CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 2 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bp Den Blieklaan naast 67

Besluitvormende Raadsvergadering 5 april 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Den Blieklaan, naast nr. 678.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Bestemmingsplan Den Blieklaan, naast nr. 67

Geanonimiseerd

Gemeente Soest Afdeling Ruimte

Gemeente Soest

Pagina 1 van 8

Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................... 3 2. Zienswijze ....................................................... 4 3. Ambtelijke wijzigingen ................................... 7

Bijlagen 1. Zienswijze 2. Aanvullend onderzoek ecologie 2022 Den Blieklaan 3. Aerius calculatie

Gemeente Soest

Pagina 2 van 8

1.Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Den Blieklaan, naast nr. 67’ heeft vanaf donderdag 8 september 2022 tot en met woensdag 19 oktober 2022 ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van 2 woningen aan de Den Blieklaan. Gedurende de periode van terinzagelegging kon een ieder zijn of haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. Er één zienswijze ingediend. De ingediende zienswijze is binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. In hoofdstuk 2 van deze nota is de zienswijzen samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie. Ook is aangegeven of de zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 bevat ambtelijke wijzigingsvoorstellen. Als bijlage is de zienswijze geanonimiseerd toegevoegd.

Gemeente Soest

Pagina 3 van 8

2. Zienswijze Gedurende de periode van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan hebben wij drie zienswijze ontvangen: Nr. 01

Naam --

Adres --

Postcode --

Plaats Soest

Datum 4 oktober 2022

De ingediende zienswijzen is in deze nota samengevat en van een reactie van de gemeente voorzien. Tevens is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan. NR. 1.1

ZIENSWIJZE 1 Bebouwde kom De gemeente heeft in 2009 de visie uitgesproken voor het gebied (visie Bosstraat en omgeving), waarin het ‘groene raamwerk van boskamers’ wordt benadrukt. Juist de combinatie van woningbouw, boselementen en open weilanden maakt het gebied uniek. Elke ontwikkeling in dit gebied zal hier dan ook ingepast moeten worden om de uitstraling van de omgeving zoveel mogelijk intact te laten. Het ontwerpbestemmingsplan voor het bosgebied aan de Den Blieklaan naast nummer 67 sluit daarop niet aan. Reactie gemeente De Den Blieklaan wordt gekenmerkt door een combinatie van verspreide woningbouw met nadrukkelijke boselementen. In het nieuwbouwplan met 2 vrijstaande woningen laat initiatiefnemer dit ook terugkomen. Er is door een daartoe gespecialiseerd bureau (MAAKspace) een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij veel aandacht is uitgegaan naar behoud van het boskarakter van betreffend perceel. Dit komt onder meer tot uiting in het doortrekken van de bomenrij op de grens met het 2e Heezerlaantje (extra aanplant van bomen), het handhaven van de beeldbepalende bomen met levensvatbaarheid, nieuwe bomen in de voortuinen, het continueren van de grasberm vanuit de Den Blieklaan, karresporen als oprit en inbouwstenen in de gevels voor vleermuizen en huismussen.

Tevens zullen de achtertuinen voor minimaal 50% bestaan uit boskavel (met ook deze bestemming in het bestemmingsplan). Hier zal bosplantsoen aangeplant worden. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

1.2

Gekapte bomen Het betreffende ontwerpbestemmingsplan toont een groot aantal gekapte bomen. De tekeningen lijken echter geen rekening te houden met de daadwerkelijke situatie: Zo zijn er 36 bomen geanalyseerd, waar er in werkelijk circa 50 bomen op het te ontwikkelen perceelvlak staan. Dit gaat waarschijnlijk om bomen met een stamomtrek van <80cm, maar hierdoor gaat het plan voorbij aan het feit dat effectief alle bomen, op een enkeling na, gekapt worden. Reactie gemeente Initiatiefnemer heeft het bureau ‘Cobra Groeninzicht’ een bomeneffectanalyse laten uitvoeren ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Dit bureau heeft op de kavel 36 bomen met een stamomtrek van minimaal 80cm aangetroffen en een vijftal bomen met een stamomtrek kleiner dan 80 centimeter. Die laatste zijn buiten beschouwing gelaten aangezien deze zonder vergunning gekapt mogen worden. Het bureau heeft vastgesteld dat er 28 bomen een beperkte levensverwachting hebben en derhalve voor verwijdering in aanmerking komen en dat de resterende 8 bomen behouden dienen te worden In het ontwerp en de inpassing van de 2 woningen op de kavel is hiermee dan ook rekening gehouden. Tevens zullen er 5 nieuwe bomen worden aangeplant aan de voorzijde van de kavel, waaronder nieuwe laanbomen aan het 2e Heezerlaantje en 4 nieuwe bomen aan de

