Bijlagen toelichting _Bijlage 9 Quickscan flora _ fauna (inclusief aanvullende vleermuizen schouw)
Tekst van het document
Rapportage Quickscan Flora en Fauna Kampweg 51 Soesterberg rapport 3524R003
datum: opdrachtgever:
17 augustus 2020 Lodewijck groep, Beechavenue 139, 1119 RB Schiphol-Rijk.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
I
VERANTWOORDING
P. Heesakkers Ecoloog / adviseur
Ir. J.B.P. van der Stroom Ecoloog / senior adviseur
Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Archimil BV, Laagheidehof 5, 5804 XB Venray, telnr. 0478-515736 Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
II
SAMENVATTING In verband met geplande herontwikkeling aan de Kampweg 51 te Soesterberg is door de Lodewijck groep schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Aanvullend is een schouw uitgevoerd op de te rooien bomen. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Soesterberg
Adres
Kampweg 51 te Soesterberg
Kadastraal
Sectie: E
Nr: 3584 en 3599 (ged.)
Coördinaten
X: 148.211
Y: 458.924
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2,1 ha
Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van officierskwartier en de omliggende siertuin aan de Kampweg 51 te Soesterberg, is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen activiteit. Ook wordt, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. Op de locatie zullen enkele bomen worden gerooid voor de herontwikkeling. Op deze bomen is een aanvullende schouw uitgevoerd, waaruit volgt dat in geen van de te rooien bomen of omliggende bomen jaarrond beschermde nesten of (potentiële) nestplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Derhalve mogen de bomen, buiten het broedseizoen, gerooid worden. Opgemerkt wordt dat mogelijk wel een omgevingsvergunning is vereist voor het rooien van houtopstanden. Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, voor de geplande activiteiten, niet noodzakelijk geacht. Evenmin wordt, op basis van de bekende gegevens, een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk geacht. Indien voor de activiteiten bomen worden gerooid of struiken worden verwijderd, welke als potentiële nestplaats voor vogels en kleine zoogdieren kunnen dienen, dienen deze werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
Op basis van artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming is het namelijk verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Naast vogels is het, op basis van artikel 3.5 van de wet, verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te verstoren.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
III
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1
2
WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................... 2
3
LOCATIEGEGEVENS ...................................................................................................................... 4 3.1 3.2 3.3 3.4
4
QUICKSCAN................................................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
ALGEMEEN .............................................................................................................................. 4 OMGEVING .............................................................................................................................. 4 NATURA 2000 ........................................................................................................................ 4 NATUURBEHEERPLAN ................................................................................................................ 4 DOELSTELLING ......................................................................................................................... 5 BESCHRIJVING VAN DE ACTIVITEIT ............................................................................................... 5 INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING ........................................................................... 5 BIOTOOPTYPEN EN BESCHRIJVING FLORA EN FAUNA ........................................................................ 9 AANVULLENDE SCHOUW ........................................................................................................... 10
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................11 Bijlage 1 .......................................................................................................... situering in de regio Bijlage 2 ........................................................ globaal rapport verspreiding beschermde diersoorten Bijlage 3 ................................................................................. checklist vooronderzoek vleermuizen Bijlage 4 ........................................................................................................................ fotobijlage Bijlage 5 ............................................................................................... overzicht te kappen bomen
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
1
1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met herontwikkeling aan de Kampweg 51 te Soesterberg is schriftelijk opdracht verleend om een quickscan flora en fauna op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en om vast te stellen of de geplande activiteit van invloed is op beschermde flora of fauna. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer K. Ellenbroek. De werkzaamheden bij Archimil zijn gecoördineerd door de heren P. Heesakkers.
