CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 4 Startnotitie Water, Riolering en Klimaatadaptatie

Besluitvormende Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Startnotities omgevingsprogramma’s Mobiliteit, Wonen, Werken, Energietransitie, Water/riolering en Groen en Landschap12.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

4 Plan van Aanpak Dit hoofdstuk geeft antwoord op de organisatorische vraag hoe het programma tot stand komt. De vaststelling van dit hoofdstuk is in principe aan het college van B&W en ter kennisgeving voor de gemeenteraad.

4.1 Globale aanpak In 2022 is het Gemeentelijk Water en rioleringsplan verlengd tot en met 31 december 2024. Het vigerende GWRP geeft immers nog voldoende ondersteuning voor de omgevingsvisie. Vanwege de verplichtingen uit de gemeentewet is het kostendekkingsplan geactualiseerd. In 2022 is ook de voorlopige agenda klimaatadaptatie opgesteld. In datzelfde jaar zijn ook de lijnen uitgezet voor de aanpak riolering Soesterberg. In 2023 geven we voorrang aan dee onderwerpen: klimaatadapatie, riolering Soesterberg en voorbereiding voor het integrale deel van programma water riolering en klimaatadaptie 2023: - Voorbereidende werkzaamheden (participatie, evaluatie GWRP) programma water, riolering en klimaatadaptatie.

- Opstellen integraal deel gelijktijdig met fasen van de andere omgevingsprogramma’s - Riolering Soesterberg: o Kennisopbouw rioolstelsel Soesterberg gericht op omvang en effect van externe lozingen op prestatie van het systeem, o Introductie van beheermaatregelen voor drukriolering aan de Amersfoortsestraat, o Versneld afkoppelen in openbare en private ruimte, o Verdere investering in regionale samenwerking en herijken van regionale waterketenanalyse - Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie o Aanbesteden projectopdracht, o Rapportage opstellen, o Bestuurlijke besluitvorming 2024: Programma water riolering en klimaatadaptie compleet maken en uiteindelijk vaststellen De intentie is om het omgevingsprogramma Water, riolering en klimaatadaptie in gezamenlijkheid met gemeente Baarn op te stellen.

4.2 Onderzoek, informatie en kwaliteit Om inzicht te krijgen hoe de verschillende omgevingsprogramma’s ruimtelijk in elkaar grijpen, worden er waardenkaarten opgesteld. Deze kaarten maken inzichtelijk op welke locaties welke functies kunnen landen en wat daar de consequenties van zijn. Zo levert het programma water, riolering en klimaatadaptatie input voor de andere programma's. Opstellen van De Natuurlijk Aard van Soest Om ruimtelijk richting te kunnen gaan geven aan wat belangrijk is voor de gemeente (wat we willen) en hoe dat past in het ruimtelijk karakter van de Soest en Soesterberg, onderzoeken we wat ‘De Natuurlijke Aard’ van Soest is. et is een algeheel ruimtelijk onderzoek die van kwantitatieve en kwalitatieve aard is en de ruimtelijke capaciteit definieert.

27

4.3 Programma-organisatie De vier wethouders treden gezamenlijk op als bestuurlijk opdrachtgever. De ambtelijk opdrachtgever is de manager ‘fysieke leefomgeving’. De programmaorganisatie is een pragmatische mix tussen de gehanteerde programmaorganisatie voor de zes omgevingsprogramma en de lopende programmaorganisatie voor riolering Soesterberg. Stuurgroep De vier wethouders vormen een stuurgroep samen met een compact ambtelijk kernteam bestaande uit de ambtelijk opdrachtgever en de regievoerder van het programma en de integrale regievoerder. Zij bespreken op regelmatige basis de belangrijkste issues die bij de totstandkoming van het programma naar voren komen. Regiegroep riolering Soesterberg bestaat uit wethouder, ambtelijk opdrachtgever, teamleider Ruimtelijke Ontwikkeling en teamleider Realisatie en regievoerder. De regievoering ligt bij de medewerkers van Ruimtelijke ontwikkeling, opstellen van zo’n programma is een verantwoordelijkheid van dit team, maar kan alleen in samenspraak met team Realisatie. Interdisciplinair team omgevingsprogramma's De regievoerders van de zes programma's wonen, werken, mobiliteit, water, energietransitie en groen-landschap vormen samen met een integrale regievoerder, eventuele adviseurs vanuit andere vakdisciplines en een ondersteuner een interdisciplinair team. In dit team wordt de integraliteit tussen de programma's geborgd.

