CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 6 Archeologisch booronderzoek

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 21 maart 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplannen Van Weedestraat 97, Plesmanstraat 13-43 en De Paltz6.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 6202

VAN WEEDESTRAAT 97, SOEST

R.M. van der Zee

Van Weedestraat 97, Soest (gemeente Soest) Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

R.M. van der Zee

Rapport in afwachting van beoordeling door de bevoegde overheid

Colofon ADC Rapport 6202 Van Weedestraat 97, Soest (gemeente Soest) Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: R.M. van der Zee

In opdracht van: Domus Vastgoedontwikkeling © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 28 augustus 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: M. Hanemaaijer

ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

4

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorgegevens

5 7 9 9 9 11 11 12 13 15 16 17 18

5

Samenvatting In opdracht van Domus Vastgoedontwikkeling heeft ADC ArcheoProjecten in augustus een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Van Weedestraat 97 in Soest, gemeente Soest. Dit onderzoek volgt op een door Rubicon Erfgoed uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek. De aanleiding voor de onderzoeken is de voorgenomen herontwikkeling van onderhavige locatie ten behoeve van woningbouw. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging nodig. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor het aantreffen van resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe tijd. Het is altijd mogelijk dat archeologisch relevante lagen in (delen van) het plangebied niet meer aanwezig zijn of niet worden bedreigd door de geplande ontgravingen. Dit is echter op basis van bureauonderzoek niet vast te stellen. Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt gezien de hoogteverschillen tegen de flank van de stuwwal van Soest. De natuurlijke ondergrond bestaat uit fijnkorrelig dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). In de top hiervan zijn plaatselijk aanwijzingen voor een zwakke podzolering (Bh-/BC-horizont) waargenomen.

Het dekzand wordt afgedekt door een 30 cm dikke zwak tot matig humeuze bovengrond (Ap-horizont), die plaatselijk volledig verstoord is (A-/C-horizont). De bovengrond wordt op zijn beurt afgedekt door een 30 tot 50 cm dik pakket bouwzand. De top van het dekzand wordt als het potentieel sporenniveau uit de periode Neolithicum tot en met Middeleeuwen beschouwd. Dit niveau is in de boringen 1, 4 en 6 intact aanwezig. In overige de boringen is de top van het dekzand vermengd geraakt met de bovengrond en is van eventuele sporen hooguit het onderste deel bewaard gebleven. Een vondstniveau zal in de humeuze bovengrond zijn opgenomen. Intacte vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum die zich hoofdzakelijk als een vondststrooiing manifesteren zullen zijn vernietigd. Gezien de aanwezigheid van (sub)recent vondstmateriaal in de humeuze bovengrond zijn hierin geen intacte sporen uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd te verwachten. Diepe, tot in het onverstoorde dekzand ingegraven constructies, bijvoorbeeld de fundamenten van een waterput, kunnen echter niet worden uitgesloten. Concluderend kan worden gesteld dat de middelhoge verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum naar een lage verwachting kan worden bijgesteld.

De middelhoge verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd dient evenwel te worden gehandhaafd. Op basis van de beperkte gegevens van het inventariserend veldonderzoek zijn geen terreindelen te begrenzen waar de bodemopbouw dermate verstoord is dat geen archeologische resten meer te verwachten zijn. Wel kan de vigerende dieptevrijstelling worden verruimd naar 45 cm -mv. Deze drempelwaarde is gebaseerd op het boorprofiel waar het archeologisch sporenniveau het ondiepst onder het maaiveld ligt en is met inbegrip van een veiligheidsmarge van 20 cm. ADC ArcheoProjecten adviseert om voorafgaand aan de sloop van het ondergrondse deel van de bebouwing een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het aantonen van de aan-/afwezigheid van archeologische resten alsook onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Daarbij dient ook de locatie van de bestaande bebouwing in het proefsleuvenonderzoek te worden betrokken aangezien het op grond van de funderingsconstructie niet vaststaat dat de bodem hier volledig verstoord is.

