5. Bijlage 4 Startnotitie Water, Riolering en Klimaatadaptatie
Tekst van het document
Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie Startnotitie voor het omgevingsprogramma Versie1.2 - 23-02-2023
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Aanleiding
4
1.1
Achtergrond
5
1.2
Probleem
5
1.3
Doelstelling
6
1.4
Rol van de gemeente
8
1.5
Rol van het omgevingsprogramma
8
Kaderstelling
10
2.1
Europese kaders
10
2.2
Nationale kaders
13
2.3
Provinciale en regionale kaders
16
2.4
Omgevingsvisie en lokale kaders
17
2.5
Kaders van partners
18
2.6
Financiële en organisatorische kaders
18
2.7
Aandachtspunten bij kaderstelling
19
Opdracht
20
3.1
Opdrachtformulering
20
3.2
Raakvlakken en samenhang met andere programma’s
21
3.3
Afbakening van het programma
22
3.4
Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma
22
3.5
Strategie en afwegingskader
23
3.6
Eindresultaat
24
Plan van Aanpak
27
4.1
Globale aanpak
27
4.2
Onderzoek, informatie en kwaliteit
27
4.3
Programma-organisatie
28
4.4
Participatie
29
4.5
Procedures
31
4.6
Budget
32
4.7
Planning
33
4.8
Communicatie
33
4.9
Uitvoering van het programma
34
5
Bijlagen 5.1
3
Kader voor water, riolering en klimaatadaptatie in omgevingsvisie
36 36
1 Aanleiding Eind 2021 is de Omgevingsvisie Soest en Soesterberg ‘Stap voor Stap ver komen’ door de gemeenteraad vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de ambities, doelen en uitdagingen van de gemeente voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft een beeld van waar de gemeente naartoe werkt in de periode tot 2040. Alle instrumenten van de Omgevingswet sturen, zoals de wetgever dat zegt, op ‘beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving’. Bijna alle beleidsvelden waar we als gemeente mee te maken hebben, hebben wel een raakvlak met de fysieke leefomgeving. De bedoeling is om de ruimtelijke component van al die beleidsvelden in samenhang te benaderen. Twee instrumenten, de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s sturen in samenhang op de overgang van de bestaande situatie naar de gewenste situatie. • In de omgevingsvisie geven we als gemeente aan wat de gewenste situatie voor de fysieke leefomgeving is. • In omgevingsprogramma’s geven we aan hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen en welk beleid en welke gebiedsprojecten daarvoor nodig zijn. De omgevingsprogramma’s waar we nu aan werken (wonen, mobiliteit, werken, energietransitie, water, riolering en klimaatadaptatie en groen en landschap) dekken de belangrijkste ruimtevragers in onze gemeente af en zullen de hoofdlijnen uit de Omgevingsvisie de komende jaren verder in moeten kleuren.
Voor alle programma’s geldt dat er in meer of minder mate een samenhang en/of (in)directe afhankelijkheid is met andere programma’s. Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie is de afspraak gemaakt om bij het uitwerken van een omgevingsprogramma te beginnen met het opstellen van een startnotitie. In de startnotitie staat op welke wijze de opdracht concreet uitgewerkt wordt. De kern van die startnotitie wordt later verwerkt in de inleiding van het programma, zodat iedereen weet wat het verband is tussen dat programma en de opdrachten die naar aanleiding van de visie zijn vastgesteld. De startnotities voor de omgevingsprogramma’s zijn kaderstellend (bedoeld voor een nadere beleidsmatige inkadering). Doel van de kaderstellende startnotitie is immers dat de raad aan de voorkant het (door college voorgestelde) nadere kader toetst. Het college geeft daarna het betreffende programma verder invulling en gaat daadwerkelijk aan de slag met het behalen van de strategische doelen zoals door de raad is vastgelegd in de omgevingsvisie.
4
Er is op veel vlakken behoefte aan vernieuwing of vorming van beleid. Door het formuleren van beleid zetten we een duidelijke stip op de horizon. Daarnaast biedt beleid de mogelijkheid goed te sturen op particuliere initiatieven; het biedt een toetsingskader en bewaakt op deze manier de wijze waarop Soest zich ontwikkelt op langere termijn.
In de bijlage is een overzicht opgenomen van afkortingen, begrippen en digitale vindplaats van documenten, die in de startnotitie worden genoemd.
1.1 Achtergrond De gemeentelijke omgevingsvisie geeft aandacht aan het belang van water, riolering en klimaatadaptie voor Soest. Er staat “ In 2040 zien we water en klimaataspecten in de volle breedte als een onderdeel van de integrale gebiedsopgave om te komen tot een duurzame en waardevolle leefomgeving. We willen de omgeving en het watersysteem robuuster maken. Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. We streven samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden. In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap, recreatie en bescherming van ons erfgoed.” (naar Omgevingsvisie Soest en Soesterberg pag 43-44). Het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie is een sectoraal (thematisch) programma. Het huidige Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP) dateert uit 2018.
Mede in verband met de totstandkoming van onze omgevingsvisie en onze ambities op het gebied van duurzaamheid (waaronder Soest klimaatneutraal), wonen, werken, mobiliteit, groen en landschap is er nu behoefte aan een set thematische programma’s die onderling integraal aansluiten op de overkoepelende omgevingsvisie.
1.2 Probleem In het omgevingsprogramma staan de maatregelen om de taken op het gebied van stedelijke afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater na te komen en in samenhang te beschrijven. Het geeft handvatten om het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan bewoners en bedrijven inzichtelijk wat zij kunnen verwachten van de gemeente. Het programma maakt ook de besteding van de rioolheffing transparant. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het verplichte gemeentelijk rioleringsplan uit de Wet milieubeheer. Op grond van de gemeentewet (art 228a) is de gemeente verplicht om de rioolheffing te onderbouwen. Het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie bevat een kostendekkingsplan om hieraan te voldoen.
5
De gemeente is eigenaar van een intensief netwerk van leidingen en pompen om het afvalwater veilig in te zamelen. Daarnaast zijn er ook veel voorzieningen om regenwater te verwerken en enkele voorzieningen voor het grondwater. Deze netwerken vragen jaarlijks onderhoud en vervanging om te blijven functioneren. Daarnaast zijn er twee specifieke onderwerpen die op korte termijn aandacht vragen: - Riolering Soesterberg Voor de kern Soesterberg is in 2022 al geconstateerd dat de gemeente onvoldoende in controle is over het beheer van het rioolstelsel en daarmee ook de effecten van nieuwe ontwikkelingen. - Klimaatadaptatie In het voorjaar 2022 heeft het college de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie op hoofdlijnen vastgesteld. De raad is hiervan op de hoogte gesteld met een raadsinformatiebrief. In die brief is ook toegezegd dat het college in 2023 het document op hoofdlijnen nader zou detailleren tot een uitgewerkte uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Deze uitvoeringsagenda bestaat uit factsheets per maatregel. Hierin zijn kenmerken opgenomen zoals benodigde middelen, beoogde en geschatte effecten en het thema waarop het betrekking heeft en de mogelijkheden om werk-met-werk te maken, hiermee wordt er breder gekeken dan alleen water, maar ook met de overige disciplines die raken aan klimaatadaptatie, zoals groen, civiel, bouw.
