6a 5 Bijlage 4 Bijlagen bij de Toelichting Bestemmingsplan 1e Heezerlaantje naast nr. 7.pdf
Tekst van het document
Toelichting - Bijlagen bestemmingsplan 1e Heezerlaantje naast nr. 7 NL.IMRO.0342.BPSOE0056-0301 4 februarie 2021
Bijlage 1 Aanmeldnotitie mer‐beoordeling
Rho adviseurs voor leefruimte
44002065.20190769
SOEST 1e Heezerlaantje naast nr. 7 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
1e Heezerlaantje naast nr. 7, Soest Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
44002065.20190769
17-11-2020
projectleider:
opdrachtgever:
drs. M.P. Kegler
Wonen à la Carte BV
auteur(s):
ing. S. Zonneveld Maurits van der Berg, MSc.
aangesloten bij:
Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoud
Inleiding 1.1. 1.2. 1.3.
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
5
5 5 6
2.
Plaats en kenmerken van het project
7
3.
Kenmerken van de milieueffecten
12
4.
Conclusie
17
2.1. 2.2. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.
Plaats van het project Kenmerken van het project
Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
Bijlagen
Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek Bijlage 2 – Bodemonderzoek Bijlage 3 – AERIUS-berekening Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna Bijlage 5 – Archeologisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
7 9
12 12 13 14 14 15 16 16 16
4
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
5
Inleiding
1.1.
Aanleiding
Binnen de gemeente Soest is er druk op de woningmarkt. Er is veel vraag, maar de mogelijkheden voor nieuwbouw zijn beperkt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 5 woningen (twee tweeonder-één kapwoningen en een vrijstaande woning) aan het 1e Heezerlaantje te Soest. Op het perceel van de meest westelijk gelegen woning is de rode contour van de gemeente Soest gelegen, wat inhoudt dat het niet mogelijk is om aan de westelijke zijde van deze rode contour bebouwing te realiseren. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D van de bijlage opgenomen dat aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 5 woningen en blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.
1.2.
Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het plan; • de omvang van het plan; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
6
1.3.
Inleiding
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het plan; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het bestemmingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
7
2. Plaats en kenmerken van het project
2.1.
Plaats van het project
Het plangebied betreft een perceel kadastraal bekend als perceelnummer 6782 sectie G, gelegen naast 1e Heezerlaantje te Soest. Aan de zuidzijde van het plangebied, ligt het woonperceel behorende bij 1e Heezerlaantje 13. In het westen / zuidwesten ten opzichte van het plangebied zijn sportvelden gelegen behorende bij een hockeyclub en een voetbalclub.
Figuur 2.1: Ligging plangebied (rode contour).
Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Conform het huidige bestemmingsplan ‘Klaarwater, Smitsveen en Bosstraat’ zijn binnen en in de nabije omgeving van het plangebied geen monumenten aanwezig. Verder maakt het plangebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Het plangebied kent in het huidige bestemmingsplan een dubbelbestemming archeologie ‘Waarde Archeologie middelhoge verwachting'. Voor deze dubbelbestemming geldt dat voor alle bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte groter dan 30 centimeter onder maaiveld archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied is niet gelegen in kwetsbaar en/of gebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 10 kilometer afstand en betreft het gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. Het plangebied is eveneens niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is gelegen op circa 500 meter afstand (figuur 2.2).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
8
Plaats en kenmerken van het project
Het plangebied is tevens niet gelegen binnen grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.3 en .2.4).
stiltegebied
en
waterwin-
en
Figuur 2.2: Ligging plangebied (gele marker) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (Bron: Provincie Utrecht).
Figuur 2.3: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden. (Bron: Provincie Utrecht)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Plaats en kenmerken van het project
9
Figuur 2.4: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden. (Bron: Provincie Utrecht)
2.2.
Kenmerken van het project
De 5 woningen (twee twee-onder-één kapwoningen en een vrijstaande woning) sluiten aan bij de omgeving en dragen bij aan het behoud van het dorpse karakter. De woningen komen in lijn te staan met de al bestaande woningen aan het 1e Heezerlaantje. Door een variatie in woningen en kap te realiseren, ontstaat er een gedifferentieerd beeld met open doorzichten (figuur 2.5 en 2.6). De garages worden verder naar achter gesitueerd. Hiermee sluit het programma goed aan op het al bestaande lint.