Vanwege de beperkte omvang van het plangebied wordt bij het aantreffen van waardevolle archeologische resten na overleg met de regioarcheoloog van Centrum voor Archeologie (CAR) een doorstart naar een opgraving aanbevolen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

6

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

12 voor Chr. - 70 na Chr. 800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

8800 - 7100 voor Chr. tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Domus Vastgoedontwikkeling heeft ADC ArcheoProjecten in augustus een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Van Weedestraat 97 in Soest, gemeente Soest (afb. 1 en 2). Dit onderzoek volgt op een door Rubicon Erfgoed uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek. De aanleiding voor de onderzoeken is de voorgenomen herontwikkeling van onderhavige locatie ten behoeve van woningbouw. Hiervoor is vooruitlopend op een omgevingsvergunning een bestemmingsplanwijziging nodig. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Soest sectie K nummer 3437 en bevindt zich in het centrum van Soest. De locatie wordt aan de noordoost- en noordwestzijde begrensd door de openbare weg (respectievelijk Van Weedestraat en Nassauplantsoen) en aan de overige zijden door bebouwing (Van Weedestraat 85 t/m 95 en Nassauplantsoen 1), tuin en achtererf. De totale omvang van het plangebied bedraagt 1205 m2. De huidige inrichting van het plangebied bestaat uit een bankgebouw annex winkelpand daterend uit 1982 met bijbehorende parkeervoorzieningen (afb. 3 en 4). Het pand, dat zich in het noordoostelijk deel bevindt, is gefundeerd op staal en niet onderkelderd. Verder is op het achterterrein een fietsenhok aanwezig. Het onbebouwde deel is vrijwel geheel bestraat met klinkers.

Ten behoeve van de herontwikkeling zal de bestaande bebouwing worden gesloopt. Aansluitend zal een appartementencomplex met een commerciële plint worden gerealiseerd. Het grondplan zal deels buiten het grondplan van de bestaande bebouwing vallen (afb. 5). Het complex zal worden voorzien van een halfverdiepte parkeergarage. De aanleg ervan zal gepaard gaan met ontgravingen tot 200-260 cm -mv, rekening houdend met de bestaande hoogteverschillen in het plangebied. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplanwijziging zal worden getoetst aan de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest. Op deze kaart valt onderhavig plangebied in Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 1 (AWV 1; afb. 6).

In deze zone is voorafgaand aan bodemingrepen groter dan 100 m2 én dieper dan 30 cm onder maaiveld archeologisch onderzoek noodzakelijk. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanwijziging een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). 1 Behalve de protocollen van de vigerende KNA zijn de Gemeentelijke richtlijnen voor Archeologisch Veldonderzoek versie 2022 gevolgd.

1

SIKB 2018.

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fase AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

Domus Vastgoedontwikkeling De heer T. Dekkers Tolweg 6a 3741 LK Baarn Tel.: 036-5 33 52 00 E-mail: T.Dekkers@domus.info inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning ten behoeve van woningbouw Van Weedestraat 97 Soest Soest Utrecht gemeente Soest sectie K nummer 3437 32A (1:25.000) 1205 m2 N: 148.789 / 466.400 Z: 148.789 / 466.355 NO: 148.811 / 466.387 W: 148.789 / 466.355 gemeente Soest mevrouw C. van den Berg postbus 2000 3760 CA Soest tel.: 035 - 609 34 11 e-mail: C.vandenberg@soest.nl de heer M.L. Verhamme Centrum voor Archeologie (CAR) Amersfoort Westsingel 46 3811 BB Amersfoort Tel.: 033 – 469 54 87 E-mail: m.verhamme@amersfoort.nl verondersteld, geadviseerde wijzigingen doorgevoerd 5452412100 001385 R.M. van der Zee n.v.t. M. Hanemaaijer augustus 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Dit onderzoek is in augustus 2023 door Rubicon Erfgoed uitgevoerd en gerapporteerd. 2

