4c3 11 Bijlage 10 Boomeffectanalyse.pdf
Tekst van het document
Bomen Effect Analyse (BEA) Locatie trein-busstation Gemeente Soest
BEA Locatie trein-busstation Soest
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Projectgegevens ................................................................................................................ 3 Aanleiding ........................................................................................................................... 3 Doelstelling ......................................................................................................................... 3 Onderzoeksvraag ................................................................................................................ 4 Huidige situatie ................................................................................................................... 4 Projectontwerp ................................................................................................................... 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Inventarisatie en inspectie ................................................................................................. 6 Algemeen ............................................................................................................................ 6 Sortimentverdeling ............................................................................................................. 6 Leeftijd ................................................................................................................................ 7 Stamdiameter ..................................................................................................................... 7 Conditie ............................................................................................................................... 7 Gebreken ............................................................................................................................ 7 Toekomstverwachting ........................................................................................................ 8
2
3
Boomkwaliteit en status .................................................................................................... 9 3.1 Boomkwaliteit ..................................................................................................................... 9 3.2 Bijzondere boomwaarde/beleidsstatus .............................................................................. 9
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Projectinvloed ................................................................................................................. 11 Werkzaamheden ............................................................................................................... 11 Wortelschade .................................................................................................................... 11 Kroon, stam- en stamvoetschade ..................................................................................... 12 Verdichting en bodemschade ........................................................................................... 13 Matrix voorlopige projectinvloed ..................................................................................... 13 Bewortelingsonderzoek .................................................................................................... 14
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
BEA-advies ...................................................................................................................... 16 Matrix BEA-advies ............................................................................................................. 16 Beperkte maatregelen (+) ................................................................................................. 16 Specifieke maatregelen (-) ................................................................................................ 16 Ingrijpende maatregelen (planaanpassingen) .................................................................. 17 Fatale belemmeringen (X) ................................................................................................ 18 Algemene randvoorwaarden ............................................................................................ 18 Aanbevelingen .................................................................................................................. 19
5
6
Bomenbalans .................................................................................................................. 21
Bijlage A. Overzichtskaart projectlocatie ..................................................................................... 22 Bijlage B. Locatie proefsleuven ................................................................................................... 23 Bijlage C. Resultaten bodemonderzoek ....................................................................................... 24 Bijlage D. Bomenposter ‘Werken rondom bomen’ ....................................................................... 39
Pagina 2 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
1. Projectgegevens Projectnaam Projectlocatie Opnamedatum BEA
20289 BEA locatie trein-busstation Soest N221 (Koningsweg) vanaf kruising Pimpelmees t/m kruising Schoutenkampweg, inclusief stationsgebied en parkeerterrein Bosstraat 7 september 2020
Opdrachtgever: Contactpersoon
Gemeente Soest Dhr. W. (Walter) de Jong
Opdrachtnemer Onderzoekers
tree-o-logic Dhr. ing. A. (Anton) van de Vegt (ETT) Dhr. ing. W. (Wessel) Wassink (ETT) Dhr. ing. W. (Wessel) Wassink (ETT)
Auteur: Datum rapport Versienr. rapport Separate bijlagen
11 september 2020 1.0 Bomenlijst met inspectieresultaten en scores Overzichtskaart met boomnummers en BEA-advies Foto’s algemeen Foto’s proefsleuven Minimale graafafstanden
Uitgangspunten Hulpmiddelen
Handboek Bomen 2018, hoofdstuk 16 Visuele inspectie: toughpad, hoogtemeter, pi-meetband, hamer en prikstok Groeiplaatsbeoordeling: schop/spa, meetbaak, grondzuiger, fotocamera
Projectstatus:
Definitief Ontwerp
.xlsx .pdf .jpg .jpg .dxf
1.1 Aanleiding De doorstroming in de omgeving van het trein- en busstation Soest-Zuid is problematisch, met name in de spitsperiode. Daarom is de gemeente Soest voornemens de omgeving van het trein- en busstation Soest-Zuid opnieuw in te richten. Op diverse plaatsen wordt extra verharding aangebracht en daarom zullen diverse bomen worden gekapt. Bij andere bomen zullen werkzaamheden dichtbij de stam of beworteling worden uitgevoerd. In de huidige situatie veroorzaken diverse bomen voor opdruk van de verharding. 1.2 Doelstelling Om de gevolgen van de werkzaamheden op de bomen te bepalen is een visuele beoordeling van de bomen uitgevoerd, volgens de VTA-methode. Vervolgens is de groeiplaats beoordeeld door het zuigen van een representatief aantal proefsleuven. Daarmee is inzicht verkregen in de ondergrondse situatie. Dit groeiplaatsonderzoek geeft daarnaast een beeld van de boven- en ondergrondse effecten van de voorgenomen werkzaamheden. Aanvullend is een voorstel gedaan voor standplaatsverbeterende maatregelen om de verhardingsopdruk te verwijderen of te minimaliseren.
Pagina 3 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
1.3 Onderzoeksvraag De hoofdvraag die in de BEA centraal staat luidt als volgt: “Kunnen de bomen, in perspectief van de voorgenomen herinrichting, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” 1.4 Huidige situatie De N221 (Koningsweg) is één van de ontsluitingswegen van Soest en loopt vanaf het noorden van Soest, dwars door de stad, naar Amersfoort. De Koningsweg is een éénbaansweg met gescheiden rijstroken. Aan beide buitenzijden van de weg is een losliggend fietspad aanwezig. Aan de zuidzijde van de weg ligt een trottoir. Parkeerterrein Bosstraat ligt aan de zuidkant van de Koningsweg en is uitsluitend bereikbaar vanuit de woonwijk. Het stationsterrein Soest Zuid ligt aan de noordkant van de Koningsweg en aan de zuidoostzijde van het spoor. Aan beide zijden van de weg is bebouwing aanwezig. Aan de noordkant wordt deze aan het zicht onttrokken door een geluidswal en aan de zuidzijde door bos en een bomenrij. In de bermen tussen de rijbanen en de fietspaden zijn bomenrijen aanwezig. De bomenrijen eindigen bij de spoorwegovergang. Zowel op het parkeerterrein als het stationsterrein staan diverse solitaire bomen en bomenrijen. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie.