Figuur 2.5: Impressie beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
10
Plaats en kenmerken van het project
Figuur 2.6: Inrichtingstekening van de beoogde ontwikkeling. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten aan het 1e Heezerlaantje. Dit betreft een smalle erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30 km/u geldt. De weg ontsluit woon- en bedrijfspercelen. Fietsverkeer deelt de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. In oostelijke richting gaat het 1e Heezerlaantje over in de Den Blieklaan, door deze weg te volgen kan via de Bosstraat en de Pimpelmees het centrum van Soest of het hoofdwegennet worden bereikt. Het plangebied is tevens goed bereikbaar voor langzaam verkeer. De wegen zijn voorzien van trottoirs voor voetgangers. Op het 1e Heezerlaantje en de aansluitende straten delen fietsers de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. De Koningsweg beschikt over fietsstroken aan weerszijden van de weg. Ook halteren er diverse buslijnen op de Koningsweg. Derhalve is de bereikbaarheid van het plangebied voor het langzame verkeer goed. Verkeer en parkeren Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 40 mvt/etmaal (motorbewegingen en per etmaal) bedraagt. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld.
In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 5 mvt. Aan de hand van de 'Nota parkeernormen auto en fiets (3e herziening) d.d. 28 september 2017' van de gemeente Soest is de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling berekend (tabel 2.1). De parkeerbehoefte bedraagt 10 parkeerplaatsen.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Plaats en kenmerken van het project
11
Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
12
3. Kenmerken van de milieueffecten
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het concept bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
3.1.
Verkeer en parkeren
Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 40 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). In een gemiddeld spitsuur bedraagt de verkeerstoename maximaal 5 mvt. Deze verkeerstoename is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer en zal nauwelijks merkbaar zijn op het omliggende wegennet. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. Parkeren De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 10 parkeerplaatsen. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 4 parkeerplaatsen in de vorm van langsparkeren in de groene berm, waarmee voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen en de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.
3.2.
Geluid
De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen aangewezen als geluidgevoelige objecten. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en inrichtingslawaai (Rho adviseurs, 29 augustus 2018, projectnummer 20190769). Dit onderzoek is in de bijlage toegevoegd (bijlage 1). Wegverkeerslawaai Het 1e Heezerlaantje betreft een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u. Conform de Wgh kennen wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager geen geluidszone. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer over het 1e Heezerlaantje ten hoogste 45 dB bedraagt, waarmee voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde conform de Wet geluidhinder – in dit geval te zien als richtwaarde gezien het feit dat de Wgh formeel niet van toepassing is voor 30 km/u-wegen. De totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling ten opzichte van de bestaande verkeersstromen is dan ook dermate beperkt dat het verkeer direct opgaat in het bestaande verkeersbeeld, waardoor geen sprake is van een relevante (waarneembare) toename van geluid ter
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Kenmerken van de milieueffecten
13
plaatse van de langs de ontsluitingsroute aanwezige woningen. Ter plaatse van de beoogde woningen is dan ook sprake van een goed akoestisch leefklimaat. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten. Inrichtingslawaai Overeenkomstig de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) geldt voor sportvelden op basis van het aspect ‘geluid’ een richtafstand van 50 meter in een rustige woonwijk. Het plangebied is gelegen op circa 45 meter afstand van het dichtstbijzijnde sportveld (hockeyveld), waarmee niet aan de richtafstand wordt voldaan. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is dan ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege de sportvelden ter plaatse van de nieuwe woningen voldoen aan de richtwaarden voor een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”. Ook blijkt dat de geluidniveaus ter plaatse van de al bestaande woningen hoger zijn dan ter plaatse van de nieuwe woningen en niet voldoen aan deze richtwaarden. Verder worden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit overschreden. Echter, gezien de maximale geluidniveaus vanwege sportactiviteiten in het kader van het Activiteitenbesluit buiten beschouwing wordt gelaten, is geen sprake van strijdigheid of overschrijding van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
Daarnaast wordt in de woningen doordat ze, vanwege het gasloos bouwen ook luchtdicht met balansventilatiesystemen worden uitgevoerd, een reductie van minimaal 25 dB(A) behaald. Hiermee wordt dan voldaan aan de maximale geluidsniveaus, ook in de avondperiode. Daarmee kan gesteld worden dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.
3.3.
Luchtkwaliteit
De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 40 mvt/etmaal. De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool (tabel 3.1). De maximale bijdrage voor NO2 bedraagt 0,04 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de maximale bijdrage 0,01 µg/m³. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.
Tabel 3.1: Resultaten NIBM-tool. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Koningsweg ten noorden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2017 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze ruimschoots onder de grenswaarden
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
14
Kenmerken van de milieueffecten
lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2017: 21.1 µg/m3 voor NO2, 18.6 µg/m3 voor PM10 en 11.1 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.6 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
3.4.
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Uit de professionele risicokaart Nederland blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen. Ook vindt er geen gevaarlijk transport plaats over de weg, het water of via buisleidingen. Ten noorden/noordoosten van het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd over het spoortraject 30DS.5. Het plangebied is niet gelegen binnen de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied van het spoortraject. Het invloedsgebied van het spoortraject reikt tot een afstand van meer dan 4.000 meter. Het plangebied is gelegen is gelegen op circa 3,2 kilometer en valt daarmee binnen het invloedsgebied. Het plangebied is gelegen buiten 200 meter van het spoortraject, waarmee berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Uit de voor de beoogde ontwikkeling opgestelde beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.
