CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

6a 3 Bijlage 2 Toelichting Bestemmingsplan 1e Heezerlaantje naast nr. 7.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 4 maart 2021, gemeente SoestBij agendapunt: DOORGESCHOVEN AGENDAPUNT VAN 4 FEBRUARI 2021: RV 21-04: Bestemmingsplan 1e Heezerlaantje naast nr. 714.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan 1e Heezerlaantje naast nr. 7 NL.IMRO.0342.BPSOE0056-0301 4 februarie 2021

1e Heezerlaantje naast nr. 7 Soest

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0342.BPSOE0056‐0301

22‐01‐2020 28‐04‐2020 04‐02‐2021

concept ontwerp vastgesteld

projectnummer:

44002065.20190769 opdrachtleider:

drs. M.P. Kegler

aangesloten bij:

Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging van het plangebied

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

5

1.4

Leeswijzer

6

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

7

2.1

Inleiding

7

2.2

Ontstaansgeschiedenis Soest

8

2.3

Ruimtelijk ‐ functionele structuur

8

2.4

Verkeersstructuur

8

2.5

Groenstructuur

8

2.6

Water

9

2.7

Monumenten en beschermd dorpsgezicht

9

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

11

3.1

Rijksbeleid

11

3.2

Provinciaal beleid

12

3.3

Gemeentelijk beleid

15

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Werkzaamheden

23

4.3

Verkeer en parkeren

23

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

27

5.1

Inleiding

27

5.2

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

27

5.3

Ecologie

28

5.4

Luchtkwaliteit

30

5.5

Water

31

5.6

Bodem

35

5.7

Bedrijven en milieuzonering

36

5.8

Kabels en leidingen

37

5.9

Wegverkeerslawaai

37

5.10

Externe veiligheid

38

5.11

Archeologie en cultuurhistorie

40

5.12

Duurzaamheid

41

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

4

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

43

6.1

Algemeen

43

6.2

Inleidende regels

43

6.3

Bestemmingsregels

43

6.4

Algemene regels

44

6.5

Overgangs‐ en slotregels

45

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

47

7.1

Financiële uitvoerbaarheid

47

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Aanmeldnotitie mer‐beoordeling

Bijlage 2

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 3

Quickscan ecologie

Bijlage 4

Bomeninventarisatie

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Verkennend archeologisch onderzoek

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek sportvelden

Bijlage 8

Nota van zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

5

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Binnen de gemeente Soest is er druk op de woningmarkt. Er is veel vraag, maar de mogelijkheden voor nieuwbouw zijn beperkt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 5 woningen aan het 1e Heezerlaantje te Soest.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied betreft een perceel kadastraal bekend als perceelnummer 6782 sectie G, gelegen naast 1e Heezerlaantje 7, zie figuur 1.1. Het perceel loopt verder door in zuidelijke richting, maar dit wordt niet bij het initiatief getrokken. Aan de zuidzijde van het plangebied, ligt het woonperceel behorende bij 1e Heezerlaantje 13. In het noorden, tegenover het plangebied bestaat het plan voor de bouw van één nieuwe woning. In het westen/zuidwesten ten opzichte van het plangebied zijn sportvelden gelegen behorende bij een hockeyclub en een voetbalclub.

Figuur 1.1 Het plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan Klaarwater, Smitsveen en Bosstraat. De gronden in het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' en de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie middelhoge verwachting'. Ter plaatse van het plangebied vigeert verder nog het parapluplan Retail en Nota parkeernormen auto en fiets. In figuur 1.2 is een uitsnede te zien van het vigerende en de omliggende bestemmingsplannen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

6

Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4

Leeswijzer

Het vervolg van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd:  in hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen beschreven, door in te gaan op zowel de huidige als de beoogde situatie;  hoofdstuk 3 omvat een toetsing van de ontwikkeling aan het beleid op rijks‐, provinciaal en gemeentelijk niveau;  in hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid voor wat betreft de omgevingsaspecten beoordeeld;  de regels en verbeelding worden toegelicht in hoofdstuk 5, ook wel de juridische plantoelichting genoemd;  tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

7

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie

Inleiding

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een grasveld / dierenweide. Aan de zuidzijde staat een schuur. Aan de zijde parallel aan de 1e Heezerlaantje staan vijf bomen. In figuur 2.1 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1 Weergave van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

8

2.2

Ontstaansgeschiedenis Soest

Op de overgang van hoog naar laag is al vóór 1300 een nederzetting met een langgerekte vorm ontstaan. Tijdens het ontstaan van de nederzetting was de Eemvallei moerasachtig en bestonden de enggronden uit woeste grond en heide. De omgeving van de Oude Kerk is de kern van die eerste nederzetting. Van daaruit waaieren de wegen in de Eemvallei in de richting van Baarn en Amersfoort. Het Kerkpad vormde de verbinding tussen Amersfoort en Baarn. De Soesterbergsestraat vormde de verbinding naar Soesterberg. In de periode tot 1800 is de Eemvallei geleidelijk in een slagenverkaveling ontgonnen en ontstond er weiland. De verkaveling van de Eemvallei, de boerenerven, de Oude Kerk, de Lange Brinkweg, de Soesterbergsestraat en de Birkstraat zijn nog als herkenbare elementen aanwezig. In de periode tussen 1800 en 1930 vond een aantal structurele veranderingen plaats. Deze hebben geleid tot de huidige ruimtelijke situatie. De geleidelijke overgang weiland‐erven en agrarische bebouwing‐akkerbouw verdween en ter plaatse van de zone met erven, agrarische bebouwing en akkerland ontstond eind vorige eeuw een losse villa‐achtige bebouwing langs de Rijksstraatweg (tracé Soesterbergsestraat‐ Kerkstraat‐ Torenstraat‐ Middelwijkstraat‐Steenhoffstraat). Op dit moment is het gebied vrijwel geheel verstedelijkt en hebben slechts nog enkele boerderijen een agrarische functie.