Gemeente Soest

Pagina 4 van 8

achterzijde. Het gedeelte van de tuin met bestemming boskavel zal ingeplant worden met bosplantsoen. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. 1.3

Bomeneffectanalyse Ondanks dat de aanvraag spreekt over ‘het behouden van zoveel mogelijk bestaande bomen’, geeft de aangeleverde bomeneffectanalyse aan dat slechts 1 boom behouden kan blijven, en 7 bomen slechts behouden kunnen blijven door specifieke maatregelen te nemen. De omschreven maatregelen - zoals bijvoorbeeld het niet dieper ontgraven dan 5cm bij ‘boom 1’ lijken onrealistisch voor een bouwproject waarbij zware machines ingezet zullen worden, en maatregelen als ‘niet onnodig graven’ ondoenlijk lijken voor bijvoorbeeld bomen 5-7 die dicht tegen de voorgenomen fundering aan zitten en op plekken waar de ‘bosstrook’ wordt aangelegd. De kans dat deze bomen uiteindelijk het niet gaan halen is dan ook groot. Bovendien wordt dit scenario ook niet verder uitgewerkt. Wordt er in die situatie een boom (van vergelijkbare grootte en soort) aangeplant? Reactie gemeente Er zullen 8 bomen behouden blijven en er komen 9 nieuwe bomen bij. In totaal komen er dan ook 17 bomen op de kavel. Het bosplantsoen aan de achterzijde zal uitgroeien tot een duurzaam biodivers bos. Van de 8 te behouden bomen, hebben 7 bomen qua boomkwaliteit een indeling gekregen in de klasse onvoldoende. Dit betekent dat voor deze bomen extra maatregelen gelden.

De werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw zullen worden uitgevoerd conform de adviezen die wat betreft verantwoorde handhaving van de bomen in het rapport van Cobra Groeninzicht zijn weergeven. Dit om te voorkomen dat aan betreffende bomen onherstelbare schade wordt toegebracht. Indien onverhoopt toch onherstelbare schade wordt toegebracht aan betreffende bomen zal de opdrachtgever voor de nieuwbouw zorgdragen voor aanplant van een bomensoort die valt binnen dezelfde bomencategorie. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

1.4

Bosuitstraling en groene uitzicht Doordat alle beeldbepalende bomen worden gekapt (zowel de bomen binnen de bomeneffectanalyse als daarbuiten), zal dit een zeer grote impact hebben op het uitzicht vanaf de Den Blieklaan doordat juist de hoge bomen de bosuitstraling en het groene uitzicht geven die kenmerkend zijn voor de Den Blieklaan; Reactie gemeente Kijkend naar het ‘handhavingsadvies bomen’ in het rapport bomeneffectanalyse, hebben 28 van de 36 bomen de indelingsklasse ‘zeer slecht’ gekregen. Dit betekent dat betreffende bomen ‘fatale boomtechnische beperkingen’ hebben. De kap van deze bomen zal buiten het broedseizoen plaatsvinden. Daarnaast zijn er 7 bomen in de klasse ‘onvoldoende’ (welke initiatiefnemer behoudt) en 1 boom heeft de klasse ‘voldoende’, welke ook behouden blijft. Of en welke bomen beeldbepalend zijn is moeilijk eenduidig vast te stellen, maar feit is dat er voor de meeste bomen op de kavel volgens de bomeneffectanalyse fatale belemmeringen voor een duurzame handhaving zijn. De bomen in de klasse ‘onvoldoende’ en ‘voldoende’ blijven behouden en er zullen zoals eerder aangegeven ook nieuwe bomen worden aangeplant. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

1.5

Vleermuizen Het perceel is een belangrijk toevluchtsoord voor oa. vleermuizen. De aangeleverde QuickScan flora en fauna bevestigt dit. Het plan voorziet in het aanleggen van onder andere vleermuiselementen in de gevels van de woningen, maar het plan gaat voorbij aan het feit dat de bestaande nesten in bomen en het gebouwtje eerst vernield zullen worden en het maar de vraag is of vleermuizen terug zullen komen zodra de nieuwe woningen gerealiseerd zijn;