Luchtfoto van de onderzoekslocatie
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
2
2
WET NATUURBESCHERMING
De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ongeveer 500 soorten, van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen, vallen onder de bescherming van deze wet. Om kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen, zoals het verbod op het doden of verontrusten van dieren of het verbod om planten te plukken. De wet is bedoeld om soorten te beschermen en dient niet ter bescherming van individuele planten of dieren. De wet is erop gericht dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar te brengen. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Utrecht geregeld in de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van 12 december 2016. De Wet natuurbescherming stelt het volgende: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden, te vangen en/of te verstoren. Het is tevens verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. (artikel 3.1) Naast vogels is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Het is tevens verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden om planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.5)
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
3
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (artikel 3.10). Dit houdt in dat binnen het plangebied in eerste instantie vastgesteld dient te worden of daarbinnen of in de directe nabijheid beschermde soorten aanwezig zijn. Indien deze aanwezig zijn dient het schadelijke effect van de activiteiten op de aanwezige soorten vastgesteld te worden en dient mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
3
LOCATIEGEGEVENS
3.1
Algemeen
4
De onderzoekslocatie betreft de officierskazerne met siertuin op het kadastrale perceel gemeente Soesterberg, sectie E, nummer 3584 en 3599 (ged.) aan de Kampweg 51 te Soesterberg. 3.2
Omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen ter oosten van het historische hart van Soesterberg. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: Noordzijde: Nieuwbouw aan de Noorduyn Oostzijde: Woonwijk aan de Bloemheuvel Zuidzijde: Groenstrook, met achterliggend de Kamerlingh Onneslaan en centrum voor Mens en Luchtvaart Westzijde: Vrijstaande villa’s aan de Kampweg 3.3
Natura 2000
In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen natuurgebieden gelegen die als Natura 2000 gebied zijn aangewezen. Het meest nabijgelegen Natura 2000 gebieden zijn op meer dan 10 km afstand gelegen. Het dichtstbijzijnde natuurgebied betreft de Nieuwkoopse Plassen / Haeck (incl. de Meije). Uit de uitgevoerde Aeriusberekening, die is uitgevoerd door Nipa milieutechniek (kenmerk 18007, d.d. 8 juli 2020), blijkt dat de gewenste ontwikkeling in zowel de realisatiefase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. In beide situaties bedraagt de stikstofdepositie 0,00 mol/ha. 3.4
Natuurbeheerplan
Uit het natuurbeheerplan van de provincie Utrecht blijkt dat de onderzoekslocatie niet in of tegen een natuur-(ontwikkelings)gebied gelegen is. Rondom de woonkern van Soesterberg is natuurgebied de Utrechtse Heuvelrug gelegen. Dit gebied bestaat, in de omgeving van de planlocatie, uit N07.01 (droge heide), N11.01 (Droog schraal grasland), N15.02 (Dennen-, Eiken- en Beukenbos) en N16.03 (droog productiebos).
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
4
QUICKSCAN
4.1
Doelstelling
5
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie soorten aanwezig (kunnen) zijn die vallen onder de Wet natuurbescherming en waarmee bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden, hetzij in het zoeken naar alternatieven voor de geplande werkzaamheden, hetzij in het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.2
Beschrijving van de activiteit
In de nabije toekomst zal de bestaande officierscasino inpandig worden gerenoveerd. Er zullen geen werkzaamheden plaatsvinden aan de bestaande spouwmuur. Het noordelijk gelegen gebouw zal worden gesloopt. Ten noorden en zuiden van het hoofdgebouw zal nieuwe bebouwing worden opgericht. Enkele solitaire bomen op het terrein zullen hiervoor worden gerooid. De omliggende groenstrook blijft, voor zover bij ons bekend, onaangetast. 4.3
Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving
De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd bij het Natuurloket. De gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De rapportage is bijgevoegd in bijlage 2. Uit de rapportage blijkt dat binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie de volgende soorten zijn waargenomen: Amfibieën (alpenwatersalamander, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander) De alpenwatersalamander is voor zijn voortplanting gebonden aan hoofdzakelijk solitaire wateren welke niet rijk bevolkt zijn met vis. De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Water ontbreekt op de locatie of zijn directe omgeving, derhalve is het voorkomen van de soort binnen het plangebied uit te sluiten. De overig genoemde soorten zijn algemene soorten welke zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en in de Conventie van Bern (bijlage 3). De soorten zijn eveneens opgenomen in bijlage II van de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Utrecht, waardoor een vrijstelling geldt voor de genoemde soorten. Deze soorten zijn voor hun voortplanting watergebonden en verblijven nadien in nabij gelegen groen.
