CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 3 Evaluatierapport minimaregelingen Soest

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 21 mei 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Verordening Individuele Inkomenstoeslag 20257.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Evaluatierapport minimaregelingen Soest

Bestaanszekerheid in beeld: samen voor een zorgzaam en veerkrachtig Soest

Versie versienummer 06-01-2025

2

Samenvatting In Soest leefden in 2023 naar schatting ongeveer 1.140 inwoners (2,4%) onder de armoedegrens. Daarnaast heeft ongeveer 9% van de huishoudens een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm), wat neerkomt op 1.875 huishoudens. Ongeveer 900 kinderen groeien op in huishoudens met een laag inkomen. Belangrijkste Bevindingen: •

•

•

Bereik en Effectiviteit: o Het bereik van de minimaregelingen is in 2023 gestegen ten opzichte van 2022. o Meer kinderen maken gebruik van regelingen zoals Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. o De regelingen zorgen voor meer besteedbaar inkomen, helpen de armoedeval tegen te gaan en bieden financiële ruimte voor deelname aan activiteiten. o Toename van het inkomenstekort onder werkenden: gemiddeld 23% tekort, vergeleken met 6% voor mensen met een bijstandsuitkering. Uitdagingen: o Administratieve lasten en complexe aanvraagprocedures vormen een drempel. o Samenwerking tussen formele en informele partners kan beter worden afgestemd. o Bekendheid en vindbaarheid van de regelingen zijn niet optimaal, wat leidt tot onderbenutting door de doelgroep. Ervaringen van inwoners: o Inwoners waarderen de regelingen, maar noemen uitdagingen zoals hoge kosten (energie, zorg, huur) en ingewikkelde aanvraagprocedures. o Angst voor terugvordering belemmert aanvragen. Ook wordt betere communicatie en een “gemeentegids” gemist.

Aanbevelingen: • Toegankelijkheid verbeteren: Maak minimaregelingen zichtbaar en zorg voor een laagdrempelige toegang met eenvoudige aanvraagmogelijkheden, duidelijke informatie en passende ondersteuning dicht bij de inwoner. • Processen vereenvoudigen: Digitaliseer waar mogelijk, maar bied ook papieren alternatieven. • Samenwerking versterken: Creëer een platform voor overleg en kennisdeling tussen formele en informele partners. • Verhoog de inkomensgrens van de inkomenstoeslag: Verhoog de grens naar 130% om de armoedeval te voorkomen en werkende armen te ondersteunen. • Bekendheid en bereik vergroten: Communiceer duidelijk en benader inwoners en organisaties proactief met informatie over de minimaregelingen. • Bereik werkende armen: Zet in op gerichte communicatie, samenwerking met werkgevers en specifieke ondersteuning en hulp bij aanvragen. • Inzicht in ‘werken loont’: gebruik tools die financiële voordelen bij werken inzichtelijk maken om inwoners te ondersteunen in de stap naar (meer) werk Conclusie: De minimaregelingen dragen bij aan het vergroten van de bestaanszekerheid en sociale participatie in Soest, maar er blijft ruimte voor verbetering. Toegankelijkheid, bekendheid en samenwerking kunnen verder worden versterkt.

Door inzicht te krijgen in de behoeften en drempels die inwoners ervaren, kunnen we inzetten op het beter bereiken van deze inwoners en zorgen voor meer impact. Met het uitvoeren van de aanbevelingen we willen we de regelingen effectiever maken en samen met inwoners en netwerkpartners zorgen dat meer mensen de juiste ondersteuning ontvangen die nodig is.

3

Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................................................................................................................... 4 Leven met een laag inkomen ................................................................................................................................................................................................ 5 1.1

Definitie armoede .......................................................................................................................................................................................... 5

1.2

Armoedecijfers in Soest ............................................................................................................................................................................... 6

1.3

Huishoudens in Soest met een laag inkomen (130% Wsm) ............................................................................................................ 6

1.4

Kinderen ............................................................................................................................................................................................................ 7

1.5

Gevolgen van leven met een laag inkomen .......................................................................................................................................... 7

1.6

Verantwoordelijkheid Rijk-Gemeente...................................................................................................................................................... 7

Minimaregelingen Soest......................................................................................................................................................................................................... 8 1.7

Welke minimaregelingen zijn er in Soest? ............................................................................................................................................. 8

1.8

Overige initiatieven........................................................................................................................................................................................ 8

1.9

Het bereik van de regelingen ..................................................................................................................................................................... 9

1.10

Vergelijking bereik Soest met landelijke gemiddelden ..................................................................................................................... 9

1.11

Effectmeting van deze regelingen .......................................................................................................................................................... 10

Ontmoeten Verbinden en Versterken .............................................................................................................................................................................. 11 1.12

Hoe gaat het nu? .......................................................................................................................................................................................... 11

1.13

Wat kan beter? .............................................................................................................................................................................................. 12

1.14

Wat kunnen we doen? ................................................................................................................................................................................ 12

1.15

Ervaringen inwoners Soest ........................................................................................................................................................................ 12

1.15.1

Aanpak onderzoek.......................................................................................................................................................................... 13

1.15.2

Resultaten Interview inwoners.................................................................................................................................................... 13

1.15.3

Resultaten vragenlijst .................................................................................................................................................................... 14

Conclusie ................................................................................................................................................................................................................................... 15 1.16

Positieve effecten van het minimabeleid.............................................................................................................................................. 15

1.17

De minimaregelingen dragen bij aan de opgaven van de Integrale Visie Sociaal Domein ................................................. 16

1.18

Uitdagingen toegankelijkheid en uitvoering....................................................................................................................................... 16

1.19

Armoede onder werkenden ...................................................................................................................................................................... 17

1.20

Landelijke ontwikkelingen en hun impact op lokale minimaregelingen.................................................................................... 17

Aanbevelingen ......................................................................................................................................................................................................................... 18 Bijlagen ....................................................................................................................................................................................................................................... 19 1.21

Minimaregelingen Soest ............................................................................................................................................................................ 19

1.22

Uitgiftepunten menstruatieproducten in Soest ................................................................................................................................. 20

1.23

Inkomenseffect per huishoudtype .......................................................................................................................................................... 21

1.24

Bijeenkomst (in)formele partners: Ontmoeten Verbinden en Versterken ................................................................................. 25

1.25

Resultaten vragenlijst .................................................................................................................................................................................. 26