afb. 1: linksboven: Koningsweg, gezien richting kruising met Nieuweweg. Rechtsboven: kruising Koningsweg-Nieuweweg. Linksonder: parkeerterrein Bosstraat. Rechtsonder: stationsterrein Soest Zuid
Pagina 4 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
1.5 Projectontwerp Gemeente Soest heeft reeds een definitief ontwerp opgesteld en deze is in .pdf- en .dwg-formaat aangeleverd. Uit de ontwerptekeningen blijkt dat de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: ▪ aanleg rotonde met nieuw fietspad en trottoir ter hoogte van kruising N221-Pimpelmees (tek. 1); ▪ wijzigen locatie fietspad en trottoir over het hele traject (tek. 1/2/3); ▪ aanleg tweebaansweg voor doorstroming ter hoogte van kruising N221-Nieuweweg (tek. 2); ▪ wijzigen kruising N221-Nieuweweg (tek. 2); ▪ wijzigen keerpunt busstation (tek. 4); ▪ wijzigen/uitbreiden parkeerplaats Bosstraat met nieuwe toegangswegen (tek. 5). Het projectgebied is ca. 700 meter lang en is globaal weergegeven op de overzichtskaart, zie afb. 2. Deze kaart is in groter formaat toegevoegd als bijlage A. Het projectgebied is voor het overzicht verdeeld in vier delen: 1. bomen langs de N221 (Koningsweg) 2. bomen op en rond het stationsterrein 3. bomen op en rond parkeerplaats Bosstraat 4. bomen rond kruising N221 - Nieuweweg
afb. 2: overzichtskaart met indeling projectgebied
Pagina 5 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
2
Inventarisatie en inspectie
Bij de inventarisatie zijn alle bomen binnen het projectgebied opgenomen. Het betreft in totaal 220 bomen. Daarvan zijn 3 bomen in particulier eigendom. De bomen zijn geïnventariseerd op diverse standaardkenmerken, zoals boomsoort, hoogte en stamdiameter. Daarnaast zijn de bomen geïnspecteerd (boomveiligheidscontrole volgens de VTA-methode) op gebreken, conditie en toekomstverwachting. Vanwege het grote aantal bomen zijn de overzichtskaart met de boomnummers en de Bomenlijst met de gegevens van de opname separaat aangeleverd. 2.1 Algemeen Vrijwel alle bomen zijn niet vrij uitgroeiend en zijn in het verleden ‘opgekroond’ ten behoeve van de vrije doorgang voor verkeer en fietsers/voetgangers. De meeste bomen staan in ruw gras. Het betreft hier de bomen die in de wegberm staan. In het gebied zijn diverse meerstammige bomen aanwezig. Deze bomen staan met name rond het parkeerterrein Bosstraat. Langs de Koningsweg staat een jubileumboom ten gunste van het 25-jarig huwelijk van Koningin Beatrix en Prins Claus, zie afb. 3: herdenkingslinde afb. 3. De zilverlinde is geplant op 10 maart 1991. 2.2 Sortimentverdeling De diversiteit aan boomsoorten is groot, zie afb. 4. De meest voorkomende soort is de zomereik (Quercus robur). Deze staat met name in het bosplantsoen. Daarnaast zijn in de wegbermen diverse lindes (T. x europaea, T. cordata) aanwezig.
De moseiken (Quercus cerris) staan onder andere in de haag aan de zuidzijde van de Koningsweg. De soorten die minder dan drie keer voorkomen zijn gegroepeerd ten behoeve van de leesbaarheid.
Boomsoort Divers (< 3 bomen) Acer negundo Aesculus hippocastanum Acer platanoides Tilia x europaea Acer pseudoplatanus Acer cappadocicum Fagus sylvatica Tilia cordata Quercus cerris Tilia tomentosa Quercus robur
14 3 4 5 6 9 10 12 19 32 42 64 0
10
20
30
40
50
60
70
afb. 4: verdeling boomsoorten
Pagina 6 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
Plantjaar 110
120 100
Aantal
2.3 Leeftijd De leeftijd is ingeschat op basis van de soortspecifieke groei-eigenschappen en de standplaats. Verreweg de meeste bomen komen uit de jaren ’80 en ‘90, zie afb. 5. De oudste boom is een grauwe abeel naast de trappen richting het perron. Deze boom is aangeplant in ca. 1955.
79
80 60 40 20
1
6
13
8
3
0
De jongste bomen staan verspreid over het projectgebied, het betreft hier waarschijnlijk inboet van uitgevallen bomen.
afb. 5: verdeling plantjaar
2.4 Stamdiameter De stamdiameters zijn opgenomen volgens de standaard verdeling van het RAW. De bomen variëren sterk in stamdikte vanwege de variatie in leeftijd van de bomen, zie tabel 1. De dikste bomen zijn een zomereik en de grauwe abeel van ruim een meter dik.
tabel 1: stamdiameterklassen
Stamdiameterklasse < 20 cm 20 tot 30 cm 30 tot 50 cm 50 tot 100 cm > 100 cm Eindtotaal
Aantal 17 51 117 33 2 220
2.5 Conditie De conditie is de huidige gezondheidstoestand van de boom. Deze is beoordeeld aan de hand van de scheutlengte, kroonstructuur, bladbezet4% 0% Voldoende ting en -kleur. De verdeling (zie afb. 6) is als volgt: 18% ▪ 171 bomen hebben een voldoende conditie. Onvoldoende Deze bomen hebben geen verstoorde groei; Slecht ▪ 39 bomen hebben een onvoldoende conditie. 78% Zeer slecht / Deze bomen vertonen weinig- tot geen groei afgestorven en kunnen (beginnende) afstervingsverafb. 6: conditieverdeling schijnselen vertonen; ▪ 9 bomen hebben een slechte conditie. Deze bomen vertonen (sterke) afstervingsverschijnselen; ▪ 1 boom heeft een zeer slechte conditie. Het betreft een vederesdoorn (Acer negundo) waarvan de kroon voor het grootste deel is afgestorven.
Conditie
2.6 Gebreken Tijdens de opname zijn diverse gebreken geconstateerd, zie tabel 2. Het meest voorkomende gebrek is grof dood hout, vooral bij de zomereiken in het bosplantsoen. Daarnaast zijn er bij diverse bomen afstervingsverschijnselen geconstateerd. Bij drie bomen is een ziekte vastgesteld. Bomen met dergelijke (blijvende) gebreken worden doorgaans gehandhaafd als attentieboom. Onder de tabel op de volgende pagina is een aantal voorbeelden opgenomen van de veelvoorkomende gebreken.
Pagina 7 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest tabel 2: gebrek met locatie
Gebrek/Locatie (Aanrij)schade Afstervingsverschijnselen Essentaksterfte Grof dood hout Kastanjebloedingsziekte Onvoldoende takvrije ruimte (object) Scheur (lengte) Zonnebrand Geen
Kroon
Stam
Stamvoet
Maaiveld
1 15 1 38 2 1
171
1 1 218
220
220
afb. 7: veel voorkomende gebreken. Links: grotendeels afgestorven vederesdoorn. Midden: smalbladige es met lichte essentaksterfte. Rechts: beuk met afstervingsverschijnselen
2.7 Toekomstverwachting De toekomstverwachting is bepaald op basis van 5% de conditie en eventuele gebreken of ziektes, in 2% 1% 9% relatie tot de boomsoort. De toekomstverwach> 15 jaar ting is verdeeld in vier klassen, zie afb. 8: 10 - 15 jaar ▪ 182 bomen hebben een toekomstverwach5 - 10 jaar 83% ting van meer dan 15 jaar; 1 - 5 jaar ▪ 20 bomen hebben een verminderde toe< 1 jaar komstverwachting van 10-15 jaar; ▪ 12 bomen hebben een verminderde toe- afb. 8: toekomstverwachting komstverwachting van 5-10 jaar; ▪ 5 bomen hebben een sterk verminderde toekomstverwachting van 1-5 jaar; ▪ 1 boom heeft een toekomstverwachting van minder dan één jaar. Deze boom moet worden verwijderd uit veiligheidsoogpunt.