Door het ontbreken van water op de locatie of zijn directe omgeving, is het voorkomen van de genoemde soorten binnen het plangebied uit te sluiten. Reptielen (hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang, zandhagedis) De hazelworm verblijft het grootste gedeelte van de dag onder vegetatie, dood hout of in holen in de grond. Bij voorkeur in enigszins vochtige met dicht bedekte vegetatie in open bossen, bosranden, heidegebieden, houtwallen of spoor- en wegbermen. De levendbarende hagedis is een nationaal beschermde soort welke is gebonden aan heide- en hoogveenlandschap of ruige landschappen als bermen, (spoor)wegen en duinen.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
6
De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. De verblijfplaatsen zijn hoofdzakelijk oeverzones van meren, poelen, rivieren en kanalen in rietkragen of andere begroeiing. De soort wordt zelden ver uit de buurt van water aangetroffen. Ringslangen zonnen vaak op dijkjes in de buurt van water, waar ze jagen op voornamelijk amfibieën en soms andere gewervelde dieren waaronder (spits)muizen, jonge vogels en vissen. De zandhagedis is in Nederland sterk gebonden aan duin- en heidegebieden. In het binnenland en in de kalkarme duinen wordt hij vooral aangetroffen in droge struikheideterreinen. In de kalkrijke duinen komen de meeste zandhagedissen voor in het open struweelduin. Zandhagedissen eten vrijwel uitsluitend geleedpotige dieren. De kustduinen en de Veluwe vormen samen de twee belangrijkste kerngebieden. Door het ontbreken van dergelijk geschikt habitat op of in de directe nabijheid van de locatie is het voorkomen van bovengenoemde soorten binnen het plangebied uit te sluiten. Vissen (-) In de gegevensdatabank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geen gegevens bekend van vissen in de directe omgeving van de planlocatie. Aangezien open water ontbreekt worden deze soorten ook niet verwacht.
Insecten / libellen (kommavlinder, vliegend hert) De kommavlinder komt voor op droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide met een lage vegetatie met polletjes schapengras (waardplant) en hier en daar kale grond. Als de vlinders onvoldoende nectar kunnen vinden dient er op enige afstand een vegetatie met nectar-rijke kruiden aanwezig te zijn, zoals kruiskruiden, distels, koninginnenkruid, struikhei en watermunt. Ter plaatse van de planlocatie is geen schapengras, duinen of heide aanwezig derhalve is de soort binnen het plangebied uit te sluiten. Het vliegend hert is, voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend eikenhout. Vroeger was dit aanwezig in de vorm van langzaam wegkwijnende zeer oude eiken. De plaatsen waar de soort de laatste 200 jaar heeft kunnen overleven in ons land zijn de plekken waar dit type hout min of meer kunstmatig aanwezig was. Veelal in de vorm van hakhout cultuur. Hier bleven stompen staan die uiteindelijk wegrotten. Het verspreidingsgebied is daardoor beperkt. Door EIS is in september 2003 een publicatie uitgegeven van de waarnemingen tussen 1990 en 2003. Hieruit volgt dat de kazerne van de Koninklijke Marechaussee op de veldmaarschalk Montgommeryweg 2 in Soesterberg in 2001 en 2002 diverse exemplaren zijn gezien.
