Notulen Besluitvormende Raadsvergadering 13 oktober 2022.pdf
Tekst van het document
Raadhuisplein : 2022/7 Besluitvormende Raadsvergadering : 13 oktober 2022
NOTULEN van het verhandelde in de Besluitvormende Raadsvergadering d.d. 13 oktober 2022 AANWEZIG: Plv. Voorzitter: dhr. H.E. Dijkhuizen (CU-SGP) Griffier: mevr. M.A.C. van Esterik De leden: Dhr. J.A. Baks (Burgerbelangen) Mevr. E.M. Ter Beek-Suijkerbuijk (GroenLinks) Dhr. R. Christiaans (Soest2002) Dhr. R.A. Corbeij (VVD) Dhr. H.E. Dijkhuizen (CU-SGP) Mevr. D.Q.J. Exalto (GroenLinks) Mevr. H.G. Flinterman (D66) Dhr. B.R. Groothuis (Soest2002) Dhr. P.G. Klandermans (Soest2002) Mevr. I. van der Linden (POS) Dhr. P. Lucas (CDA) Dhr. J.R. van ’t Net (VVD) Dhr. J.A. Paauw (GGS) Dhr. C.A. Paul (GGS)
Dhr. T. de Ruijter (GroenLinks) Dhr. T.N. Schotman (POS) Mevr. M.A. Sterenberg (VVD) Dhr. G.H.E.J. Stormbroek (POS) Dhr. J.J. Vrakking (Soest2002) Mevr. M.M. Walraven-van Dam (CU-SGP) Dhr. V.H.A. Van der Wardt (VVD) Mevr. B.M. Wegman (GGS) Mevr. A. Weith-Plomp (GGS) Dhr. E. Weldink (Soest2002) Mevr. H.C.P. Welschen (D66) Dhr. A.H.T. Witlox (PvdA) Dhr. T. de Wolf (GGS) Dhr. R. van Zutphen (VVD)
De wethouders: mevr. K.L. Scholten, mevr. A. Treep-van Hoeckel, mevr. Van Aalst-Veldman en dhr. H.O. Suna AFWEZIG: Dhr. K. Gündüz (PvdA) dhr. R.T. Metz 1. Vaststelling agenda VOORZITTER: Goedenavond dames en heren. Het is 13 oktober 2022. Wij gaan zo meteen beginnen aan de besluitvormende vergadering en daartoe gaan we de agenda vaststellen. Ik begrijp dat mevrouw Van der Linden een ordevoorstel wil doen. Mevrouw Van der Linden, u mag de microfoon gebruiken om uw ordevoorstel toe te lichten. MEVROUW VAN DER LINDEN (POS): Dank u wel, voorzitter. In verband met een inspreker vanavond zouden wij het fijn vinden als de motie vreemd omtrent menstruatiearmoede naar voren mag worden geschoven op de agenda. Dus als eerste mag worden behandeld, als u zo vrij bent? VOORZITTER: Als ik u goed begrijp is er een spreker die heel erg aansluit bij de motie vreemd die u wilt inbrengen en de motie stond als een van de laatste punten geagendeerd. Dan kijk ik rond en beslist u, als raad, of u het met deze wijziging eens zou kunnen zijn. Meneer Paauw, u wilt reageren dus ik geef u het woord. MENEER PAAUW (GGS): Voorzitter, met alle respect, maar als ik kijk naar de agenda dan zal het niet zo lang duren dat we die agendapunten hebben afgerond, dus het ordevoorstel vind ik vrij overbodig.
