4e 5 Bijlage 4 Memo lokale duiding ontwikkelbeeld voor raadsbehandeling.pdf
Tekst van het document
MEMO Aan: Van: Betreft: Datum: Zaaknummer:
Gemeenteraadsleden Soest Wethouder A. Treep Lokale duiding regionaal ontwikkelbeeld 2030-2040 7 september 2021 107260
Beste raadsleden, U wordt gevraagd om op 14 oktober in te stemmen met het ontwikkelbeeld regio Amersfoort 20302040. Het ontwikkelbeeld en het bijbehorende raadsvoorstel zijn opgesteld vanuit regionaal perspectief. Het voorstel en besluitpunten zijn gelijkluidend voor alle raden en staten. Via dit memo voorzie ik u van de lokale duiding van het regionale ontwikkelbeeld. Hiermee wil ik u een beeld geven wat het ontwikkelbeeld betekent voor Soest. Deze lokale duiding biedt ik u vanuit 2 invalshoeken: De consulterende raadsbijeenkomst van 10 maart waarin u heeft aangeven wat u belangrijk vindt voor Soest in het ontwikkelbeeld; De ontwerp omgevingsvisie Soest en Soesterberg die u voor de zomer heeft vrijgegeven voor terinzagelegging.
Raadsbijeenkomst 10 maart Op de raadsavond van 10 maart over het ontwikkelbeeld is een open gesprek gevoerd tussen raadsleden over de scenario’s die als onderdeel van het ontwikkelbeeld werden gepresenteerd en de positie daarin van Soest. Het constructieve gesprek heeft een aantal algemene inzichten en rode draden opgeleverd. Onderstaand worden deze inzichten en rode draden met een toelichting weergegeven. Daaraan toegevoegd is een duiding hoe deze punten in het regionale ontwikkelbeeld zijn geland.
De kwaliteit van leven in de gemeente Soest voor wat betreft de woon- en werkomgeving wordt hoog gewaardeerd. Voor de keuzes in het ontwikkelbeeld is het voor Soest belangrijk dat hier een goede balans in blijft. Lokale vitaliteit op wonen en werken en de ruimte om hierin zelf keuzes te maken staan hoog in het vaandel. Waar eventuele ontwikkelmogelijkheden kunnen landen blijft nog de vraag. Positionering in ontwikkelbeeld: Het wonen en werken wordt op twee manieren geordend in het ontwikkelbeeld. Er worden focusgebieden aangewezen waar concentratie plaatsvindt van wonen en werken. Daarnaast is er ruimte voor lokale vitaliteit waarin verspreid over alle kernen in de regio ruimte is voor (beperkte) groei van wonen en werken, passend bij de lokale behoefte. Amersfoort, Barneveld en Nijkerk zijn aangewezen als focusgebieden. Een groot deel van de regionale behoefte aan wonen en werken in de periode 2030-2040 landt hier. Er is voor Soest ruimte om haar eigen besluiten te nemen over ontwikkelruimte voor wonen en werken, zolang dit past binnen de lokale vitaliteit en voor de eigen behoefte nodig is. Wat de lokale vitaliteit van Soest is, en welke groeibehoefte daarbij past is iets wat in afstemming met de provincie bepaald moet worden.
Soest en Soesterberg functioneren als een groene long, als ontspanningsruimte voor de regio. Er is een grote ruimtevraag in de regio voor diverse functies. Soest kan zich hierin onderscheiden door kansen te bieden voor de regio op het vlak van recreatie en natuurbeleving. Positionering in ontwikkelbeeld: In het ontwikkelbeeld worden nog geen concrete uitspraken gedaan waar er extra plek komt voor recreatie en natuurbeleving. Dat hier mee ruimte voor moet komen is evident als ook het wonen en werken groei. Het principe van
Groen Groei Mee wordt ook in onze regio toegepast. In het ontwikkelbeeld worden wel genoeg aanknopingspunten gegeven voor Soest om hier regionaal en lokaal verder invulling aan te geven. Zo wordt het gebied langs de Eem bijvoorbeeld gezien als dragen voor klimaatadaptatie, in combinatie met natuur en recreatie. De heuvelrug is en blijft een belangrijke groene drager van de regio. Onder andere in het buitengebied van Soest worden scheggen, groene buffers en een klimaatmantel voorzien die een groene omgeving garanderen en onderdeel zijn van de verbinding tussen de Heuvelrug en de Veluwe. Ten slotte wordt Soest op de kaart gezet als een van de groene poorten van waaruit het buitengebied in de regio toegankelijk is. In de uitvoeringsagenda is opgenomen dat er een handelingsperspectief buitengebied regio Amersfoort opgesteld wordt. Op regionaal niveau worden hierin afwegingen gemaakt over ruimtegebruik van het buitengebied.