Door het ontbreken van rottend eikenhout wordt het voorkomen van het vliegend hert binnen het plangebied uitgesloten. Vaatplanten (dennenorchis, knolspirea, wilde averuit) De dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchte zand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaag van (half)verteerd naaldenstrooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid. Ze is gevoelig voor betreding (verstoring van de humuslaag). Naast naaldbos groeit de soort in de vroege overgang van naald- naar loofbos maar ook in berkenbos of onder Kraaiheide, waarbij een goeddeels gesloten kroondek, mossen, een dunne humuslaag en een slecht ontwikkelde struikenlaag de vereiste luchtvochtigheid waarborgen. De begroeiing aan de randen van het plangebied bestaat voornamelijk uit loofbomen met een matig ontwikkelde struikenlaag, derhalve wordt het voorkomen van de soort in het plangebied niet waarschijnlijk geacht. Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
7
De knolspirea staat op zonnige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, vrij droge tot vochtige, neutrale, vaak kalkhoudende, stikstofarme leem-, löss- en mergelbodems met een wisselende waterstand. Ze groeit in kalkgraslanden, op heiden op basische rotsbodem, in bermen en in boszomen. Ze wordt ook als tuinplant aangeboden. Daardoor worden verspreid over Nederland ook niet wilde exemplaren aangetroffen. Uit de verspreidingsatlas van Floron volgt dat in het kilometerhok niet wilde exemplaren zijn aangetroffen. Evenmin worden de bosranden geschikt geacht voor het voorkomen van deze soort binnen de planlocatie. De wilde averuit groeit op zonnige, vrij open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende en min of meer humusarme zandgrond langs rivierduinen, dijken, spoorwegen, grasland, bermen (uiterwaarden), zeeduinen (bermen in de binnenduinen) en braakliggende grond. Door het ontbreken van open, onbegroeide plaatsen, is de soort binnen het plangebied uit te sluiten. Zoogdieren (boommarter, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en wezel) De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter komt in allerlei typen en leeftijden bos voor.
In de gemeente Utrecht komt de soort oa. voor in Moerasbossen. De soort kiest rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottigsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan. Boommarters maken meestel niet zelf een hol maar passen een bestaand nest aan. Het bestaande groen aan de rand van het plangebied wordt niet geschikt geacht als rust- of nestplaats voor de boommarter. Het oostelijk gelegen bosgebied wordt hiervoor geschikter geacht. Niet uit te sluiten valt dat de soort wel van de locatie gebruik maakt als foerageergebied. De geplande activiteiten hebben echter geen invloed in het voortbestaan van de soort. De das komt voor op de hogere zandgronden en heeft een voorkeur voor kleinschalige akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook vochtigere terreinen, zoals vochtige heidelandschap, kunnen geschikt zijn. De das is een nachtdier welke in de schemering zijn burcht verlaat en op zoek gaat naar regenwormen, fruit, vruchten, noten, paddenstoelen en eikels. De omvang van de bestaande groenstrook is te beperkt om als leefgebied te dienen voor de das. Niet uit te sluiten valt dat de soort wel van de locatie gebruik maakt als foerageergebied.
De geplande activiteiten hebben echter geen invloed in het voortbestaan van de soort. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Omdat er geen veranderingen plaatsvinden in de omliggende groenstrook hebben de geplande activiteiten geen invloed in het voortbestaan van de soort. De overig genoemde soorten zijn opgenomen in bijlage II van de Verordening van Provinciale Staten van de provincie Utrecht, waardoor een vrijstelling geldt voor de genoemde soorten. Ook zijn de soorten hoofdzakelijk afhankelijk van groenstroken, bosschages en akker- en weilanden welke onaangetast blijven of binnen het plangebied ontbreken.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
8
Vleermuizen (baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis) Baardvleermuizen leven in bossen en jagen aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Daarbij jagen ze vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Meer dan de andere soorten jaagt hij ook in of bij naaldbos. Tijdens het jagen vliegen ze vaak dezelfde trajecten of vliegen ze steeds dezelfde rondjes boven een open plek. Baardvleermuizen vangen insecten uit de lucht zonder veel van de vliegbaan af te wijken. Het zijn vooral kleinere prooidieren zoals dansmuggen, langpootmuggen, steenvliegen, haften, kleine libellen, kevers en nachtvlinders. Tijdens de nacht keren ze zelden terug naar hun verblijfplaats, maar rusten tijdens de jacht regelmatig uit door ergens aan een boomstam of tak te gaan hangen. Hun verblijfplaatsen betreffen boomholtes of ruimtes achter gevelbetimmeringen. De franjestaart komt vooral voor in een bosrijke omgeving en kleinschalig landschap en kan in dergelijke gebieden vrij algemeen zijn. Er is nog maar weinig bekend van het landschapsgebruik van de franjestaart.
