CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl. 1 Beleidsplan Toezicht en Handhaving SD 2021- 2024.pdf

Informatieavond 11 maart 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Toelichting handhavingsplan sociaal domein6.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan toezicht en handhaving Sociaal Domein 2021-2024

Baarn Bunschoten Soest

December 2020

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1. Wettelijke kaders, privacy en gegevensuitwisseling .................................................................... 5 1.1 Wettelijke kaders ......................................................................................................................................... 5 1.2 Privacy en gegevensuitwisseling ................................................................................................................. 5 Hoofdstuk 2. Toezichthouden binnen het sociaal domein ................................................................................ 7 2.1 Toezicht binnen de Wmo 2015 en Jeugdwet .............................................................................................. 7 2.2 Toezicht binnen de Participatiewet............................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3. Hoogwaardig handhaven in het sociaal domein ........................................................................

10 3.1 Preventief handhaven ............................................................................................................................... 10 3.2 Repressief handhaven ............................................................................................................................... 12 3.3 Samen handhaven ..................................................................................................................................... 14 3.4 Slimme inzet van capaciteit en middelen ................................................................................................. 14 Hoofdstuk 4. Persoonsgebonden budget........................................................................................................ 16 4.1 Trekkingsrecht............................................................................................................................................ 16 4.2 Vaststellen ondersteuning middels pgb .................................................................................................... 16 4.3 Kwaliteit en rechtmatigheid ...................................................................................................................... 16 4.4 Herbeoordelingen ...................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 5.

Monitoring en sturing ............................................................................................................... 18 Hoofdstuk 6. Bijlagen ..................................................................................................................................... 19 6.1 Interne en externe samenwerkingspartners............................................................................................. 19 6.2 Overzicht Gemeentelijke beleidsdocumenten en verordeningen............................................................ 20

2

Inleiding De gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest (BBS gemeenten) werken nauw samen binnen het sociaal domein. Onder het sociaal domein verstaan we de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Jeugdwet, de Participatiewet en aanverwante wetgeving1. De BBS gemeenten streven binnen het sociaal domein hetzelfde na voor hun inwoners, namelijk: het stimuleren van (financiële) zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Hulp en ondersteuning worden waar mogelijk op maat aangeboden en zo dicht mogelijk bij de inwoner georganiseerd. De dienstverlening aan inwoners proberen we zo integraal mogelijk in te zetten, waarbij de verschillende teams in het sociaal domein (steeds meer) samen werken. Sinds 2015 wordt de Participatiewet uitgevoerd door Uitvoeringsorganisatie Baarn Bunschoten Soest (BBSUO). De Wmo 2015 en de Jeugdwet worden uitgevoerd door de lokale- sociale- en jeugdteams. Deze teams zijn sinds 2017 in dienst van BBSUO die vanaf dat moment een zelfstandige organisatie is. De teams worden echter aangestuurd vanuit de BBS gemeenten zelf. Sinds 2017 wordt wél de zorgadministratie uitgevoerd door BBSUO. De inkoop voor zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet doen de BBS gemeenten voornamelijk in regioverband samen met de gemeente Amersfoort, Eemnes (alleen voor jeugd), Leusden, Nijkerk en Veenendaal (alleen voor Beschermd Wonen) en Woudenberg.

Dat doen zij via het Regionaal Inkoopen Subsidiebureau Amersfoort, afgekort: “RISB”. Het RISB heeft accountmanagers in dienst die de contracten met zorgaanbieders beheren. Om zorg en ondersteuning duurzaam te kunnen blijven aanbieden is het belangrijk dat de beschikbare middelen effectief en rechtmatig worden ingezet. Het is de verantwoordelijkheid van alle partijen binnen het sociaal domein om misbruik en oneigenlijk gebruik van beschikbare middelen te voorkomen en hier, waar nodig, tegen op te treden. Wij kiezen voor een sociaal domein brede strategie met als uitgangspunt zo integraal, effectief en efficiënt mogelijk. Dit beleidsplan Toezicht en Handhaving beschrijft hoe de BBS gemeenten deze verantwoordelijkheid invullen naar zowel de inwoner als de zorgaanbieder. Wij realiseren ons dat een volledig geïntegreerde handhavingsaanpak voor de Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet niet mogelijk is vanwege verschil in wet- en regelgeving. In dit beleidsplan houden wij rekening met de verschillen zonder de integraliteitsopgave in het sociaal domein uit het oog te verliezen. Uitvoerende aspecten die voortvloeien uit dit beleidskader zullen, daar waar relevant, worden opgenomen in het Controleplan fraudepreventie en bestrijding BBSUO. Een deel van de uitvoering ligt voor de Wmo 2015 en Jeugdwet bij de RISB en de GGDrU.

Dit staat opgenomen in de Dienstverleningsovereenkomst Regionale Samenwerking Sociaal Domein 2019, die de BBS gemeenten alle drie afzonderlijk met de gemeente Amersfoort hebben afgesloten, en in het Regionaal kader handhaving op kwaliteit bij professionele Wmo-Dienstverlening (2018) van de GGDrU, geldend voor alle Utrechtse gemeenten.

1

Waar in dit beleidsplan gesproken wordt over de Participatiewet, worden ook de aanverwante wetten, IOAW, IOAZ en Bbz bedoeld.

3

Leeswijzer Allereerst zullen in hoofdstuk 1 de wettelijke kaders worden beschreven waartoe dit beleidsplan zich verhoudt, evenals de kaders rondom privacy en gegevensuitwisseling. Vervolgens komt in hoofdstuk 2 toezichthouden in het sociaal domein aan bod. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe handhaving in het sociaal domein wordt vormgegeven. Hoofdstuk 4 besteedt speciale aandacht aan Persoonsgebonden budget. Tot slot komt in hoofdstuk 5 monitoring en sturing aan bod. Hoofdstuk 6 zijn aanvullende bijlagen.

