Bijlage 11 Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
Schervengevarenzone fragmenten (in m)
Schervengevarenzone overige fragmenten (m)
0 – 0.5 0.5 – 1.0 1.0 – 1.5 1.5 – 2.0 2.0 – 2.5 2.5 – 3.0 3.0 – 3.5 3.5 – 4.0 4.0 – 4.5 4.5 – 5.0 5.0 – 10 10 – 15 15 – 20 20 – 25 25 – 50 50 – 75 75 – 125 125 – 250 250 – 500 500 - 750 NEG > 750
200 250 310 360 410 460 510 560 610 670 700 800 860 880 970 1020 1130 1320 1540 1690 2000
1140 1420 1660 1720 1780 1940 2040 2260 2630 3050 2050 3050
Schervengevarenzone met beschermingsconstructie (m) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 250 250 250 500 -
Figuur 12. Schervengevarenzone per NEG., in oranje de 8,8 cm Granate. Bron: HB EOD – LAND-ENG-EOD.
Het feit of munitie wel of niet is ingedrongen in de grond speelt een grote rol van betekenis voor de scherfwerking. Er wordt gesproken van ingedrongen Ontplofbare Oorlogsresten wanneer deze vijftien maal het kaliber onder de grond zit. Vanaf deze diepteligging zal de scherfwerking bij detonatie beperkt zijn. In onderstaande tabel, afkomstig uit het LAND-ENG-EOD-01, wordt weergegeven met welke gevarenzones rekening dient te worden gehouden wanneer sprake is van ingedrongen Ontplofbare Oorlogsresten.
8
Dit document vervangt sinds de invoering van het CS-VROO het document VS 9-861 (2e druk).
41
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Netto explosief gewicht (NEG) in kg
>15 kalibers ingegraven (m)
0–5 5 – 10 10 – 15 15 – 20 20 – 25 25 – 50 50 – 75 75 – 125 125 – 250 250 – 500 500 – 750
25 55 65 70 70 75 80 90 105 120 150
>5 kalibers ingegraven en 10 kalibers zandoverdekking op maaiveld (m) 40 99 110 115 115 125 135 150 175 200 250
Op maaiveld met >15 kalibers zandoverdekking (m) 50 110 130 140 140 150 160 180 210 240 300
Figuur 25. Veiligheidsstralen scherfwerking, ingedrongen Ontplofbare Oorlogsresten. In oranje de geschutmunitie van 10,5cm Bron: HB EOD – LAND-ENG-EOD.
9.4 Samenhang voorgenomen werkzaamheden en verdacht gebied In deze paragraaf zal de samenhang tussen de in hoofdstuk 7 reeds beschreven werkzaamheden en het op basis van het vooronderzoek na-conflictperiode begrensde verdachte gebied inzichtelijk worden gemaakt.
Figuur 25. Een conceptversie van hoe het plangebied er eventueel uit komt zien. Bron: opdrachtgever.
42
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Figuur 26. De contouren van de beoogde nieuwe bebouwing in samenhang tot het opsporingsgebied. Binnen het blauwe kader, de te realiseren woningen en appartementsgebouwen.
9.4.2 Eventueel verwijderen fundering Het is onbekend of ter plaatse van het projectgebied de fundering van de gesloopte bebouwing nog aanwezig is. Het verwijderen/slopen van deze fundering zal trillingsarm moeten plaatsvinden. Wanneer de werkzaamheden verder reiken dan de onderzijde bestaande fundering dient tot een opsporingsproces zoals omschreven in het CS-OOO te worden uitgevoerd. 9.4.1 Realisatie nieuwe bebouwing Ter plaatse van het project Batenbrugweg te Soesterberg zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Hierbij zullen grootschalige bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden zullen plaatsvinden binnen het verdachte gebied afwerpmunitie en achtergelaten munitie. Uit de vergelijking tussen historisch luchtfotomateriaal, kaartmateriaal en recent satellietbeeld is gebleken dat er omvangrijke bodemingrepen hebben plaatsgevonden. Een deel van de te realiseren bebouwing zal plaatsvinden binnen de fundering van de gesloopte bebouwing. Echter vanwege de trillingsgevoeligheid van de vastgestelde ontstekers en de veroudering van diezelfde bommen (waardoor instabiliteit van het explosief kan ontstaan), biedt de oude fundering geen garantie dat eventueel aanwezige ontplofbare oorlogsresten niet alsnog tot ontploffing kunnen komen. Omdat er de manier van funderen nog niet is vastgesteld zijn er voor de realisatie van de geplande bebouwing drie scenario’s mogelijk.
Bij alle drie de scenario’s wordt geadviseerd van tevoren sonderingen te plaatsen. Op basis van de sonderingen kan de verticale afbakening bepaald worden. Tevens zal de verticale afbakening bepalen of er sprake zal zijn van oppervlakte/dieptedetectie.