Toch lijken lijnvormige elementen als lanen, bosranden, bomenrijen, houtwallen en oeverbegroeiing van belang als oriëntatielijnen tijdens het vliegen tussen verblijfplaats en jachtgebied. De verblijfplaatsen betreffen vooral bomen en bij uitzondering spleetvormige ruimtes in gebouwen. In de winter gebruiken ze voornamelijk ondergrondse ruimtes als groeven, ijskelders en bunkers. De meervleermuis jaagt evenals de watervleermuis vlak boven groot open water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Ook worden ze regelmatig waargenomen boven vochtige weilanden en bosranden, binnen een straal van 500 meter van water. Ze jagen vooral op die insecten die op het wateroppervlak zitten of daar vlak boven vliegen. Boven land volgen ze vaak lijnvormige landschapselementen als bomenrijen, houtwallen en dijken. De soort voelt zich vooral thuis in waterrijke gebieden met moerassen, weiden en bossen. In Nederland is de meervleermuis dan vooral te vinden in de open veenweidegebieden en zeekleigebieden en in het westen en noorden van Nederland dan ook plaatselijk algemeen. In Europa is de soort echter overal vrij zeldzaam en wordt als de zeldzaamste soort van Europa beschouwd. De verblijfplaatsen bevinden zich op kerkzolders, spouwmuren of onder dakpannen.
De genoemde soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De verblijf- / rustplaatsen van de baardvleermuizen, franjestaart, grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk spleten en holtes van bomen. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn gebonden aan gebouwen. In de directe omgeving zijn geen geschikte bomen met spleten en holtes aangetroffen, echter zijn enkele bomen deels begroeid met klimop, waardoor het voorkomen van verblijfplaatsen hierin niet volledig is uit te sluiten. Deze bomen zullen niet worden gerooid voor de bouwactiviteiten, waardoor de eventuele aanwezigheid van vleermuizen geen belemmering vormt voor de geplande activiteiten. In de gebouwen zijn geen spleten en holtes aangetroffen welke toegankelijk zijn voor vleermuizen evenmin zijn inpandig aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Gezien de beperkte ingreep wordt het onwaarschijnlijk geacht dat de ingreep een negatief effect zal hebben op de bovengenoemde soorten.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
9
Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, wespendief) Door het dichte bladerdek is niet uit te sluiten dat in de bomen een horst aanwezig zou kunnen zijn van een buizerd. In de te rooien bomen of aangrenzende bomen (zie ook § 4.5) zijn geen horsten waargenomen. Onder de dakbedekking zouden huismussen kunnen verblijven, hiervan zijn echter geen aanwijzingen gevonden waardoor het vooromen van de huismus onwaarschijnlijk wordt geacht. Door het ontbreken van geschikt nestgelegenheid is het voorkomen van de overig genoemde soorten binnen het plangebied uit te sluiten Daarnaast wordt, door het gebruik van de locatie en zijn directe omgeving, het plangebied niet beschouwd als essentieel foerageergebied voor bovenstaande soorten. Gebied 1-5 km rondom de planlocatie In een straal van 1-5 kilometer zijn diverse amfibiesoorten, vlinders, zoogdieren en libellen waargenomen die opgenomen zijn in het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Gezien het gebruik van de onderzoekslocatie is uit te sluiten dat deze soorten voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van het plangebied of dat de geplande activiteiten een negatief effect zullen hebben op de desbetreffende soorten. De website Waarneming.nl van de stichting Natuurinformatie is geraadpleegd.
Op de site zijn geen waarnemingen van zeldzame soorten in de directe omgeving (<100 m) van de onderzoekslocatie geregistreerd. Binnen het telgebied Soesterberg zijn het afgelopen jaar wel waarnemingen bekend van overvliegende ooievaars en havikken. 4.4
Biotooptypen en beschrijving flora en fauna
De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke biotopen in het plangebied aanwezig zijn. Op voorhand is ingeschat dat vogels en vleermuizen vermoedelijk de belangrijkste fauna zijn welke negatief beïnvloed zouden kunnen worden door de beoogde activiteit. Middels een literatuurstudie en veldonderzoek is beoordeeld in hoeverre op voorhand reeds een verstoring van beschermde soorten op zou kunnen treden. De veldinspectie is uitgevoerd op 4 oktober 2019 door de heer J. Timmermans (lid van IVN AstenSomeren en ervaren ecologisch veldwerker van ons bureau). In bijlage 4 is fotoreportage van het plangebied bijgevoegd. Bij de veldinspectie is gebleken dat de bebouwing op de locatie prima onderhouden is en dat hierin, voor zover zichtbaar, geen spleten zijn waargenomen. Inpandig zijn geen aanwijzingen (nestmateriaal, uitwerpselen ed.) gevonden welke kunnen duiden op de aanwezigheid van aanwezige zoogdieren, vleermuizen of vogels. De groenstrook aan de rand van de planlocatie bestaat uit een diversiteit aan loof- en naadbomen. De onderbegroeiing bestaat uit een diversiteit aan struiken en/of klimop. In de vegetatie zijn geen nesten waargenomen. Niet uit te sluiten valt dat hierin nesten aanwezig zijn van algemeen voorkomende (tuin)vogels en kleine zoogdieren. Verspreid over de groenstrook zijn bomen aanwezig met een diameter van >30 cm. Hierin zijn geen spleten of holen waargenomen.