Samengevat: onze opgave “WELKE MAATREGELEN ZIJN NODIG OM EEN TOEKOMSTBESTENDIG, WATERROBUUST, VITAAL, GROEN EN DORPS SOEST TE BEHOUDEN EN TE BEREIKEN?”
1.3 Doelstelling We willen dat Soest toekomstbestendig, waterrobuust, vitaal, groen en dorps blijft. We zoeken naar manieren om doelmatig de natuurlijke en aangelegde onderdelen van de waterketen en het watersysteem te onderhouden en waar nodig uit te breiden. Hierbij moeten we rekening houden met de klimaatveranderingen en met nieuw of veranderend gebruik van drinkwater, afvalwater, regenwater, grondwater. Ruimte is schaars, daarom zoeken we naar integrale maatregelen en gebiedsgericht maatwerk.
6
Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie ezondheid
eefbaarheid
Ruimtelijke kwaliteit
doelmatig
Borgen gezondheid van onze bewoners door contact met afvalwater te vermijden
oe zorgen we ervoor dat we in Soest droge voeten houden, geen water verspillen, niet afwentelen, schoon water schoonhouden, regenwater houden daar waar het valt
ater, riolering en klimaatadaptatie als onderlegger voor een groen en dorps Soest voor bedrijven, bewoners, instellingen en flora en fauna
uiste verhouding tussen kosten voor ambities en de instandhouding voor water, riolering en klimaatadaptie
Riolering Soesterberg kent knelpunten, mede ook door de vele geplande nieuwbouw
Op elke plek bij elk gebruik., bestaand en nieuw veranderend
eekoppelen in openbare en of private ruimte in bestaande bebouwde omgeving, nieuwbouw en bestaande groen gebieden
ostendekking voornamelijk vanuit rioolheffing, aangevuld uit algemene begroting. rolinvulling gemeente en sturingsfilosofie
aatregelmi voor aanpak rioleringssystematiek Soesterberg, scenario nieuw vormen van sanitatie, afval als grondstof
ater en ondergrond medesturendin locatie keuzen. intensiteit maatregelen in bestaande bebouwde omgeving
Balans tussen dwingend via omgevingsplan of vrijwillig via bewustwordingsacties of andere instrumenten.
Risicogestuurde instandhouding infrastructuur als onderdeel van een integrale onderhoudsplanning
2
De drie doelen uit de afbeelding (gezondheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit) zijn overkoepelende doelen. Dat betekent dat niet alleen dit omgevingsprogramma bijdraagt aan het behalen van de doelen, maar ook de andere omgevingsprogramma’s (Wonen, Mobiliteit, Werken, Energietransitie en Groen en landschap). De geformuleerde doelen sluiten aan bij de global goals van de Verenigde Naties. Naast de drie doelen staat voor dit programma een vierde doel namelijk “doelmatigheid”. Binnen het water en rioolbeheer en klimaatadaptatie een bekend begrip omdat er altijd een afweging is tussen de omvang van de maatregelen en de kosten ervan en de ambities. Voor elk (sub)thema formuleren we in het omgevingsprogramma doelen die meetbaar en te monitoren zijn. De hoofddoelen van programma water, riolering en klimaatadaptatie sluiten aan bij de volgende global goals:
Hoe zorgen we voor een toekomstbestendige en klimaatrobuuste leefomgeving. Een goed functionerende afvalwaterketen en watersysteem is essentieel voor gezondheid, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor investeren jaarlijks miljoenen in ondergrondse assets (leidingen, infiltratiekratten e.d.) en bovengrondse assets (pompen, wateren, e.d.). Na aanleg draagt de gemeente kosten voor beheer en onderhoud om ervoor te zorgen dat de assets optimaal blijven presteren.
7
Naast de gemeente dragen bewoners, instellingen en bedrijven bij aan het functioneren van afvalwaterketen en watersysteem in hun alledaagse keuzen over gebruik van water, inrichting van de private leefomgeving. Het veranderende klimaat stelt ons voor andere keuzen dan voorheen. Het regent meer en harder en tegelijkertijd zijn de droogteperioden langer. Perioden met hogere temperaturen en hittegolven treden vaker op en zijn intenser. Het grondwater zakt dieper weg, de bodem wordt droger en harder. Het groen, de bomen en struiken kunnen met hun wortels geen water meer uit de grond halen. Het gras verdort waardoor het bodemleven en ander grondgebonden fauna geen beschutting meer kan vinden. Het ondergronds erfgoed wordt niet meer beschermd door het verder dalende grondwaterpeil. Kortom onze leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit verslechtert. De bevolking groeit en er komen nieuwe functies bij zoals aquathermie en riothermie. Ook als gemeente zullen we meer circulair naar de grondstof water gaan kijken en het lineair gebruik ervan ontmoedigen. Wie doet wat en hoeveel en waarom en hoe dan; dat zijn de vragen waarop we in het omgevingsprogramma antwoorden geven.
1.4 Rol van de gemeente De rol van de gemeente komt voort uit de gestelde wettelijke kaders (zie hoofdstuk 3). De vanuit de wettelijke kaders opgelegde rol biedt ruimte om deze zelf vorm te geven. Dit staat in de Omgevingsvisie van Soest en Soesterberg op pagina 78. Voor de gemeente geldt dat de gestelde ambities uit de omgevingsvisie alleen bereikt kunnen worden als bewoners, bedrijven en instellingen ons helpen. Hoe de gemeente daar per onderdeel invulling aan geeft is een gevolg van de te kiezen sturingsfilosofie ( zie paragraaf 3.5.) Samenwerking bestuurslagen Water verbindt. Dat is ook terug te zien op de manier waarop we in Nederland verantwoordelijkheden en rollen in het waterketen en watersysteembeheer verdeeld hebben over alle bestuurslagen. In het waterbeheer sta je als bestuurslaag nooit alleen. Het programma water, riolering en klimaatadaptatie van Soest zal afgestemd worden met waterschap Vallei en Veluwe, buurgemeenten Baarn, Zeist en Amersfoort en provincie Utrecht.
1.5 Rol van het omgevingsprogramma Zoals al aangegeven is een omgevingsprogramma een uitwerking van een omgevingsvisie. In deze programma’s werken we uit hoe we van de bestaande situatie naar de gewenst situatie willen komen. We formuleren beleid en maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het programma bevat de volgende onderdelen: - Uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving (artikel 3.5, onder a, Omgevingswet) - Maatregelen om aan omgevingswaarden te voldoen of maatregelen om 1 of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken (artikel 3.5, onder b, Omgevingswet).
8
Dit omgevingsprogramma is enerzijds een onverplicht programma onder de Omgevingswet en anderzijds verplicht van uit de benodigde onderbouwing van de rioolheffing (Gemeentewet). Een onverplicht programma wil zeggen dat dit type programma uit eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. De inhoud van het programma is zelfbindend. Onder de Omgevingswet vormen onze programma’s straks een belangrijke schakel tussen (de strategische beleidsdoelen uit) de omgevingsvisie en (de juridische doorvertaling in de regels van) het omgevingsplan. Een van de doelen van(uit) de programma's is dan ook om (zo mogelijk) (nieuwe) regels voor het toekomstig omgevingsplan op te leveren. De regels in het omgevingsplan bepalen immers uiteindelijk welke ontwikkelingen / initiatieven we willen toestaan.