1
VOORZITTER: Ja, maar ik loop gewoon de lijn af, meneer Paauw, die wij normaal gesproken in de structuur van de vergadering hebben. De structuur is dat we beginnen met het vragenkwartier en in die zin is het normaal dat een inspreker komt inspreken voor de vergadering. Gezien dit onderwerp en het verhaal waarmee onze inspreker komt wil ik het eigenlijk bij elkaar voegen. Als u zegt: "Ik ben het daar niet mee eens", dan kijk ik opnieuw rond en is de vraag of u het voorstel van mevrouw Van der Linden steunt of dat u het andersom wilt doen. Het is aan u. Meneer Baks, u wilt het woord. MENEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Ik ondersteun het ordevoorstel van mevrouw Van der Linden en ik krijg in mijn rechteroor mee dat ook het CDA het ordevoorstel ondersteunt. VOORZITTER: Nee, mevrouw Sterenberg. laat ik het zo zeggen: wie steunt het voorstel van mevrouw Van der Linden? Als ik daarbij de vingers zie kan ik wel een inschatting maken of dat zo is. Ik zie dat de grootste meerderheid het voorstel van mevrouw Van der Linden zou steunen en dan gaan we het zo doen. Dan stel ik voor dat we de agenda als volgt doen: u krijgt zo meteen als eerste het woord, mevrouw Van der Linden en behandelen we uw motie. Daarna lopen we de agenda af zoals we die vastgesteld hebben. Dan is het woord nu aan onze inspreker.
Ik zou willen vragen of u goed in de microfoon wilt spreken, want ik krijg van meerderen te horen dat, in het algemeen, het niet goed op de tribune te horen is. Dus in zijn algemeenheid zou ik willen zeggen: als u de microfoon hanteert, spreekt u dan goeden duidelijk in die microfoon. Mevrouw, het woord is aan u. MEVROUW LARTEY: Bedankt voor jullie tijd. Ik vind het best spannend, want dit is nieuw voor mij. Ik heb gisteren een brief gestuurd naar de Soester Courant dat ik mij inzet om menstruatiemiddelen op te halen, want ik vind het niet normaal dat er meiden en vrouwen zijn die hun dagelijkse dingen hierdoor moeten missen. Dat kan gewoon niet, dus ik heb hier in Soest sowieso al twee manden neergezet bij twee supermarktenen ik wil ook een inzamelpunt bij mij thuis beginnen. Uiteindelijk wil ik overal meerdere kastjes gaan zetten om aan te moedigen dat andere mensen dit ook gaan doen. Het zou fijn zijn als dit als basisbehoefte wordt opgenomen, want hygiëne is een must voor een vrouw en het moet normaal zijn dat er over wordt gesproken. Er moet niet lacherig over gedaan worden of weggestopt worden. Het is er nou eenmaal en we moeten ermee omgaan. Dank u wel voor jullie tijd. VOORZITTER: U heel hartelijk dank voor uw woorden. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Linden van Partij Ons Soesterberg. MEVROUW VAN DER LINDEN (POS): Dank u wel, voorzitter.
Geachte leden van de raad, betrokken aanwezigen en Soraya, jij in bijzonder, ik sta hier vanavond enthousiast voor jullie en mede als bekken-fysiotherapeut zo betrokken bij dit onderwerp. Ook wil ik de komst van Soraya even in het zonnetje zetten, want hoe fijn is het dat zij dit met ons kan delen en haar ervaringen uitspreekt. Ze zet zich in voor het onderwerp waar ik u allen in mee wil nemen vanavond, namelijk het volgende: armoede is in ons land geen onbekend fenomeen. De energie- en gasprijzen in Nederland stijgen al langere tijden als gevolg van de oorlog in het oosten zijn deze kosten alleen nog maar toegenomen. Hiermee zien we dat de armoede in Nederland drastisch toeneemt en de hoeveelheid mensen die de voedselbank een bezoek moeten brengen daarmee stijgt. Armoede is op verschillende gebieden zichtbaar, zo ook bij menstruerende meisjes en vrouwen. Die menstruatiearmoede is een probleem voor een op de tien meisjes en vrouwen in ons land. Dit heeft als direct gevolg, zoals Soraya net al aangaf, dat deze groep verminderd deelneemt aan sociale activiteiten van het maatschappelijk leven. Denk aan school, sporten of zelfs dagjes uit. Waarom? Zij zelf of hun gezin hebben het geld niet om dure menstruatieproducten aan te schaffen. Dit betekent in sommige gevallen dat er wc-papier gebruikt moet worden en in het ergste geval een menstruatieproductmoet worden hergebruikt.