Gemeente Soest

Pagina 5 van 8

Reactie gemeente Initiatiefnemer heeft naar aanleiding van de QuickScan een aanvullend vleermuisonderzoek laten uitvoeren door een gespecialiseerd bureau. Conclusie vanuit dit onderzoek: Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Ook is er geen sprake van essentieel leefgebied. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. 1.6

Bosrijke aanzicht Achter het te bebouwen perceel ligt een braakliggend terrein, zodat door de voorgenomen kap van bomen (met beperkte aanplanting van nieuwe bomen) het bosrijke aanzicht van het perceel verdwijnt; Reactie gemeente Het huidige aanzicht zal met de bouw van 2 vrijstaande woningen uiteraard veranderen. De kenmerken van de Den Blieklaan, namelijk verspreide woningbouw met nadrukkelijke boselementen, blijven echter behouden. Met het aanvullen van de laanbomen aan het 2e Heezerlaantje zal een eventuele doorkijk naar het achterliggend terrein – dat geen onderdeel vormt van het plangebied - verder worden beperkt. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

1.7

Overige dieren Wij vragen ons af of de uitgevoerde QuickScan een volledig beeld geeft van de overige dieren die op het perceel verblijven. Regelmatig zijn er ‘s-nachts uilen te horen – en is onlangs bijvoorbeeld gebleken dat de das zich in het gebied bevindt. Een meer uitgebreid onderzoek zou op zijn plaats zijn. Reactie gemeente Uit de QuickScan natuur kwam naar voren dat er aanvullend onderzoek nodig was voor de aanwezigheid van vleermuizen. Ten aanzien van overige soorten is geen aanvullend onderzoek nodig. Wel geldt er gedurende de (bouw)werkzaamheden een zorgplicht voor aangetroffen soorten. Het aanvullend onderzoek beperkte zich in beginsel tot vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten vastgesteld binnen het plangebied, echter bieden de aanwezige bomen wel geschikte nestlocaties. Daarom zal de kap van bomen buiten het broedseizoen plaatsvinden. De RUD is van mening dat het plangebied geen essentieel foerageergebied is voor de das en dat het project verder kan worden opgepakt. Wel is het zo dat de druk toeneemt op de leefomgeving van de das. In de toekomst zal bij nieuwe projecten in deze omgeving steeds een nieuwe afweging moeten worden gemaakt of de ontwikkeling doorgang kan vinden.

Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Gemeente Soest

Pagina 6 van 8

3. Ambtelijke wijzigingen NR.

AMBTELIJKE WIJZIGINGEN Hieronder volgen een aantal ambtelijke aanpassingen aan het bestemmingsplan.

3.1

De bijlage ‘Aanvullend onderzoek ecologie 2022 Den Blieklaan ong. te Soest’ wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan.

3.2

In verband met nieuwe rechtspraak ten aanzien van stikstofberekening wordt een recente Aerius calculatie als extra bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd.

Gemeente Soest

Pagina 7 van 8

Bijlagen 1. Zienswijze geanonimiseerd 2. Bijlage aanvullend onderzoek ecologie 2022 Den Blieklaan 3. Aerius calculatie

Gemeente Soest

Pagina 8 van 8

Gemeenteraad van Soest Postbus 2000 3760 CA Soest Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan ‘Den Blieklaan, naast nr. 67’ Soest, 19 oktober 2022 Geachte raad, Hierbij treft u onze zienswijze aan ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan voor het bosgebied aan de Den Blieklaan naast nummer 67. De omgeving van de Den Blieklaan kenmerkt zich door een combinatie van verspreide woningbouw met nadrukkelijke boselementen. De gemeente heeft in 2009 de visie uitgesproken voor het gebied (visie Bosstraat en omgeving), waarin het ‘groene raamwerk van boskamers’ wordt benadrukt. Juist de combinatie van woningbouw, boselementen en open weilanden maakt het gebied uniek. Elke ontwikkeling in dit gebied zal hier dan ook ingepast moeten worden om de uitstraling van de omgeving zoveel mogelijk intact te laten. Het ontwerpbestemmingsplan voor het bosgebied aan de Den Blieklaan naast nummer 67 sluit daarop niet aan. Het betreffende ontwerpbestemmingsplan toont een groot aantal gekapte bomen. De tekeningen lijken echter geen rekening te houden met de daadwerkelijke situatie: - Zo zijn er 36 bomen geanalyseerd, waar er in werkelijk c. 50 bomen op het te ontwikkelen perceelvlak staan. Dit gaat waarschijnlijk om bomen met een stamomtrek van <80cm, maar hierdoor gaat het plan voorbij aan het feit dat effectief alle bomen, op een enkeling na, gekapt worden.