2.2

Methodiek

Het bureauonderzoek resulteerde voor onderhavig plangebied in de volgende gespecificeerde archeologische verwachting 3: Inleiding Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het aantreffen van archeologische resten in het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd (afb. 6). Deze verwachting is gebaseerd op de bewonings- en gebruiks(on)mogelijkheden die het landschap in verschillende perioden bood, alsook de bekende archeologische en historische gegevens. Stratigrafische positie en prospectiekenmerken Op basis van beschouwde gegevens over de landschapsgenese wordt verwacht dat de bodemopbouw voornamelijk bestaat uit eolische/periglaciale afzettingen behorende tot de Formatie van Boxtel, al dan niet het daarbinnen te onderscheiden Laagpakket van Wierden. Het primaire archeologische niveau wordt gevormd door de top van het pleistocene niveau, dat wil zeggen van het dekzand, dat reeds vanaf maaiveld aangetroffen kan worden. Archeologische indicatoren en complextypen In het plangebied worden resten van nederzetting, landgebruik en begraving verwacht. Nederzettingen uit het Paleolithicum en Mesolithicum manifesteren zich voornamelijk als vondstconcentraties en -strooiingen van vuursteen. Vanaf het Neolithicum kunnen daarbij ook grondsporen en concentraties aardewerk worden aangetroffen.

Nederzettingen uit de Bronstijd – Romeinse tijd kenmerken zich veelal door sporen en concentraties aardewerk, alhoewel ook nog in latere periodes vuursteen werd gebruikt. Archeologisch relevante ophogingslagen uit de Middeleeuwen (al dan niet met vondstmateriaal), alsook grondsporen van (uit hout of steen opgetrokken) bebouwing alsmede erfgerelateerde structuren (bijvoorbeeld waterputten) uit de Middeleeuwen of Nieuwe tijd, worden niet direct verwacht maar kunnen evenmin worden uitgesloten. Uit alle perioden kunnen daarnaast losse vondsten of sporen worden aangetroffen, die verband houden met tijdelijk landgebruik of eenmalige activiteiten. Sporen van permanent landgebruik vanaf het Neolithicum kunnen in de vorm van bijvoorbeeld erfgreppels worden aangetroffen. Beperkingen Sporen van kortstondige bewoning kenmerken zich door (kleinschalige) grondsporen in plaats van door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel een verwachting worden uitgesproken op basis van inzicht in de opbouw en de mate van intactheid van de bodem, wat niet met enkel bureauonderzoek kan worden vastgesteld. Confrontatie verwachtingsmodel met geplande bodemingrepen en bekende verstoringen Naar verwachting zullen met de herontwikkeling van het plangebied bodemingrepen gemoeid gaan die tot 200-260 cm -mv zullen reiken.

Op basis van dit bureauonderzoek kan niet worden geconcludeerd of daarbij het primaire archeologische niveau, dat wil zeggen de top van het verwachte dekzand, verstoord zal worden dan wel überhaupt van archeologische interesse is (gelet op mogelijke verspoeling, aftopping of andere verstoring). Een beperkte ophoging kan ook een

2

zaakidentificatie 5450785100, Pape-Luijten 2023.

3

ibid.

10

(extra) buffer hebben gevormd op het oorspronkelijke bodemprofiel. Indien de top van het dekzand zich binnen de toekomstige verstoringsdiepte bevindt, intact is en archeologisch relevant wordt het niveau bedreigd door de voorgenomen plannen. datering: complextype: omvang: diepteligging: gaafheid en conservering: locatie: uiterlijke kenmerken: mogelijke verstoringen:

Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd (middelhoge verwachting) nederzetting, begraving, landgebruik of -inrichting <50 m2 (zeer kleine steentijdsites) tot 500-2000 m2 (huisplaatsen) mogelijk vanaf maaiveld sterk afhankelijk van impact grondwerkzaamheden in het verleden en eventuele ophoging gehele plangebied sporenvlak, vondstmateriaal (strooiing en/of concentraties) mogelijk deels verstoord door grondbewerkingen in het verleden

Geadviseerd werd de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek in het veld te toetsen, door de opbouw en aard en mate van intactheid van de bodem vast te stellen middels een verkennend booronderzoek. Naast het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting dient het verkennend booronderzoek ook waar mogelijk (extra) informatie te verschaffen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het plangebied, betreffende de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Daarnaast heeft de verkennende fase als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Doel daarbij is het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor volgende vormen van onderzoek, indien aanwezig.