Uiteraard brengt dit schaamte en angst met zich mee, om nog niet eens te praten over de risico's die zijn verbonden aan de verminderde hygiëne. Kortom, de impact van dit probleem is misschien veel groter dan wij in eerste instantie zouden denken. Het Nederlandse kabinet legt de taak van dit onderwerp bij de gemeentes, wat het dan ook onze verantwoordelijkheid maakt om hier wat aan te doen en wel direct. Iedereen heeft het recht op deelname aan het maatschappelijke leven of dit nu school, sport of sociale activiteiten zijn. Elk meisje of elke vrouw zou toegang moeten hebben tot menstruatieproducten die bij hun passen, zodat het dagelijkse leven zich voort mag zetten op een hygiënische en comfortabele manier. Wij verzoeken het college te onderzoeken of menstruatiearmoede en het mogelijk beschikbaar maken van deze menstruatieproducten opgenomen kunnen worden in het armoedebeleid van de gemeente Soest en in de vormgeving hiervan maatschappelijke organisaties– denk aan scholen en voedselbanken – te betrekken bij het verstrekken van deze
2
menstruatieproducten. Ik spreek namens de fracties van POS, GroenLinks, D66, ChristenUnie-SGP, BBS en PvdA. Hartelijk dank voor uw aandacht. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van der Linden. Ik zou bijna zeggen, we hebben helder gezien hoe de mede-indieners erover denken. Ik kijk vooral naar de partijen die daar nog niet onderstaan en of die daar wellicht op zouden willen reageren. Daar zou ik de tijd voor willen nemen. Ik kijk even in het rond. Meneer Groothuis, meneer Lucas, mevrouw Sterenberg en mevrouw Weith willen reageren. En mevrouw Exalto, hoor ik net. Meneer Groothuis, u was de eerste die aangaf te willen reageren. Ik geef u het woord. U spreekt namens Soest2002. MENEER GROOTHUIS (SOEST2002): Dank u voor, voorzitter. Soest2002 staat heel sympathiek tegenover dit voorstel, deze motie, en zal waarschijnlijk wel 'ja' zeggen, maar we willen toch graag van de wethouder horen hoe hij dit wil gaan uitvoeren? Het mag niet zo zijn dat er weer een extern bureau wordt uitgenodigd om dit allemaal voor te bereiden, want we willen wel dat het zo laagdrempelig en zo snel mogelijk wordt ingevoerd zonder allerlei ambtelijke-en externe kosten. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Groothuis. Meneer Lucas, u mag uw reactie geven en daarna mag mevrouw Sterenberg haar reactie geven. Meneer Lucas, u spreekt namens het CDA. MENEER LUCAS (CDA): Voorzitter, dank.
Het verzoek of de oproep is duidelijk. Voor de duidelijkheid, daar kunnen wij ons wel mee vinden, want als het zo belangrijk is dan moet je daar je geld aan kunnenuitgeven. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat het voor ons meespeelde dat het een onderdeel is van een groter probleem, namelijk armoede in het algemeen. Wij zouden er eigenlijk voor willen pleiten dat het college het in het bredere verhaal meeneemt. We moeten zien te voorkomen dat we voor elk –dan zeg ik het misschien wat badinerend, maar zo bedoel ik het absoluut niet– product wat mensen niet kunnen kopen een deeloplossing bedenken. Het loon wat je krijgt, het werk wat je doet, de uitkering die je krijgt moet voldoende zijn om daar de basisbehoeften van te betalen. Aan mevrouw Van der Linden het volgende: uw bijdrage heeft ons in ieder geval weer duidelijk gemaakt dat dit een heel belangrijk probleem is en ook de brief van mevrouw Lartey, zij heeft net ingesproken, heeft ons daarvan overtuigd. Het CDA staat letterlijk en figuurlijk naast u en we staan achter de motie. We steunen de oproep. Dank u wel, meneer Lucas. VOORZITTER: Mevrouw Sterenberg, aan u is namens de VVD het woord. MEVROUW STERENBERG (VVD): Dank u wel, voorzitter.