Toekomstverwachting
Pagina 8 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
3
Boomkwaliteit en status
In dit deel van de rapportage wordt de huidige kwaliteit van de bomen in het projectgebied beschreven. Daarbij staat de volgende vraag centraal: “Is de boom boomtechnisch geschikt voor een duurzame handhaving en heeft de boom een bijzondere boomwaarde?” De boomkwaliteit per boom en de beleidsstatus zijn opgenomen in de Bomenlijst. 3.1 Boomkwaliteit De boomkwaliteit is bepaald op basis van de aanwezigheid en mate van boomtechnische beperkingen. Onvoldoende conditie is bijvoorbeeld een boomtechnische beperking, maar ook een gebrek zoals dood hout of een ziekte. De boomkwaliteit is ingedeeld aan de hand van vijf categorieën (16.13. Overzicht boomkwaliteit, Handboek Bomen 2018), zie tabel 3. In de tabel is onderscheid gemaakt in de vier delen binnen het projectgebied (zie ook afb. 2). tabel 3: matrix boomkwaliteit
Boomkwaliteit Deel 1 - N221 Deel 2 - Stationsterrein Deel 3 - Parkeerplaats Bosstraat Deel 4 - Nieuweweg Totaal
▪ ▪
▪
▪ ▪
++ 105 7 25 5 142
+
15 15 8 2 40
-7 3 2 9 21
X 4 4 3 5 16
1 1
Eindtotaal 131 29 38 22 220
142 bomen met score goed (++) hebben geen boomtechnische beperkingen, een voldoende conditie en een toekomstverwachting van > 15 jaar. 40 bomen met score voldoende (+) hebben vaak beperkte boomtechnische beperkingen zoals dood hout of loshangende takken. De conditie is voldoende of onvoldoende, maar de toekomstverwachting is nog meer dan 15 jaar. 21 bomen met score onvoldoende (-) hebben blijvende beperkingen, vaak gaat het om onvoldoende conditie met een verminderde toekomstverwachting, of lichte stamschades. De beperkingen zijn echter niet zodanig dat duurzame handhaving onmogelijk is. 16 bomen met score slecht (- -) hebben aanzienlijke beperkingen zoals afstervingsverschijnselen, ziektes en/of (aanrij)schades. De bomen hebben een toekomstverwachting van maximaal 10 jaar. 1 boom met score zeer slecht (X) heeft fatale beperkingen. Het betreft de grotendeels afgestorven vederesdoorn. Deze boom heeft advies rooien.
3.2 Bijzondere boomwaarde/beleidsstatus Indien sprake is van een bijzondere boomwaarde weegt het belang tot behoud van deze bomen zwaar. De beleidsstatus van de bomen in het projectgebied is bepaald op basis van de indeling van Handboek Bomen (16.17. Overzicht beleidsstatus, Handboek Bomen 2018). ▪ de boomstructuren langs de N221 (Koningsweg) en de Nieuweweg zijn als geheel als laan opgenomen op de Bomenkaart Soest. In totaal betreft het 153 bomen, deze zijn ingedeeld in functie II. Structuurbepalend/hoofdstructuur, belangrijke bomen met een specifiek benoemde beleidsstatus.
Pagina 9 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
▪
de bomen rond de parkeerplaats Bosstraat staan in de parkwijk Soest-zuid. In totaal betreft het 38 bomen, deze hebben eveneens een verhoogde beleidsstatus en zijn ingedeeld in functie II. Structuurbepalend/hoofdstructuur. De overige 29 bomen rond het stationsterrein zijn niet opgenomen op de Bomenkaart Soest en het betreft ook geen monumentale of waardevolle bomen. Deze bomen vallen onder functie III. Functionele (laan-, straat- en park-) bomen zonder een specifiek benoemde beleidsstatus.
Pagina 10 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
4
Projectinvloed
In dit deel is de verwachte invloed van het project op het duurzaam voortbestaan van de bomen uitgewerkt. De vraagstelling daarbij luidt als volgt: “Wat is de verwachte projectinvloed in relatie tot de duurzame handhaving van de boom?” 4.1 Werkzaamheden In beginsel betreft het onderzoek alle werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone. De kwetsbare boomzone is de zone direct rond de boom tot 1,5 m buiten de kroonprojectie, zie afb. 9. Het onderzoek naar de projectinvloed concentreert zich op de boven- en ondergrondse gevolgen van de werkzaamheden. Daarbij is onderzocht in hoeverre deze werkzaamheden belemmerende invloed hebben op de bomen. Bij de beoordeling zijn alle bomen in het projectgebied meegenomen, ongeacht of deze in particulier eigendom zijn. De invloed is onderscheiden op basis van het schaderisico: (1) wortelschade, (2) kroon, stam- en stamvoet- afb. 9: schematische weergave kwetsbare boomzone (2.16. Kwetsbare boomzone, Handboek Bomen 2018) schade en (3) bodemschade/verdichting. De verwachte invloed van de werkzaamheden bepaalt de score bij het onderdeel ‘projectinvloed’ (zie paragraaf 4.5). 4.2 Wortelschade De geplande (machinale) graafwerkzaamheden kunnen de wortels van de bomen beschadigen. Een boom in goede conditie kan een verlies tot 20% van zijn wortelpakket buiten de zogenaamde stabiliteitszone verdragen.
De theoretische norm voor minimale graafafstanden, gerekend vanuit het hart van de stamvoet, is afhankelijk van de stamdiameter en kroonontwikkeling, zie afb. 10. Deze afstanden zijn een richtlijn. In specifieke gevallen en na het uitvoeren van gericht onderzoek kan van deze richtlijn worden afgeweken. De minimale graafafstand is een belangrijke norm voor het bepalen van de projectinvloed. De minimale graafafstanden zijn daarom aangeleverd in een separaat be- afb. 10: leidraad minimale graafafstanden (2.50. Minimale graafafstanden, Handboek Bomen 2018) stand.