Er worden kansen gezien voor een goede aanhaking bij de regio als het gaat om verbindingen en mobiliteit. De oriëntatie van Soest ligt daarbij vooral op de verbinding Amersfoort-Utrecht. Een grote kans wordt gezien door de aansluiting van Soesterberg op een HOV lijn. Kansen worden ook gezien in het intensiveren van de fietsverbindingen, bovenop de huidige plannen. Er is weinig draagvlak voor de genoemde oost-west verbinding in scenario 3. Positionering in ontwikkelbeeld: In het ontwikkelbeeld wordt nadrukkelijk gesproken over een HOV verbinding tussen Amersfoort en USP (Utrecht Science Park). Soesterberg kan zich als knooppunt ontwikkelen op deze lijn. Wat er nodig is voor het realiseren van een halte in Soesterberg wordt nog onderzocht en wordt ook gerelateerd aan de ontwikkelingen rondom de defensieterreinen. In het ontwikkelbeeld wordt stevig ingezet op het versterken van de fietsverbindingen in de regio. Dit als aanvulling en als alternatief op de auto. Er worden geen actieve maatregelen voorgesteld om het autogebruik tegen te gaan. De insteek is om het fietsen zo aantrekkelijk te maken dat het een volwaardig alternatief kan zijn voor de auto.
De lokale omgevingsvisie is belangrijk voor het bepalen van de positionering in Soest in de regio. De lokale omgevingsvisie moet bovengenoemde kwaliteiten en kansen borgen en moet ruimte zoeken om andere ruimtelijke vragen op te lossen. Positionering in ontwikkelbeeld: De ontwerp omgevingsvisie van Soest en het ontwikkelbeeld liepen redelijk gelijk op in de planning. Dit gaf de kans om zowel ambtelijk als bestuurlijk zo veel mogelijk gelijkwaardige inhoudelijke input mee te geven. Het perspectief van het ontwikkelbeeld is daarbij uiteraard anders en overstijgt het schaalniveau van de gemeente. De stukken moeten daarom vooral worden gezien als aanvullend op elkaar. Verderop in dit memo wordt het ontwikkelbeeld geduid vanuit het perspectief van de ontwerp omgevingsvisie van Soest.
Er zijn zorgen over het ruimtebeslag van de grote regionale opgaven, met name wonen en werken. Dit uit zich op inhoud, waar moet het landen, maar ook in proces, welke mate van vrijheid is er in het maken van lokale keuzes. Wonen en werken in hoge concentraties past minder bij Soest, maar kan op regio niveau wel een oplossing zijn om zuinig met de ruimte om te gaan. Positionering in ontwikkelbeeld: Het ontwikkelbeeld heeft op hoofdlijnen een ordening aangebracht in het ruimtebeslag van wonen en werken voor de periode 2030-2040. Er is gekozen voor concentratie in drie focusgebieden (Amersfoort, Barneveld, Nijkerk). Zuinig zijn op het buitengebied en de huidige kwaliteit van de woonomgevingen in de overige kernen is een van de overwegingen geweest om deze keuze te maken. Ook wordt waar mogelijk ingezet op het intensiveren en dus beter benutten van de bestaande bebouwde ruimte om kansen te creëren voor meer wonen en werken zonder daarvoor nieuwe (onbebouwde) ruimte te gebruiken. Vrijheid in het maken van lokale keuzes is daarmee nog steeds mogelijk, maar is wel begrensd. Deze grens ligt in ieder geval bij de lokale behoefte en lokale vitaliteit.