- Ondanks dat de aanvraag spreekt over ‘het behouden van zoveel mogelijk bestaande bomen’, geeft de aangeleverde bomeneffectanalyse aan dat slechts 1 boom behouden kan blijven, en 7 bomen slechts behouden kunnen blijven door specifieke maatregelen te nemen. De omschreven maatregelen - zoals bijvoorbeeld het niet dieper ontgraven dan 5cm bij ‘boom 1’ - lijken onrealistisch voor een bouwproject waarbij zware machines ingezet zullen worden, en maatregelen als ‘niet onnodig graven’ ondoenlijk lijken voor bijvoorbeeld bomen 5-7 die dicht tegen de voorgenomen fundering aan zitten en op plekken waar de ‘bosstrook’ wordt aangelegd. De kans dat deze bomen uiteindelijk het niet gaan halen is dan ook groot. Bovendien wordt dit scenario ook niet verder uitgewerkt.

Wordt er in die situatie een boom (van vergelijkbare grootte en soort) aangeplant? - Doordat alle beeldbepalende bomen worden gekapt (zowel de bomen binnen de bomeneffectanalyse als daarbuiten), zal dit een zeer grote impact hebben op het uitzicht vanaf de Den Blieklaan doordat juist de hoge bomen de bosuitstraling en het groene uitzicht geven die kenmerkend zijn voor de Den Blieklaan; - Wij tekenen ook aan dat achter het te bebouwen perceel een braakliggend terrein ligt, zodat door de voorgenomen kap van bomen (met beperkte aanplanting van nieuwe bomen) het bosrijke aanzicht van het perceel verdwijnt; - Het perceel is een belangrijk toevluchtsoord voor oa. vleermuizen. De aangeleverde quickscan flora en fauna bevestigt dit. Het plan voorziet in het aanleggen van oa. vleermuiselementen in de gevels van de woningen, maar het plan gaat voorbij aan het feit dat de bestaande nesten in bomen en het gebouwtje eerst vernield zullen worden en het maar de vraag is of vleermuizen terug zullen komen zodra de nieuwe woningen gerealiseerd zijn; - Tot slot vragen wij ons af of de uitgevoerde quickscan een volledig beeld geeft van de overige dieren die op het perceel verblijven. Regelmatig zijn er ‘s-nachts uilen te horen – en is onlang bijvoorbeeld gebleken dat de das zich in het gebied bevindt. Een meer uitgebreid onderzoek zou op zijn plaats zijn.

Wij hopen dat u onze zienswijze in overweging neemt en zien uit naar uw reactie. Met vriendelijke groet, ........ ........

Aanvullend onderzoek ecologie Den Blieklaan ong. te Soest Aanvullend onderzoek naar vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Status:

Definitief

Project:

2022-0422

Datum:

20 oktober 2022

Samensteller:

ir. L. Davids

Collegiale toets:

ing. G. Fairhurst

Opdrachtgever:

Ovile B.V.

Contactpersoon:

R. van den Bold

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.6

Kader Wet natuurbescherming

6

2 Methode onderzoek

7

2.1

Theoretisch kader

7

2.2

Praktische uitvoering

7

2.3

Materialen en aanvullende onderzoeksmethode

8

2.4

Veldbezoeken

9

2.5

Specifieke omstandigheden

9

3 Resultaten

10

3.1

Vleermuizen

10

3.2

Overige soorten

11

4 Conclusie

12

4.1

Vleermuizen

12

4.2

Overige soorten

12

4.3

Vervolgstappen

12

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Den Blieklaan ong. te Soest is een perceel met een vervallen schuur en diverse bomen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande schuur te slopen en enkele bomen te kappen ten behoeve van twee twee-onder-een-kapwoningen (figuur 1.1).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen aan Den Blieklaan ong. te Soest.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Poecke, 2021). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vleermuizen dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Ovile B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen van het onderzoek beschreven.

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde verblijfplaatsen en/of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

4

1.3

Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een perceel met vervallen schuur en diverse bomen te Soest (figuur 1.1). De schuur is opgetrokken uit steense muren en dakpannen zadeldak (figuur 1.2). Vooraf de eerste onderzoeksronde is de schuur geïnspecteerd en bleek dat er geen sprake is van een spouwmuur of dakbeschot. Aanwezige bomen betreffen fijnsparren en loofbomen. Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Poecke, 2021).

Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft een vervallen schuur.

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de schuur in het plangebied te slopen en enkele bomen te kappen ten behoeve van twee twee-onder-een-kapwoningen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van schuur: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Poecke, 2021) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Poecke, 2021).

Soortgroep

Onderzoek nodig

Bescherming Wnb

Ja

Art. 3.5

Mogelijke functie plangebied

Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen

Verblijfplaatsen in bomen

Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) Vogels (Algemeen en cat. 5)

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen *.

Vleermuissoort

Zomer

Kraam

Paar

Massawinter

Gewone grootoorvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Rosse vleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

Watervleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

* De soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn niet meegenomen in het vleermuisonderzoek, omdat de te slopen schuur niet over een spouwmuur of dakbeschot beschikt.

1.6

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.

6

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten en diens functionele leefgebieden beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in het meest actuele Vleermuisprotocol.

Soort

Type

Periode

Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen

Kraam

15 mei t/m 15 juli

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Paar

15 aug. t/m 30 sep.

Cat. 5 vogels Algemene broedvogels

Nest

Omschrijving 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Inventariseren van inen uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren). De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Vooraf het eerste veldbezoek is door een veldmedewerker in kaart gebracht welke te kappen bomen over geschikte holtes beschikken. Vervolgens kan bekeken worden vanaf welke posities het onderzoeksgebied het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen en verlichting. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.

Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie.

7

Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor de onderzoeken geldt tevens dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar.

De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke verblijfplaatsen en/of functionele structuren te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.

2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethode Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. De warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384) wordt specifiek ingezet tijdens een vleermuisonderzoek met hoge gebouwen of bosgebieden. De warmtebeeldcamera wordt vooral gebruikt ter ondersteuning van de waarnemingen die eerder met de batdetector zijn gedaan en is gericht op het lokaliseren van de verblijfplaats op grotere hoogte of dichte bosgebied. Door het gebruik van de warmtebeeldcamera kan een boom nauwkeurig onderzocht worden en gedrag van de vleermuizen gevolgd worden zonder dat er sprake is van verstoring door licht, zoals het geval is als er gebruik gemaakt wordt van zaklampen. Tijdens elk veldbezoek is gebruik gemaakt van de warmtebeeldcamera.

8

2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Vleermuis 1

Kraam + zomer

Vleermuis 2

Aantal

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

1

06-06-2022

21.55

21.55-00.30

8/8, droog, 1-2 Bft, 15˚C

Kraam + zomer

1

27-06-2022

22.00

22.00-00.30

0/8, droog, 1-2 Bft, 16˚C

Vleermuis 3

Kraam + zomer

1

29-07-2022

05.55

02.55-06.00

4/8, droog, 1-2 Bft, 14˚C

Vleermuis 4

Paar

1

22-08-2022

20.50

20.50-00.00

0/8, droog, 1-2 Bft, 18˚C

Vleermuis 5

Paar

1

12-09-2022

20.00

20.00-00.00

8/8, droog, 1-2 Bft, 19˚C

pers.

2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

9

3 Resultaten 3.1

Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes is alleen de gewone dwergvleermuis waargenomen (tabel 3.1). De waarnemingen betreffen voornamelijk foeragerende individuen. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot het wegnemen van vleermuisverblijfplaatsen. De waargenomen individuen verspreiden zich tussen de bomen diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. Gezien het groene karakter van het perceel is er sprake van geschikt foerageergebied. Echter gezien de verspreiding van de vastgestelde foerageergebieden, en de groene directe omgeving van het plangebied, is er eveneens geen sprake van essentieel foerageergebied. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve ook niet tot aantasting van een vliegroute of essentieel leefgebied. Tabel 3.1

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.2 en figuur 3.1. Aantal individuen

Veldbezoek

Soort

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis

4

Overvliegend

06-06-2022

Gewone dwergvleermuis

15

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

5

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Baltsend mannetje

Gewone dwergvleermuis

6

Foeragerend

Vleermuis 2 27-06-2022 Vleermuis 3 29-07-2022 Vleermuis 4 22-08-2022 Vleermuis 5 12-09-2022

Gedrag en verblijfplaatsen

10

Figuur 3.1 Overzicht van het functioneel leefgebied van vleermuizen in het onderzoeksgebied. Er is geen sprake van essentieel leefgebied binnen het plangebied.

