6. Bijlage 5 Ecologische quickscan
Tekst van het document
Rapport Quickscan Ecologie Van Weedestraat 97 te Soest
Rapport Quickscan Ecologie Van Weedestraat 97 te Soest
Opdrachtgever:
Projectnummer Mateboer: EC237076/SK Opgesteld door:
M. Hazelzet BSc
Bureau voor planvorming & Advies
Projectnummer Bureau voor planvorming & Advies: Paraaf:
Datum:
Status:
23 juni 2023 Gecontroleerd door:
Definitief Paraaf:
J. Tiesinga BSc
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 3
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen ........................................................................................... 3
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens ................................................................................................... 5
1.4
Opbouw rapport .................................................................................................................................... 5
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 6 2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming .............................................................................................. 6
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid .......................................................................................................... 7
2.3
Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 8
GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................................ 9 3.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................................... 9
3.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 10
SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 11 4.1
Flora ..................................................................................................................................................... 11
4.2
Vleermuizen ......................................................................................................................................... 11
4.3
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 12
4.4
Broedvogels ......................................................................................................................................... 12
4.5
Amfibieën ............................................................................................................................................ 12
4.6
Reptielen.............................................................................................................................................. 13
4.7
Vissen ................................................................................................................................................... 13
4.8
Ongewervelden ................................................................................................................................... 13
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES ...................................................................................... 14
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 15
BIJLAGEN Bijlage 1: Verbodsartikelen soortenbescherming
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Bureau voor planvorming & Advies opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met de herontwikkeling van de locatie Van Weedestraat 97 te Soest. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel het inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden. Bij de werkzaamheden zijn geen, middels de Wet natuurbescherming, beschermde houtopstanden betrokken. Zodoende wordt dit onderdeel niet behandeld in voorliggende rapportage.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen
Het plangebied is gelegen aan de Van Weedestraat 97 te Soest (figuur 1.1). Het plangebied betreft een pand met veel ramen, en het pand bestaat deels uit plaatmateriaal en deels uit steen (figuur 1.2). Op de benedenverdieping van het pand is een winkel aanwezig. Achter het pand is een parkeerplaats aanwezig (figuur 1.3) met verschillende struiken en een schuurtje. Aan de oostkant is een bomenrij aanwezig die op het naastgelegen perceel staan. De beoogde herontwikkeling bestaat uit het slopen van het pand, bouwrijp maken van het perceel en het realiseren van appartementen.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (binnen de blauwe belijning).
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
3
Figuur 1.2 Overzichtsfoto van het plangebied.
Figuur 1.3 Overzichtsfoto van het plangebied
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
4
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door M. Hazelzet BSc. Zij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van drie jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
1.4
Opbouw rapport
In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de bronnen staan vermeld.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
5
2
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE
2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming
In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/. Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden.
De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten: • Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is; • Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I; • Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
6
De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig.
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.
Flora- en fauna Voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ heeft de Provincie Utrecht vrijstelling verleend voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a). De Provincie Utrecht heeft in haar omgevingsverordening vastgesteld dat verschillende diersoorten op de vrijstellingslijst van soorten staan (artikel 6.51). Deze soorten zijn opgesomd in bijlage 9 van de omgevingsverordening. (Provincie Utrecht, 2023) Daarnaast heeft de Provincie Utrecht broedvogelsoorten aangewezen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (ook buiten het broedseizoen). (Provincie Utrecht, 2023)
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
7
2.3
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, kennisdocumenten en soort specifieke rapporten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in hoofdstuk 6. Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 15 juni 2023 (22 °C, helder, 1Bft, droog). Tijdens dit veldbezoek is zowel het plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij is ook aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde in of rondom het plangebied. Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.
1
Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
8
3
GEBIEDSBESCHERMING
In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.
3.1
Natura 2000-gebieden
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft Arkemheen op circa 8,5 kilometer afstand hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied (figuur 3.1).
Figuur 3.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Arkemheen
Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van externe werking2 op Natura 2000-gebieden. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwateronttrekking. Gezien de aard van de voorgenomen plannen en de tussenliggende afstand is het onwaarschijnlijk dat deze een negatief effect hebben op het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied Arkemheen. Desondanks, kan door het bevoegd gezag (Provincie Utrecht) een Aerius-calculatie verplicht worden gesteld op basis van de voorgenomen plannen.
