Document 2470480 Beslissing op bezwaar ongegrond Amersfoortsestraat 126B anon.pdf
Tekst van het document
de rechtbank terecht niet tot een ander oordeel gebracht. Deze omstandigheden doen niet af aan de feitelijke aard van het gebied waarin het bouwplan is voorzien.” ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:823, r.o. 2.2: “Dat het college, zoals fappellantl betoogt, het perceel aan de Maarsseveensevaart 90 heeft aangemerkt als een perceel dat buiten de bebouwde kom is gelegen, kan niet leiden tot een ander oordeel.” ABRvS 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3842, r.o. 8: “Het antwoord op de vraag of het perceel in de bebouwde kom is gelegen, is van feitelijke aard, van belang is of sprake is van concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon-of verblijffunctie heeft. De Afdeling verwijst in dit verband naar haar uitspraak van 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:450. De plaats van verkeersborden is daarbij niet van belang, evenmin de in de structuurvisie gebruikte aanduiding.”
MEMO Aan : V&H Van : JZ Datum : 13 januari 2021 Betreft : advies bezwaarschriftencommissie d.d. 17 november 2020 inzake Amersfoortsestraat 126b te Soesterberg
Inleiding In haar advies van 17 november 2020 heeft de bezwaarschriftencommissie (hierna: de commissie) het college geadviseerd om het besluit van 5 juni 2020 (weigering omgevingsvergunning van 4 recreatiewoningen op het perceel Amersfoortsestraat 126b, zaaknummer 2305196/23348162) te herroepen en de aanvraag door te sturen naar de gemeenteraad. Ook heeft zij geadviseerd het bezwaar van 15 juli 2020 gegrond te verklaren.
Kort samengevat is de commissie van mening dat bij de besluitvorming artikel 4, negende lid, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) niet toepasbaar is, omdat het perceel Amersfoortsestraat 126b (op grond van de Beleidsregels voor de toepassing van buitenplanse afwijkingen) gelegen is buiten de bebouwde kom en de gebruikswijziging niet ziet op een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorie vreemdelingen. Dat betekent volgens de commissie dat niet het college van B&W, maar de gemeenteraad bevoegd zou zijn om te beschikken op de vergunningsaanvraag. V&H is het niet eens met de redenering van de commissie - volgens V&H ligt het perceel binnen de bebouwde kom - en wenst contrair te gaan aan het advies van de commissie. Om die reden is aan JZ de vraag voorgelegd om in deze kwestie een advies uit te brengen. Overwegingen De vraag die centraal staat, is of het perceel Amersfoortsestraat 126B te Soesterberg is gelegen binnen of buiten de bebouwde kom. In dit memo beperken wij ons, wat betreft het advies van de bezwaarschriftencommissie, dan ook tot deze vraag. Vooropgesteld dient te worden dat die vraag voorafgaand aan het advies van de commissie nimmer aan de orde is geweest.
Dat de commissie bij de beantwoording van die vraag aansluiting heeft gezocht bij het onlangs vastgestelde afwijkingenbeleid (waarin de begrenzing van de bebouwde kom is opgenomen) is dan ook niet onbegrijpelijk.
Anders dan in de door V&H (en mr. aangehaalde jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (waarin onder meer wordt verwezen naar een contourenkaart, een structuurvisie of de kwalificatie van de locatie van een perceel in het kader van andere wetgeving) heeft het college specifiek ten behoeve van de toepassing van artikel 4 van bijlage II van het Bor een bebouwde kom vastgesteld. Het afwijkingenbeleid met daarin een kaart van de bebouwde kom is nota bene vrij recent (september 2020) vastgesteld. Kennelijk heeft het college toen geen aanleiding gezien om een ander standpunt in te nemen ten aanzien van de grenzen van de bebouwde kom. Bij de vaststelling van die bebouwde kom heeft het college reeds een afweging gemaakt (al blijkt die niet met zoveel woorden uit het beleid). Dat betekent dat het afwijkingenbeleid niet zonder meer terzijde kan worden gelegd. Dat is in strijd met de rechtszekerheid. Dus in beginsel dient het college te handelen overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Tegelijkertijd volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijk dat de vraag of een perceel binnen de bebouwde kom ligt als bedoeld in artikel 4, aanhef en negende lid, van bijlage II van het Bor, van feitelijke aard is. Dat betekent dat gekeken dient te worden naar de
feitelijke situatie. Daarbij is de aard van de omgeving bepalend en is van belang waar de bebouwing nagenoeg feitelijk ophoudt.
