CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting _Bijlage 2 Aanvullende Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Officierscasino Soesterberg7.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende Cultuur- en Bouwhistorische verkenning Officierscasino te Soesterberg

Juni 2020 Kollhoff Pols Architecten, IQNN Development

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Inleiding Historische-stedenbouwkundige context De bouwinstructie aan de Bauleitung der Luftwaffe De bouw van Fliegerhorst Soesterberg De geschiedenis van het Officierscasino Soesterberg Wijzigingen aan het Officierscasino na 1945 Kernwaarden van het Officierscasino Soesterberg Bronnen

1 2 8 11 13 22 25 28

1.

Inleiding

Dit rapport is opgesteld in het kader van de herontwikkeling van het Officierscasino te Soesterberg inclusief het bijbehorende terrein. Vooruitlopend op de verkoop en herontwikkeling van het Officierscasino te Soesterberg is door Bureau M&DM uit Amsterdam in 2015 een Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning opgesteld. In dit rapport wordt ervan uitgegaan dat de oorspronkelijke bouwtekeningen destijds door de Duitsers zijn vernietigd. Dat berust echter op een misverstand. Kollhoff & Pols Architecten heeft bij het Nationaal Archief informatie opgevraagd en acht oorspronkelijke bouwtekeningen uit de periode november 1940 tot maart 1941 ontvangen. Deze tekeningen zijn in het werk gecontroleerd en blijken qua hoofdopzet, detaillering en maatvoering zeer nauwkeurig met de werkelijkheid overeen te komen. Bovendien is op de tekeningen bij elke ruimte de functie vermeld. In de Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning zijn, vanwege het ontbreken van tekeningen, diverse aannamen gedaan die, na bestudering van de tekeningen en intensief onderzoek in het pand zelf, niet meer blijken te kloppen of in ieder geval moeten worden genuanceerd. In dit rapport is daarom een aanvulling geschreven op de eerder uitgevoerde Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning.

1

2. Historische-stedenbouwkundige context Soesterberg heeft een interessante ontstaansgeschiedenis. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van een historische schets getracht te benoemen welke aspecten van invloed zijn geweest op de omgeving rondom het Officierscasino. Verkavelingsbesluit Amersfoortsestraat in 1652 In de 17e eeuw ontbreekt een goede verbinding tussen Amersfoort en Utrecht. Tussen beide plaatsen ligt een onherbergzaam heidegebied met heuvels en kronkelende zandwegen. Amersfoort wil aansluiting met het rijke Holland en komt daarom met een plan voor een nieuwe, kaarsrechte ‘Straatweg van Amersfoort naar Utrecht’. Gedeputeerde Staten gaat in 1652 akkoord.

Vanwege de kosten besluit men om de weg in vakken op te delen. Een nieuwe eigenaar kan gratis een vak krijgen, maar wel onder de voorwaarde dat de eigenaar zijn wegdeel zelf aanlegt, beplant en onderhoudt. Wie er een huis bouwt en gaat wonen krijgt bovendien een tweemaal zo groot kavel, naast allerlei belastingvoordelen. Elk kavel omvat een wegvak van 376m lang (100 roeden) met aan weerszijden van de weg een stuk grond van 50 roeden diep (188m). De kavels zijn van elkaar gescheiden door zijwegen of ‘sorties’ met een breedte van 5 roeden (18,8m). Die zijwegen krijgen een enkele rij eiken aan weerszijden en dienen als doorgang naar de gemeenschappelijke heide, o.a. ten behoeve van de schapenhouders. Het duurt uiteindelijk tot 1808 voordat de weg voor het eerst met keien bestraat wordt. De overheid neemt het onderhoud over. De bebouwing langs de weg komt pas vanaf 1880 op gang. Aangetrokken door de leegte en de natuur vestigen zich allerlei instellingen, zoals internaten, kloosters, gestichten en gezondheidskolonies. De aanleg van de weg is een vroeg voorbeeld van een Publiek-Private Samenwerking (PPS) die uiteindelijk heeft bijgedragen aan het ontstaan van de Amersfoortseweg, de huidige N237 en

2

daarmee de ontsluiting van Amersfoort richting het westen van het land. De weg is bepalend geweest voor de nog altijd zichtbare verkaveling van het gebied. Ontstaan en groei van Soesterberg Soesterberg ontstaat op het kruispunt van de Amersfoortseweg en de oude postweg tussen Arnhem en Amsterdam. Hier ligt Herberg ‘Huis ten Halve’, de plek waar postkoetsen halverwege op de route van Amsterdam naar Arnhem hun paarden wisselen. De naam Soesterberg wordt in 1837 bij Koninklijk Besluit vastgesteld. Na de verkaveling uit 1652 ontstaan enkele buitenplaatsen. Daarnaast vormt zich langs de Amersfoorsteweg in de loop der tijd lintbebouwing. De huidige Kampweg groeit in de 19e eeuw in noordelijke richting uit tot een dwarsweg van de Amersfoortseweg. De weg voert naar Soest en wordt onder andere gebruikt ten behoeve van de bevoorrading van Herberg “Huis ten Halve” en later ook als verbinding naar het station van Soest.

Rond het jaar 1900 telt Soesterberg circa 300 inwoners. Een groot dorp is het dan nog niet. In 1910 volgt echter het initiatief van de Haagse ondernemers Lugard en Verwey om op de heide ten Noorden van Soesterberg een start- en landingsplaats voor vliegtuigen aan te leggen, als basis voor hun commerciële activiteiten. De grond wordt gehuurd. De ondernemers willen op het terrein vliegproeven doen met het doel om naast hun autobedrijf ook actief te worden in de vliegtuigbouw. De Haagse ondernemers gaan echter binnen twee jaar failliet. In 1913 koopt het Rijk de grond en wordt het vliegveld in gebruik genomen door de Luchtvaartafdeling van de Koninklijke Landmacht (LVA). In de decennia daarna groeit de vliegheide uit tot volwaardige vliegbasis.

3

Vanaf 1900 raakt het gebied steeds meer in trek bij rijke particulieren uit het westen van het land. Naast het dorp Soesterberg ligt de laat zeventiende-eeuwse buitenplaats 'Bloemheuvel'. Hier laat mevrouw Van Steyn uit Den Haag in 1913 een bestaande boerderij slopen en bouwt er landhuis Egghermonde. Zij woont er vanaf 1914. Omstreeks 1920 koopt de heer Tetrode, directeur van de Nederlandse Bank, het landhuis inclusief het bijbehorende bosareaal. In de jaren zestig van de 20ste eeuw wordt het terrein uiteindelijk verkocht en grotendeels verkaveld ten behoeve van de nieuwe wijken Bloemheuvel en Egghermonde. Op onderstaande foto uit 1930 (rode lijn is Amersfoortseweg, de stip is de locatie van het Officierscasino) is goed te zien dat Soesterberg oorspronkelijk is gegroeid binnen twee wegvakken van de oorspronkelijke verkaveling uit 1652. De vakken aan de noordkant van de Kampweg zijn omstreeks 1930 nog vrijwel onbebouwd: het vak direct naast de Kampweg is landbouwgrond terwijl de daaraan grenzende vakken volledig als bosareaal zijn ingericht. Op de foto is ook de scherpe overgang met de heide zichtbaar.