11

3

Inventariserend Veldonderzoek 3.1

Plan van Aanpak

3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.2). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en diepte van de geplande ingrepen. Op 7 augustus 2023 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Het PvA is ter beoordeling voorgelegd aan Centrum voor Archeologie Amersfoort en op 8 augustus 2023 goedgekeurd.

4 Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? • Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? • Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? • Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? • In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? • In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par.

3.1.1 genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: aantal boringen: boorgrid: diepte boringen: boormethode: bemonstering:

5 geen, evenredig verdeeld over de onbebouwde delen van het plangebied, buiten de zones met kabels en leidingen tot tenminste 25 cm in het onverstoorde dekzand of stuwwalafzettingen (C-horizont) Edelmanboor met diameter 7 cm (handmatig) versnijden en/of verbrokkelen

De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 5104 5 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus 6 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm.

4

E-mail mevrouw S. Beumer (beleidsarcheoloog Centrum voor Archeologie Amersfoort) d.d. 8 augustus 2023.

5

Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.

6

De Bakker et al. 1989.

12

Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.

3.2

Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)

3.2.1 Veldinspectie en uitvoering Plan van Aanpak Voorafgaand aan het inventariserend veldonderzoek op 14 augustus 2023 is een veldinspectie uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een winkel-/bedrijfspand met bijbehorend buitenterrein. Opvallend is het verschil in hoogte tussen het noordoostelijk deel waar zich de bebouwing bevindt en het parkeerterrein in het zuidwestelijk deel. Dit hangt samen met de ligging tegen de flank van de stuwwal van Soest. De boringen zijn in overeenstemming met het Plan van Aanpak verricht. Wel is in verband met het stuiten van één boring (boring 3) op ondoordringbaar betonpuin een extra boring op een alternatieve locatie verricht (boring 4). 3.2.2 Lithologische en bodemkundige beschrijving De locatie van de boringen is weergeven in afb. 7. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. Bij het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat de ondergrond van het plangebied, beneden een diepte variërend van 75 tot 95 cm -mv (circa 5,55 tot 6,60 m +NAP) wordt gevormd door een pakket kalkloos, zwak siltig zand. De korrels zijn goed gesorteerd en matig afgerond. De mediaanklasse is zeer fijn (105-150 µm). Onderin de boringen heeft het sediment een lichtgrijze of gele kleur, bovenin plaatselijk een lichtbruine kleur als gevolg van een zwakke humusinspoeling (Bh-/BC-horizont).

Het beschreven zandpakket gaat via een geleidelijk grens naar boven toe over in een 30 cm dik pakket kalkloos, zwak tot matig humeus zand met een grijsbruine of donkergrijsbruine kleur (Aphorizont). Dit zand is in tegenstelling tot het onderliggende pakket puinhoudend en bevat in de boringen 2 en 5 lichtgekleurde zandbrokken (A-C-horizont). Behalve puin zijn in het pakket fragmenten glas, metaal en aardewerk (wandfragment steengoed daterend uit de 19e eeuw), sintels en houtskool aangetroffen. Het humushoudende zandpakket is aan de bovenkant scherp begrensd en wordt afgedekt door een 30 tot 50 cm dik pakket bouwzand gevolgd door straatwerk in de vorm van betonklinkers. 3.2.3 Interpretatie Het in de ondergrond aanwezige zandpakket wordt op basis van lithologische kenmerken geïnterpreteerd als onverstoord dekzand (C-horizont, Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). In de boringen 1, 4 en 6 zijn in het bovenste deel van dit pakket aanwijzingen voor zwakke podzolering (Bh-/BC-horizont) waargenomen. Dit betekent dat de oorspronkelijk top van het dekzand hier deels intact is. Eventueel aanwezige grondsporen daterend uit de periode Neolithicum tot en met Middeleeuwen kunnen nog bewaard zijn gebleven. In overige de boringen is de top van het dekzand vermengd geraakt met de bovengrond en is van eventuele sporen hooguit het onderste deel bewaard gebleven.

