CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Integrale Visie Sociaal Domein Gemeente Soest 2024 - 2028

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 4 juni 2026, gemeente SoestBij agendapunt: Toelichting Visie Sociaal Domein en uitvoeringsplan Sociaal domein20.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2 Hoe gaan we samenwerken?

Deze visie heet niet voor niets ‘In verbinding samen doen’. Daarmee zeggen we expliciet dat we als gemeente meer de verbinding opzoeken en meer gaan samen werken. Ons streven is een zorgzaam en veerkrachtig Soest. Maar daar kunnen we niet alleen voor zorgen, daar hebben we inwoners en formele en informele organisaties in de sociale basis voor nodig. De rol van de gemeente hierin is die van facilitator, coördinator en organisator voor de samenwerking waarbij de inwoner centraal staat. Met sommige organisaties trekken we al veel op en we leggen al verbindingen tussen bijvoorbeeld jongerenwerkers en scholen, of welzijnswerk en huisartsen. Maar een groot deel van de informele organisaties kennen we eigenlijk niet zo goed. Om beter te kunnen samenwerken is het nodig om elkaar te (leren) kennen. Dus we zullen ook meer de informele organisaties op zoeken en betrekken.

Wat gaan we anders doen?

In de Strategische agenda van 2016 hadden we het al over “de rol van de gemeente”, “anders samenwerken tussen gemeente en samenleving” , op “basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid” en “ieder vanuit de eigen rol”. Een terechte vraag is dan ook: wat gaan we nu dan anders doen, we zijn toch al aan het samenwerken? Het antwoord is ja, deels doen we dat ook al. Maar verschillende onderzoeksrapporten van zowel de VNG als de SCP hebben laten zien dat het anders moet. De stem van inwoners en van ervaringsdeskundigen moeten meer een rol krijgen binnen het sociaal domein. We verwachten veel van inwoners, maar zoals het SCP zegt: we moeten een meer realistische visie hebben op lokale kracht. Voor elkaar zorgen is een samenlevingsvraagstuk dat niet door de overheid is af te dwingen. Er zit een grens aan wat mensen vrijwillig op verzoek van de overheid willen en kunnen doen, aldus het SCP. Dat betekent niet dat we het streven naar eigen kracht maar moeten loslaten. Inwoners en de sociale basis kunnen een belangrijke bijdrage bieden aan laagdrempelige hulp en ondersteuning en aan normaliseren. Inwoners kunnen zelf ook veel doen om hun positieve gezondheid te versterken en daarmee hun veerkracht en welzijn. Het is vooral onze eigen rol als gemeente die we moeten herdefiniëren.

Onze uitdaging is om partijen bij elkaar te brengen, nieuwe verbindingen te zoeken, in gesprek te blijven met inwoners, ruimte te geven aan inwonersinitiatieven en minder regie te voeren. Dus geen ontwikkelingen en initiatieven naar ons toetrekken alsof het vanzelfsprekend onze verantwoordelijkheid is. Maar wel ondersteunen en faciliteren als dat nodig is en loslaten waar dat kan.

29

Wat betekent dit voor inwoners?

Voor inwoners betekent dit dat we als gemeente meer zichtbaar zijn. We betrekken inwoners bij beleid en uitvoering door hen te vragen wat goed gaat en wat beter kan. De Inwonersparticipatieraad Sociaal Domein heeft hierbij een adviserende rol en adviseert over hoe we dat als gemeente goed kunnen doen. Het participatietraject werd zowel door inwoners, leden van de Inwonersparticipatieraad, netwerkpartners als door medewerkers van de gemeente als positief ervaren. Deze aanpak willen we daarom voortzetten. We luisteren naar onze inwoners en we geven hen meer ruimte om eigen initiatief te tonen. We blijven inwoners stimuleren om, net als nu, naar elkaar om te kijken. We hebben oog voor kwetsbare inwoners en zorgen dat niemand tussen wal en schip raakt.

Wat betekent dit voor informele partijen?

In onze gemeente zijn veel informele partijen, denk aan inwoners-initiatieven, cultuur- en sportverenigingen, kerken, moskeeën etc. Voor hen betekent deze visie dat wij als gemeente in verbinding met hen willen zijn en hen betrekken bij de opgaven daar waar we elkaar kunnen versterken. Zij drijven vaak op de kracht van vele vrijwilligers die zich inzetten voor onze inwoners. Hun activiteiten moeten meer in samenhang met de activiteiten van de formele partners worden bekeken en waar dat meerwaarde heeft wellicht ook echt samen optrekken. Zo wordt het geheel meer dan de som der delen en wordt op die manier gewerkt aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen. In het Uitvoeringsplan laten wij per opgave zien wie wij bij de opgave willen betrekken. Dit is niet in beton gegoten, partijen kunnen zich ook zelf eventueel op een later moment bij initiatieven die voortkomen uit deze visie, aansluiten.

Wat betekent dit voor onze subsidiepartners?

Onze subsidiepartners zijn de organisaties die in de sociale basis onze visie tot uitvoering brengen. Zij doen dat in lijn met deze visie en onze leidende principes. Dat betekent ook dat ze een grotere rol krijgen. Ze zijn aanwezig in wijken, dicht bij inwoners en informele netwerken en werken samen met onze eigen uitvoerende teams. Samen met hen gaan we ons Uitvoeringsplan maken. Door dit samen te doen wordt de expertise uit de sociale basis direct meegenomen en wordt het meer een gezamenlijk gedragen programma.

Wat betekent dit voor onze zorgaanbieders?

Inkoop en het contracteren van specialistische ondersteuning en zorg, alsook accountmanagement en contractbeheer worden in regionaal verband uitgevoerd door de gemeente Amersfoort (het Regionaal Inkoop en Subsidie Bureau). Als gemeente Soest maken we daarover afspraken met de andere gemeenten binnen de regio Amersfoort. De regiovisies ‘Samen in de Wijk’ en ‘Samenwerken aan Specialistische jeugdhulp 2021-2026’ vormen hiervoor de basis. We zorgen dat het zorglandschap overzichtelijk en de zorg en ondersteuning betaalbaar blijft voor onze inwoners. Ook zorgen we voor verbindingen en samenwerking in de hele keten van specialistische hulp- sociaal teams- sociale basis. Onze eigen sociaal teams voeren regie en zijn de toegang tot specialistische hulp, zij werken nauw samen met lokale verwijzers zoals huisartsen.

Wat betekent dit voor onze uitvoerende teams?

De Integrale Visie Sociaal Domein heeft ook impact op de werkwijze van de uitvoerende teams. Zij zijn enerzijds de toegang richting de professionele zorgaanbieders maar hebben daarnaast ook een taak in het zelf begeleiden van inwoners met een hulpvraag. De uitvoerende teams worden evenals de organisaties en instellingen in de sociale basis actief meegenomen in de opzet en inrichting van de nieuwe werkwijze.

30

4.3 Rol van de gemeenteraad Kader stellende, controlerende en sturende rol

De gemeenteraad staat niet op zichzelf maar is onderdeel van het brede speelveld van het sociaal domein. De wettelijke kaders in het sociaal domein beperken de sturingsmogelijkheden en beleidsvrijheid voor de gemeenteraad. Maar met een visie kun je als raad wel kaders, en hiermee focus, meegeven voor beleid en uitvoering. Daarin kan de raad aangeven wat zij belangrijk vindt en wat ze wil bereiken voor inwoners. De gemeenteraad van Soest heeft aan de voorkant, voor de start van de totstandkoming van deze visie, met een startnotitie doelen en thema’s meegegeven aan het college. De opbrengsten van het participatietraject zijn met de raad gedeeld. In een dialoogsessie is de raad in gesprek gegaan om deze opbrengsten met elkaar te duiden. Ook de concept visie is ter bespreking voorgelegd aan de raad zodat zij met elkaar de kaders scherp konden maken. Dit alles heeft geleid tot de definitieve Integrale Visie Sociaal Domein. Deze visie is een opdracht aan het college om met de vijf genoemde opgaven aan de slag te gaan. Het is aan de raad om er op toe te zien dat de gemeente samen met inwoners en partners in de sociale basis de doelen voor elke opgave van deze visie bereikt conform de leidende principes die zijn geformuleerd. Jaarlijks stuurt de raad via de begroting op de inzet die nodig is om de visie te realiseren.