Het is een hele sympathieke motie en het zal niet vriendelijk klinken, maar het is, wat ons betreft, een overbodige motie aangezien in Nederland het armoedebeleid zo ingericht zou moeten zijn dat het overal in voorziet, de heer Lucas gaf het ook al aan. Spreken we dan de volgende week over luiers en de week daarna over scheermesjes voor mannen die geschoren op het werk moeten verschijnen? Wat ons betreft heeft de wethouder de taak, vanuit de gemeente, om goed armoedebeleid te leveren. Daarnaast zijn we van mening dat je ook moet kijken: waar is de overheid wel aan zet en niet? Hier zien we juist dat er hele mooie particuliere initiatieven zijn. Het is prima dat we daar aandacht aan besteden, maar je moet je afvragen: moeten wij dan weer dat rugzakje op doen? Of moeten we zeggen: wat mooi, er is in Soest een punten we moedigen mensen aan om te doneren aan dat punt. De vraag is: waar trek je de grens? Wij gaan er vanuit dat de professionals in dit domein bij de wethouder aankloppen op het moment dat het nodig is. Wij zullen dit dus niet steunen. Tot slot hadden we nog wel een verwondering gezien de indieners, dat er geen oproep was dat als wij iets gaan doen als gemeente, er dan niet wordt gekeken hoe dat op een zo duurzame mogelijke manier kan. De inspreker gaf het al aan, maar dat zagen we niet terug in de motie: het gevoel van schaamte wat er juist is.
Ik heb de onderzoeken gelezen. Het onderzoek is overigens gebaseerd op Amsterdam, dus we weten niet hoe de Soester problematiek is, maar daaruit blijkt juist dat er veel schaamte is. Deze motie roept nog niet op om dat schaamte-concept op te pakken. Er staat inderdaad wel dat er economische schaamte is, maar niet rondom dit taboe of probleem. Ik zou u meegeven om dat ook mee te geven aan de wethouder. Dank. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Sterenberg. Dan is nu het woord aan mevrouw Weith-Plomp. U spreekt namens Gemeentebelangen Groen Soest. MEVROUW WEITH-PLOMP (GGS): Het valt mij op dat bij de sprekers niet één keer het woord menstruatie is genoemd. Het lijkt me dat er dan toch een beetje sprake is van schaamte bij de mensen die ook hele goede dingen hebben gezegd. De heer Lucas verwoordde het allemaal heel mooi. Wij van GGS vinden het een hele sympathieke motie. Wij zien de vergelijking die de VVD maakte met scheermesjes niet en met luiers eigenlijk ook niet. Menstruatie, daar kiezen wij niet
3
voor als vrouw en daar kiezen meisjes niet voor. Een vrouw of meisje die geen menstruatieproducten heeft, kan niet deelnemen aan het openbare leven. Een man die zich niet scheert, kijk om ons heen, kan prima functioneren, getuige het sikje. Wel zijn we benieuwd wat de wethouder ervan vindt, want het is inderdaad een breder probleem binnen het armoedebeleid dat wij hebben. Het woord luiers werd genoemd. Een menstruatieproduct is geen luier. Iemand die incontinent is krijgt hulp via de ziektekostenverzekering, want die kiest daar ook niet voor. Dan kan je zeggen: babyluiers, maar voor een baby kies je en daar heb je nog andere producten voor, dus ook dat vind ik een beetje een moeilijke vergelijking. Wij zijn heel benieuwd wat de wethouder hierover te zeggen heeft. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Weith-Plomp. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Exalto. U spreekt namens GroenLinks en aan u is het woord. U maakt een hele lange wandeling, zie ik. Dat is een verwonder-moment, maar het woord is aan u. MEVROUW EXALTO (GROENLINKS): Wij, als GroenLinks, dienen heel graag deze motie mede in, met een heel bijzonder compliment aan mevrouw Van der Linden dat ze het initiatief neemt voor zo een belangrijke motie. Dank je wel, Soraya, dat je wil inspreken en dat je je inzet voor dit probleem. Toch willen wij even reageren op de VVD.