Het vondstniveau zal niet meer aanwezig zijn. Intacte vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum die zich hoofdzakelijk als een vondststrooiing manifesteren zullen zijn vernietigd. De bovengrond bestaat uit een humushoudend pakket, dat aan het gebruik van het plangebied als bouwland of tuin is te relateren. Het in dit pakket aangetroffen vondstmateriaal dateert uit de periode 19e eeuw en later en heeft geen archeologische betekenis. Gezien de aanwezigheid van (sub)recent vondstmateriaal in de humeuze bovengrond zijn hierin geen intacte sporen uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd te verwachten. Diepe, tot in het onverstoorde dekzand ingegraven constructies, bijvoorbeeld de fundamenten van een waterput, kunnen echter niet worden uitgesloten.

13

Bodemkundig gezien is in het plangebied sprake van goordeerd- en laardpodzolgronden. De op basis van het bureauonderzoek verwachte hoge zwarte enkeerdgronden zijn niet aangetroffen.

3.3

Conclusies

De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: •

Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied ligt gezien de hoogteverschillen tegen de flank van de stuwwal van Soest. De natuurlijke ondergrond bestaat uit fijnkorrelig dekzand (Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel). In de top hiervan zijn plaatselijk aanwijzingen voor een zwakke podzolering (Bh-/BC-horizont) waargenomen. Het dekzand wordt afgedekt door een 30 cm dikke zwak tot matig humeuze bovengrond (Ap-horizont), die plaatselijk volledig verstoord is (A-/C-horizont). De bovengrond wordt op zijn beurt afgedekt door een 30 tot 50 cm dik pakket bouwzand.

•

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Tot 75 à 95 cm -mv (circa 5,55 tot 6,60 m +NAP) bestaat de bodemopbouw uit (sub)recent opgebrachte of omgewerkte pakketten. Beneden dit niveau is de bodemopbouw intact.

•

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? De top van het dekzand wordt als het potentieel sporenniveau uit de periode Neolithicum tot en met Middeleeuwen beschouwd. Dit niveau is in de boringen 1, 4 en 6 intact aanwezig. In de overige boringen is het geheel of grotendeels verstoord.

•

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Dit niveau bevindt zich op 75 à 95 cm -mv (circa 5,55 tot 6,60 m +NAP).

•

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? In de bovengrond zijn verschillende vondsten aangetroffen. Deze zijn als (sub)recent aan te merken en worden niet als een aanwijzing voor een archeologische vindplaats beschouwd. Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? n.v.t. Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? n.v.t. Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? n.v.t.

•

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De middelhoge archeologische verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum dient op basis van het veldonderzoek naar een lage verwachting te worden bijgesteld. De middelhoge verwachting voor resten uit de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd dient te worden gehandhaafd.

•

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Bij de aanleg van de funderingen van het appartementencomplex met ondergrondse parkeergarage worden (mogelijk aanwezige) archeologische resten bedreigd.

14

•

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Op basis van de beperkte gegevens van het inventariserend veldonderzoek zijn geen terreindelen te begrenzen waar de bodemopbouw dermate verstoord is dat geen archeologische resten meer te verwachten zijn (afb. 8). Wel kan de vigerende dieptevrijstelling worden verruimd naar 45 cm -mv. Deze drempelwaarde is gebaseerd op het boorprofiel waar het archeologisch sporenniveau het ondiepst onder het maaiveld ligt en is met inbegrip van een veiligheidsmarge van 20 cm. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt het plangebied niet als voldoende onderzocht beschouwd. Geadviseerd wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren (zie hoofdstuk 4).

15

4

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om voorafgaand aan de sloop van het ondergrondse deel van de bebouwing een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). Het doel van dit onderzoek is het aantonen van de aan-/afwezigheid van archeologische resten alsook onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Daarbij dient ook de locatie van de bestaande bebouwing in het proefsleuvenonderzoek te worden betrokken aangezien het op grond van de funderingsconstructie niet vaststaat dat de bodem hier volledig verstoord is. Vanwege de beperkte omvang van het plangebied wordt bij het aantreffen van waardevolle archeologische resten na overleg met de regioarcheoloog van Centrum voor Archeologie (CAR) een doorstart naar een opgraving aanbevolen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

16

Literatuur Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Pape-Luijten, H.G., 2023: Van Weedestraat 97, Soest (gemeente Soest) Archeologisch bureauonderzoek. Rubicon Erfgoed Rapport 124. rapport 6184. Rheden. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013.