Luchtfoto – Soesterberg omstreeks 1930 In 1922 is één van de eerste sportclubs in Soesterberg de ‘Voetbal en atletiekvereniging Soesterberg’. Het initiatief hiertoe gaat uit van de militairen op het vliegkamp. Men start op de Sportweg, maar verhuist al snel naar een terrein aan de Kampweg dat men huurt van de familie Pichot, eigenaar van de villa naast Nellystein aan de Amersfoorsteweg. Dit sportveld wordt later onderdeel van het

4

Officierscasino. De Kampweg heet eerst nog Koningsweg en Kampstraat, maar krijgt in 1925 zijn huidige naam. In Soesterberg liep de Amerfoortseweg oorspronkelijk rechtdoor via wat tegenwoordig de Rademakerstraat en de Banningstraat heet. De omlegging van de N237 vindt plaats in 1973. Daarna neemt het belang van Soesterberg als ‘pleisterplaats’ sterk af. In die tijd was er in het dorp echter nog wel een hoop activiteit vanwege de aanwezigheid van de Amerikanen. Vanaf 1954 is een Amerikaans squadron gevechtsvliegtuigen op Vliegveld Soesterberg gelegerd. Dit geeft een hoop lawaai van straaljagers en een straatbeeld met grote Amerikaanse auto’s. Het is de tijd van de Koude Oorlog, de Amerikanen zijn aanwezig om de Europese luchtmacht te versterken. Na de val van de Berlijnse muur neemt de dreiging echter af en in 1994 vertrekken de Amerikanen weer uit Soesterberg. De aanleg van de Amersfoorsteweg en – veel later – het vliegveld zijn belangrijke initiatieven geweest die hebben bijgedragen aan de groei van Soesterberg. Het verdwijnen van de pleisterplaatsfunctie, van de Amerikanen en uiteindelijk van vliegbasis (sluiting in 2008) had echter weer een negatieve impact op de bedrijvigheid en levendigheid in het dorp. Een historie van ‘rise and fall’. Soesterberg is momenteel een rustige woonplaats, gelegen in een mooie omgeving en met een goede bereikbaarheid.

Na de sluiting van de vliegbasis sorteert Soesterberg nu voor op verdere groei van het aantal inwoners en de ontwikkeling van een aantrekkelijke, hoogwaardige woonomgeving. Op diverse locaties worden nieuwe woonwijken ontwikkeld. De natuur en het Nationaal Militair Museum zijn een belangrijke trekker voor toeristen. En de kernkwaliteit van Soesterberg is sinds 1652 in feite ongewijzigd: het dorp is van oudsher gelegen in een fraai natuurgebied op niet al te grote afstand van de steden Amersfoort en Utrecht. De ontwikkeling van het landschap In de 17e eeuw was de Utrechtse heuvelrug een heidegebied dat door overbeweiding en het steken van plaggen te kampen had met zandverstuivingen. Het was onherbergzaam en nauwelijks bewoond. Na de aanleg van de Amersfoortseweg hadden hier vele buitenplaatsen moeten komen, maar het gebied was te droog, te onvruchtbaar en te moeilijk bereikbaar. De omgeving is pas laat, vanaf het begin van de 20e eeuw, een populair woongebied geworden. Er is daardoor nog altijd veel ruimte voor de natuur. Dwars door het oorspronkelijke heidegebied loopt vanwege het verkavelingsplan uit 1652 een brede strook grond die door de eeuwen heen is gecultiveerd. Het 17e eeuwse plan dicteerde zowel voor de Amersfoortseweg als de zijwegen een beplanting met aan weerzijden rijen eiken.

De vakken zelf werden door de nieuwe eigenaren ingericht maar de droge, onvruchtbare bodem beperkte de mogelijkheden. Goede landbouwgrond was het niet en zelfs de aanleg van formele tuinen bij een buitenplaats was een opgave. Uiteindelijk kozen veel eigenaren voor de aanleg van bosarealen. De inrichting rondom een buiten/landhuis kenmerkt zich vooral als landschapspark. Oorspronkelijk werd gekozen voor de aanplant van loofbomen, maar men ontdekte al snel dat naaldbomen ook geschikt waren en sneller groeiden. Op het terrein van het Officierscasino is dit nog herkenbaar. Het open terrein lag op de grens van een bosareaal: langs de Kamerlingh Onneslaan staat nog altijd een strook naaldbomen, die doorloopt op het aangrenzende terrein van het Centrum voor Mens en Luchtvaart.

5

Langs de Kampweg is de eik de meest voorkomende boom, hetgeen nog altijd in lijn is met de plannen uit 1652. De eik is ook in de fors uitgegroeide boomsingels het meest dominant. De tuin- en erfinrichting door de Duitsers was eenvoudig. Het halfronde gazon met de vlaggenmast had als enige aanplant enkele struiken en heesters. Het gebouw was een blikvanger vanaf de weg en er was nauwelijks sprake van een tuinaanleg.

Foto – Situatie in de jaren ‘70 Dit verandert begin jaren ’70 (zie foto). Het terrein wordt meer landschappelijk met een afwisseling van open ruimtes, solitaire bomen, gazons en veel rododendrons en andere heesters. De dwarsvleugel is vanaf de Kampweg nauwelijks meer zichtbaar. Wel is het voorterrein nog open en is er langs de Kampweg sprake van een lage haag. De singelbeplanting tussen voetbalveld en Officierscasino wordt landschappelijk door diverse boomsoorten in een curve bij te planten. In de gazons en tegen de gevels zijn, los en in stroken, struiken en heesters aangeplant. Het terrein van het Officierscasino is aanzienlijk verdicht. In de Cultuurhistorische verkenning d.d. 2015 is beschreven dat het zicht op het gebouw en de naoorlogse tuinaanleg vrijwel is verdwenen: “De historische structuur van 1652 is mede vanwege de tuinaanleg, die niet uitgaat van lineaire begrenzingen, maar van vloeiende overgangen, niet of nauwelijks meer aanwezig. Het representatieve van de kopgevel en de structuur van de nokrichting van de lage aanbouwen parallel aan de weg zijn verworden tot onzichtbare stedenbouwkundige, landschappelijke kwaliteiten.” “De openheid binnen het terrein en de overgang van open naar bebost gebied zijn ondanks de wildgroei en ondergroei nog sterk aanwezig. Dit zijn (cultuurhistorische) kwaliteiten binnen de landschappelijke situering van het gebouw”.