Zo legt het college nieuwe initiatieven en voorstellen aan de raad voor via de kadernota en de gemeentelijke begroting. Evenals de extra middelen die hiervoor nodig zijn, Het college gaat werken met een Uitvoeringsplan dat jaarlijks wordt herzien om te borgen dat uitvoering wordt gegeven aan de door de raad aangegeven sturing. Elk jaar houden wij de gemeenteraad en inwoners op de hoogte van de behaalde resultaten door het verstrekken van een voortgangsrapportage. Dat is ook het moment dat de raad kan beoordelen of we op de goede weg zijn of dat er bijgestuurd moet worden.

Tot slot

De Integrale Visie Sociaal Domein geeft zoals eerder genoemd een richting aan en een kader voor de uitvoering en hiermee het nog op te stellen Uitvoeringsplan. Het sociaal domein is complex met vele spelers, samenwerkingsverbanden en financieringsstromen. Samenwerken in deze complexiteit gaat niet altijd vanzelf, maar met een gezamenlijk doel voor ogen en in kleine stapjes zijn wij er van overtuigd dat we samen verder komen. Deze visie is een eerste stap om onze doelen en opgaven te verwezenlijken.

31

Bijlage 1: Bronnenlijst Berenschot, VNG (2021). Handreiking: Aan de slag met participatie. https://vng.nl/nieuws/voorbeeld-verordening-participatie-en-handreiking-verschenen Ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid (2022) Participatiewet in balans. Uitkomsten beleidsanalyse. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/21/bijlage-rapportparticipatiewet-in-balans Movisie (2020). Leidende principes geven richting aan het sociaal domein. https://www.movisie.nl/publicatie/leidende-principes-geven-richting-aan-sociaal-domein Nationale Ombudsman (2023). Jaarverslag 2022. Tijd voor de burger. https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/nieuwsbericht/2023/jaarverslag-2022-tijd-voor-de-burger Platform 31 (2022). Versterken van de sociale basis. Rollen voor gemeenten. https://www.platform31.nl/artikelen/versterken-van-de-sociale-basis/ Raad Volksgezondheid en Samenleving (2023). Met de stroom mee. Naar een duurzaam en adaptief stelsel van zorg en ondersteuning. https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2023/06/20/met-de-stroom-mee Sociaal Cultureel Planbureau (2022). Uitdagingen in het sociaal domein. Nieuwe gemeentebesturen aan zet. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/03/15/uitdagingen-in-het-sociaal-domein

Sociaal cultureel Planbureau (2023). Sociale en Culturele ontwikkelingen 2023. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2023/04/14/sociale-en-culturele-ontwikkelingen-2023 Verwey Jonker Instituut (2022). Leren, sturen en verantwoorden in de sociale basis. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/leren-sturen-en-verantwoorden-in-de-sociale-basis/ VNG (2021). De winst van het sociaal domein Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid. https://vng.nl/nieuws/propositie-de-winst-van-het-sociaal-domein VNG (2023) Onderzoek: De financiële staat van het sociaal domein van gemeenten in 2021. https://vng.nl/nieuws/onderzoek-toont-aan-uitgaven-sociaal-domein-opnieuw-gestegen VNG (2023) Essay: Bestaanszekerheid als belofte: naar een lokale agenda bestaanszekerheid. https://vng.nl/publicaties/bestaanszekerheid-als-belofte-naar-een-lokale-agenda-bestaanszekerheid

Databronnen

Cijfers die gebruikt zijn in deze visie komen uit de volgende databronnen:

 CBS Statistieken;  GGD gezondheidsmonitor 2021; jeugd, jong-volwassenen, volwassenen en ouderen,

Gemeentelijke data;

 Kis wijkmonitor;  Leefbaarometer;  Veiligheidsmonitor;  Waar staat je gemeente.

32

Bijlage 2: Wijkprofielen Soest

Frouke Sondeijker Matthijs Uyterlinde Jildou van der Ploeg Onno de Zwart

Wijkprofielen als middel hierbij

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein

33

1

Inleiding

De Gemeente Soest heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd hen te ondersteunen/faciliteren bij de ontwikkeling richting een nieuwe meer integrale visie sociaal domein. Onderdeel van die ontwikkeling is ook het vormgeven van inwonersparticipatie. De inwonersparticipatie zal worden benut om accenten in kaart te brengen ten behoeve van de nieuwe visie zodat de gemeenteraad keuzes kan maken. Uit de eerste verkennende gesprekken met o.a. de Participatieraad, Samen voor Soest en een meer ambtelijke sessie kwam de wens naar voren om de kennis die er is over de wijken van Soest meer te benutten. Dat kan helpend zijn in het ontwikkelen van gedachten over de visie, maar ook helpen bij het aanbrengen van focus en maken van keuzes als het gaat om inwonersparticipatie in dit traject. De wijkprofielen zijn gemaakt op basis van de documenten die de gemeente Soest ons heeft toegestuurd en met behulp van openbare data. Voor de wijkprofielen is veel informatie gebruikt uit de burgerpeiling van Waar staat je gemeente?. Verder is er informatie gebruikt uit de monitor sociaal domein 2020, het coalitieakkoord 2022-2026 en het rapport jeugdoverlast Soest. Daarnaast is er – voor zover beschikbaar op wijkniveau – gebruik gemaakt van openbare bronnen op wijkniveau, namelijk van het CBS, GGD regio Utrecht, soest.nl, KIS Wijkmonitor en de Leefbaarometer.

De profielen geven een beeld van de verschillende wijken in Soest - wie wonen er in de wijk? Hoe ziet de wijk eruit? Wat speelt er in de wijk? En hoe verhouden de wijken zich tot elkaar? We hebben de informatie zoveel mogelijk geordend onder de drie pijlers waar Soest mee werkt 1: 1. Gezond leven; 2. Bestaanszekerheid en 3. Kansengelijkheid.

Figuur 1: De drie pijlers 1

34

Voortbouwend op de VNG-propositie De winst van het sociaal domein (2022) en rapport Uitdagingen in het sociaal domein van het SCP.

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 3 van 38

1

Inleiding

De Gemeente Soest heeft het Verwey-Jonker Instituut gevraagd hen te ondersteunen/faciliteren bij de ontwikkeling richting een nieuwe meer integrale visie sociaal domein. Onderdeel van die ontwikkeling is ook het vormgeven van inwonersparticipatie. De inwonersparticipatie zal worden benut om accenten in kaart te brengen ten behoeve van de nieuwe visie zodat de gemeenteraad keuzes kan maken. Uit de eerste verkennende gesprekken met o.a. de Participatieraad, Samen voor Soest en een meer ambtelijke sessie kwam de wens naar voren om de kennis die er is over de wijken van Soest meer te benutten. Dat kan helpend zijn in het ontwikkelen van gedachten over de visie, maar ook helpen bij het aanbrengen van focus en maken van keuzes als het gaat om inwonersparticipatie in dit traject. De wijkprofielen zijn gemaakt op basis van de documenten die de gemeente Soest ons heeft toegestuurd en met behulp van openbare data. Voor de wijkprofielen is veel informatie gebruikt uit de burgerpeiling van Waar staat je gemeente?. Verder is er informatie gebruikt uit de monitor sociaal domein 2020, het coalitieakkoord 2022-2026 en het rapport jeugdoverlast Soest. Daarnaast is er – voor zover beschikbaar op wijkniveau – gebruik gemaakt van openbare bronnen op wijkniveau, namelijk van het CBS, GGD regio Utrecht, soest.nl, KIS Wijkmonitor en de Leefbaarometer.