De ambtelijke werkgroep bestaat uit medewerkers van team Ruimtelijke ontwikkeling en Realisatie. Aangezien de (klimaat)maatregelen een groene component zullen hebben zal er intensief met deze vakdiscipline samengewerkt worden. Voor het onderwerp hitte is mogelijk nog aansluiting nodig vanuit sociaal domein. Als agenda-lid sluit een communicatieadviseur aan. Zodra het kostendekkingsplan in beeld komt, schuift een financieel adviseur aan. Daarmee ontstaat er overeenkomst met het programmateam zoals bij de andere vijf omgevingsprogramma’s Bijeenkomsten interne organisatie Tijdens het opstellen van de omgevingsprogramma’s vindt op een aantal momenten een terugkoppeling en uitwisseling plaats met de interne organisatie. Dus niet alleen met de collega’s die zich bezighouden met de fysieke leefomgeving. Ook de collega’s uit het sociaal domein worden hierbij betrokken. Daarmee bereiken we een nog grotere samenhang tussen de verschillende programma’s, de andere thema’s uit het fysiek domein, de projecten van het projectbureau en de thema’s van het sociaal domein. ij informeren de organisatie over waar we staan in het proces. Daarnaast halen we relevante informatie op om tot integrale afwegingen te kunnen komen. In de klankbordgroep medewerkers van team leefomgeving, projectbureau, ruimtelijke ontwikkeling, realisatie en VTH. De klankbordgroep zal meestal incidenteel betrokken worden.

4.4 Participatie Omgevingsvisie Soest en Soesterberg Met het omgevingsprogramma dat volgt op deze startnotitie gaan wij gericht aan de slag met de doelen, ambities en kwaliteiten zoals opgenomen in onze omgevingsvisie. Voor die omgevingsvisie heeft tussen 2019-2021 ook al een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden, waarbij vanaf het begin is gekozen voor een aanpak die uitging van het zo vroeg mogelijk betrekken van de samenleving en het bereiken van een zo divers en representatief mogelijke groep. De vraag die destijds voor lag is echter anders dan de vraag die nu voor ligt. In het visieproces was de vraag aan de samenleving: ‘wat voor Soest en Soesterberg willen we zijn (in 2040) ’. De uitkomsten van dat proces zijn uiteindelijk vertaald naar onze omgevingsvisie (met onze doelen, ambities en kwaliteiten). Rond de programma’s stellen wij straks verdiepende vragen op die visie. Wij gaan (opnieuw) met de samenleving in gesprek, maar nu over de vraag hoe we die gestelde ambities en doelen willen bereiken? Ondanks dat de vraag aan de samenleving nu anders is, kunnen wij veel van de informatie en inzichten die in het traject van de omgevingsvisie zijn opgehaald ook gebruiken in de uitwerking naar de programma’s. et gaat dan om input die is verkregen in zowel de ophaalfase (441 straatinterviews, 25 groepsinterviews met in totaal ca.

60 maatschappelijke partijen, aparte interviews met jongeren, vlogs en gesprekken met leerlingen van het Griftland en de Carolusschool en ca. 15 ambtelijke interviews) als in de vervolgfase, waarin samen met de samenleving is nagedacht over ideeën en oplossingen voor de opgaven uit de ophaalfase. De vervolgfase startte destijds met de week van de Omgeving waarin fysieke en digitale workshops werden gehouden rondom allerlei verschillende thema’s (ca. 250 deelnemers, waaronder 50 jongeren) en die gevolgd werd door een (laagdrempelige) internetconsultatie met ruim 30 polls over verschillende onderwerpen (1965 uitgebrachte stemmen en 225 geschreven reacties) Omgevingsprogramma We willen met het omgevingsprogramma Water, riolering en klimaatadaptatie een bijdrage leveren aan de opgaven die in de Soester samenleving spelen. Van inwoners, belangenverenigingen en andere belangrijke stakeholders horen we graag welke knelpunten zij zien en welke oplossingen daarbij horen. We maken het beleid ten slotte niet voor onszelf. Daarnaast maken we ook graag gebruik van de ideeën van de mensen voor en met wie we dit allemaal doen. Integrale aanpak De participatie zetten we integraal op, voor alle zes de omgevingsprogramma’s tegelijk, omdat het traject tegelijk loopt en we deze optimaal met elkaar willen verweven.