Er is echt een verschil met een stoppelbaard aankomen op je werk of dat je moet rondlopen met een bebloede vlek tussen je benen. Dat is beschamend en dat is lastig. Als jij weet dat je van huis gaat met het idee: ik weet niet of mijn producten die vlekken gaan voorkomen, dan doe ik dat liever niet als vrouw en ik doe het niemand aan die daar geen geld voor heeft. Dat hoort geregeld te zijn. Het is niet meer dan logisch dat vrouwen hulp en voorlichting krijgen over menstruatie en dat het taboe erop verdwijnt. Het zou geen ongemakkelijk onderwerp moeten zijn. Wij vrouwen kunnen zwanger worden en daar hoort dit bij, een ongekozen biologisch verschijnsel waar vrouwen niet op moeten bezuinigen. Helemaal nu, met alle hoge kosten, hebben vrouwen geen keuze en moeten ze geen keuze maken of ze eten hebben of dat ze voor de dag kunnen verschijnen. Het is geen luxe, maar een noodzakelijkheid voor de gezondheid van een vrouw. Dank u wel. VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Exalto. Als er verder niemand nog wil reageren, dan zou ik willen vragen of wethouder Suna naast mij zou willen komen plaatsnemen. U is gevraagd wat uw gedachtes daar, namens het college, over zijn en ik wil u daarvoor heel graag de tijd geven. U mag daar achter deze microfoon gaan staan. WETHOUDER SUNA: Dank u wel, voorzitter.
Allereerst wil ik zeggen dat armoedebeleid een integraal probleem is, waar we keihard aan werken vanuit de gemeente en dat we op alle facetten proberen onze burgers daarbij te dienen. Daarom snap ik de opmerking dat je zegt dat je het breder zou moeten zien, maar er zijn ook momenten waarbij je zegt dat je ergens een pleister kan plakken als daar behoefte voor is. In die gedachte onderschrijven wij, als college, uw denkrichting bij het indienen van deze motie. Mevrouw Lartey heeft ingesproken en daarbij duidelijk gemaakt dat dit een basisbehoefte is die je zou willen. Wij hebben vanuit de gemeente diverse activiteiten. Recentelijk heeft u een informatieavond gehad over het sociaal domein en wat we allemaal aan het doen zijn, maar er zijn elementen die tussen wal en schip kunnen raken. Of dat in dit geval ook zo is gaan we uitzoeken. Wat ik zou kunnen zeggen is, richting Soest2002: inderdaad, we gaan er geen uitgebreid onderzoeksteam opzetten die allerlei onderzoeken gaat doen of dit wel of niet door de gemeente gefaciliteerd moet worden. Wat we wel gaan doen is in ieder geval uitzoeken wat daarin binnen ons armoedebeleid mogelijk is, of daar nog iets extra's bij nodig is en dat we dan bij uw raad terugkomen. Ik merk dat er enorm veel behoefte vanuit de raad is om hier iets mee te doen, dus dan ga ik u dat terugkoppelen.