9
2 Kaderstelling In dit hoofdstuk beschrijven we de kaders die vanuit het bestaande beleid aan het programma water, riolering en klimaatadaptatie gesteld worden. Het gaat daarbij om zowel de Europese, landelijke, provinciale, regionale als lokale ‘Soester’ en financiële kaders. Ook is gekeken naar mogelijke relevante kaders van onze overige partners. We hebben een vertaling gemaakt naar wat deze kaders voor ons programma betekenen. We hebben daarbij aangegeven welke beleidsruimte is er, of dat deze mogelijk gecreëerd moet worden. Ook kijken we naar relevante kaders die vanuit ander beleid, andere omgevingsprogramma’s of andere documenten zijn vastgesteld. Tot slot is gekeken of er naast een inkadering van de opdracht in paragraaf 3.1 Opdrachtformulering ook inhoudelijke kaders voor de uitwerking zijn meegegeven in het coalitieakkoord, in de begroting (bijvoorbeeld financiële kaders) of in toezeggingen aan de gemeenteraad. In paragraaf 2.6 Benodigde aanpassing van kaders is aangegeven of er kaders ontbreken of dat juist kaders in tegenspraak met elkaar zijn. Wat dit mogelijk betekent, of bestaand beleid wellicht moet worden aangepast en wat daarvoor nodig is, wordt hierbij aangegeven.
2.1 Europese kaders Klimaatakkoord Parijs De nieuwe klimaatwet uit het voorjaar van 2022 zet in op 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050. De Rijksoverheid heeft deze doelstelling overgenomen in het coalitieakkoord en roept op om beleidsmatig in te zetten op 60% CO2 reductie om de beoogde 55% CO2 reductie te halen. Hiermee wordt verder invulling gegeven aan het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waarin afgesproken is om de gemiddelde mondiale temperatuurstijging te beperken tot 2°C met inspanningen om het te beperken tot 1,5°C. In Nederland is met vele klimaatpartners een klimaatakkoord gesloten met de volgende doelstellingen CO2 reductie per thema: • Elektriciteit: 20,2 Mton , • Industrie: 14,3 Mton , • Gebouwde omgeving 3,4 Mton , • Mobiliteit 7,3 Mton en • Landbouw en landgebruik 3,5 Mton. Het klimaatakkoord heeft weinig directe invloed op dit omgevingsprogramma. De waterketen stoot weinig CO2 door gebruik van elektrisch aangedreven pompen en bepaalde materialen. Waar doelmatig zal gekozen worden voor CO2 reductie. De uitstoot van methaan en lachgas bij de zuiveringen heeft een grote impact, hiervoor zet het waterschap zich in. De veenachtige gronden rondom de kern Soest dragen in principe bij aan uitstoot van CO2 door het waterpeil. Gezien de samenstelling en omvang ligt hier vanuit provincie en waterschap geen hoge prioriteit.
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW, Richtlijn 2000/60/EG) stelt eisen aan de kwantiteit en de chemische kwaliteit van water. Dat geldt voor oppervlaktewater en grondwater. Voor de kwantiteit moet ook de grondwatervoorraad en het grondwaterpeil worden gewaarborgd.
10
Voor de kwaliteit moet vermeden worden dat verontreinigende stoffen in het water terecht komen. Voor de gemeente Soest vormt de KRW een doorgaans een indirect kader. Voor ons zijn de toegepaste kaders van provincie en waterschap afgeleid van het Europese kader van belang. De Eem is aangewezen als een KRW-waterlichaam. Het waterschap heeft aan diverse kleinere wateren in Soest waterdoelen gekoppeld. Grondwaterrichtlijn De Grondwaterrichtlijn (GRW; Richtlijn 2006/118) geeft verdere invulling aan de eisen uit de KRW. De Grondwaterrichtlijn wordt dan ook wel een dochterrichtlijn van de Kaderrichtlijn Water genoemd. De GRW bevat specifieke criteria voor de beoordeling van de chemische toestand van grondwater. Ook bevat het maatregelen om verontreinigende stoffen in het grondwater te voorkomen en te beperken. Hiervoor moeten lidstaten onder andere maatregelenprogramma’s opstellen. Europees beleid overstromingsrisico's De frequentie en omvang van overstromingen in Europa neemt toe. Dit is het gevolg van klimaatverandering, menselijke activiteiten en inadequaat rivierbeheer. Door bevolkingsgroei en economische activiteiten in overstromingsgevoelige gebieden wordt ook de schade bij overstromingen steeds groter.
Hoewel overstromingen een natuurlijk verschijnsel zijn en niet geheel kunnen worden voorkomen, wordt geprobeerd de risico’s op overstromingen en de negatieve gevolgen ervan te beperken. Waterschappen en provincies zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van basisgegevens voor de gevaarkaarten. Daarnaast spelen de provincies een rol in de productie, actualisatie en publicatie van risicokaarten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de communicatie over overstromingsrisico’s. Europees beleid voor huishoudelijk afvalwater De eisen voor afvalwater zijn belangrijk voor het bereiken van een goede toestand van het water. De minimumeisen worden daarom ook wel gezien als een basismaatregel in het kader van de Kaderrichtlijn Water. Afvalwater speelt daarnaast een belangrijke rol in de circulaire economie. Bij de behandeling van afvalwater kunnen er grondstoffen en nutriënten uit worden teruggewonnen. Deze kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld in de landbouw. Om het veilige hergebruik ervan te kunnen waarborgen heeft de EU regels voor het hergebruik van zuiveringsslib en afvalwater opgesteld. Circulaire Economie Afvalwater speelt een belangrijke rol in de overgang naar de circulaire economie. Waterschaarste wordt een steeds groter probleem. Efficiënt watergebruik is daarom van belang.
Door gezuiverd afvalwater her te gebruiken kan het gebruik van water uit waterlichamen en het gebruik van grondwater worden beperkt. Gezuiverd afvalwater en de gezuiverde nutriënten kunnen ook worden hergebruikt.
11
Richtlijn behandeling Stedelijk Afvalwater De regels voor de behandeling van stedelijk afvalwater zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Richtlijn Stedelijk afvalwater (Richtlijn 91/271). Deze richtlijn bevat definities, principes, doelstellingen en behandelingsmethoden voor de verschillende soorten afvalwater. Stedelijk afvalwater omvat volgens de richtlijn zowel huishoudelijk afvalwater als mogelijke combinaties van huishoudelijk afvalwater, industrieel afvalwater en afvloeiend hemelwater. Hergebruik van afvalwater Water is een schaarse grondstof. Om hergebruik van water mogelijk te maken, zijn er regels en minimumeisen voor het hergebruik van afvalwater opgesteld. Drinkwater Er zijn normen voor drinkwater vastgesteld op Europees niveau. Dit moet er voor zorgen dat het water dat voor menselijke consumptie bestemd is veilig geconsumeerd kan worden. In de Drinkwaterrichtlijn (Richtlijn 2020/2184) zijn de minimum kwaliteitsnormen voor drinkwater vastgelegd. In Nederland zijn drinkwaterbedrijven verantwoordelijk voor de levering van voldoende drinkwater van goede kwaliteit. Provincies, gemeenten en waterschappen zijn betrokken bij deze taak. Zij zijn (mede)verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van het water in Nederlanden dragen zorg voor de bescherming van drinkwaterbronnen en de infrastructuur.