Neemt niet weg dat de stakeholders per programma deels zullen verschillen, waardoor er voor diverse specifieke doelgroepen aparte bijeenkomsten nodig zullen zijn. Het voorstel is om een extern bureau in te schakelen voor het uitwerken en uitvoeren van de participatie. Vanuit de gemeente begeleidt de afdeling communicatie het traject, in nauwe afstemming met de regievoerder. Stakeholderanalyse: voor en met wie? We hebben helder wie onze stakeholders zijn. Specifieke groepen voor water, riolering en klimaatadaptatie zijn bestuurlijke partners zoals waterschap en provincie, bedrijven zoals

29

Vitens en natuurlijk bewoners(groepen). Ook hebben we inzichtelijk waar de overlap zit met stakeholders van andere programma’s. Bij water, riolering en klimaatadaptatie zijn dat voornamelijk de bewoners en op de leefomgeving georiënteerde groepen zoals IVN, Groei & Bloei e.d. Wat gaan we ophalen en hoe? We weten wie we welke vragen willen stellen. In onze participatie zoeken we ook naar de raakvlakken met de andere programma’s. aar thema’s elkaar raken, bundelen we de vragen zodat we onze stakeholders maar één keer bevragen en niet apart voor de verschillende thema’s Bewoners al bevraagd via inwonerpanel In 2020 is het inwonerpanel bevraagd over de rol van inwoners bij klimaatadaptatie en hun verwachtingen van de gemeenten voor dit onderwerp. Dit rapport is uitgangspunt voor de startnotitie. Uit de rapportage van het inwonerpanelonderzoek blijkt de rol van de gemeenten op het gebied van klimaatadaptatie (en water en riolering) te onbekend is. Zo is er bijvoorbeeld een wens om inwoners en bedrijven een (tijdelijk)platform te beiden waar ze overlast situaties in de openbare ruimte kunnen melden zonder dat er een acute oplossing nodig is. Hiermee krijgen we een beeld van de werkelijke prestaties van het stelsel. Het aantal meldingen (openbare ruimte) en klachten is behoorlijk laag. Investeren in dit soort instrumenten voor alleen dit beleidsveld was niet doelmatig.

In de samenwerking kan het wellicht wel. In samenwerking met de andere programma’s kan het inwonerspanel ook bevraagd worden over de plek van (grond)water in de leefomgeving. Bewoners – participatieplatform Denk mee over Naast het digitale inwonerpanel kunnen we ook ons digitale platform Denkmeeover.nl inzetten. ier kunnen inwoners zelf informatie vinden over de programma’s, hun mening achterlaten en die van anderen zien. Deze participatietool zetten we regelmatig succesvol in. Waar in het inwonerspanel gezocht wordt naar gedeelde waarden en de vraagstelling een meer gesloten (meerkeuze) karakter heeft, biedt Denk mee over alle ruimte voor creatieve en deskundige inbreng van inwoners. Op die manier combineren we de inbreng van mensen die géén bovenmatige interesse hebben in gemeentelijk beleid met de inbreng van specialisten, liefhebbers en andere belanghebbenden bij beleid. Ook draagt de tool bij aan de communicatie over het omgevingsprogramma Water, riolering en klimaatadaptatie. Trede op de participatieladder: raadplegen Adviesorganen – aansluiten bij vergadering Binnen de gemeente kennen we een tweetal ruimtelijke adviesorganen die advies geven over een breed scala van ruimtelijke aspecten bij vergunningen, bestemmingsplannen en beleid. Dit zijn de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de adviescommissie Milieu en Ruimte.

Vanuit de zes programma’s sluiten we aan bij een bijeenkomst van beide adviescommissies om hun advies in te winnen. Trede op de participatieladder: adviseren

30

Belangengroepen – themasessies We verwachten aan te sluiten bij themasessies georganiseerd worden door andere programma’s met stakeholders, zoals georganiseerde bewoners in belangengroepen gericht op natuur en milieu en grondbezitters en andere belangstellenden. Tijdens deze sessies verkennen wij wat er in het omgevingsprogramma zou moeten staan en mogelijke maatregelen die daarbij horen. Bij de themasessies zijn raadsleden welkom als toehoorder. Trede op de participatieladder: raadplegen Andere overheden – ambtelijke gesprekken We voeren ambtelijke gesprekken met waterschap, provincie Utrecht, gemeenten Amersfoort, Baarn en Zeist en Vitens. Uiteindelijk moeten we ervoor zorgen dat het beleid van de gemeente Soest goed aansluit op de keuzes die door andere overheden en beleidsmakers worden gemaakt. Waar nodig initiëren we bestuurlijke gesprekken. Trede op de participatieladder: adviseren