Risico’s op rampen door klimaatverandering De beoogde ontwikkeling is niet relevant wat betreft risico’s op rampen door klimaatadaptatie. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.
3.5.
Bodem en water
Bodem Gezien de beoogde ontwikkeling voorziet in een functiewijziging, is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling door Amos Milieutechniek B.V. een verkennend bodemonderzoek en een nader asbestonderzoek uitgevoerd (Amos Milieutechniek B.V., 26 februari 2019, rapportnummer 194.034.BR.11.ROS). Dit onderzoek is toegevoegd zie bijlage 2). Uit het bodemonderzoek blijkt dat in het grondwater lichte verontreinigingen met enkele zware metalen voorkomen. De lichte verontreinigingen vormen echter geen beperking voor de beoogde ontwikkeling. Verder is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. Aan de grens van het plangebied bevindt zich een schuur voor veestalling en opslag van voer en kleinschalig materiaal. De schuur heeft een asbestverdachte golfplaten dakbedekking. Een dakgoot ontbreekt echter. Gezien het feit dat middels erosie mogelijk losse vezels in de bodem terecht zijn gekomen, is nader asbestonderzoek uitgevoerd. Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat in de fijne fractie (< 20 mm) 7,7 mg/kgds aan asbest aanwezig te zijn. Middels een berekening conform de NEN 5707 is
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Kenmerken van de milieueffecten
15
vastgesteld dat gemiddeld gewogen gehalte in totaal 13,04 mg/kgds betreft. Het berekende gehalte licht daarmee ruim onder het toelaatbare gehalte van 100 mg/kgds. Sterke verontreiniging met asbest is daarmee uitgesloten. Op het overige deel van de locatie zijn visueel geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreiniging met asbest in de bodem. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten. Water Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Conform de Legger Watersysteem van Waterschap Vallei en Veluwe zijn in (de omgeving van) het plangebied geen watergangen aanwezig. Het plangebied is ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Ten opzichte van de huidige situatie is wel sprake van een toename aan verharding door de realisatie van de woningen. Bij iedere woning wordt een regenton geïnstalleerd, met een overloop op het riool. Hiermee wordt gehoor gegeven aan het principe om hemelwater niet direct af te voeren, maar vast te houden. Het opgevangen water kan weer gebruikt worden om de tuin te bewateren in tijden van droogte. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten op de waterhuishouding in en rondom het plangebied.
3.6.
Ecologie
Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het Natuurnetwerk Nederland kunnen dan ook worden uitgesloten. Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen op circa 10 kilometer afstand. De beoogde ontwikkeling zelf heeft gedurende de gebruiksfase geen emissie in verband met de wettelijke verplichting voor gasloze nieuwbouw voor woningen. De nieuwbouw leidt echter wel tot een verkeersgeneratie. Verder kan de aanlegfase van de woningbouw effect hebben op de stikstofemissie. Een berekening geeft inzicht in de mate van de stikstofemissie als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De berekening is uitgevoerd met Aerius Calculator 2020 en is in de bijlage toegevoegd (bijlage 3). Het plan leidt tot een verkeerstoename van 40 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Het plangebied wordt ontsloten via 1e Heezerlaantje, de Den Blieklaan en dan via de Bosstraat en de Pimpelmees. Hierna gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn met een waarde hoger dan 0,00 N mol/ha/j. Soortenbescherming Om de ecologische gevolgen van de beoogde ontwikkeling in kaart te brengen is in juni 2019 een ecologische quickscan uitgevoerd (Adviesbureau Mertens B.V., juni 2019, rapportnummer 2019.3400). Dit onderzoek is aan de bijlage toegevoegd (bijlage 4). Uit de quickscan blijkt het voorkomen van en effecten op vleermuizen en vogels met vaste rusten verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Daarnaast zijn er mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Utrecht. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
16
Kenmerken van de milieueffecten
In verband met het voorkomen van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen of op een manier dat de vogels niet tot broeden komen. Met het treffen van voorgaande maatregel worden significante negatieve effecten met betrekking tot broedvogels uitgesloten.
3.7.
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. Archeologie Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 geldt voor het plangebied een dubbelbestemming archeologie en zijn archeologische verwachtingswaardes aanwezig. In juli 2019 is een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (IDDS, 25 juli 2019, projectnummer 59810619). Dit onderzoek is in de bijlage toegevoegd (bijlage 5). Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied twee potentiële archeologische niveaus aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren indien bodemverstoringen plaatsvinden die dieper reiken dan 0,3 m –mv. Het vervolgonderzoek wordt uitgevoerd, waarna er een advies volgt hoe in het kader van het bouwplan met de mogelijke archeologische verwachtingen dient te worden omgegaan. Significant negatieve effecten op eventueel aanwezige archeologische waarden als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.