6

Stedenbouwkundige ingrediënten voor de herontwikkeling van het Officierscasino Gelet op de hiervoor geschetste historische-stedenbouwkundige context zijn naar ons idee de volgende aspecten relevant voor de herontwikkeling van het casino: - De wegenstructuur is bepaald door de verkavelingsstructuur uit 1652 met de Rademakerstraat/Banningstraat (voorheen de Amersfoorsteweg) als hoofdas en de zijwegen (waaronder de Kampweg) haaks daarop. - De Kampweg was een belangrijke route naar het Vliegkamp (en naar Kamp Zeist). - De Kampweg ligt op de scheiding van al vroeg in de historie bebouwde kavels aan de ene kant (het dorp Soesterberg) en de vrijwel onbebouwde kavels aan de andere kant (weilanden en bosareaal). - De locatie van het Officierscasino is, vanwege het particuliere eigendom, tot ver in de 20e eeuw onderdeel geweest van een groen kavel. Hier lag van oudsher een open weiland, omsloten door bebossing en windsingels. Door de aanleg van de woonwijken Bloemheuvel en Egghermonde is weinig overgebleven van het oorspronkelijke bosareaal en de weilanden. De recente nieuwbouw van woonwijk Noorduyn is een vervolgstap in een verdere, fijnkorrelige verkaveling van het oorspronkelijke groene kavel met bos en weiland. Het streven is om met de herontwikkeling van het Officierscasino een deel van de oorspronkelijke openheid en bosachtige structuur te behouden en weer zichtbaar te maken.

7

3.

De bouwinstructie aan de Bauleitung der Luftwaffe

De vraag is hoe het Officierscasino qua bouwwerk en architectuur getypeerd moet worden. In de oorspronkelijke cultuurhistorische verkenning wordt gesteld dat het Officierscasino onderdeel was van een planmatige aanpak, van een plan dat van tevoren al was doordacht. In onze visie moet de oorsprong van de architectuur in Soesterberg gezocht worden in de ideologie van Hitler-Duitsland en de instructies die de bouwende afdelingen van de Duitse Wehrmacht van hogerhand meekregen. Nazi-Duitsland bestond bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog in 1939 in feite pas 6 jaar. Het lijkt niet echt aannemelijk dat de nazidictatuur, gelet ook op alle activiteiten in eigen land en aan het Oostfront, de inval in Nederland van tevoren tot in het kleinste detail heeft gepland. Het innemen en uitbreiden van de vliegbasis in Soesterberg zal goed zijn voorbereid, maar in de dagelijkse praktijk na 10 mei 1940 zal regelmatig sprake zijn geweest van improvisatie en ad-hoc beslissingen. Voor een goed begrip van het tijdsperspectief voorafgaande aan 1940 geven wij een korte schets van de jaren voorafgaande aan de bouw van het Officierscasino. Opkomst van de Duitse dictatuur – 1933 t/m 1940 Door een wereldwijde economische crisis die eind jaren twintig begint lukt het Duitsland niet de oorlogsschulden te betalen die zijn vastgelegd in de vredesovereenkomst van Versailles.

Miljoenen Duitsers raken werkloos en ook politiek is er sprake van een crisis. Kabinetten vallen en er zijn voortdurend nieuwe verkiezingen. Tegen deze achtergrond komt de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) op. Bij haar oprichting in 1920 is het een kleine partij. Hitler weet met zijn spreektalent steeds meer leden aan te trekken. De partij kenmerkt zich door een extreem nationalisme en antisemitisme. In november 1923 probeert Hitler door middel van een staatsgreep de macht te grijpen. Dit draait uit op een grote mislukking. Hitler belandt achter de tralies en de rechter verbiedt de NSDAP. In de gevangenis schrijft Hitler Mein Kampf. Eind 1924 komt Hitler na een relatief lichte straf vrij. Het lukt de NSDAP daarna om via verkiezingen steeds meer macht te krijgen. De conservatieve partijen speelden daarin ook een belangrijke rol. In 1932 hebben ze na de verkiezingen geen meerderheid en zoeken een samenwerking met de NSDAP. Hitler wordt vervolgens op 30 januari 1933 benoemd tot Kanselier en trekt daarna steeds meer macht naar zich toe. Een sleutelmoment hierin is de brand in de Rijksdag, het parlementsgebouw op 27 februari 1933. De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe wordt gearresteerd en terecht gesteld. Rijkspresident Von Hindenburg kondigt daarna de Rijksdagbrandverordening af. Deze legt de basis voor de nazidictatuur.

De burgerrechten van de Duitse bevolking worden fors ingeperkt. De politieke tegenstanders van de nazi’s zijn vogelvrij. In een sfeer van intimidatie vinden op 5 maart 1933 nieuwe verkiezingen plaats. De NSDAP behaalt geen meerderheid. De arrestaties en intimidaties nemen toe en de regering verbiedt de communistische partij. Politieke tegensstanders worden gearresteerd en ondergebracht in de eerste concentratiekampen. Op 23 maart 1933 komt het parlement in Berlijn samen en neemt de machtigingswet aan, een wet die de grondwet aan de kant zet. Vanaf juli 1933 is Duitsland een éénpartijstaat. Wat volgt is een periode waarin alles wat ‘on-Duits’ is moet verdwijnen. In 1936 sluit Duitsland een bondgenootschap

8

met Italië. In 1938 volgt de Anschluss met Oostenrijk. En in september 1939 de inval in Polen, de start van de Tweede Wereldoorlog. Op 10 mei 1940 is Nederland aan de beurt. Architectuur volgens het nazi-ideaal In Duitsland ontstond in de periode van 1910 tot 1933 de stroming ‘Das Neue Bauen’. De architecten wilden met gebruik van moderne materialen en technieken een oplossing bieden voor de dringende behoefte aan goede woningbouw en de ontwikkeling van het individu. De gebouwen moesten functioneel zijn en moesten licht, lucht en ruimte bieden. De beweging Bauhaus met vertegenwoordigers als Bruno Taut en Walter Gropius is het meest bekend.

Foto - Wilskistraße, Berlin (1926–1931), architect Bruno Taut Na de machtsovername door de NSDAP waait de wind uit een heel andere hoek. Het vrije denken en de nadruk op het individu passen niet in het denken van Hitler. Bauhaus wordt gezien als vijand van de NSDAP. De school wordt in 1933 gesloten en veel bekende vertegenwoordigers van Bauhaus vluchten naar de VS of Israël. Hitler en de NSDAP hebben hun eigen visie op de meest geschikte architectuur voor het door hen beoogde Duitsland. Bekend is dat Hitler een grote voorliefde had voor architectuur. Al direct na zijn benoeming tot Kanselier in 1933 wil hij een nieuwe Reichskanzlei. En in de maanden daarna geeft hij opdracht voor de constructie van allerlei monumentale gebouwen, her en der in Berlijn. Het ontwerp van Heinrich Wolff voor de Reichsbank (1934) en het ontwerp van Ernst Sagebiel voor het Reichsluftfahrtministerium (1935) zetten de toon voor de architectuur van de nazi´s. De gebouwen zijn groot, strak van lijn en vrijwel zonder enige vorm van decoratie. De bouwers maken gebruik van de modernste productiemethodes en de inrichting is puur functionalistisch. De kern van deze gebouwen is een skelet van staal en beton, maar in opdracht van Hitler wel met een ambachtelijke, ‘Duitse’ afwerking.

De uit München afkomstige Paul Ludwig Troost is in eerste instantie de hofarchitect van Hitler, maar na diens overlijden in 1934 neemt Albert Speer deze rol over. Speer ontwerpt talrijke gebouwen in klassieke stijl, die als doel hadden de macht van het Derde Rijk te onderstrepen. Speers architectuur is de bouwkundige uitdrukking van de nationaalsocialistische totalitaire ideologie en toont Hitlers megalomanie: alles moet groot, groter, grootst. Speer ontwerpt gebouwen waarin het individu reduceert tot een bewonderend subject. De bouwprojecten van Speer stroken met Hitlers esthetische voorkeuren maar worden ook buitengewoon snel en efficiënt gerealiseerd.