4

Inleiding In Soest werken we actief aan het bestrijden van armoede en het vergroten van de bestaanszekerheid inwoners. Het bieden van inkomenszekerheid door inwoners zonder werk te begeleiden naar een baan, is daar een belangrijk onderdeel in. Als dat niet lukt of als het inkomen laag is, bieden we ondersteuning door middel van minimaregelingen. Minimaregelingen spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van mensen met een laag inkomen. Deze regelingen maken het mogelijk om deel te nemen aan sociale activiteiten, sport en cultuur en onverwachte kosten te kunnen opvangen. Bovendien dragen de regelingen bij aan het tegengaan van kansongelijkheid door ervoor te zorgen dat iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond, gelijke kansen krijgt om mee te doen en zich te ontwikkelen. Met deze evaluatie onderzoeken we de effectiviteit van de minimaregelingen. We kijken naar de vraag of de regelingen de juiste mensen bereiken, of ze bijdragen aan het verbeteren van hun situatie, en of ze voldoen aan de opgaven en doelstellingen die zijn vastgelegd in de visie Sociaal Domein (Gemeente Soest, 2024-2028). Deze visie richt zich op het versterken van de eigen kracht van inwoners, het inzetten op preventie en het bevorderen van gelijke kansen en inclusieve samenleving, waarbij iedereen de mogelijkheid heeft om volwaardig mee te doen.

We onderzoeken ook hoe inwoners en professionals de toegankelijkheid en uitvoering van de regelingen ervaren. Is het voor mensen duidelijk waar zij recht op hebben, en kunnen ze de regelingen eenvoudig aanvragen? In dit rapport presenteren we de bevindingen en geven we aanbevelingen voor verbetering. Het doel is om inzicht te bieden in wat goed werkt en waar verbetering nodig is, zodat de minimaregelingen nog beter kunnen bijdragen aan de bestaanszekerheid van mensen met een laag inkomen Bij deze evaluatie hebben we de inwoners en maatschappelijke partners betrokken. Ook hebben we verschillende vrijwilligers en sleutelfiguren uit de wijken gevraagd om mee te denken. Ons uitgangspunt is dat we samen met inwoners en betrokken partijen ons willen inzetten voor een zorgzaam en veerkrachtig Soest. In de tabel hieronder is weergegeven welke documenten en methode is gebruikt voor deze evaluatie. Methode Minima-effectrapportage (KWIZ) Armoedescan (KWIZ) Gesprekken met formele en informele partners, (vrijwilligersorganisaties en sleutelfiguren) Vragenlijst onder inwoners en persoonlijk gesprek met inwoners Analyse van onderzoeken en (interne) beleidsdocumenten Tabel 1 Onderzoeksmethode

Bereik

Effectiviteit ✔

Toegankelijkheid

✔ ✔

✔

✔

✔

✔

✔

✔

✔

✔

5

Leven met een laag inkomen In Soest verstaan we onder een” laag inkomen” het hebben van een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (hierna Wsm)1. Het is belangrijk om daarbij te noemen dat een laag inkomen niet alleen voorkomt bij mensen met een uitkering zoals de bijstand. Uit onderzoek (Centraal Bureau voor de Statistiek, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau , 2024) is gebleken dat steeds meer werkende mensen moeten rondkomen van een laag inkomen. Ook inwoners met een laag besteedbaar inkomen rekenen we tot de doelgroep. Dit kan het geval zijn bij mensen die een lager besteedbaar inkomen omdat zij in de schuldhulpverlening zitten.

1.1

Definitie armoede

Recent hebben het CBS, SCP en Nibud een nieuwe definitie van armoede geïntroduceerd. Naast het inkomen van huishoudens wordt nu ook gekeken naar hun werkelijke uitgaven, zoals woon- en energiekosten, en het beschikbare vermogen zoals spaargeld. Volgens deze nieuwe methode is er in 2023 een daling in het aantal mensen die in armoede leven. Deze cijfers hebben wel een toelichting nodig. Het percentage is lager dan eerdere jaren, maar de ernst van de armoede is toegenomen. De daling van de armoedecijfers hebben ook te maken met de (tijdelijke) ondersteunende maatregelen van de overheid. Opvallend in de cijfers over armoede in Nederland is het toenemende inkomenstekort onder werkenden. (Centraal Bureau voor de Statistiek, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau , 2024)

540.000 mensen leefden onder de armoedegrens in 2023 (3.1% t.o.v. 7,1% in 2018). 1,2 miljoen mensen had een inkomen net boven de armoedegrens en weinig tot geen financiële buffer. Deze mensen bevinden zich in een kwetsbare positie. Het gemiddelde inkomenstekort steeg van 10% in 2018 naar 16% in 2023. 1 op de 3 mensen in armoede was langdurig arm.

Figuur 1 Armoedecijfers Nederland

Het Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm) is het door de overheid vastgestelde minimumbedrag om in basisbehoeften te voorzien, afhankelijk van leefsituatie en jaarlijks aangepast. 1

6

1.2

Armoedecijfers in Soest

Ook in Soest heeft de nieuwe rekenmethode van het CBS invloed op de cijfers over armoede. In 2022 werd het aantal inwoners onder de armoedegrens volgens deze methode geschat op 1080 inwoners en in 2023 is het aantal inwoners onder de armoedegrens geschat op 1140. Het betreft hier een (lichte) stijging van 0,1%.

In Soest leefden in 2023 afgerond 1140 inwoners onder de armoedegrens. In 2022 was dit aantal geschat op 1080 inwoners Dat is 2,4 procent van alle inwoners, in 2022 was dit percentage 2,3%. Het armoedepercentage is daarmee (licht) gestegen met 0,1% ten opzichte van 2022.

Figuur 2 Armoedecijfers Soest

Het aantal inwoners onder de armoedegrens in Soest is naar verhouding wel lager dan gemiddeld in Nederland volgens de cijfers van het CBS. Een conclusie verbinden aan deze cijfers is echter (nog) niet mogelijk, omdat je pas iets van een trend kunt zien als er meerdere jaren met deze nieuwe methode wordt gewerkt en vergeleken. Zoals hierboven ook vermeld is, is het verhaal achter de cijfers belangrijker om een conclusie of analyse te kunnen verbinden.