Ontwerp omgevingsvisie: stap voor stap ver komen Op 8 juli heeft u de ontwerp omgevingsvisie vastgesteld. Een zeer bepalend document voor de toekomstige (in)richting van de Soest en Soesterberg. Zoals gezegd zijn het ontwikkelbeeld en de
omgevingsvisie vooral aanvullend op elkaar. Een groot deel van wat in de omgevingsvisie staat valt in het ontwikkelbeeld onder lokale vitaliteit en lokale behoefte. Op een aantal onderwerpen is het verband sterker en meer afhankelijk van elkaar. In onderstaand overzicht geven we voor de 7 hoofdthema’s van de omgevingsvisie, met de daarbij behorende hoofddoelstellingen, aan hoe dit relateert aan het ontwikkelbeeld. Beide documenten hebben een doorkijk tot 2040, waardoor ze goed vergelijkbaar zijn. Thema 1: Een ontspannen woon- en werkmilieu Gemeente Soest is een fijne plek om te wonen en te werken 1. 2. 3. 4. 5.
Vanaf 2021 t/m 2030 komen er ieder jaar 125-200 nieuwe woningen bij Inwoners bepalen samen met de gemeente waar nieuwe woningen komen Er zijn meer arbeidsplekken doordat bedrijfsterreinen efficiënter worden gebruikt Er zijn 7 centrumgebieden waar we elkaar ontmoeten We lopen en fietsen vaker en gebruiken vaker het OV en de deelauto
Relatie met ontwikkelbeeld: Binnen dit thema zit een vrij sterke relatie met het ontwikkelbeeld. Zowel op wonen, werken en mobiliteit zijn regio en gemeente afhankelijk van elkaar. Zoals eerder beschreven is Soest geen focusgebied voor concentratie voor wonen en werken. Dit biedt wel ruimte voor eigen behoefte en lokale vitaliteit, maar we weten nog niet hoeveel ruimte. Binnen de regio is dit een discussiepunt tussen gemeenten en de provincie. Voor de provincie is voor wonen de Primosprognose het uitgangpunt voor het bepalen van de lokale behoefte en daarmee de vitaliteit. Niet alle gemeenten zien dit echter zo en ook voor Soest wordt het mogelijk wat krap. Stel dat Soest ook na 2030 de lijn doorzet van 125 tot 200 woningen per jaar, dan is dit hoger dan de huidige Primosprognose. Nu zijn prognoses altijd aan verandering onderhevig, kan niemand in de toekomst kijken en lijkt de groeitrend in onze woningmarktregio nog wel even door te zetten. Ook ligt het woningbouwaccent en de plancapaciteit voor Soest vooral voor 2030. Ten slotte verbinden we ons met het ontwikkelbeeld niet aan exacte cijfers, maar aan een verstedelijkingsprincipe. Het geeft echter wel aan dat er door het ontwikkelbeeld een bepaalde groeigrens zit aan Soest. Het is belangrijk dat er in samenwerking tussen de gemeenten en de provincie een goede invulling wordt gegeven aan het begrip ‘lokale vitaliteit’.
Naar verwachting moet de verdere uitwerking van het regionaal programma wonen en werken hier meer duidelijkheid in scheppen. Het regionaal programma wonen en werken is een programma uit de provinciale omgevingsvisie. In regionaal verband geldt bovenstaande ook voor werken, specifiek voor onze gemeente veroorzaakt dit vooralsnog geen knelpunten. Er ligt geen ambitie om de hoeveelheid hectare bedrijventerrein te vergroten. Wel om de bestaande hectares efficiënter in te zetten of bestaand bedrijventerrein te vervangen door nieuw bedrijventerrein. Dit past goed in de lijn van het ontwikkelbeeld. In de omgevingsvisie ligt rond mobiliteit het accent op het versterken van alternatieve vervoerswijzen naast de auto. Vooral voor fiets en OV hebben we daarbij hard de regio nodig. De lijn in het ontwikkelbeeld, met een sterke inzet op fiets en HOV, past goed bij onze eigen lijn. Thema 2: Soest in beweging De kern Soest is levendig en gevarieerd met een sterke verbondenheid 1. 2. 3. 4.