9

De architectuur stond in dienst van de nazi-ideologie. Alhoewel er consensus lijkt over het feit dat de Nazi’s in de 12 jaar van hun bestaan (van 1933 tot 1945) niet de tijd hebben gehad om een specifieke, eigen architectuur te ontwikkelen, was er volgens Hitler en Speer wel een duidelijk ideaal dat zich baseerde op verschillende architectuurstromingen. Er waren drie vaste ingrediënten:  Neoclassisme Gebouwen met een publieke functie moesten imponeren en werden daartoe ontworpen in een Neoclassicistische stijl, maar zonder allerlei ornamenten. De nazi-ideologie streefde naar een uitstraling van: eenvoud, uniformiteit, monumentaliteit, soliditeit en eeuwigheid.  Traditionalisme Gebouwen met een meer civiele functie werden opgezet volgens het Traditionalisme. De ambachtelijke bouwkunst werd als uitgangspunt genomen voor nieuwe architectuur. De vorm van het gebouw werd bepaald door de bestemming (en niet door de functie, zoals bij het functionalisme) en de voorkeur ging uit naar traditionele bouwmaterialen: hout, baksteen en natuursteen. Staal en beton werden wel gebruikt als constructieve toepassing, maar vervolgens zo veel mogelijk afgewerkt met andere materialen. Het naziregime koos binnen het Traditionalisme voor een landeigen stijl dat een verlangen tot uiting bracht naar tijden waarin Duitsland sterk en krachtig was: de Heimatschutz-architectuur of Heimatstil.

 Pragmatisch Gebouwen moesten vooral doelgericht zijn ontworpen met het oog op hun praktische toepasbaarheid en hun bijdrage aan de nazi-ideologie, zowel qua gebruik als in hetgeen het gebouw uitstraalde: de neoclassicistische stijl moest de grootsheid van het Derde Rijk onderschrijven, de Heimatstil moest het Duitse volk weer trots maken op hun eigen land. Gebouwen moesten de associatie oproepen van een sterk en krachtig Duitsland. De ideologie was leidend, het individu compleet onderschikt. Het Traditionalisme had in Duitsland als belangrijke vertegenwoordiger de Stuttgarter Schule. Enkele stijlkenmerken zijn: daken met schuine kappen en het gebruik van plaatselijke materialen zoals baksteen en hout. Zowel qua opvattingen als materiaalgebruik heeft de Heimatschutzarchitektur grote overeenkomsten met het traditionalisme van de Delftse School.

10

4.

De bouw van Fliegerhorst Soesterberg

Na de bezetting door de Duitsers in mei 1940 en de uitbreiding van het vliegveld naar volwaardig Fliegerhorst, was er behoefte aan meer legeringscomplexen in de buurt van de vliegbasis. Er was een redelijk nieuwe Nederlandse legeringskazerne uit de jaren 30 op het vliegveld aanwezig (zie foto), maar die was niet toereikend. Bovendien was met het oog op bombardementen legering op het vliegveld niet veilig. Om die reden kwamen er drie zogenoemde Waldlagers beschut in de bossen rondom de basis.

Foto – de soldatenkazerne (van voor 1940) De Waldlagers waren in principe kleine dorpen voor het Luftwaffe-personeel werkzaam op de vliegbasis, zoals boordwerktuigkundigen, boordschutters, monteurs, wapentechnici, bevoorraders en ander grondpersoneel. Naast legeringsgebouwen omvatten de Waldlagers alle benodigde voorzieningen voor het dagelijks leven, zoals keuken en kantine, ontspanningsruimte, kapper, postkantoor, schoenmaker, kledingreparateur, een medische post, etc. Er waren drie Waldlagers verbonden aan Fliegerhorst Soesterberg, respectievelijk genaamd Waldlager 1, 2 en 3: - Waldlager 1 was gesitueerd in de bossen tussen de hoofgebouwen van het vliegveld en De Paltz. - Waldlager 2 was gesitueerd in de bossen tussen Bosch en Duin en Huis ter Heide. - Waldlager 3 was gesitueerd in het voormalige vakantieoord Zomers Buiten te Soestduinen. De nieuwbouw van de Waldlagers werd, in lijn met de hiervoor geschetste architectuurinstructie, uitgevoerd in de zogenaamde Heimatstil, waarbij de gebouwen kenmerken hadden van de Duitse landelijke stijl. Enerzijds werd dit gedaan om de gebouwen een civiele stijl te geven als camouflage tegen bombardementen. Anderzijds werd dit gedaan om de Duitse soldaten zich thuis te laten voelen.

11

Foto – gebouw op één van de Soesterbergse Waldlagers in Heimatstil [bron: Stichting Legerplaats Soesterberg] Ook onderstaande ansichtkaarten uit de jaren 50-60 geven een goed beeld van de gebouwen in de Waldlagers. De luiken op deze foto's zijn verdwenen, maar op gebouw 2 is nog wel een rand van een kleiner model dakkapel te zien dat ook op andere Waldlager foto's uit de oorlog voorkomt.

12

Het is de vraag of de in Soesterberg toegepaste Heimatstil echt typisch Duits was. In principe zijn de gebouwen ook te beschouwen als Nederlandse boerderijen met luiken, schuine pannendaken en bouwkundige stijlelementen die in het Nederlandse Traditionalisme destijds ook zeer gebruikelijk waren. De gebouwen werden bovendien vaak door Nederlandse bedrijven en arbeiders gebouwd. Een aanzienlijke Nederlandse invloed lijkt niet uit te sluiten. 5.

De geschiedenis van het Officierscasino Soesterberg

In de Duitse Fliegerhorst Soesterberg moest ook huisvesting en ontspanning worden verzorgd voor de Duitse officieren. De officieren woonden veelal in door de bezetter ingenomen Nederlandse woningen en landhuizen. Voor hun vertier was bij aanvang van de bezetting in 1940 op de vliegbasis nog het oorspronkelijke, Nederlandse officierscasino aanwezig. Nederlandse Officierscasino – 1916 t/m 1940 Na de ingebruikname van de vliegbasis in 1910 klagen de officieren van de LVA als snel dat het dorp Soesterberg te klein is en niet voldoende hotels en pensions heeft. Veel officieren vinden een onderkomen in nabij gelegen plaatsen. Op 1 augustus 1916 wordt op het vliegkamp een ‘Paviljoen voor Officieren’ gebouwd. Behalve 20 slaapkamers, een keuken en de nodige toiletten, beschikt het houten gebouw ook over badlokalen, een scheersalon, prima ingerichte zitkamers, een eetzaal en kantinelokaal. Veranda’s, kelders en een woning voor de gérant completeren het geheel. Het gebouw krijgt bekendheid als ‘Officierscasino’. Het wordt het ontmoetingspunt van alle officieren, hun gezinnen en speciaal bezoek.