Tevens waren er reacties als je kijkt of je het kan vergelijken met andere zaken. Ik denk dat we die discussie buiten beschouwing kunnen laten. Het signaal is helder en als college staan we positief tegenover de motie en laat ik aan uw raad over of u daarmee wilt instemmen. Als u dat doet gaan wij het uitzoeken en komen we bij u terug. Dank u wel. Voorzitter, ik ben nog een ding vergeten. Er worden daarin voorbeelden genoemd hoe je het in de praktijk kan invullenen eigenlijk zie ik het breder dan de voorbeelden die daarin worden genoemd. Het kan uiteraard bij een voedselbank of scholen zijn. Wij gaan binnenkort met ambtenaren op werkbezoek bij de voedselbank, dus dan zullen we dit punt daar eventueel in meenemen en bespreken hoe zij dat zien. Ik kan me goed voorstellen dat we rekening houden met de schaamte van mensen en dat we ze op openbare plekken zettenwaar ze dan gerust, zonder op te vallen, die spullen zouden kunnen ophalen. Dat zijn allemaal denkrichtingen in de uitvoering, maar dat nemen we ook in het uitzoekwerk mee. VOORZITTER: Dank u wel, voorzitter Suna. Voorzitter? Ik bedoel wethouder Suna. Dat kan, het is een lange avond. Mevrouw Van der Linden, ik kijk even naar u. U hoort de wethouder sympathiek over deze motie spreken, maar hij zegt ook: "Het is aan u en het is aan uw raad of u hem in
4
stemming wilt brengen. "Die vraag leg ik vervolgens bij u neer. Non-verbaal maak ik op dat u hem graag in stemming brengt. Als u hem in stemming brengt, dan kijk ik even rond en heb ik het idee dat alleen de VVD tegen is. Ik heb gehoord dat Soest2002 en GGS het heel sympathiek vonden en ik zou dat willen vertalen dat u daar positief over bent. Dat zou betekenen dat we, als we de telling even snel doen, met 23 stemmen voor en vijf stemmen tegen, deze motie hebben aangenomen. Meneer Baks. MENEER BAKS (BURGERBELANGEN): Dank u wel, voorzitter. Dat is het voordeel als je de microfoon wel voor je mond hebt. Ik had nog een vraag of eigenlijk een oproep aan de wethouder. We krijgen wel van u door met welk stemmenaantal de motie gelukkig is aangenomen, maar ik had nog even een vraag over de reactie van de wethouder. Kan dat nog? VOORZITTER: Eigenlijk niet. MENEER BAKS (BURGERBELANGEN): U heeft ons geen gelegenheid gegeven om op de wethouder te reageren. VOORZITTER: Meneer Baks, het woord is aan u. MENEER BAKS (BURGERBELANGEN): Geweldig. Ik hoorde de wethouder zeggen dat hij een en ander uit gaat zoeken hoe het zit en het dan terugkoppelt aan de raad. Daar zou ik aan willen koppelen: maak daar niet een al te lang traject van.
Iedere maand komt de vrouw en het meisje weer voor het probleem en hoe langer het duurt voordat u met een reactie terugkomt, des te langer duurt het voor we iets gaan doen. Dus maak er wel een beetje haast mee, zou ik zeggen. VOORZITTER: Als u daar kort op zou willen reageren, meneer Suna, dan krijgt u van mij kort de tijd. WETHOUDER SUNA: Uiteraard gaan we snel uitzoekwerk doen. Ik denk binnen korte tijd, maar uiterlijk dit jaar nog, dat we terugkoppeling doen naar u. MENEER BAKS (BURGERBELANGEN): Wat een feestelijke avond. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Suna. Dank u wel, mevrouw Van der Linden voor deze motie. 2. Mededelingen van de voorzitter 3. Voorgesteld als hamerstukken a. Overzicht ingekomen stukken en stukken ter kennisneming b. Overzicht toezeggingen c. Planningkalender 2022 per beleidsveld d. Besluitenlijst van Raadhuisplein 2022-6 van 29 september 2022 e. Ontwerp bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Landelijk gebied, Lange Brinkweg 87 f. Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Soest 2023 g. Verordening Rechtspositie raadsleden en fractie-assistenten 2022 VOORZITTER: Dan keren wij nu terug bij de agenda en zou ik met u de voorgestelde hamerstukken willen vaststellen, tenzij iemand van u daar bezwaren tegen heeft. Heeft iemand bezwaar tegen het vaststellen van de hamerstukken? Ik zie niemand.