Provincies zijn betrokken bij de bescherming van grondwaterwinningsgebieden en oppervlaktewater. Zij bewaken de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater en verlenen watervergunningen aan bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven om grondwater te onttrekken voor het bereiden van drinkwater. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de drinkwatervoorziening. We moeten ervoor zorgen dat activiteiten in de openbare ruimte geen risico vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het afgeven van vergunningen. Hiermee moeten we rekening houden vanwege de drinkwaterwinning in Soestduinen. Daarnaast zijn gemeenten betrokken bij de toegang tot veilig en voldoende drinkwater. Zo dragen gemeenten zorg voor de nooddrinkwatervoorziening, en spelen ze een rol bij het plaatsen van drinkwatertappunten en informatiecampagnes. Zwemwater Zwemmen in natuurwater kan risico’s voor de menselijke gezondheid met zich meebrengen. Sinds de jaren zeventig voert de EU-beleid op het gebied van zwemwater. Het doel is om vervuiling te voorkomen en burgers te informeren over de toestand van openbaar zwemwater. De regels voor zwemwater zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Zwemwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/7; Bathing Water Directive ). Het Rijk en provincies wijzen wateren aan die geschikt zijn om in te zwemmen. Niet al het openbare water in Nederland is namelijk geschikt als zwemwater.
In Soest heeft de provincie geen zwemlocaties aangewezen. De Eem, de vijvers in Overhees en alle andere wateren in Soest zijn dus geen zwemwater.
12
Klimaatadaptatie De gevolgen van klimaatverandering worden in Europa steeds merkbaarder. Ondanks de inspanning voor het verminderen van de CO2-uitstoot houdt de Europese Unie rekening met onvermijdelijke gevolgen van klimaatverandering. Vroegtijdige aanpassingen aan de klimaatverandering (ook wel klimaatadaptatie genoemd) moet Europa veerkrachtiger maken en de maatschappelijke, sociale, economische, ecologische kosten van klimaatverandering beperken. De EU moet in 2050 volledig in staat zijn zich aan te passen aan de effecten van de klimaatverandering. Om dit te bereiken is in 2021 een nieuwe klimaatadaptatiestrategie ontwikkeld. Deze strategie moet ervoor zorgen dat de EU maatschappelijk en economisch weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Denk hierbij aan teruglopende oogstopbrengst door toenemende droogte of oversterfte door extreme hitte. De nieuwe adaptatiestrategie streeft naar een slimmere, snellere en systematischere klimaatadaptatie en meer internationale aandacht voor het aanpassingsvermogen van landen en regio’s.
2.2 Nationale kaders Regeerakkoord In het regeerakkoord is speciale aandacht voor water en bodem sturend en klimaatadaptatie. Voor Soest is de oproep tot aandacht om de gevolgen van hittestress te verminderen belangrijk. Hiervoor bevordert het Rijk de toevoeging van meer groen, water en lichte oppervlakten in dichtbebouwd gebied. Dit leidt tot meer schaduw, verdamping en reflectie. Omgevingswet De Wet milieubeheer verplichtte de gemeente om een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vast te leggen. Bovendien moest de gemeente bij de voorbereiding van het plan de provincie, de zuiveringsbeheerder en de waterbeheerder betrekken. De inhoud van het (voormalige) gemeentelijk rioleringsplan sluit onder de Omgevingswet grotendeels aan bij het begrip “programma”. In het hoofdstuk “Omgevingsvisies en programma’s” van de Omgevingswet komt het GRP niet terug als een verplicht programma. Wel bepaalt artikel 3.14 van de Omgevingswet dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Binnen de uitgangspunten van de Omgevingswet is het niet verplichten van het GRP goed te verklaren. De memorie van toelichting van de wet legt de nadruk op de keuze om “de verplichting tot het opstellen van programma’s te beperken tot de Europees verplichte programma’s”, maar benadrukt tegelijkertijd dat de onderwerpen die nu in het GRP zijn geregeld aandacht blijven vragen.
Kamerbrief Water en Bodem sturend Op 25 november 2022 werd de kamerbrief Water en bodem sturend verstuurd vanaf het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De brief gaat over het sturende belang van water en bodem in de ruimtelijke ontwikkeling om in een veranderend klimaat toch te kunnen blijven zorgen voor veilig en gezond leven in Nederland. Provincie Utrecht neemt het voortouw voor implementatie via de gebiedsprocessen in het landelijk gebied. Voor doorwerking in de meer stedelijke gebieden is nog geen partij duidelijk opgestaan (jan 2023). We werken uit welke actie de gemeente zal ondernemen.
13
Nationale omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. - Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. - Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Het gedachtegoed van de NOVI beschouwen we richtinggevend voor de maatregelenmix in het omgevingsprogramma.
14
Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet worden 26 wetten samengevoegd, waaronder delen van de Waterwet en de Wet milieubeheer. De gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn dan in de Omgevingswet opgenomen (artikel 2.16, lid 1). Het college van Burgemeester en Wethouders kan ter invulling van deze taken een omgevingsprogramma vaststellen (artikel 3.14). Dit vervangt in de praktijk de verplichting om een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. Het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie is een uitwerking van de gemeentelijke omgevingsvisie en legt daarmee het te voeren beleid vast en stelt maatregelen voor, die de gemeente zelf wil uitvoeren. Een belangrijk uitgangspunt bij de invulling van de gemeentelijke watertaken is de voorkeursvolgorde voor afvalwater uit de wet Milieubeheer (artikel 10.29a). Deze wetstekst beschouwt afvalwater in brede zin, waaronder grondwater, hemelwater en stedelijk afvalwater. Om verdere invulling te geven aan de taak voor stedelijk afvalwater geeft het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.16) nadere instructieregels over ontwerp, aanleg en beheer van de voorzieningen: De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is primair verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater.
Alleen als het niet redelijkerwijs van de particulier verlangd kan worden dit hemelwater te verwerken, komt de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater in beeld. Hierbij is sprake van een inspanningsverplichting: de gemeente mag bepalen op welke wijze het hemelwater wordt verwerkt en de openbare ruimte wordt ingericht, en kiest daarvoor een aanpak die gezien de lokale omstandigheden doelmatig is. De gemeentelijke taak voor het grondwater is ook een inspanningsverplichting. De gemeente treft alleen doelmatige maatregelen in het openbare gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover dit niet tot de zorg van de watersysteembeheerder of de provincie behoort. Voor inzameling op particulier terrein is de perceeleigenaar verantwoordelijk. De juridische basis voor de kostendekking van de drie watertaken blijft ongewijzigd. Gemeente Soest kan op basis van de Gemeentewet (artikel 228a) rioolheffing innen. De uitvoering van de drie watertaken heeft een directe relatie met de verplichting voor de gemeente die voortvloeit uit de Kaderrichtlijn Water.