3.2 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: merel en Turkse tortel. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Tijdens de onderzoekrondes zijn geen nesten van algemene broedvogels of cat. 5 vastgesteld, echter bieden de aanwezige bomen wel geschikte nestlocaties. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. De kapwerkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

11

4 Conclusie 4.1

Vleermuizen In de periode juni-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Den Blieklaan ong. te Soest. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot het wegnemen van verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied maakt (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing Wet natuurbescherming vleermuizen is niet noodzakelijk.

4.2 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten vastgesteld binnen het plangebied, echter bieden de aanwezige bomen wel geschikte nestlocaties. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de kapwerkzaamheden derhalve buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.3 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.

12

Bronvermelding Poecke, D., 2021. Quickscan Natuur Den Blieklaan naast 67 Soest. Rapport: 303482. Vianen. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Kennisdocument Watervleermuis (Myotis daubentonii)

13

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 14

AERIUS-berekening

Den Blieklaan naast nr. 67

December 2022

Status: Definitief

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

AERIUS-BEREKENING DEN BLIEKLAAN NAAST NR. 67

Auteur: Opdrachtgever Status: Datum:

BJZ.nu Ovile B.V. Definitief 21 december 2022

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ....................................................... 4 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 6 3.1 3.2 3.3

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 6 AANLEGFASE ............................................................................................................................................... 6 GEBRUIKSFASE ............................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN & CONCLUSIE .............................................................. 9 4.1 4.2 4.3

AANLEGFASE ............................................................................................................................................... 9 GEBRUIKSFASE ............................................................................................................................................ 9 CONCLUSIE ................................................................................................................................................. 9

BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING .................................................................... 10 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

REKENRESULTATEN AANLEGFASE ........................................................................................................... 10 REKENRESULTATEN GEBRUIKSFASE......................................................................................................... 11

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op het perceel aan de Den Blieklaan, ten noorden van de woning op nr. 67, in het buitengebied behorende bij de kern Soest (gemeente Soest). Ter plaatse van dit perceel zijn agrarische gronden/bebossing aanwezig. Het voornemen bestaat om een deel van de aanwezige bebossing te rooien om vervolgens twee vrijstaande woningen te realiseren. Het betreffen twee vrijstaande woning binnen het koopsegment. In afbeelding 1.1 zijn uitsneden van het projectgebied ten opzichte van de kern Soest (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2021. Op 25 november 2022 heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. In AERIUS 2021 is dit wijzigingsbesluit niet verwerkt. Om rekening te houden met dit wijzigingsbesluit heeft BIJ12 de Handreiking rekenen met nieuwe habitatkartering in AERIUS Calculator 21 opgesteld en een set rekenpunten beschikbaar gesteld. De rekenpunten bevinden zich op de hexagonen, waarop het wijzigingsbesluit betrekking heeft. Deze rekenpunten zijn toegevoegd aan de berekeningen en zodoende is rekening gehouden met het genomen wijzigingsbesluit. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

HOOFDSTUK 2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

Het voornemen bestaat om op het perceel ten noorden van de woning aan de Den Blieklaan nr. 67 twee vrijstaande woningen te realiseren. Hiervoor dient een deel van de bebossing te worden gerooid. Het betreffen twee vrijstaande woning binnen het koopsegment. De woningen zullen beschikken over een eigen aanpandige berging. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Het projectgebied is met een rode omlijning weergegeven. In afbeelding 2.2 is een uitsnede van het ontwerp bestemmingsplan opgenomen. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van het beoogde straatbeeld zichtbaar.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

Afbeelding 2.2

Uitsnede ontwerp bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Afbeelding 2.3

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

UITGANGSPUNTEN

Algemeen

Het projectgebied bevindt zich op circa 9,9 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. Tevens bevindt op circa 10,7 de ‘Arkemheen’. Ten behoeve van het voornemen zijn, in het kader van de stikstofdepositie als gevolg van het project, twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Hierna worden de uitgangspunten voor deze berekeningen en de resultaten toegelicht.

3.2

Aanlegfase

3.2.1

Algemeen

Binnen de aanlegfase (realisatie voornemen) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2.

Verkeersgeneratie bouwverkeer van en naar het projectgebied; Te benutten werktuigen binnen het projectgebied.

