de raad minimale aanpassingen waardoor het brandveilig is voldoende is of kiezen we ervoor om beide te doen? Dan komen we bij het punt van variant twee. Het is een taak van de woningcorporatie, maar ik begrijp dat de woningcorporaties daar niet om staan te juichen. Die taak zal dan overgenomen moeten worden door de gemeente Soest, vindt het bestuur van Soest. Daar kunnen wij ons als Soest2002 echt niet in vinden.
Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat er vooraf een toezegging komt van een corporatie dat zij bij nieuwe prestatieafspraken bereid zijn om de woningen over te nemen. Dan zie ik het als een tijdelijke investering van de gemeente Soest. Als dat er niet is, zullen wij zeker niet voorstemmen. Dank u wel.
4
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent VOORZITTER: Dank u wel, meneer Vrakking. U sprak namens de fractie van Soest 2002. Dan meneer Wijnalda namens de fractie van BurgerBelangen. DE HEER WIJNALDA (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Wij hebben ook in overweging genomen welke keuze we moesten maken. De keuze was natuurlijk makkelijk te maken doordat we er zeker voor moeten zorgen dat het woonwagencentrum brandveilig wordt. Gezien de op- en aanmerkingen van de collega's die we nu horen kunnen wij nu nog geen beslissing nemen. We wachten op de moties en amendementen. Wat we wel graag aan het college mee willen geven, is dat dit al heel erg lang loopt en dit een speciale doelgroep is. Er worden vanuit het woonwagencentrum vragen aan ons gesteld omdat ze dingen niet helemaal begrepen hebben. Er zijn brieven met communicatie die niet helemaal gelezen worden. Misschien dat het college in het traject wat nu nog gaat lopen daarbij op een andere manier met de doelgroep zou kunnen communiceren. Misschien met een informatieavond waar het mondeling wordt toegelicht. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel. Meneer Wijnalda sprak namens BurgerBelangen. Meneer Lucas van het CDA. DE HEER LUCAS (CDA): Dank u wel. Dit is in antwoord op de vraag van de VVD over hoe andere partijen denken over hun idee van een amendement.
Ik denk daar ook heel sterk aan, want ik heb dezelfde twijfels die anderen hebben geuit. Dat sluit aan bij de overwegingen die D66 heeft genoemd. Tegelijkertijd ben ik wel heel benieuwd naar de antwoorden op de opmerkingen die GroenLinks heeft gemaakt en de antwoorden van het college daarop. Dat geeft mijn twijfel over hoe we hiermee om moeten gaan goed weer. Vooralsnog neig ik niet naar de variant van 2 miljoen, maar die andere variant. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Lucas. Ik zag dat mevrouw Welschen nog tussen wil komen voordat we naar het college gaan. Mevrouw Welschen, D66. MEVROUW WELSCHEN (D66): Het sluit aan op wat de heer Paauw net zei over hoe we hier voor of tegen moeten stemmen. We zijn nu bezig met een amendement, maar er ligt ook een heldere motie die door dezelfde partijen is aangenomen, behalve de partij die nu ook een andere keuze maakt. Ik gun u het amendement, maar het is in onze ogen een overbodige exercitie. Ik hoor graag hoe dat in elkaar zit. VOORZITTER: Procedureel kan ik u daar het antwoord op geven. Het college heeft kennisgenomen van de motie en het college heeft een andere afweging gemaakt. Dat gebeurde in een meerderheid, niet unaniem. Dat heeft u allemaal kunnen lezen, het is heel transparant. Het college legt u een raadsvoorstel voor. Dat is ook een antwoord op de heer Paauw, geloof ik.