Foto – oorspronkelijke Officierscasino In de jaren vóór 1940 wordt in Soesterberg veel gekegeld. Aan de achterzijde van het Officierscasino bevindt zich de ‘kegelvleugel’, een smal bijgebouwtje dat loodrecht op het gebouw zelf staat. Deze functie zal later aan de Kampweg terugkomen. Locatie van Soldatenheim Soesterberg De Duitse bezetter neemt in 1940 het vliegveld Soesterberg over en breidt het direct fors uit. Het Officierscasino van de Nederlanders past niet in de uitbreidingsplannen en wordt gesloopt. Gezien het grote belang van vliegbasis Soesterberg en het forse aantal Duitse soldaten en officieren ligt

13

vervolgens een besluit tot de bouw van een nieuw Officierscasino voor de hand. Die nieuwbouw komt tot stand onder begeleiding van de Bauleitung der Luftwaffe, waarbij aannemer Bruil & Zanen uit Bussum ook een belangrijke rol speelt. De architect is de Duitse Hans Schiffers. De keuze voor de Kampweg is niet onlogisch. Op de vliegbasis zelf is geen ruimte beschikbaar en de kans op bombardementen is hoog. De Waldlagers zijn bestemd voor personeel en in het dorp is geen geschikte locatie voor handen. Gezocht werd naar een plek waar een gebouw kan worden gerealiseerd met de juiste grandeur, op niet al te grote afstand van de vliegbasis. De locatie aan de Kampweg was nog onbebouwd en bovendien was er een sportveld aanwezig. Het is dan ook in alle opzichten een prima locatie voor de nieuwbouw van een groot Officierscasino met ‘sport en ontspanning’ als belangrijkste bestemming. De Duitsers nemen de bestrating van de Kampweg mee in de bouw en zorgen zo voor een goede bereikbaarheid vanaf de Amersfoortseweg.

Luchtfoto – bosareaal voormalige landgoed Bloemheuvel nog vrijwel onaangetast Functionele opzet van het Officierscasino Op basis van de beschikbare bouwtekeningen is de hoofdopzet van het gebouw en het oorspronkelijke gebruik goed te herleiden. Het gebouw huisvest vrijwel uitsluitend functies die zijn gericht op ontspanning en vermaak. De legeringsfunctie is ondergeschikt of vrijwel niet aanwezig.

14

Begane grond: - de centrale Hal, met Duitse vlag en beeld van Hitler (Halle) - een Grote Zaal met toneel (groβer Saal und Bühne) - een Kleine Zaal op de kop van de zijvleugel (kleiner Saal) - Vijf (zit)kamers in de zijvleugel (Zimmer)

Eerste verdieping: - Een biljartzaal (Billard Raum) - Een tafeltennis zaal (Tisch-Tennis Raum) Kelder: - Een kegelruimte met 2 banen van 20m, inclusief garderobe/kleedruimte (Kegelzimmer) - Een zogenaamde Trinkstube (ook wel Herrenstube), waarschijnlijk met open haard Op de begane grond bevindt zich een ruime entree met grote garderobe en de heren toiletten (Herren). De damestoiletten (Frauen) zijn van dezelfde afmeting en bevinden zich in de kelder. De Grote Zaal is ontworpen voor een opstelling met 520 stoelen. Daarnaast is de zaal ook geschikt voor grote diners. Het multifunctionele gebruik van de zaal blijkt ook uit het feit dat de Kroonluchters in hoogte verstelbaar zijn. Voor de opslag van alle tafels en stoelen zijn twee grote opslagruimten opgenomen: één in de kelder (Stuhllager) en één op de 2e verdieping boven de centrale hal (Stühle, Tische Raum). De Grote Zaal had een grote Bühne met rechte achterwand, waarachter diverse ruimten uit het zicht waren geplaatst: een opslagkamer voor apparaten (Geräte), een make-up ruimte (Schminkzimmer), 2 kleedkamers en een toilet. Bovendien was aan de zaalzijde voorzien in een orkestbak (Orchester) en een plek voor een souffleur (Souffleur Kasten). De Grote Zaal werd ook gebruikt voor film en propaganda. Hiervoor was een projectieruimte (Vorführraum) aanwezig boven de Centrale Hal.

Aangrenzend aan deze ruimte bevonden zich een schakelruimte/apparatenopslag (Apparate raum), een filmopslag (Filme) en een toilet. Deze ruimten waren niet toegankelijk vanuit het gebouw zelf. Personeel moest buitenom via een trap naar boven en bleef buiten zicht van de officieren. De tekening vermeldt: “Treppe zum Bildwerferraum mit Ausgang ins Freie”.

15

Op de begane grond van de zijvleugel bevond zich een grote keuken met: - Uitgifte incl. verkoop van dranken, sigaretten, etc. (Ausgabe) - Bereidingskeuken warm (Küche) - Bereidingskeuken koud (Kalte Küche) - Schilruimte (Schälraum) - Opslagruimte (Magazin) - Koelruimten (Vorkühlraum und Kühlraum) - Spoelkeuken (Spüle) - Ontvangst goederen (Annahme) De keuken stond in directe verbinding met de Grote Zaal, maar personeel bleef in principe uit zicht van de officieren. Het lijkt er wel op dat officieren binnen konden lopen voor de aanschaf van sigaretten, etc. Naast de koelruimten op de begane grond is ook nog een koelruimte (Kühlraum) voorzien in de kelder. In de kelder is tevens een grote Bierkeller te vinden (naast de Trinkstube). De bevoorrading verliep via de achterzijde van de zijvleugel. De kaplaag van het hoofdgebouw was niet in gebruik. De vloer was niet beloopbaar en de spanten stonden een functioneel gebruik in de weg. De kaplaag van de zijvleugel was slechts beperkt in gebruik, het grootste deel van de kap was leeg. Hier bevonden zich slechts 6 kleine kamers met een gemeenschappelijke badkamer, bereikbaar via de gemeenschappelijke gang. Het uiteinde van de kapverdieping was onbruikbaar. Hier is een kapconstructie van een ouder gebouw gebruikt als basis voor de nieuwe kap.

Het lijkt aannemelijk dat de aanwezige, kleine slaapkamers in de kap van de zijvleugel, slechts bestemd waren voor de beheerder en het personeel. In de kop van de zijvleugel bevonden zich in de kelder twee grote Luftschutz-ruimten (ivm luchtaanvallen) met een kleine voorruimte (gassluis). De ruimten zijn afsluitbaar met stalen deuren. De techniekruimten bevonden zich op twee posities: - In de kelder onder de centrale hal was de ‘Heizung’ van de Grote Zaal opgenomen, inclusief kolenopslag. Via bouwkundige verwarmingskanalen in de kruipruimte onder de zaal, langs de gevels, kwam warme lucht via wandopeningen de zaal in, direct onder de hoge vensters. - In de zijvleugels was ook een grote stookruimte opgenomen. Op nivo -1 bevond zich een ruime kolenopslag. Op een speciaal verdiept keldernivo -2 bevond zich de stookinstallatie. Op deze positie is een schacht met schoorsteen op het dak te vinden. In tegenstelling tot de aannamen die zijn gedaan in de Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning d.d. maart 2015 lijkt het Officierscasino slechts één functie te hebben gehad: het gebouw was bestemd voor ‘propaganda en ontspanning’ en niet voor het legeren van militairen. De kans bestaat dat het oorspronkelijke Nederlandse Officierscasino op de vliegbasis een belangrijk vertrekpunt is geweest voor het programma van eisen voor de nieuwbouw.