1.3

Huishoudens in Soest met een laag inkomen (130% Wsm)

In Soest heeft naar schatting 9% van alle huishoudens een inkomen tot 130% van het Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm). Dit komt neer op 1.875 huishoudens. 2 Deze groep bestaat uit een mix van huishoudens die afhankelijk zijn van verschillende inkomensbronnen, waaronder bijstand (Participatiewet), AOW-uitkeringen en overige inkomens zoals werk of WW. Onderstaande tabel geeft een overzicht van deze verdeling Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal 2

100% Wsm Aantal

100% Wsm Aandeel

130% Wsm Aantal

130% Wsm Aandeel

680 200 220 1.100

62% 18% 20% 100%

680 500 695 1.875

36% 27% 37% 100%

580 150 205

52% 13% 18%

990 220 390

53% 11% 21%

185

17%

275

15%

1.100

100%

1.875

100%

Schatting op basis van de Armoede index KWIZ

7

Tabel 2 Verdeling inkomstenbronnen en huishoudtypes

1.4

Kinderen

In Soest wonen in totaal 9.181 kinderen onder de 18 jaar. Ongeveer 900 van hen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). In de tabel hieronder een overzicht van de verdeling naar inkomenscategorie 3

Inkomenscategorie Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal kinderen 600 725 800 900

Percentage 6,5% 7,9% 8,7% 9,8%

Tabel 3 Kinderen in Soest naar Inkomenscategorie

1.5

Gevolgen van leven met een laag inkomen

Leven met een laag inkomen heeft grote gevolgen. Het brengt stress met zich mee, leidt vaak tot een slechtere gezondheid en kan mensen in de schulden drijven. Daarnaast zorgt het voor een negatief zelfbeeld en sociaal isolement. Soms ontstaan hierdoor psychische problemen, of worden bestaande klachten verergerd. De impact is niet alleen voelbaar voor individuen, maar ook voor de samenleving. Zoals de Commissie Sociaal Minimum (Commisie Sociaal Minimum, 2023) vorig jaar benadrukte, leidt dit tot onbenut talent en stijgende kosten in de gezondheidszorg. Ook versterkt het de ongelijkheid in kansen, bijvoorbeeld doordat kinderen in armoede vaker onderwijsachterstanden oplopen (SCP, 2021).

1.6

Verantwoordelijkheid Rijk-Gemeente

De landelijke overheid heeft de grondwettelijke verantwoordelijkheid om bestaanszekerheid te waarborgen, maar in de praktijk komt deze taak steeds vaker bij gemeenten terecht. Ook in Soest zien we dat steeds meer inwoners moeite hebben om rond te komen door stijgende kosten en complexe regelingen. Hoewel het Rijk (tijdelijke) maatregelen neemt, zoals de energietoeslag en koopkrachtreparaties onder andere bij de toeslagen, zijn deze vooral gericht op de korte termijn en lossen ze de onderliggende problemen niet op. Hierdoor neemt de druk op de gemeentelijke ondersteuning toe, terwijl de beschikbare middelen en capaciteit beperkt zijn. Als gemeente Soest staan we dicht bij onze inwoners en hebben we beter zicht op hun persoonlijke situaties en behoeften. Dit stelt ons in staat om maatwerk te bieden, maar structurele oplossingen vragen om een gezamenlijke aanpak met de landelijke overheid. Zonder heldere kaders en lange termijnoplossingen dreigen we vast te lopen in het bestrijden van symptomen in plaats van oorzaken. Dit terwijl bestaansonzekerheid niet alleen zorgt voor financiële problemen, maar ook leidt tot stress, gezondheidsschade en maatschappelijke uitval. Desondanks blijft het voor de gemeente Soest van groot belang om inwoners die het moeilijk hebben te blijven ondersteunen.

Het bieden van hulp en perspectief draagt bij aan een sociaal sterke en weerbare gemeenschap, waarin iedereen de kans krijgt om mee te doen. Het VNG pleit in haar rapport ‘Bestaanszekerheid als belofte’ (VNG, 2023) voor structurele oplossingen, waaronder een sociaal minimum dat toereikend is om van te leven, vereenvoudiging van het toeslagenstelsel en het herstel van vertrouwen tussen overheid en inwoners. Daarnaast wordt gepleit voor een betere samenwerking tussen Rijk en gemeenten waar structurele oplossingen en maatwerk centraal staan. Alleen door deze gezamenlijke inzet kan bestaanszekerheid structureel worden gewaarborgd.

3

De cijfers zijn schattingen, gebaseerd op data van CBS, de gemeente en onderzoekscijfers van KWIZ.

8

Minimaregelingen Soest 1.7

Welke minimaregelingen zijn er in Soest?

Hieronder is een overzicht te zien van de beschikbare minimaregelingen en hun doelstellingen. In Bijlage 1 is een meer gedetailleerde tabel opgenomen met informatie over de voorwaarden en bijbehorende bedragen.

1.8

Overige initiatieven

Naast deze regelingen werken we in Soest ook aan het bestrijden van menstruatiearmoede en energiearmoede. Zo werken we samen met team leefomgeving aan initiatieven om energiearmoede aan te pakken, zoals het verkennen van een collectief energieaanbod voor mensen met een laag inkomen. In mei 2023 zijn we, samen met het Armoedefonds, gestart met een lokale aanpak van menstruatiearmoede. Het Armoedefonds heeft inmiddels 9 uitgiftepunten gerealiseerd in Soest, waar gratis menstruatieproducten beschikbaar worden gesteld. In Bijlage 2 is een kaart opgenomen van de locaties van de uitgiftepunten.

9

1.9

Het bereik van de regelingen

De grafiek hieronder toont het verschil in bereik van verschillende minimaregelingen tussen 2022 en 2023. Het aantal gebruikers is weergegeven in twee tinten groen: lichtgroen voor 2022 en donkergroen voor 2023.

In deze grafiek is duidelijk te zien dat de meeste regelingen in 2023 een hoger bereik hebben dan in 2022. Alleen bij de kwijtschelding gemeentelijke belastingen is er sprake van een daling in 2023.

1.10 Vergelijking bereik Soest met landelijke gemiddelden De landelijke gemiddelden zijn samengesteld uit data van monitors zoals het Jeugdfonds en Stichting Leergeld, en analyses uit de Armoedescan van KWIZ, waarin CBS-data en gegevens van vergelijkbare gemeenten zijn verwerkt. Deze cijfers geven een goed beeld, maar een directe vergelijking is lastig, omdat gemeentelijke regelingen en doelgroepen vaak verschillen per gemeente zo. De tabel hieronder laat zien dat het bereik in Soest grotendeels in lijn ligt met de landelijke gemiddelden.