43
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Als ervoor wordt gekozen de te realiseren nieuwbouw op palen te funderen en dit middels heien wordt gerealiseerd, dan zal de invloed van trillingen op de ondergrond moeten worden vastgesteld. Dit kan gedaan worden middels een trillingsonderzoek of trillingspredicatie. Na deze onderzoeken adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO; Er kan voor gekozen worden de nieuwbouw op palen te funderen en deze palen op trillingsarme manier te plaatsen. Voor het plaatsen van deze palen adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO.; Als ervoor gekozen wordt om de gebouwen op staal te funderen, dan adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO. Het is tevens nog niet bekend of de nieuwbouw een kelders zullen krijgen welke reiken tot onder de fundering. Als dit het geval is zal hier bij het opsporingsproces rekening mee moeten worden gehouden.
Figuur 27. Een overzicht van de nieuwe bebouwing (binnen blauw kader) ten opzichte van de gesloopte bebouwing
44
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Conclusie en aanbevelingen Het voornemen bestaat voor de realisatie van nieuwbouw aan de Batenburgweg te Soesterberg. Het in 2016 door AVG opgestelde vooronderzoek CE (1562090-VO-03, d.d. 9 maart 2016), de briefrapportage opgesteld door BeoBOM in 2020 (BB20-041-BR-01, d.d. 10 april 2020) en het in 2020 opgestelde vooronderzoek CE (BB19-199, d.d. 22 oktober 2020) heeft aangetoond dat er Ontplofbare Oorlogsresten binnen het projectgebied kunnen worden aangetroffen, met als consequentie dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. In verband met de mogelijke risico’s in het kader van de voorgenomen werkzaamheden, heeft de NV OMU aan BeoBOM de opdracht gegeven voorliggende Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten uit te voeren. In deze Risicoanalyse wordt nader ingegaan op de best werkbare insteek voor het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse van het projectgebied Batenburgweg Soesterberg zoals getoond in deze rapportage. Door BeoBOM zijn de geplande werkzaamheden in het licht van bovenstaande bevindingen geanalyseerd, met als doelstelling een inschatting te maken van de risico’s behorende bij de geplande werkzaamheden. Voor het inschatten van de risico’s met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van scenario’s. Deze worden op de volgende wijze ingeschaald.
De dikgedrukte conclusie is van toepassing op alle binnen deze Risicoanalyse behandelde voorgenomen werkzaamheden. Conclusie I
Conclusie II
Conclusie III
Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik geen uitwerking van Ontplofbare Oorlogsresten verwacht. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik wel uitwerking van de Ontplofbare Oorlogsresten verwacht, de uitwerkingsfactoren vormen geen gevaar voor mens en dier. Er hoeven geen passende maatregelen te worden genomen. Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het voorgenomen toekomstig gebruik wel uitwerking van de Ontplofbare Oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar.
Uit voorliggende Risicoanalyse blijkt dat binnen het projectgebied sprake is van overlap tussen de vastgestelde verdachte gebieden en de voorgenomen werkzaamheden. Op de bijgevoegde maatregelenkaart wordt weergegeven op welke locaties welke maatregelen genomen dienen te worden. Werkzaamheden
Bodemroering
Verdacht op
Beheersmaatregel
Eventueel verwijderen fundering van gesloopte bebouwing
Substantieel
De beoogde sloopwerkzaamheden zo ver mogelijk trillingsarm uitvoeren. Voor werkzaamheden tot een diepte groter dan de bestaande fundering adviseert BeoBOM het uitvoeren van een opsporingsproces zoals omschreven in het CS-OOO.
Realisatie bestaande bebouwing
Substantieel
Afwerpmunitie met een gewicht van maximaal 1.000 lb (3,50mMV, oftewel 10,00m+NAP); Geschutmunitie van maximaal 8,8 cm, KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en vernielingsladingen tot 2,50m-MV (11,00m+NAP) Afwerpmunitie met een gewicht van minimaal 10 kg en maximaal 1.000 lb (3,50m-MV, oftewel 10,00m+NAP); Geschutmunitie van maximaal 8,8 cm, KKM,
Omdat de wijze van funderen nog niet is vastgesteld zijn er voor de realisatie van de geplande bebouwing drie scenario’s mogelijk. Bij alle drie de scenario’s wordt geadviseerd van tevoren sonderingen te plaatsen. Op basis van de sonderingen kan de verticale af-
45
BB21-057-RA-01 Werkzaamheden
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Bodemroering
Verdacht op
Beheersmaatregel
hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en vernielingsladingen tot 2,50m-MV (11,00m+NAP)
bakening bepaald worden. Tevens zal de verticale afbakening bepalen of er sprake zal zijn van oppervlakte/dieptedetectie. Als ervoor wordt gekozen de te realiseren nieuwbouw op palen te fundering en dit middels heien wordt gerealiseerd, dan zal de invloed van trillingen op de ondergrond moeten worden vastgesteld. Dit kan gedaan worden middels een trillingsonderzoek of trillingspredicatie. Na deze onderzoeken adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO; Er kan voor gekozen worden de nieuwbouw op palen te funderen en deze palen op trillingsarme manier te plaatsen. Voor het plaatsen van deze palen adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO.; Als ervoor gekozen wordt om de gebouwen op stalen te funderen, dan adviseert BeoBOM de uitvoering van een opsporingsproces zoals beschreven in het CS-OOO.