3.8.
Aanlegwerkzaamheden
Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen zal met een stikstofberekening ook de aanlegfase worden berekend. Hieruit moet blijken dat de aanlegfase niet voor een depositie zorgt van stikstof op natuurgebieden.
3.9.
Mitigerende maatregelen
Uit de voorgaande sectorale analyses blijkt dat de volgende mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn: • In verband met het voorkomen van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen of op een manier dat de vogels niet tot broeden komen. Verder zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
17
4. Conclusie
Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits de genoemde mitigerende maatregel wordt uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
18
Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bijlagen
Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
Soest 1e Heezerlaantje naast nr. 7 Akoestisch onderzoek
Soest 1e Heezerlaantje naast nr. 7
Akoestisch onderzoek
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
2019.0769
17‐11‐2020
projectleider:
opdrachtgever:
drs. M.P. Kegler
gemeente Soest
auteur(s):
ir. R. Koster
Delftseplein 27b
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoud 1.
Inleiding
2
2.
Planbeschrijving
3
Toetsingskaders geluid
4
3.1.
4 4 5 6 7 7 8 8 8
3.
3.2.
4.
5.
6.
Uitgangspunten en berekeningen
9
4.1. 4.2. 4.3.
9 10 11
Geluidemissie sportvelden Maximale geluidsniveaus Wegverkeerslawaai
Rekenmodellen
12
5.1. 5.2.
Inrichtingslawaai Verkeerslawaai
12 13
Berekeningsresultaten
15
6.1.
15 15 15 16
6.2.
7.
Inrichtingslawaai 3.1.1. Ruimtelijke ordening 3.1.2. Activiteitenbesluit en sportvelden 3.1.3. Beoordelingsgrootheden inrichtingslawaai Wegverkeerslawaai 1e Heezerlaantje 3.2.1. Toetsingskader algemeen 3.2.2. Nieuwe situaties 3.2.3. 30 km‐wegen 3.2.4. Cumulatieve aspecten
Industrielawaai 6.1.1. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus 6.1.2. Maximale geluidniveaus Wegverkeerslawaai
Bespreking resultaten/conclusies
17
Bijlagen: Bijlage 1:
Begrippen
Bijlage 2:
Invoergegevens inrichtingslawaai (bronnen)
Bijlage 3:
Invoergegevens wegverkeerslawaai (wegen)
Bijlage 4:
Berekeningsresultaten inrichtingslawaai
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
2019.0769
2
1. Inleiding
Aan het 1e Heezerlaantje te Soest worden 2 twee‐onder‐één kapwoningen en één vrijstaande woning gerealiseerd op een perceel naast nr. 7. De woningen komen in lijn te staan met de al bestaande woningen aan het 1e Heezerlaantje. In opdracht van de gemeente Soest is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect industrie‐ of inrichtingslawaai, met als doel om na te gaan of voor de woningen binnen het plan sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat vanwege de naastgelegen sportvelden. Daarnaast is onderzocht of de (geluidproducerende) activiteiten vanwege de sportvelden niet worden belemmerd door het plan. De geluidsniveaus in de omgeving zijn berekend overeenkomstig de “Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai” van 1999 (uitgave VROM). Naast industrielawaai speelt wegverkeerslawaai een rol. Het plan ligt binnen invloedsfeer van het 1e Heezerlaantje en om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
2019.0769
Planbeschrijving
3
2. Planbeschrijving
Het voornemen is om 2 twee-onder-één kapwoningen en één vrijstaande woning te realiseren aan het 1e Heezerlaantje te Soest, naast nr. 7. De woningen sluiten aan bij de omgeving en gaan bijdragen aan het behoud van het dorpse karakter. De woningen komen in lijn te staan met de al bestaande woningen en krijgen ieder 2 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast wordt een mogelijkheid voor langsparkeren in de groene berm gerealiseerd (6 parkeerplaatsen). Een overzicht van het plangebied (verbeelding) is gegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1: overzicht van het plangebied (verbeelding)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
4
Toetsingskaders geluid
3. Toetsingskaders geluid
3.1.
Inrichtingslawaai
3.1.1.
Ruimtelijke ordening
Om een belangenafweging tussen een goed woon‐ en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG‐publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG‐publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG‐brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Om deze reden wordt hier bij de VNG‐publicatie aansluiting gezocht. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG‐publicatie. De VNG‐brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.
Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“
De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“
De achterliggende geluidnormen die in de VNG‐publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 3.1.