De profielen geven een beeld van de verschillende wijken in Soest - wie wonen er in de wijk? Hoe ziet de wijk eruit? Wat speelt er in de wijk? En hoe verhouden de wijken zich tot elkaar? We hebben de informatie zoveel mogelijk geordend onder de drie pijlers waar Soest mee werkt 1: 1. Gezond leven; 2. Bestaanszekerheid en 3. Kansengelijkheid.

Figuur 1: De drie pijlers 1

35

Voortbouwend op de VNG-propositie De winst van het sociaal domein (2022) en rapport Uitdagingen in het sociaal domein van het SCP.

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 3 van 38

Als je werkt met openbare data en documenten, dan ben je afhankelijk van de kwaliteit, de frequentie waarin en het niveau waarop data zijn verzameld. Informatie over bijvoorbeeld inkoop van zorg zijn alleen op het niveau van de gemeente of soms zelfs van de regio beschikbaar en niet op wijkniveau. Dus hoewel dat interessante informatie is in het kader van de opgave, hebben we dat niet kunnen opnemen in de wijkprofielen. Hetzelfde geldt voor een onderzoek naar sport en bewegen. De indeling op wijken is gebaseerd op de landelijke gebruikte indeling op postcodes. Soms zijn wijken daarmee groter dan dat wijken en buurten vanuit het dagelijks leven in Soest ervaren worden. Drie wijken in de administratieve wijkindeling vormen ruimtelijk en sociaal geen coherent geheel maar zijn samengesteld uit (zeer) gedifferentieerde buurten. Dit is een bekend probleem wat in meer gemeenten speelt. Dit geldt voor De Eng en Soest-Midden die administratief één geheel vormen maar verschillende buurten, het geldt ook voor ’t Hart en Soestdijk en voor Soesterberg waar ook verschillende soorten buurten zijn met verschillende soorten woningen en ook verschillen in leeftijd van de woningen. Cijfers van deze wijken moeten daarom met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd omdat er op buurtniveau verschillen kunnen zijn die niet in deze cijfers zichtbaar zijn.

De wijkprofielen zijn dan ook alleen bedoeld om op basis hiervan eerste ideeën te ontwikkelen richting een nieuwe meer integrale visie sociaal domein en focus aan te brengen in het inwonersparticipatietraject. Als we nu bijvoorbeeld jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp willen bevragen over wat zijn belangrijk vinden als het gaat om de visie sociaal domein of met mantelzorgers in gesprek willen hierover, waar kunnen we dan het beste heen. Daar kunnen de wijkprofielen ondersteunend bij werken. Het document bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste wordt er per wijk een situatieschets of te wel wijkprofiel beschreven, bestaande uit een algemeen beeld en opvallende kenmerken van de wijk. De wijken worden hierbij vergeleken met de gemiddelden van gemeente Soest. Na de situatieschets wordt een beknopte samenvatting gegeven. Het tweede deel bestaat uit grafieken met de gebruikte data. De grafieken geven informatie per onderwerp en per wijk. Alle informatie en omschreven kenmerken uit het eerste deel zijn hier terug te vinden. In sommige grafieken ontbreekt informatie voor een aantal wijken. Hiervoor kunnen twee redenen zijn, namelijk (1) er is geen data beschikbaar van de wijk of (2) er is te weinig data beschikbaar om hier conclusies uit te kunnen trekken.

We hopen dat deze profielen een goede basis bieden om met elkaar het gesprek te voeren over de situatie in de verschillende wijken, de overeenkomsten en verschillen die er zijn en wat dit ook betekent voor de invulling van de inwonersparticipatie en het verdere proces richting een nieuwe visie sociaal domein.

36

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 4 van 38

2 Wijkprofielen 2.1

’t Hart-Soestdijk

’t Hart-Soestdijk is een wijk waarin de leefomgeving als gunstig wordt ervaren door de inwoners. Dat is niet altijd zo geweest. ’t Hart was vroeger een arbeiderswijk, meer volks dan Soestdijk, dat als apart buurtschap werd gezien en waar mensen op stand woonden. Nog steeds bestaan er verschillen tussen beide buurten die mogelijk in de gemiddelden op wijkniveau niet terug te zien zijn. In de wijk staan nu ten opzichte van gemiddeld in Soest meer koop- en minder huurwoningen. Ook zijn er meer eengezinswoningen. Het gemiddeld inkomen is hoger dan het gemiddelde van Soest en er zijn minder mensen die van een laag inkomen moeten rondkomen. Wel wonen er meer mensen die een AOW krijgen dan gemiddeld in Soest. Dat klopt ook met de gemiddelde leeftijd in deze wijk. Er wonen namelijk relatief veel mensen van 45-65 jaar en 65-plussers en minder mensen tussen de 15 en 45 jaar. De nabijheid tot voorzieningen is in deze wijk gelijk aan het gemiddelde van Soest. De huisarts is voor mensen die in deze wijk wonen iets dichterbij dan gemiddeld in Soest. Wel zit deze wijk in de top 3 van wijken met het hoogste aantal huishoudens en jongeren die jeugdhulp krijgen. Dat lijkt wellicht verrassend, omdat er relatief weinig jongeren wonen in deze week, maar omdat het de grootste wijk qua inwoners is van Soest zijn de absolute aantallen toch vrij fors.

7,3% van de jeugdigen maakt gebruik van jeugdhulp zonder verblijf – dit is gemiddeld ten opzichte van de rest van Soest. Het is een wijk die groeit (1,40% tussen 2020 en 2021). Ten aanzien van woningvoorraad, voorzieningen, overlast en onveiligheid scoort deze wijk gunstig. Ook ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Ook uit de GGD Monitor komt naar voren dat er in deze wijk weinig bijzonderheden zijn. Er wonen relatief weinig ouders met kinderen van 0-4 met een laag opleidingsniveau (23% t.o.v. 34% gemiddeld in Soest). De werkeloosheid onder deze ouders is met 3% gelijk aan het gemiddelde van Soest. 23% van de ouders met kinderen tussen 0-4 jaar heeft een niet-Nederlandse achtergrond ten opzichte van 27% gemiddeld in Soest. Wat betreft drugsgebruik is het aantal inwoners dat ooit cannabis gebruikt heeft en het aantal inwoners dat afgelopen 4 weken cannabis gebruikt heeft hoger dan gemiddeld.

37

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 5 van 38

Kijken we naar de waardering van woonleefklimaat, relatie inwoner - gemeente, gemeentelijke dienstverlening, zorg en welzijn en totaal oordeel over de gemeente, dan zijn deze allen gemiddeld in ‘t Hart-Soestdijk. Wel zijn ten opzichte van 2019 zijn alle waarderingen (behalve zorg en welzijn) lager geworden.

Samenvattend kan gesteld worden dat in deze wijk de bestaanszekerheid goed is, gezond leven en in het bijzonder gezond ouder worden is gezien de vergrijzing in deze wijk wel een thema. Ten aanzien van kansengelijkheid kunnen we stellen in deze wijk over het algemeen niet de mensen wonen die het meest nodig hebben van de gemeente. Wil je meer jonge gezinnen in deze wijk, dan vraagt dat wellicht wel iets van de voorzieningen in het kader van een kansrijke start.