Regeling

Bereik Soest (2023)

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eigen Risico (CER) Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Minimafonds

68%

Landelijk gemiddeld bereik (2023) 70-75%

42,9% 47%

Onbekend 45-50%

37%

35-40%

42%

40-45%

Tabel 4 bereik t.o.v. landelijke gemiddelden

10

Het is belangrijk om niet alleen het bereik van regelingen te vergelijken, maar ook te kijken naar de factoren die het daadwerkelijke gebruik beïnvloeden. Bereik laat zien hoeveel mensen van een regeling gebruikmaken, maar vertelt niets over bijvoorbeeld de drempels die mensen ervaren om hulp te vragen. Uit het onderzoeksrapport “Zien, luisteren en helpen” (Sociaal en cultureel planbureau, 2024)blijkt dat schaamte, gebrek aan kennis of vertrouwen in instanties en ingewikkelde regels vaak barrières zijn. Dit is ook vaak de groep mensen die geen gebruik maakt van de regelingen, ondanks dat ze er wel mee bekend zijn. Dat vergt inzicht en een andere aanpak, zodat het vergroten van het bereik ook echt impact heeft.

1.11 Effectmeting van deze regelingen In 2022 heeft het onderzoeksbureau KWIZ een onderzoek gedaan naar het inkomenseffect van de minimaregelingen. (KWIZ, 2022) Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten

De minimaregelingen in Soest zorgen voor meer besteedbaar budget Uit de meting van Kwiz blijkt dat effect van de regelingen is dat huishoudens meer besteedbaar budget overhouden. Dit budget bepaalt of zij kunnen deelnemen aan sociale activiteiten, zoals sport, cultuur of een dagje uit. Deze meting laat zien dat de inkomensgroei tussen 100% en 130% Wsm positief is, maar de hoogte hiervan kan verschillen per type huishouden. In bijlage 3 zijn de overzichten van de effectmeting op inkomensgroei per huishoudtype opgenomen.

Werken loont Het effect van het minimabeleid is tot 130% Wsm zichtbaar in een duidelijke inkomensgroei, mits inwoners gebruikmaken van alle toeslagen en minimaregelingen waar zij recht op hebben. Alleenstaanden en alleenstaande ouders profiteren het meest, met een groei tot 18% boven bijstandsniveau. Tussen 130% en 140% Wsm blijft het inkomen groeien, maar minder hard door de afbouw van landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Tussen 140% en 150% Wsm is er nog steeds een lichte groei, hoewel deze verder afvlakt. De invloed op rijksregelingen zoals toeslagen ligt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente Soest. Wel kunnen wij een wezenlijke bijdrage leveren door inwoners te ondersteunen via initiatieven zoals het Geld op Orde Soest-spreekuur. Hier worden inwoners geïnformeerd en geholpen bij het aanvragen en wijzigen van toeslagen en minimaregelingen. Angst voor terugbetaling maakt dat inwoners terughoudend kunnen zijn met het aanvragen van toeslagen en/of ondersteunende regelingen, wat hen kan belemmeren om stappen naar werk of meer werken te zetten. Goede voorlichting en ondersteuning is daarom essentieel. Werken loont, mits het voor inwoners inzichtelijk is welke financiële gevolgen er zijn, weten welke regelingen er zijn en hoe zij toeslagen op de juiste manier kunnen aanvragen/wijzigen.

Meer inwoners in Soest doen mee Naast de inkomensgroei en het beschikbaar budget als effectmeting, kijken we ook naar het aantal inwoners dat gebruik maakt van de regelingen om mee te doen in de samenleving. Uit deze evaluatie blijkt dat steeds meer inwoners in Soest gebruik maken van minimaregelingen, wat hun deelname aan de samenleving vergroot. Dit is zichtbaar in de toename van het aantal kinderen dat deelneemt aan sport- en cultuuractiviteiten via het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In 2023 maakten meer kinderen gebruik van deze regeling dan in 2022, wat aangeeft dat gezinnen met een laag inkomen vaker in staat zijn om hun kinderen te laten meedoen aan sociale en culturele activiteiten. Ook het aantal kinderen dat ondersteuning ontvangt van Stichting Leergeld is toegenomen. Deze organisatie biedt hulp bij schoolgerelateerde kosten zoals een fiets, laptop of andere benodigdheden. Hierdoor wordt voorkomen dat kinderen vanwege financiële beperkingen achteropraken en wordt hun deelname aan onderwijs en andere ontwikkelingsactiviteiten gestimuleerd.

11

Het Minimafonds biedt inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om zelf te kiezen welke sociale, culturele, sport- of educatieve activiteit zij willen ondernemen. Hoewel het gebruik van het Minimafonds is toegenomen, is het effect op daadwerkelijke deelname aan de samenleving niet direct meetbaar. Wel biedt het fonds meer keuzevrijheid en flexibiliteit, waardoor inwoners activiteiten kunnen ondernemen die aansluiten bij hun persoonlijke behoeften en interesses. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren aan het gevoel van betrokkenheid en sociale participatie, al is dat niet altijd eenduidig in cijfers te vangen. Daarnaast is in september 2023 het Volwassenenfonds gestart, dat financiële ondersteuning biedt voor deelname aan sport- en cultuuractiviteiten. Net als bij het Jeugdfonds en Stichting Leergeld wordt de financiële bijdrage rechtstreeks betaald aan de aanbieder. Omdat het Volwassenenfonds pas recent is gestart, zijn er nog geen cijfers beschikbaar over het gebruik ervan. Het volwassenfonds is voor de duur van 2 jaar, In het eerste kwartaal van 2026 zal er een evaluatie plaatsvinden naar het gebruik en effect van deze regeling op deelname van volwassenen aan sport en culturele activiteiten

Ontmoeten Verbinden en Versterken Het belangrijkste in deze evaluatie is wat ons betreft het betrekken van de inwoners waar het om gaat en anderzijds de formele en informele hulp die in Soest zich inzet voor mensen met een laag inkomen. We hebben we in kaart gebracht welke organisaties in Soest betrokken zijn bij inwoners met een laag inkomen. Zij ondersteunen deze inwoners op allerlei manieren. De organisaties die zich hiermee bezig houden zijn divers. Niet alleen formele partners die in opdracht van de gemeente werken aan armoedebestrijding maar ook informele partners zoals vrijwilligersorganisaties, stichtingen en sleutelfiguren hebben we betrokken bij dit deze evaluatie. Er zijn veel mooie initiatieven en interventies die worden ingezet, het doel van deze bijeenkomst is om elkaar te ontmoeten, te verbinden en te versterken. Daarnaast zijn we in gesprek gegaan over hun ervaringen met het minimabeleid van Soest. Waar lopen zij tegen aan, wat horen zij van de inwoners die ze bijstaan en met wie zij in contact zijn? Deze bijeenkomst heeft een waardevolle bijdrage geleverd, niet alleen aan deze evaluatie maar zeer zeker ook naar het versterken van elkaar, daar waar overeenkomsten zijn en waar mogelijkheden zijn om samen te werken. In bijlage 4 is een visuele weergave opgenomen van de opbrengsten van de bijeenkomst.

