8. Bijlage 7 Bijlage 3 bij het BP Quickscan Wet Natuurbescherming
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest
projectnummer
220867
Pagina 2 van 32
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest 220867 K.E. Harmsen J. Kamps Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 21 juli 2022 Aanpassingen advies stikstof 1.1 21 juli 2022 Vigerende versie
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
mRO BV dhr. R. Brink Leeuwenveldseweg 16 H, 1382 LX WEESP
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Almere Landdrostdreef 124 E7.08 1314 SK Almere 036 82 00 397
Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Prins Bernhardlaan 8B te Soest, in opdracht van mRO BV. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2022 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2022 Soest_220867_Prins Bernhardlaan 8B_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 3 van 32
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................... 8
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ........................................................................................................................ 8 Veldinspectie ................................................................................................................................. 8 Toetsing ........................................................................................................................................ 8
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN ............................ 9
3.1 3.2 3.3 3.4
Natura 2000 .................................................................................................................................. 9 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 11 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 11 Houtopstanden ........................................................................................................................... 12
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Flora ............................................................................................................................................ 14 Broedvogels ................................................................................................................................ 14 Vleermuizen ................................................................................................................................ 17 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 18 Amfibieën .................................................................................................................................... 19 Reptielen ..................................................................................................................................... 19 Ongewervelden ........................................................................................................................... 19 Vissen .......................................................................................................................................... 19
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 20
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming en houtopstanden ..................................................................................... 20 Soortenbescherming ................................................................................................................... 20 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 21 Verantwoording .......................................................................................................................... 22
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 23 BIJLAGEN 1 Overzicht van het plangebied 2 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Utrecht 3 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 4 NDFF uittreksel
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 4 van 32
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen sloop van de woningen en realisatie van nieuwbouw ter plaatse van Prins Bernhardlaan 8B te Soest. Voor de realisatie van de nieuwbouw zal nog een bestemmingsplanwijziging worden doorgevoerd. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen.
Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 5 van 32
Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Utrecht is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast.
Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).
1.3
Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Prins Bernhardlaan 8B te Soest. Het betreft een vakantiehuisje met een grasveld, houtopslag en een trampoline. Het vakantiehuisje is opgetrokken uit houtengevels en heeft een zadeldak belegd met dakpannen. Het plangebied is omringd door opgaand groen, afgezien van de noordoostzijde. Aan deze zijde is de woning van Prins Bernhardlaan 8B aanwezig. Het plangebied is gelegen in het centrum van Soest en volledig omringd door woningen. Ten noorden van het plangebied is een winkelstraat aanwezig. Opgaand groen is veel aanwezig is de wijk in de vorm van tuinen en plantsoenen. Oppervlakte water ontbreek binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Figuur 1.2 en bijlage 1 geven een impressie van het plangebied.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 6 van 32
Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
Figuur 1.2 Weergave van het plangebied doormiddel van foto’s gekoppeld aan een kaart.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 7 van 32
Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om een nieuwbouwwoning te realiseren binnen het plangebied (figuur 1.3). Hiervoor zal het huidige vakantiehuisje worden gesloopt en het terrein bouwrijp gemaakt worden. Voorafgaand aan de nieuwbouw zal nog een bestemmingsplanwijziging worden doorgevoerd. De bomen (8 op figuur 1.6) te midden van het ingetekende bouwvlak voor de nieuwbouw zullen worden verwijderd. De bomen (4 en 5 op figuur 1.6) aan de rand van het bouwvlak zullen mogelijk verwijderd worden. Voor overige bomen en groen is het op moment van schrijven nog niet bekend of deze verwijderd gaan worden. De startdatum van de werkzaamheden is nog niet bekend.
Figuur 1.6 De voorgenomen nieuwe inrichting van het plangebied (bron: Valkarchitecten, 2021).