Echter zijn de bomen deels begroeid met klimop, waardoor eventueel aanwezige gaten moeilijk waarneembaar zijn. Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
10
Door de beheerder van het pand is aangegeven dat ergens in de groenstrook (vermoedelijk in een oude eik) een nest van een Bosuil aanwezig is. Vooralsnog is de locatie hiervan onduidelijk. Omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden aan de bestaande vegetatie zullen aanwezige broedvogels niet gestoord worden door de geplande activiteiten. Wanneer wel werkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de groenstrook dienen te rooien bomen aanvullend geschouwd te worden op het voorkomen van jaarrond beschermde nesten en vleermuizen en dienen werkzaamheden ter plaatse van de groenstrook, in lijn met artikel 3.1 en 3.5 uit de Wet natuurbescherming, buiten het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) te worden uitgevoerd. Ten tijde van de veldinspectie is geen fauna waargenomen welke voorkomt in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Opgemerkt wordt dat in de inspectie is uitgevoerd buiten het bloeiseizoen. Met betrekking tot de potentiële aanwezigheid van vleermuizen is een checklist van de vleermuizenwerkgroep Nederland ingevuld (bijlage 3). Uit de checklist volgt dat op de locatie bomen en opgaande gewassen aanwezig zijn waarin mogelijk holtes of scheuren aanwezig zijn. Door de aanwezigheid van klimop en dichte begroeiing is dit niet geheel uit te sluiten.
Omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden aan de bomen of in de directe nabijheid daarvan zullen eventueel aanwezige vleermuizen niet gestoord worden door de geplande activiteiten. Het hoofdgebouw is voorzien van een kelder welke in het verleden grotendeels is dichtgestort. De kelder is alleen vanuit de bebouwing toegankelijk en derhalve niet geschikt voor vleermuizen. Deze of uitwerpselen daarvan zijn bij de inspectie ook niet aangetroffen. Aangezien er geen bomen of struiken worden verwijderd ter plaatse van de omliggende groenstrook, de nieuwbouwlocatie (momenteel grotendeels grasveld) zelf een beperkte natuurwaarde heeft en er geen beschermde flora en fauna zijn aangetroffen, bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen bezwaren tegen de toekomstige herontwikkeling. Gezien de afstand tot Natura 2000 gebieden is een negatieve invloed van de toekomstige herontwikkeling op deze natuurgebieden uit te sluiten. 4.5
Aanvullende schouw
Voor de bouwactiviteiten zullen op de locatie enkele bomen worden gerooid. Op 10 augustus 2020 is door de heer J. Timmermans van ons bureau een aanvullende schouw uitgevoerd. Bij de schouw zijn de te rooien bomen en bomen in de directe omgeving geïnspecteerd op het voorkomen van jaarrond beschermde nesten (oa. horsten) en gaten en sleten. In geen van de te rooien bomen of omliggende bomen zijn jaarrond beschermde nesten of (potentiële) nestplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Derhalve mogen de bomen, buiten het broedseizoen, gerooid worden. Opgemerkt wordt dat mogelijk wel een omgevingsvergunning is vereist voor het rooien van houtopstanden. In bijlage 5 is een tekening opgenomen met daarop de te rooien (blauw omcirkeld) en geïnspecteerde bomen (rood omcirkeld).