Als naar de feitelijke situatie van het perceel Amersfoortsestraatweg 126B gekeken wordt, zijn wij met V&H van mening dat goed verdedigbaar is dat dat perceel binnen de bebouwde kom is gelegen. V&H heeft dit uitgebreid gemotiveerd in het memo (en de daaraan ten grondslag gelegde adviezen van mr. Kort samengevat komt het erop neer dat de Amersfoortsestraatweg weliswaar buiten de kernen van Amersfoort en Soest is gelegen, maar dat langs die weg (zeker ter plaatse van Amersfoortsestraatweg 126b) sprake is van een rij aaneengesloten vrijstaande woningen en omliggende (bedrijfs)bebouwing. Deze bebouwing vertoont in ruimtelijk opzicht een structurele samenhang (vergelijk o.a. ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:823, r.o. 2.2). Dat de bebouwing achter die woningen (op punten) nagenoeg ophoudt, is niet van belang (zie o.a. ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1218, r.o. 5.1). Gelet op het voorgaande kunnen wij ons voorstellen dat V&H het advies van de commissie, voor wat betreft de bebouwde kom, niet wenst over te nemen en het college wil voorstellen om contrair te gaan aan dat advies. Maar dat betekent wel dat het afwijkingenbeleid, wat betreft de daarin opgenomen grenzen van de bebouwde kom, dient te worden gewijzigd in die zin dat wordt aangesloten bij de vaste jurisprudentie van de Afdeling (bij voorkeur alvorens in de onderhavige zaak een beslissing op bezwaar wordt genomen).
Met voornoemde stellingname kan immers niet worden volgehouden dat het afwijkingenbeleid op dat punt juist is.
Advies 1. Het afwijkingenbeleid wijzigen wat betreft de daarin opgenomen grenzen van de bebouwde kom, en vervolgens 2. Contrair gaan aan het advies van de bezwaarschriftencommissie, voor wat betreft de overwegingen met betrekking tot de bebouwde kom.
NB: Indien het advies van de commissie, wat betreft de bebouwde kom, niet wordt overgenomen, dan heeft dat tot gevolg dat het bestreden besluit in stand gelaten kan worden, onder wijziging van de grondslag en de motivering. Van een gegrond bezwaar is dan geen sprake. Uiteraard dient de reden van afwijking van het advies van de commissie in de beslissing op bezwaar te worden vermeld (artikel 7:13, zevende lid, Awb).
ADVIESNOTA GEMEENTE SOEST
Zaaknummer
Steller advies: B.
Afdeling: DV/Vergunning & Handhaving
Datum: 15-02-2021
Onderwerp: Beslissen op het bezwaarschrift om geen omgevingsvergunning te verlenen voor de legalisatie van vier illegale recreatiewoningen aan de Amersfoortsestraat 126B te Soesterberg.
Voorstel tot besluit: 1. Het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden weigeringsbesluit in heroverweging, met aanvulling van de motivering, in stand te laten en daarbij af te wijken van het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Advies secretaris: Te bespreken
Beslissing Conform advies besloten JvdZ
Document
Alleen invullen indien geheim
Openbaar
reden (art. 10 WOB) Besluit Adviesnota
Ja Ja
Bijlage(n)
Ja
bekrachtiging raad
tot hoelang
B&W verg.d.d. 02-03-2021 Bijzondere aspecten
Nee
Portefeuillehouder
Aukje Treep-van Hoeckel
Overleg met portefeuillehouder
Ja
Overleg met andere afd. en ext. Partners
Nee
Ter inzage voor beleidsveld
Geen
Bijlage(n)
RM
AT
LvA
NK
HD
Akkoord
Bespreken
Extern juridisch advies Van der Feltz advocaten, d.d. 23 en 30 december 2020 Memo Juridische Zaken gemeente Soest, d.d. 13 januari 2021
Volledig voorstel behorend bij: 2075503
- 2-
Voorstel tot besluit 1. Het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden weigeringsbesluit in heroverweging, met aanvulling van de motivering, in stand te laten en daarbij af te wijken van het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Inleiding Op 17 november 2020 heeft de bezwarencommissie advies uitgebracht naar aanleiding van een bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 5 juni 2020, zaaknr. 2305196/2348162, (weigering omgevingsvergunning van 4 recreatiewoningen aan de Amersfoortsestraat 126B). Kern van het advies betreft dat de omgevingsvergunning niet geweigerd kon worden op basis van het niet toestaan van een kruimelafwijking (artikel 4, negende lid, van Bijlage II van het Bor). Naar het oordeel van de commissie zou een kruimelafwijking niet toepasbaar zijn omdat het perceel Amersfoortsestraat 126B (op grond van het Afwijkingenbeleid 2013 met tekening bebouwde kom d.d. 10 juni 2014) gelegen is buiten de bebouwde kom en de gebruikswijzing niet ziet op een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorie vreemdelingen. Als gevolg waarvan niet het college van B&W bevoegd zou zijn om te beschikken op de vergunningsaanvraag, maar de gemeenteraad. De bezwaarschriftencommissie heeft om die reden geadviseerd om het bezwaar gegrond te verklaren.