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 8 van 32
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 4 juli 2022 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2022) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied. Zie voor het volledige overzicht bijlage 3: Uittreksel NDFF. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens en verspreidingsatlassen (Broekhuizen et al., 2016; Dietz et al., 2011; Ravon.nl en Zoogdiervereniging.nl) Uit het bronnenonderzoek komen de volgende relevante zoogdiersoorten naar voren: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en eekhoorn. Daarnaast zijn waarnemingen van diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermde nest/rustplaats bekend, waaronder de gebouwgebonden huismus, huiszwaluw, spreeuw, kerkuil en gierzwaluw. Ook enkele boombroedende soorten zijn in de omgeving bekend: bosuil, buizerd, havik en ransuil (zie bijlage 3).
Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. De waargenomen beschermde soorten zijn vastgelegd. Het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 5 juli 2022. Tijdens de inventarisatie waren de omstandigheden als volgt: droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft, temperatuur 15°C.
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen. Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 9 van 32
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1
Natura 2000
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Oostelijke Vechtplassen, Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en Arkemheen, op respectievelijk elf, negen en acht kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode zeshoek) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: RIVM, 2022 - AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie ‘Woningbouw’ in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb (art. 2.7) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten kunnen hebben. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx) te berekenen.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 10 van 32
Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa acht kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000gebieden. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2022). De doelsoorten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn voornamelijk gebonden aan open water, (riet)moerassen en open (heischrale)landschappen. Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (binnen bebouwde kern en nabij verstoringsbronnen bebouwing/wegen/winkels) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht. Ook voor de gebouwbewonende meervleermuis, doelsoort van Oostelijke Vechtplassen, kunnen ecologische relaties met het plangebied worden uitgesloten.
Dit gezien de bebouwing binnen het plangebied en de woning aan Prins Bernhardlaan 8B ongeschikt zijn voor vleermuizen (zie 4.3). Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De tijdelijke realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (wo. milieueisen machinerie) niet aan de orde. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of de gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Bouwvrijstelling: Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloopen eenmalige aanlegactiviteiten (Staatsblad, 2021a): “Activiteiten die onder de vrijstelling vallen, zijn onder meer de bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen, bruggen en viaducten, en bouw- en aanlegactiviteiten voor duurzame energieopwekking, grond-, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, drinkwaterinfrastructuur zoals waterleidingen, pompstations en winputten, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. De partiële vrijstelling omvat tevens de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 11 van 32
werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats, de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, mobiele puinbrekers, baggerwerk- of baggervaartuigen et cetera) en eventuele tijdelijke omrijd- en omvaar-effecten als gevolg van de werkzaamheden (Staatsblad, 2021b)”. Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningentraject alleen nog een rol in de gebruiksfase. De tijdelijke realisatiefase (sloop en nieuwbouw) blijft zodoende verder buiten beschouwing. Voor het betreffende plan wordt gelet op de aard en de omvang van het plan en de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (> 8 km) geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr) verwacht. De instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000gebieden zullen niet in het geding zijn.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,2 kilometer afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>1,2 kilometer), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. NNN NNN Agrarisch Groene contour Weidevogelkerngebied
Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode zeshoek) ten opzichte van het NNN en natuur buiten NNN (Bron: Provincie Utrecht, 2021).
3.3
Natuur buiten het NNN
De provincie Utrecht heeft in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (paragraaf 6.5.2) de Groene Contour opgenomen. In de Groene Contour worden landbouwgronden omgevormd tot natuurgebied
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 12 van 32
om daarmee het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Het gaat om een totale omvang van 3.000 hectare. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen in het NNN (Provincie Utrecht, 2020). In figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen een aangewezen Groene Contour ligt. Het dichtstbijzijnde aangewezen gebied ligt op 1,8 kilometer afstand. De voorgenomen plannen hebben gezien de afstand, de ligging binnen bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op de Groene Contour. Naast Groene Contour heeft provincie Utrecht ook ganzenrustgebieden aangewezen. Het dichtstbijzijnde aangewezen gebied ligt op 1,4 kilometer. De voorgenomen renovatiewerkzaamheden zullen gezien de afstand geen negatieve effecten hebben op ganzenrustgebieden. Vervolgstappen ten aanzien van natuur buiten het NNN zijn niet aan de orde.