2019.0769
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Toetsingskaders geluid
Tabel 3.1:
5
geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied
Periode
dagperiode (07:00 ‐ 19:00 uur) avondperiode (19:00 ‐ 23:00 uur) nachtperiode (23:00 ‐ 07:00 uur)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 45 dB(A) 50 dB(A)
Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/ rustig buitengebied 65 dB(A)
gemend gebied 70 dB(A)
40 dB(A)
45 dB(A)
60 dB(A)
65 dB(A)
35 dB(A)
40 dB(A)
55 dB(A)
60 dB(A)
Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG‐brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B5.3 van de VNG‐publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek: stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/65 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder).
Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan‐ en afrijdend verkeer. In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. In het geval van de situatie aan het 1e Heezerlaantje te Soest wordt in eerste instantie uitgegaan van de karakterisering als “rustige woonwijk/rustig buitengebied”. 3.1.2.
Activiteitenbesluit en sportvelden
De nabij het plangebied gelegen (bestaande) sportvelden vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen algemene regels. De relevante geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit zijn: Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
6
Toetsingskaders geluid
Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b.
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
Artikel 2.18 1.
Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a.
2. 3.
het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; b. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten; Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. b. c. d.
het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; laad- en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan- en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt; het verrichten van activiteiten in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur ten behoeve van het wassen van kasdekken bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid.
3.1.3.
Beoordelingsgrootheden inrichtingslawaai
In de HMRI wordt als beoordelingsgrootheid het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) gehanteerd. Deze grootheid is gebaseerd op het equivalente geluidsniveau LAeq,T waarbij rekening wordt gehouden met de afzonderlijke geluidbijdragen tijdens verschillende bedrijfstoestanden van de inrichting, alsmede het karakter van het geluid (impulsachtig, tonaal, muziek) en de meteocorrectie. Met behulp van het akoestisch rekenmodel wordt voor iedere geluidsbron het gestandaardiseerde immissieniveau Li op de rekenpunten bepaald. Uit het gestandaardiseerde immissieniveau wordt per beoordelingsperiode en per relevante bedrijfstoestand het langtijdgemiddelde deelgeluidsniveau LAeqi,LT bepaald volgens: LAeqi,LT = Li ‐ Cb ‐ Cm ‐ Cg waarin:
Li Cb Cm Cg
is het gestandaardiseerde immissieniveau; is de bedrijfsduurcorrectieterm; is de meteocorrectieterm; is de gevelreflectieterm;
Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT wordt voor elke beoordelingsperiode (dag‐, avond‐ of nachtperiode) bepaald uit de energetische sommatie van de deelbeoordelingsniveaus LAri,LT voor de verschillende bedrijfstoestanden. Het deelbeoordelingsniveau LAri,LT wordt voor elke afzonderlijke beoordelingsperiode en voor elke verschillende bedrijfstoestand bepaald uit: LAri,LT = LAeqi,LT + Kx waarin:
LAeqi,LT is het langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau voor elke afzonderlijke bedrijfstoestand; Kx is een straffactor voor tonaal geluid (K1 = 5 dB), impulsgeluid (K2 = 5 dB) of muziekgeluid (K3 = 10 dB).
2019.0769
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Toetsingskaders geluid
7
De beoordeling van kortstondig voorkomende geluiden vindt plaats aan de hand van het maximale A‐ gewogen geluidsniveau LAmax. Het maximale geluidsniveau is de hoogste aflezing in de meterstand “Fast” verminderd met de meteocorrectieterm Cm.
Wegverkeerslawaai 1e Heezerlaantje
3.2. 3.2.1.
Toetsingskader algemeen
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.2 weergegeven. Tabel 3.2:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh
aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied 600 400 250
stedelijk gebied 350 350 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐
‐
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
8
Toetsingskaders geluid
De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. 3.2.2.
Nieuwe situaties
Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen‐ of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. 3.2.3.
30 km‐wegen
Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. 3.2.4.
Cumulatieve aspecten
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken‐ en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.3 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.3:
2019.0769
kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]
geluidkwaliteit
<45
zeer goed
46‐50
goed
51‐55
redelijk
56‐60
matig
61‐65
slecht
>65
zeer slecht
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Uitgangspunten en berekeningen
9
4. Uitgangspunten en berekeningen
4.1.