Het lijkt namelijk niet erg aannemelijk dat de centrale Bauleitung der Luftwaffe zou hebben voorgeschreven dat er een kegelbaan moest komen. Het ligt meer voor de hand dat dit is overgenomen omdat het reeds aanwezig was in het oorspronkelijke gebouw en goed in de smaak viel bij de Duitse officieren.

16

De uitvoering van het Officierscasino De nieuwbouw wordt op 1 juni 1940 geïnitieerd. De beschikbare bouwtekeningen zijn afgetekend in de periode november 1940 – maart 1941. Dit strookt met de vermelding dat de uitvoering tien maanden zou hebben geduurd. De opening is op 13 november 1941. In de Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning d.d. maart 2015 wordt gesteld dat “zonneklaar” is dat het Werhmachtheim te Soesterberg gebaseerd is op Regelbau, oftewel een gestandaardiseerde bouw zoals bijvoorbeeld toegepast bij de aanleg van de Atlantik wall. Het lijkt ons echter niet erg aannemelijk dat de Duitsers voor een dergelijk uniek project een standaard opzet hadden klaarliggen. Voor de aanleg en inrichting van vliegvelden - en waarschijnlijk ook voor de diverse Waldlagers - was vooraf vast en zeker een plan opgesteld, maar het Officierscasino was uniek. Het ligt meer voor de hand dat de architect, Hans Schiffers, samen met de Bauleitung gezocht heeft naar een goed referentieproject. In de Verkenning wordt een gebouw in Rudolstadt, nabij Leipzig, als mogelijke referentie genoemd. Dit zou inderdaad als voorbeeld gediend kunnen hebben.

Foto – Zaal van het Hitler-Jugend Heim te Rudolstadt Het dak op de zaal in Rudolstadt is geconstrueerd met zware houten draagbalken en zichtbare houten dwarsbalken. Opvallend is dat dit voor Soesterberg op eenzelfde wijze is getekend, maar dan met een verlaagd plafond.

Tekening – fragment bouwtekening met doorsnede Groβer Saal

17

Het lijkt erop dat de constructieve opzet zoals door architect Schiffers aangegeven niet haalbaar was. Ten eerste is de overspanning in Soesterberg (ca. 15m) aanzienlijk groter dan in Rudolstadt en ten tweede is het zeer de vraag of in 1941 het door de architect getekende formaat hout aanwezig was. Onze inschatting is dat de Nederlandse aannemer het probleem heeft opgelost door toepassing van een spantconstructie die was uit te voeren met beschikbare materialen en balken. Er is vrijwel overal in de kap gewerkt met 7cm dikke houten balken. De schoorbalken zijn zelfs samengesteld uit meerdere planken.

Foto – bestaande spantconstructie De ontwerpkeuze voor de zware houten draagbalken verklaart mogelijk de forse (metsel werk) draagmuren met voldoende oplegging. De 77cm dikke gevelwand van de zaal maakte het ook mogelijk om de verwarmingskanalen onder de raamvensters uit het zicht weg te werken. Of de veiligheid bij bombardementen nog van invloed was bij het bepalen van de muurdikte is de vraag. In tegenstelling tot de gebouwen van de Waldlagers kan van het Officierscasino niet gesteld worden dat het vanuit de lucht moeilijk zichtbaar was: het was groot en lag in een open veld. In de Cultuur- en Bouwhistorische Verkenning d.d. maart 2015 wordt gesteld dat het gebouw wordt gekenmerkt door een representatieve hoofdmassa en een ondergeschikte dwarsvleugel. De hoofdmassa is monumentaal, terwijl de dwarsvleugel ‘landelijk’ is vormgegeven. De interieurs zijn in lijn hiermee: indrukwekkend/monumentaal in het hoofdgebouw en landelijk/gemütlich in de vleugel. Wij onderschrijven deze visie. De hoofdmassa is gericht op representatie en moet de grootsheid van het Derde Rijk tonen. De schaal is groot, de mens is nietig. Het neo-classicisme is herkenbaar in de natuursteen entree, het gebruik van natuursteen in de gevel (plint en lijst), de monumentale omvang van de voornaamste ontvangstruimten en in het volledige interieur van het hoofdgebouw.

Alles ten dienste van de grote zaal die was bestemd voor 520 mensen.

18

De dwarsvleugel is binnen heel anders van opzet. De 4 meter brede gang op de begane grond verbindt de vleugel weliswaar op monumentale wijze met de centrale hal, maar verder is dit lagere bouwdeel qua gebruik en vormgeving eenvoudig en vooral gericht op ‘verpozen’: gezelligheid, huiskamers, een kleinere zaal, een kegelbaan, etc. Het exterieur van zowel het hoofdgebouw als de vleugel volgen met name het Traditionalisme. Het gebouw was bestemd voor eigen gebruik en had niet als hoofddoel om de buitenwereld te imponeren (waarvoor een neo-classicistische uistraling voor de hand zou liggen). Herkenbaar zijn diverse kenmerken van de Duitse landelijke stijl, de Heimatstil: metselwerk, ramen met luiken, schuine daken, dakkapellen, gebruik van lokale materialen (stenen, dakpannen, hout, etc.). Het lijkt aannemelijk dat, net als bij de Waldlagers, ook bij het Officierscasino primair is gestreefd naar het creëren van een Heimat-gevoel en dat daarbij dezelfde bouwkundige ingrediënten zijn gebruikt. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat veel van de toegepaste bouwkundige elementen ook al waren toegepast bij de gebouwen die door de Nederlanders vóór 1940 op de vliegbasis waren gebouwd. Zie bijvoorbeeld de foto van de soldatenkazerne die destijds bij aanvang van de bezetting al op de vliegbasis aanwezig was.

De architectuur van het Officierscasino bevat qua exterieur geen echt specifiek Duits-landelijke kenmerken. Het gebouw past op zich ook goed in het Nederlandse Traditionalisme van de jaren ’30 tot ’40. De dakvorm van de dwarsvleugel lijkt te zijn gedicteerd door het hergebruik van een oude kapconstructie. Dit is te zien op de bouwtekening en nog aanwezig in het huidige gebouw. In de dwarsvleugel is een oude dakconstructie – waarschijnlijk afkomstig van een gesloopt pand in de directe omgeving - hergebruikt als basis voor de kap. De oude constructie is opgehoogd. De schuinte van het dakvlak wordt gedicteerd door het oude spant. Het lijkt niet voor de hand te liggen dat de keuze van het hergebruik is ingegeven door materiaalgebrek. Eerder lijkt men een lokale, reeds bestaande dakvorm te hebben willen kopiëren.