Dan zijn ze bij deze vastgesteld. Dan gaan wij naar punt 4 en dat is het vragenkwartier. 4. Vragenkwartier VOORZITTER: Voor het vragenkwartier heeft GroenLinks zich gemeld bij monde van meneer De Ruijter. U wilt een aantal vragen aan het college stellen en ik geef u daarvoor nu de gelegenheid. MENEER DE RUIJTER (GROENLINKS): Dank u wel, voorzitter. Namens de fractie van GroenLinks wil ik een aantal vragen stellen aan het college. We hebben namelijk kennis genomen dat het onderzoek naar de mogelijkheden voor flex-woningen aan de Insingerstraat voor de opvang van vluchtelingenuit de Oekraïne is opgeschort vanwege de aanwezigheid van een das. Het onderzoek daarnaar kan pas gedaan worden als die das weer aan het paren is, waardoor het tot het voorjaar uitgesteld moet worden. Ook hebben we kennisgenomen van het feit dat het college aangeeft te zoeken naar tijdelijke oplossingen voor het huisvesten van die vluchtelingen, aangezien de
5
huisvesting aan de Insingerstraat voorlopig niet gerealiseerd kan worden. Het woordje tijdelijkheid roept bij ons een vraag op, want het is onduidelijk of die tijdelijkheid nou de tijdelijkheid betreft die nodig is voor de das om te paren of de tijdelijkheid voor een langere termijn is en wellicht een aanvulling op de huisvesting aan de Insingerstraat. Vandaar dat wij daar drie vragen over hebben. De eerste is: onderzoekt het college ook andere locaties dan de Insingerstraat voor het plaatsen van flex-woningen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen voor de minder lange termijn en zo nee, waarom niet? Zowaar een dubbele vraag ineen. Daarnaast: is het college bereid om met vastgoed-eigenaren in gesprek te gaan met de vraag om voor een opvang periode van drie tot vijf jaar locaties – die niet in eigendom zijn bij de gemeente en in afwijking van het door vorige college gestelde kader voor het zoeken van locaties– beschikbaar te stellen voor het plaatsen van die tijdelijke flex-woningen.
Een derde vraag dringt zich bij ons op naar aanleiding van de ervaringen bij de Insingerstraat, namelijk: welke vorm van participatie met omwonenden heeft het college voor ogen in de zoektocht naar andere oplossingen, of die nu zeer tijdelijk of voor de midden- en lange termijnzijn, indachtig de lessen die we kunnen trekken uit de participatie rondom de Insingerstraat? Dat zijn onze vragen, voorzitter. VOORZITTER: Meneer De Ruijter, hartelijk dank voor uw heldere vragen. De vragen zullen niet door de portefeuillehouder beantwoord worden, want de portefeuillehouder, onze burgemeester Metz, is niet aanwezig. Daarom zal wethouder Scholten, in de hoedanigheid van waarnemend portefeuillehouder, ingaan op deze vragen en in die hoedanigheid geef ik u nu het woord, mevrouw Scholten. WETHOUDER SCHOLTEN: Heer De Ruijter, GroenLinks, dank voor uw vragen. Om te beginnen: als college voelen wij ten diepste de verplichting om zorg te dragen voor goede huisvesting en een veilig thuis voor de Oekraïense vluchtelingen. U en ik zien dagelijks waarvoor wij dit willen. Vanuit dat perspectief kunt u de antwoorden op uw vragen lezen. U vraagt of het college ook andere locaties dan de Insingerstraat onderzoekt. Omdat de contracten voor de huidige opvang over enige tijd verlopen, onderzoekt het college ook andere mogelijkheden voor de huisvesting van de Oekraïners.