Alle overheden zijn verplicht alle maatregelen in te zetten om te voldoen aan een goede ecologische toestand voor het oppervlaktewater en het grondwater, met uitzondering van maatregelen die leiden tot onevenredig grote economische of maatschappelijke kosten. Met goed rioleringsbeheer voorkomt de gemeente vervuiling van oppervlaktewater en grondwater. Nationaal klimaatadaptatiebeleid Het Nederlandse klimaatadaptatiebeleid is vastgelegd in de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De NAS biedt perspectief aan alle programma’s in Nederland waarin partijen aan klimaatadaptatie werken en faciliteert deze werkzaamheden. Het Deltaplan gaat specifiek in op de gevolgen voor het watermanagement. De EU-adaptatiestrategie heeft impact op decentrale overheden. Veel acties uit de nationale klimaatadaptatiestrategieën worden op decentraal niveau uitgevoerd. Klimaatadaptatie heeft
15
bijvoorbeeld gevolgen voor waterbeheer, ruimtelijke ordening en infrastructuur. De waterschappen spelen een belangrijke rol als regionaal waterbeheerders en zijn verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van de waterkeringen en watersystemen. Gemeenten en provincies zijn van belang vanuit hun taken ten aanzien van ruimtelijke ordening en milieubeheer.
2.3 Provinciale en regionale kaders Provinciale omgevingsvisie Utrechtse kwaliteit en opgave Utrecht is rijk aan water. De grote variëteit van het watersysteem in onze provincie (bestaande uit rivieren, kanalen, sloten en beken) heeft een belangrijke functie in de wateraanvoer en -afvoer. Op de Utrechtse Heuvelrug infiltreert veel regenwater, een belangrijke bron voor drinkwaterwinning, de (levensmiddelen-) industrie en de natuur- en landbouwgebieden langs de flanken. Een deel van het grondwater komt in kwelgebieden aan de oppervlakte. Klimaatverandering heeft vele gevolgen voor onze leefomgeving. De winters worden zachter en natter. De zomers worden warmer en droger. Ook komen weerextremen vaker voor. Heftige regenbuien in korte tijd kunnen vaker leiden tot overstroming en wateroverlast. Lang aanhoudende droogte leidt tot vermindering van de beschikbaarheid van oppervlakte- en grondwater. In de steden is de kans op hittestress het grootst vanwege verdichting en verstening. De provincie zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie samen met waterbeheerders, gemeenten en Rijk. We benutten het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden nemen we een mix aan maatregelen voor het tegengaan van bodemdaling in 2030 met 50%.
We zorgen dat de kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater voldoet aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water en de doelen voor het overig water. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied richten we klimaatadaptief (groen en blauw) in. De aanwezige groenblauwe dooradering in stedelijk gebied is essentieel voor klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit en recreatie. De provincie zet zich in om de effecten van klimaatverandering (wateroverlast, droogte, hitte). De provincie Utrecht werkt ook aan de Blauwe Agenda: Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Om bovenstaande te bereiken kent de provincie meerdere rollen, naast stimuleren/participeren/realiseren/informeren en communiceren is dat ook reguleren. De regels staan in de provinciale omgevingsverordening. Voor Soest is van belang: - beperkingen in beschermingszone drinkwater bij Soestduinen - actieve gevolgbeperking van overstroombaar gebied in de polder tussen de spoorlijn en de Eem - bodemdaling; de polder ten oosten van Soest kent bodemdaling, maar dit hoeft (vooralsnog) niet met prioriteit verder geremd te worden. De provincie heeft geen zwemlocaties in Soest aangewezen. Er wordt in Soest wel gezwommen in oppervlaktewater, maar dat is dus zeker onveilig en de gemeente raadt dit dan ook af.
16
Blauwe Agenda Onder de naam ‘Blauwe Agenda’ zijn afspraken gemaakt om problemen door watertekort én wateroverlast in en rondom Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug aan te pakken. Door de klimaatverandering krijgen we te maken met steeds extremer weer. Langere periodes van hitte en droogte gevolgd door heftige regenbuien, zorgen voor problemen in onze woonomgeving, in de natuur, bij de landbouw en voor de drinkwatervoorraad. De problemen zijn extra groot op de hooggelegen delen van de Utrechtse Heuvelrug, waar geen aanvoer van water mogelijk is. Verschillende partners uit de regio Utrecht willen onder coördinatie van de provincie Utrecht samen het watersysteem verbeteren op de Heuvelrug. Het gebied moet beter bestand raken tegen de invloeden van droogte aan de ene kant en wateroverlast aan de andere kant. Door regenwater slimmer op te vangen en langer vast te houden in de bodem, is dat later bruikbaar voor momenten van droogte. Het realiseren van een robuuster watersysteem op en rond de Heuvelrug is onderdeel van de ambities uit de Samenwerkingsagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het ambitiedocument Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug geeft inspiratie en onderbouwing voor het op te stellen omgevingsprogramma. Groen groeit mee Groen is de kwaliteit van onze regio. Gezonde groei is onze opgave.
Hoe brengen we dit samen? Tot 2040 neemt het aantal woningen toe met ruim 100.000. Waar er voor wonen, energie en mobiliteit een concrete ruimtevraag is geformuleerd, is dat voor groen en water nog niet het geval. Daar moet verandering in komen, vinden alle samenwerkende overheden van de Utrechtse regio. Groen is van onomstotelijke waarde als het gaat om de gezondheid van inwoners, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Dit is het moment waarop we groen moeten opeisen in ieder ruimtelijk plan. Zo werken we aan een goede mix van toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water. Daarom zetten de overheden in onze regio gezamenlijk de schouders onder een versnellingsprogramma gericht op integraliteit, focus en daadkracht: Groen Groeit Mee! Bij opstelling van het omgevingsprogramma kan Groen groeit mee helpen bij het bepalen van meekoppelkansen van maatregelen. Met de ondertekening van het pact op 7 februari 2022 onderschrijven we de waarde van zichtbaar water: een robuust en zichtbaar watersysteem als drager van gezond stedelijk leven, natuur en landbouw.
2.4 Omgevingsvisie en lokale kaders Omgevingsvisie Soest en Soesterberg ‘Stap voor stap ver komen’ (2021) In de omgevingsvisie staan de gemeentelijke ambities opgesomd in paragraaf 8b “klimaatbestendige omgeving en toekomstgerichte watersystemen” van hoofdstuk 5 (blz 7274) . Deze vormen het na te streven doel voor het programma. ( zie bijlage 1) Coalitieakoord Soest In het coalitieakkoord is er nadrukkelijk aandacht voor de problematiek van de riolering in Soesterberg. De riolering is namelijk randvoorwaardelijk voor het realiseren van de vele kansen in en rond Soesterberg.
17
Het coalitieakkoord verbindt het verzachten van de effecten van klimaatverandering met het (stedelijk) groen. In het op te stellen programma zal er meer aandacht zijn voor oplossingen geïntegreerd in en met positieve bate voor het groene. Bij opstelling van het programma zal blijken wat o.a. de kosten zijn om deze doelen te bereiken. In het coalitieakkoord is aangegeven dat ook de rioolheffing zo laag mogelijk blijft en dat uitzondering mogelijk zijn mits stevig onderbouwd. Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Ten aanzien van klimaatadaptie heeft het Soester college in voorjaar 2022 de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen vastgesteld. Via een raadsinformatiebrief heeft de raad hiervan kennis genomen. Eind 2023 zal de uitvoeringsagenda voorgelegd worden aan het bestuur. De relevante maatregelen zullen onderdeel worden van dit omgevingsprogramma en Omgevingsprogramma groen en landschap.