Er zijn meer woningen Er zijn 5 aantrekkelijke centrumgebieden waar we elkaar ontmoeten We lopen en fietsen vaker en gebruiken vaker het OV en de deelauto Er is meer werkgelegenheid
Relatie met ontwikkelbeeld: Vanuit het perspectief van het ontwikkelbeeld betreft dit een uitwerking op kernniveau van thema 1: een ontspannen woon- en werkmilieu. Het geeft vooral invulling aan de lokale vitaliteit. In de verdere uitwerking van dit thema is het wenselijk dat dit zo concreet mogelijk wordt om hierover een goed gesprek met de provincie te voeren. Thema 3: Samen Soesterberg verder versterken
Soesterberg is gevarieerd en gegroeid naar een compleet dorp met eigen identiteit 1. 2. 3. 4.
Inwoners bepalen samen de inrichting van Soesterberg Er zijn 2 levendige centrumplekken waar we elkaar ontmoeten Soesterberg is goed bereikbaar, ook met het OV Het verhaal van de Wegh der Weeghen is onderdeel van Soesterberg
Relatie met ontwikkelbeeld: Vanuit het perspectief van het ontwikkelbeeld betreft dit vooral een uitwerking op kernniveau van thema 1: een ontspannen woon- en werkmilieu. Het geeft vooral invulling aan de lokale vitaliteit. In de verdere uitwerking van dit thema is het wenselijk dat dit zo concreet mogelijk wordt om hierover een goed gesprek met de provincie te voeren. Voor Soesterberg is er één belangrijk raakvlak met het ontwikkelbeeld, namelijk de ontwikkeling van het knooppunt Soesterberg op de HOV lijn tussen Amersfoort en USP. Wat er nodig is om Soesterberg aan te sluiten op deze lijn is nog onderwerp van onderzoek. Thema 4: Waardevol groen De openbare ruimte binnen en buiten de dorpen is natuurlijk, klimaatrobuust en nodigt uit tot ontmoeting 1. 2.
Het geheel aan groene gebieden onderdeel van de hoofdstructuur in onze dorpen blijft behouden Het groen in de dorpen wordt intensief gebruikt voor ontmoeting en beweging en is klimaatrobuust
Relatie met ontwikkelbeeld: Een van de leidende principes in het ontwikkelbeeld rondom groen is ‘Groen Groeit Mee’. Dit betekent dat de groei van rode functies (wonen/werken) onlosmakelijk is verbonden met de groei van groen. De groei van groen kan op verschillende manieren en in verschillende functies. In regionaal verband wordt dit nog verder uitgewerkt in een handelingsperspectief voor het buitengebied van de regio Amersfoort. In de omgevingsvisie wordt niet uitgesloten dat binnenstedelijk groen, anders dan de groenhoofdstructuur, verkleurt van functie voor bijvoorbeeld het bouwen van woningen. Ook wordt als wensbeeld voor 2040 gepresenteerd dat het openbaar groen waardevoller is dan nu. Met minder verharding, meer klimaatadaptief en uitnodigend voor ontmoetingen en beweging. De kwaliteit van het groen groeit hierdoor. Dit sluit mooi aan bij het groen groeit mee principe uit het ontwikkelbeeld. Thema 5: Ruimte voor recreatie en toerisme Onze gemeente wordt veel bezocht door recreanten 1. 2. 3.