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
5
11
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bij de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van officierskwartier en de omliggende siertuin aan de Kampweg 51 te Soesterberg, kadastraal bekend onder de gemeente Soesterberg, sectie E, nummers 3584 en 3599 (ged.), is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen activiteit. Ook wordt, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. In de bebouwing zijn geen aanwijzigen aangetroffen welke kunnen duiden op het voorkomen van zoogdieren, vleermuizen of vogels. Door de aanwezigheid van klimop en dichte begroeiing is het voorkomen van holen en spleten in de begroeiing van de groenstrook niet volledig uit te sluiten. Echter vinden ter plaatse geen werkzaamheden plaats, waardoor de potentiële aanwezigheid van broedvogels of vleermuizen geen belemmering vormt voor de gewenste activiteit. Op de locatie zullen voor de bouwactiviteiten enkele bomen worden gerooid voor de herontwikkeling. Op deze bomen is een aanvullende schouw uitgevoerd, waaruit volgt dat in geen van de te rooien bomen of omliggende bomen jaarrond beschermde nesten of (potentiële) nestplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Derhalve mogen de bomen, buiten het broedseizoen, gerooid worden. Opgemerkt wordt dat mogelijk wel een omgevingsvergunning is vereist voor het rooien van houtopstanden.
Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, voor de geplande activiteiten, niet noodzakelijk geacht. Evenmin wordt, op basis van de bekende gegevens, een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk geacht. Indien voor de activiteiten bomen worden gerooid of struiken worden verwijderd, welke als potentiële nestplaats voor vogels en kleine zoogdieren kunnen dienen, dienen deze werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Op basis van artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming is het namelijk verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Naast vogels is het, op basis van artikel 3.5 van de wet, verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te verstoren.
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
BIJLAGEN bijlage 1 situering in de regio
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
bijlage 2 globaal rapport verspreiding beschermde en bedreigde soorten
Archimil BV
Afdeling Ecologie
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - levering uit de NDFF.
disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22'
Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van het plangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl.
Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de Helpdesk van Het Natuurloket: e-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl telefoon: 0800 2356333
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
Soort
Soortgroep
Bescherming
Afstand
Alpenwatersalamander
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Gewone pad
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Kleine watersalamander
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
kommavlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Vliegend hert
Insecten-Kevers
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Hazelworm
Reptielen
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Ringslang
Reptielen
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Dennenorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Knolspirea
Vaatplanten
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Wilde averuit
Vaatplanten
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Boommarter
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bunzing
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Eekhoorn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Huisspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Ree
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Veldmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Vos
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
0 - 1 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Havik
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Bastaardkikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Meerkikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
1 - 5 km
sleedoornpage
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Adder
Reptielen
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Korensla
Vaatplanten
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Aardmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Dwergmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Hermelijn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Wezel
Zoogdieren
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Woelrat
Zoogdieren
wnb-andere soorten
1 - 5 km
Heikikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Vroedmeesterpad
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Gevlekte witsnuitlibel
Insecten-Libellen
wnb-hrl
1 - 5 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Zwarte Wouw
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
grote vos
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Beekrombout
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Kempense heidelibel
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Dreps
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Muurbloem
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Naakte lathyrus
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Schubvaren
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Stofzaad
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Wolfskers
Vaatplanten
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Grote modderkruiper
Vissen
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Damhert
Zoogdieren
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Steenmarter
Zoogdieren
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Wild zwijn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
5 - 10 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
Gestreepte waterroofkever
Insecten-Kevers
wnb-hrl
5 - 10 km
Groene glazenmaker
Insecten-Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
5 - 10 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Vuursalamander
Amfibieën
wnb-andere soorten
10 - 25 km
gentiaanblauwtje
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
10 - 25 km
grote weerschijnvlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
10 - 25 km
zilveren maan
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Gevlekte glanslibel
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Echte gamander
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Grote bosaardbei
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Roggelelie
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Kwabaal
Vissen
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Edelhert
Zoogdieren
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Gewone bosspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Gewone zeehond
Zoogdieren
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Molmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