2.5 Kaders van partners Waterschap Vallei en Veluwe Het waterschap heeft de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) en Blauwe Omgevingsprogramma opgesteld. Hiermee koerst het waterschap naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving waarin water belangrijk rol speelt. De waterschapsstrategie loopt langs drie principes; • Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. • Maximaal vasthouden en schoonhouden van water • Partnerschap als watermerk Voor Soest vertaalt dit zich o.a. naar het belang om regenwater in de bodem te laten zakken. Een meer circulaire kijk op rioolwater, waterinclusieve bebouwde omgeving en kringlooplandbouw in de lager gelegen gebieden. Intentieverklaring klimaatadaptief bouwen en Convenant duurzame woningbouw Afgelopen jaren heeft de gemeente Soest twee documenten ondertekend waarin het belang van klimaatadaptatie in de bebouwde omgeving en nieuwbouw is weergegeven. In het omgevingsprogramma zijn deze medebepalend voor de selectie en omvang van maatregelen. Op 24 juni 2022 ondertekende Soest de intentieverklaring klimaatadaptief bouwen. In datzelfde jaar tekende Soest ook het Convenant duurzame woningbouw
2.6 Financiële en organisatorische kaders De kosten van de uitvoering van dit omgevingsprogramma vormen grotendeels het kostendekkingsplan. Dit kostendekkingsplan is de onderbouwing van de rioolheffing van de gemeente Soest. De gemeenteraad besluit over de hoogte van de rioolheffing. De rioolheffing mag alleen gebruikt voor kosten die direct in verband staan met de gemeentelijk taken voor het onderhoud en vervanging van waterketen en watersysteem. Bepaalde maatregelen voor klimaatadaptatie mogen niet (geheel) bekostigd worden uit de rioolheffing. Deze kunnen opgenomen worden in het Omgevingsprogramma groen en landschap of een ander passend programma. Dit is een voorbeeld van de koppelkansen die in beeld komen door de integrale aanpak van meerdere programma’s.
18
De (investerings)kosten die nodig zijn vanwege nieuwbouw zoals vergroting van capaciteit kunnen deels onderdeel worden van het kostenverhaal. In het coalitieakkoord staat de rioolheffing zo laag mogelijk moet zijn, maar wel kostendekkend. Bij de opstelling van het programma onderzoeken we de mogelijke implementatie verordening Riool- en Waterzorgheffing.
2.7 Aandachtspunten bij kaderstelling We nemen de in dit hoofdstuk omschreven kaders mee bij het schrijven van het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie. We beschouwen dit als richtinggevende kaders. Daarmee bedoelen we dat deze kaders wel het uitgangspunt vormen voor het programma, maar dat ze niet bindend zijn. We hebben immers de consequenties van de kaders nog niet (volledig) in beeld. Waar nodig geven we bij het schrijven van het programma gemotiveerd aan als aanscherping of afwijking van kaders gewenst is. Omdat de raad over de kaders gaat, zal in dat geval ook de raad een aanvulling of aanscherping van een kader moeten vaststellen bij het vaststellen van het omgevingsprogramma. Vooralsnog zijn er géén aanvullingen dan wel aanscherpingen van kaders nodig voor het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptie.
19
3 Opdracht In dit hoofdstuk staat de opdracht om te komen tot een omgevingsprogramma centraal. Wat doet het programma wel en niet, wat is nodig om tot een programma te komen en wat verwachten we van het eindresultaat?
3.1 Opdrachtformulering De hoofdlijn van de invulling van de gemeentelijke watertaken en beleidsdoelen staat in de omgevingsvisie. Soest kiest ervoor om een programma op te stellen met een bredere reikwijdte dan de gemeentelijke watertaken. We nemen ook het onderdeel klimaatadaptatie mee, zoals omgeschreven in het documenten “Opdrachten voor de programma’s in de omgevingsvisie”. Het op te stellen programma zal het vigerende Gemeentelijk Water en Rioleringsplan vervangen. In de omgevingsvisie staat waar de gemeente naar streeft bij de onderwerpen water, riolering en klimaatadaptatie. De opdracht luidt dat in het programma een set haalbare maatregelen wordt opgesteld waarmee de gemeente vanuit haar gemeentelijke watertaken het integrale watersysteem ( incl. rioolstelsel) in stand houdt en toekomstbestendig houdt en verbetert zodat het steeds meer aansluit op de doelen in de omgevingsvisie. Het programma maakt ook de besteding van de rioolheffing transparant. Voor het programma nemen we de leidende principes uit hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie mee als kader. In het programma wordt de onderhouds- en vervangingsstrategie afgewogen en uitgewerkt. Bij de verbetermaatregelen kijken we naar de feitelijke knelpunten, toekomstige kwetsbaarheden en beleidsdoelen.
Het programma geeft aan welke activiteiten de gemeente zelf onderneemt en welke activiteiten samen met buurgemeenten of het waterschap worden gerealiseerd. We bekijken ook in welke mate de gemeente bedrijven en bewoners wil stimuleren om zelf aan de slag te gaan. We werken met een afwegingskader of beslisbomen om op transparante wijze te komen tot programmering van onderzoeken en maatregelen . Het programma geeft inzicht in de middelen (financiën, personeel en organisatie) die nodig zijn om de gemeentelijke watertaken en taken voor klimaatadaptatie uit te voeren en de doelstellingen te realiseren. Riolering Soesterberg In het coalitieakkoord en voorjaarsnota 2022 is extra aandacht voor het rioleringsstelsel van Soesterberg. Dit is geformuleerd als: “Het huidig rioleringsstelsel van Soesterberg kan de toekomstige woningbouwuitbreiding niet meer opvangen. De rioleringssituatie is daarmee belemmerend voor de versnelling van de woningbouwopgave. Soesterberg ligt op een plateau van de Utrechtse Heuvelrug, de grondslag is zand zonder open water. Het rioleringsstelsel is in hoofzaak gemengd met enkel een paar (regenwater-) overstorten. Het stelsel is verouderd en kan op veel plaatsen het regenwater niet meer verwerken. Langs de Amersfoortsestraat ligt drukriolering waarvan de capaciteit maximaal is benut.
Ook is er sprake van lozingen vanaf het grondgebied van de gemeente Zeist en een aantal defensieterreinen op de riolering van Soesterberg. De gemeente Zeist, Defensie, Waterschap Vallei en Veluwe en de provincie Utrecht zijn daarom belangrijke stakeholders. Het is noodzaak dat het rioleringsstelsel in Soesterberg zo snel mogelijk wordt aangepast zodat het passend is voor de geplande woningbouwuitbreiding. (Geïntegreerde Kaderbrief 2023/Voorjaarsnota 2022- Gemeente Soest, pag 13)
20
3.2 Raakvlakken en samenhang met andere programma’s Een van de doelen van de Omgevingswet is het in samenhang benaderen van de fysieke leefomgeving, om zo een balans te bereiken tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie kan dan ook niet los worden gezien van andere ruimtevragers in de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij niet alleen over de thema’s mobiliteit, wonen, werken, energie en groen en landschap waarvoor nu de omgevingsprogramma’s worden opgesteld. Ook andere ruimtevragers, zoals sporten, bewegen en ontmoeten (thema’s uit het sociaal domein) hangen nauw samen met deze omgevingsprogramma’s. Evenals de op te stellen gebiedsvisie, zoals de ontwikkeling rond Defensie/Amersfoortsestraat. De ruimtevragers zijn allen onlosmakelijk verbonden met elkaar. Te vergelijken met uurwerk waarbij het draaien aan een radertje direct invloed heeft op een ander radertje.