2.3

Ruimtelijk ‐ functionele structuur

De oost‐west gerichte lineaire stedenbouwkundige structuur is bepalend voor de ruimtelijke structuur van de omgeving van het plangebied. Binnen deze structuur zijn verschillende woonbuurtjes ontstaan met een geheel eigen stedenbouwkundige opzet, architectuur, identiteit en differentiatie. De buurten worden lusvormig ontsloten op de Eigendomweg en de Klein Engendaalweg in het gebied ten noorden van de Koningsweg en op de Pimpelmees en de Bosstraat in het gebied ten zuiden van de Koningsweg. De Koningsweg vormt als hoofdverkeersader de barrière tussen het noordelijk en zuidelijk deel.

2.4

Verkeersstructuur

Het gebied "Klein Engendaal" wordt doorsneden door de Koningsweg. Het gedeelte ten zuiden van de Koningsweg heeft twee aansluitingen op de Koningsweg, de Pimpelmees en de Bosstraat. De Bosstraat vormt in dit gebied een belangrijke doorgaande route naar de sportterreinen. De Klein Engendaalweg ontsluit op de Koningsweg. Deze Klein Engendaalweg wordt weer doorsneden door de Den Blieklaan. Als vanuit de Klein Engendaallaan de Den Blieklaan overgestoken wordt, komt men op het 1e Heezerlaantje. Deze weg loopt parallel aan de sportvelden van de hockeyclub om vervolgens te ontsluiten op de Wieksloterweg Westzijde. Het parkeren vindt hoofdzakelijk op eigen terrein plaats of op openbare parkeerplaatsen langs de wegen. Fietsers delen veelal de weg met het autoverkeer. Op de Koningsweg halteren bussen.

2.5

Groenstructuur

De groenstructuur in het noordelijk en westelijk deel van de wijk wordt gevormd door overwegend oost‐ west gerichte bomenrijen en houtwallen (inlandse eiken), die dit gebied een eigen karakter geven en de oorspronkelijke kavelstructuur volgen. De groenstructuur in het zuidelijke gedeelte van de wijk wordt gekenmerkt door bosopstanden en houtwallen, onderbroken door open en bebouwde ruimten. De houtwallen langs de Bosstraat en de bomenrijen langs de Koningsweg hebben daarin een markerende functie.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

9

2.6

Water

De grondwaterstromen bewegen zich van de Utrechtse Heuvelrug naar de lage gebieden van het Soesterveen en worden vervolgens via de Praamgracht/ Pijnenburgergrift afgevoerd naar de Eem. Rondom de Klein Engendaalweg, de Den Blieklaan en het 1e Heezerlaantje is geen oppervlaktewater gelegen.

2.7

Monumenten en beschermd dorpsgezicht

Binnen het plangebied komen geen rijks‐ of gemeentelijke monumenten voor.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

10

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

11

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De structuurvisie infrastructuur en ruimte 2040 (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk‐ en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland;  het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat en  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden worden waar nodig worden versterkt zijn. Het Rijk gaat voor verstedelijking en economische activiteiten uit van de bundelingsstrategie. Voordelen hiervan zijn dat steden ondersteund worden in hun economische en culturele functie. Zowel in dorpen als steden wordt het draagvlak voor voorzieningen ondersteund. Het bundelingsbeleid is een taak van decentrale overheden. Het Rijk heeft een stimulerende rol.

Doel is dat in iedere gemeente voldoende mogelijkheid is om in de natuurlijke bevolkingsaanwas te voorzien. Naast de eigen bevolkingsaanwas moet ook voldoende ruimte zijn voor de lokaal gerichte bedrijvigheid. Bundeling houdt in dat nieuwe bebouwing geconcentreerd tot stand komt, dat wil zeggen in bestaand bebouwd gebied of direct aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied. Voor geheel Nederland is een basiskwaliteit geformuleerd waaraan moet worden voldaan. Verdere verfijning wordt overgelaten aan de decentrale bestuurslagen. De gebieden en netwerken die het kabinet van nationaal belang acht, zijn bestemd als Ruimtelijke Hoofdstructuur. In deze gebieden wil het Rijk nadrukkelijk een rol vervullen. Voor de gemeente Soest betekent dit het volgende:  Verstedelijking: bundeling van verstedelijking en economische activiteiten ondersteunt de functie van steden als economische motor. Nieuwe bebouwing moet geconcentreerd tot stand komen: in het bestaande bebouwde gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde gebied of in clusters daarbuiten. Uitgangspunt is dat iedere gemeente voldoende ruimte krijgt om te voorzien in de natuurlijke aanwas;  Vitaal platteland: een economisch vitale grondgebonden landbouw is belangrijk voor het beheer van het buitengebied. Het economisch draagvlak en de vitaliteit van landelijke gebieden staat onder druk.

Om daarin verlichting te brengen moeten de mogelijkheden voor hergebruik, nieuwbouw en de mogelijkheden voor een brede(re) bedrijfsvoering ruimer worden;  Borging van bijzondere landschappelijke waarden: Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied. Uitgangspunt voor de Nationale landschappen is 'behoud door ontwikkeling'.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