10 - 25 km
Geel schorpioenmos
Blad-enLevermossen
wnb-hrl
10 - 25 km
Tonghaarmuts
Blad-enLevermossen
wnb-hrl
10 - 25 km
Rivierrombout
Insecten-Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Sierlijke witsnuitlibel
Insecten-Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen-Insecten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
aardbeivlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
25 - 50 km
bosparelmoervlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
25 - 50 km
iepenpage
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
25 - 50 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
kleine heivlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
25 - 50 km
kleine ijsvogelvlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
25 - 50 km
grote parelmoervlinder
Insecten;Geleedpotigen;Dagvlinders wnb-andere soorten
25 - 50 km
Bosbeekjuffer
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Hoogveenglanslibel
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Getande veldsla
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Groensteel
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Knollathyrus
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Kranskarwij
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Schubzegge
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Tengere distel
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Veenbloembies
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Zinkviooltje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Beekprik
Vissen
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Elrits
Vissen
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
wnb-andere soorten
25 - 50 km
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
25 - 50 km
Knoflookpad
Amfibieën
wnb-hrl
25 - 50 km
pimpernelblauwtje
Insecten-Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
teunisbloempijlstaart
Insecten-Macronachtvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
25 - 50 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
wnb-hrl
25 - 50 km
Houting
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
bruine eikenpage
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
50 - 100 km
duinparelmoervlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
50 - 100 km
spiegeldikkopje
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
50 - 100 km
veldparelmoervlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Donkere waterjuffer
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Gewone bronlibel
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Speerwaterjuffer
Insecten-Libellen
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Berggamander
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Brave hendrik
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Honingorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Karwijselie
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
Kleine ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Liggende ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Moerasgamander
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Rozenkransje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Scherpkruid
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Smalle raai
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Wilde weit
Vaatplanten
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Beekdonderpad
Vissen
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
50 - 100 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
50 - 100 km
grote vuurvlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Gaffellibel
Insecten-Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Noordse winterjuffer
Insecten-Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Kemps zeeschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
wnb-hrl
50 - 100 km
Atlantische steur
Vissen
wnb-hrl
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Dwergvinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Griend
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Potvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Tuimelaar
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
bruin dikkopje
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
100 - 250 km
veenbesblauwtje
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
100 - 250 km
veenbesparelmoervlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
100 - 250 km
veenhooibeestje
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Bosdravik
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Breed wollegras
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Gladde zegge
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Groene nachtorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Kalketrip
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
Lange zonnedauw
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Trosgamander
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Gestippelde alver
Vissen
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Eikelmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
100 - 250 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
100 - 250 km
donker pimpernelblauwtje
Insecten-Dagvlinders
wnb-hrl
100 - 250 km
Oostelijke witsnuitlibel
Insecten-Libellen
wnb-hrl
100 - 250 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Hamster
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Narwal
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-10-2019 08:23:22
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
bijlage 3 checklist vooronderzoek vleermuizen
Archimil BV
Afdeling Ecologie
Vleermuizenprotocol
(versie 13 maart 2017)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten? JA / NEE Zo niet, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
JA / NEE
3. Open water Is er open water aanwezig?
JA / NEE
a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?
JA / NEE
JA / NEE
a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?
JA / NEE
a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)
Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
c)
Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
d)
Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.
JA / NEE
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
bijlage 4 fotobijlage Foto’s quickscan (d.d. 4 oktober 2019)
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
Foto’s aanvullende schouw (d.d. 7 augustus 2020)
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
Archimil BV
Afdeling Ecologie
17 augustus 2020 rapportnummer: 3524R003
bijlage 5 overzicht te rooien bomen
Archimil BV
Afdeling Ecologie
21 51
13
25
11
29
9
31
33
43
35
41
27
39
37
15
23
49 47 45
10
B
12 15
^P
28
Officierscasino
56
: B8456
Schaal
: Geen
58
Projectnr.
54
44A
44
42
40
38
46
34
36
Kampweg Soesterberg 32
26
^P
Datum
: 10-8-2020
Bladnummer
: 1-1
Gageldijk 4F | 3566 ME Utrecht | Tel. 030-2644333 | info@copijn.nl K:\br\Projecten\B-2020\B8456_IQNN_aanvullingen officierscasino Soesterberg\Intern\Tekeningen\VO 001 bouwvlakkenplan voor plankaart.20200731.dwg