Pagina 11 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
4.2.1 Verwijderen huidige verharding Op vrijwel het hele traject wordt de asfalt-, klinker- of tegelverharding verwijderd. Daarbij wordt bij veel bomen de minimale graafafstand overschreden. Dit kan de nodige wortelschade veroorzaken. Op afb. 11 is een voorbeeld weergegeven. De zwarte lijn geeft de huidige verharding aan. Bij het verwijderen daarvan wordt de minimale graafafstand ruim overschreden. ➔ Als de werkzaamheden de minimale graafafstand overschrijden wordt op voorhand aanzienlijk belemmerende invloed verwacht.
afb. 11: voorbeeld overschrijding graafafstand bij verwijderen huidige verharding
4.2.2 Aanleggen nieuwe verharding De nieuwe asfalt-, klinker- of tegelverharding wordt in veel gevallen dichtbij de bomen aangelegd. Als dit dichterbij de bomen wordt aangelegd, veroorzaakt dit vaak zware wortelschade. Echter kan ook schade ontstaan als de verharding verder bij de boom vandaan komt te liggen. Voor het beoordelen van de projectinvloed zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ontgravingsdiepte voor asfaltverharding is 50 cm diepte t.o.v. maaiveld. Het cunet bestaat uit: 30 cm puinbaan 10 cm cunetzand en 10 afb. 12: voorbeeld overschrijding graafafstand bij aanleg cm toplaag. nieuwe verharding ▪ ontgravingsdiepte voor klinker- of tegelverharding is 30cm diepte t.o.v. maaiveld. Het cunet bestaat uit 20 cm cunetzand en 10 cm toplaag. Op afb. 12 is een voorbeeld weergegeven. De gele lijn geeft de bandenlijn van de nieuwe verharding aan. Daarbij is duidelijk zichtbaar dat de minimale graafafstand wordt overschreden. ➔ Als de werkzaamheden de minimale graafafstand overschrijden wordt op voorhand aanzienlijk belemmerende invloed verwacht. 4.2.3 Grondophoging/-verlaging In het gebied rond parkeerplaats Bosstraat is veelal sprake van een open grondsituatie. Op deze plaatsen is vaak hoogteverschil aanwezig waardoor een deel van de grond zal worden afgegraven om ongewenste hoogteverschillen op de parkeerplaats te voorkomen.
➔ Als de grondophoging/-verlaging plaatsvindt binnen de kwetsbare boomzone wordt op voorhand belemmerende invloed verwacht. 4.3 Kroon, stam- en stamvoetschade Bovengrondse werkzaamheden, met name met groot materieel, kunnen leiden tot schade aan kroon, stam en/of stamvoet(boomschades). Dit geldt ook voor benodigde transportbewegingen bij aan- en Pagina 12 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
afvoer van materialen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het verplaatsen van de fietskluizen of -rekken. Boomschades kunnen leiden tot een (tijdelijke) verzwakking van de boom, waardoor deze vatbaarder wordt voor parasitaire aantastingen. De werkzaamheden vinden in veel gevallen dicht bij de bomen plaats. Daardoor is de kans op schade groot. ➔ Als er werkzaamheden plaatsvinden binnen de kwetsbare boomzone wordt daar op voorhand minimaal beperkt belemmerende invloed verwacht. 4.4 Verdichting en bodemschade Opslag van materieel en materiaal kan leiden tot verdichting en schade aan de bodem. Ook bij werk met zwaar materieel kan daar sprake van zijn. Als deze verdichting plaatsvindt op onverhard of half verhard terrein, binnen de kwetsbare boomzone, kan dit leiden tot (ernstige) verstoring van de luchten waterhuishouding. De conditie en toekomstverwachting van bomen kan daardoor sterk afnemen. Het risico is aanwezig dat er transportbewegingen of (tijdelijke) opslag van materiaal en materieel plaatsvinden binnen de kwetsbare boomzone. ➔ Bij alle bomen binnen het projectgebied waarbij mogelijk materieel/materiaal wordt opgeslagen binnen de kwetsbare boomzone, wordt op voorhand belemmerende invloed verwacht.
4.5 Matrix voorlopige projectinvloed Op basis van voorgaande analyse van de voorgenomen werkzaamheden en de minimale graafafstand is de voorlopige projectinvloed bepaald, zie tab. 1. Daarbij zijn de digitale ontwerptekeningen als basis gebruikt. De projectinvloed per boom is opgenomen in de separaat aangeleverde bomenlijst. tab. 1: matrix projectinvloed
Projectinvloed Deel 1 - N221 Deel 2 - Stationsterrein Deel 3 - Parkeerplaats Bosstraat Deel 4 - Nieuweweg Totaal
++
+
40 8 16 6 70
-18 4 2 24
X 43 14 10 6 73
30 7 8 8 53
Eindtotaal 131 29 38 22 220
De voorlopige conclusie luidt: ▪ bij geen enkele boom heeft het project geen noemenswaardig belemmerende invloed. Alle bomen staan binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden; ▪ bij 69 bomen is sprake van beperkt belemmerende invloed. Het betreft de bomen waarbij de werkzaamheden (ruimschoots) buiten de minimale graafafstand plaatsvinden. Wel vindt er transport en opslag plaats binnen de kwetsbare boomzone of is er kans op schade aan de kroon/stam/stamvoet door het werken met groot materieel; ▪ bij 24 bomen is sprake van belemmerende invloed. In de meeste gevallen worden de werkzaamheden net buiten de minimale graafafstand uitgevoerd, waardoor risico op wortelschade ontstaat; ▪ bij 74 bomen is sprake van aanzienlijk belemmerende invloed. De werkzaamheden (veelal het verwijderen of aanleggen van de verharding) worden binnen de minimale graafafstand van de bomen uitgevoerd waardoor de kans op wortelschade groot is. Daarnaast is de kans op schade aan kroon/stam/stamvoet groot, doordat het materieel dichtbij de bomen werkt;
Pagina 13 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
bij 53 bomen is sprake van fatale belemmerende invloed. Deze bomen kunnen niet worden ingepast omdat de verharding direct op de boom komt. Dit betreft uitsluitend bomen die op het Definitief ontwerp zijn aangegeven als “Verwijderen bestaande boom”. Bij acht bomen (nr. 18, 32-34, 43, 49-51) lijkt verwijderen op voorhand niet nodig. Bij deze bomen is de projectinvloed bijgesteld.
4.6 Bewortelingsonderzoek Het komt regelmatig voor dat de beworteling in de praktijk niet overeenkomt met de (theoretische) leidraad minimale graafafstanden. Aangezien de minimale graafafstand bij veel bomen (ruim) wordt overschreden, is het van belang de beworteling in het veld te beoordelen en de voorlopige projectinvloed te toetsen. Dit onderzoek kan leiden tot de conclusie dat meer of juist minder bomen gehandhaafd kunnen blijven, dan op voorhand is ingeschat. 4.6.1 Werkwijze Het bewortelingsonderzoek bestaat uit het graven van een representatief aantal proefsleuven (15 stuks), verdeeld over het traject. De locaties zijn zo gekozen dat de uiteenlopende situaties binnen het projectgebied zo goed mogelijk in beeld is. 4.6.2 Resultaten De locaties van de proefsleuven zijn weergegeven op de kaart in bijlage B. Vanwege het aantal zijn de resultaten van de proefsleuven opgenomen als bijlage C. Uit de proefsleuven blijkt het volgende: ▪ proefsleuf 1 t/m 3 zijn gemaakt bij parkeerplaats Bosstraat. De bodem is goed doorwortelbaar en vaak voldoende humeus. De dikke (stabiliteits-)wortels zitten bij alle bomen vanaf ca. 0,5 meter diepte. De kans op wortelschade door graafwerkzaamheden of verlagen van het maaiveld is daardoor kleiner dan vooraf ingeschat. De minimale graafafstand bij deze bomen wordt verkleind tot maximaal 1,5 meter.