12

De polders van de oostkant van Soest vallen gedeeltelijk in het Nationale landschap Arkemheen‐ Eemland. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is het voorgaande vertaald in de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De inhoudelijke eisen, waaraan voldaan moet worden bij deze zogenaamde "duurzaamheidsladder", zijn op 1 juli 2017 gewijzigd. Vanaf die datum behoeft de "actuele" en "regionale" behoefte niet langer beschreven te worden. Afstemming op regionaal niveau is, volgens de Nota van Toelichting (2017), immers geborgd in de artikelen 3.1.1 en 3.1.6, eerste lid, onder c, van het Bro. Wel zijn in artikel 3.1.6. lid 2 van de Bro aanvullende eisen opgenomen voor bestemmingsplannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Een dergelijke motivering is echter niet vereist voor woningbouwplannen met een maximale capaciteit van 11 woningen. Omdat op basis van het onderhavige bestemmingsplan slechts 5 nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt, kan de genoemde motivering dus achterwege blijven. 3.1.3 Conclusie rijksbeleid Het plangebied ligt niet binnen een gebied van nationaal belang of de Ruimtelijke Hoofdstructuur. De genoemde ontwikkeling sluit aan bij het streven van het Rijk om verstedelijking binnen bestaande steden en dorpen op te vangen. De ontwikkeling past dan ook binnen het beleid van het Rijk.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (geconsolideerd, incl. herijking 2016 en 2e partiële herziening 2018) Op 20 december 2018 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013‐2028 geconsolideerd en herijkt vastgesteld. De provinciale structuurvisie bevat het ruimtelijk beleid voor de provincie Utrecht voor de periode tot 2028. In de structuurvisie wordt aangegeven welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe er uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. Via het ruimtelijk beleid wil de provincie bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. Het ruimtelijk beleid gaat uit van drie pijlers: 1. Duurzame leefomgeving; 2. Beschermen kwaliteiten; 3. Vitale dorpen en steden; 4. Dynamisch landelijk gebied. Deze pijlers leiden tot de volgende twee belangrijkste beleidsopgaven; opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats:  Accent op de binnenstedelijke opgave;  Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

13

De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie is vertaald in 13 structuurvisiekaarten. De kaarten zijn als volgt opgedeeld: 1. Experimenteerruimte 2. Bodem 3. Water 4. Klimaat, energie en gezondheid 5. Cultuurhistorie 6. Landschap 7. Natuur 8. Wonen en werken 9. Verkeer en vervoer 10. Regionale uitwerking 11. Landelijk gebied 12. Landbouw 13. Recreatie Voor de voorgenomen ontwikkeling is het relevant dat de woonvoorziening is gelegen binnen de rode contour. Hierna wordt op de van belang zijnde aspecten ingegaan. Kwaliteit van het stedelijk gebied Binnenstedelijke ontwikkeling is mogelijk zonder de leefbaarheid en de sociale kwaliteit van de leefomgeving aan te tasten. Sterker nog, het kan de stedelijke kwaliteit juist versterken. Mits het gebeurt binnen bepaalde randvoorwaarden, met aandacht voor kwaliteit van zowel de woningen als de woonomgeving. De vraag wat die "kwaliteit" moet zijn is echter locatie‐afhankelijk. Het gaat bijvoorbeeld om bebouwingsdichtheden, stedenbouwkundige opzet, aandacht voor (cultuur)historie en het bodem‐ en watersysteem en over identiteit. Belangrijke vraag daarbij is in hoeverre de omgeving (fysiek, sociaal, economisch) aansluit bij de vraag van de bewoners en gebruikers nu en in de toekomst. Dit betekent rekening houden met demografische ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening en (lokale) krimp.

Binnenstedelijke woningbouw In het ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom vindt de provincie het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie stimuleert overheden en marktpartijen zich gezamenlijk in te spannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. Aardkundige waarden Aardkundige waarden vormen het structurerende reliëf in het Utrechtse landschap. De provincie richt haar ruimtelijk beleid hiervoor dan ook op het behouden en beschermen van aardkundige waarden als drager van de identiteit van het Utrechtse landschap. Aardkundige waarden worden waar mogelijk veilig gesteld. Als voorgestelde ruimtelijke ingrepen botsen met de aardkundige waarden in een gebied is een gedegen afweging tussen de ruimtelijke ingreep en het behoud van de aardkundige waarden nodig.

CHS‐Agrarisch Cultuurlandschap Vanwege de historisch kenmerkende gebouwen, structuren, bebouwingslinten, landschappen en verkavelingspatronen, vindt de provincie het belangrijk dat cultuurhistorische waarden in samenhang met de kernkwaliteiten van het landschap Groene Hart, respectievelijk van het landschap Utrechtse Heuvelrug bij de planontwikkeling een rol spelen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

14

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (geconsolideerd, incl. herijking 2016, correctie 2017 en 2e partiële herziening 2018) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013 (PRV) in werking getreden. Op 10 december 2018 is een herijking van de PRV vastgesteld. De verordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. Deze belangen zijn onderverdeeld in 4 thema's (paragrafen), te weten: 1. Gehele provincie Utrecht; 2. Landelijk gebied; 3. Landelijk gebied, verstedelijkingsverbod en uitzonderingen; 4. Stedelijk gebied; Binnen de thema’s zijn de artikelen van de Verordening opgenomen. Hierna worden de voor dit plan relevante artikelen aangehaald. Artikel 1.7: Cultuurhistorische hoofdstructuur (Agrarisch cultuurlandschap) Dit artikel richt zich op het behouden en zo mogelijk versterken van de samenhangende cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen van bovenlokaal belang. Bij het Agrarisch cultuurlandschap in behoud door ontwikkeling het uitgangspunt.

De cultuurhistorische waarde ligt met name in:  de aanwezige ontginningsstructuur en –richting;  de structuur en maatvoering van de boerderijlinten;  het waterbeheersingssysteem. Artikel 1.8: Landschap (Utrechtse Heuvelrug) Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Voor de Utrechtse Heuvelrug dienen de volgende kernkwaliteiten te worden behouden. 1. Robuuste eenheid; 2. Reliëfbeleving; 3. Extreme historische gelaagdheid. Artikel 1.9: Aardkundige waarden Het gaat hierbij om regels die de aantasting van aardkundige waarden voorkomen of tot het uiterste beperken. Het geven van een dubbelbestemming is mogelijk en kan aanbeveling verdienen als de aardkundige waarden zich over meerdere andere bestemmingen uitstrekken. Daarbij dient de rangorde tussen de bestemmingen te worden aangegeven. Ter bescherming van de waarden kunnen zo nodig aanlegvoorschriften worden opgenomen. Artikel 4.1: Stedelijk gebied Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'stedelijk gebied' kan bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'Stedelijk gebied' bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