3.4
Houtopstanden
Binnen het plangebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Het betreft enkele bomen (zie ook paragraaf 1.3). Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Op basis van de ligging binnen de begrenzing kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Vanuit gemeentelijk beleid ten aanzien van bomenkap zijn mogelijk wel vervolgstappen aan de orde. De gemeente Soest geeft aan dat bomen zonder vergunning gekapt mogen worden als deze niet op de lijst 'Beschermde bomenstructuren en Monumentale Bomen' staan en dat de stamomtrek minder dan 80 centimeter is op een hoogte van 1,3 meter vanaf het maaiveld (Gemeente Soest, 2014). Twee bomen binnen het plangebied worden beschouwd als Monumentale bomen (figuur 3.3). Daarnaast hebben sommige bomen een grotere omtrek dan 80 centimeter op een hoogte van 1,3 meter vanaf het maaiveld. Geadviseerd wordt duidelijk in beeld te brengen welk groen verwijderd wordt en dit voor te leggen aan de gemeente Soest.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 13 van 32
Figuur 3.3 Monumentale bomen- en beschermde bomenstructurenkaart van gemeente Soest rond het plangebied (rode omlijning) (Gemeente Soest, 2014).
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 14 van 32
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Flora
De veldinspectie is uitgevoerd binnen het bloeiseizoen van vele soorten planten. Gedurende de veldinspectie zijn geen beschermde soorten waargenomen. Binnen het plangebied zijn diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen, waaronder Engels raaigras, esdoorn, haagbeuk, haagwinde, klimop, madeliefje en lijsterbes. Daarnaast bestaat een groot deel van de beplanting uit gecultiveerde tuinbeplanting. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijk, frequent maai- en snoeibeheer) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.2
Broedvogels
Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1-4) In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals de gebouwgebonden huismus, huiszwaluw, spreeuw, kerkuil en gierzwaluw. Ook enkele boombroedende soorten zijn in de omgeving bekend: bosuil, buizerd, havik en ransuil (NDFF, 2022). Tijdens het veldbezoek zijn er in de directe omgeving van het plangebied ook enkele huismussen waargenomen. Het ging om foeragerende individuen. Nestplaatsen van huismussen en andere gebouwgebonden vogelsoorten kunnen echter worden uitgesloten binnen het plangebied. Het dak van het vakantiehuisje is niet toegankelijk, omdat de eerste rij dakpannen en nokpannen te strak aansluiten. Daarnaast is er vogelweer aanwezig bij de kantpannen, waardoor deze ontoegankelijk zijn. Ook in de houtengevels zijn er geen openingen aanwezig, waar vogels kunnen broeden (figuur 4.1). Het plangebied is in de huidige staat ook geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vogels, waaronder de jaarrond beschermde huismus. Bij het voorgenomen plan wordt het grootste deel van het opgaand groen behouden, hierdoor blijft mogelijk aanwezige foerageergebieden intact. Binnen het plangebied zijn geen nesten waargenomen die mogelijk tot een boombroedende vogel met jaarrond beschermd nest behoort.
Daarnaast zijn er geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten. Aan de hand hiervan kunnen jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten, deze situatie kan in de toekomst echter veranderen. Nesten van boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals ransuil, kunnen op langere termijn niet worden uitgesloten. Daarom wordt er geadviseerd de kap direct na het huidige broedseizoen uit te voeren. Als niet mogelijk is om de houtopstanden voor maart 2023 te verwijderen, wordt geadviseerd vooraf aan de kapwerkzaamheden opnieuw een controle op nesten van boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten uit te voeren.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 15 van 32
Figuur 4.1 Het aanwezige vakantiehuisje is hermetisch afgesloten.
Overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Soorten van categorie 5 zijn honkvaste broeders, maar doorgaans voldoende flexibel om elders een nest te bouwen. Indien sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen zijn nesten van categorie 5 ook jaarrond beschermd. Het te kappen opgaande groen kan als nestlocatie dienen voor verschillende categorie 5 vogelsoorten. In de appelboom te midden van het plangebied bevinden zich diverse holtes (figuur 4.2). Echter zijn er in de directe omgeving voldoende alternatieve nestlocaties aanwezig. Namelijk de bosschages binnen het plangebied die behouden worden en de tuinen in de omliggende woonwijk. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Wel is het van belang dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, om de verstoring van nestelende vogels te voorkomen.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 16 van 32
Figuur 4.2 In de appelboom te midden van het plangebied zijn enkele holtes aanwezig.
Soorten zonder jaarrond beschermd nest Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen tot broeden komen. Binnen het plangebied is bijvoorbeeld een nest van (vermoedelijk) houtduif aangetroffen (figuur 4.3). Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 17 van 32
Figuur 4.3 Binnen het plangebied is een nest van (vermoedelijk) houtduif waargenomen.
4.3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen De bebouwing binnen het plangebied, het vakantiehuisje, is hermetisch afgesloten (figuur 4.1). Verblijfplaatsen van gebouwgebonden vleermuizen zijn zodoende uitgesloten binnen het plangebied. Binnen het plangebied is één boom met holtes vastgesteld. Het betreft de appelboom te midden van het plangebied. De holtes in deze boom zijn echter ongeschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Boombewonende vleermuizen hebben holtes nodig die zijn doorgerot naar boven (figuur 4.4), wat bij deze holtes niet het geval is. Daarnaast waren de holtes ondiep en zijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen in en rond deze holtes. Daarnaast zijn er geen loszittende schorsdelen op spleten aangetroffen. Vervolgstappen ten aanzien van vleermuisverblijfplaatsen zijn zodoende niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 18 van 32
Figuur 4.4 Schematische weergave van vleermuizen in een boomholte.
Vliegroute Gezien het ontbreken van lijnvormige elementen binnen het plangebied kan de aanwezigheid van vliegroutes worden uitgesloten. In de directe omgeving zijn wel lijnvormige objecten die kunnen dienen als vliegroute, zoals straten, echter worden deze niet aangetast bij de werkzaamheden. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen, zoals gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF, 2022). Aangezien de locatie en omgeving tijdens en na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied, is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk. Wel is het van belang dat de werkzaamheden uitsluitend overdag plaatsvinden, zodat er geen sprake van verstoring door licht is.
4.4
Grondgebonden zoogdieren
Steenmarter Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van steenmarter (Zoogdiervereniging, z.d.). Aantasting van essentieel leefgebied van de soort is echter uit te sluiten. Steenmarter maakt gebruik van verschillende soorten verblijfplaatsen waaronder gebouwen, bosschages en rommelhoekjes. Het enige aanwezige gebouw binnen het plangebied is niet toegankelijk voor de soort. Ook de houtopslag is ongeschikt als verblijfplaats voor steenmarter, gezien hij volledig open is en erg beperkt in formaat. Ook zijn er geen sporen van de soort aangetroffen en is steenmarter laatste vijf jaar niet waargenomen in de omgeving (NDFF, 2022). Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, maar in de nabije omgeving zijn voldoende alternatieven. Daarnaast blijft een groot deel van de bosschage binnen het plangebied behouden. Vervolgstappen ten aanzien van steenmarter zijn dan ook niet aan de orde. Eekhoorn In de directe omgeving zijn waarnemingen van eekhoorn bekend (NDFF, 2022). De soort leeft in bosgebieden met een voorkeur voor oude bomen (Zoogdierenvereniging, z.d.). Nabij het plangebied is geen bos aanwezig dat geschikt is als leefgebied van eekhoorn, gezien het plangebied in het centrum van Soest ligt.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 19 van 32
Verder zullen niet alle groenstructuren binnen het plangebied worden verwijderd. Ook zijn er geen nesten of sporen van de soort waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van deze punten kan worden uitgesloten dat essentieel leefgebied van eekhoorn zal verdwijnen. Vervolgstappen ten aanzien van eekhoorn zijn niet aan de orde. Overige grondgebonden zoogdieren met een provinciale vrijstelling In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals huismuizen en mollen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Utrecht vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.