V&H is het echter niet eens met de redenering van de bezwarencommissie en stellen dat het perceel op basis van de feitelijke situatie aan de Amersfoortsestraat 126B is gelegen binnen de bebouwde kom zodat de reguliere procedure van toepassing is. Dit leggen we uit aan de hand van de situering van de Amersfoortsestraat 126B. Volgens rechtspraak van onze hoogste rechter de Raad van State (hierna: ABRvS) kan de bebouwde kom alleen aan de hand van de feitelijke situatie worden bepaald. Uit deze rechtspraak blijkt dat een nagenoeg aaneengesloten lintbebouwing, zoals aan de orde, maakt dat Amersfoortsestraat 126B gerekend moet worden tot de bebouwde kom.
De bezwaarschriftencommissie heeft bij hun advisering gebruik gemaakt van ons kruimelbeleid om af te wijken van het bestemmingsplan. In dit beleid is een kaartje opgenomen die de bebouwde kom aangeeft. Dit kaartje is echter achterhaald door bovenstaande jurisprudentie. Gelijktijdig met deze adviesnota wordt, door de afdeling Ruimte, aan het college tevens een adviesnota voorgelegd om dit afwijkingenbeleid aan te passen aan de meest recente jurisprudentie en wetgeving (zie adviesnota met kenmerk 2464976).
Beoogd resultaat Het nemen van een beslissing op bezwaar. Argumenten 1.1 V&H is het niet eens met een beredenering van de bezwaarschriftencommissie en is van mening dat het perceel aan de Amersfoortsestraat 126B is gelegen in de bebouwde kom. De Amersfoortsestraat betreft de provinciale weg N237. De westzijde van deze provinciale weg verbindt Soesterberg met het westelijke deel van Amersfoort.
In § 3.5.3 van de Toelichting bestemmingsplan Soesterberg (vastgesteld 4 juli 2013) staat het volgende: "Voortbordurend op nationaal en provinciaal beleid heeft de gemeente Soest in 2002 de nota 'De rode contouren in Soest' vastgesteld. De rode contouren begrenzen de bestaande bebouwde kommen plus de denkbare uitbreidingen."
Uit de bijbehorende kaart (zie p. 24 van de Toelichting bestemmingsplan Soesterberg) vloeit voort dat de rode contour voor de kern Soesterberg ophoudt bij Amersfoortsestraat 76. De afstand tussen Amersfoortsestraat 76 en 126B bedraagt ongeveer 1,4 kilometer. Tussen Amersfoortsestraat 76 en 126B bevindt zich een nagenoeg aaneengesloten lintbebouwing. De onbebouwde percelen gem Soest sectie E nr. 1853 en gem Soest sectie E 6641/6644 onderbreken de afstand van het bebouwingslint met respectievelijk 38 m en 189 m. De vraag of een perceel in de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4 onderdeel 9 van Bijlage II Bor is gelegen, is van feitelijke aard, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en van belang is waar de bebouwing nagenoeg feitelijk ophoudt. De plaats van verkeersborden is daarbij niet van belang. De kwalificatie van de
Volledig voorstel behorend bij: 2075503
- 3 -
locatie van een perceel in het kader van andere wetgeving, zoals de Wegenverkeerswet of de Wet geluidhinder, is evenmin bepalend (vgl. ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:106, ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1294 en ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:823.