2.2

Klaarwater

Klaarwater was in 2021 met 3.261 inwoners de een na kleinste wijk van Soest (47.110 inwoners in totaal). Het aantal inwoners van de wijk is ten opzichte van 2020 gelijk gebleven. In de wijk staan veel huurwoningen en weinig koopwoningen – de verschillen zijn groot met de rest van Soest (koop 64% in Soest, 49% in Klaarwater en huur 36% in Soest, 51% in Klaarwater). De woningwaarde ligt onder het gemiddelde. Het aantal meergezinswoningen is hoger dan in de rest van Soest. Het gemiddelde inkomen ligt eveneens lager in Klaarwater. Het aantal mensen dat rond moet komen met een laag inkomen of een inkomen rond of onder het sociaal minimum is hoger. Het aantal mensen in de bijstand is hoger. Het percentage 18-30 jarigen zonder startkwalificatie is lager in Klaarwater. Daarentegen is het aantal mensen met AOW hoger. Dit staat in lijn met het hoge aantal mensen van 65 en ouder in Klaarwater. Het aantal 0 tot 45 jarige is gemiddeld en het aantal 45 – 65 jarige is iets lager dan gemiddeld. Het aantal inwoners met een migratieachtergrond is gemiddeld. Daarnaast maakt 8,9% van de jeugdigen gebruik van jeugdhulp zonder verblijf – dit is iets hoger dan gemiddeld. Het percentage personen met vergoeding voor gespecialiseerde GGZ is hoog in Klaarwater (hoogste percentage van alle wijken in Soest). Het aantal Wmo-cliënten per 1.000

38

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 6 van 38

inwoners is hoger dan gemiddeld (hoogste aantal van alle wijken in Soest), mogelijk is dit gerelateerd aan het hogere aantal oudere inwoners. Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering van bewoners omtrent woonleefklimaat, relatie inwoner gemeente, gemeentelijke dienstverlening, zorg en welzijn en het totaal oordeel over de gemeente iets lager is dan gemiddeld en daarnaast ten opzichte van 2019 is afgenomen (behalve zorg en welzijn). Als er gekeken wordt naar de Leefbaarometer in Klaarwater is deze ruim voldoende – de dimensies woningvoorraad, voorzieningen en overlast en onveiligheid zijn gemiddeld en laten geen afwijkingen zien. Wat betreft de nabijheid van voorzieningen scoort Klaarwater goed: de afstand tot een grote supermarkt, kinderopvang en basisschool is lager dan gemiddeld. De afstand tot de huisartsenpraktijk is gemiddeld Tot slot laat de GGD Monitor zien dat er relatief veel ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau (39% ten opzichte van 34% in Soest) en met een niet-Nederlandse herkomst (34% ten opzichte van 27% in Soest). Het percentage werkloosheid bij deze ouders is onbekend. Wat betreft drugsgebruik laat de GGD Monitor zien dat het percentage inwoners dat ooit cannabis gebruikt heeft lager is dan gemiddeld, terwijl het percentage dat afgelopen 4 weken cannabis gebruikt heeft hoger is.

Het aantal inwoners dat sociale eenzaamheid ervaart is lager dan gemiddeld. Het aantal senioren inwoners dat emotionele eenzaamheid ervaart is hoger dan gemiddeld.

Samenvattend is de bestaanszekerheid in deze wijk ten opzichte van Soest gemiddeld laag. Gezond leven is in deze week belangrijk en verschillende leeftijdsgroepen doen een beroep op het sociaal domein. Hoewel een kleine wijk, zijn er veel voorzieningen. Ten aanzien van kansengelijkheid kunnen we stellen in deze wijk heel wat mensen wonen die zorg of ondersteuning nodig hebben van de gemeente en voor wiens kinderen een kansrijke start wellicht niet altijd vanzelf sprekend is.

2.3

39

Boerenstreek

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 7 van 38

Boerenstreek was in 2021 met 2.374 inwoners de kleinste wijk van Soest. Het aantal inwoners van de wijk is ten opzichte van 2020 iets afgenomen. In de wijk staan meer koop- en minder huurwoningen dan gemiddeld. De woningwaarde ligt hoger dan in de rest van Soest. Het aantal eengezinswoningen is hoog en het aantal meergezinswoningen is laag. Het gemiddelde inkomen is onbekend. Het aantal particuliere huishoudens dat bij de 40% laagste huishoudinkomens en 20% hoogste huishoudinkomens is in Boerenstreek gemiddeld. Het aantal huishoudens met een laag inkomen of inkomen onder of rond sociaal minimum is lager. Het aantal mensen in de bijstand is ook lager. Hetzelfde geldt voor het aantal mensen in de AOW. Dit staat in lijn met de leeftijdsopbouw in de wijk: hoog aantal 0-25 jarige en 45-65 jarige en laag aantal 25-45 jarige en 65+ jarige. Het aantal inwoners met een migratieachtergrond is gemiddeld. Het aantal Wmo-cliënten is lager (laagste aantal van alle wijken in Soest). Daarnaast maakt 5% van de jeugdigen gebruik van jeugdzorg zonder verblijf – dit percentage is lager dan gemiddeld. Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering omtrent woonleefklimaat, gemeentelijke dienstverlening en het totale oordeel over de gemeente gemiddeld zijn. Relatie inwoner gemeente en zorg en welzijn is lager dan gemiddeld. Daarnaast zijn deze ten opzichte van 2019 beiden afgenomen.

Wanneer er gekeken wordt naar de Leefbaarometer scoort Boerenstreek ruim gemiddeld. Bij de dimensies woningvoorraad en overlast en onveiligheid zijn geen afwijkingen te zien ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Voorzieningen scoort lager. Deze lage score zou verklaard kunnen worden door de gemiddeld grote afstand tot de huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en kinderopvang (grootst van alle wijken). De GGD Monitor laat zien dat er weinig ouders met kinderen van 0-4 jaar zijn met een laag opleidingsniveau (22% ten opzichte van 34% in Soest). Het aantal van deze ouders met een nietNederlandse herkomst is gemiddeld. Er zijn geen cijfers over werkeloosheid van deze ouders. Tot slot hebben leerlingen in groep 8 in Boerenstreek een hoge gemiddelde CITO-toetsscore. Samenvattend kan gesteld worden dat de bestaanszekerheid in deze wijk goed is. Ten aanzien van gezond leven gaat het ook goed in Boerenstreek. Wel is dit de meest jonge wijk van Soest die snel gebouwd is en waar de minste voorzieningen zijn. In het kader van kansengelijkheid, doet deze wijk het nu goed, maar zou deze wijk over een aantal jaren sterk kunnen lijken op Overhees.

40

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 8 van 38

2.4

De Eng-Soest Midden

De Eng-Soest Midden is met 6.287 inwoners qua grootte een gemiddelde wijk in Soest. Het aantal inwoners van de wijk is ten opzichte van 2020 licht gestegen. In de wijk staan meer huurwoningen en minder koopwoningen dan gemiddeld. De woningwaarde is gemiddeld. Het aantal eengezinswoningen is erg laag en het aantal meergezinswoningen juist erg hoog. Er wonen relatief veel mensen in een woning van een woningcorporatie. Het gemiddelde inkomen in De Eng-Soest Midden is vergelijkbaar met de rest van Soest. Het aantal mensen met een laag inkomen of inkomen rond of onder sociaal minimum is hoger. Ook het aantal mensen in de bijstand is hoger dan gemiddeld. Hetzelfde geldt voor het aantal mensen met AOW. Qua leeftijd is de wijk gemiddeld ten opzichte van de rest van Soest. Het aantal inwoners met een Westerse migratieachtergrond is gemiddeld, maar het aantal inwoners met een niet-Westerse migratieachtergrond is een stuk hoger dan gemiddeld. Er zijn veel inwoners met een Turkse achtergrond. Het Wmo-cliënten per 1.000 inwoners is in De Eng-Soest Midden hoger dan gemiddeld. Het percentage jeugdigen die gebruik maken van jeugdzorg zonder verblijf is 5,8% - dit percentage is lager dan gemiddeld.

Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering van woonleefklimaat, relatie inwoner gemeente, gemeentelijke dienstverlening, zorg en welzijn en het totale oordeel lager zijn dan gemiddeld en daarnaast ook lager zijn geworden in vergelijking met 2019. De score op de Leefbaarometer is daarentegen wel ruim voldoende. Bij de dimensies woningvoorraad, voorzieningen en overlast en onveiligheid zijn geen afwijkingen te zien. De nabijheid van voorzieningen (huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en kinderopvang) blijkt uit de cijfers van CBS Wijk en Buurten dan ook gemiddeld te zijn. Uit de KIS Wijkmonitor blijkt echter dat De Eng-Soest Midden laag scoort op veiligheid, omdat het aantal verdachten en veroordeelden per 1.000 inwoners hoog is in vergelijking met de rest van Soest. Tot slot laat de GGD Monitor zien dat er relatief veel ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau (44% ten opzichte van 34% in Soest) en met een Niet-Nederlandse herkomst (40% ten opzichte van 27% in Soest). Het aantal van deze ouders dat werkeloos is, is echter laag (1% ten

41

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 9 van 38

opzichte van 3% in Soest). Daarnaast laat de GGD Monitor zien dat het aantal 65+ jarige dat sociale eenzaamheid ervaart hoger is dan in de rest van Soest (het hoogste van alle wijken). Bij deze wijk moet opgemerkt worden dat het eigenlijk om twee verschillende buurten gaat binnen de wijk, waarbij het ene deel lijkt op Smitsveen en het andere niet. In de cijfers worden die twee buurten samen genomen waardoor bepaalde zaken wellicht onderbelicht kunnen zijn.

Samenvattend is de bestaanszekerheid lager dan gemiddeld in Soest, echter dit is het gemiddelde van twee heel verschillende buurten, het is in het kader van de nieuwe visie sociaal domein wellicht beter hier niet van het gemiddelde uit te gaan. Als het gaat om gezond leven is er in deze wijk sprake van lichte vergrijzing ten opzichte van het gemiddelde en ook qua voorzieningen is dit een hele gemiddelde wijk. Ondanks dat is er veel eenzaamheid. Kansengelijkheid is in deze wijk zeker een thema. Er wonen relatief veel mensen met een migratieachtergrond en een laag opleidingsniveau, relatief veel ouders met kinderen van 0-4 jaar ook, waardoor ook een kansrijke start in deze wijk niet vanzelfsprekend is.

2.5

Smitsveen

Smitsveen was in 2021 met 4.883 inwoners qua grootte een gemiddelde wijk. Ten opzichte van 2019 is het aantal inwoners iets gedaald. In de wijk staan relatief veel huurwoningen en weinig koopwoningen. De woningwaarde in Smitsveen ligt onder het gemiddelde. Het percentage huishoudens in een corporatiewoningen is hoog. Daarnaast zijn er gemiddeld veel meergezinswoningen en weinig eengezinswoningen. Het percentage huizen in Smitsveen dat onvoldoende geventileerd wordt, is gemiddeld een stuk hoger dan in de rest van Soest. Het gemiddelde inkomen is een stuk lager dan in de rest van Soest. Het aantal mensen met een laag inkomen of een inkomen onder of rond het sociaal minimum is hoog. Betreffende de financiële situatie van inwoners in Smitsveen is het aantal inwoners dat enige tot grote moeite heeft met

42

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 10 van 38

rondkomen en het aantal mensen dat niet in staat is om een onverwachte noodzakelijke uitgave van 1.000 euro te betalen zonder daarvoor schulden te maken gemiddeld een stuk hoger dan in de rest van Soest. Het aantal mensen dat inkomsten heeft vanuit arbeid is lager dan gemiddeld en het aantal mensen dat werkzoekend is juist hoger dan gemiddeld. Het aantal mensen in de bijstand is hierdoor ook een stuk hoger dan gemiddeld. Het aantal mensen met AOW is lager dan gemiddeld. Dit is logisch, omdat het gemiddelde aantal inwoners van 65+ jaar lager is ten opzichte van de rest van Soest. Het aantal inwoners van 0 – 45 jaar is juist hoger dan gemiddeld. Daarnaast zijn er veel mensen met een migratieachtergrond. Het aantal mensen met een Westerse migratieachtergrond is gemiddeld, maar het aantal mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond is een stuk hoger dan gemiddeld. Er zijn vooral mensen met een Turkse achtergrond of een andere achtergrond dan waaruit men kon kiezen (namelijk Turkije, Marokko, Nederlandse-Antillen en Aruba of Suriname). Het aantal Wmo-cliënten is gemiddeld. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg zonder verblijf is 10,6% - dit percentage is hoger dan gemiddeld. Het percentage volwassenen met vergoeding in gespecialiseerde GGZ is hoger dan gemiddeld.

Uit de burgerpeiling blijkt dat relatie inwoner gemeente en zorg en welzijn hoger zijn in Smitsveen dan in de rest van Soest. De relatie inwoner gemeente kan verklaard worden door het feit dat de gemeente veel aandacht besteedt aan het ontwikkelen van de wijk (bijvoorbeeld door de aanpak jongeren overlast in Smitsveen), waardoor er meer contact is met de wijk. De waardering omtrent zorg en welzijn is ten opzichte van 2019 ook toegenomen. De waardering rondom gemeentelijke dienstverlening en het totale oordeel zijn gemiddeld. Het woonleefklimaat is lager, en dit is ten opzichte van 2019 ook afgenomen. Wanneer er gekeken wordt naar de nabijheid van voorzieningen, scoort Smitsveen goed – de afstand tot huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en kinderopvang is lager dan gemiddeld. Wat betreft onderwijs blijkt uit de KIS Wijkmonitor dat de groep 8 leerlingen in de wijk een lagere CITO-toetsscore dan gemiddeld. Smitsveen scoort zwak op de Leefbaarometer. De dimensies woningvoorraad en voorzieningen wijken niet af en zijn gemiddeld. Op de dimensie overlast en veiligheid scoort Smitsveen minder goed dan gemiddeld. Uit de KIS Wijkmonitor blijkt dat er per 1.000 inwoners meer verdachten en veroordeelden in de wijk wonen dan gemiddeld.

Tot slot laat de GGD Monitor zien dat er relatief veel ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau (47% ten opzichte van 34% in Soest) en met een niet-Nederlandse herkomst (46% ten opzichte van 27% in Soest) zijn. Het percentage van deze ouders dat werkeloos is, is ook hoog (10% ten opzichte van 3% in Soest). Wat betreft drugsgebruik laat de GGD Monitor zien dat het aantal inwoners dat ooit cannabis heeft gebruikt (9,9% ten opzichte van 26,3%) en het aantal inwoners dat de afgelopen vier weken cannabis heeft gebruikt (0,0% ten opzichte van 3,5%) gemiddeld een stuk lager is dan in de rest van Soest. Opvallend is dat het percentage 16 – 64-jarige dat zich sociaal en/of emotioneel eenzaam voelen hoger is dan gemiddeld, terwijl het percentage 65+ jarige dat zich sociaal en/of emotioneel eenzaam voelt gemiddeld is. In deze monitor rapporteren bewoners ook meer problemen met het binnenmilieu, met name rondom ventileren.

43

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 11 van 38

Samenvattend is de bestaanszekerheid in deze wijk het laagst van heel Soest. Gezond leven staat hier het meest onder druk, al is er al fors geïnvesteerd in deze wijk en zijn er veel voorzieningen bij gekomen de laatste jaren, aldus onze gesprekspartners. Ook qua kansengelijkheid scoort deze wijk nog altijd het laagst ten opzichte van de andere wijken. Mensen zijn echter wel heel blij met de voorzieningen die er gekomen zijn. Vraag is of ze ook door iedereen die dat nodig heeft goed gevonden worden. Belangrijk in elk geval om deze wijk ook te kijken naar wat er al wel bereikt is en waar de krachten zitten.

2.6

Overhees

Overhees was in 2021 met 7.271 inwoners qua grootte een gemiddelde wijk. Ten opzichte van 2020 is het aantal inwoners hetzelfde gebleven. Het aantal koop- en huurwoningen is gemiddeld. Ook de gemiddelde woningwaarde is gemiddeld. Het aantal eengezinswoningen is hoger dan gemiddeld en het aantal meergezinswoningen is lager. Ook de gemiddelde inkomens van de inwoners is gemiddeld. Het aantal huishoudens met een laag inkomen of inkomen onder of rond het sociaal minimum is echter lager dan gemiddeld. Het aantal mensen in de bijstand is gemiddeld. Opvallend is dat het percentage mensen met AOW relatief hoog is. In de wijk wonen gemiddeld veel mensen van 65+ jaar. De rest van de leeftijdscategorieën is gemiddeld ten opzichte van de rest van Soest. In de wijk is het aantal inwoners met een Westerse migratieachtergrond gemiddeld en het aantal inwoners met een niet-Westerse migratieachtergrond lager. Het aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners is gemiddeld. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg zonder verblijf is onbekend, maar Overhees zit in de top 3 wijken waar het aantal huishoudens (140 in 2019) en jongeren (145 in 2020) die jeugdhulp krijgt het hoogst is. Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering omtrent woonleefklimaat, relatie inwoner gemeente, gemeentelijke dienstverlening en totaal oordeel over de gemeente gemiddeld zijn.