Als u het raadsvoorstel wil veranderen, moet u een amendement indienen. Ik heb daar een aantal mensen over gehoord. U kan het raadsvoorstel ook afwijzen, maar ik heb u ook horen zeggen dat u het wel brandveilig wil hebben. Het enige alternatief is het indienen van het amendement. Dat is het instrumentarium wat u als raad heeft. Als u het goed vindt, ga ik nu naar de inhoudelijke beantwoording voor zover er vragen zijn gesteld in deze oordeelsvormende vergadering. Het woord is aan de wethouder van dienst, mevrouw Scholten. 3. Reactie van de portefeuillehouder WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik u bedanken. Ondanks het feit dat het college met een ander voorstel naar u toekomt dan ik hier bespeur, waardeer ik het zeer. Namens het college wil ik dat ook heel nadrukkelijk aan u overbrengen. Ik waardeer het dat u allen zo bezig bent geweest met het onderwerp om te onderzoeken wat het standpunt moet zijn om de juiste keuze te maken voor deze bewoners van het woonwagencentrum. Dank daarvoor. Het kan
5
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent dat er dan verschil van mening is. Ik hoor mevrouw Welschen vragen hoe dit de samenleving ten goede komt, en daar wil ik heel nadrukkelijk een antwoord op geven. De mensen van een woonwagencentrum maken ook onderdeel uit van de samenleving. Ze hebben alleen een eigen soort samenleving. Mevrouw Suijkerbuijk refereerde er al aan, ze hebben daar ook een bepaalde status voor gekregen die de gemeente ook een verplichting oplegt. Dat betekent dat wij te zorgen hebben dat er verhoudingsgewijs ruimte is voor woonwagens en huisvesting in relatie tot sociale huurwoningen. Dat betekent dat er gedacht is aan alle inwoners of mensen die onderdeel uitmaken van een samenleving. Dat is de plicht die het college uiteindelijk zag omdat niemand anders in dat gat stapte. Daarom zijn we uiteindelijk met dit voorstel naar u toegekomen. Voorzitter, dank u wel. VOORZITTER: Dat is kennelijk de observatie van het college op de opmerkingen zoals u ze gemaakt heeft. Het is uw vergadering, dus het is aan u om er in tweede termijn met elkaar over in gesprek te gaan. Ik heb een aankondiging van een amendement gehoord. Ik heb mensen gehoord die geïnteresseerd zijn om daarin mee te gaan. Ik ga kijken wie het woord wenst te voeren in de tweede termijn.
Is uw hand of uw bril omhoog? Het kon zijn dat u zat te peinzen, zo keek u naar mij. Ik noteer mevrouw Welschen, meneer Schotman en meneer Gündüz. Mevrouw Welschen, u heeft het woord namens D66. 4. Fracties reageren op elkaar en op de portefeuillehouder MEVROUW WELSCHEN (D66): Dank u wel. Ik mis een antwoord op de vraag wat in de ogen van college een rolneming is. Dat is de reden waarom het college niet met één stem heeft gesproken, maar ik hoor verschillende visies op rolneming. Wat is volgens het college dan rolneming in deze zaak? Ik vind het lastig dat u formuleert dat ik zou aangeven dat mensen die op een kamp wonen geen onderdeel zijn van de samenleving. Ik denk dat het gaat om de verhouding tussen drie woningen versus 2.000 woningzoekenden. Je kan het geld maar één keer uitgeven. Ik heb niet gezegd dat mensen die op het kamp wonen geen onderdeel uitmaken van onze samenleving. VOORZITTER: Dat heeft u inderdaad niet gezegd. Meneer Schotman namens POS. DE HEER SCHOTMAN (POS): Dank u wel, voorzitter. Ik werd getriggerd door het antwoord van de wethouder. Dat kan ook een vraag zijn aan andere partijen over het faciliteren van standplaatsen. Ik vraag me af in hoeverre variant twee verschilt van variant één in het ondersteunen en faciliteren van voldoende standplaatsen? Ik zie die link niet, maar uit uw beantwoording krijg ik het gevoel dat daar een verschil in zit.
Wij willen het woonwagencentrum brandveilig maken en dat kan met variant één. Wij voelen die verplichting ook. Er zijn inderdaad bepaalde rechten vastgelegd. Er is een bepaalde status, maar daar voldoen we volgens onze fractie met variant één ook aan. Dat is misschien nog een vraag richting de wethouder. Dank u wel. VOORZITTER: Kunt u de laatste vraag herhalen? Ik was de wethouder aan het afleiden. DE HEER SCHOTMAN (POS): De status voor woonwagencentrumbewoners is er, die onderkennen we en die is vastgelegd. In hoeverre doet variant twee daar beter recht aan dan variant één? We hebben uiteindelijk hetzelfde aantal plaatsen. Dat is de concrete vraag naar aanleiding van uw beantwoording. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel. Excuus dat ik de afleiding veroorzaakt heb. Meneer Gündüz, Partij van de Arbeid? DE HEER GÜNDÜZ (PVDA): Dit haakt wel in op de vraag van meneer Schotman. Zijn wij ook verplicht om woonwagenruimte te reserveren voor hun? Of zijn wij verplicht om woonwagens neer te leggen? Dat zijn twee verschillende dingen, dus zou de wethouder daar een duidelijk antwoord op kunnen geven?