In de aan de orde zijnde situatie is, zoals hiervoor gemeld sprake van een nagenoeg aangesloten geheel van bebouwing langs de Amersfoortsestraat. Langs de Amersfoortsestraat zijn in het verleden landhuizen gebouwd. Enkele daarvan zijn nog particulier bewoond. Anderen zijn als kantoor in gebruik. Tussen deze landhuizen zijn in het verleden kantoren en bedrijven gevestigd en andere vormen van bebouwing opgericht (zie tevens pagina 31 van de Toelichting bestemmingsplan Soesterberg) waardoor er niet gesproken kan worden van een extensieve bebouwing. Om die reden zijn wij op basis van het voorgaande gemotiveerd van oordeel dat ook Amersfoortsestraat 126B, anders dan in ons Kruimelgevallenbeleid is omschreven, gerekend moet worden tot de bebouwde kom. Wij verwijzen verder naar de zeer recente uitspraak ABRvS 13 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3842. In deze uitspraak overweegt de ABRvS samengevat dat voor het antwoord op de vraag of een perceel in de bebouwde kom is gelegen a. dit een vraag van feitelijke aard is; b. van belang is of sprake is van concentratie van bebouwing; c. of het gebied door die bebouwing overwegend een woon-of verblijffunctie heeft. De ABRvS verwijst daartoe naar de uitspraak van 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:450. Op basis hiervan concluderen wij het volgende: a.
Een verwijzing naar een kaart behorend bij beleid laat niet zien hoe aangesloten is bij de feitelijke situatie. b. Op de locatie Amersfoortsestraat 126 is sprake van een concentratie van bebouwing. c. Het gebied heeft door die bebouwing overwegend een verblijffunctie.
De positieve beantwoording van de vragen neergelegd in de uitspraak van 13 november 2019 bevestigt dat er sprake is een bebouwde kom. Ook zijn beleidsstukken of een structuurvisie niet bepalend voor de ligging van de planologische bebouwde kom (ABRvS 16 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1597). Hiernaast vormen woon- en verblijfsobjecten voor de ABRvS de grondslag voor de beoordeling of er sprake van een bebouwde kom is. Recreatieverblijven vormen verblijfsobjecten en moeten volgens ons dus bij deze beoordeling betrokken worden.
Belangrijk is om te bepalen of er sprake is van een bebouwde of onbebouwde kom aan de Amersfoortsestraat 126B. Mochten wij echter voor kiezen dat er toch sprake is van buiten de bebouwde kom, dan zou de uitgebreide procedure van toepassing zijn. In dat geval zouden wij een conceptweigering moeten voorleggen aan de gemeenteraad in het kader van een Verklaring van geen bedenkingen. Verder zijn wij van mening dat een keuze voor een reguliere procedure het argument sterker in de handhaving maakt dat burgemeester en wethouders zelf gaan over de vraag of legalisatie op voorhand kan worden uitgesloten. Hoewel er bij het voeren van handhavingsprocedures geen juridische noodzaak bestaat om de legaliseringskansen te bevragen bij de gemeenteraad als deze daar feitelijk over gaat, is dit wel een punt dat de (advocaat namens) vergunningaanvrager in de procedures tegen het handhavingsbesluit probeert te maken. 1.2 Onze stelling is middels een extern juridisch advies voorgelegd aan Advocatenkantoor Van der Feltz. Hij onderstreept onze stelling dat het perceel is gelegen binnen de bebouwde kom. Onze stelling dat het perceel aan de Amersfoortsestraat 126B is gelegen binnen de bebouwde kom is voorgelegd middels een extern juridisch advies aan Advocatenkantoor Van der Feltz. Wij hebben hen verzocht inhoudelijk in te gaan op de bovenstaande discussie.