4

Hoofdstuk 1. Wettelijke kaders, privacy en gegevensuitwisseling 1.1 Wettelijke kaders Regeerakkoord In het Regeerakkoord 2017-2021 van Rutte III ‘Vertrouwen in de Toekomst’ is speciaal aandacht besteed aan de gevolgen van misbruik van collectieve middelen. Uit onderzoek blijkt dat misbruik van sociale voorzieningen, zoals een bijstandsuitkering of persoonsgebonden budget, het draagvlak voor solidariteit ondermijnt. Het kabinet vindt het daarom belangrijk om effectief gebruik te maken van de mogelijkheden tot het delen, koppelen en analyseren van data, binnen de kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Handhavingsbeleid 2018-2021 Sociale Zekerheid Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft zich voorgenomen om de komende jaren stevig in te zetten op handhaving binnen het sociaal domein. Zij vragen gemeenten om focus op: • Data gestuurd handhaven (bv. opstellen van risicoprofielen gericht op thema’s en groepen met een verhoogd risico op fraude en bestandskoppelingen); • Grensoverschrijdend handhaven (bv. vermogensonderzoek in het buitenland); • Effectiever handhaven (bv. onderzoeken welke interventies wel/niet werken); • Verbinden en versterken van de handhavingsketen (bv. ketensamenwerking en kennisdeling).

Programmaplan Rechtmatige Zorg, Aanpak Fouten en Fraude in de Zorg 2018-2021 Het Programmaplan Rechtmatige Zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bevat maatregelen om onrechtmatigheden in de zorg tegen te gaan. In het rapport staat: “Soms worden per ongeluk fouten gemaakt. Zorgverlening blijft mensenwerk en de regelgeving is ook niet altijd even duidelijk. Daar leren we van en zo kunnen we vervolgens verbeteringen aanbrengen en herhaling voorkomen. Tegelijk zijn er helaas ook personen die willens en wetens misbruik maken van zorggelden: fraude. Dat geld wordt dan dus niet aan zorg besteed; het dupeert patiënten, verzekerden en de belastingbetaler en dat is kwalijk.” VWS zet daarom al sinds 2018 in op een aanpak bestaande uit drie sporen: 1. Het voorkomen van fouten en fraude onder zorgaanbieders; 2. De focus op specifieke zorgsectoren en bijzondere aandacht voor het persoonsgebonden budget; 3. Wetgevingstrajecten op het gebied van gegevensuitwisseling die bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van fouten en fraude. De BBS gemeenten volgen de landelijke ontwikkelingen op het gebied van fraudepreventie en bestrijding nauwlettend en passen het Controleplan fraudepreventie en bestrijding BBS hier doorlopend op aan.

1.2 Privacy en gegevensuitwisseling AVG en PIA’s In het kader van toezicht en handhaving is het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de uitwisseling van persoonsgegevens. In mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. De basisprincipes in deze wetgeving zijn ook van toepassing als het gaat om fraudepreventie en bestrijding.2

2

Basisprincipes AVG: transparantie, doelbeperking, gegevensbeperking, juistheid van persoonsgegevens, bewaarbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid en de verantwoordingsplicht. 5

Voor projecten waarbij gewerkt wordt met persoonsgegevens moet volgens de AVG vooraf een inschatting van de risico’s gemaakt worden, een zogeheten Privacy impact assessment (PIA). De BBS gemeenten zullen op basis van dit beleidskader in 2021 een tweetal PIA’s laten uitvoeren: - Inzet op bestandskoppelingen om geautomatiseerd op basis van objectieve risicokenmerken bestanden te analyseren; - Casusoverleg fraude (Participatiewet) Gegevensuitwisseling De AVG zorgt regelmatig voor conflicten binnen het sociaal domein. Vooral nu gemeenten steeds vaker integraal werken naar aanleiding van de decentralisaties in 2015. Het is op het moment van schrijven juridisch niet mogelijk voor gemeenten om gegevens uit te wisselen tussen de verschillende uitvoeringswetten. Medio 2021 wordt er een wetswijziging verwacht waarin een grondslag gecreëerd wordt voor verscheidene partijen binnen het sociaal domein om, bij multidisciplinaire problematiek, gegevens uit te wisselen.

Een voorbeeld: Moeder Sandra woont alleen met twee minderjarige kinderen. Zij heeft een bijstandsuitkering. Ze is drie jaar geleden mindervalide geworden door een autoongeluk, waardoor aanpassingen in huis nodig zijn. Iemand van de gemeente is daarvoor bij haar thuis geweest. Haar twee kinderen hebben allebei gedragsproblemen. Dochter Inge is licht verstandelijk

Om op dit moment te bepalen wat kan en mag in het kader van toezicht en handhaving maken de BBS gemeenten gebruik van de door de VNG beschikbaar gestelde matrices gegevensuitwisseling.3 De matrices gegevensuitwisseling geven de relaties weer tussen de gegevensuitwisseling van de instanties die betrokken zijn bij de eerstelijnsuitvoering van Wmo 2015 en Jeugdwet, voor zover deze uitwisseling van belang is voor een rechtmatige uitvoering.

beperkt en begint de laatste tijd thuis onwenselijk gedrag te vertonen. Sandra schakelt jeugdhulp in. Sandra heeft ook een vriend die af en toe bij haar overnacht en helpt met het huishouden. Als Jeugdhulp op huisbezoek komt zit ook haar vriend bij het gesprek. Is er sprake van een gezamenlijk huishouding? Jeugdhulp kan dit niet zomaar bespreekbaar maken bij haar collega van de

BBSUO werkt in het kader van de Participatiewet, met ketenpartners Participatiewet i.v.m. de privacywetgeving. samen op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk Hoe moet er in zo’n situatie worden gehandeld? en inkomen (SUWI). Belangrijke ketenpartners zijn het UWV, het Bureau keteninformatisering werk en inkomen (BKWI) en het Inlichtingenbureau gemeenten (IB). Deze partners wisselen onderling via het zogenaamde Suwinet elektronisch gegevens met elkaar uit. BBSUO hanteert ter waarborging van de privacy daarom een Suwinet beveiligingsplan (2019-2022). Dit plan wordt in 2023 vernieuwd. Wat de BBS gemeenten in dit handhavingsbeleid willen benadrukken is dat er altijd wordt uitgegaan van de menselijk maat in de beoordeling van een casus voordat er het label ‘fraude’ of ‘fout’ opgeplakt wordt. Of het nu gaat om de Participatiewet, de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de verschillen in de handhavingsaanpak, zonder de toegevoegde waarde van integraliteit binnen het sociaal domein uit het oog te verliezen.

3

“Matrix gegevensuitwisseling bij uitvoering fraudepreventie en fraudebestrijding Wmo en Jeugdwet”, VNG KCHN (juni 2018)

6

Hoofdstuk 2. Toezichthouden binnen het sociaal domein Het doel van toezichthouden binnen het Sociaal Domein is drieledig: • Het controleren van kwaliteitseisen • Het controleren van de rechtmatigheid • Het adequaat optreden bij calamiteiten en incidenten Zoals eerder genoemd zijn gemeenten al sinds langere tijd verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van een rechtmatige uitvoering van de Participatiewet. Sinds 2015 is daar de verantwoordelijkheid voor toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid binnen de Wmo 2015 bijgekomen, evenals toezicht op rechtmatigheid binnen de Jeugdwet. Kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders en gemeenten zijn in de Jeugdwet opgenomen. Het adequaat optreden bij calamiteiten en incidenten is binnen alle drie de wetten een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Toezicht op Wmo 2015 en Jeugdzorg zijn nieuw en dat stelt de BBS gemeenten voor een aantal praktische vragen, vooral over de inrichting van dit toezicht. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de BBS gemeenten toezicht houden binnen het sociaal domein. Onderstaand schema maakt inzichtelijk waar welke functie is belegd.

Wet Wmo 2015

Onderdeel Wmo-voorzieningen en zorg

Jeugdwet

Individuele jeugdhulp Kinderbeschermingsmaatregelen

Participatiewet

Inkomensondersteuning Re-integratieactiviteiten

Kwaliteit Toezichthouder Wmo (belegd bij GGD) Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Kwaliteitsmedewerker (BBSUO)

Rechtmatigheid Toezichthouder Wmo (RISB+Lokaal) Toezichthouder Jeugdwet (RISB+Lokaal) Fraudeconsulent (BBSUO) + Sociaal rechercheur (gem. Amersfoort)

Tabel 1. Invulling toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid BBS gemeenten per 1 januari 2021

Waar staan wij voor? Inwoners mogen van de BBS gemeenten verwachten dat aanvragen snel en zorgvuldig afgehandeld worden en dat zij kwalitatief goede (maatschappelijke) ondersteuning en/of, jeugdhulp krijgen vanuit de gemeente. Zij mogen van medewerkers verwachten dat deze kennis van zaken hebben en daarnaast betrouwbaarheid en professionaliteit laten zien in houding en gedrag. Dit verwachten wij ook van externe partijen waar de BBS gemeenten mee samenwerken of taken aan uitbesteden.

2.1 Toezicht binnen de Wmo 2015 en Jeugdwet Voor het bieden van ondersteuning, op grond van de Wmo 2015 en Jeugdwet, wordt samengewerkt met zorgaanbieders, al dan niet gecontracteerde partijen, die op structurele basis ondersteuning aan kwetsbare inwoners leveren. Deze ondersteuningsvormen zijn divers van aard en hieraan worden verschillende kwaliteitseisen gesteld.

7

Binnen de Wmo 2015 en de Jeugdwet speelt de kwaliteit van de ingekochte zorg/ het ondersteuningsaanbod daarom een grote rol. Dit vanwege het feit dat de gemeente verantwoordelijk is voor ondersteuning aan haar inwoners, maar de daadwerkelijke ondersteuning dagelijks wordt geleverd door een veelvoud aan zorgaanbieders. Het stellen van kwaliteitseisen maakt dat de gemeenten controle houdt op dat wat aan inwoners wordt geleverd en dat waar nodig kan worden gestuurd op kwaliteitsverbetering. Deze eisen volgen uit de wettelijk kaders, en uit wat contractueel met aanbieders is overeengekomen. Ook in de lokale gemeentelijke verordeningen worden kwaliteitseisen gesteld. Dit maakt dat een en ander enigszins versnipperd is vastgelegd. Wmo 2015: toezicht op kwaliteit De Wmo 2015 stelt dat de gemeente het toezicht zelf moet inrichten en zodoende kan afstemmen op de eigen situatie. Artikel 6.1 lid 1 van de Wmo 2015 verplicht gemeenten een toezichthouder aan te wijzen. Deze is in ieder geval verantwoordelijk voor calamiteitentoezicht, omdat aanbieders verplicht zijn een calamiteit te melden (artikel 3.4 lid 1 Wmo 2015). Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor het stellen van regels over en het handhaven van de kwaliteit van de ondersteuning en moeten daarbij zorgdragen voor de continuïteit van de voorzieningen (zie art. 2.1.1 lid 2 Wmo 2015).

In de Wmo 2015 is tot slot geregeld dat de gemeente in de verordening regels moet maken voor het bestrijden van het onterecht ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget (pgb) en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet (art. 2.1.3. lid 4 Wmo 2015). De BBS gemeenten hebben ervoor gekozen om het toezicht op rechtmatigheid en kwaliteit binnen de Wmo te scheiden. Voor kwaliteitstoezicht hebben wij de GGDrU aangewezen, met name vanwege de zorginhoudelijke kennis die dit toezicht vereist. De beleidskaders voor het kwaliteitstoezicht zijn (regionaal) vastgelegd in het in februari 2018 vastgestelde ‘Regionaal basiskader handhaving op kwaliteit bij professionele Wmodienstverlening’. Dit kwaliteitstoezicht wordt door de GGDrU uitgevoerd bij alle gecontracteerde Wmo maatwerkvoorzieningen gefinancierd vanuit Zorg in Natura (ZiN). De toezichthouder ziet erop toe dat de gecontracteerde aanbieders voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wmo 2015 en de door de regio gestelde ondergrensnormen. De nadruk van het kwaliteitstoezicht ligt op het toezien op het verbeteren van de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning. Hierbij wordt gekeken naar drie hoofdthema’s: cliëntgerichte ondersteuning, veiligheid en een professionele standaard. Jeugdwet: toezicht op kwaliteit Het kwaliteitstoezicht is in de Jeugdwet belegd bij het Samenwerkend Toezicht Jeugd (STJ).

Hierin werken de Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ) samen. Toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp vindt plaats aan de hand van het Toetsingskader Verantwoorde Jeugdhulp en heeft de volgende hoofdthema’s’: uitvoering hulp, veiligheid, leefklimaat, cliëntenpositie en bestuurlijke organisatie. Ook als gemeente hebben wij een rol bij het toezien op en het controleren van de kwaliteit. In de processen contracteren, samenwerking, afstemming en monitoring kunnen signalen naar voren komen over de kwaliteit van de te leveren/geleverde zorg. Deze signalen komen, al dan niet via de sociaalteammedewerkers, terecht bij de accounthouders van de gemeente (veelal de RISB) en bespreekbaar gemaakt in de accountgesprekken met 8

de aanbieder. Zonnodig spelen de medewerkers signalen door naar de STJ. Toezicht op rechtmatigheid Met toezicht op rechtmatigheid wordt onderzocht of de geboden ondersteuning en de middelen doelmatig en rechtmatig zijn ingezet. Waar nodig worden maatregelen getroffen om onrechtmatigheden te stoppen of te voorkomen, of signalen daarvan te onderzoeken. Vermoedens van onrechtmatigheden gaan vaak samen met tekortkomingen in geleverde kwaliteit, er is een duidelijke link. De Wmo 2015 en de Jeugdwet schrijven voor dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. In de eigen verordeningen van de afzonderlijke BBS gemeenten is opgenomen welke gevolgen oneigenlijk gebruik van voorzieningen met zich meebrengen. (zie hst. 6 Bijlagen) Voor het toezicht op de rechtmatigheid binnen de Wmo 2015 en Jeugdwet hebben de BBS gemeenten de RISB als toezichthouder aangesteld voor de gezamenlijke regionale inkoop Wmo en Jeugd. Voor de ondersteuning vanuit Wmo “oud”, zoals hulpmiddelen en Hulp bij het Huishouden zijn de gemeenten als toezichthouder zelf verantwoordelijk, evenals ondersteuning in de vorm van een pgb. Vooralsnog zullen de BBS gemeenten dit ieder zelf lokaal oppakken.

2.2 Toezicht binnen de Participatiewet Kwaliteitstoezicht is in de Participatiewet niet wettelijk geregeld. In het kader van het financiële beheer wordt echter wel via interne controle getoetst op kwaliteit van afhandeling van aanvragen. Dit wordt gedaan door de intern controleur van BBSUO en is tevens een vereiste van de accountant. Deze kwaliteitscontrole hangt nauw samen met het rechtmatig en tijdig verstrekken van een bijstandsuitkering. Op het gebied van doelmatigheid wordt nog niet getoetst op kwaliteit van inzet, begeleiding of instrumenten. Terwijl ook bij re-integratie, net als bij de Wmo 2015, het vaak gaat om ingekochte voorzieningen van- of begeleiding door externe partijen. Het stellen van kwaliteitseisen maakt dat gemeenten beter kunnen sturen op kwaliteitsverbeteringen. Daarnaast krijgen de gemeenten beter in beeld wat werkt om mensen naar werk te begeleiden en duurzaam aan het werk te houden. De BBS gemeenten vinden dit belangrijk voor de klanten zelf maar daarnaast ook voor het effectief inzetten van de beperkte middelen. Omdat kwaliteitseisen niet in de Participatiewet of gemeentelijke verordeningen staan beschreven, worden deze meegenomen in het controleplan van BBS. Voor het toezicht op kwaliteit binnen de Participatiewet worden taken neergelegd bij de kwaliteitsmedewerker en/of intern controleur van BBSUO.

In het volgend hoofdstuk (3) gaan we verder in op toezicht en handhaving in het kader van rechtmatigheid.

9

Hoofdstuk 3. Hoogwaardig handhaven in het sociaal domein Het doel van handhaven in het Sociaal Domein is tweeledig: • We richten het systeem zo in dat uitkeringsbudgetten en zorgbudgetten rechtmatig en doelmatig worden besteed. • We richten het systeem zo in dat inwoners optimaal worden beschermd tegen frauduleus, foutief en oneigenlijk handelen door de inwoner zelf of door een ander. Handhaving is in feite een deel van onze dienstverlening aan de inwoner. De BBS gemeenten geven uitvoering aan handhaving binnen het sociaal domein volgens het concept van Hoogwaardig Handhaven. Bij het handhaven van de Wet werk en bijstand, de voorloper van de Participatiewet, is het concept Hoogwaardig Handhaven ontwikkeld. Handhaving is namelijk méér dan het uitvoeren van fraudeonderzoeken. De kern van Hoogwaardig Handhaven is de Cirkel van naleving. Deze cirkel bestaat uit vier visie-elementen die handvatten bieden voor een integraal handhavingsproces. De kracht van de methode is de combinatie van preventieve (voorlichten en dienstverlening) en repressieve (controle en sanctionering) elementen. Het in onderlinge samenhang inzetten van deze elementen leidt tot een effectieve aanpak.

Afbeelding 1. Cirkel van naleving

3.1 Preventief handhaven Preventie is zowel voor inwoners als voor betrokken medewerkers van groot belang. Veel overtredingen worden onbewust gemaakt en zijn het gevolg van onwetendheid en de complexiteit van regelgeving. Als regels en voorwaarden op een juiste en begrijpelijke wijze worden uitgelegd kunnen we voorkomen dat mensen onbedoeld de fout ingaan en is nalevingsbereidheid doorgaans groter. Inwoners moeten weten wat ze kunnen verwachten van de gemeente, net zoals zij weten wat de gemeente van hen verwacht. Dit geldt evenzo voor aanbieders van zorg. Preventief handhaven heeft betrekking op twee onderdelen, namelijk: 1. 2.

Voorlichting op maat Optimale dienstverlening

10

Waar staan wij voor? 1. Voorlichting op maat Inwoners en aanbieders mogen van de BBS gemeenten verwachten dat zij tijdig, duidelijk en volledig worden voorgelicht door medewerkers. Zij mogen verwachten van medewerkers dat deze kennis van zaken hebben en daarnaast betrouwbaarheid en professionaliteit laten zien in houding en gedrag. De BBS gemeenten en hun gecontracteerde zorgaanbieders zien het belang in van het aanpassen van communicatiemethoden en -middelen op inwoners die moeite hebben met de Nederlandse taal of het vakjargon niet begrijpen. Mensen met een verstandelijke beperking of die analfabeet of laaggeletterd zijn hebben meer aandacht nodig als het gaat om voorlichting. Daarnaast is het belangrijk om ook inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond tegemoet te komen in de manier van voorlichten. 2. Optimale dienstverlening De BBS gemeenten streven naar een optimale dienstverlening binnen het sociaal domein. Daar verstaan we onder: dat we klantvriendelijk zijn, een goede bereikbaarheid hebben, dat processen zo ingericht zijn dat zij geen extra obstakels vormen voor onze inwoners en inwoners kunnen rekenen op een snel en duidelijk antwoord op hun hulpvraag. Klantvriendelijkheid en een persoonlijke noot in de dienstverlening leiden tot nalevingsbereidheid onder inwoners. Wij verwachten eenzelfde dienstverlenende houding van onze zorgaanbieders.

Bij de dienstverlening aan inwoners wordt ingezet op integraliteit. Hiermee is handhaving niet alleen toebedeeld aan toezichthouders en handhavers maar onderdeel van de hele keten. Wat gaan we ervoor doen? 1. Voorlichting op maat • We verstrekken inwoners complete, heldere en begrijpelijke informatie over de ondersteuningsmogelijkheden en de bijbehorende voorwaarde. We informeren waar men voor in aanmerking komt, wijzen actief op ondersteuningsmogelijkheden en bekijken goed waar de mensen recht op hebben. • We informeren inwoners zo vroeg mogelijk over hun rechten en plichten en de manier waarop zij op de regelnaleving worden gecontroleerd. Dit gebeurt in het contact tussen medewerkers van de uitvoerende teams in het sociaal domein en de inwoners. Dit kan in verschillende vormen; de manier waarop informatie wordt verstrekt wordt op de persoon aangepast. • We maken zo veel mogelijk gebruik van verschillende informatiekanalen en houden daarbij rekening met verschillende doelgroepen en achtergronden. Dit betekent dat informatie niet alleen digitaal beschikbaar is maar ook altijd nog fysiek. Informatie kan, als dat nodig is, ook nog te allen tijde verstrekt worden in een persoonlijk gesprek. • Wij stimuleren met gerichte communicatie, de zorgaanbieders tot correcte afhandeling van registraties en declaraties. Dit doen wij samen met onze RISB-partners in de regio.

• Wij werken mee aan het creëren van het bewustzijn van het belang van rechtmatige besteding van zorggelden, vergroten de kennis over regelgeving en financiële systemen en verhogen integriteit bij het maken van keuzes door onze medewerkers in de uitvoering. 2. Optimale dienstverlening • We zorgen dat bij de toegang zorgvuldig wordt uitgevraagd zodat alleen mensen die het echt nodig hebben ondersteuning aanvragen. We verwijzen inwoners actief door naar andere instanties. Zo zorgen we ervoor dat inwoners krijgen waar ze recht op hebben en er geen reden is om de regels te overtreden. • We zorgen voor korte lijnen tussen de verschillende uitvoerende teams, toezichthouders en fraudeconsulenten. Toezichthouders en fraudeconsulenten zijn snel en gemakkelijk te benaderen voor

11

•

• •

advies en ondersteuning. Als een medewerker twijfelt over de rechtmatigheid kan deze in geval van de Participatiewet een beroep doen op een fraudeconsulent van BBSUO. In geval van de Wmo of Jeugdwet kan dit worden gemeld bij het RISB. Voor Wmo ‘oud’ en PGB zijn er lokale aanspreekpunten binnen de BBS gemeenten zelf aangesteld. We screenen nieuwe zorgaanbieders uitgebreid om malafide aanbieders buiten de deur te houden. Veelal wordt dit uitgevoerd door het RISB. Daarmee bewaken we de bij de toegang de integriteit van onze zorgsector. We stellen uniforme, transparante en begrijpelijke eisen waarmee we bewustzijn bij (zorg)aanbieders vergroten. Dit draagt ook bij aan de kwaliteit van zorg. We zorgen dat de dienstverlening aan inwoners regelmatig gemonitord wordt zodat we deze blijvend kunnen verbeteren. Klanttevredenheid zal daarbij een belangrijke indicator zijn.

3.2 Repressief handhaven Repressief handhaven vindt plaats als er sprake is van een lopende voorziening en er fouten of overtredingen worden geconstateerd. Het is belangrijk dat medewerkers alert zijn op fraudesignalen zonder iedere inwoner of zorgaanbieder te wantrouwen. Daarnaast is het van belang dat we als gemeenten transparant zijn en inwoners informeren over handhavingsacties. Ook hier gaat een preventieve werking van uit. Daarnaast is het optreden tegen overtredingen en fraude belangrijk voor het maatschappelijk draagvlak van ons sociaal stelsel. Repressief handhaven heeft betrekking op twee onderdelen, namelijk: 1. 2.

Snelle detectie Kordaat optreden

Waar staan wij voor? 1. Snelle detectie De BBS gemeenten pakken signalen die duiden op onrechtmatigheden vroegtijdig op. Daarbij controleren we op maat. Dit betekent dat de controle groot is daar waar het risico ook groot is en we minder controleren daar waar het risico op fraude klein is. Daarnaast controleren de BBS gemeenten zelf ook actief op onrechtmatigheden. Door regelmatig te controleren of de afgesproken ondersteuning overeenkomt met de geleverde ondersteuning sporen we niet alleen vroegtijdig fraude op maar verbeteren we ook de kwaliteit en voorkomen we oneigenlijk gebruik en fouten. 2. Kordaat optreden De BBS gemeenten pakken inwoners en zorgaanbieders die bewust de regels overtreden streng aan. Inwoners en zorgaanbieders mogen van de gemeente verwachten dat wij daar zorgvuldig onderzoek aan ten grondslag hebben liggen. Op het moment dat fraude wordt gedetecteerd is het van groot belang om de mate van verwijtbaarheid vast te stellen. Wij gaan uit van een drietal onrechtmatigheden: 1. Oneigenlijk gebruik, er wordt gehandeld binnen wet- en regelgeving, maar strijdig met het eigenlijke doel ervan; 2. Fouten, regels worden onbedoeld overschreden door onoplettendheid, onduidelijkheid of een vergissing; 3. Fraude, er wordt opzettelijk en doelbewust in strijd met wet- en regelgeving gehandeld met het oog op eigen of andermans financieel gewin.

Zowel inwoners als zorgaanbieders kunnen onbedoelde fouten maken of zaken over het hoofd zien. De BBS gemeenten gaan uit van de menselijke maat. Er zijn inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn om de consequenties van hun doen - of nalaten - te overzien. Hier hebben wij aandacht voor bij het sanctioneren 12

van onrechtmatigheden. Het doel van kordaat optreden is het voorkomen van recidive en het afschrikken van potentiële overtreders. Wat gaan we ervoor doen? 1. Snelle detectie • Wij bieden inwoners en medewerkers de mogelijkheid om signalen van onrechtmatigheden en oneigenlijk gebruik van de Participatiewet te melden bij BBSUO. • Onrechtmatigheden van zorgaanbieders kunnen rechtstreeks gemeld worden bij het RISB in Amersfoort. • Signalen worden altijd opgepakt en onderzoeken we zo nodig verder om te voorkomen dat problematiek verergert. • Er zijn inwoners die zowel gebruik maken van ondersteuning op grond van de Wmo 2015 als op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Om die reden kunnen signalen van zorgfraude binnen de Wlz ook bij de gemeente binnenkomen. Deze signalen worden doorgestuurd naar het meldpunt van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), zij zullen dan de melding verder oppakken. • Wij zetten alles in wat binnen onze mogelijkheden ligt om onregelmatigheden met zorgbudgetten en voorzieningen zo snel mogelijk aan het licht te brengen en te beëindigen. Om onrechtmatig gebruik, fouten en fraude vroegtijdig te detecteren. Dit doen we in samenwerking met onze partners en/of regiogemeenten (RISB). • We maken gebruik van technologische en digitale mogelijkheden die tot onze beschikking staan om fouten en fraude in een vroeg stadium aan het licht te brengen.

Uiteraard binnen de grenzen van geldende privacywet en –regelgeving en de actuele jurisprudentie (zie hst. 1.2 Privacy en gegevensuitwisseling). • Wij laten periodieke herbeoordelingen of themaonderzoeken uitvoeren. O.a. de accounthouders van de RISB spelen hierbij voor Wmo 2015 en Jeugdwet een belangrijke rol. Voor de Participatiewet spelen de intern controleur en de fraudeconsulenten van BBSUO hierin een rol. 2. Kordaat optreden • We onderzoeken altijd eerst in hoeverre er sprake is van opzet dan wel een vergissing. Hiervoor leggen medewerkers persoonlijk contact met de inwoner en/of zorgaanbieder. Als de inwoner en/of zorgaanbieder dat wil kunnen deze gesprekken worden opgenomen. Medewerkers wijzen inwoner en/of zorgaanbieder op deze mogelijkheid. • Bij het opleggen van een sanctie houden we rekening met de persoonlijke omstandigheden van de inwoner die de overtreding heeft begaan. Sanctioneren van het niet nakomen van een verplichting is geen doel op zich, maar doen we om een positieve gedragsverandering te realiseren. We gaan uit van het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. • Bij constatering van fraude wordt de uitkering, voorziening of het budget direct stopgezet of teruggevorderd. De inwoner of zorgaanbieder moet volledig meewerken aan alle verplichtingen die aan de uitkering, voorziening of het budget zijn verbonden.

• We kunnen als de situatie daarom vraagt het contract met de zorgaanbieder aanpassen of overgaan tot beëindiging. Eventueel kan er een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom worden opgelegd. • Als uit fraudeonderzoek blijkt dat een strafrechtelijke norm is overtreden doen wij direct aangifte bij het Openbaar Ministerie. (OM). Het OM beslist of wordt overgegaan tot strafrechtelijke vervolging. • Wij zetten alle beschikbare middelen in om opgelegde boetes in het kader van de Participatiewet en fraudevorderingen te incasseren.

13

3.3 Samen handhaven Waar staan wij voor? Toezicht en handhaving binnen het sociaal domein vereist nauwe samenwerking met zowel interne als externe partners. De BBS gemeenten werken intensief samen met verschillende partners; BBSUO, zorgaanbieders, de GGDrU, en RISB om zo effectief en efficiënt mogelijk onrechtmatigheden met ondersteuningsbudgetten en voorzieningen te bestrijden. Op deze manier kan er op een integrale manier gekeken worden naar een casus. Doelmatigheid (wat willen we bereiken) en rechtmatigheid (rechten en plichten) gaan niet altijd hand in hand met elkaar. Wanneer er sprake is van een onrechtmatigheid kan dit een signaal zijn van een achterliggend probleem. Door vanuit verschillende perspectieven naar een situatie te kijken zorgen we ervoor dat er niet alleen gekeken wordt naar wat er mis is gegaan (en het sanctioneren hierop), maar ook naar de achterliggende oorzaak hiervan, met als doel het zo duurzaam mogelijk oplossen van het probleem. Wat gaan we ervoor doen? • • • •

•

We delen onze visie op Hoogwaardig Handhaven met zowel interne al externe partners. We zorgen dat alle medewerkers in de uitvoerende teams worden getraind in hun preventieve en repressieve rol in fraudepreventie- en bestrijding. We zorgen dat toezichthouders en fraudeconsulenten dicht bij de uitvoering zijn gepositioneerd. Hierdoor zijn er korte lijnen en kunnen signalen tijdig met elkaar worden gedeeld en besproken. Het is van groot belang dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen toezichthouders, fraudeconsulenten en de betrokken partners om casussen met elkaar te bespreken en waar nodig tot actie over te gaan. Voor Wmo 2015 en Jeugdwet neemt de RISB hierin het voortouw in het casusoverleg Rechtmatigheid en Kwaliteit, waar ook de GGDrU aanschuift. Signalen van regiogemeenten worden via de RISB-werkplaatsen met elkaar gedeeld en regiogemeenten worden over vervolgacties door de RISB geïnformeerd en indien relevant actief betrokken. Voor de Participatiewet richt BBSUO een casusoverleg in waarin medewerkers uit de verschillende teams signalen kunnen delen en vervolgacties worden besproken. Zowel met interne als externe partners zullen afspraken worden gemaakt over het delen van persoonsgegevens. Deze afspraken worden voor de Participatiewet opgenomen in het Controleplan fraudepreventie en -bestrijding BBS.