15

3.2.3 Conclusie provinciaal beleid Binnen het plan worden vijf wooneenheden binnen het 'Stedelijk gebied' en binnen de rode contour toegevoegd. Stedelijke ontwikkelingen, zoals het toevoegen van woningen, zijn hier toegestaan. Het plan heeft geen gevolgen voor de kernkwaliteiten van de Utrechtse Heuvelrug. Er wordt rekening gehouden met de inpassing van de woningen in het landschap. Het gebied ligt binnen de 'groene mantel' van Soest. Hierbij is het uitgangspunt dat het landschap een duidelijk en sterk profiel moet krijgen. Binnen dit versterkte landschappelijk kader kan geleidelijk en gedoseerd op een aantal plekken woningbouw plaatsvinden. Ook blijft de bestaande groenstructuur behouden. Het gaat dan om de bomenrij aan de kant van de weg. Deze bomenstructuur duidt de oorspronkelijke en karakteristieke landschappelijk verkavelingsstructuur van dit gebied. De afgestorven/slechte bomen worden vervangen. Ook worden toevoegingen gedaan in de vorm van meidoornhagen. Deze komen traditioneel gezien in het gebied voor. Stedenbouwkundig gezien passen de woningen in het bestaande lint van het 1e Heezerlaantje. Door de garages verder naar achteren te plaatsen en hier open ruimte af te dwingen blijven doorzichten in het gebied behouden. Deze doorzichten passen bij de andere bebouwing in het gebied. Hierdoor blijft het dorpse en half‐open karakter behouden.

Ook qua bouwhoogtes wordt aangesloten bij andere (nieuw)bouw in het gebied, zoals de Bosstraat en Den Blieklaan. Binnen het plan worden gasloze woningen gerealiseerd, zodat duurzame energiebronnen worden toegepast en worden zo gebouwd dat het energieverbruik wordt beperkt. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de provinciale beleidsambities, zoals verwoord in de Provincie Ruimtelijke Structuurvisie 2013‐2028 en vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Soest (2009‐2030) In de structuurvisie is globaal vastgelegd hoe de gemeente Soest er in 2030 ongeveer uit moet zien. De kracht van de structuurvisie zit in de samenhang tussen elementen als aantal en soort woningen, werkgelegenheid, voorzieningen en verkeersafwikkeling. Het speerpunt van de structuurvisie is om het dorp Soest levendig en groen houden. In de structuurvisie wordt gestreefd naar een evenwichtige bevolkingsopbouw. Alle bevolkingsgroepen moeten kunnen blijven wonen, werken en gebruik maken van voorzieningen in de gemeente Soest. Daarom wordt er gebouwd voor de eigen bevolking en wordt rekening gehouden met een kleine instroom. Het toevoegen van woningen, voornamelijk voor het goedkope segment en voor doorstromers, mag niet ten koste gaan van het groene en dorpse karakter. Het combineren van deze punten leidt tot een integrale visie voor de kern Soest met enkele nieuwe ontwikkelmogelijkheden. Deze nieuwe mogelijkheden worden, waar mogelijk vertaald naar het bestemmingsplan. Omdat nog niet alle mogelijkheden voldoende zijn uitgekristalliseerd is het niet altijd mogelijk om alle maatregelen uit de structuurvisie direct mee te nemen in het bestemmingsplan. In figuur 3.1 is de structuurvisie uitgebeeld op een kaart voor de gemeente Soest. In deze kaart is duidelijk aangegeven welke ontwikkelingen waar wenselijk zijn en onder welke voorwaarden.

Het plangebied ligt in het zwarte vierkant, net binnen de grens van de rode contour. In het plangebied geldt de integrale ontwikkeling van de 'Groene Mantel' van Soest.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

16

Figuur 3.1 ‐ Structuurvisiekaart Soest (bron: Structuurvisie Soest) Toetsing In de Structuurvisie Soest 2009 – 2030 is het plangebied aangewezen als een gebied met 'integrale ontwikkeling' van de groene schil aan de zuidwest‐ en noordwestzijde van de kern Soest. Dit wordt ook wel gezien als een de 'Groene Mantel' van Soest. Hierbij is het uitgangspunt dat het landschap een duidelijk en sterk profiel moet krijgen. Binnen dit versterkte landschappelijk kader kan geleidelijk en gedoseerd op een aantal plekken woningbouw plaatsvinden. Het voorstel is om in dit gebied de nog benodigde uitbreiding van Soest te zoeken, eerst binnen de rode contour, dan indien nodig daarbuiten. Landschappelijk is dit vanwege het half‐open karakter relatief goed in te passen. Ook kan de woningbouw zodanig worden gesitueerd en vormgegeven dat het de ecologische ontwikkeling niet in de weg zit. Met het voorliggende plan voor de bouw van 5 woningen wordt gebouwd binnen de 'rode contour' waarbinnen nieuwbouw van woningen mogelijk is. Wel wordt daarbij in het ontwerp rekening gehouden met het half ‐open karakter van het gebied. Zo wordt met de situering van de woningen een deel van het weiland bebouwd en worden de doorzichten tussen de woningen naar achteren gemaakt.

