CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 4 Aanpassing GTK onderuitputting loonkosten en kapitaallasten

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 25 juni 2026, gemeente SoestBij agendapunt: Kaderbrief 20271.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanpassing GTK onderuitputting 11 mei 2026 Artikel 7.2.2 Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen en onderuitputting (huidig GTK 2020 artikel 7.8) Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten, beoordeelt de toezichthouder op hardheid en haalbaarheid. Ook wordt beoordeeld of ze binnen de termijn van de raming gerealiseerd worden. Het is noodzakelijk dat de ramingen hiervan reëel zijn onderbouwd. Het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en ten minste op programmaniveau zijn ingevuld. Als naar het oordeel van de toezichthouder de taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen of onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten onvoldoende reëel zijn ingevuld, worden de begrotingssaldi hierop negatief bijgesteld. Ook ervaringen met eerdere bezuinigingsmaatregelen worden in de beoordeling betrokken. Deze bijstelling kan tot gevolg hebben dat de begroting en meerjarenraming naar het oordeel van GS niet structureel en reëel in evenwicht zijn. Voor een nadere toelichting op de begrippen taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en stelposten wordt verwezen naar de begrippenlijst in bijlage 3.

Onderuitputting In deze aanpassing zijn de specifieke stelposten onderuitputting van loonkosten en van kapitaallasten, zoals door de Commissie BBV in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten 2026 opgenomen, nader uitgewerkt. Een algemene stelpost onderuitputting is naar ons oordeel niet reëel. Toestaan van een stelpost is altijd naar oordeel van de toezichthouder. Stelpost onderuitputting van loonkosten Het uitgangspunt is het ramen van reële loonkosten. Alleen bij uitzondering kan onderuitputting van loonkosten worden begroot. In het geval dat de gemeente de stelpost onderuitputting van loonkosten wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen (op basis van de vastgestelde formatie) en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de realisatiecijfers en de raming van externe inhuur worden meegenomen. In de laatste jaarschijf van de meerjarenraming moet de stelpost zijn afgebouwd. Om een stelpost onderuitputting loonkosten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met de toezichthouder noodzakelijk. Stelpost onderuitputting van kapitaallasten Het uitgangspunt blijft realistisch begroten. De stelpost kan alleen betrekking hebben op nieuwe investeringen waarvan de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen.

Voor de investeringen waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit een dekkingsreserve kapitaallasten of via een kostendekkende exploitatie riolering en afvalinzameling is geen stelpost mogelijk. Naar het oordeel van de toezichthouder is een stelpost onderuitputting van kapitaallasten uitsluitend reëel op basis van historische realisatiegegevens van de laatste twee vastgestelde jaarrekeningen en bedraagt deze maximaal 20% van de geraamde kapitaallasten van nieuwe investeringen. Als een gemeente de stelpost onderuitputting van kapitaallasten wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de investeringsplanning en de historie worden meegenomen. Bij de beoordeling betrekt de toezichthouder een eventueel negatief structureel rekeningsaldo. Om een stelpost onderuitputting van kapitaallasten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met de toezichthouder noodzakelijk. Definitie onderuitputting in de begrippenlijst Er is sprake van onderuitputting wanneer er minder lasten worden gerealiseerd dan begroot. Dit wordt ook wel onderschrijding van de begroting genoemd. Artikel 189 lid 2 van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting

1 van 3

structureel en reëel sluitend hoort te zijn. Vanuit dit uitgangspunt wordt het opnemen van een algemene stelpost voor onderuitputting niet wenselijk geacht, omdat dit kan wijzen op een onvoldoende realistische raming. Specifieke stelposten onderuitputting kunnen daarentegen passend zijn, mits deze goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van historische patronen ter ondersteuning van de onderbouwing. Bijlage 2 Rekenvoorbeeld onderuitputting van kapitaallasten De norm van de maximale toegestane onderuitputting van kapitaallasten van 20% is afgeleid van de macro IV3rapportage voor de kostensoort afschrijvingen over de jaarrekening 2024 van de gemeenten. Deze is aangevuld met de rentecomponent en de inschatting van de investeringen in rioleringswerken en investeringen gedekt door de reserve kapitaallasten. Voor de berekening van de onderuitputting van kapitaallasten gaan we uit van nieuwe investeringen van het begrotingsjaar t-1. Aangenomen mag worden dat eerdere investeringen zijn gerealiseerd of opnieuw zijn gepland. Op de volledige kapitaallasten dient het volgende gecorrigeerd te worden: • De bijdrage uit de reserve kapitaallasten; • De afwijkingen op kapitaallasten van riool- en afvalinvesteringen die indirect worden gedekt worden via egalisatievoorzieningen.

De meeste gemeenten gebruiken de methodiek waarbij de afschrijving start in het eerstvolgende begrotingsjaar na de investering. Afhankelijk van het gekozen startmoment van afschrijving zijn de nieuwe kapitaallasten van begrotingsjaar t gebaseerd op de investeringen van begrotingsjaar t-1. Door vertraging in de uitvoering van investeringen in begrotingsjaar t-1 treedt onderuitputting op in de nieuwe kapitaallasten in begrotingsjaar t. Het is niet aannemelijk dat deze onderuitputting vanuit begrotingsjaar t-1 ook in latere begrotingsjaren optreedt en daarmee een structureel karakter krijgt. Dat geldt wel voor de investeringen uit begrotingsjaar t die door vertraging in de uitvoering kunnen leiden tot onderuitputting kapitaallasten in het begrotingsjaar t+1. Dit geldt op dezelfde manier voor latere investeringsjaren.

Fictief investeringsplan 2026-2030 Uitgangspunten: • Gemiddelde afschrijvingsduur van 20 jaar • Rente van 3% • Afschrijving start in het jaar volgend op het investeringsjaar • Rente in het investeringsjaar is ½ * 3% (aanname: investeringen worden gedurende het gehele jaar gestart) 2026

2027

2028

2029

2030

Investeringen Waarvan ten laste van reserve kapitaallasten Waarvan ten laste van gesloten riool/afvalexploitatie

20.000.000

18.000.000

30.000.000

25.000.000

42.000.000

-2.000.000

-3.000.000

-4.000.000

-4.500.000

-5.000.000

-2.000.000

-2.000.000

-2.500.000

-3.000.000

-3.500.000

Resterende investeringen

16.000.000

13.000.000

23.500.000

17.500.000

33.500.000

Programmabegroting

2027

2028

2029

2030

2031

800.000

650.000

1.175.000

875.000

1.675.000

480.000

390.000

705.000

525.000

1.005.000

195.000

352.500

262.500

502.500

0

Totaal kapitaallasten investeringen t-1

1.475.000

1.392.500

2.142.500

1.902.500

2.680.000

Maximale onderuitputting à 20%

295.000

278.500

428.500

380.500

536.000

Afschrijving volgend uit vorig investeringsjaar Rente volgend uit vorig investeringsjaar Rente uit lopend investeringsjaar

2026

240.000

2 van 3

Toelichting: • De investeringen 2026 (netto € 16 mln) leiden tot kapitaallasten in 2027 van € 1.475.000; • De investeringen 2027 (netto € 13 mln) leiden tot kapitaallasten in 2028 van € 1.392.500; • De investeringen 2028 (netto € 23,5 mln) leiden tot kapitaallasten in 2029 van € 2.142.500; • De investeringen 2029 (netto € 17,5 mln) leiden tot kapitaallasten in 2030 van € 1.902.500; • De toegestane onderuitputting bedraagt maximaal 20% van de nieuwe investeringen van het vorige boekjaar. De onderuitputting werkt niet cumulatief door en moet worden onderbouwd op basis van de laatste twee jaarrekeningen.

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=dfc0167a-a543-4812-8aa5-6be44c313170