2
Van externe werking is sprake als een activiteit niet plaats vindt binnen een Natura 2000-gebied, maar er wel negatieve effecten op heeft. Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
9
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op circa 1,2 kilometer afstand van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in figuur 3.2.
Figuur 3.2 De ligging van het onderzoekgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland
Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van de voorgenomen plannen/ingreep/ werkzaamheden geen (significante) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
10
4
SOORTENBESCHERMING
Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.
4.1
Flora
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze worden op basis van het aanwezige biotoop ook niet verwacht. Aangetroffen plantensoorten betreffen niet-beschermde soorten zoals reuzenlevensboom, brandnetel, klimop, laurierkers en puntrederik. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.
4.2
Vleermuizen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis te verwachten. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn wat hun keuze voor verblijfplaatsen betreft, globaal in te delen twee typen vleermuizen: gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen (Dietz et al. 2011). Boom bewonende soorten Soorten zoals de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis maken gebruik van holtes en spleten in bomen als verblijfplaats en worden soms ook achter loshangend schors waargenomen. Gebouw bewonende soorten Andere soorten zoals gewone dwergvleermuis worden uitsluitend in gebouwen aangetroffen. Hier bevinden de verblijfplaatsen zich voornamelijk op zolders, onder dakpannen, in spouwmuren en achter houten betimmering. In de muren van de het pand zijn open stootvoegen aanwezig. Tevens zijn openingen aanwezig onder de metalen lijsten. De openingen kunnen mogelijk toegang geven voor vleermuizen tot de aanwezige spouwmuren (zie figuur 3.3). In verband met de voorgenomen herontwikkeling worden mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verwijderd. Hiermee wordt mogelijk een overtreding van de Wet natuurbescherming begaan en derhalve dienen vervolgstappen in de vorm van een nader onderzoek naar vleermuizen te worden uitgevoerd.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
11
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer meerdere grondgebonden zoogdieren te verwachten. Hieronder valt de das en eekhoorn en de in de Provincie Utrecht vrijgestelde soorten bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen (zoals sporen, uitwerpselen en verblijfplaatsen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van dassen (burchten, mestputjes) en eekhoorns (nesten, holle bomen). Daarnaast vormt het plangebied en de omgeving geen essentieel leefgebied voor deze soorten. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van andere beschermde (en niet vrijgestelde) zoogdieren. Vervolgstappen zijn in deze situatie niet noodzakelijk voor grondgebonden zoogdieren.
4.4
Broedvogels
Broedvogels met een jaarrond beschermd nest Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer diverse jaarrond beschermde soorten te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen waarnemingen gedaan van jaarrond beschermde nesten. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden zijn geen negatieve effecten te verwachten op broedvogels met een jaarrond beschermd nest. Zo worden geen nesten verwijderd en is geen sprake van verstorende werking door de werkzaamheden. De werkzaamheden vinden plaats op een locatie waar in de bestaande situatie reeds verstoring aanwezig is door wegverkeer. Overige broedvogels In en rondom het plangebied zijn diverse meer algemeen voorkomende vogelsoorten waargenomen, zoals houtduif en merel maar geen nesten. Op het schuurtje hangt een vogelhuis (zie figuur 4.1). Om overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de werkzaamheden en het verwijderen van het vogelhuisje buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot en met half juli) uitgevoerd te worden of kan voorafgaand aan werkzaamheden (wanneer in het broedseizoen wordt gestart met de werkzaamheden) een broedvogelcheck worden uitgevoerd. Figuur 4.1 Vogelhuis op schuur
4.5
Amfibieën
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de amfibieën bruine kikker, gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander te verwachten. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied en de directe omgeving geen geschikt voortplantingsbiotoop vastgesteld voor deze soorten. In het plangebied is het door het aanwezige groen en bladerhopen wel mogelijk dat amfibieën overwinteren in het plangebied. Echter zijn de te verwachten soorten door de provincie Utrecht
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
12
vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet nodig.