4.5 Procedures Vaststelling In lijn met de Omgevingswet stellen burgemeester en wethouders omgevingsprogramma’s vast (Omgevingswet artikel 3.4). De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast, zoals zij dat hebben gedaan in december 2021. Als op 1 januari 2024 (naar verwachting) de Omgevingswet in werking treedt, is er dus geen rol voor de raad bij de vaststelling van het programma. Indien de Omgevingswet niet in werking is getreden ten tijde van de vaststelling van het programma, dan stelt de raad het programma vast. omgevingsvisie Als het omgevingsprogramma aanleiding geeft tot het aanpassen van kaders uit de omgevingsvisie, dan vragen wij de raad dit vaststellen. Tegelijk met het omgevingsprogramma wordt ook het uitvoeringsprogramma vastgesteld. Ook dat is aan het college. Als voor de uitvoering meer geld nodig is dan nu beschikbaar, dan vragen wij de raad om meer budget. De gemeenteraad blijft gaan over de financiële kaders voor het uitvoeringsprogramma (het budgetrecht). Participatie Onder de Omgevingswet is participatie niet vrijblijvend. In het programma moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit.

Afstemmings- en consultatieverplichtingen In artikel 2.2 van de Omgevingswet staat: “Een bestuursorgaan houdt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet rekening met de taken en

31

bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af.” Dat betekent dat we bij het vaststellen van het programma met andere partijen in overleg moeten. Hoe we dat moeten doen wordt vrijgelaten. Bepalingen over mededelingen, toezendverplichtingen en overlegverplichtingen zijn geschrapt. Het Omgevingsbesluit vermindert het aantal procedurele bepalingen, waardoor procedures inzichtelijker worden. De procedurele bepalingen gaan uit van het vertrouwen tussen overheden. Oer-beoordelingsplicht In de analyse-fase onderzoeken we de Oer-beoordelingsplicht voor het omgevingsprogramma Water, riolering en klimaatadaptatie. Op het omgevingsprogramma mobiliteit is namelijk een Oer-beoordelingsplicht van toepassing. Die beoordeling moet plaatsvinden als het programma een kader biedt voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen. Waarschijnlijk komt uit die beoordeling dat geen plan-Oer-plicht geldt omdat het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én dat voor het programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. Publicatie Het programma zelf moeten we publiceren in het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Om dat te kunnen doen moeten we bij het maken van het programma gebruik maken van een nieuwe standaard, de Standaard officiële publicaties met Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten (STOP/TPOD). We moeten het programma publiceren via de ‘ andelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen’ (LVBB). Zienswijzen Bij het opstellen van een programma geldt de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat staat in artikel 16.27 lid 1 Omgevingswet. Dat betekent dat iedereen zienswijzen kan indienen, dus niet alleen belanghebbenden. Deze procedure duurt zes weken na publicatie van het ontwerpprogramma. Bezwaar en beroep Een omgevingsprogramma bindt alleen de gemeente zelf. Vanwege het zelfbindende karakter staat er geen beroep open tegen het besluit tot vaststelling van een programma (artikel 1 van bijlage 2 van de Awb).

4.6 Budget Voor riolering Soesterberg is in de voorjaarsnota € 350.000 beschikbaar gesteld voor onderzoeken en projectmanagement. Voor het onderdeel klimaatadaptatie is in 2021 € 35.000 beschikbaar gesteld. Voor het opstellen van het Omgevingsprogramma water riolering en klimaatadaptatie is 35.000 geraamd in het geactualiseerde kostendekkingsplan

32

4.7 Planning De planning voor dit omgevingsprogramma voorziet in een besluitvorming eind 2024. Vanwege de integrale aanpak van zes omgevingsprogramma moeten onderdelen van dit omgevingsprogramma aansluiten op de planning van de andere omgevingsprogramma’s In de onderstaande figuur is de planning van de andere omgevingsprogramma’s op hoofdlijnen samengevat. Voor nadere informatie over deze planning staat in de andere omgevingsprogramma’s.