19

Tekening – fragment bouwtekening met doorsnede kop zijvleugel

Foto – bestaande spantconstructie kop zijvleugel De gevel van het hoofdgebouw is opgezet met een raamverdeling 3,72m hart-op-hart en afwijkende restmaten op de kop van het gebouw. De spanten in de kap boven de theaterzaal volgen dit ritme en zijn in het hart van de gevelpenanten geplaatst (spantdikte 22cm en tussenmaat 3,50m). De kapconstructie van het hoofgebouw is geheel in hout uitgevoerd. Alleen het cassetteplafond boven de centrale hal is in beton uitgevoerd en vormt een dragende vloer voor de bovenliggende ruimte (oorspronkelijk een opslagruimte voor stoelen). De kaplaag van het hoofdgebouw is vanwege de uiteindelijk gekozen vorm van de kapspanten niet functioneel in te richten. De gevels van de zijvleugel zijn opgezet met een raamverdeling van 3,50m h.o.h. hetgeen resulteert in een indelingsstramien van 7,00m (binnenmaat 6,78m en 22cm scheidingswand). Zowel in de kelder als op de begane grond is een belangrijk deel van de kamers op deze wijze ingepast. De

20

kapconstructie van de zijvleugel is geheel in hout uitgevoerd, zonder vaste h.o.h.-maat. De positie van de spanten wordt gedicteerd door de onderliggende draagmuren op het 7,0m stramien en de oorspronkelijke indeling van de kamers in de kap. De kop van de zijvleugel is, zoals hiervoor beschreven, vanwege het hergebruik van een oudere kapconstructie, vrijwel onbruikbaar. Overigens geldt dat het grootste deel van de zolder in 1941 niet functioneel was ingericht. Dit is ook na de oorlog niet wezenlijk veranderd. Het willekeurige ritme van de spanten staat een goede indeelbaarheid en dus de bruikbaarheid van de kap in de weg. Het gebruik van het Officierscasino tot 1945 De opening van het gebouw is op 13 november 1941. Volgens de Cultuurhistorische verkenning wordt het oorspronkelijke gebruik als officierscasino al in maart 1942 gestaakt. In de periode tot mei 1945 is de grote zaal ook als hospitaal gebruikt (mogelijk zoals getoond op onderstaande foto).

Foto – Grote zaal met bedden

21

6.

Wijzigingen aan het Officierscasino na 1945

De wijzigingen na de oorlog zijn relatief beperkt. De meest in het oog springende wijziging is de aanbouw van de nieuwe vleugel in 1953. Deze is voldoende beschreven in de Cultuurhistorische verkenning van 2015. De beschikbare bouwtekening bevat bovendien maatvoering die exact overeenkomt met de werkelijkheid. De indeling is nog altijd hetzelfde als destijds.

Bouwtekening 1952 – Dienst der Genie, Bureau Aanleg Beheer en Onderhoud van Vliegvelden In het Officierscasino zijn in de loop der tijd diverse wijzigingen doorgevoerd. Deze hadden meestal te maken met: 1) het gebruik, 2) de inpassing van moderne installatietechniek, en 3) de inpassing van vluchtroutes en andere vereisten vanuit brandveiligheid. De grootste ingreep heeft plaatsgevonden boven de centrale hal. De oorspronkelijke opslagruimte voor stoelen, geconstrueerd met een betonnen vloer/cassetteplafond, is later omgebouwd naar techniekruimte met luchtbehandelingskasten. Vanaf dit punt lopen grote luchtkanalen door de kap ten behoeve van de inblaas van lucht, onder andere in de grote zaal. De oorspronkelijke betonnen vloer droeg een deel van het gewicht van het dak. Ten behoeve van de verbouwing zijn in de lengterichting van het hoofdgebouw 3 betonnen liggers ingebracht en opgelegd op de twee 55cm dikke draagmuren van de centrale hal. De betonnen liggers dragen nu de dakkap. Door het ontlasten van de betonnen vloer kon de draagcapaciteit worden gebruikt voor het gewicht van de huidige luchtbehandelingskasten.

22

Na de ingebruikname van de luchtbehandelingskasten was het oorspronkelijke verwarmingssysteem van de grote zaal niet meer nodig. De verwarmingskanalen in de kelder zijn niet meer in gebruik.

Doorsnede – detail van oorspronkelijke verwarming grote zaal Naast de ingrijpende wijziging boven de centrale hal is ook in de zijvleugel een ingreep gedaan om de moderne installatietechniek in te passen en over te gaan van kolen naar gasgestookte ketels. De techniekruimte in kelder van de zijvleugel is uitgebreid ten behoeve van de verwarmingsinstallatie. Deze ruimte ligt feitelijk op nivo -2, dus lager dan het kelderniveau.

23

In het gebouw zijn diverse verbouwingen doorgevoerd vanwege het gebruik. Zo zijn bijvoorbeeld alle toiletgroepen gewijzigd en is de keuken geheel vernieuwd. Ter plaatse van de keuken is aan de achterzijde van de zijvleugel één raampositie omgebouwd naar deurpositie. Hier is duidelijk te zien dat de deur oorspronkelijk niet was voorzien.

Foto – Raampositie is omgebouwd naar deurpositie De draagmuren zijn nog vrijwel ongewijzigd maar de ruimten daartussen zijn vaak verder opgedeeld in kamers en hokjes. Een belangrijke constructieve wijziging in de zijvleugel was de inpassing van een goederenlift van de begane grond naar de kelder. Ter plaatse is het gevelraam aan de binnenzijde afgeplakt met zwart folie. Ook opvallend is dat diverse ruimten in de zijvleugel zijn omgebouwd naar koelruimte, terwijl deze daar bouwkundig eigenlijk niet geschikt voor waren. Het stucwerk en de kozijnen hebben daar behoorlijk onder geleden. Ook de kaplaag van de zijvleugel is ingrijpend verbouwd om slaapkamers te maken. Zo zijn bijvoorbeeld verhoogde (lewisplaat)dekvloeren ingebracht ter plaatse van een nieuwe wasruimte. Tot slot zijn in het gebouw diverse wijzigingen doorgevoerd in verband met de brandveiligheid en het inpassen van vluchtroutes:  Grote zaal: buitendeuren opgenomen t.b.v. vluchtwegcapaciteit grote groepen  Trappenhuis projectruimte: hier is een deel van de trap gesloopt en vervangen door een klimladder met veiligheidskooi. Op die manier ontstond ruimte voor een vluchtdeur ten behoeve van nivo 1 (Tisch-Tennis Raum).  Kap zijvleugel: extra trap opgenomen naar begane grond en grote zaal zodat er in de kap twee vluchtrichtingen zijn.

De bouwkundige kwaliteit van het hoofdgebouw en van de vleugel uit 1953 is over het algemeen goed. De zijvleugel uit 1941 is in een slechte staat. Het dak is op vele posities lek (zoals ook goed zichtbaar in de gang op de 1e verdieping) en de houten kapspanten zijn verrot. Op diverse posities is het dakvlak al ingezakt. Ook de riolering is aan zijn einde. In de vleugel zijn inmiddels diverse waterleidingen afgesloten om verdere waterschade (lekkage afvoeren) te stoppen. In de kelder is de waterschade goed zichtbaar op de wanden.

24

7.