Daardoor kan het werk worden uitgevoerd met behoud van de bomen; ▪ proefsleuf 4, 6 en 11 zijn gemaakt bij de bomenrij aan de zuidkant van de N221 (Koningsweg). De beworteling zit met name in de humeuze toplaag en veroorzaakt her en der bestratingsopdruk. De diepere bodem is sterk verdicht en daar zit weinig beworteling. De werkzaamheden bestaan uit het vervangen van de verharding op dezelfde locatie. De minimale graafafstand bij de rij met lindes en de bomen in de bosrand is verkleind tot 1,0 meter. Daardoor kan het werk worden uitgevoerd met behoud van de bomen. Bij de herdenkingslinde moet een planaanpassing worden gedaan om de boom te behouden (zie paragraaf 5.4); ▪ proefsleuf 5 en 7 zijn gemaakt bij de bomenrij tussen het zuidelijke fietspad en de rijbaan. De beworteling zit met name in de humeuze toplaag. De diepere bodem is voedselarm en weinig beworteld. De werkzaamheden (asfaltvervanging) zijn intensief en de beworteling binnen 2 meter is zeer intensief. De minimale graafafstand in deze rij is vergroot tot 2,0 meter en daardoor kunnen minder bomen behouden blijven; ▪ proefsleuf 12 is gemaakt in de middenberm tussen de rijbanen. De beworteling in de humeuze toplaag is redelijk intensief. De diepere bodem is voedselarm en weinig beworteld. De werkzaamheden (asfaltvervanging) zijn intensief, maar de mate van beworteling is beperkt.
De minimale graafafstand is verkleind tot 1,25, waardoor het werk kan worden uitgevoerd met behoud van de bomen;
Pagina 14 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
▪
▪
▪
proefsleuf 8 is gemaakt bij de bomenrij tussen het noordelijke fietspad en de rijbaan. In de humeuze toplaag zitten veel dikke (stabiliteits-)wortels. De nieuwe verharding komt veel dichterbij de bomen waardoor de wortelschade groot zal zijn. De minimale graafafstand in deze rij is vergroot tot 2,0 meter en daardoor kunnen minder bomen behouden blijven; proefsleuf 9 en 10 zijn gemaakt ter hoogte van de kruising N221 - Nieuweweg. In de humeuze toplaag zitten dichtbij de boom zeer intensieve wortels. Verder verwijderd van de bomen is de beworteling veel minder intensief. De minimale graafafstand moet worden gehandhaafd. Daardoor moeten een aantal bomen extra worden verwijderd. Een aantal bomen kan mogelijk worden behouden met een planaanpassing (zie paragraaf 5.4); proefsleuf 13 en 14 zijn gemaakt op het stationsterrein. De bomen hebben een zeer beperkte standplaats vanwege het intensieve ruimtegebruik. De beworteling in de humeuze toplaag is daardoor zeer oppervlakkig en intensief, waardoor op veel plaatsen verhardingsopdruk zichtbaar is. De minimale graafafstand moet worden gehandhaafd en dit betekent dat een meer bomen moeten worden verwijderd. De bomen kunnen alleen worden behouden als de groeiplaats kan worden vergroot door het verminderen van de hoeveelheid verharding of aanleg van een groeiplaatsconstructie.
Vanwege het intensieve ruimtegebruik (keerlus bussen, opstapplaats, fietsenrekken, fietspad en trottoir) en de oppervlakkige beworteling wordt dit bij de huidige bomen niet mogelijk geacht; proefsleuf 15 is gemaakt langs de N221 en betreft een boom in particulier eigendom. De beworteling dichtbij de boom is zeer intensief, ondanks dat de bodem aan de wegzijde zwak humeus is. De werkzaamheden vinden uitsluitend oppervlakkig plaats, maar wel dichtbij de boom. Dit zal ernstige wortelschade veroorzaken. De minimale graafafstand mag worden verkleind tot 1,0 meter en binnen deze zone mag geen verharding worden aangelegd. Dit is mogelijk met een planaanpassing (zie paragraaf 5.4).
Bij de proefsleuven is geen grondwater aangetroffen. Uit de metingen van Dinoloket1 ter hoogte van het stationsgebied blijkt dat het grondwater op ongeveer 2,1 meter onder maaiveld zit.
1
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
Pagina 15 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
5
BEA-advies
In dit deel is het BEA-advies uitgewerkt voor de 220 bomen binnen het projectgebied. Het advies is gebaseerd op het onderzoek naar de boomkwaliteit (hoofdstuk 3), de bepaling van de voorlopige projectinvloed (par. 4.5) en de resultaten van het bewortelingsonderzoek (par. 4.6). Vanwege de verhoogde beleidsstatus bij veel bomen is het belang tot behoud. 5.1 Matrix BEA-advies Het BEA-advies voor de bomen is samengevat in tab. 2. Het advies per boom is opgenomen in de separaat aangeleverde bomenlijst en de separate overzichtskaart met boomnummers. tab. 2: matrix BEA-advies
BEA-advies Deel 1 - N221 Deel 2 - Stationsterrein Deel 3 - Parkeerplaats Bosstraat Deel 4 - Nieuweweg Totaal
++
+
22 8 11 5 46
-54 6 14 5 79
X 2 1 1 4
53 15 12 11 91
Eindtotaal 131 29 38 22 220
5.2 Beperkte maatregelen (+) Bij 46 bomen zijn beperkte maatregelen nodig. Het betreft bomen die relatief ver verwijderd staan van de werkzaamheden en daardoor is de kans op wortelschade nihil. Bij deze bomen is wel risico op kroon/stam-/stamvoetschade of verdichting door opslag van materiaal/materieel. Bij deze bomen moeten de volgende maatregelen worden genomen: ▪ instellen beschermd boomgebied - De kwetsbare boomzone (zie afb. 9) dient te worden afgezet met bouwhekken, waar mogelijk; ▪ stambekisting aanbrengen - als het niet mogelijk is de kroonprojectie af te zetten, bijvoorbeeld in het geval wanneer er binnen de kwetsbare boomzone gewerkt gaat worden, moeten de bomen worden voorzien van stambekisting van 250-300 cm hoog. Deze stambekisting moet tot onderaan de stamvoet worden aangebracht om schade aan stam en stamvoet te voorkomen; ▪ voorkomen wortelschade – als onverhoopt toch wortels worden aangetroffen met een diameter van meer dan 5 cm, dienen deze haaks op de lengterichting te worden doorgezaagd. In het geval dat er wortels van meer dan 10 cm worden aangetroffen (wat niet denkbaar is) dan mag dit alleen gebeuren na goedkeuring en onder toezicht van een boomdeskundige; 5.3 Specifieke maatregelen (-) Bij 79 bomen zijn specifieke maatregelen nodig. Deze bomen staan dichtbij de huidige verharding of dichtbij nieuw aan te leggen verharding.