In de berekening is ervan uit gegaan dat de bouwactiviteiten binnen één jaar zullen plaatsvinden. Doordat de AERIUS-calculator rekent met een stikstofemissie/ -depositie per jaar, zullen alle stikstofbronnen van de aanlegfase in één (reken)jaar opgenomen. Dit is een worst-case scenario. 3.2.2

Verkeersgeneratie bouwverkeer

De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. In de AERIUS-berekening is van het volgende aantal verkeersbewegingen ten behoeve van de realisatie van het voornemen uitgegaan: Type verkeer

Licht verkeer Zwaar verkeer Licht verkeer Middelwaar verkeer Zwaar verkeer

Aantal voertuigen

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) Verkeer t.b.v. sloopactiviteiten i.v.m. bebossing 10 20 5 10 Verkeer t.b.v. bouwactiviteiten 100 200 25 50 15 30

Het totaal aantal verkeersbewegingen tijdens de sloop-en bouwperiode voor het projectgebied is dus als volgt: Type verkeer

Aantal voertuigen

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2)

Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

110 25 20

220 50 40

Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu.1

1

Deze ervaringscijfers zijn gebaseerd op stikstofberekeningen waarbij input is vergaard van vooraanstaande bouw- en sloopbedrijven, projectontwikkelaars en aannemers.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied, van uitgegaan dat het verkeer het projectgebied vanaf de Pimpelmees, Bosstraat en de Den Blieklaan bereikt en weer verlaat. Het verkeer zal zich ter plaatse van de splitsing N221 en Pimpelmees in het heersende verkeersbeeld opgaan. Gesteld wordt dat het bouwverkeer afkomstig van het projectgebied op de genoemde weg verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden zal zijn van het overige wegverkeer. 3.2.3

Te benutten werktuigen

Tijdens de realisatie van het voornemen worden binnen het projectgebied werktuigen benut. Dergelijke werktuigen stoten tijdens het gebruik eveneens stikstof uit. Het gaat hierbij om tijdelijke uitstoot, hiervan is na de realisatie geen sprake meer. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ =(0.095* Pmax +0.54)* D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 20212 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. Hieronder is een overzicht opgenomen, waarin aan de hand van de uitgangspunten de emissie van de werktuigen is achterhaald. Het AdBlue verbruik geldt alleen voor machines, die uitgerust zijn met een scrfilter. Machines die een vermogen hebben, die kleiner is dan 56 kW, worden niet uitgerust met een scr-filter. Ook benzine aangedreven werktuigen hebben geen scr-filter. Voor deze werktuigen is het AdBlue verbruik niet van belang. In AERIUS kunnen bij het dieselverbruik en AdBlue verbruik geen decimale getallen ingevoerd worden, daarom zijn alle getalen naar boven afgerond. In onderstaand tabel zijn de uitgangspunten voor de inzet van de werktuigen voor het projectgebied weergegeven. Type werktuig

Graafmachine 1 (slopen beplanting) Graafmachine 2 (bouwen woning) Hijskraan (bouwen woning) Betonstorter (realiseren fundering) Trilplaat/ stamper Mini shovel (aanleggen tuin) Mini graafmachine (aanleggen groen)

Aantal uren project 8

Vermogen (kW)

Stageklasse

200

24

200

25

200

4

200

10

10

8

30

8

28

IV, 20142018 IV, 20142018 IV, 20142018 IV, 20142018 IV, 20142018 IV, 20142018 IV, 20142018

Diesel/benzine verbruik (liter/uur) 19,54

Diesel/benzine verbruik totaal (liter/j) 157

AdBlue verbruik 6% (liter/j) 10

19,54

469

29

19,54

489

30

19,54

79

5

1,49

14,9

-

3,4

28

n.v.t.

3,2

26

n.v.t.

Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu.3

2

Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305 3 Deze ervaringscijfers zijn gebaseerd op honderden stikstofberekeningen waarbij input is vergaard van vooraanstaande bouw- en sloopbedrijven, projectontwikkelaars en aannemers.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

3.3

Gebruiksfase

In de berekening voor de gebruiksfase worden de NO x en NH3 emitterende bronnen van de voorgenomen ontwikkeling in kaart gebracht. Deze emitterende bronnen bestaan in dit geval uit de verkeersgeneratie en het eventuele gasverbruik van de te realiseren woningen. 3.3.1

Woning

Omdat de te realiseren woningen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van deze woningen zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening 3.3.2