Geluidemissie sportvelden
Het plangebied ligt in de directe nabijheid van een aantal hockeyvelden (MHC Soest) en op iets grotere afstand een aantal voetbalvelden (v.v. SEC). Voor wat betreft de geluidemissie vanwege sportvelden kan worden aangesloten bij De Duitse VDI‐ richtlijn VDI 3770 Emissionskennwerte technischer Schallquellen Sportz‐ und Freizeitanlagen (september 2012). Voor spelers, verdeeld over het gehele voetbal‐ of hockeyveld, bedraagt de bronsterkte op basis van deze richtlijn: Veldspelers (equivalent) voetbalspelers hockeyspelers
: :
LW = 94 dB(A); LW = 89 dB(A);
Voor het geluid van de scheidsrechtersfluit en toeschouwers zijn formules gegeven met als variabele het aantal toeschouwers: Scheidsrechtersfluit (equivalent) LW = 73,0 + 20.log(1+n)
dB(A) voor n ≤ 30 (alleen voetbal);
LW = 98,5 + 3.log(1+n)
dB(A) voor n > 30 (voetbal en hockey alle toeschouwersaantallen);
Het maximale bronvermogen voor een scheidsrechtersfluit is op basis van de VDI 3770 bepaald op LWmax = 118 dB(A). De afhankelijkheid van het equivalente bronvermogen (van het aantal toeschouwers) heeft te maken met het feit dat hoe meer toeschouwers er zijn, hoe harder de scheidsrechter moet fluiten. Geluid toeschouwers LW = 75,0 + 10.log(n)
dB(A) voor n ≤ 500 (hockey);
LW = 80,0 + 10.log(n)
dB(A) voor n ≤ 500 (voetbal);
LW = 80,0 + 8.10‐5.n + 10.log(n)
dB(A) voor n > 500 (voetbal);
Uitgangspunten sportvelden 1e Heezerlaantje Soest Relevant voor de beoordeling zijn de drie hockeyvelden aan het 1e Heezerlaantje van MHC Soest en twee voetbalvelden van v.v. SEC. In de maximale plansituatie is de avondperiode maatgevend en wordt er vanuit gegaan dat op alle voetbal‐ en trainingsvelden in de avondperiode tot uiterlijk 23.00 uur kan worden gespeeld of getraind. Het aantal bezoekers is in het algemeen gering, met uitzondering van de
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
10
Uitgangspunten en berekeningen
hoofdvelden met tribune. Uiteindelijk is in de berekeningen uitgegaan van de volgende in tabel 4.1 gegeven uitgangspunten. Onderscheid is gemaakt tussen de dagperiode en de avondperiode, waarbij in de dagperiode is uitgegaan van de aanwezigheid van toeschouwers. In de avondperiode niet omdat er dan vrijwel uitsluitend getraind wordt. Verder is er sprake van een gemiddelde bezetting in de tijd van 80% in de dagperiode en 60% in de avondperiode. In het akoestisch rekenmodel zijn de geluidbronnen ingevoerd voor de dagperiode, waarbij de verschillen in bronsterkte voor de avondperiode zijn meegenomen als bedrijfsduurcorrectie Cb. De bovengenoemde percentages van 80%/60% zijn in het rekenmodel meegenomen als groepsreductie. Tabel 4.1:
uitgangspunten geluidemissie sportvelden
veld
bronvermogen LW in dB(A) dagperiode spelers toeschouwers scheidsrechtersfluit hockeyveld oost 89,0 89,0 (25)1 102,7 (89,7)2 1 hockeyveld hoofdveld 89,0 98,0 (200) 105,4 (92,4)2 1 hockeyveld west 89,0 89,0 (25) 102,7 (89,7)2 voetbalveld hoofdveld 94,0 104,8 (300)1 105,9 (92,9)2 1 voetbalveld west 94,0 94,0 (25) 101,3 (88,3)2 avondperiode spelers toeschouwers scheidsrechtersfluit hocekyveld oost 89,0 ‐‐ 102,7 (89,7)2 hockeyveld hoofdveld 89,0 ‐‐ 105,4 (92,4)2 hockeyveld west 89,0 ‐‐ 102,7 (89,7)2 voetbalveld hoofdveld 94,0 ‐‐ 105,9 (92,9)2 voetbalveld west 94,0 ‐‐ 101,3 (88,3)2 1 Tussen haakjes gegeven het aantal toeschouwers. 2 Uitgegaan is van de situatie dat er effectief 5% van de tijd wordt gefloten.
totaal 94,0 99,5 94,0 105,4 97,6 totaal 92,4 94,0 92,4 96,5 95,0
Omdat spelers en toeschouwers in de praktijk grotendeels bepalend zijn voor de geluidemissie, is in de berekeningen een spectrum toegepast dat is gebaseerd op stemgeluid. De totaalbronsterkten zijn per voetbal‐ of trainingsveld ingevoerd als oppervlaktebron in Geomilieu.
4.2.