In veel gevallen wordt dichtbij of zelfs binnen de minimale graafafstand gewerkt. Daardoor is er kans op wortelschade aanwezig. Bij deze bomen moeten de volgende maatregelen worden genomen: ▪ stambekisting aanbrengen - de bomen moeten worden voorzien van stambekisting van 250-300 cm hoog. Deze stambekisting moet tot onderaan de stamvoet worden aangebracht om schade aan stam en stamvoet te voorkomen;
Pagina 16 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
▪ ▪
▪ ▪
verwijderen asfaltverharding –het asfalt voorzichtig wegfrezen, niet dieper dan nodig. Bij het verwijderen van de onderliggende puinfundering eveneens voorzichtig werken, onder begeleiding van een Bomenwacht (zie paragraaf 5.6); verwijderen elementenverharding – de huidige verharding voorzichtig, bij voorkeur handmatig, verwijderen. Het zandcunet eveneens voorzichtig en liefst handmatig verwijderen; verwijderen beworteling – bij deze groep bomen is de kans op het aantreffen van beworteling groot. Wortels met een diameter van 5 cm of meer moeten haaks op de lengte richting worden verwijderd, na goedkeuring en onder toezicht van de Bomenwacht (zie paragraaf 5.6); vermijden rijbewegingen – als de verharding is verwijderd moeten rijbewegingen op de ondergrond binnen de kwetsbare boomzone zoveel mogelijk worden voorkomen; aanleggen nieuwe verharding – verharding mag niet op ‘naakte wortels’ worden aangebracht, hier moet altijd minimaal 5 cm zanddekking worden aangebracht. Vervolgens moet het cunet zoveel mogelijk handmatig worden aangebracht en geëgaliseerd;
De bomen met nr. 165, 167, 168, 208, 211, 214 staan op het stationsterrein. Bij deze bomen worden werkzaamheden uitgevoerd binnen de minimale graafafstand. Deze bomen kunnen alleen worden behouden als, naast het bovenstaande, de volgende maatregelen worden getroffen: ▪ elementenverharding binnen de minimale graafafstand handmatig verwijderen; ▪ cunet handmatig egaliseren, niet dieper ontgraven dan nodig; ▪ nieuwe verharding handmatig aanbrengen; ▪ alle werkzaamheden uitvoeren onder begeleiding van de Bomenwacht. 5.4 Ingrijpende maatregelen (planaanpassingen) ▪ boom 55, 123 & 227 – bij deze bomen wordt de nieuwe verharding binnen de minimale graafafstand aangelegd. Het betreft bomen van groot formaat waarbij het belang van behoud van deze bomen zwaar weegt. Voor het behoud van deze bomen moet een uitsparing van minimaal 0,5 meter in het trottoir aan te brengen, om fatale wortelschade te voorkomen. Naast het voorgaande gelden bij deze bomen eveneens de randvoorwaarden zoals beafb. 13: voorbeeld uitsparing bij boom 123 schreven onder paragraaf 5.3;
Pagina 17 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
boom 142 – dit betreft een karakteristieke vrij uitgegroeide eik, zie afb. 14. Het belang van behoud van deze boom weegt zwaar. Deze boom staat op dit moment in het gazon maar op deze locatie worden parkeerplaatsen aangelegd. Voor het behoud van deze boom moeten twee parkeervakken worden verwijderd uit het ontwerp. Gezien de ruimte in de omgeving van de boom is het wellicht mogelijk deze parkeervakken anders te situeren, zodat deze boom behouden kan blijven.
5.5 Fatale belemmeringen (X) Bij 91 bomen is uit het onderzoek gebleken dat er fatale belemmeringen zijn voor het behoud van de boom. Deze bomen zijn niet te behouden, vanwege uiteenlopende redenen: ▪ 15 bomen hebben een (zeer) slechte boomkwaliteit en een toekomstverwachting van minder dan 10 jaar. De inafb. 14: karakteristieke vrij uitgegroeide eik vestering tot behoud van de bomen weegt niet op tegen (boom 142) de boomwaarde, de bomen zullen namelijk binnen afzienbare tijd moeten worden verwijderd uit veiligheids-/beheeroogpunt; ▪ 43 bomen waren op de ontwerptekening al aangeven als “Verwijderen bestaande boom”. Uit het bewortelingsonderzoek is gebleken dat er geen mogelijkheden tot behoud binnen het bestaande project2; ▪ bij 33 bomen is uit het onderzoek gebleken dat deze niet te behouden zijn. Het betreft hier met name bomen langs de N221 (Koningsweg) die in de middenberm of de berm tussen het fietspad en de rijbaan staan. Vanwege de intensieve beworteling kunnen deze bomen niet behouden worden. Daarnaast betreft het diverse bomen op het Stationsterrein, waarbij de beworteling zo intensief en oppervlakkig is, dat de werkzaamheden fatale gevolgen hebben. 5.6 Algemene randvoorwaarden De randvoorwaarden uit paragraaf 5.2 t/m 5.4 gelden voor specifieke bomen binnen het projectgebied.
Onderstaande algemene randvoorwaarden zijn van toepassing op alle bomen: ▪ aanstellen Bomenwacht – een Bomenwacht is een boomtechnisch adviseur die de graafwerkzaamheden kan begeleiden. Hij kan mogelijke knelpunten tijdig signaleren en oplossen. De proefsleuven zijn een steekproef. Het is dus mogelijk dat op onverwachte plekken toch wortels worden aangetroffen. Vanwege de kleine afstand van de werkzaamheden tot de bomen is een Bomenwacht verplicht; ▪ voorkomen kroonschade – veel bomen vormen dood hout of hebben laaghangende takken. Dit belemmert bij de werkzaamheden en het advies is voorafgaand aan de werkzaamheden een
2
Het is een reële optie, te onderzoeken of de resp. 43 en 33 bomen te verplanten zijn. Het betreft hier deels lindes, met een goede boomkwaliteit. Lindes lenen zich doorgaans goed voor verplantingen en mogelijk kunnen deze bomen worden ingepast op een andere locatie. Hiervoor dient wel eerst een verplantbaarheidsonderzoek te worden uitgevoerd.
Pagina 18 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
▪
snoeironde uit te voeren. De snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een vakbekwaam snoeier, bij voorkeur een ETW’er; bomenposter - als bijlage D is de bomenposter uit Handboek bomen 2018 opgenomen. Daarop zijn de aandachtspunten bij het werken rond bomen samengevat.