N.B. Voorliggend document heeft betrekking op de werkzaamheden zoals beschreven in hoofdstuk 7. Indien de werkzaamheden afwijken van het beschrevene, dient het advies mogelijk te worden aangepast. Indien in de toekomst werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de locaties waar het nemen van maatregelen noodzakelijk is, dient opdrachtgever er rekening mee te houden dat hier mogelijk alsnog aanvullende beheersmaatregelen getroffen dienen worden. Indien werkzaamheden buiten het in deze Risicoanalyse onderzochte gebied worden uitgevoerd, valt dit buiten de scope van deze Risicoanalyse. BeoBOM is niet aansprakelijk voor geleden schade als gevolg van het onjuist gebruik van voorliggend rapport.
46
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Bijlage 1. Distributielijst Het rapport wordt verstrekt aan onderstaande personen/instanties: Naam Dhr. C. Kok Dhr. F. Barink Dhr. D. Meisner Dhr. P. Vogel Dhr. J. Rotteveel
Bedrijf/instantie NV OMU BeoBOM BeoBOM BeoBOM BeoBOM
E-mail ckok@nvomu.nl frank@beobom.nl didier@beobom.nl peter@beobom.nl jelmer@beobom.nl
47
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Bijlage 2. Inventarisatie aanvullende archieven AFHRA Maxwell, IRIS 83311 Mission Report 323rd Bomb Group Soesterberg, March 8, 1944; AFHRA Maxwell, IRIS 87870 Mission Report 387th Bomb Group Soesterberg, March 8, 1944; TNA Londen, AIR14/3122 Group Operations Orders, 1-14 August 1944; TNA Londen, AIR27/101 Operations Record Book 7 Squadron, 1944; TNA Londen, AIR14/3122 Group Operations Orders, 1-14 August 1944; TNA Londen, AIR14/3124 Group Operations Orders, 1-13 September 1944; TNA Londen, AIR14/3124 Group Operations Orders, 1-13 September 1944.
48
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Bijlage 3. BB21-189-RA-OT-02 BODEMBELASTINGKAART
49
1 4 7 4 0 0
1 4 7 6 0 0
L e g e n d a P ro je ctg e b ie d O p sp o rin g sg e b ie da fw e rp m u n itie(m a x .1 .0 0 0lb ) V e rd a ch tg e b ie da fw e rp m u n itie(m a x .1 .0 0 0lb ) O p sp o rin g sg e b ie da ch te rg e la te no n tp lo fb a reo o rlo g re ste n(d iv e rseh o o fd so o rte ne nk a lib e rs)
4 5 9 6 0 0
4 5 9 6 0 0
V e rd a ch tg e b ie da ch te rg e la te no n tp lo fb a reo o rlo g sre ste n(d iv e rseh o o fd so o rte ne nk a lib e rs)
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
1 4 7 4 0 0
0
2 5
5 0m
1 4 7 6 0 0
P ro je c t:
B B 2 1 -1 8 9 -R A -0 1 B A T E N B U R G W E G
T e k e n in gn a a m :B B 2 1 -1 8 9 -R A -0 1 -O T -0 1 B O D E M B E L A S T IN G K A A R T K la n t:
N VO M U
D a tu m :
2 7 -0 8 -2 0 2 1
S c h a a l:
1 :8 0 0
A 3
R e v is ie : C O N C E P T K G e te k e n dd o o r: T
E sriN e d e rla n d , Ja nW ille m v a nA a lstw w w .im e rg is.n l
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
Bijlage 4. BB21-189-RA-OT-03 MAATREGELENKAART
50
1 4 7 4 0 0
1 4 7 6 0 0
L e g e n d a P ro je ctg e b ie d T rillin g sa rm slo p e nfu n d e rin g /O p sp o rin g sp ro ce sv a n a fo n d e rzijd efu n d e rin g O p sp o rin g sp ro ce sO Ov a n a fo n d e rzijd ek a b e lb e d
4 5 9 6 0 0
4 5 9 6 0 0
O p sp o rin g sp ro ce sO O
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
1 4 7 4 0 0
0
2 5
5 0m
1 4 7 6 0 0
P ro je c t:
BB21-189-RA-01 BATENBURGWEG SOESTERBERG
D a tu m : 13-09-2021 S c h a a l:
T e k e n in gn a a m :B B 2 1 -1 8 9 -R A -0 1 -O T -0 4 M A A T R E G E L E N K A A R T K la n t:
NV ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ UTRECHT
1 :8 0 0
A 3
R e v is ie : DEFINITIEF G e te k e n dd o o r: TK
E sriN e d e rla n d , Ja nW ille m v a nA a lstw w w .im e rg is.n l
BB21-057-RA-01
Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (Definitief)
Bijlage 5. Certificaat CS-VROO
51