Dit door de garages verder op het achtererf te realiseren, waardoor het ruimtelijke beleving is dat er doorzichten naar achteren zijn in plaats van een dichte aaneengesloten bebouwingswand. Voor het gedeelte van het plangebied dat buiten de rode contour ligt wordt de openheid behouden door geen bebouwingsmogelijkheden toe te staan. Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

17

De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), beoordeelt of het bouwplan aan de (welstands)eisen voldoet. Door het afstemmen van het ontwerp op het heersende straatbeeld en doorzichten te waarborgen, vindt er geen negatief effect plaats op de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied. De bouw van vijf woningen gaat niet ten koste van het groene en dorpse karakter. 3.3.2 Masterplan Wonen Soest Op 20 mei 2020 is het Masterplan Wonen Soest vastgesteld. Het Masterplan Wonen heeft drie belangrijke uitgangspunten:  De woningbouw moet inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte van onze inwoners  Met de woningbouw willen we de doorstroming op de woningmarkt stimuleren  We streven naar een gevarieerd aanbod in de nieuwbouw (woningtype, eigendom en prijsklasse) Voor de kern van Soest is het streven om in 2025 700 tot 800 woningen te realiseren. Voor de eerstkomende jaren is vooral een pragmatische aanpak belangrijk.

De druk op de woningmarkt is groot, dus hoe zorgen we ervoor dat in de periode tot en met 2025 niet alleen voldoende, maar ook de juiste woningen worden gebouwd? Daarom hebben we een no regret‐woningbouwscenario opgesteld (zie tabel 2.1), bestaande uit een woningbouwprogramma dat het meest tegemoetkomt aan onze kwantitatieve en kwalitatieve ambities voor de kern Soest en voldoende realistisch is gezien de korte termijn (rekening houdend met bestaande afspraken, grondposities, financiële haalbaarheid en beschikbare locaties). In de koopsector blijft de focus op de goedkope marktsegmenten liggen, met name appartementen, maar ook rij‐ en hoekwoningen. Maar we bieden ten opzichte van het behoeftebeeld iets meer ruimte voor koopwoningen in het midden‐ en hogere prijssegment om (1) doorstroming te creëren, (2) meer variatie in het nieuwbouwaanbod te bieden en (3) de financiële haalbaarheid van ons woningbouwprogramma te borgen. Het aandeel rij‐ en hoekwoningen komt ten opzichte van het behoeftebeeld iets hoger te liggen, met name door meer ruimte te bieden aan rij‐ en hoekwoningen in het midden‐ en hogere prijssegment. Daarnaast blijft er in dit scenario ook ruimte voor nieuwbouw van 2‐onder‐1 kap en vrijstaande woningen, juist om kwalitatieve vernieuwing in dit segment te bieden en doorstroming te creëren van gezinnen.

Toetsing Met het bouwplan aan het 1e Heezerlaantje worden 4 twee‐onder‐een kapwoningen en een vrijstaande woning gebouwd. De bouw van dit type woningen sluit aan bij de ruimte die in het Masterplan Wonen Soest wordt gegeven in het kader van gevarieerde woningbouw, doorstroming en kwalitatieve vernieuwing van het woningaanbod. 3.3.3 De groene kernkwaliteit van Soest (2014) In het groenstructuurplan van de gemeente Soest (De groene kernkwaliteit, 2014) is de hoofdgroenstructuur van de gemeente aangegeven. Het groenstructuurplan beschrijft de belangrijkste groenstructuren op dorps‐ en wijkniveau van Soest en Soesterberg, waarbij bomen de belangrijkste dragers van het groene karakter van de gemeente zijn. De bomen zijn apart aangegeven in de nota 'Bescherming en kap van bomen'. De bos‐ en natuurgebieden zijn daarbij niet meegenomen. De gemeente Soest heeft een uitgebreide groenstructuur zowel binnen de bebouwde kom als in het groene buitengebied. Daarbij zijn nog veel landschappelijke cultuurhistorische elementen aanwezig. De kernkwaliteit van het groen in Soest bestaat uit een combinatie van visueel‐ruimtelijke, functioneel‐ ruimtelijke en economische kwaliteiten. Het groen op dorps‐ en wijkniveau draagt bij aan de collectieve beleving van de groene kernkwaliteit, waarbij bomen de belangrijkste groenelementen zijn.

Het groen dat bepalend is voor de groene kernkwaliteit is vastgelegd op de groenstructuurkaart.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

18

Toetsing Bepalend voor de groenstructuur in het gebied is de bomenrij langs de weg. Deze bomenstructuur duidt de oorspronkelijke en karakteristieke landschappelijk verkavelingsstructuur van dit gebied. Met de beoogde ontwikkeling blijven de bomen die er in de huidige situatie staan behouden. Voor het plangebied heeft een bomeninventarisatie plaatsgevonden, zie Bijlage 4. Hieruit blijkt dat van de vijf bomen, er één afgestorven is en één boom van mindere kwaliteit staat. De gezonde bomen blijven behouden, waarbij de twee mindere bomen binnen twee jaar na inwerkingtreding voor de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning worden vervangen. Door het laten staan van de bomen die behouden kunnen blijven volgens de bomeninventarisatie, wordt de groene kernkwaliteit van de straat niet negatief beïnvloed. Ook wordt de groenstructuur versterkt door meidoornhagen te planten rondom de woningen. Zie ook figuur 4.2 voor het inpassingsplan. 3.3.4 Nota 'Bescherming en kap van bomen' In 2012 is de Nota 'Bescherming en kap van bomen' vastgesteld. De gemeente Soest geeft hierin aan zich te kenmerken door haar groene karakter. Dit wordt met name bepaald door de bomen in de gemeente. Zij bepalen de sfeer van de openbare ruimte, zijn structuurbepalend en kunnen een cultuurhistorische, ecologische en educatieve waarde hebben.

De gemeente Soest streeft naar een duurzaam bomenbestand en duurzame bomenstructuren. Ondermeer door het beschermen van bomen. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is het beschermen en kappen van bomen. In de nota gaat het om zowel gemeentelijke als particuliere beschermwaardige bomen. De bomen maken deel uit van het groenstructuurplan, zoals in paragraaf 3.3.3 uitgelegd. De bomenstructuren zijn bepalend voor het landschap. Ze vertellen iets over het aanwezige landschap en onderstrepen de cultuurhistorische achtergrond van een plek. De bomen dragen bij aan het groene karakter van Soest. De te beschermen bomen zijn binnen de nota onderverdeeld in de volgende categorieën:  bomenstructuren;  monumentale bomen;  waardevolle bomen;  particuliere bomen op percelen groter dan 175 m²;  overige openbare bomen. Voor monumentale bomen is een speciale bomenkaart opgesteld, met daarop de monumentale bomen binnen de gemeente. Het plangebied is aangegeven in de bomenkaart in figuur 3.2.

Figuur 3.2 ‐ bomenkaart Soest met daarin het plangebied (bron: bomenkaart Soest)

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

19

Toetsing In het plangebied komt een bomenstructuur voor langs de weg. Het gaat hier om vijf openbare bomen. Deze bomen zijn geïnventariseerd en twee zijn te ziek, zie ook Bijlage 4. Deze worden te zijner tijd vervangen door nieuwe bomen. Op deze wijze is de bomenstructuur in het plan gedefinieerd en geborgd. Ten zuiden van het plangebied is één monumentale boom (zomereik) gelegen, zie figuur 3.2. Deze zomereik is beeldbepalend in het gebied. Met de bouw van de woningen is ook rekening gehouden met de zichtbaarheid van de eik. Om dit te borgen is naast de vrijstaande woning een aanduiding 'specifieke vorm van Tuin ‐ openheid' opgenomen dat bebouwing niet is toegestaan aan de westzijde van het plangebied. De monumentale eik blijft daardoor over een grote afstand zichtbaar vanaf de openbare weg. 3.3.5 Gemeentelijk water‐ en rioleringsplan 2018‐2022 De gemeenteraad van Soest heeft het Gemeentelijk Water‐ en Rioleringsplan Soest‐Baarn 2018‐2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod.

Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen. Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Toetsing De afvoer van hemelwater wordt afgekoppeld, zodat geen extra hemelwater in het riool terecht komt. 3.3.6 Welstandsbeleid Op 13 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Soest de nieuwe Welstandsnota vastgesteld om transparant welstandsbeleid te kunnen voeren. Het welstandsbeleid is bedoeld om te zorgen dat bij bouwen en verbouwen de omgeving niet visueel wordt aangetast. De nota staat vol inspirerende voorbeelden, kaartmateriaal en gebiedsbeschrijvingen. Om mensen die een vergunning aanvragen te ondersteunen bij het indienen van een kwalitatief goed plan, zijn proces en inhoud van de welstandsbeoordeling duidelijk beschreven. De Welstandsnota van de gemeente Soest heeft gebiedsgerichte benaderingswijze. Met de gebiedsgerichte benaderingswijze zijn de karakteristieken van wijken en samenhangende gebieden in heel de gemeente Soest vastgelegd en gewaardeerd.

Hiermee moeten de ontwerpers van nieuwe bouwplannen rekening houden en het biedt de Commissie Ruimtelijk Kwaliteit handvatten voor het formuleren van een welstandsadvisering. Toetsing Het plangebied valt binnen het deelgebied Klaarwater, Smitsveen, Bosstraat. Hier geldt het reguliere welstandsregime (niveau 3), waarbij ervoor gezorgd dient te worden dat het basisniveau gewaarborgd wordt. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen het karakter van het gebied. Door te werken met een alzijdige kap en erkers aan de voorzijde blijft het dorpse karakter behouden.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

20

3.3.7 Duurzaamheidsplan (2016‐2020) In februari 2016 is het Duurzaamheidsplan 2016‐2020 vastgesteld. De onderstaande ambities en doelstellingen hebben betrekking op het ruimtelijk beleid. Ambities voor 2030 Waar er gebouwd wordt wil de gemeente Soest niet ten koste van de natuur maar met de natuur ontwikkelen. Op ieder schaalniveau moeten natuur en stad worden verbonden in het ruimtelijk ontwerp. Doelstellingen voor 2020 Voor nieuwbouw geldt de GPR‐score van minimaal 7 (GPR= integrale praktijkrichtlijn hoe woningen gebouwd moeten worden met cijfer voor energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit, toekomstwaarde). Waar mogelijk wordt gekeken om een stapje verder te gaan; 

 

Bij verstedelijking en uitbreiding hiervan neemt de gemeente de voorwaarde op dat ruimtelijke plannen een onderbouwing moeten bevatten over de wijze waarop het plan rekening houdt met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen; In ruimtelijke plannen (bv. Structuurvisies, bestemmingsplannen of omgevingsplan) en in het voortraject (verkoop grond) altijd duurzaamheidsaspecten meewegen; De gemeente streeft bij gebiedsontwikkelingen naar zelfvoorzienend op het thema energie. Wij nemen bij uitleglocaties en transformatieopgaven de voorwaarde op dat gemeenten en initiatiefnemers in ruimtelijke plannen dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie, waarbij onder meer wordt gedacht aan toepassing van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne‐energie en biomassa.

Toetsing In paragraaf 5.12 wordt nader ingegaan hoe in de beoogde ontwikkeling rekening is gehouden met duurzaamheid.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

21

Hoofdstuk 4

4.1

Planbeschrijving

Inleiding

Initiatiefnemer is voornemens 5 woningen (twee twee‐onder‐één kapwoningen en een vrijstaande woning) te realiseren, die aansluiten bij de omgeving en bijdragen aan het behoud van het dorpse karakter. De nieuwe woningen worden gepositioneerd aan het einde van een rij bestaande woningen, aan het eind van de rode contour. Deze gaat na de vrijstaande woning over in landelijk gebied. De bestaande woningen aan het 1e Heezerlaantje zijn grondgebonden woningen met een dorps karakter. Door een variatie in woningen en kap te realiseren, ontstaat er een gedifferentieerd beeld met open doorzichten. De garages worden verder naar achter gesitueerd. Zo ontstaat er een open beeld vanuit de openbare ruimte. Hiermee sluit het programma goed aan op het al bestaande lint en blijft het dorpse karakter behouden. Een alzijdige kap, erker aan de voorkant en aanplant van groene hagen en het behoud van de openbare bomen (hoofdgroenstructuur volgens de nota 'De groene kernkwaliteit van Soest) aan de voorzijde versterken het doorgaande beeld en groene karakter in de straat. Zie hiervoor ook figuur 4.3, de inrichtingstekening van de ontwikkeling. De groenstructuur is als beschermde bomenstructuur opgenomen op de bomenkaart behorende bij de nota 'Bescherming en kap van bomen'. Deze bomenstructuur duidt de oorspronkelijke en karakteristieke landschappelijk verkavelingsstructuur van dit gebied.

De aanwezige bomenstructuur wordt niet aangetast door deze ontwikkeling, maar blijft juist behouden. De aanwezige dode/slechte bomen (2 st) worden te zijner tijd vervangen door nieuwe bomen. Stedenbouwkundig is op een grotere schaal dan alleen het 1e Heezerlaantje naar de woningen gekeken. De nieuw te ontwikkelen woningen sluiten qua korrelgrootte en positie op de kavel aan bij de bestaande woningen. Voor de maatvoering en schaal van de woningen is aangesloten bij andere (nieuwbouw)woningen, zoals bijvoorbeeld aan de Bosstraat en Den Blieklaan. Qua hoogte overstijgt de nieuwbouw beperkt de maat van de bestaande bebouwing aan het 1e Heezerlaantje. Dat heeft te maken met het feit dat aan de huidige nieuwbouwwoningen andere eisen worden gesteld, ten aanzien van bouwbesluit, duurzaamheid, toekomstbestendigheid en praktische bruikbaarheid. Naar aanleiding van een bewonersavond is ook in de bouwhoogte een halve meter gezakt (van 11 naar 10,5 m). De vrijstaande woning blijft wel op 11 m staan, doordat deze een rieten dak moet kunnen hebben. Deze is per definitie dikker dan een dakpannen dak. De woningen krijgen ieder 2 parkeerplaatsen op eigen terrein en er wordt een mogelijkheid voor langsparkeren in de groene berm gerealiseerd voor 4 auto’s.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

22

Figuur 4.1 Impressie van de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

23

Figuur 4.2 ‐ inrichtingstekening beoogde ontwikkeling

4.2

Werkzaamheden

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een grasveld met aan de noordzijde een vijftal bomen. Dit bestemmingsplan voorziet in een planologische wijziging van 'Agrarisch met waarden' naar 'Wonen' en 'Tuin'. Hierdoor wordt de realisatie van woningen en bijbehorende voorzieningen mogelijk.

4.3

Verkeer en parkeren

Er moet rekening worden gehouden met de effecten die nieuwe ontwikkelingen hebben op de aspecten verkeer en parkeren. In deze paragraaf wordt de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de beoogde woningbouw berekend en beoordeeld. Toetsingskader Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW‐ publicatie 381 'Toekomstbestendig Parkeren' (2018). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Nota parkeernormen auto en fiets, 3e herziening, slimmer en beter, gemeente Soest, 2018). Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de rest bebouwde kom gehanteerd, de gemeente Soest wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als matig stedelijk gebied. Gezien het gemiddelde autobezit in Soest wordt er uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/de parkeernorm. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten aan het 1e Heezerlaantje. Dit betreft een smalle erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30 km/u geldt. De weg ontsluit woon‐ en bedrijfspercelen. Fietsverkeer deelt de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. In oostelijke richting gaat het 1e Heezerlaantje over in de Den Blieklaan, door deze weg te volgen kan via de Bosstraat en Pimpelmees het centrum van Soest of het hoofdwegennet worden bereikt.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

24

Parkeren Parkeerbehoefte In de 'Nota parkeernormen auto en fiets (3e herziening) d.d. 28 september 2017' van de gemeente Soest zijn onder andere specifieke parkeernormen voor diverse woningtypes opgenomen. Voor woningen van 121 m² GO of groter geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Het plan voorziet in de realisatie van vijf nieuwe woningen, elk met een gebruiksoppervlakte groter dan 121 m². De berekende parkeerbehoefte komt daarmee uit op 10 parkeerplaatsen. Parkeeraanbod De berekende parkeereis van 10 parkeerplaatsen dient te worden opgevangen op nieuw te realiseren parkeerplaatsen bij de woningen. Parkeren wordt op gelost op de oprit van de woningen en door middel van 4 parkeerplaatsen (langsparkeren) in de groene berm langs het 1e Heezerlaantje. Om te beoordelen of het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen, is het belangrijk te weten dat niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein als volledige parkeerplaatsen mogen worden gerekend. Daarom is in de Nota parkeernormen per type parkeerplaats het feitelijk aantal en het berekeningsaantal opgenomen. In het geval van de beoogde woningbouw wordt er bij iedere woning een lange oprit met garage gerealiseerd, welke feitelijk plaats bieden aan 3 auto's. Het gegeven berekeningsaantal is echter 1,3 lange oprit met garage. Daarmee zorgen de opritten met garages voor een parkeeraanbod van 6,5 parkeerplaatsen.