Dit betekent dat het opstellen van het omgevingsprogramma vanuit deze integrale benadering bezien wordt. Ook in de uitvoering van het programma krijgen we te maken met een integrale aanpak. Doelstellingen die een integrale aanpak vergen, buiten de kaders van het eigen omgevingsprogramma, worden integraal aangepakt. Deze integrale ‘projecten’ komen dan ook terug in de verschillende (uitvoerings-)programma’s. Samenhang met andere programma’s In bestaande bouw en bij nieuwbouw hebben we een opgave om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen anders verliezen we de kwaliteit van de leefomgeving. De omvang van de woningopgave en wellicht ook andere factoren zetten de uit te voeren
21
maatregelen voor water, riolering, klimaatadaptie en ook groen onder druk. Dat is onnodig want inventiviteit en creativiteit maken meer mogelijk dan gedacht. En ondertussen maken nog steeds bewoners hun tuinen “onderhoudsarm’ door deze te betegelen. De bedrijventerreinen in Soest zijn over het algemeen zeer intensief ingericht, waardoor er nauwelijks plek is voor klimaatadaptieve maatregelen. Zelfs wateren zijn afgelopen jaren gedempt ten behoeve van parkeren. Bedrijventerreinen nog intensiever inrichten klinkt bedreigend, maar kan ook kansen bieden. Immers steeds meer werkgevers zien de voordelen van een gezonde, groene, klimaatadaptief werkklimaat. Soortgelijke situatie geldt bij programma mobiliteit. Als het toepassen van het STOMPprincipe tot de aanleg van meer verharding (stoep en fietspaden) leidt, waar wordt deze ruimte dan gevonden? En hoe gaan we het regenwater van deze extra verharding verwerken? Maar misschien leidt dat programma juist tot het ontstenen van straten en (parkeer)pleinen en ontstaan er ruimte groene biodiverse koelte-eilanden? De energietransitie kent ook meerdere raakvlakken met dit onderwerp. De modernisering van het energienetwerk vraagt onder en bovengronds ruimte. Biedt ook kansen om werk-metwerk te maken.
Met de juiste keuzes voor de inrichting en het soort groen kunnen wij bijdragen aan de klimaatadaptatie en zorgen voor een meer biodivers groen. Ook in het stedelijk gebied. En daarmee zorgen we er dan voor dat het water weer in de bodem kan zakken, de temperatuur wordt getemperd, fijnstof wordt afgevangen, insecten, amfibieën, vogels en kleine dieren weer een leefgebied vinden, het bodemleven verbetert en mensen zich prettiger en gezonder voelen.
3.3 Afbakening van het programma In voorbereiding van de maatregelen van het nieuwe programma maken we vooralsnog geen nieuw BasisWaterKetenPlan. Het plan uit 2017 volstaat. Het stelstel is in de afgelopen jaren wèl veranderd door realisatie van het uitvoeringsprogramma. Echter de omvang van de totale veranderingen zal een gering effect hebben op het functioneren van het vuilwaterstelsel. We stellen voor om in het programma voornamelijk voort te borduren op het gekozen ambitieniveau uit 2018 in combinatie met ambities uit de omgevingsvisie. Blusvoorzieningen en nooddrinkwatervoorzieningen vallen buiten de scope omdat dit via andere beleidssporen loopt.
3.4 Randvoorwaarden en vereisten voor het opstellen van het programma In het geactualiseerde kostendekkingsplan zijn kosten opgenomen voor het opstellen van het programma. Deze kosten zijn gebaseerd op een programmavoorbereiding samen met gemeente Baarn, zoals het vigerende gemeentelijk water en rioleringsplan. Het gesprek hierover starten we zo spoedig mogelijk op. In de voorjaarsnota 2022 is € 350000 beschikbaar gesteld voor onderzoek naar maatregelen voor riolering Soesterberg. Deze maatregelen vormen een deel van het op te stellen programma water, riolering en klimaatadaptatie. Belangrijk is daarnaast de beschikbaarheid van mensen. De participatie en het schrijven van de stukken is voor een groot deel afhankelijk van medewerkers van de gemeente. Het opstellen van het programma loopt parallel aan de programma's wonen, mobiliteit, werken, energie en groen en landschap. Daarmee kunnen we de integraliteit tussen de verschillende uitwerkingen van de omgevingsvisie beter borgen.
22
3.5 Strategie en afwegingskader Bij de keuze voor een te nemen maatregel moet over de grenzen van het programma water, riolering en klimaatadaptatie heen gekeken worden. Daarbij zullen maatregelen die ook bijdragen aan andere omgevingsprogramma’s meer voor de hand liggen. Daarbij zal tevens blijken dat niet op elke plek alle doelstellingen optimaal behaald kunnen worden en niet elke maatregel bijdraagt aan andere beleidsdoelstellingen buiten dit programma. Het koppelen van kansen verhoogd de effectiviteit van te nemen maatregelen. Op dit moment sluiten we nog geen maatregelen of oplossingsrichtingen uit, maar gaan (en staan) voor de gestelde doelstellingen en de hierbij behorende optimale aanpak. In de uitwerking van het omgevingsprogramma maken we vervolgens keuzes, dan wel zullen we er voor kiezen sommige uitwerkingen of maatregelen te temporiseren / faseren / achtereenvolgens te realiseren. Daar waar belangen tussen de verschillende programma’s tegenstrijdig zijn, zullen bestuurlijk keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog is het beeld van mogelijk tegengestelde belangen niet concreet, zo ook het afwegingskader niet. Op grond van de Global Goals is in 2016 een model ontwikkeld dat zou kunnen dienen als afwegingskader, de zogenaamde ‘ edding cake’. In dit model wordt uitgegaan van de randvoorwaardelijkheid van de biosfeer voor de maatschappij en economische activiteiten.
Simpel gesteld: zonder aandacht voor de biosfeer is er eenvoudig geen maatschappij of economie meer mogelijk.
Wedding Cake bij de Global Goals
Uit het huidige gemeentelijk water en riolering plan en ook uit de kaders van provincie en waterschap blijkt dat dit beleidsveld vraagt om inzet van alle beschikbare strategieën op specifieke onderdelen.
23
We onderscheiden in het programma straks meerdere strategieën om uitvoering te geven aan onze doelen, namelijk: - reguleren (bijv. in het toekomstig omgevingsplan) - faciliteren ( bijv. inzet van een afkoppelcoach) - stimuleren (bijv. subsidies, communicatie) - zelf uitvoeren (bijv. beheer en onderhoud aan riolering en watersysteem) Op hoofdlijn zal deze verdeling terug komen in het nieuwe programma. We zullen nut en noodzaak onderzoeken om voor bepaalde onderwerpen alsnog meer te kiezen voor reguleren als blijkt dat faciliteren en stimuleren te weinig resultaat geeft om de gestelde ambities in de omgevingsvisie te halen. Dit is overeenkomstig met de visie op realiseren van klimaatadaptatiemaatregelen. Na de intenties en convenanten lijkt het pad geëffend om de beoogde veranderingen af te dwingen via regels. Een deel van de markt (ook initiatiefnemers voor planontwikkelingen) stuurt daar op aan.