1.12 Hoe gaat het nu? De deelnemers merkten op dat het lijkt alsof betrokken partijen elkaar goed weten te vinden, maar dat dit in de praktijk niet altijd het geval is. Over het algemeen kent men elkaar wel en weet men elkaar te vinden, maar toch was er ook onvoldoende kennis over elkaars rol, aanbod en mogelijkheden. Hoewel het idee van een sociale kaart werd genoemd, werd benadrukt dat dit hulpmiddel vooral ondersteunend moet zijn. Het gevaar bestaat namelijk dat een sociale kaart snel veroudert en dan slechts een "papieren tijger" wordt. Wat vooral gemist wordt, is een structureel platform of netwerk waarin betrokken partijen elkaar regelmatig ontmoeten. Op deze manier kan je niet naast informatie uitwisselen ook gezamenlijk over vraagstukken nadenken, ervaringen uit te wisselen en “kansen te koppelen”. Als voorbeeld werd een koppelkansen-sessie genoemd, waarin mogelijkheden voor samenwerking en het combineren van initiatieven verkend kunnen worden .

12

1.13 Wat kan beter? Een belangrijk aandachtspunt dat tijdens de bijeenkomst naar voren kwam, is de ervaren complexiteit van processen. Veel deelnemers geven aan dat de procedures rondom het aanvragen van sommige minimaregelingen omslachtig zijn. Veel papier werk en bewijsstukken die worden opgevraagd, wordt genoemd als knelpunt. Dit wordt als een drempel ervaren door zowel de inwoners als de betrokken organisaties. Deelnemers zien graag dat processen verder worden gedigitaliseerd en vereenvoudigd, met een focus op het alleen opvragen van strikt noodzakelijke gegevens. Daarnaast werd voorgesteld dat gegevens die al beschikbaar zijn of eerder gebruikt zijn bij een andere aanvraag opnieuw benut kunnen worden om de administratieve lasten te verlichten.

1.14 Wat kunnen we doen? Een ander belangrijk punt was de rol van de gemeente. De aanwezigen benadrukten dat het ondersteunen van inwoners niet alleen een taak is van de gemeente, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarin ieder zijn eigen kracht inzet. Vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke partners hebben vaak direct contact met de doelgroep en beschikken over waardevolle kennis en ervaring die van grote betekenis kunnen zijn. De deelnemers gaven aan dat zij de gemeente zien als een belangrijke schakel in het geheel. Het contact met de gemeente tussen de verschillende deelnemers verschilt, met sommige deelnemers is een formele samenwerking, terwijl bij andere vrijwilligers(organisaties) dat er niet is. Zij vragen zich af of de gemeente wel weet dat zij er zijn en wat voor inzet zij leveren voor de inwoners. Over het algemeen is de opvatting breed gedragen dat het belangrijk is dat de gemeente een ondersteunende rol vervult en betrokken is bij een platform door samen te werken en door hen te helpen bij het vinden van oplossingen en het versterken van initiatieven.

1.15 Ervaringen inwoners Soest De kern van onze visie is het samen doen, dichtbij en met de inwoners. Een manier om dat in praktijk te brengen is de ervaringen van inwoners, de mensen waar het om gaat mee te nemen. Niet alleen achteraf, als het beleid al is vastgesteld, maar vooral ook vooraf. De Integrale Visie Sociaal Domein, is een voorbeeld daarvan. In het rapport “Ervaringskennis in beleid” (Movisie, 2024) wordt beschreven wat de verschillende fases zijn als het gaat om het inzetten van ervaringskennis. In de afbeelding hieronder wordt het weergegeven in de vorm van een lemniscaat, als symbool voor een doorgaand proces.

Figuur 2 Lemniscaat Ervaringskennis in beleid

13

1.15.1 Aanpak onderzoek Voor dit onderzoek hebben we inwoners benaderd die een inkomen hebben tot 130% van het Wsm. We hebben deze inwoners per brief benaderd, waar we de link en QR-code naar de vragenlijst in hebben opgenomen. Daarnaast hebben we de vragenlijst geplaatst op www.denkmeeover.nl. Het is bekend dat het uitsluitend digitaal aanbieden van de vragenlijst het risico met zich meebrengt dat sommige inwoners deze niet kunnen invullen. Dit geldt met name voor een doelgroep die vaak minder digivaardig is, de taal onvoldoende beheerst, en/of laaggeletterd is. Dit vormt een bekend dilemma, waarbij zorgvuldig moet worden afgewogen hoe de vragenlijst zo toegankelijk mogelijk kan worden gemaakt voor iedereen. In onze aanpak hebben we besloten om de vragenlijst digitaal aan te bieden en te zorgen voor ondersteuning. We hebben formele en informele partners gevraagd om deze ondersteuning te bieden indien nodig. Zo werden inwoners verwezen naar het digitaal spreekuur van Idea en het spreekuur van Geld op Orde Soest voor hulp bij het digitaal aanvragen. Een papieren vragenlijst is op verzoek verstrekt als inwoners niet naar de spreekuren willen/kunnen gaan. Daarnaast hebben we kaartjes met de QR-code van de vragenlijst in Soest en Soesterberg verspreid bij verschillende (openbare) plekken zoals de Basis in Soesterberg.

Ook hebben we onze partners gevraagd om deze uit te delen aan bijvoorbeeld jongeren (18-26 jaar) Daarnaast hebben we ook gesproken met een aantal inwoners over hun ervaringen. Via de partners zijn we in contact gekomen en in gesprek gegaan. Daarnaast hebben we in de brief ook onze contactgegevens vermeld, een aantal inwoners hebben daar gebruik van gemaakt, waardoor we ook op deze manier inwoners hebben gesproken. Dit heeft uiteindelijk geleidt tot een goede respons op de vragenlijst en goede gesprekken naar aanleiding van de interviews.

1.15.2 Resultaten Interview inwoners We hebben in totaal 12 inwoners gesproken over hun ervaringen met de minimaregelingen. Uit alle gesprekken komt naar voren, dat mensen nog wachten op de Energietoeslag4. Zij geven allen aan dat het jammer is dat deze toeslag tijdelijk is, en dat ze dit als een noodzakelijke ondersteuning ervaren. Een aantal (4) inwoners geeft aan wel ondersteuning van vanuit de WMO te ontvangen (hulpmiddel en/of huishoudelijke hulp) maar geen andere minimaregelingen. Bij doorvragen komt als antwoord “ik red het prima zo” of “ik ben bang dat ik het moet terugbetalen” en “is het ook voor mij?” Wat veel terugkomt is de opmerking dat de informatie over de regelingen digitaal is, dat men toch wel informatie op papier mist zoals een “gemeentegids” of “regelingenboekje” Eén inwoner vond het niet fijn dat gegevens digitaal worden gebruikt en opgeslagen en geeft aan “je weet toch nooit waar de gegevens terecht kunnen komen”.