Op 23 december 2020 hebben wij zijn advies ontvangen, zie bijlage 1. Uit zijn advies blijkt dat hij onze stelling onderstreept en dat het perceel aan de Amersfoortsestraat 126B is gelegen binnen de bebouwde kom, derhalve zijn wij het niet eens met het op 17 november 2020 uitgebrachte advies van de bezwaarschriftencommissie. Voor de inhoudelijke behandeling verwijzen wij naar het bijgaande advies onder bijlage 1. 1.3 In de lijn van onze procedure om contrair te besluiten aan de bezwaarschriftencommissie is onze memo om af te wijken voorgelegd aan Juridische Zaken. In de memo van JZ d.d. 13 januari 2021 wordt onze stelling overgenomen. De conclusie van JZ is: 1. Het afwijkingenbeleid wijzigen wat betreft de daarin opgenomen grenzen van de bebouwde kom, en vervolgens 2. Contrair gaan aan het advies van de bezwaarschriftencommissie, voor wat betreft de overwegingen met betrekking tot de bebouwde kom.
Volledig voorstel behorend bij: 2075503
-4-
Indien het advies van de commissie, wat betreft de bebouwde kom, niet wordt overgenomen, dan heeft dat tot gevolg dat het bestreden besluit in stand gelaten kan worden, onder aanvulling van de motivering en met in stand lating van de grondslag. Van een gegrond bezwaar is dan geen sprake. Uiteraard dient de reden van afwijking van het advies van de commissie in de beslissing op bezwaar te worden vermeld (artikel 7:13, zevende lid, Awb). Gelijktijdig met deze adviesnota wordt, door de afdeling Ruimte, aan het college tevens een adviesnota voorgelegd om dit afwijkingenbeleid aan te passen aan de meest recente jurisprudentie en wetgeving (zie adviesnota met kenmerk 2464976). Kanttekeninoen/risicobeheersing Omdat de gemeente niet op tijd heeft kunnen beslissen heeft de aanvrager ons op 7 januari 2021 een ingebrekestelling gestuurd. De wettelijke termijn van twee weken start hierdoor. Omdat wij niet op tijd een beslissing op bezwaar hebben verstuurd is de gemeente genoodzaakt te betalen voor elke dag dat deze later is verzonden.
Kernboodschap Het ongegrond verklaren van het ingediende bezwaar en het weigeringsbesluit in stand te laten. Daarbij te oordelen dat, gelet op recente jurisprudentie, dit perceel in de bebouwde kom ligt, waardoor op de voorbereiding van het besluit de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is. Bestuurlijke vernieuwing Nvt
Aanpak/uitvoerino Gelijktijdig met deze adviesnota wordt, door de afdeling Ruimte, aan het college tevens een adviesnota voorgelegd om dit beleid aan te passen aan de meest recente jurisprudentie en wetgeving. Nadat dit beleid bekend gemaakt is een beslissing op bezwaar te versturen waarin wij mededelen dat het bezwaar ongegrond is. Communicatie en participatie Nvt Evaluatie en verantwoording Nvt
Kosten, baten, dekking Nvt
Referendabel ia/nee Nvt
Postbus 2000 3760 CA Soest Afdeling Bedrijfsvoering
Gemeente Soest
Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Telefoon: (035) 609 34 11 Fax: (035) 609 36 89 Internet: www.soest.nl
TOELICHTING "INSTELLEN VAN BEROEP" Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen de beslissing op uw bezwaarschrift beroep instellen door het indienen van een beroepschrift.
Het beroepschrift moet -ondertekend- bij de rechtbank worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop het betreffende besluit is uitgereikt of verzonden. In uw beroepschrift moet u aangeven waarom u het niet eens bent met het besluit en wat naar uw mening de beslissing van de rechter zou moeten zijn. Bij uw beroepschrift kunt u als dat mogelijk is, een kopie van de beslissing op het bezwaarschrift meesturen. Aan het indienen van een beroepschrift zijn kosten verbonden. De hoogte van deze kosten kan variëren. Voor nadere informatie wordt verwezen naar www.rechtspraak.nl.
Tijdens de beroepsprocedure geldt de genomen beslissing. Als dit onherstelbare gevolgen voor u heeft, kunt u bij de rechter vragen om een "voorlopige voorziening". Dit betekent dat een speciale regeling kan worden getroffen voor de periode dat het beroepschrift nog in behandeling is. Ook hieraan zijn echter kosten verbonden. Voor nadere informatie wordt verwezen naar www.rechtspraak.nl.
De rechter zal uw verzoek om voorlopige voorziening overigens alleen inwilligen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Zowel een beroepschrift als een verzoekschrift om een voorlopige voorziening te treffen, moet u richten tot de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, afdeling Bestuursrecht, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht.