CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 8 Toelichting BP Schoutenkampweg 17a

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 26 september 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Schoutenkampweg 17A13.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

22

3.2. Toekomstige situatie Op het braakliggend perceel worden vier grondgebonden woningen gebouwd. Deze woningen worden ontsloten vanaf de Schoutenkampweg via de inrit die destijds voor de bedrijfshal werd gebruikt. In afbeelding 6 is een indicatieve verkaveling van het plangebied te zien. Afbeelding 6: Indicatieve toekomstige situatie.

Verkeer Door het toevoegen van de vier grondgebonden woningen zal de verkeersintensiteit op de wegen in de omgeving maar zeer beperkt toenemen. Uit de ASVV 2012 blijkt dat voor de woningen in de 'rest bebouwde kom' in matig stedelijk gebied uitgegaan dient te worden van 7,4 tot 8,2 motorvoertuigen per woning per etmaal. In het plangebied zullen minimaal 10 parkeerplaatsen worden aangelegd (zie afbeelding 6). Bezoekersparkeren kan, net als bij de overige woningen aan deze weg, in de straat.. Gelet op de omvang van het perceel is er overigens ruimte voor meer parkeerplaatsen. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernormering (zie paragraaf 2.5.7).

Groen

In het plangebied wordt geen openbaar groen gerealiseerd. De tuinen krijgen uiteraard een groen karakter, waarbij de bestaande bomen zoveel als mogelijk zullen worden behouden.

Water

Ter plaatse ligt het perceel braak. In het plangebied worden vier grondgebonden woningen gerealiseerd. Hierdoor neemt het bebouwd oppervlak op het perceel per saldo af . Derhalve brengt dit bouwplan ten aanzien van de verschillende wateraspecten geen (ingrijpende) veranderingen teweeg. Binnen het perceel wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd (de grondwa-

terstand is relatief diep). Het regenwater van verharde oppervlaktes (daken en verhardingen) wordt afgekoppeld en op het perceel geïnfiltreerd Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

23

Hoofdstuk 4.

Resultaten onderzoeken

4.1. Algemeen Ten behoeve van een bestemmingsplan dient op diverse gebieden onderzoek te worden uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn samengevat in dit hoofdstuk.

Milieuaspecten

Het bouwplan omvat geen activiteiten uit de bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage die aanleiding geven een m.e.r.-beoordeling of een (plan- of project)MER op te stellen. Dit geldt ook voor activiteiten uit de Provinciale Milieuverordening. In de omgeving van het plangebied liggen geen Natura-2000 gebieden. Met de uitvoering van het plan is het derhalve niet noodzakelijk om een passende beoordeling (planMER) in het kader van de Natuurbeschermingswet op te stellen. Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bij beschikking van 2 juni 2016 heeft het bevoegd gezag de ernst en spoed van de verontreiniging in het plangebied vastgesteld en ingestemd met het saneringsplan voor deze locatie. Op de locatie is een geval van ernstige bodemverontreiniging, die is onderverdeeld in drie deellocaties, aanwezig. De sanering van deellocatie C dient met spoed te worden uitgevoerd vanwege humane risico’s (toekomstige situatie). De sanering van deellocatie C moet starten voor 1 januari 2017. Ter plaatse van deellocatie A (buitenterrein) is sprake van een sterk met zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) verontreinigde bovengrond.

Ter plaatse van deellocatie B (oprit) is sprake van een sterk met asbest verontreinigde bovengrond. Ter plaatse van deellocatie C (nieuwbouwlocatie) is sprake van een sterk met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl) verontreinigde bovengrond en grondwater. Doelstelling van de sanering was de verontreinigde bodem op kosteneffectieve wijze geschikt te maken voor de gebruiksfunctie ‘wonen’ en ‘extensief gebruik groen’. De sanering zou bestaan uit: - de gebruiksbeperkingen zoveel mogelijk wegnemen (deellocaties A en B) door ontgraving. Ter plaatse van deellocatie B vindt herschikking van de ontgraven grond onder een verharding plaats; - de risico’s bij toekomstig gebruik (deellocatie C) wegnemen door ontgraving en het aanbrengen van een duurzame afdeklaag in de kruipruimte. Aangezien de aanwezige grondwaterverontreiniging met VOCl (deellocatie C, actualisatie onderzoek 2015) reeds voldoet aan de beoogde saneringsdoelstelling (stabiele verontreinigingssituatie, afnemende omvang en afname van gehaltes VOCl in de pluim), zullen hiervoor geen actieve maatregelen genomen worden. Op 22 maart 2019 heeft het bevoegd gezag een herziene beschikking op de ernst en spoed vastgesteld. Na sloop van het pand (deellocatie C) is tijdens actualiserend bodemonderzoek (10 december 2018) de verontreiniging met VOCl in de bovengrond niet meer aangetroffen.

Deellocatie C hoeft niet meer gesaneerd te worden omdat de verontreiniging niet meer aanwezig is. Er is geen sprake meer van humane risico’s en spoed om te saneren. Er is derhalve vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (deellocaties A en B) waarvan de sanering niet spoedeisend is. Wijziging van het saneringsplan 12 april 2019 Het saneringsplan is op 8 april 2019 op het volgende punt gewijzigd: - Ter plaatse van deellocatie B wordt geen met asbest verontreinigde grond herschikt onder een verharding. De met asbest verontreinigde grond wordt apart ontgraven en afgevoerd. Op 12 april 2019 heeft het bevoegd gezag ingestemd met deze wijziging op het saneringsplan. door onderzoek moeten worden aangetoond.

Uit het evaluatieverslag komt het volgende naar voren: • De grondsanering is uitgevoerd van 11 tot 16 april 2019. De verontreinigde grond ter plaatse van deellocatie A (buitenterrein) is ontgraven tot een diepte van 0,4 tot 0,5 m-mv. en ter Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

24

plaatse van deellocatie B (asbest kern in oprit) tot een diepte van 0,5 m-mv. Vanwege de geplande nieuwbouw is de ontgraving niet aangevuld. • In de putbodems en putwanden van de ontgravingen zijn geen verhoogde gehalten aan PAK, zware metalen en/of asbest gemeten. • De werkzaamheden zijn uitgevoerd door Aannemingsmaatschappij ZVS Eemnes B.V. • De milieukundige begeleiding is gedaan door de heer H.L.J.A. Peters van Hopman en Peters. • Er is 424 ton met zware metalen en PAK verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd naar Theo Pouw te Utrecht. • Er is 65 ton met asbest verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd naar Theo Pouw te Utrecht.

Kadastrale tekening De locatie is aangegeven op onderstaande kadastrale kaart.

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Soest de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke (indicatieve) richtafstand. De af- standen worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van een bestemmingsplan mogelijk is. Deze lijst ligt ook ten grondslag een de Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

25

Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals die als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan Soest Midden en Zuid is opgenomen. Naast de geadviseerde milieuzonering voor bedrijven op basis van de VNG brochure "Bedrijven en milieuzonering", kunnen er ook nog afstandscriteria uit specifieke milieuwetgeving gelden. Denk hierbij aan de Wet milieubeheer, de agrarische geurwetgeving (Wgv) of de veiligheidsregelgeving (Bevi/Revi). Deze wetgeving geldt uiteindelijk als toetsingskader voor de toegestane milieueffecten. Ook deze afstandscriteria worden meegenomen bij de beoordeling van de gewenste ontwikkelingen. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden standaard ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk.

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

26

Naast het omgevingstype rustige woonwijk kent de VNG-uitgave ook het omgevingstype gemengd gebied. Wanneer sprake is van omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een ge- mengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen an- dere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtaf- stand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden ver- kleind tot 10 meter en de richtafstand van 50 meter voor een bedrijf in milieucategorie 3.1 kan verlaagd worden tot 30 meter. Afbeelding 7: Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6.1

richtafstand tot omgevingstype richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 10 m 0m 30 m 10 m 50 m 30 m 100 m 50 m 200 m 100 m 300 m 200 m 500 m 300 m 700 m 500 m 1.000 m 700 m 1.500 m 1.000 m

Het systeem van richtafstanden gaat dus uit van het principe van scheiding van functies: de richtafstandenlijst geeft richtafstanden tussen bedrijfslocaties en omgevingstype rustige woonwijk of gemengd gebied. Situatie in het projectgebied Gelet op functies in de directe omgeving is sprake van een rustige woonwijk. In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven en/voorzieningen aanwezig, die een milieubelasting veroorzaken in het onderhavige plangebied. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmering voor de bouw van de woningen op het perceel.

Geluidhinder

Wegverkeerslawaai Door Munsterhuis Geluidsadvies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting, afkomstig van het wegverkeer op de Ossendamweg, de Soesterbergsestraat en de Schoutenkampweg. Op de betreffende locatie was een boerderij en een fabriek gesitueerd. Het voornemen is een viertal bungalowwoningen te realiseren. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting, als gevolg van het wegverkeer, ter plaatse van de toekomstige woningen. De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. Uit het onderhavig onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getroffen. - Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Ossendamweg ter plaatse van de vier bungalow woningen niet wordt overschreden. - Er dient geen hogere grenswaarde procedure gevolgd te worden voor wegverkeerslawaai afkomstig van de Ossendamweg. - Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Soesterbergsestraat ter plaatse van de woningen niet wordt overschreden. - Ter plaatse van de Schoutenkampweg geldt een maximaal toegestane snelheid van Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

27

30 km/uur waardoor de geluidbelastingen ten gevolge van deze weg niet getoetst hoeven te worden aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt deze weg bij de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting betrokken. - Het blijkt dat de maximale cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de gevels van de vier bungalow woningen maximaal 50 dB bedraagt. Derhalve dienen er geen extra geluidwerende voorzieningen bepaald te worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen. Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een industrieterrein. Conclusie De nieuwe woningen liggen binnen de zone van de Ossendamweg, Soesterbergsestraat en Schoutenkampweg. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Het blijkt dat de maximale cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de gevels van de vier woningen maximaal 50 dB bedraagt. Derhalve dienen er geen extra geluidwerende voorzieningen bepaald te worden om aan het maximale binnenniveau van 33 dB te kunnen voldoen

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

28

Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 staan de hoofdlijnen voor regelgeving voor luchtkwaliteitseisen beschreven in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm). Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM om- schrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%grens op 1.500 woningen.

Omdat in het plangebied het aantal woningen met vier toeneemt, kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit is niet van invloed op de ontwikkelingen in het plangebied. Externe veiligheid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: • bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Door de afwezigheid van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen in de directe omgeving (bron: risicokaart Utrecht) van het bouwplan, voldoet de ontwikkeling aan de eis voor het plaatsgebonden risico (artikel 5 van het BEVI). Aan de hand van de landelijke risicoatlas (zie afbeelding 9) kan worden geconcludeerd dat er geen route gevaarlijke stoffen nabij het plangebied aanwezig is. De locatie ligt op meer dan 500 meter vanaf de dichtstbijzijnde route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Afbeelding 9: Fragment risicokaart

Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor de realisatie van 4 woningen in het plangeb

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

29

Geurhinder In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven die geurhinder veroorzaken. Vanuit het oogpunt van het aspect geurhinder zijn er derhalve geen belemmeringen voor de bouw van een woning in het plangebied.

Water Watertoets Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. Algemeen Op 2 februari 2016 is de digitale watertoets doorlopen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zo veel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet of niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) worden voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. De gemeente hanteert voor nieuwbouw een ontwateringsnorm van 90 cm (gemeten tussen de GHG en de onderkant van de vloer). Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Daarnaast heeft de gemeente Soest het convenant afkoppelbeleid Utrechtse Heuvelrug ondertekend.

Dit betekent dat de leidraad die aan dit convenant ten grondslag ligt bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het werkingsgebied in acht moet worden genomen. Proces In het kader van de planontwikkeling is op 2 februari 2016 de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) doorlopen. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Het waterschap is niet de enige waterbeheerder. Gemeenten hebben een zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater in bebouwd gebied. Daarmee is de gemeente ook een waterbeheerder en moet zij ook worden geconsulteerd in het kader van de watertoets. De handreiking watertoets stelt namelijk dat alle relevante waterbeheerders moeten worden geconsulteerd. Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

30

Natuurwaarden De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. De gebiedsbescherming is geregeld via de Natuurbeschermingswet (Natura2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten) en het Streekplan (onder andere Ecologische Hoofdstructuur (EHS), weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden). De soortbescherming is geregeld door middel van de Flora- en faunawet. De ver- schillende natuurwetgevingen in Nederland hebben als belangrijk component het zorgplicht- beginsel, dat van elke initiatiefnemer verlangt dat hij zich vooraf op de hoogte stelt van eventuele schadelijke effecten op voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, beschermde natuurmonumenten, (P)EHS gebieden of ecologische verbindingszones). Vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Soortenbescherming In verband met de op 1 april 2002 in werking getreden Flora- en Faunawet en de daarin verwerkte Europese richtlijnen, de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn, dienen ruimtelijke en andere ingrepen te worden getoetst aan deze regelgeving. In de Flora- en Faunawet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten.

Naast een aantal in de wet (en daarop gebaseerde besluiten) vermelde specifieke mogelijkheden om ontheffing te verlenen van in de wet genoemde verboden, geeft de wet een algemene ontheffingsbevoegdheid aan de minister van LNV (artikel 75, lid 3). Soortenbescherming De planlocatie vormt geen geschikt leefgebied voor soorten beschermd onder de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek naar beschermde soorten is niet noodzakelijk. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli) Tabel 4.1 Overzicht van de Soortenbescherming

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

31

Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Tabel 4.2 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming

Stikstof Aanlegfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd. Gebruiksfase Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 2 bijgevoegd. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.

Conclusie De beoogde sloop van de loods ten behoeve van de bouw van vier woningen aan de Schoutenkampweg 17a te Soest is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht). Vervolgstappen Voor de beoogde ruimtelijke ingreep zijn geen verdere vervolgstappen vereist in het kader van de Wet natuurbescherming. Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

32

werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. De natuurwaarden vormen geen belemmering voor de planontwikkeling.

Archeologie

Op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest is het plangebied aangewezen als Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 2( AWV 2). Voorafgaand aan bodemingrepen groter dan 500 m² én dieper dan 30 cm onder maaiveld is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit criterium is ook opgenomen in de archeologische dubbelbestemming "Waarde - Archeologie Waardevol Verwachtingsgebied 2" die het perceel in het vigerende bestemmingsplan heeft en in het onderhavige plan is overgenomen. De bodemingreep is in dit geval aanzienlijk kleiner dan 500 m². Derhalve is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk

Kabels en leidingen

Voor planologisch relevante leidingen gelden verschillende beschermings- en veiligheidsafstanden waar in de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Op het perceel bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen. Ook in de nabijheid van het perceel zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig. Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

33

1

Hoofdstuk 5.

Planologisch juridische regeling

Inleiding Het voorliggende bestemmingsplan sluiten aan op de regels van het bestemmingsplan Buitengebied, met dit verschil dat de bij het voorliggende bestemmingsplan behorende regels en verbeelding zijn opgesteld volgens de SVBP-2012 (en overige standaarden). Dit heeft vooral betrekking op de gebruikte begrippen en de aanduidingen. In de regels worden de bestemmingen Tuin (artikel 3) en Wonen (artikel 4) aan het gebied toegekend. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, een set regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

Toelichting De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

De regels Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Het bestemmingsplan bevat slechts regels die voor het voorliggende plan van toepassing zijn (inclusief inleidende-, algemene-, overgangs- en slotregels). Artikel 1 en 2 In artikel 1 zijn de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd, en artikel 2 bevat de wijze van meten en berekenen. Artikel 3 - Tuin De onbebouwde gronden en gronden rondom de vier woningen hebben de bestemming "Tuin" gekregen. Hier mogen in beginsel geen gebouwen mogen worden gebouwd, met dien verstande, dat een erker aan de voor- en zijgevel van een hoofdgebouw onder voorwaarden is toegestaan. Daarnaast is door middel van aanduidingen aangegeven waar hellingbanen, trappen en parkeervoorzieningen en waar balkons zijn toegestaan. Artikel 4 - Wonen - Gestapeld De woningen met het daarbij behorende achtererven zijn bestemd voor "Wonen". In het bouwvlak is de bouwaanduiding 'vrijstaand' aangegeven, zodat uitsluitend een vrijstaande woning is toegestaan. De maximum goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding vastgelegd. Binnen deze bestemming is de uitoefening van beroepen en( kleinschalige) bedrijven aan huis toegestaan. Bijbehorende bouwwerken:

Ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

2

Aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen deze woonbestemming, zowel binnen als buiten de bouwvlakken worden gebouwd. Beroep aan huis: Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, zoals dat in de begrippen is omschreven, is als recht toegestaan in de bestemming "Wonen". Om te voorkomen dat de beroepsuitoefening de woonfunctie zou kunnen overheersen, is deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en de bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen. Artikel 5 Antidubbeltelbepaling In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen dat gronden die bij een eerder bouwplan reeds in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan nogmaals meegeteld worden. Artikel 6 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat een bestaande en afwijkende maatvoering en situering mag worden gehandhaafd. Daarnaast zijn regels opgenomen over het overschrijden van de denkbeeldige dakvlakken en met betrekking tot onderkeldering. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven, dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo.

Indien in een bepaald geval gebruik in strijd met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Aangezien seksinrichtingen vanaf 1 oktober 2000 als een normale bedrijfs-/dienstverlenende activiteit worden aangemerkt, dient het bestemmingsplan zich expliciet uit te spreken over het al of niet bieden van mogelijkheden voor vestiging van dergelijke inrichtingen. De gemeente Soest kent de regeling, dat seksinrichtingen in alle bestemmingsplannen zijn uitgesloten, met uitzondering van één bestaande massagesalon aan de Lange Brinkweg. In het onderhavige plangebied worden dergelijke inrichtingen niet gewenst geacht. Ze zijn dan ook expliciet voor alle overige bestemmingen als strijdig gebruik aangemerkt. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het plan bevat een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Het betreft met name overschrijdingen van maten en percentages. Daarnaast zijn afwijkingsregels voor mantelzorgwoningen en kangoeroewoningen opgenomen.

Ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

3

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Het plan bevat een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wro. Daarmee kunnen bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen op de verbeelding in beperkte mate worden verschoven. Ook na een aanpassing van de beleidsnota parkeren kan het plan worden gewijzigd. Artikel 10 Overige regels De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van dit plan. Artikel 11 Overgangsrecht Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen zijn bindend voorgeschreven in artikel 3.2.1 en 3.2.2 Bro. Deze overgangsrechtelijke bepalingen dienen om te waarborgen, dat een bestaand bouwwerken of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd, totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen, die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan.

Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Artikel 12 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000.

Ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

4

Hoofdstuk 6.

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 6.12, lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeenteraad kan afzien van het vaststellen van een exploitatieplan indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De economische uitvoerbaarheid komt volledig voor de rekening van de initiatiefnemers. De gemeente Soest en de initiatiefnemers zullen een overeenkomst afsluiten waarin het planschadeverhaal is opgenomen, waardoor de gemeente planschadeclaims bij de initiatiefnemer kan verhalen. Voor de gemeente Soest zijn er geen financieel-economische gevolgen als gevolg van de realisatie van het bouwplan.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op 24 oktober 2019 heeft de ontwikkelaar voor de omwonenden een participatiebijeenkomst gehouden over zijn beoogde nieuwbouwproject aan de Schoutenkampweg 17A. De volgende zaken heeft de ontwikkelaar (mede) ten gevolge van de uitkomsten van de participatie veranderd aan het plan: • het aantal woningen is teruggebracht van vijf naar vier woningen; dit komt natuurlijk ook omdat de gemeente vijf woningen teveel vond; • de bomen aan de erfgrens met de Korte Ossendam worden behouden; bovendien worden extra bomen aangeplant; • de ramen op de eerste verdieping worden gericht op de andere woningen in het plangebied en niet op de omliggende woningen (wegens het belang van privacy voor omwonenden); • warmtepomp: de ventilatoren van de (lucht)warmtepompen zullen aan de voorkant van de woningen worden aangebracht, waardoor maximaal rekening wordt gehouden met de omliggende woningen; • zonnepanelen: de hellingshoek van de zonnepanelen is zodanig bepaald dat er geen hinderlijke reflectie zal optreden. Bijgevoegd is een compilatie van documenten die inzicht geven in het door de ontwikkelaar in gang gezette participatieproces.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan "Schoutenkampweg 17a" zal vanaf 14 december 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage liggen. Tijdens die periode heeft een ieder de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

5

Ontwerpbestemmingsplan Schoutenkampweg 17 A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=9c8d27cb-518e-40b5-8605-dc9126a9c097