Zie over het proces met de gemeenteraad ook de volgende paragraaf. De onderstaande tabel geeft de planning van dit omgevingsprogramma op hoofdlijn weer. In 2023 werken we aan de onderdelen klimaatadaptatie en de rioleringsopgave Soesterberg. De resultaten daarvan nemen we op in het omgevingsprogramma. Dit programma stellen we vast eind 2024. 2023

2024

Q1

Q2

Omgevingsprogramma

analyse

participatie

Klimaatadaptatie

analyse

Soesterberg

analyse

Q3

Q4

Q1

Q2

ontwerp

Q3

Q4

besluitvorming

analyse en evaluatie analyse/ontwerp

besluitvorming Bijdrage ontwerp

analyse

omgevingsprogramma

Soesterberg problematiek pakken we incrementeel aan. We analyseren van grof naar fijn en dat stuurt ook de mogelijke oplossingsrichtingen aan. Aangezien vooralsnog de meest duurzame oplossingsrichtingen hun grondslag vinden in samenwerking over gemeente, bestuurs en beleidsgrenzen zijn we sterk afhankelijk van successen van meerdere (gebieds)processen.

4.8 Communicatie Het doel van communicatie is: - informeren over het proces van totstandkoming

33

-

informeren over de inhoudelijke uitgangspunten van het programma informeren over de inhoudelijke opbrengst vanuit de participatie

Communicatieplan In de analysefase stellen we een communicatieplan op. Het plan is gericht op de communicatie over het op te stellen programma. Het plan zal ook een opstapje vormen voor de benodigde communicatie tijdens de uitvoering van het programma vanaf 2025 en verder. Gemeenteraad Met de omgevingsprogramma's wonen, werken, mobiliteit, energietransitie, water en groen wordt een groot deel van de ruimtelijke koers die de gemeenteraad heeft vastgesteld richting 2040 geconcretiseerd. We kunnen ons voorstellen dat er vanuit de gemeenteraad behoefte bestaat om dit proces op de voet te volgen om ook haar controlerende taak uit te kunnen voeren. Tijdens een informatiebijeenkomst in september 2023 presenteren we de uitkomsten van de analysefase en de participatiefase aan de gemeenteraad. Parallel aan de zienswijzenprocedure consulteren we de gemeenteraad in december 2023 over de ontwerpprogramma's, voordat het college van burgemeester en wethouders deze vaststelt. In maart 2024 komen we indien nodig terug bij de gemeenteraad voor vaststelling van onderdelen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het niet lukt om een programma binnen de nu voorgelegde kaders te ontwikkelen en daarop aanpassingen nodig zijn. Waar dat nodig is komen we ook via de P&C cyclus terug voor het beschikbaar stellen van aanvullend budget voor de uitvoering van de omgevingsprogramma's.

4.9 Uitvoering van het programma De kern van het programma zijn de uit te voeren maatregelen voor de komende periode. Een klein deel van het programma vormt de beleids, onderzoeks, communicatie en stimulerings maatregelen. Het overgrote deel van het programma betreft onderhouds en verbetermaatregelen die in de openbare ruimte gerealiseerd gaan worden. In de omgevingsvisie staat de verantwoordelijkheid en de rol van de gemeente. Vooralsnog is er geen noodzaak om af te wijken van de huidige verdeling van verantwoordelijkheden. Het omgevingsprogramma zal direct invloed hebben op: - Verordening rioolheffing - Hemelwaterverordening - Kostendekkingsplan rioolheffing - Bruidsschat omgevingswet (lozingen) - subsidieregeling afkoppelen - subsidieregeling groen dak - subsidieregeling regenton en compostvat - leidraad Fysieke leefomgeving - (op te stellen) omgevingsplan - nota kostenverhaal en nota bovenwijkse voorzieningen Het omgevingsprogramma zal indirect invloed hebben op beleid en uitvoering in openbare ruimte en ook in de particuliere ruimte.

34

De bekostiging van de uitvoering van het programma vindt voornamelijk grondslag in de rioolheffing. Via de reguliere planning en control cyclus informeren we de raad over de voortgang. In het vigerende rioleringsplan is een tussen en eind-evaluatie opgenomen, ook zijn er in het plan meetbare doelen opgenomen. Het is per definitie lastig om doelbereik te definiëren voor dit thema. De concrete prestaties van waterketen en watersysteem zijn vaak sterk gerelateerd aan het opgetreden weer.