Zorg en welzijn scoort hoger dan gemiddeld. Zorg en welzijn is ten opzichte van 2019 toegenomen, maar de waardering woonleefklimaat is afgenomen. De score op de Leefbaarometer is ruim voldoende en de dimensies woningvoorraad, voorzieningen en overlast en onveiligheid wijken niet af van het gemiddelde. De nabijheid van voorzieningen (huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en

44

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 12 van 38

kinderopvang) blijkt uit de cijfer van CBS Wijk en Buurten dan ook gemiddeld te zijn. Uit de GGD Monitor 65+ jaar blijkt echter dat het aantal senioren zonder levensmiddelen winkel binnen 1 km van het huis is en zonder OV halte binnen 500 meter van het huis gemiddeld erg hoog is. Tot slot laat de GGD Monitor zien dat het aantal ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau gemiddeld is. Het aantal van deze ouders met een Niet-Nederlandse herkomst is lager (13% ten opzichte van 27% in Soest). Het aantal van deze ouders dat werkeloos is, is iets lager (2% ten opzichte van 3% in Soest).

Samenvattend kunnen we stellen dat de bestaanszekerheid in deze wijk goed is. Ten aanzien van gezond leven zijn er veel mensen die een beroep doen op het sociaal domein. Doordat deze wijk een transitie heeft doorgemaakt van een gezinsrijke wijk in de jaren ’70 naar een wijk met veel ‘empty nesters’ nu is er mogelijk een mismatch qua voorzieningen. In het kader van kansengelijkheid is er niks specifieks te melden voor deze wijk. Het aantal vrijwilligers/ mantelzorgers is hier relatief groot, dus dat kan een kracht zijn voor de toekomst.

2.7

Soest-Zuid

Soest-Zuid was in 2021 met 6.144 inwoners qua grootte een gemiddelde wijk, qua oppervlakte is het het grootste gebied. Ten opzichte van 2020 is het aantal inwoners hetzelfde gebleven. In de wijk staan gemiddeld veel koopwoningen en weinig huurwoningen. In de wijk zijn gemiddeld minder huishoudens in corporatiewoningen. De gemiddelde woningwaarde is in Soest-Zuid een stuk hoger dan in de rest van Soest. Het aantal eengezinswoningen is hoger en het aantal meergezinswoningen is lager. Het inkomen van de inwoners is gemiddeld hoger in vergelijking met de rest van Soest. Het aantal gezinnen met een laag inkomen of inkomend rond of onder sociaal minimum zijn dan ook lager dan gemiddeld. Hetzelfde geldt voor het aantal menen in de bijstand. Er zijn daarentegen

45

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 13 van 38

gemiddeld meer mensen met AOW. Dit kan verklaard worden door het hoge aantal 65+ jarigen. Daarnaast zijn er relatief veel inwoners van 45 – 65 jaar en 0 – 15 jarigen. Er zijn minder 15 – 45 jarigen in Soest-Zuid. Qua migratieachtergrond is het aantal mensen met een Westerse migratieachtergrond iets hoger dan gemiddeld, terwijl het aantal mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond lager is. Het aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners is lager. Daarnaast gebruikt 8,3% van de jeugdigen jeugdhulp zonder verblijf – dit percentage is iets hoger dan gemiddeld. Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering van woonleefklimaat, gemeentelijke dienstverlening, zorg en welzijn en het totaal oordeel over de gemeente gemiddeld zijn. De relatie inwoner gemeente is lager. Ten opzichte van 2019 zijn alle waarderingen lager geworden. Soest-Zuid scoort op de Leefbaarometer zeer goed. Bij de dimensies woningvoorraad, voorzieningen en overlast en onveiligheid zijn geen afwijkingen te zien. De nabijheid van voorzieningen (huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en kinderopvang) blijkt uit de cijfer van CBS Wijk en Buurten dan ook gemiddeld te zijn. De GGD Monitor 65+ jaar laat echter zien dat het percentage senioren zonder OV halte binnen 500 meter van het huis gemiddeld erg hoog is.

Betreft veiligheid laat de KIS Wijkmonitor zien dat er gemiddeld weinig verdachten en veroordeelden per 1.000 inwoners zijn in Soest-Zuid. Wat betreft school hebben groep 8 leerlingen een hogere CITO-toetsscore dan gemiddeld. Als laatst blijkt uit de GGD Monitor dat er relatief weinig ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau (22% ten opzichte van 34% in Soest) en met een Niet-Nederlandse herkomst (14% ten opzichte van 27% in Soest) zijn. Het aantal van deze ouders dat werkeloos is, is ook laag (0% ten opzichte van 3% in Soest).

Al met al is Soest-Zuid een wijk met een hoge bestaanszekerheid. Ten aanzien van gezond leven gaat het hier ook goed. Wel moet opgemerkt worden dat er heel weinig bebouwing is in deze wijk en dus ook relatief weinig voorzieningen. Er is vooral veel natuur. Dat is terug te zien in de sportparticipatie die hier heel hoog is. Kansengelijkheid is goed in deze wijk enige dat opgemerkt kan worden is dat er relatief veel jongeren zonder startkwalificatie wonen in deze wijk.

46

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 14 van 38

2.8

Soesterberg

Soesterberg bestaat eigenlijk uit drie buurten een deel met sociale huur en kwetsbare groepen, een deel oudere buurten waar veel ouderen wonen en een sterke sociale cohesie is, maar weinig ruimte voor ontmoeting en een deel nieuwbouw waar vooral veel starters en gezinnen van buiten Soest wonen. Soesterberg was in 2021 met 7.353 inwoners qua grootte de een na grootste wijk van Soest. Ten opzichte van 2020 is het aantal inwoners gestegen. In de wijk zijn meer huurwoningen en minder koopwoningen in vergelijking met de rest van Soest. Het aantal eengezinswoningen en meergezinswoningen is gemiddeld. Het inkomen van de inwoners is gemiddeld. Ook het aantal huishoudens met een laag inkomen of inkomen onder of rond het sociaal minimum is gemiddeld. Het aantal mensen in de WW is hoger dan gemiddeld. Het aantal mensen in de bijstand en AOW is lager. Dit staat in lijn met de gemiddelde leeftijden in de gemeente: er zijn minder 65+ jarigen. Het aantal 25 – 45 jarige is daarentegen hoger dan gemiddeld. Het aantal inwoners in de overige leeftijdscategorieën is gemiddeld. Betreffende migratieachtergrond is het aantal inwoners met een Westerse migratieachtergrond gemiddeld en het aantal inwoners met een niet-Westerse migratieachtergrond lager. Het aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners is lager.