17

Geraadpleegde websites https://bagviewer.kadaster.nl

18

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto Afb. 4 Foto van het plangebied genomen in noordoostelijke richting Afb. 5 Situatietekening Afb. 6 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest Afb. 7 Boorpuntenkaart Afb. 8 Advieskaart Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

19

Afb. 1 Locatie van het plangebied

20

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

21

Afb. 3 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto

22

Afb. 4 Foto van het plangebied genomen in noordoostelijke richting

23

Afb. 5 Situatietekening

24

Afb. 6 Plangebied op een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest

25

Afb. 7 Boorpuntenkaart

26

Afb. 8 Advieskaart

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 001385_1 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 1, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 170 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148800, Y-coördinaat in meters: 466393, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 6.51, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 6.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 8, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: paars Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (klinker) 8 / 6.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 8, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 65, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: ophoogzand 65 / 5.86 Laag algemeen: Bovengrens

laag in cm: 65, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 95, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont 95 / 5.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 125, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 125 / 5.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 145, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 145 / 5.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 170, Boortype

en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Einde boring 170 / 4.81

1 bron: Soest - van weedestraat 97.geojson - 25-08-2023 11:23:11

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 001385_2 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 2, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148780, Y-coördinaat in meters: 466389, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.2, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 8, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: paars Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (klinker) 8 / 7.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 8, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: ophoogzand 40 / 6.80 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: abrupt

(<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 95, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Indicatoren overig 1: grind-enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: sintels, (sub)recent puin 95 / 6.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Einde boring 150 / 5.70

Boring: 001385_3 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 3, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 40 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148789, Y-coördinaat in meters: 466374, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.11, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 7, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (betonklinker) 7 / 7.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 7, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten Laag opmerking: Opmerking: fragmenten beton, gestuit op ondoordringbaar puin Einde boring 40 / 6.71

2 bron: Soest - van weedestraat 97.geojson - 25-08-2023 11:23:11

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 001385_4 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 4, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148793, Y-coördinaat in meters: 466371, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.16, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 7, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (betonklinker) 7 / 7.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 7, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 35, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 35 / 6.81 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35,

Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Indicatoren overig 1: grind-enkel fragment 75 / 6.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 90 / 6.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 150 / 5.66

3 bron: Soest - van weedestraat 97.geojson - 25-08-2023 11:23:11

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 001385_5 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 5, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148767, Y-coördinaat in meters: 466375, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.3, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 7, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (betonklinker) 7 / 7.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 7, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 55, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: ophoogzand 55 / 6.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm:

55, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 85, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Plantenresten: hout-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken Archeologie: Houtskool: fragmenten, Aardewerk: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel fragment, Indicatoren overig 1: glas-enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: fragment metaal, (sub)recent aardewerk en glas) 85 / 6.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 100 / 6.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig

afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 150 / 5.80

4 bron: Soest - van weedestraat 97.geojson - 25-08-2023 11:23:11

bijlage 1 boorgegevens

Boring: 001385_6 Kop algemeen: Projectcode: 001385, Boornummer: 6, Beschrijver(s): RMVDZEE, Datum: 14-08-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 148789, Y-coördinaat in meters: 466360, Precisie coördinaat: 1 m, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 7.36, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Utrecht, Gemeente: Soest, Opdrachtgever: Domus Vastgoedontwikkeling, Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten 0 / 7.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 8, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: straatwerk (betonklinker) 8 / 7.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 8, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 35, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: ophoogzand 35 / 7.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35,

Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 75, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Plantenresten: wortels-spoor (<1%), Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Indicatoren overig 1: grind-enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: puinresten hoofdzakelijk in top 75 / 6.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: diffuus (3-10 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 120 / 6.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring

150 / 5.86

5 bron: Soest - van weedestraat 97.geojson - 25-08-2023 11:23:11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=ad1b55f0-d67b-4966-8833-b4f0d2fcfd28