Iedereen die zijn steentje kan bijdragen aan het organiseren daarvan is welkom. We kijken breed, waarbij niets op voorhand is uitgesloten, maar eerst zoeken, afwegen en daarna pas besluiten .Alle opties liggen open, waarbij ook de tijd van de procedure een wegingsfactor is. We zijn bereid om met vastgoed-eigenaren in gesprek te gaan. U vraagt daarbij wel concreet naar een termijn voor drie tot vijf jaar en de vraag is of dat vanuit volkshuisvestelijk oogpuntwenselijk is. Wij ervaren een knelpunt, de krapte op de woningmarkt, die wellicht in conflict kan komen met kortetermijnoplossingen voor huisvesting van de Oekraïners. Dit mag elkaar niet in de weg zitten, het moet aanvullend zijn. De wijze waarop er dan geparticipeerd wordt is volledig afhankelijk van de beoogde locatie. Daarover gaan we graag met u in gesprek op het moment dat er duidelijkheid is omtrent een locatie. Verder wil ik u nog meegeven dat het mandaat vanuit de raad weliswaar heel breed is – u vroeg ons het huisvestingsprobleem voor de Oekraïners op te lossen – maar dit is nooit formeel als een raadsbesluit bekrachtigd. Dus misschien komt er nog een tussenstap, waarin we de raad vragen om zich over de wegingscriteria uit te spreken voordat er definitieve locaties in beeld zijn, maar ook daarover zal eerst het college zich nog moeten beraden. Voorzitter, tot zover.
VOORZITTER: Dank u wel voor de heldere beantwoording, mevrouw Scholten. Dan geef ik de ruimte of er op die antwoorden nog vragen zijn. Heeft dat nog iets bij u losgemaakt, waarvan u zegt: daar wil ik nog een reactie op geven of daar heb ik nog een wedervraag op? Ik kijk in zijn algemeenheid rond voor ik naar meneer De Ruijter ga, want dat was uiteindelijk de vragensteller. Niet? Dan kijk ik naar meneer De Ruijter? Ik zie uit uw non-verbale opmerking dat de vragen afdoende zijn beantwoord. Dat heeft u goed gedaan, wethouder Scholten, dank u wel. Dan komen wij toe aan punt 5. Er komt toch nog een vraag. Meneer Groothuis, u wilt namens Soest2002 graag nog een reactie geven. MENEER GROOTHUIS (SOEST2002): Als we toch heel breed gaan denken, dan vind ik dat deze vraagstelling alleen maar naar de Oekraïners gaat. Ik zou het toch breder willen om ook de statushouders mee te nemen in dit onderzoek. Iedereen kan zich nog de beelden van de zomer voorstellen dat zoveel groepen buiten moesten slapen omdat er geen plek was en dat iedereen daar vreselijk schande over spreekt. Zelfs Artsen Zonder Grenzen moesten eraan te pas komen. Wat er nooit in Nederland gebeurd is, gebeurde toen. Ik zou dit college meegeven: ga alsjeblieft kijken naar hoe we onze morele verplichting als Soest nakomen om te kijken naar huisvesting voor statushouders.
Het moet toch niet zo zijn dat de minister of de staatssecretaris ons binnenkort gaat opdragen om dat te gaan doen. We moeten ons moreel verplichten dat we dat zeer zeker gaan doen, want we moeten te allen tijde voorkomen dat er weer opnieuw asielzoekers buiten –je moet er niet aan denken met deze kou – moeten gaan slapen, omdat er geen plek is, omdat statushouders niet kunnen doorstromen naar reguliere woningen. De azc's zitten vol en daar is het
6
probleem. Huisvesting voor statushouders is zeer belangrijk. Niet alleen Oekraïners, maar deze groepen moeten niet vergeten worden. Dank u. VOORZITTER: Dank u wel, meneer Groothuis. Excuus dat ik u niet of te laat zag. Ik had het niet gezien. De wethouder wil nog even reageren, dus mevrouw Scholten, het woord is aan u. WETHOUDER SCHOLTEN: We hebben het over de Oekraïense vluchtelingen, maar uw hartenkreet is duidelijk dus het is fijn dat u dat heeft weten te ventileren. Op dit moment kan ik daar verder geen reactie op geven. VOORZITTER: U heeft gehoord wat meneer Groothuis gesproken heeft. Zo kunnen we het, denk ik, interpreteren en dan horen we wel wat daar uiteindelijk uit gaat komen. Als er geen vragen of opmerkingen meer zijn – ik kijk nog een keer heel scherp rond en die zijn er niet – dan komen wij alsnog aan bij punt 5 en dat is de sluiting van deze vergadering. Ik wil u heel hartelijk danken en we zien elkaar een volgende keer.
7