3.6 Eindresultaat In het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadapatie gaan we in op het hoe. “ elke maatregelen zijn nodig om een toekomstbestendig, waterrobuust, vitaal, groen en dorps Soest te behouden en te bereiken ” Daarbij stellen we onder meer waardenkaarten op en brengen we ‘De Natuurlijke Aard’ van Soest in beeld. Dit leidt tot samenhangende keuzes in beleid en in te nemen maatregelen en projecten. Het programma bevat de uitwerking van het te voeren beleid voor de bescherming, beheer, ontwikkeling, gebruik of het behoud van de fysieke leefomgeving, zoals dat in de gemeentelijke omgevingsvisie is opgenomen. Voor het stedelijk waterbeheer gaat het dus o.a. om de gemeentelijke watertaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en voor de specifieke beleidsdoelstellingen die hiervoor gelden. Een programma moet maatregelen bevatten om aan één of meer omgevingswaarden te voldoen of één of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Er staan dus concrete maatregelen in, die uitgevoerd moeten worden. Met een programma legt het college zichzelf verplichtingen op. Het programma is in tegenstelling tot de omgevingsvisie meer uitvoeringsgericht en gericht op de korte termijn.
Het Omgevingsprogramma water, riolering en klimaatadaptatie bevat: - Maatregelen o Wat willen we bereiken en waarom? o Wat hebben we of waar staan we nu? ▪ evaluatie van de voorgaande planperiode; ▪ ▪ toestand en functioneren van de systemen; ▪ wijze van dagelijks beheer (o.a. onderhoudsstrategie); ▪ ▪ knelpunten en klachten/meldingen; ▪ ▪ onderdelen of de gebiedsgerichte systeemeigenschappen. o Wat moeten we de (komende jaren) doen? Planning van maatregelen en projecten met specifieke aandacht voor masterplan riolering en afkopelplan Soesterberg o Wat is daarvoor nodig (middelen) en hoe organiseren en bekostigen we dat ▪ Onderzoek
24
-
▪ Personeel ▪ kostendekkingsplan Uitvoeringstrategie : onderhouds- en vervangingsstrategie Beslisbomen voor lozingen en aansluitingen
Masterplan riolering Het masterplan geeft weer hoe op hoofdlijn het inzamelstelsel in de toekomst eruit gaat zien. De hoofdinzamelroutes voor afwaterwater en hemelwater en de mogelijke knelpunten (plus oplossingen) bij forse ontwikkelingen. Afkoppelplan Voor grote delen van Soest hoort regenwater in de bodem (of hergebruikt) in plaats van inzameling in het afvalwaterriool. Bij afkoppelen stroomt het regenwater niet meer naar het riool. In dit plan geeft de gemeente aan welke openbare ruimte er afgekoppeld wordt. Daarnaast geeft de gemeente aan hoe de bestaande private ruimte afgekoppeld kan worden. Vooralsnog richten we ons hierbij vooral op communicatie en nog niet op regelgeving, omdat in de bestaande omgeving afkoppelen soms technische ingewikkeld en duur kan zijn. Uitvoeringsstrategie In het programma komen keuzes die een gemeente maakt ten aanzien van onderhoud en vervanging van voorzieningen voor hemelwater, rioolwater en grondwater. Hieronder vallen ook de monitoring van (grond)waterstanden. Deze beleidskeuzes vormen de basis en onderbouwing van de concrete beheeractiviteiten die in programma (en onderdeel kostendekking) zijn opgenomen. Een onderhouds- en vervangingsstrategie kent verschillende onderdelen: - frequentie van reinigen van kolken, eventueel incl. onderscheid naar wijken en buurten - frequentie van reinigen vrij vervalriolering, eventueel incl.
onderscheid naar wijken en buurten - inspecteren riolering (toestandsbepaling en beoordeling), eventueel incl. onderscheid naar wijken - onderhoud gemalen en persleidingen - onderhoud (druk)riolering buitengebied - frequentie reiniging en inspectie riooloverstorten - onderhoud infiltratievoorzieningen (o.a. wadi’s, doorlatende verharding, infiltratie en transportriolen) - onderhoud drainageleidingen - strategie voor vervanging vrij verval riolering, waarbij globaal onderscheid gemaakt kan worden in: o vervanging op basis van leeftijd o vervanging op basis van de kwalitatieve toestand o vervanging op basis van risico’s die in min of meerdere mate acceptabel zijn - Beslisbomen lozingen en aansluitingen In het programma nemen we vooruitlopend op de overdracht van de bruidsschat Omgevingswet beslisbomen op over lozingen en aansluitingen. Deze vormen uiteindelijk de (aangepaste) regels in het omgevingsplan. Voor de vaststelling van de regels in het omgevingsplan sluiten we zoveel mogelijk aan bij lopende gemeentelijke besluitvorming.
25
Kostenverhaal De programma’s onen en erken leiden uiteindelijk tot initiatieven en projecten, waarvoor allerlei maatregelen binnen het fysieke domein (vanuit de programma’s roen, ater, Mobiliteit en Energietransitie) nodig zijn en waar dus kosten aan hangen. De gemeente is verplicht om deze kosten te verhalen op (woning)bouwprojecten. Lukt dat niet privaatrechtelijk (via een anterieure overeenkomst met bijvoorbeeld een ontwikkelaar) dan moet dat publiekrechtelijk. Indien gebruik wordt gemaakt van de publiekrechtelijke regeling zal het bevoegde bestuursorgaan in het besluit dat de activiteit mogelijk maakt regels of voorschriften opnemen over het verhaal van kosten. We onderscheiden hierbij twee typen gebiedsoverstijgende kosten: − Kosten voor bovenwijkse voorzieningen waarvoor een PTP toets nodig is. PTP staat voor profijt, toerekenbaar, en proportionaliteit: heeft de ontwikkeling profijt van de investering, doe je de investering vanwege de ontwikkeling, en in hoeverre heeft de ontwikkeling profijt van de investering. Per ontwikkeling bepalen we het bedrag aan bovenwijkse voorzieningen in de zogenaamde kostenverhaalsbeschikking; − Financiële bijdrage. Naast het kostenverhaal kunnen we ook een financiële bijdrage vragen. Daar is niet per se een PTP toets nodig.
Wel de functionele samenhang tussen de investering en de ontwikkeling die we vastleggen in de omgevingsvisie, (via het programma) richting een uiteindelijke vergunning of wijziging van het omgevingsplan. Ook rekenen we met de proportionaliteit van de investering. Per ontwikkeling is dit een vaste bijdrage per woning. Voorgaande tekst vloeit voort uit de (nieuwe) Nota Kostenverhaal, waarin uitgebreid wordt aangegeven hoe wij in onze gemeente om willen gaan met kostenverhaal en waarin een relatie wordt gelegd met de omgevingsprogramma's. De Nota Kostenverhaal wordt in dezelfde raadscyclus als de startnotities ter besluitvorming voorgelegd. Via kostenverhaal kan vaak slechts een deel van de kosten verhaald worden. In de uitvoeringsparagraaf van het programma wordt tevens aangegeven hoe wij voornemens zijn om de resterende kosten te dekken.