35

5 Bijlagen 5.1 Kader voor water, riolering en klimaatadaptatie in omgevingsvisie In paragraaf 5.8 B Klimaatbestendige omgeving en toekomstgericht watersystemen staat de visie water, riolering en klimaatadaptatie van de gemeente Soest. Voor een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. We sluiten lozingen van huishoudelijk afvalwater van alle percelen aan op vuilwaterriool of een andere publieke voorziening, zodat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Het bedrijfsmatig afvalwater wordt ingezameld en verwerkt als er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Als dit wel het geval is, dan worden voorwaarden gesteld aan de lozing op de riolering. We scheiden zoveel mogelijk vuilwater en schoonwater. Zo blijft schoon water schoon. Bij afkoppelen geldt de voorkeursvolgorde (eerst benutten, dan via infiltratie in de bodem, dan directe afvoer naar het oppervlaktewater, dan afvoer via het maaiveld en tenslotte afvoer via een regenwaterriool). In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie.

Wij richten ons samen met het waterschap op geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersysteem, het meer robuust maken van de retentiegebieden en het behalen van de KRW-doelen voor KRWwaterlichamen in 2027. We willen de waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik (zwemwater, vaarwater, viswater) en we beperken zoveel mogelijk emissie uit de afvalwaterketen naar het watersysteem, voor zover dit op een doelmatig wijze mogelijk is. Voor een doelmatig beheer van de afvalwaterketen en het optimaal functioneren van de zuivering scheiden we vuilwater en schoonwater. Hierdoor vinden overstorten minder vaak plaats en de impact van overstortingen op de waterkwaliteit is kleiner. Ook is water-op-straat bij hevige regen minder vervuild. Het aantal overstortingen is zo laag als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. Foutieve aansluitingen op het hemelwaterstelsel voorkomen we en in bestaande situaties reduceren we deze zoveel mogelijk. We passen de best mogelijke techniek toe bij inzamelen en transport afvalwater. Tot slot passen we het principe toe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt. Als gemeente streven we samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt.

Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden: Bij korte hevige én bij langdurige neerslag: • Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes zo lang mogelijk toegankelijk. • Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk, bij hevige buien • Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer. • Ondervindt bebouwing incidenteel schade bij extreme buien. • Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval. • orden onveilige situaties zoals o.a. het onderlopen van onderdoorgangen zoveel mogelijk voorkomen.

36

Bij een lange periode van droogte: • Blijft schade aan openbaar groen beperkt. • Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit, voor recreatief gebruik en biodiversiteit. Bij langdurige hitte: • ordt hittestress bij kwetsbare groepen zo veel mogelijk voorkomen. • ordt opwarming van drinkwater tijdens transport en distributie in het leidingnet voorkomen. • Vinden mens en dier verkoeling in groene plekken Bij overstromingen: • orden gevolgen beperkt door waterrobuuste bouw en inrichting • orden gevolgen beperkt door voldoende beschikbaarheid voor schuillocaties en mogelijkheden voor evacuatie. Om dit te bereiken werken we aan klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte (o.a. tuinen en (parkeer)terreinen) en het watersysteem. Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeenten en het waterschap en voor projecten van anderen: bewoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties. Dat betekent ook dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut. Om te kunnen anticiperen op klimaatverandering en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen gaan we anders om met regenwater.

We houden het water zoveel mogelijk vast waar het valt en hergebruiken het zoveel mogelijk. Water dat we niet kunnen vasthouden en hergebruiken laten we bij voorkeur oppervlakkig afstromen. De afstroming vindt plaats naar laagteberging, waar het geen schade oplevert. Vanuit deze voorziening vindt infiltratie naar het grondwater plaats of (vertraagde) afvoer naar het oppervlaktewatersysteem. Het watersysteem voldoet aan de provinciale normen voor de afvoer- en bergingscapaciteit. Gemeenten en waterschappen bepalen samen in hoeverre zogenaamde vasthoudmaatregelen buiten het watersysteem (tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte) nuttig en nodig zijn in relatie tot de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit in het watersysteem. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten en baten van investeringen het uitgangspunt. Bij (ver)nieuwbouw is sprake van een klimaatbestendige bouw en inrichting, met zo min mogelijk afwenteling naar de omliggende percelen. We gaan bij de inrichting zo veel mogelijk uit van het van nature aanwezige watersysteem. We passen de functie aan het watersysteem en niet het watersysteem aan de functie. We manipuleren de grondwaterstand en het grondwaterregime niet (of minimaal) om een ontwikkeling of specifieke gebruiksfunctie mogelijk te maken (geen onderbemalingen, minimale toepassing van drainage).

In de bebouwde omgeving leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten. We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking en het gebruik van de juiste bouwmaterialen. Ook houden wij bij de inrichting van de ondergrond rekening met het risico van opwarming van drinkwater in het leidingnet onder verharde oppervlakken.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2174674b-8424-4c6c-95fd-c1399bff1a76