5.7 Aanbevelingen 5.7.1 Groeiplaatsverbetering Diverse bomen zorgen voor verhardingsopdruk. Gemeente Soest heeft daarom specifiek gevraagd om een voorstel voor verbetering van de standplaats van deze bomen. De verhardingsopdruk is aangetroffen bij acht bomen, zie de Bomenlijst. Het betreft vier beuken langs de Nieuweweg, deze bomen kunnen niet worden behouden in het kader van de voorgenomen werkzaamheden. Ditzelfde geldt voor de grauwe abeel bij de trappen richting het perron. Verhardingsopdruk is vrijwel altijd het gevolg van een matige/slechte groeiplaats van bomen. Op veel plaatsen bleek uit de proefsleuven dat de bovenlaag humeus was en de onderliggende laag verdicht of humusarm/humusloos. Dit betekent dat de wortels in het oppervlak gaan zoeken naar voedsel waardoor vaak wortelopdruk ontstaat. Het voorkomen van wortelopdruk kan dus het beste door het aanleggen van een goede groeiplaats. Bij bestaande bomen is dit vaak lastig, omdat de bomen vaak al hun ‘eigen weg’ hebben gezocht. De situatie bij de bomenrij ten zuiden van de N221 leent zich voor een tweede maaiveld-constructie worden aangelegd. In de Sandwichconstructie wordt een luchtlaag gecreëerd waardoor groei van wortels naar boven wordt voorkomen: 1. aanwezige cunetzand onder trottoir wegzuigen; 2. opvullen met bomenzand (3,5-5% organische stof), dat voldoet aan de eisen van artikel 3.22 uit Handboek Bomen 2018; 3.
aanbrengen Permavoid® SC 853, ca. 130 mm cm onder de gewenste maaiveldhoogte; 4. aanbrengen scheidingsdoek (geotextiel); 5. opvullen met een vleilaag van max. 50 mm. Op locaties waar asfalt wordt aangebracht, kan eveneens worden gekozen voor Watershell wortelbruggen. Het systeem werkt grotendeels hetzelfde als Sandwichconstructies, maar wordt toegepast bij asfaltverhardingen4. Op de locaties waar nieuwe bomen worden geplant, is het advies de groenstroken zo groot mogelijk te maken. Op de locaties met humusarme/humusloze grond dient de huidige grond te worden weggezogen en te worden ingevuld met humusrijke Bomengrond (zie art. 3.20 Handboek Bomen 2018).
3
Zie: https://tgs.nl/shop/producten/groeiplaatsvoorziening/permavoid-sandwich-constructie-85-mm/ Zie: https://www.waterblock.nl/waterblock-wortelbruggen-een-slimme-methode-om-wortelopdruk-te-voorkomen/ 4
Pagina 19 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
Aanvullend kan worden gekozen voor het plaatsen van wortelgeleidende of wortelwerende schermen5. Deze systemen zijn met name geschikt bij de inrichting van nieuwe groeiplaatsen, waarbij de wortels op het moment nog niet wijd verspreid zijn. Wortelwerende schermen werken alleen als de wortels elders hun voedsel kunnen vinden. Is dit niet het geval, dan zullen de wortels over of onder de schermen doorgroeien en alsnog opdruk veroorzaken. 5.7.2 Behoud boom 202 Op het projectontwerp staat een nieuw te planten boom ingetekend op de locatie waar al een boom staat. De betreffende boom met nr. 202 kan worden behouden en dit verdient de voorkeur ten opzichte van het vervangen van deze boom. 5.7.3 Verplaatsen inrit parkeerplaats Bosstraat Op het projectontwerp staat de inrit van het noordelijke deel van de parkeerplaats zo getekend dat dit ten koste gaat van de boom met nr. 137. De inrit kan mogelijk ca. 5 meter richting boom met nr. 138 worden verplaatst, zodat deze tussen boom 137 en 138 doorloopt. Zodoende kan boom 137 worden behouden.
5
Zie: https://www.greenmax.eu/nl/wortelscherm/
Pagina 20 van 39
BEA Locatie trein-busstation Soest
6
Bomenbalans
Op basis van het BEA-advies uit het voorgaande hoofdstuk en het projectontwerp is een bomenbalans op te maken, zie tab. 3. In de balans zijn de categorieën uit het voorgaande hoofdstuk onderscheiden. tab. 3: matrix BEA-advies
Categorie
Aantal
Boomnummer(s)
Totaal aantal beoordeelde bomen in BEA Te handhaven bomen zonder randvoorwaarden tot behoud (++) Te handhaven bomen met beperkte maatregelen tot behoud (+)
220
Te handhaven bomen met specifieke maatregelen tot behoud (-)
79
Te handhaven bomen met ingrijpende maatregelen tot behoud (-) Te vellen bomen (X)
4
Aantal ‘te planten’ (o.b.v. ontwerptekening) Aantal ‘te verplanten’
1-174, 183-229
0 46
91
1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 23, 24, 25, 62, 63, 65, 66, 68, 122, 133, 134, 139, 140, 143, 144, 145, 153, 163, 173, 174, 186, 188, 189, 192, 193, 201, 203, 204, 205, 209, 210, 212, 213, 215, 216, 217 7, 13, 22, 27, 29, 30, 31, 39, 44, 59, 61, 67, 69, 71, 82, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 124, 125, 128, 135, 136, 141, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 165, 167, 168, 185, 194, 202, 207, 208, 211, 214, 220, 221, 222, 223, 224, 225, 226, 229 55, 123, 142, 227
46
12, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 26, 28, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 56, 57, 58, 60, 64, 70, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 83, 84, 93, 94, 95, 96, 126, 127, 129, 130, 131, 132, 137, 138, 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161, 162, 164, 166, 169, 170, 171, 172, 183, 184, 190, 191, 195, 196, 197, 198, 199, 200, 206, 218, 219, 228 N.v.t.
-
nog onbekend
Pagina 21 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Bijlage A. Overzichtskaart projectlocatie In onderstaande kaart is het projectgebied globaal weergegeven. De nummering is hier niet opgenomen. De overzichtskaart met de boomnummers en het BEA-advies is separaat aangeleverd. De nummering van die kaart correspondeert met de nummering (kolom UID) van de bomenlijst.
Pagina 22 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Bijlage B. Locatie proefsleuven De locaties van de proefsleuven zijn verdeeld over het projectgebied zodat deze een representatief beeld geven. Op onderstaande kaart zijn de locaties weergegeven, genummerd van 1 t/m 15.
Pagina 23 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Bijlage C. Resultaten bodemonderzoek Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig grof zand 10-20 Sterk humeus, matig grof zand 20-30 Matig humeus, matig grof zand 30-40 Sterk humeus, matig grof zand 40-50 Matig humeus, matig grof zand 50-60 Matig humeus, matig grof zand 60-70 Zwak humeus, matig grof zand Foto’s:
1 136 1,4 m Beworteling Intensief, < 1 cm Intensief, 1 cm Intensief, 2 cm Intensief, < 1 cm Intensief, 4 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm
Boomsoort Opmerking
Fagus sylvatica Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Weinig wortels in eerste 0,5 meter. Klinkerverharding inclusief cunet mogelijk
Pagina 24 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand 30-40 Zwak humeus, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand 60-70 Zwak humeus, matig fijn zand 70-80 Zwak humeus, matig fijn zand 80-90 Zwak humeus, matig fijn zand 90-100 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
2 139 175 Beworteling Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, 5 cm Intensief, 3 cm Intensief, 3 cm
Boomsoort Opmerking
Quercus robur Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Intensieve beworteling in hele proefsleuf, bovenin alleen haarwortels. Verlaging maaiveld mogelijk met keerwand.