4.6
Reptielen
Uit de gegevens van Quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van één kilometer de ringslang te verwachten is. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in het plangebied geen geschikt habitat (zoals (heide)vegetatie en broeihopen in de buurt van permanent oppervlaktewater) aanwezig is voor inheemse reptielen. Het nemen van vervolgstappen is deze soortgroep niet nodig.
4.7
Vissen
Binnen een straal van één kilometer blijkt uit de gegevens van de Quickscanhulp dat er geen vissen te verwachten zijn. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in het plangebied geen permanent oppervlaktewater aanwezig is. Hierdoor kan worden uitgesloten dat vissen aanwezig zijn in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen is voor deze soortgroep niet nodig.
4.8
Ongewervelden
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van één kilometer grote vos en sleedoornpage te verwachten zijn. Grote vos De grote vos komt voor binnen vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Als waardplant heeft de grote vos vooral de iep maar ook zoete kers, populier en sommige wilgensoorten. (Vlinderstichting, 2023) Aangezien de waardplanten in en naast het plangebied niet aanwezig zijn is het plangebied niet geschikt voor de grote vos. Het nemen van vervolgstappen voor deze soort is niet aan de orde. Sleedoornpage De sleedoornpage komt voor in sleedoornstruwelen, houtwallen en bosranden. Als waardplant heeft de sleedoornpage de sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (zoals de pruim). (Vlinderstichting, 2023) Aangezien de waardplanten in en naast het plangebied niet aanwezig zijn is het plangebied niet geschikt voor de sleedoornpage. Het nemen van vervolgstappen voor deze soort is niet aan de orde.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
13
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES
In onderstaande tabel (5.1) is overzichtelijk weergegeven welke beschermde natuurgebieden en soort(groep)en aanwezig dan wel te verwachten zijn in het plangebied en directe omgeving. Tevens is weergegeven of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft op deze beschermde natuurwaarden en wat de te nemen vervolgstappen zijn. Tabel 5.1 Overzichtstabel aanwezigheid beschermde natuurwaarden en vervolgstappen. Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Aanvullend onderzoek
Vergunningplicht
Natura 2000
Ca. 8,5 m
Mogelijk
Mogelijk
-
Geen*
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 1,2 km
-
-
-
-
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Aanvullend onderzoek
Overtreding Wet natuurbescherming
Broedvogels
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Buiten het broedseizoen werken of vooraf aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uitvoeren
Vleermuizen
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Nader onderzoek uitvoeren
Gebiedsbescherming
Soortgroep
Vervolgstappen
Vervolgstappen
Voor niet genoemde beschermde soorten/gebieden zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 2). *Door het bevoegd gezag (Provincie Utrecht) kan een Aerius-calculatie verplicht worden gesteld op basis van de voorgenomen plannen.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
14
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Bij12 (2017). Kennisdocument Das (Meles meles). Versie 1.0. Publicatienummer BIJ12-2017-003. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Versie 1.0. Publicatienummer BIJ12-2017-004. Utrecht: BIJ12. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Leiden: Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill. (2011). Vleermuizen, Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Fontiein/Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Hunink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. NatuurInclusief, Borculo. Netwerk Groene Bureaus. (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Werkgroep 'Standaarden en protocollen'. Netwerk Groene Bureaus. Opgehaald van www.netwerkgroenebureaus.nl Ravon (2023). Soorten. Geraadpleegd via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie op 15 juni 2023. Vergeer, J., Dijk, A. van, Boele, A., Hustings, F. & van Bruggen, J. (2016). Handleiding Sovon broedvogelonderzoek. Sovon Vogelonderzoek Nederland en Centraal bureau voor de Statistiek, Nijmegen. Vlinderstichting (2023). Vlinders. Geraadpleegd via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders op 15 juni 2023. Zoogdiervereniging (2023). Zoogdiersoorten.
Geraadpleegd via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten op 15 juni 2023.
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
15
Bijlage 1: Verbodsbepalingen soortenbescherming Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming Vogelrichtlijn (§ 3.1)
Habitatrichtlijn (§ 3.2)
Overige soorten (§ 3.3)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Quickscan Ecologie, Van Weedestraat 97 Soest, EC237076/SK
16