Maximale geluidsniveaus
Maximale geluidsniveaus worden veroorzaakt door kortstondig optredende geluiden met een verhoogde geluidemissie. Bij sportvelden is dit met vooral het geval bij hard schreeuwen, het fluiten van de scheidsrechter en het raken van een boarding met een hockeybal. In de berekeningen is uitgegaan van de volgende maximale geluidsbronnen: ‐ ‐ ‐ ‐
stemgeluid schreeuwende spelers scheidsrechtersfluit raken boarding met hockeybal contact stick‐bal (hard slaan)
LWmax = 110 dB(A); LWmax = 118 dB(A); LWmax = 115 dB(A); LWmax = 116 dB(A);
De maximale geluidsbronnen zijn in het rekenmodel ingevoerd als puntbronnen op de rand van het meest oostelijk gelegen hockeyveld omdat dit voor de nieuwe woningen binnen het plangebied het maatgevende hockeyveld is. De maatgevende bronnen zijn dan het hard slaan met een stick tegen een bal en/of het raken van de boarding in of achter de goal omdat dit op de rand van het hockeyveld kan plaatsvinden.
2019.0769
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Uitgangspunten en berekeningen
4.3.
11
Wegverkeerslawaai
De nieuw te realiseren woningen liggen aan het 1e Heezerlaantje; dit is een 30 km‐weg. Hoewel de Wgh daarmee formeel niet van toepassing is, is de geluidbelasting vanwege wegverkeer over het 1e Heezerlaantje wel onderzocht. Van het 1e Heezerlaantje zijn geen verkeersgegevens bekend. Op basis van CROW 381 is een globale inschatting gemaakt van 850 mvt/etmaal als weekdaggemiddelde. Worst‐case is een berekening uitgevoerd met 1.000 mvt/etmaal. Voor de voertuig‐ en etmaalverdelingen is uitgegaan van een standaard verdeling. De wegdekverharding bestaat uit standaard asfalt.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
12
Rekenmodellen
5. Rekenmodellen
5.1.
Inrichtingslawaai
Op grond van het “Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012” (artikel 2.3) moet de bepaling van het equivalente geluidsniveau plaatsvinden volgens één van de methoden uit de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” (publicatie VROM, uitgave Samsom), onder de in de handleiding genoemde voorwaarden. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van de rekensoftware Geomilieu van dgmr, versie 5.10. Relevante invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2. Coördinaten en maaiveldhoogten Het akoestisch rekenmodel is uitgelegd op het systeem van Rijksdriehoekcoördinaten. Verder is dit een “plat model” omdat de directe omgeving vlak is. Waarneempunten Voor het berekenen van de geluidniveaus is een aantal rekenpunten ingevoerd ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen en ter plaatse van bestaande woningen. met waarneemhoogten van ho = 1,5 m/5,0 m. Objecten en bodemvlakken De omliggende bebouwing en verhardingen van de omgeving is ingevoerd in het rekenmodel op basis van PDOK‐bestanden. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden word uitgegaan van een bodemfactor B = 1,0 (100% absorberend). Geluidbronnen In bijlage 2 is een overzicht van alle ingevoerde geluidsbronnen met coördinaten, hoogten, maaiveldhoogten, octaafbandspectra, dB(A)‐waarden en bedrijfsduurcorrecties gegeven. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 5.1.
2019.0769
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Rekenmodellen
Figuur 5.1:
5.2.
13
overzicht van het akoestisch rekenmodel voor de berekening van de geluidemissie vanwege de sportvelden aan het 1e Heezerlaantje te Soest
Verkeerslawaai
Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, gebaseerd op het industrielawaai rekenmodel. De ingevoerde weg is geschematiseerd in een rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek ligt. De ingevoerde wegen zijn gegeven in bijlage 3. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Een overzicht van het wegverkeersrekenmodel is gegeven in figuur 5.2.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
14
Rekenmodellen
Figuur 5.2:
2019.0769
overzicht van het wegverkeerslawaai rekenmodel
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Berekeningsresultaten
15
6. Berekeningsresultaten
6.1.
Industrielawaai
6.1.1.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
In bijlage 4.1 is een overzicht gegeven van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT invallend op de in het akoestisch rekenmodel ingevoerde reken‐/toetspunten. Een samenvatting van de resultaten is gegeven in tabel 6.1. Tabel 6.1:
overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
waarneempunt en omschrijving1 1 2 3 4 5 6 1
6.1.2.
langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT in dB(A) dagperiode avondperiode nachtperiode nieuwe woning 43 40 ‐‐ nieuwe woning 43 40 ‐‐ nieuwe woning 42 38 ‐‐ 1e Heezerlaantje 15 60 51 ‐‐ 1e Heezerlaantje 15 49 46 ‐‐ 1e Heezerlaantje 13 44 41 ‐‐ Voor de dagperiode geldt een waarneemhoogte ho = +1,5 m. Voor de avond‐ en nachtperiode geldt een waarneemhoogte ho = +5,0 m.