3.4 Slimme inzet van capaciteit en middelen Waar staan wij voor? Uitgangspunt is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande structuren en instrumenten en deze binnen het sociaal domein breed in te zetten. Daarbij sluiten we voor Wmo 2015 en Jeugdwet aan bij de fraude-, en handhavingsaanpak van het RISB. Daarbij realiseren we ons dat structureel toezicht houden en handhaven op alle voorschriften praktisch gezien onmogelijk is. We maken daarom keuzes waarbij we optimaal gebruik maken van beschikbare capaciteit en aanwezige kennis en vaardigheden maximaal benutten. Bij de inzet van handhavingsinstrumenten geldt te allen tijde het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel4.

4

Subsidiariteitsbeginsel: we kiezen altijd voor de minst ingrijpende oplossing. Proportionaliteitsbeginsel: instrumenten die we inzetten moeten in verhouding staan tot het doel. 14

Wat gaan we ervoor doen? •

•

• •

Hoogwaardig handhaven is een verantwoordelijkheid van iedereen binnen de hele keten; van melding tot uitvoering van de beschikking. Dit betekent dat fraudealertheid een basiscompetentie is van iedere medewerker, waarbij de rol van de uitvoerende teams en administratiemedewerkers uiteraard een andere is dan die van de toezichthouders en fraudeconsulenten. Voor de Participatiewet sluiten de rollen van toezichthouders en fraudeconsulenten zo veel mogelijk aan bij de bestaande functies van fraudeconsulenten en kwaliteitsmedewerkers en/of interne controleur van BBSUO. Nieuw voor BBSUO is het toezicht op kwaliteit binnen de Participatiewet. Voor Wmo 2015 en Jeugdwet sluiten de rollen van toezichthouders aan bij de bestaande toezichthouders van het RISB en GGDrU. In 2021 zal dit beleidsplan geïmplementeerd worden in de uitvoeringspraktijk. Het streven is om de implementatie en uitvoering van dit beleidsplan zoveel mogelijk binnen de bestaande middelen te realiseren. Op de langere termijn verwachten we dat door dit beleidsplan de kosten tegen de baten zullen opwegen.

15

Hoofdstuk 4. Persoonsgebonden budget Ook zorg die is ingekocht middels het persoonsgebonden budget (pgb) voldoet aan de kaders van hoogwaardig handhaven.

4.1 Trekkingsrecht Per 1 januari 2015 worden pgb’s niet meer gestort op de bankrekening van zorgvragers. Het SVB Servicecentrum PGB betaalt de zorgverleners uit op basis van declaraties. Het grote voordeel hiervan is dat de verantwoording veel eenvoudiger is geworden en de SVB een groot deel van de financiële administratie overneemt. Het trekkingsrecht zorgt ervoor dat het geld niet meer onnodig lang bij de zorgvrager op de bankrekening staat. Helaas is dit geen garantie dat er niet met pgb’s gefraudeerd wordt, gemeenten hebben hier alsnog een verantwoordelijkheid in.

4.2 Vaststellen ondersteuning middels pgb In het gesprek met de inwoner maken wij een kritische beoordeling aan de hand van de volgende aspecten: • De inwoner is in staat de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; • Er wordt beoordeeld of pgb een bewuste keuze is, of dat op de keuze voor een pgb is aangedrongen door bijvoorbeeld een hulpverlener; • Ondersteuner of hulpverlener beschikt over relevante opleiding, of aantoonbare relevante werkervaring; • De ondersteuning sluit aan bij beperkingen of problemen die worden ondervonden; • In te kopen ondersteuning of jeugdhulp sluit aan op de indicatie en ook op het plan van aanpak; • Afhankelijk van de aard van de ondersteuning dient de pgb-aanbieder te beschikken over een VOG. Bij pgb’s die worden ingezet voor ondersteuning met relatief hoge onrechtmatigheidsrisico’s zijn wij extra alert op signalen van fouten, fraude en oneigenlijk gebruik.

4.3 Kwaliteit en rechtmatigheid De kwaliteitscheck is bij pgb-verstrekkingen, net als in geval van Zorg in Naturavoorzieningen, van groot belang. Het wettelijk kader5 luidt dat diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig doeltreffend en cliëntgericht moeten worden verstrekt. De GGD regio Utrecht wordt, zoals gezegd, ingehuurd als toezichthouder kwaliteit voor de Wmo. De Inspectie Jeugdzorg toets de kwaliteit binnen de Jeugdwet. Bij signalen over de rechtmatigheid van een pgb doet iedere BBS gemeente in eerste instantie zelf onderzoek. Jaarlijks doen de BBS gemeenten een aselecte steekproef waarmee wordt onderzocht of de levering van zorg heeft plaatsgevonden.

4.4 Herbeoordelingen Een maatregel om oneigenlijk gebruik/misbruik op te sporen betreft het uitvoeren van herbeoordelingen. Sinds 2015 heeft de wetgever het uitvoeren van herbeoordelingen verplicht gesteld. De memorie van toelichting zegt hierover dat het college periodiek nagaat of het pakket aan maatregelen nog altijd ‘op maat’ is en of het

5

Artikel 2.3.6, lid 2, sub c Wmo 2015 en artikel 8.1.1, lid 2, sub c, Jeugdwet.

16

eventueel verstrekte pgb nog passend is. Hoe vaak dat noodzakelijk zal zijn, zal mede afhangen van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en hetgeen bij het onderzoek wordt vastgesteld. Herbeoordelingen vinden logischerwijs plaats nadat het recht op ondersteuning is vastgesteld. Het omzetten van een pgb naar Zorg in Natura kan ook een maatregel zijn.

17

Hoofdstuk 5. Monitoring en sturing De BBS gemeenten vinden het belangrijk om goed te monitoren zodat we ook zeker weten dat middelen effectief en rechtmatig worden ingezet en dat zorg en ondersteuning ook daar terecht komt waar het nodig is. Daarnaast willen we dit beleidsplan tegen het eind van de looptijd tijdig evalueren om op basis van de resultaten en conclusies een nieuw beleidsplan op te kunnen stellen. Monitorgegevens kunnen ook gebruikt worden om tussentijds bij te sturen of het Controleplan fraudepreventie en bestrijding BBS aan te passen. Kwantitatieve monitoring Kwantitatieve monitoring vindt doorlopend plaats. Dit behelst het monitoren van het aantal signalen, waarschuwingen, beëindigingen van voorzieningen of uitkeringen op basis van onrechtmatigheden, opgelegde boetes en terugvordering-/verhaalzaken in het kader van de Participatiewet. De uitkomsten worden meegenomen in de kwartaalrapportages BBSUO welke met de BBS gemeenten worden gedeeld. Kwalitatieve monitoring Kwalitatieve monitoring zal in ieder geval plaatsvinden in 2022. Hiervoor zullen medewerkers van de uitvoerende teams, samenwerkingspartners en inwoners die ondersteuning hebben ontvangen worden bevraagd. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij bestaande onderzoeken die al gedaan worden binnen het sociaal domein.

Vragen zullen in ieder geval gaan over onder andere de kwaliteit van informatievoorziening en dienstverlening en de kwaliteit van samenwerking.

18

Hoofdstuk 6. Bijlagen 6.1 Interne en externe samenwerkingspartners Wij werken binnen gemeentegrenzen nauw samen met de volgende partners: Verantwoordelijkheid: Samenwerkingspartner Zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning voor haar ingezetenen en zorgdragen voor de kwaliteit en de Gemeentebestuur Baarn continuïteit van de voorzieningen die daartoe behoren. Gemeentebestuur Bunschoten De verantwoordelijkheid voor het eerstelijns toezicht op de Gemeentebestuur Soest uitvoering van de Participatiewet, Jeugdwet en de WMO 2015. Sociaal team Baarn Alert zijn op signalen van onvoldoende kwaliteit en risico’s Sociaal team Bunschoten of fraude, fouten, onderbehandeling en overbehandeling. Sociaal team Soest Correct uitvoeren Participatiewet en voeren van de zorgadministratie. Tevens inkoop reintegratievoorzieningen. Uitvoeringsorganisatie BBS Onderzoeken van fraudesignalen en eventueel het opleggen van boetes bij schending van de inlichtingenplicht. Terugvorderen van ten onrechte verstrekte bijstand. Correcte uitbetaling zorgvoorzieningen en controle uitbetalingen. Rekeningen en praktijken van zorgaanbieders goed controleren en bij mogelijke fouten of vermoedens van Inwoners (en vertegenwoordigers die frauduleus handelen contact opnemen met de gemeente.

het budget van de inwoner beheren) Regels naleven, bijvoorbeeld het ontvangen budget aan de voorziening besteden waarvoor het is bedoeld. Het leveren van kwalitatief goede voorzieningen en het Zorgaanbieders indienen van correcte rekeningen. Daarnaast moeten ze zorgen dat ze zich kunnen verantwoorden. Daarnaast werken wij waar nodig samen met partners buiten onze gemeente: Samenwerkingspartner Verantwoordelijkheid: Het opnemen van verantwoordingseisen die de Regionaal Inkoop en rechtmatigheidsrisico’s verkleinen en Subsidie Bureau (RISB) controle mogelijk maken. Het uitvoeren van controles op Amersfoort kwaliteit (samen met GGDrU) en rechtmatigheid. Adviseert gemeenten bij de aanpak van Kenniscentrum rechtmatigheidsonderzoek en is de schakel Handhaving en Naleving tussen de gemeente en onze ketenpartners. Zorgt voor een betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed Ministerie van VWS zorgsysteem. Controleert bij pgb’s controleren of de gefactureerde zorg Sociale Verzekeringsbank overeenkomt met de (SVB) zorgovereenkomst. Nederlandse Houdt en treedt handhavend op bij onrechtmatigheden Zorgautoriteit (NZa) door onder andere zorgaanbieders. Inspectie Houdt het eerstelijns toezicht op de uitvoering van de Gezondheidszorg en Jeugdwet.

IGJ bewaakt en bevordert de veiligheid en Jeugd (IGJ) kwaliteit van de zorg in het kader van de Jeugdwet Gemeentelijke Bewaakt de kwaliteit van Wmo-voorzieningen aan de hand Gezondheidsdienst regio van wettelijke kaders en normen, ondergrensnormen, Utrecht (GGDrU) beschikkingen en contractafspraken. 19

Stelt integrale handhavingsadviezen op en stemt projectmatig bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale interventies af met regionale partners. Werken samen in het kader van toezicht en opsporing ten behoeve van strafrechtelijke onderzoeken in de zorg. Prioritaire aandachtsgebieden zijn pgb- en declaratiefraude. Belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en strafrechtelijke bestrijding van fraude en financieel-economische criminaliteit. Zorg wordt regionaal ingekocht, signalen op het gebied van gebrekkige kwaliteit en/of onrechtmatigheden worden regionaal besproken.

Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Inspectie SZW en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)

Openbaar Ministerie

Regiogemeenten

6.2 Overzicht Gemeentelijke beleidsdocumenten en verordeningen • • • • •

• • • •

• • •

Gemeente Baarn - Handhavingsverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2015 Gemeente Baarn – Maatregelenverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2015 Gemeente Baarn - Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019 Gemeente Baarn - Regionaal kader handhaving op kwaliteit bij professionele Wmo-dienstverlening, 2018 Gemeente Baarn – Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2020 Gemeente Baarn – Nadere regels verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2019 Gemeente Bunschoten - Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019 Gemeente Bunschoten - Omgekeerde Verordening Sociaal Domein gemeente Bunschoten 2020 Gemeente Bunschoten - Regionaal kader handhaving op kwaliteit bij professionele Wmodienstverlening, GGDrU 2018 Gemeente Bunschoten - Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019

• •

Gemeente Soest – Handhavingsverordening participatiewet IOAW en IOAZ 2015 Gemeente Soest – Maatregelenverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2015 Gemeente Soest - Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019 Gemeente Soest- Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Soest 2020 Gemeente Soest - Regionaal kader handhaving op kwaliteit bij professionele Wmo-dienstverlening, 2018 Gemeente Soest- Verordening Jeugdhulp 2017 Gemeente Soest – Nadere regels 2019 verordening jeugdhulp 2017

• •

BBSUO - Controleplan fraudepreventie en bestrijding BBS 2021 BBSUO – Beveiligingsplan Suwinet 2019- 2022

• •

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=340895af-ed88-4531-8c9b-d1de4ab62bb5