Daarnaast gebruikt 9,1% van de jeugdigen jeugdhulp zonder verblijf – dit percentage is hoger dan gemiddeld. Soest-Zuid zit in de top 3 wijken waar het aantal huishoudens (145 in 2019) en jongeren (145 in 2020) die jeugdhulp krijgt het hoogst is. Het percentage volwassen inwoners dat vergoeding krijg voor generalistische basis GGZ is hoger ten opzichte van de rest van Soest. Uit de burgerpeiling blijkt dat de waardering van woonleefklimaat, relatie inwoner gemeente, gemeentelijke dienstverlening, zorg en welzijn en totaal oordeel over de gemeente lager zijn dan gemiddeld. Dienstverlening is lager geworden ten opzichte van 2019, de rest is hetzelfde gebleven. Soesterberg scoort op de Leefbaarometer een ruim voldoende. Bij dimensies woningvoorraad, voorzieningen en overlast en onveiligheid zijn geen afwijkingen te zien ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De nabijheid van voorzieningen (huisartsenpraktijk, grote supermarkt, basisschool en kinderopvang) blijkt uit de cijfer van CBS Wijk en Buurten dan ook gemiddeld te zijn. De GGD Monitor 65+ jaar laat echter zien dat het percentage senioren zonder levensmiddelen winkel

47

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 15 van 38

binnen 1 kilometer vanaf huis en het percentage senioren zonder OV halte binnen 500 meter van huis gemiddeld hoog is. Wat betreft veiligheid is er een hoger aantal veroordeelden en verdachten per 1.000 inwoners in Soesterberg. Wat betreft school is de gemiddelde CITO-toetsscore bij groep 8 leerlingen lager dan gemiddeld en het aantal vroegtijdige schoolverlaters hoger. Als laatst blijkt uit de GGD Monitor dat het aantal ouders met kinderen van 0-4 jaar met een laag opleidingsniveau (36% ten opzichte van 34% in Soest) gemiddeld is. Het aantal van deze ouders met een Niet-Nederlandse herkomst is iets lager (23% ten opzichte van 27% in Soest). Het aantal van deze ouders dat werkeloos is, is iets lager (2% ten opzichte van 3% in Soest). Daarnaast is de mate van sociale en emotionele eenzaamheid bij senioren hoger dan gemiddeld. Bij volwassenen (18 – 64 jaar) is de sociale en emotionele eenzaamheid gemiddeld.

Samenvattend is Soesterberg op het eerste gezicht op bestaanszekerheid, gezond leven en kansengelijkheid een heel gemiddelde wijk, maar doordat deze wijk eigenlijk uit drie heel verschillende buurten bestaat zou het goed zijn hier wellicht op buurtniveau te kijken wat wenselijk en nodig is. Soesterberg voelt zich vaak achtergesteld ten opzichte van de rest van Soest als het gaat over het voorzieningenniveau, de wens van de inwoner loopt hier naar verwachting sterk uiteen.

48

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 16 van 38

3 Reflectie Als wij naar deze wijkprofielen kijken en hierop reflecteren (grafieken en figuren op basis waarvan we dit doen zijn te vinden in bijlage 1) dan valt op dat met name Smitsveen en Soest-Zuid contrasteren. Waarschijnlijk is dit voor alle partners in de gemeente Soest een herkenbaar beeld. In Smitsveen wonen veel mensen van 0 – 45 jaar en relatief weinig mensen die ouder zijn. Veel inwoners hebben een niet-Westerse migratieachtergrond, met name een Turkse achtergrond. Smitsveen is wijk met veel huurwoningen en weinig koopwoningen. Smitsveen heeft de een na laagste woningwaarde van Soest. Er is sprake van veel armoede, bestaande uit lage inkomens, veel mensen met financiële zorgen en veel mensen in de bijstand. Er is sprake van een hoge mate van werkeloosheid. Daarnaast is er een lage mate van veiligheid. Het aantal verdachten en veroordeelden is hoog. Wat betreft jeugd is het opvallend dat groep 8 leerlingen in Smitsveen gemiddeld een lage CITO-toetsscore hebben. Daartegenover staat de wijk Soest-Zuid, een gebied wat echter lang niet altijd voelt als een wijk. In deze wijk wonen veel mensen van 0 – 15 jaar, en 45 – 65+ jaar. Er wonen weinig mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond. In de wijk staan veel koopwoningen en weinig huurwoningen. Soest-Zuid heeft de hoogste woningwaarde van heel Soest.

Inwoners hebben gemiddeld hogere inkomens en het aantal inwoners dat een laag inkomen of inkomen onder of rond sociaal minimum is laag. Soest-Zuid scoort hoog qua veiligheid: het aantal verdachten en veroordeelden is laag. Wat betreft de jeugd: groep 8 leerlingen hebben een gemiddeld hoge CITO-toetsscore. Kortom, de wijken Smitsveen en Soest-Zuid laten grote verschillen zien. Klaarwater is een wijk die een aantal overeenkomsten heeft met Smitsveen en ook een deel van De Eng-Soest Midden vertoont zeker gelijkenissen met Smitsveen, zoals bijvoorbeeld lage woningwaarde (laagste van Soest), veel huurwoningen en veel mensen met een laag inkomen. De overige wijken laten relatief weinig afwijkingen zien. De wijken in Soest lijken dus ook veel overeenkomsten te kennen. Een uitdaging voor Soest als gemeente is de sterke mate van vergrijzing. Hoe hiermee om te gaan? Accepteer je dit als een gegeven en pas je de voorzieningen in het sociaal domein daarop aan? Of probeer je juist jongere mensen te motiveren om in Soest te blijven of komen wonen en wat vraagt dat van het voorzieningenniveau in de verschillende wijken? Een andere vraag is ook welke bijdrage kunnen en willen mensen in Soest zelf leveren aan het sociaal domein. Op dit moment zijn er vooral veel vrijwilligers/mantelzorgers in de groep die rond de pensioenleeftijd zit.

Deze mensen worden ouder kunnen die rol straks minder vervullen, maar nemen jongeren generaties die rol dan op zich en wat is daarvoor nodig. Uiteraard raken deze vraagstukken ook aan het fysieke domein en aan voorzieningen op gebied van sport en cultuur. Het is dus zaak dit mee te nemen in de verdere stappen richting een integrale visie sociaal domein.

49

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 17 van 38

Bijlage 1 Wijken in Soest

50

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 18 van 38

Grafieken en figuren

51

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 19 van 38

52

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 20 van 38

53

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 22 van 38

54

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 22 van 38

55

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 24 van 38

56

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 25 van 38

57

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 26 van 38

58

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 27 van 38

59

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 28 van 38

60

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 29 van 38

61

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 30 van 38

62

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 31 van 38

63

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 32 van 38

64

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 33 van 38

.

65

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 34 van 38

66

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 35 van 38

67

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 36 van 38

68

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 37 van 38

69

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 37 van 38

COLOFON Opdrachtgever Auteurs

Foto omslag Uitgave

Gemeente Soest Dr. F. Sondeijker Drs. M. Uyterlinde J. Jildou, MSc Dr. O. de Zwart Gemeente Soest Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl

De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, februari 2023. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.

70

Op weg naar een meer integrale visie sociaal domein | 23-11-2021 | Pagina 38 van 38

Bijlage 3: Resultaten enquête ‘Zorgen voor elkaar in Soest-Soesterberg, nu en in de toekomst’ In totaal voltooiden 263 inwoners de vragenlijst. We gaan eerst in op de achtergrond van de deelnemende inwoners (paragraaf 1.1), om te vervolgen met wat inwoners het belangrijkst vinden bij de ontwikkeling van de Integrale Visie Sociaal Domein (paragraaf 1.2). Daarna zoomen we in op thema’s die de gemeente Soest mee wil nemen in de Integrale Visie Sociaal Domein: zingeving en kwaliteit van leven (paragraaf 1.3), wonen en leefomgeving (paragraaf 1.4), meedoen in de samenleving (paragraaf 1.5) en lichamelijke en geestelijke gezondheid (paragraaf 1.6).

Achtergrond deelnemende inwoners

De gemiddelde leeftijd van de deelnemende inwoners ligt rond de 53 jaar, 67% is tussen de 35 en 65 jaar en 63% is vrouw. De respondenten zijn afkomstig uit alle wijken van de gemeente Soest, met het hoogste aandeel in Soesterberg (24%) en ’t Hart-Soestdijk (21%) en het laagste aandeel in Smitsveen (7%), zie figuur 1. Figuur 1: Deelnemende inwoners naar wijk.