De energietoeslag was een tijdelijke regeling van de overheid om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen bij de hoge energiekosten. 4

14

1.15.3 Resultaten vragenlijst De vragenlijst is met een QR-code en link naar www.denkmeeover.nl verzonden naar 1100 inwoners waarvan bekend is dat zij in de doelgroep vallen (inkomen tot 130%). De respons op de vragenlijst is 252, wat neerkomt op een percentage van 22,9%. Dit is een goed resultaat gezien de doelgroep en het feit dat het een online vragenlijst betreft. Dit ligt bij dit soort vragenlijsten tussen de 5% en 30%. In Bijlage 5 is het volledige overzicht van de resultaten en de uitwerking van de open vragen opgenomen.

Van de 93 respondenten die moeite hebben met het betalen van rekeningen (score 1 of 2), zijn vooral de leeftijdsgroepen 51-60 jaar en 61-70 jaar oververtegenwoordigd. Deze groepen scoren 6% hoger dan hun aandeel in de totale enquête.

15

Conclusie De evaluatie van het minimabeleid in Soest laat zien dat de regelingen bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid en sociale participatie. Zonder deze regelingen valt te verwachten dat de armoede(val) onder inwoners toe zal nemen. Belangrijke successen zijn de verhoging van de inkomensgrens naar 130% van het sociaal minimum, het samenvoegen van de kindregelingen door dit te beleggen bij Stichting Leergeld, en de inzet van tools zoals "BerekenUwRecht" en het Geld op Orde inloopspreekuur voor ondersteuning en voorlichting. Ook zijn er afspraken gemaakt met het Jeugdfonds en Stichting Leergeld, en zijn interventies ingezet om de toegang te verbeteren. Ondanks deze successen, zijn er nog verschillende verbeterpunten die aandacht vragen. Met name het vereenvoudigen en digitaliseren van de processen is nog niet volledig van de grond gekomen. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt voor de komende tijd en vraagt gerichte inzet. Daarnaast komen uit de gesprekken met inwoners en (in)formele partners duidelijke aandachtspunten naar voren, zoals de toegankelijkheid van de regelingen, administratieve lasten en de bekendheid ervan. Met de genoemde verbeteringen willen we de acties inzetten om deze knelpunten aan te pakken.

Door gerichte verbeteringen in toegankelijkheid, uitvoering en samenwerking willen we nog effectiever worden in het vergroten van de bestaanszekerheid en participatie van inwoners. We willen dat de regelingen beter aansluiten bij de behoeften van de inwoners en dat de drempels voor toegang worden verlaagd, zodat meer mensen in Soest kunnen profiteren van de ondersteuning die ze nodig hebben.

1.16 Positieve effecten van het minimabeleid •

•

•

•

Tevredenheid onder inwoners over de regelingen Uit de vragenlijst en interviews blijkt dat inwoners tevreden zijn met de gemeente Soest, ze zijn blij met de regelingen en blij dat ze geholpen zijn. Meer financiële ruimte voor participatie: De minimaregelingen zorgen voor een toename van het besteedbare inkomen, Dit maakt sociale participatie mogelijk, zoals deelname aan sport, cultuur en educatieve activiteiten. Meer kinderen doen mee: Meer kinderen die opgroeien in armoede hebben gebruik gemaakt van Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Dit stelt hen in staat om mee te doen aan sport- en culturele activiteiten, waardoor gelijke kansen op sociale en educatieve ontwikkeling worden vergroot. Werken loont: Werken tot 130% Wsm resulteert in een duidelijke inkomensgroei. De mate waarin verschilt wel per huishouden en is het grootst bij alleenstaanden en alleenstaande ouders. Boven de 130% Wsm neemt de groei af door het wegvallen van toeslagen en gemeentelijke regelingen, maar (meer) werken blijft financieel voordelig.

16

1.17 De minimaregelingen dragen bij aan de opgaven van de Integrale Visie Sociaal Domein •

•

•

•

•

Versterken van eigen kracht: Door financiële ondersteuning te bieden via regelingen zoals het Minimafonds en de collectieve zorgverzekering, krijgen inwoners meer ruimte om eigen keuzes te maken. Dit vergroot hun zelfredzaamheid en betrokkenheid in de maatschappij. Inzetten op preventie: Toegang tot regelingen zoals Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur stimuleert participatie en ontwikkeling bij kinderen. Hiermee wordt kansenongelijkheid verminderd, een gezonde leefstijl bevordert en kan een sociaal isolement in een vroeg stadium worden voorkomen. Bevorderen van gelijke kansen: De regelingen maken het mogelijk dat inwoners, ongeacht hun financiële situatie, kunnen deelnemen aan sociale, culturele en educatieve activiteiten. Dit draagt bij aan gelijke kansen voor alle inwoners, zoals beoogd in de visie. Inclusieve samenleving: De regelingen helpen uitsluiting te voorkomen en participatie te bevorderen. Geen geld hebben, mag geen oorzaak zijn dat inwoners niet mee kunnen doen. Dit sluit aan bij het streven naar een samenleving waarin iedereen een rol kan spelen. Integrale aanpak: Samenwerking met domeinen zoals sport en cultuur, onderwijs, en zorg versterkt de integrale benadering van armoedebestrijding. Dit maakt het mogelijk om gezinnen breder te ondersteunen en de impact van de regelingen te vergroten.

1.18 Uitdagingen toegankelijkheid en uitvoering •

•

•

•

•

Complexiteit van aanvraagprocessen: Aanvraagprocedures worden door inwoners en betrokken organisaties als ingewikkeld ervaren. De administratieve last en het opvragen van bewijsstukken vormen een drempel. Digitalisering en inclusiviteit: Hoewel digitalisering helpt bij de toegang tot regelingen, worden papieren informatiebronnen zoals een “gemeentegids” of “wegwijzerboekje” gemist. Voor inwoners die niet digivaardig zijn, is dit een belemmering. Dit wordt vooral genoemd onder de oudere inwoners. Angst voor terugbetaling: Sommige inwoners durven geen toeslagen of regelingen aan te vragen uit angst voor terugvorderingen. Dit belemmert hun toegang tot noodzakelijke ondersteuning. Vertrouwen bieden, is vertrouwen krijgen. Dicht bij de inwoner en toegankelijk zijn versterkt het vertrouwen. Belang van maatwerk: Het bieden van maatwerk is essentieel om effectief in te spelen op de behoeften van inwoners. Professionals spelen hierin een cruciale rol door te kijken naar de individuele situatie van de inwoner. Processen en uitvoeringsregels moeten ondersteunend zijn aan de inwoner en niet leidend, zodat iedereen de hulp krijgt die nodig is. Uitvoering bepaalt succes: Een beleid of visie valt of staat met de uitvoering. Het moet in de praktijk worden vormgegeven door professionals die maatwerk bieden binnen de beschikbare mogelijkheden en de inwoners centraal stellen.