Maximale geluidniveaus
In bijlage 4.2 is een overzicht gegeven van de berekende maximale geluidsniveaus LAmax invallend op de in het akoestisch rekenmodel ingevoerde reken‐/toetspunten. Een samenvatting van de resultaten is gegeven in tabel 6.2. Tabel 6.2:
overzicht van de berekende maximale geluidsniveaus LAmax
waarneempunt en omschrijving1 1 2 3 4 5 6 1
maximale geluidsniveaus LAmax in dB(A) dagperiode avondperiode nachtperiode nieuwe woning 67 70 ‐‐ nieuwe woning 67 70 ‐‐ nieuwe woning 64 67 ‐‐ 1e Heezerlaantje 15 56 59 ‐‐ 1e Heezerlaantje 15 77 78 ‐‐ 1e Heezerlaantje 13 70 73 ‐‐ Voor de dagperiode geldt een waarneemhoogte ho = +1,5 m. Voor de avond‐ en nachtperiode geldt een waarneemhoogte ho = +5,0 m.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
16
6.2.
Berekeningsresultaten
Wegverkeerslawaai
Een overzicht van de berekende geluidbelastingen vanwege wegverkeer over het 1e Heezerlaantje is gegeven in figuur 6.1. De berekende geluidbelasting is gegeven inclusief 5 dB aftrek op basis van art. 110g Wgh. Figuur 6.1:
2019.0769
overzicht van de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer 1e Heezerlaantje
Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam
Bespreking resultaten/conclusies
17
7. Bespreking resultaten/conclusies
Geluid vanwege de sportvelden Uit tabel 6.1 blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege de sportvelden ter plaatse van de nieuwe woningen voldoen aan de richtwaarden voor een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”. Ook blijkt dat de geluidniveaus ter plaatse van de bestaande woningen hoger zijn en niet voldoen aan deze richtwaarden. Ook worden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit overschreden. Planologisch gezien valt een groot deel van het sportpark buiten de richtafstand van 50 meter, bezien vanuit de nieuwe woningen. Voor het planologisch onderzoek zijn de akoestisch meest relevante activiteiten/velden meegenomen: 3 hockeyvelden en 2 voetbalvelden. Vanwege de afstand van de verschillende clubgebouwen (140 meter voor het eerste voetbalclubgebouw SEC) wordt dit planologisch akoestisch niet relevant geacht. Dit geldt in nog sterkere mate voor accommodaties aan de overzijde van de Bosstraat. Voor wat betreft maximale geluidniveaus geldt dat er niet wordt voldaan aan de richtwaarden. Het berekende maximale geluidniveaus bedraagt ten hoogste 70 dB(A) in de avondperiode ter plaatse van de nieuwe woningen (vanwege hockey-geluid op het meest nabijgelegen hockeyveld). Dat is een overschrijding van 5 dB(A).
Ondanks dat de maximale geluidniveaus bij de nieuwe woningen zijn lager dan bij de bestaande woningen is ook bij de nieuwe woningen sprake van een overschrijding van de richtwaarden. Het blijkt naar aanleiding van enkele zienswijzen en ingediende klachten bij de gemeente dat er klachten zijn vanuit omwonenden over geluidshinder afkomstig van het de sportvelden, waaronder het hockeyveld. Voor de nieuwe woningen moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met de aangegeven overschrijding van de maximale geluidsniveaus in de avondperiode lijkt daar geen sprake van, zonder dat daar maatregelen voor worden genomen. Om ook in de avondperiode een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen te kunnen waarborgen worden daarom aanvullende maatregelen genomen met een versterkte isolatie van de woningen. Dit sluit ook aan op de te nemen maatregelen voor het gasloos bouwen. De woningen worden luchtdicht met balansventilatiesystemen uitgevoerd, waarmee binnenshuis een reductie van minimaal 25 dB(A) wordt behaald. Met het nemen van deze maatregelen wordt dan wel voldaan aan de maximale geluidsniveaus, ook in de avondperiode. Wegverkeerslawaai De berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer over het 1e Heezerlaantje bedraagt ten hoogste Lden = 45 dB en voldoet daarmee aan de vookeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder.
In dit geval te zien als richtwaarde omdat de Wgh formeel niet van toepassing is (30 km-weg). Samenvattend Gezien de berekeningsresultaten voor de verschillende toetsingskaders met betrekking tot geluid, kan worden gesteld dat er voor wat betreft het aspect geluid bij de nieuwe woningen aan het 1e Heezerlaantje te Soest sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat indien de woningen (vanwege het gasloos bouwen) luchtdicht met balansventilatiesystemen worden uitgevoerd. Hierdoor wordt binnenshuis een reductie van minimaal 25 dB(A) behaald. Met het nemen van deze maatregelen wordt ook in de avondperiode aan de maximale geluidsniveaus voldaan.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
2019.0769
Bijlagen
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.