Verkeersgeneratie

De beoogde woningbouwontwikkeling brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Soest (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Koop, huis, vrijstaand Totaal

Verkeersbewegingen per woning per weekdag (gemiddeld) 8,3

Aantal woning

2

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 16,6 16,6 (17)

De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woning komt afgerond neer op 17 verkeersbewegingen per weekdag. In verband met het ophalen van vuilnis, veegwagens en het leveren van goederen voor de woning is rekening gehouden met 0,02 vrachtwagenbewegingen voor de woning. Dit komt overeen met tabel A6 in de publicatie van het CROW. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied, van uitgegaan dat het verkeer het projectgebied vanaf Pimpelmees, de Bosstraat en de Den Blieklaan bereikt en weer verlaat. Het verkeer zal zich ter plaatse van de kruising Pimpelmees en N221 in het heersende verkeersbeeld opgaan. Gesteld wordt dat het verkeer afkomstig van het projectgebied op de genoemde weg verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden zal zijn van het overige wegverkeer.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN & CONCLUSIE

Aanlegfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd.

4.2

Gebruiksfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 2 bijgevoegd.

4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1

Rekenresultaten aanlegfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

BJZ.nu Den Blieklaan naast nr. 67, 3766 AS Soest Den Blieklaan naast nr. 67 Het realiseren van twee vrijstaande woning naast nr. 67 aan de Den Blieklaan nr. 67 RwKsmTRLyP9q 21 december 2022, 11:28 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

0,3 kg/j

7,4 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Aanlegfase  Verkeersnetwerk

RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 12,2 g/j

6,9 kg/j 0,4 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022 1

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam

Aanlegfase

NOₓ NH₃

Stageklasse

6,9 kg/j 0,3 kg/j

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 469 l/j Graafmachine 1 Stage-IV, ja

24 u/j 29 l/j

2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 157 l/j Graafmachine 2 Stage-IV, ja

8 u/j

10 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 79 l/j ja

4 u/j

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: 15 l/j ja

10 u/j 1 l/j

Mini shovel

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: 28 l/j nee

8 u/j

Mini graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: 26 l/j nee

8 u/j

Trilplaat

2 Wegverkeer | Weg Naam Aanlegfase wegverkeer Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

NOₓ 0,6 kg/j

NH₃ 37,7 g/j 25 u/j 30 l/j

Betonstorter

NOₓ 2,3 kg/j NH₃ 0,1 kg/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 489 l/j ja

Hijskraan

Stof Emissie

NOₓ 2,5 kg/j NH₃ 0,1 kg/j

5 l/j

NOₓ 0,3 kg/j

NH₃ 19,0 g/j NOₓ 85,0 g/j

NH₃ 3,6 g/j NOₓ 0,6 kg/j NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 0,6 kg/j NH₃ 0,0 kg/j

Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Type scherm - NO₂ 34,4 g/j Hoogte - NH₃ 12,2 g/j Afstand tot de weg - Voertuigen

220 p/jaar 50 p/jaar 40 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221219_f040e7fca7 Database versie 2021.2_f040e7fca7 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RwKsmTRLyP9q (21 december 2022)

7/7

AERIUS-berekening Den Blieklaan naast nr. 67, Soest Definitief

Bijlage 2

Rekenresultaten gebruiksfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RfTmnMco6ADv (21 december 2022)

BJZ.nu Den Blieklaan naast nr. 67, 3766 AS Soest Den Blieklaan naast nr. 67 Het realiseren van twee vrijstaande woning naast nr. 67 aan de Den Blieklaan nr. 67 RfTmnMco6ADv 21 december 2022, 11:36 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

0,1 kg/j

2,0 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Wonen en Werken | Woningen | Gebruiksfase  Verkeersnetwerk

RfTmnMco6ADv (21 december 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,1 kg/j

2,0 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RfTmnMco6ADv (21 december 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RfTmnMco6ADv (21 december 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022

1 Wegverkeer | Weg Naam gebruiksfase wegverkeer Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren 2

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Wonen en Werken | Woningen

Naam Gebruiksfase Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Continue Emissie

Links Rechts NOₓ 2,0 kg/j Type scherm - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - Voertuigen

17 p/etmaal 0 p/etmaal 0.04 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

1,0 m 0,000 MW

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221219_f040e7fca7 Database versie 2021.2_f040e7fca7 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RfTmnMco6ADv (21 december 2022)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=f3debd08-5583-4282-afe8-db3ea06f2ab9