De meerderheid van de respondenten woont in een koopwoning, namelijk 82 procent, en een klein deel in een huurwoning, voornamelijk in een sociale huurwoning (figuur 2). De meeste respondenten wonen samen met hun partner en thuiswonende kinderen (44%), of met alleen hun partner (32%). Een kleinere groep is alleenwonend (16%). Respondenten met kinderen konden per leeftijdscategorie aangeven hoeveel thuiswonende kinderen ze hadden. Het aantal thuiswonende kinderen varieerde van 0 tot 6 kinderen, met 2 kinderen als meest genoemde aantal (44% van degenen met thuiswonende kinderen), op de voet gevolgd door gezinnen met een kind (40%).

71

Vrijwel alle inwoners (95%) zijn in Nederland geboren. Van zeven tot acht procent van de inwoners zijn de ouders in het buitenland geboren.

Figuur 2: Respondenten naar soort (in)woning.

Wat vinden inwoners belangrijk voor de ontwikkeling van een Integrale Visie Sociaal Domein voor Soest en Soesterberg? Zes van de tien inwoners geeft aan dat fijn kunnen wandelen, fietsen of sporten in Soest-Soesterberg voor hen van groot belang is voor wonen in de gemeente. Dit is het meest gekozen en daarmee meest gewaardeerde aspect van wonen in de gemeente Soest. Op de tweede plaats staat dat men zich veilig voelt (41%) zie verder figuur 3. Figuur 3: Fijn wonen in Soest-Soesterberg is voor mij dat:

Notabene: De percentages in figuur 3 tellen op tot 300% en niet 100% omdat iedereen drie aspecten mocht kiezen uit de lijst met aspecten.

Inwoners zijn samen met de gemeente verantwoordelijk voor de leefomgeving. Inwoners kunnen op verschillende manieren hieraan bijdragen, bijvoorbeeld door te zorgen voor elkaar of door het schoon en veilig houden van de wijk. Wij vroegen de respondenten waaraan zij zouden willen bijdragen.

72

Figuur 4: Waaraan men wil bijdragen:

Notabene: De percentages in figuur 4 tellen op tot meer dan 100% omdat meerdere antwoorden per respondent mogelijk waren.

Ruim 90% van de respondenten gaf antwoord op deze vraag en bijna 4 van de 10 gaf aan al aan vrijwilligerswerk te doen. Meepraten met de gemeente, veilige wijken en meer zorgen voor de eigen buren en naasten scoorden ook hoog. Figuur 5: Bewoners waar de gemeente extra aandacht aan zou moeten besteden.

Notabene: De percentages in figuur 5 tellen op tot 300% en niet 100% omdat iedereen drie aspecten mocht kiezen uit de lijst met aspecten.

73

Figuur 6: De belangrijkste dingen zijn waar de gemeente haar geld het beste aan kan besteden.

Notabene: De percentages in figuur 6 tellen op tot 300% en niet 100% omdat iedereen drie aspecten mocht kiezen uit de lijst met aspecten.

Zingeving en kwaliteit van leven

Het overgrote deel (93 procent) van de respondenten waardeert het leven in Soest of Soesterberg met een voldoende. 86 procent geeft hiervoor een rapportcijfer van 7 of hoger. Gemiddeld geven respondenten een 7,5 als cijfer. In totaal hebben 263 respondenten aangegeven in hoeverre ze het eens zijn met stellingen over de kwaliteit van leven in Soest en Soesterberg, de uitkomsten zijn weergegeven in figuur 7. Figuur 7: Stellingen kwaliteit van leven in Soest en Soesterberg.

74

Het valt op dat (ruim) de helft van de respondenten aangeeft het eens of helemaal eens te zijn met de stellingen. Bij de stelling ‘Ik heb vertrouwen in de toekomst in Soest of Soesterberg’ geeft 16 procent van de respondenten aan het hier oneens mee te zijn. Met de overige stellingen is een lager percentage (9 procent) het oneens. Op de vraag of de respondent in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk heeft gedaan antwoordt 52 procent van 263 respondenten bevestigend. 56 procent van de respondenten geeft aan in de toekomst zeker of waarschijnlijk vrijwilligerswerk te blijven doen of gaan doen. 19 procent geeft aan dat waarschijnlijk niet of zeker niet te gaan doen, zie figuur 8. Figuur 8: Wilt u in de toekomst vrijwilligerswerk blijven doen of gaan doen?

In totaal hebben 248 respondenten aangegeven wat zij in de toekomst nodig hebben om vrijwilligerswerk te gaan doen of te blijven doen. De resultaten zijn weergegeven in figuur 9. Figuur 9: Wat hebt u nodig om in de toekomst vrijwilligerswerk te gaan doen of te blijven doen?

Meer dan de helft (58 procent) van de respondenten geeft aan meer tijd nodig te hebben, dit aspect wordt het meest genoemd. 12 procent heeft meer informatie over vrijwilligerswerk nodig en 9 procent noemt vrijwilligersondersteuning. Bijna een kwart van de mensen noemt iets anders nodig te hebben, hierbij worden onder andere ‘gezondheid’ en ‘vitaliteit’ genoemd.

75

Wonen en leefomgeving Figuur 10. Stellingen over de buurt waarin respondenten wonen.

Figuur 11. Stellingen over de ervaren veiligheid in de buurt.

76

Meedoen in de samenleving Op de vraag of respondenten voldoende mee kunnen doen in Soest of Soesterberg antwoordt 87 procent van 263 respondenten instemmend. 35 respondenten (13 procent) geven aan het hier niet mee eens te zijn. Zij geven antwoord op de vraag wat er zou moeten gebeuren om wel voldoende mee te kunnen doen, de uitkomsten zijn weergegeven in figuur 12. Figuur 12. Wat zou er moeten veranderen om wel mee te kunnen doen in Soest of Soesterberg?

Notabene: De percentages in figuur 12 tellen op tot meer dan 100% omdat meerdere antwoorden per respondent mogelijk waren.

Het meest wordt genoemd dat er meer aanbod in plekken moet zijn om anderen te ontmoeten (51 procent), dat er toegankelijkere voorzieningen moeten zijn (43 procent) en een betere kwaliteit van voorzieningen (29 procent). Bij ‘anders’ wordt door respondenten onder andere genoemd: ‘sport voor invalide’, ‘hangplekken voor jongeren’ en ‘meer en gevarieerder aanbod in de avond en het weekend’. In totaal gaf 71 procent van 263 respondenten aan voldoende contacten met andere mensen te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. 11 procent geeft aan te weinig contacten te hebben. Het overzicht wordt weergegeven in figuur 13. Figuur 13. Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had?

77

180 respondenten gaven antwoord op de vraag bij welke vereniging of organisatie zij actief of lid zijn (figuur 14). Uit de resultaten blijkt dat zij met name lid zijn van een sportvereniging en de bibliotheek. 83 respondenten gaven aan dat deze vraag niet op hen van toepassing is. Figuur 14. Bij welke van de volgende verenigingen of organisaties bent u actief of lid?

Notabene: De percentages in figuur 14 tellen op tot meer dan 100% omdat meerdere antwoorden per respondent mogelijk waren.

Op de vraag of deze 180 respondenten denken in de komende jaren gebruik te blijven maken van deze verenigingen antwoordt 93 procent ‘ja, evenveel als nu’ of ‘ja, meer dan nu’. 6 procent geeft aan gebruik te blijven maken maar in mindere mate. 1 procent geeft aan geen gebruik te blijven maken in de komende jaren, als reden wordt o.a. verhuizing aangegeven. De respondenten hebben ook een aantal vragen over sport beantwoord. 69 procent van 263 personen geeft aan in de afgelopen 12 maanden een sport te hebben beoefend. In totaal gaven 225 respondenten aan in hoeverre ze het eens zijn met een aantal stellingen over de sportmogelijkheden in de gemeente Soest, de uitkomsten staan in figuur 15. Figuur 15. De sportmogelijkheden in de gemeente Soest zijn voor mij:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=df1a5c60-e1af-40c6-aa6d-f6ae4070c397