De overige 4 langsparkeerplaatsen zorgen ervoor dat ruim aan de berekende parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen wordt voldaan. Een aanvullende eis die is opgenomen in de Nota parkeerplaatsen schrijft voor dat bij woningbouw (een deel van) de autoparkeerplaatsen voor bezoekers openbaar moeten zijn. Bij een ontwikkeling van 3 of meer woningen moet per 3 woningen ten minste 1 parkeerplaats openbaar zijn. Dat wil zeggen bij 3 woningen ten minste 1 parkeerplaats en bij 4, 5 of 6 woningen ten minste 2 parkeerplaatsen etc. De 4 langsparkeerplaatsen (groene berm) zijn openbaar toegankelijk, waarmee wordt voldaan aan deze aanvullende eis. Verkeersgeneratie en –afwikkeling De realisatie van vijf woningen leidt tot een toename van de verkeersgeneratie. Deze toename kan worden berekend aan de hand van kencijfers uit CROW‐publicatie 381. Tabel 4.4 toont de berekende verkeersgeneratie. Woningtype Koop, huis, twee‐onder‐een‐kap Koop, huis, vrijstaand Totale verkeersgeneratie Tabel 4.4. Verkeersgeneratie

Aantal 4 1

Kencijfer 7,8 per woning 8,2 per woning

Verkeersgeneratie 31,2 8,2 40 mvt/etmaal

De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 40 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling 45 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 5 mvt. Deze verkeerstoename is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

25

Conclusie verkeer en parkeren De ontsluiting van het plangebied is goed. De verkeerstoename ten behoeve van de ontwikkeling is beperkt en zal nauwelijks merkbaar zijn op het omliggende wegennet. Op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

26

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

27

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

Naast de toetsing aan het bestaande beleid, zoals verwoord in het voorgaande hoofdstuk, zal de nieuwe ontwikkeling ook moeten worden getoetst aan de wettelijke voorschriften omtrent milieu. Dit om de impact op de omgeving te verantwoorden. In dit hoofdstuk worden de resultaten van de onderzoeken naar een aantal milieuaspecten besproken, die relevant zijn voor het bestemmingsplan. Het gaat dan vooral om geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geur, zoneringsafstanden tussen bedrijven, etc. Naast milieu gaat dit hoofdstuk in op de onderdelen water, natuur, cultuurhistorie, archeologie en kabels en leidingen.

5.2

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.‐beoordelingsplichtig is wanneer de ontwikkeling betrekking heeft op 'een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer' (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 5 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' voor deze ontwikkeling voldoende is. Het bevoegd gezag dient een m.e.r.‐beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. De aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r.‐beoordeling is opgenomen in bijlage 1. Hieruit blijkt dat het doorlopen van een MER‐procedure niet nodig is.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

28

5.3

Ecologie

Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura‐2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

29

Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Utrecht In de gemeente Soest is de provincie Utrecht het bevoegd gezag voor de Wnb. De provincie Utrecht handhaaft in haar Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Utrecht (die per 1 januari 2017 in werking is getreden) de vrijstelling voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden voor de soorten die vielen onder de vrijstelling in de Flora‐ en faunawet voor algemeen voorkomende soorten (Ffwet ‐ tabel 1 AMvB art. 75).

Alleen voor de soorten molmuis, ondergrondse woelmuis en tweekleurige bosspitsmuis is deze vrijstelling komen te vervallen, omdat blijkt dat deze soorten niet of nauwelijks voorkomen in Utrecht zodat een provinciale vrijstelling voor die soorten niet opportuun is. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Onderzoek Het plangebied is in de huidige situatie een grasveld/paardenwei. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van vijf woningen en bijbehorende voorzieningen zoals een garage. Gebiedsbescherming Natura 2000‐gebied Het plangebied ligt op circa 10 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000‐ gebied 'Oostelijke Vechtplassen'. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Omdat de woningen gasloos uitgevoerd worden, is alleen het wegverkeer een bron van emissies. In de verkeersanalyse zoals opgenomen in het bestemmingsplan is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 40 mvt/etmaal aan personenauto's voor een gemiddelde weekdag.

De stikstofdepositie wordt berekend in mol/hectare/jaar. Dat betekent dat in principe de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag als uitgangspunt wordt gehanteerd. De verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag ligt lager dan op een gemiddelde werkdag. In de berekeningen is worstcase uitgegaan van de verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag. Uitgangspunt is dat verkeerseffecten worden meegenomen tot deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de berekeningen is er van uitgegaan dat 10% van het verkeer (4 mvt/etmaal) via 1e Heezerlaantje in de richting van de hockeyvelden afwikkelt. 90% (36 mvt/etmaal) van het verkeer zal afwikkelen in oostelijke richting, via de Den Blieklaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

30

De berekeningen zijn uitgevoerd voor het rekenjaar 2020 (worstcase). In de verdere toekomst nemen de emissies ten gevolge van het wegverkeer af door toepassing van schonere technieken. Uit de berekening volgt dat er geen depositie plaatsvindt op Natura 2000‐gebieden in de omgeving, zie Bijlage 2. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Er liggen geen ecologische verbindingszones in de buurt van het plangebied. Het dichtstbijzijnde NNN‐ gebied ligt op circa 500 meter van het plangebied. De beoogde activiteiten hebben geen invloed op de functie van deze zone. Negatieve effecten worden uitgesloten. Soortenbescherming Op 21 juni 2019 is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie Bijlage 3. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten en/of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Het voorkomen van en effecten op vleermuizen en vogels met vaste rusten verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig.

Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Utrecht. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van de analyse worden effecten op beschermde planten‐ en diersoorten uitgesloten. Ook heeft er ter plaatse van het plangebied een bomeninventarisatie plaatsgevonden om te beoordelen in welke conditie de bomen zijn en of deze behouden kunnen worden, zie Bijlage 4. Drie van de vijf bomen zijn in acceptabele conditie en kunnen behouden worden. Eén van de bomen is afgestorven en een andere boom is voor het grootste deel afgestorven. Geadviseerd wordt deze twee bomen te verwijderen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot significante effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

5.4

Luchtkwaliteit

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.5 weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002065.20190769

31

Tabel 4.5 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL‐monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort.

De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Koningsweg, ten noordoosten van het plangebied. Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 (jaar van realisatie) de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden liggen. De gemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen in 2020: 16,23 µg/m³ voor NO2, 18.73 µg/m³ voor PM10 en 11,07 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24‐uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7 dagen. Omdat direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Conclusie Het plan bevat de realisatie van 5 woningen en is daarom vrijgesteld aan toetsing van de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=82eb1ee1-df5d-4916-87a4-f48831f03795