Kernwaarden van het Officierscasino Soesterberg

Bestemming De militaire functie is met het sluiten van de vliegbasis in 2008 alweer enige tijd verdwenen. ANNA Vastgoed en Cultuur verzorgt momenteel het leegstandsbeheer, in afwachting van de transformatie van het gebouw. De zalen en de centrale hal worden af en toe voor evenementen verhuurd. Het pand is door de leegstand aan het aftakelen, met name de zijvleugel uit 1941. Het pand dient een nieuwe bestemming te krijgen om het monument voor de toekomst te behouden. De monumentale ruimten in het hoofdgebouw zijn waardevol maar bijzonder incourant. Het vinden van een nuttige nieuwe gebruiksfunctie voor de monumentale ruimten van het hoofdgebouw is niet eenvoudig. Gezocht is naar een nieuwe bestemming waarvoor de grote zaal wederom van waarde kan zijn als centrale ontmoetingsruimte.

Foto – Grote zaal Ruimtelijke opzet Het feit dat de Duitse bezetter kort na aanvang van de Tweede Wereldoorlog het initiatief nam om een dergelijk omvangrijk Officierscasino te laten bouwen, laat zien dat ze waren gekomen om te blijven. De hoogste leiding wilde naar de Duitse officieren en het personeel op de vliegbasis waarschijnlijk een signaal afgeven. De grote zaal is slechts één jaar gebruikt voor het doel waarvoor het is gebouwd. Doordat het in 1945 niet is vernietigd, is het (nog altijd) een goed bewaard voorbeeld van ‘dadererfgoed’ in Nederland, maar zonder dat het de daarmee samenhangende, negatieve sentimenten oproept. Kernwaarden: - Het hoofdvolume heeft een hoge monumentale waarde. Het toont hoe de architectuur van een gebouw werd ingezet om de grootsheid van Hitler en de macht van Duitsland te onderstrepen. Het unieke aan dit gebouw is dat het - al vroeg in de oorlog –in bezet gebied is gerealiseerd. Het hoofdvolume is met de nokrichting haaks op de weg georiënteerd: vanaf de Kampweg leidt een rechte as, vanaf de monumentale hoofdentree, de vestibule en de ontvangstruimte (Halle)

25

-

naar de Grote zaal met het podium. De Grote Zaal was, met een capaciteit van 520 stoelen, de primaire reden om een dergelijk omvangrijk Officierscasino te bouwen. De Grote zaal met bijbehorende ontvangstruimten waren niet alleen bestemd voor de vliegbasis maar dienden ook voor de propagandacampagne van de nazi’s en de ontvangst van hoog bezoek. De zijvleugel van het Officierscasino is in de hiërarchie van bouwvolumes minder belangrijk. Waar het hoofdvolume is gericht op representatie en grote evenementen, is de zijvleugel vooral ondersteunend aan het hoofdvolume en gericht op dagelijkse ontspanning en vertier van de lokale officieren. Deze functie was op de vliegbasis ook op andere locaties te vinden. De ruimten in de vleugel zijn vooral ‘knus en gezellig’.

Foto – beginperiode Officierscasino

Foto – huidige situatie Officierscasino

26

Exterieur - gevels Het exterieur is reeds uitvoerig beschreven in de Cultuurhistorische verkenning uit 2015. Verwezen wordt naar het betreffende rapport. Kernwaarden: - Het aanzicht van het hoofdgebouw (met oprijlaan) vanaf de Kampweg is een belangrijke kernwaarde van het exterieur. - Het gebouw heeft in het hoofdvolume klassieke stijlelementen die de grootheid van de bezetter moesten tonen: het monumentale volume, de natuurstenen hoofdentree en het gebruik van natuursteen in de gevel (plint en lijst). Het behoud van deze elementen is van belang. - Het gebouw is, zowel qua hoofdvolume als zijvleugel, opgezet volgens de stroming van het Traditionalisme met, volgens de Cultuurhistorische verkenning, kenmerken van de Heimatstil. Op de oorspronkelijke bouwtekeningen is het gebouw aangeduid als ‘Soldatenheim Soesterberg’. Het zijn van een ‘Heim’, van een thuis voor de Duitsers, lijkt een hoofdrol te hebben gespeeld bij de bouw van het Officierscasino. De landelijke uitstraling van het exterieur is een kernwaarde. Interieur Het interieur is reeds uitvoerig beschreven in de Cultuurhistorische verkenning uit 2015. Verwezen wordt naar het betreffende rapport. Kernwaarden: - De entree, de ontvangsthal en de grote zaal zijn de primaire ruimten van het monument en qua interieur een belangrijke kernwaarde.

- Naast de monumentale hoofdruimten zijn ook de secundaire monumentale ruimten belangrijk, in ieder geval als het gaat om het verhaal dat deze ruimten vertellen over het oorspronkelijke gebruik: o Het grote trappenhuis in de vestibule met een ontsluiting naar het souterrain en de eerste verdieping: enerzijds als ontsluiting van het oorspronkelijke damestoilet in de kelder, anderzijds als route naar de oorspronkelijke ontspanningsruimten op de eerste verdieping (biljard en tafeltennisruimte). o De 4 meter brede gang van de zijvleugel uit 1941, aansluitend op de centrale hal, met het regelmatige ritme van de (niet constructieve) togen en de gecentreerde posities van de kamerdeuren. De gang leidt naar de kleine zaal op de kop van de vleugel. Exterieur - terreininrichting In voorgaande hoofdstukken is beschreven dat het Officierscasino vooral uit pragmatische overwegingen op deze locatie is gebouwd: er was voldoende ruimte beschikbaar, er was een voetvalveld aanwezig, de locatie lag aan de weg naar het vliegveld en mogelijk dat ook heeft meegespeeld dat het terrein een bepaalde privacy had. De Duitse bezetter heeft het gebouw vooral voor eigen gebruik gebouwd, niet om indruk te maken op de Nederlandse bevolking. Het ‘spazieren’ door het dorp, zoals in de Verkenning uit 2015 wordt gesuggereerd, lijkt bij de keuze van de locatie geen relevant thema te zijn geweest.

Kernwaarden: - Het zicht op het hoofdgebouw vanaf de Kampweg is een kernwaarde: een halfronde oprijlaan met een lage haag langs de Kampweg.

27

-

8.

De Kampweg is onderdeel van de verkaveling uit 1652. De herontwikkeling van het terrein dient bij te dragen aan het herstel van de oorspronkelijke uitstraling van de Kampweg. Het terrein was vroeger een open weiland op de grens van een omvangrijk bosareaal. Het dennenbos langs de Kamerlingh Onneslaan is nog een restant van het vroegere bosareaal. Dit bos wordt gezien als positieve waarde. Bronnen

De informatie in dit rapport is gebaseerd op de volgende bronnen: - Cultuur- en bouwhistorische verkenning M&DM, 2015 - Bouwtekeningen ‘Soldatenheim Soesterberg’, Bauleitung der Luftwaffe, 1940 - 1941 - Bouwkundige opname van het gebouw, IQNN, 2019 - Boek ‘Soesterberg van Toen en Nu’, Dik en Wim Top, 1990 - N237 Utrecht-Amersfoort, ‘de wegh der weegen’, speciale uitgave, september 2010 - Website Stichting Legerplaats Soesterberg (www.sls39-45) - www.duitslandinstituut.nl - www.annefrank.org - Wikipedia

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2ef772f4-0e90-40a3-afe3-2a3efc591c18