17

1.19 Armoede onder werkenden •

•

•

Groei van armoede onder werkenden: Werkenden, waaronder zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en kleine ondernemers, worden steeds vaker geconfronteerd met armoede. Groep zonder bijstand: In Soest heeft 37% van de minimahuishoudens een ander inkomen dan bijstand, zoals loon of WW. Individuele Inkomenstoeslag tot 100% Wsm Veel regelingen blijven beschikbaar tot 130% Wsm, maar de individuele inkomenstoeslag valt weg bij een inkomen tot 100%. Door het wegvallen van deze toeslag is de inkomensverbetering na werkaanvaarding boven de 100% Wsm minder.

1.20 Landelijke ontwikkelingen en hun impact op lokale minimaregelingen Landelijke programma’s zoals ‘Participatie in Balans’ (Rijksoverheid, 2024) hebben als doel de Participatiewet te vereenvoudigen en meer ruimte te bieden voor maatwerk. Ook afspraken uit het coalitieakkoord, (Kabinetsformatie , 2024) zoals de (mogelijke) verlaging van het eigen risico in de zorgverzekering, kunnen de lokale ondersteuning beïnvloeden. Daarnaast adviseert de Commissie Sociaal Minimum om bestaanszekerheid meer centraal te stellen in landelijke regelingen. (Commisie Sociaal Minimum, 2023) Dit biedt gemeenten de mogelijkheid zich meer te richten op individueel maatwerk, zoals via de bijzondere bijstand. Het advies benadrukt bovendien de noodzaak van een gelijk speelveld, gezien de verschillen tussen gemeentelijke regelingen voor mensen met een laag inkomen. Omdat de uitwerking van deze landelijke plannen nog niet duidelijk is, zetten we onze huidige minimaregelingen, zoals het Minimafonds, in de huidige vorm voort. Dit fonds blijft een belangrijke bijdrage leveren aan de sociale participatie van inwoners met een laag inkomen. Het fonds biedt de vrijheid om sociale, culturele of educatieve activiteiten te kiezen, wat bijdraagt aan betrokkenheid en eigen kracht. In het eerste kwartaal van 2026 wordt ook het Volwassenenfonds, met deels dezelfde doelstellingen, geëvalueerd.

Deze evaluatie, samen met de landelijke ontwikkelingen, kunnen leiden tot keuzes die beter aansluiten bij de behoeften van inwoners. Vanaf 2026 wordt meer duidelijk over mogelijke herstructureringen.

18

Aanbevelingen De evaluatie van de minimaregelingen in Soest laat zien dat de ingezette regelingen bijdragen aan het vergroten van bestaanszekerheid en sociale participatie. Tegelijkertijd zijn er punten van aandacht die vragen om verbetering. De aanbevelingen richten zich op het versterken van de toegankelijkheid, het verhogen van de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag naar 130%, het vereenvoudigen van processen en het bevorderen van samenwerking tussen betrokken partijen. Hieronder zijn de voorgestelde aanbevelingen weergegeven.

Met deze aanbevelingen willen we acties inzetten om de toegankelijkheid van de regelingen te verbeteren, de bekendheid te vergroten, en de drempels die inwoners ervaren te verlagen. Deze verbeteringen zijn bedoeld om de regelingen effectiever te maken en de impact ervan te vergroten. We willen ervoor zorgen dat meer inwoners van Soest de steun krijgen die ze nodig hebben, vooral de mensen die nu nog buiten beeld blijven of die geen gebruik maken van de beschikbare regelingen uit angst of omdat ze moeite hebben met het aanvragen. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in het verhaal wat daarachter schuilgaat en meer inzicht te krijgen in wat er speelt bij inwoners. Dit omvat ook het bieden van gerichte ondersteuning aan werkende armen, zzp’ers en kleine ondernemers, die vaak te maken hebben met specifieke drempels in het verkrijgen van de juiste hulp. We willen ook meer gaan samenwerken met (netwerk) partners en zodat we gerichter kunnen werken aan het versterken van de bestaanszekerheid van onze inwoners.

19

Bijlagen 1.21 Minimaregelingen Soest

20

1.22 Uitgiftepunten menstruatieproducten in Soest Er zijn inmiddels 9 uitgiftepunten. Recent is de locatie van de GGD, het medisch centrum aan de Nieuweweg 14 als uigiftepunt erbij gekomen. Deze is nog niet opgenomen in onderstaande kaart. Zie de kaart hieronder of klik op deze link Uitgifte punten in Soest

21

1.23 Inkomenseffect per huishoudtype

22

23

24

25

1.24 Bijeenkomst (in)formele partners: Ontmoeten Verbinden en Versterken

26

1.25 Resultaten vragenlijst

27

28

29

Open vraag 11 Op de vraag wat de inwoners die de vragenlijst hebben ingevuld, het liefste zouden krijgen van de gemeente als alles mogelijk is, gaven 198 inwoners een antwoord. Het meeste genoemd is een financiële bijdrage: 66 keer. In de vorm van een geldbedrag (variërend van 100 euro tot 5000 euro) of korting, een toeslag of tegemoetkoming (voor openstaande rekeningen/schulden, sport, vervoer). Sommige inwoners willen geld voor iets specifieks, zoals een bril, vakantie, gezonder leven, cadeaus voor de kleinkinderen, leuke dingen, gebit. Ook de Feestdagentoeslag is twee keer genoemd, net als de/een Soest-pas of een kaart voor eten of kleding. Iemand wil een ‘vangnet voor onverwachte financiële problemen’, iemand anders wil de alimentatie niet hoeven in te leveren bij de bijstandsuitkering. Een iemand wil meer ‘meer zekerheid nu alles zo duur is’, een ander wil zijn/haar basisinkomen behouden of de aanvulling op mijn wia uitkering ‘ook als mijn spaargeld iets boven de 3000’ komt. Inwoners willen ook de energietoeslag: dit is 39 keer genoemd. Vijf inwoners van deze groep krijgen de energietoeslag naar eigen zeggen al. Twaalf inwoners zouden een bijdrage aan of betaling van eigen risico of zorgkosten willen. Ook een dierenartsvergoeding is genoemd, evenals een ruimhartiger beleid brillen en lenzen. Ook geld in verband met wonen is genoemd.