Er komen veel recreanten naar onze ontmoetingscentra Recreanten zijn verdeeld over de bos- en natuurgebieden Er is minder gemotoriseerd verkeer in de bos- en natuurgebieden
Relatie met ontwikkelbeeld: In de omgevingsvisie wordt voorzien dat onze kernen en ons groene buitengebied veel intensiever bezocht worden door recreanten, maar dat dit niet tot structurele schade aan de natuur of onevenredige druk op bepaalde plekken zal leiden. Als we dit waar kunnen maken kan dit van grote toegevoegde waarde zijn voor de regio. Er wordt regionaal gekozen voor concentratie van wonen en werken in 3 focusgebieden. Vanuit het groen groeit mee principe moet het groen en mogelijkheden voor recreatie evenredig meegroeien met de verstedelijking. Dit kan echter niet op dezelfde plek. Soest kan hierin een rol van betekenis spelen. Thema 6: Een groene bruikbare polder De polder is een aantrekkelijk agrarisch natuurlandschap
1. 2.
De polder is een agrarisch natuurlandschap, samen ontworpen met buurgemeenten Er is ruimte voor duurzame landbouw die gericht is op lokale consument
Relatie met ontwikkelbeeld: De ontwikkeling van de polder tot een agrarisch natuurlandschap past één-op-één in het principe van groen groeit mee. Het sluit daarmee goed aan op het ontwikkelbeeld en kan zelfs worden gezien als een invulling daarvan. Thema 7: Adequaat reageren op klimaatverandering Onze lokale CO2-uitstoot is sterk verminderd en de gevolgen van klimaatverandering zijn hanteerbaar 1. 2. 3.
Onze co2-uitstoot is met 49% verminderd in 2030 Ons grondwaterpeil is zo hoog mogelijk, er wordt meer water opgeslagen in de heuvelrug en er is meer schoon oppervlakte water Ruimtelijke plannen moeten passen bij de watersituatie
Relatie met ontwikkelbeeld: In het ontwikkelbeeld wordt er vanuit gegaan dat de ondergrond een ordenend principe is als het gaat om klimaatadaptatie. Dat is ook zichtbaar in de omgevingsvisie als het gaat om het gebruiken van ons natuurlijk aanwezige systeem voor een betere waterhuishouding. In het ontwikkelbeeld wordt er vooral een koppeling tussen het groene buitengebied en klimaatverandering gemaakt. Klimaatbestendigheid gaat echter veel verder dan het buitengebied en betreft ook het klimaatbestendig maken van het stedelijk gebied. Dit is echter niet regionaal onderscheidend en wordt daarom in het ontwikkelbeeld minder naar voren gebracht. Het lokaal willen vervlechten van de klimaatopgave met bestaand en nieuw stedelijk gebied past op zich goed bij het ontwikkelbeeld omdat er in en rond Soest vooral op woonmilieus in lagere dichtheden wordt ingezet. Het ontwikkelbeeld doet geen directe uitspraken over CO2 uitstoot of de reductie daarvan. De ambities hiervoor zijn geformuleerd in de RES (regionale energie strategie). Het uitgangspunt van het ontwikkelbeeld is de uitkomst van de RES. Ofwel, in het ontwikkelbeeld is de RES 1.0 overgenomen en conflicteert het dus niet. En daarbij conflicteert het dus ook niet met het Soester Uitnodigingskader voor grootschalige elektriciteitsopwekking.
Conclusie Op basis van bovenstaande analyse kan worden geconstateerd dat: het regionale ontwikkelbeeld recht doet aan de inzichten en rode draden die u heeft geformuleerd op de raadsavond van 10 maart; de ontwerp omgevingsvisie van Soest en het regionale ontwikkelbeeld elkaar voor een groot deel aanvullen en op een aantal punten zelfs versterken. Dit is vooral zichtbaar in de inzet van het buitengebied; de lokale vitaliteit en de knooppuntontwikkeling van Soesterberg belangrijke aandachtpunten zijn in de verdere uitwerking van het ontwikkelbeeld en in de contacten met de provincie. Op basis van deze constateringen is de conclusie dat, bezien vanuit de lokale belangen van Soest, er geen zwaarwegende belemmeringen zijn om het regionale ontwikkelbeeld 2030-2040 vast te stellen.