6
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent
VOORZITTER: Het is voor een deel een herhaling van de beeldvormende vergadering. Ik geef de wethouder de gelegenheid om dat nog een keer te doen. Ik zie een punt van orde, of wil u het woord? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik heb ook nog een vraag. Misschien dat ik die voor de beantwoording van de wethouder kan stellen? VOORZITTER: De vraag wordt gelijk meegenomen in de tweede termijn als u het goed vindt, want de wethouder had de eerste termijn al afgesloten. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Ik zie dat de raadsleden vragen stellen waar de wethouder weer op reageert. Ik heb een soortgelijke vraag. VOORZITTER: Ik heb twee oren en het komt aan twee kanten binnen. De oordeelsvormende vergadering is uw vergadering, zal ik maar zeggen. In de beeldvormende vergadering heeft u bestuurlijke vragen aan het college gesteld. Dat veroorzaakt de verwarring aan deze kant van de tafel. DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Het is een reactie op de uitspraak van de wethouder. VOORZITTER: Dat had u in de eerste termijn moeten doen. U maakt mij het leven niet makkelijk. Ik ga de vergadering teruggeven. Vindt u het goed dat de aanvullende vraag van de heer Vrakking alsnog gesteld wordt? DE HEER VRAKKING (SOEST2002): Het is een hele korte vraag die ook leidt tot een heel kort antwoord. Het is ook een hele korte vraag en het zit een beetje in het verlengde van de vragen die POS en de PvdA gesteld hebben.
Ik heb de wethouder horen zeggen dat de gemeente de plicht heeft voor ruimte en huisvesting en volgens mij is dat niet juist. De ruimte klopt, maar huisvesting is geen verplichting van de gemeente. Daar zou ik graag helderheid over willen hebben. Dank u wel. Ik kijk naar de wethouder. U heeft het woord. WETHOUDER SCHOLTEN: Dank u wel. Ik hoop een kort en duidelijk antwoord te geven waar u zo mee verder kunt. Ik begin met de vraag van D66 over de rolneming. Juist nu zien wij dat we deze rol moeten pakken omdat niemand anders dat doet. Daarom is het college met één stem naar u toe gekomen. Wij spreken met één mond. Dat iemand het er toevallig niet mee eens was, maakt niet uit. Wij hebben transparant aan u gemeld dat wij gezamenlijk met dit voorstel naar u toekomen. Die rol willen we pakken bij gebrek aan derden die dat doen. POS vraagt hoe de ondersteuning bij variant twee is als mensen een dergelijke status hebben. Dat zit hem in het feit dat deze mensen niet zelf in de gelegenheid zijn om een nieuwe wagen te kopen. Omdat niemand anders die rol pakt, doen wij het. Daarin zie je het verschil, want dat betekent ook dat dat het vangnet is, zoals u ook in het raadsvoorstel wat het college bij u voorlegt kunt lezen, als mogelijkheid om te zorgen dat ook deze mensen in hun huisvesting voorzien worden. De PvdA vraagt wat verplicht is en waar we als gemeente toe verplicht zijn.
Wij zijn verplicht om standplaatsen te hebben. We hebben er 25 en die mogen we ook verminderen. Dat is onze verplichting. Wij zijn niet verplicht om huisvesting aan te bieden, omdat je ook kan proberen om dat ergens anders te regelen. Dank u wel, voorzitter. 5. Afronding met advies aan de Agendacommissie VOORZITTER: Daarmee is ook antwoord gegeven op de vraag van de heer Vrakking. Volgens mij was dat de derde in de rij, maar ik vul het voor het verslag even aan. Is er vanuit de gemeenteraad nog behoefte aan een aanvulling voor de tweede termijn of wachten wij de
7
Oordeelsvormende Vergadering: 3 april 2025 Brandveilig maken woonwagencentrum De Meent amendering in de gemeenteraad af? Mag ik concluderen dat u dit voldoende besproken vindt voor de besluitvorming in de volgende vergadering? Ik zie u allemaal instemmend knikken. Dit komt vanzelf aan de orde in de besluitvormende vergadering. We kunnen dat concluderen. Het wordt 16 april een bespreekstuk in de vergadering, daar kunt u mee instemmen. Dat is de conclusie van deze vergadering. 6. Sluiting VOORZITTER: Ik dank u voor uw inbreng en zie u de volgende keer graag weer terug. Wel thuis.
8