4.5
Amfibieën
Gezien de afwezigheid van oppervlaktewater binnen het plangebied kan voortplantingshabitat van amfibieën worden uitgesloten. Overwinteringshabitat van rugstreeppad kan ook worden uitgesloten binnen het plangebied. Rugstreeppadden graven zich in voor de overwinterring, binnen het plangebied ontbreekt vergraafbare grond. Vervolgstappen ten aanzien van beschermende amfibieën zijn dan ook niet aan de orde. Het plangebied is geschikt als landhabitat voor diverse algemene amfibieën soorten, zoals gewone pad. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibiesoorten geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Utrecht vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
4.6
Reptielen
De beschermde reptielen die voorkomen in de provincie Overijssel zijn adder, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en zandhagedis (Ravon.nl). Deze soorten komen uitsluitend voor in heide, duinen en natte graslanden met oppervlaktewater. Gezien deze type landschappen niet aanwezig zijn binnen het plangebied kunnen reptielen worden uitgesloten.
4.7
Ongewervelden
Alle beschermde libellen komen voor rond stromend en/of helder water met een ontwikkelde watervegetatie. Binnen en rond het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook voor beschermde vlinders is er geen geschikt habitat aanwezig, gezien beschermde vlindersoorten voornamelijk in/langs oude bossen, heide en waterrijke graslanden voorkomen. Daarnaast ontbreken waardplanten voor beschermde vlinders. Ook voor de nabije bekende sleedoornpage (sleedoorn) en grote vos (ruwe iep, zoete kers en wilgensoorten) ontbreken waardplanten (NDFF, 2022).
4.8
Vissen
Door het ontbreken van oppervlaktewater kunnen vissen binnen het plangebied worden uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 20 van 32
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming en houtopstanden
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa acht kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>1,2 kilometer), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN en natuur buiten het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde komgrens Wnb van Soest. Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Wel kunnen vervolgstappen vanuit de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van bomen van toepassing zijn. Twee bomen binnen het plangebied worden beschouwd als Monumentale bomen. Daarnaast hebben sommige bomen een grotere omtrek dan 80 centimeter op een hoogte van 1,3 meter vanaf het maaiveld.
Geadviseerd wordt duidelijk in beeld te brengen welk groen verwijderd wordt en om dit voor te leggen aan de gemeente Soest.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Het plangebied biedt geen geschikte broedgelegenheid voor gebouwgebonden vogels. - In de huidige situatie kunnen boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten, dit kan echter in toekomst veranderen. - Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen. - Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten, gezien de bebouwing ontoegankelijk is en de aanwezige holtes in bomen ongeschikt zijn. Mogelijk maakt het plangebied onderdeel van een foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. - Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. - In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 21 van 32
5.3
Advies en vervolgstappen
Boombroedende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Nesten van boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals ransuil, kunnen op langere termijn niet worden uitgesloten. Daarom wordt er geadviseerd de kap direct na het huidige broedseizoen uit te voeren. Als het niet mogelijk is om de houtopstanden voor maart 2023 te verwijderen, wordt geadviseerd vooraf aan de kapwerkzaamheden opnieuw een controle op nesten van boombroedende vogels met jaarrond beschermde nesten uit te voeren. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.
Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Vleermuizen Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van een foerageergebied van vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, wordt geadviseerd de werkzaamheden uitsluitend overdag plaats te laten vinden. Natuurinclusief bouwen Het te herontwikkeling plangebied met de te realiseren nieuwbouw en in te richten buitenruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van verblijfplaatsen en leefgebied voor onder andere vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Hiervoor zijn vele mogelijkheden.