Pagina 25 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Matig humeus, matig fijn zand 10-20 Matig humeus, matig fijn zand 20-30 Matig humeus, matig fijn zand 30-40 Matig humeus, matig fijn zand 40-50 Matig humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand 60-70 Zwak humeus, matig fijn zand 70-80 Zwak humeus, matig fijn zand 80-90 Zwak humeus, matig fijn zand 90-100 Zwak humeus, matig fijn zand 100-110 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
3 141 180 Beworteling Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Intensief, < 1 cm Nihiel Nihiel Nihiel Nihiel Intensief, 6 cm Nihiel
Boomsoort Opmerking
Quercus robur Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding, 5,70 meter uit de huidige verharding. Laag vanaf 0,5 m sterk verdicht, daaronder dikke wortels. Verlaging maaiveld mogelijk.
Pagina 26 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Humusloos, matig fijn zand 30-40 Zwak humeus, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
4 122 200 Beworteling Intensief, 5 cm Intensief, 5 cm Geen Nihiel Nihiel Nihiel
Boomsoort Opmerking
Tilia tomentosa ‘Brabant’ Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Dikke oppervlakkige wortels onder trottoir, veroorzaken bestratingsopdruk. Sterk verdichte laag op 20 cm.
Pagina 27 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand 30-40 Humusloos, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand 60-70 Zwak humeus, matig fijn zand 70-80 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
5 85 Boomsoort 210 Opmerking Beworteling Matig intensief, 1 cm Intensief, 2 cm Intensief, 2 cm Geen Geen Geen Geen Geen
Tilia cordata Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Nieuwe band komt 0,4 meter dichter bij de boom. Alleen dunnere wortels bovenin. Aan de wegzijde betonfundering aanwezig.
Pagina 28 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Zwak humeus, matig fijn zand 30-40 Zwak humeus, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand 60-70 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
6 30 Boomsoort 80/110 Opmerking Beworteling Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm
Quercus robur Proefsleuf op buitenkant band hoekpunt nieuwe trottoir. Opvallend weinig beworteling aan deze zijde, alleen dunnere wortels. Op 0,5-0,6 meter kabels en leidingen.
Waterleiding en elektra-kabel
Pagina 29 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand Foto’s:
7 35 170 Beworteling Intensief, 7 cm Intensief, 6 cm Intensief, 4 cm
Boomsoort Opmerking
Tilia cordata Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Nieuwe band komt 0,6 meter dichter bij de boom. Zeer intensieve beworteling aan wegzijde, fatale gevolgen graafwerkzaamheden.
Pagina 30 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand 30-40 Sterk humeus, matig fijn zand 40-50 Sterk humeus, matig fijn zand Foto’s:
8 53 140 Beworteling Intensief, 7 cm Intensief, 7 cm Intensief, 2 cm Intensief, 2 cm Intensief, 2 cm
Boomsoort Opmerking
Tilia tomentosa Proefsleuf op buitenkant asfalt nieuwe verharding. Nieuwe band komt 1,4 meter dichter bij de boom. Intensieve beworteling met stabiliteitswortels, direct onder maaiveld.
Pagina 31 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand Foto’s:
9 55 140 Beworteling Intensief, 8 cm Intensief, 6 cm Intensief, 6 cm
Boomsoort Opmerking
Acer platanoides Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Nieuwe band komt dichterbij boom. Zeer intensieve beworteling, trottoir komt vlakbij stamvoet.
Pagina 32 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Humusloos, matig fijn zand 30-40 Zwak humeus, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
10 65 Boomsoort 250 Opmerking Beworteling Intensief, 1 cm Intensief, 2 cm Enkel haarwortels <1 Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm
Acer platanoides Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Nieuwe band komt 0,6 meter dichterbij boom. Alleen dunnere wortels aanwezig.
Waterleiding en elektra-kabel
Pagina 33 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Humusloos, zeer fijn zand 30-40 Humusloos, zeer fijn zand 40-50 Humusloos, zeer fijn zand 50-60 Humusloos, zeer fijn zand Foto’s:
11 113 Boomsoort 120 Opmerking Beworteling Enkel haarwortels, < 1 cm Matig intensief, 2 cm Matig intensief, 1 cm Geen Geen Geen
Quercus cerris Proefsleuf op buitenkant band huidige verharding. Nieuwe verharding op zelfde locatie. Alleen dunnere oppervlakkige wortels aanwezig. Bodem zeer sterk verdicht.
Pagina 34 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Sterk humeus, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig fijn zand 30-40 Humusloos, matig fijn zand 40-50 Zwak humeus, matig fijn zand 50-60 Zwak humeus, matig fijn zand 60-70 Humusloos, matig fijn zand 70-80 Humusloos, matig fijn zand Foto’s:
12 82 Boomsoort 140 Opmerking Beworteling Redelijk intensief, < 1 cm Redelijk intensief, 3 cm Matig intensief, 3 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Matig intensief, < 1 cm Geen Geen
Tilia tomentosa Proefsleuf op buitenkant band nieuwe verharding. Nieuwe band komt 0,6 meter dichterbij boom. Met name haarwortels en één dikkere wortel.
Pagina 35 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Humusloos, matig fijn zand 10-20 Humusloos, matig fijn zand 20-30 Sterk humeus, matig grof zand 30-40 Sterk humeus, matig grof zand Foto’s:
13 159 Boomsoort 50 Opmerking Beworteling Intensief, > 10 cm Intensief, > 10 cm Intensief, > 10 cm Intensief, > 10 cm
Populus x canescens Proefsleuf bij stamvoet, onder huidige verharding. Nieuwe verharding komt 0,4 meter verder van boom. Onder verharding zeer dikke gestelwortel van 40 cm, veroorzaakt verhardingsopdruk. Groeiplaats in nieuwe situatie te klein.
Pagina 36 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Sterk humeus, matig fijn zand 10-20 Matig humeus, matig fijn zand 20-30 Matig humeus, matig fijn zand 30-40 Matig humeus, matig fijn zand Foto’s:
14 170 Boomsoort 70 Opmerking Beworteling Enkel haarwortels, < 1 cm Intensief, > 10 cm Intensief, > 10 cm Intensief, 5 cm
Quercus robur Proefsleuf aan binnenkant band huidige verharding. Nieuwe band komt 0,3 meter dichterbij boom. Intensieve beworteling, straatband wordt weggedrukt. Behoud bomen niet mogelijk, fatale wortelschade.
Pagina 37 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Proefsleuf Boomnummer Afstand proefsleuf tot hart boom Diepte Grondsoort 0-10 Zwak humeus, matig fijn zand 10-20 Zwak humeus, matig fijn zand 20-30 Zwak humeus, matig fijn zand 30-40 Zwak humeus, matig fijn zand Foto’s:
15 227 (particulier) Boomsoort 70 Opmerking Beworteling Intensief, 6 cm Intensief, 5 cm Intensief, > 10 cm Intensief, > 10 cm
Aesculus hippocastanum Proefsleuf bij stamvoet, onder huidige verharding. Nieuwe verharding komt 0,1 verder van boom. Intensieve beworteling in cunetzand, verharding deels verwijderd. Mogelijkheid uitsparing maken i.c.m. groeiplaatsconstructie.
Pagina 38 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Bijlage D. Bomenposter ‘Werken rondom bomen’
Pagina 39 van 39
BIJLAGEN BEA Locatie trein-busstation Soest
Pagina 40 van 39