Denk daarbij aan korting op de huur, lagere huur of huurtoeslag (ook bij een gezamenlijke voordeur). Ook verhuiskosten is genoemd. Drie inwoners willen graag gratis openbaar vervoer, één persoon wil dat de bibliotheek gratis is. Twee personen willen in de minimaregeling, één persoon wil ‘een premie zodat ik NL kan verlaten, want ik voel me niet thuis in NL’. 19 personen willen graag iets materieels. Hierbij zijn onder andere genoemd een traplift, een elektrische fiets, een ijskast, een nieuwe keuken en een elektrische fiets. Ook een rollator, brommertje en een woning zijn genoemd. Een persoon wil graag dakisolatie/spouwmuur isolatie. Vijftien personen willen graag hulp. Het gaat dan om hulp ‘als er huishoudelijke apparaten kapot zijn’, hulp met geld/ bij schulden, hulp in de tuin of hij het huishouden of hulp bij het regelen van dingen bij de gemeente. Tien personen hoeven niets. Sommigen zeggen niets extra’s nodig te hebben of zijn tevreden. Zeven inwoners willen graag minder administratie bij een aanvraag. Elk jaar opnieuw moet iemand zoveel bewijsstukken opsturen. Iemand anders wil graag ‘automatisch energietoeslag ontvangen voor ieder met laag inkomen, zonder zelf een ingewikkelde aanvraag te hoeven doen. Iemand anders meer inlevingsvermogen, een snelle reactie en snelle afhandeling. Eveneens zeven personen willen informatie.

Informatie over welke regelingen er zijn en of iemand daar recht op heeft. Ook informatie over ondersteuning om het huis schoon te maken. Een persoon wil deze informatie het liefste per brief (persoonlijk) en niet via internet. Twee personen willen graag contact: een persoon zou de gemeente bellen, de ander wil graag een persoonlijk gesprek. 46 keer is er niets ingevuld of ‘niet van toepassing’ en 9 inwoners wisten het niet.

30

Open Vraag 12: wilt u nog iets zeggen over dit onderwerp; Ruim honderd mensen hebben deze vraag ingevuld. Elf mensen laten weten dat het lastig blijft of wordt om rond te komen. Zo worden Zorgkosten en medicijnen onbetaalbaar, kan men geen gezonde dingen kopen of leuke dingen of überhaupt iets overhouden voor eten en drinken. Omdat de energiekosten hoog zijn, blijft een inwoner met zenuwpijn, waarbij kou zorgt voor meer pijn, maar vaak in bed liggen. ‘Niet fijn om zo te leven’. Ook anderen vinden de elektra- en gasprijzen te hoog. Volgens een inwoner zetten ouderen daarom de verwarming zeer aan en doen een dik vest aan. Ook zijn er inwoners die vragen hebben over de energietoeslag dit jaar. Komt er dit jaar weer een energietoeslag? Of: ‘Waarom krijg ik geen bijdrage meer voor de stookkosten?’ Ook andere kosten zijn hoog. De WOZ-waarde is te hoog, evenals de gemeentelijke belastingen. En ‘de overwaarde kan ik niet opeten’. De huur is hoog en iemand wil hulp bij vervanging van apparaten. Sommige mensen vragen dan ook bij deze vraag om geld. Zij kunnen korting of geld goed gebruiken of willen graag korting op gemeentelijke belastingen en vergoeding op de energiebelasting. Ook andere hulp wordt gevraagd, zoals bij zorgkosten. Iemand gaat naar Bureau Rechtshulp als hij/zij er niet meer uitkomt. Ook een kortingspas voor uitjes/film of een Soest-pas worden gevraagd.

Inwoners zijn tevreden met de gemeente Soest, ze zijn blij met de regelingen en blij dat ze geholpen zijn. Een persoon vindt de vragenlijst belangrijk: ‘want daarmee kan je meer nadenken over hoe je met geld omgaan en wat je zou doen als je zelf niks kan verdienen’. Anderen benadrukken dat de aanvraag voor ondersteuning lastig is. Je moet zaken printen, terwijl mensen geen printer hebben. Het zou fijn zijn als alle aanvragen digitaal kunnen. Anderen vinden digitaal juist moeilijk, zoals ouderen Ook duurt het lang en is het elk jaar dezelfde aanvraag. Eén persoon geeft aan dat degene die de aanvraagt behandelde, onvriendelijk was en deze persoon totaal niet hielp. Meer informatie wordt gevraagd: ‘graag advies en overzicht van het aanbod voor alle minima’. En ‘de algemene informatievoorziening over het sociaal domein op de site is beperkt’. Ook wordt er aandacht gevraagd voor studenten/jongeren en invaliden. Het is nergens te vinden welke producten of diensten op hen van toepassing. Een invalide inwoner vraagt zich af wat zijn/haar rechten zijn. Iemand met een urgentieverklaring zegt dat er weinig beschikbaar is in Soest qua huurhuizen. Tot slot is er een inwoner die denkt dat mensen niet meer fulltime time gaan werken door al die regelingen. En een ander ziet steeds meer onrecht: er komen steeds meer superrijken en steeds meer zeer arme mensen.

Een laatste persoon is bang om iets aan te vragen, vanwege de toeslagentoestand. Bijna 150 mensen hebben deze vraag niet ingevuld (95 keer) of hebben hier nee, niet van toepassing of geen idee ingevuld (50 keer)

31

Bronnenlijst Centraal Bureau voor de Statistiek, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau . (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. Centraal Bureau voor de Statistiek, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau . Commisie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Gemeente Soest. (2024-2028). Integrale Visie Sociaal Domein: Een zorgzaam en veerkracht Soest. Soest. Kabinetsformatie . (2024). https://www.kabinetsformatie2023.nl/. Opgehaald van Bureau kabinetsformatie 2023: https://www.kabinetsformatie2023.nl/ KWIZ. (2022). Minima effect Rapportage Soest. Soest. Movisie. (2024). Ervaringskennis in beleid. Utrecht: Movisie. Opgehaald van https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2024-04/Ervaringskennis-in-beleid-2024.pdf Rijksoverheid. (2024). Rijksoverheid. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/27/wetsvoorstelparticipatiewet-in-balans: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/06/27/wetsvoorstelparticipatiewet-in-balans VNG. (2023). Bestaanszekerheid als belofte. Den Haag: VNG.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=779d84dc-b811-4484-9626-f1ea269d94ec