Geadviseerd wordt in een vroeg stadium van de planvorming een ecoloog te betrekken om mee te denken bij een natuurinclusieve invulling met faunavoorzieningen in de realiseren bebouwing en een ecologische meerwaarde in de buitenruime. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 22 van 32
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 23 van 32
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Bauwens, D., Jooris, R., Verbelen, D., & Dochy, O., (2006). Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen. Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005. Provincie WestVlaanderen, Brugge, i.s.m. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel en Hyla, amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, Mechelen. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ121 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ122 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ123 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ124. (2017). Kennisdocument Rosse vleermuis Nyctalus noctula. Versie 1.0, juli 2017. BIJ125. (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017.
BIJ12 (2022). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021. Versie 1.0, januari 2022. CROW (2018). Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Ede, 10 december 2018. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Gemeente Soest (2014). Bomenkaart Soest. Versie 1, 10 november 2014. Gemeente Utrecht (2003). Handhaafinstructie - Trillingen bij heien . Afdeling bouwbeheer, januari 2003 Hoekstra, B. L. Verhees, A. Brouwer & R. Dröge (2018). Emissiekerntallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, 2018. TAUW-rapport #R001-1265262BWH-V01-aqb-NL, 31 augustus 2018. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Provincie Utrecht (2021). Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 10 maart 2021, vastgesteld door Provinciale Staten.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Pagina 24 van 32
RIVM (2022). Handboek Werken met AERIUS Calculator Versie 2021, 20 januari 2022. Valkarchitecten (2021). Nieuwbouw woning Prins Bernhardlaan t.o. 8B Soest. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 5 juli 2022, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 4 juli 2022, van www.NDFF.nl1 Ravon (z.d.). Reptielen. Geraadpleegd op 6 juli 2022, van https://ravon.nl/reptielen Ruimtelijkeplannen (2022). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 5 juli 2022, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index RIVM (2022). AERIUS Calculator, versie 2021. Geraadpleegd op 5 juli 2022, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ RVO (2021). Indicatieve lijst jaarronde beschermde vogelnesten van, https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf Staatsblad (2021a). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), van https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01 Staatsblad (2021b).
Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021287.html#d17e1570 Zoogdiervereniging (z.d.). Steenmarter. Geraadpleegd op 6 juli 2022, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
BIJLAGE 1 OVERZICHT VAN HET PLANGEBIED
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
BIJLAGE 2 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE UTRECHT Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Utrecht o.b.v. bijlage 9 van Omgevingsverordening provincie Utrecht. Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Meerkikker (Pelophylax ridibundus) Middelste groene kikker/bastaard kikker (Pelophylax kl. Esculentus) Bron: Provincie Utrecht (2021). Omgevingsverordening provincie Utrecht – Bijlage 9 Uitzondering vergunningplicht andere soorten.
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
BIJLAGE 3 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN PROVINCIE UTRECHT Nederlandse naam
Categorie*
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4
Nederlandse naam
Categorie*
Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Brilduiker 5 Draaihals 5 Eidereend 5 Ekster 5 Gekraagde roodstaart 5 Glanskop 5 Grauwe vliegenvanger 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 Hop 5 Huiszwaluw 5 IJsvogel 5 Kleine Bonte specht 5 Kleine vliegenvanger 5 Koolmees 5 Kortsnavelboomkruiper 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Raaf 5 Ruigpootuil 5 Spreeuw 5 Tapuit 5 Torenvalk 5 Zeearend 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart 5 *Toelichting categorieën: Zwarte specht 5 Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Bron: RVO, 2021
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)
BIJLAGE 4 UITTREKSEL NDFF Beschermde soorten* binnen 1 kilometer van het plangebied.
Soort Vogels Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Ekster Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Koolmees Ooievaar Pimpelmees Ransuil Sperwer Spreeuw Torenvalk Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Zoogdieren Das Eekhoorn Overig Ringslang Grote vos Sleedoornpage
*Habitatrichtlijnsoorten, soorten met jaarrond beschermde nesten en provinciaal beschermde soorten. (Bron: NDFF, 2022)
Quickscan Wet natuurbescherming Prins Bernhardlaan 8B te Soest (kenmerk: 220867 v1.1)