CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4c 5 Bijlage c. Opdrachten voor omgevingsprogramma's.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Omgevingsvisie Soest en Soesterberg7.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stap voor stap ver komen Opdrachten voor omgevingsprogramma’s

Contactpersoon gemeente Soest Ruben de Goede (projectleider) Projectteam LOS stadomland Hans van Kempen (projectleider), Sophie Rijswijk Laatst gewijzigd: 17/11/2021

2

Inhoudsopgave Inleiding

4

Leeswijzer

4

1.

De inrichting van ons beleid

5

2.

Overzicht omgevingsprogramma’s

7

3.

Opdrachten voor omgevingsprogramma’s

8

4.

Bestaand beleid en beleid dat momenteel wordt opgesteld

16

Bijlage I: Mogelijk op te stellen beleid

18

3

Inleiding

Leeswijzer

De omgevingsvisie beschrijft de gewenste situatie in 2040. In de omgevingsprogramma’s werken we uit hoe we van de bestaande situatie naar de gewenste situatie willen komen. In dit stuk formuleren we, als raad, de opdrachten die we meegeven voor de omgevingsprogramma’s die we in de nabije toekomst willen uitwerken.

H1: Inrichting van ons beleid

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de omgevingsvisie, opdrachten voor omgevingsprogramma’s, startnotities en omgevingsprogramma’s met elkaar samenhangen.

H2: Overzicht omgevingsprogramma’s

In H2 staat een overzicht van de vier omgevingsprogramma’s voor de nabije toekomst. Voor alle omgevingsprogramma’s is aangegeven aan welke paragrafen uit de omgevingsvisie ze iets bijdragen.

H3: Opdrachten voor omgevingsprogramma’s

Hier worden de opdrachten voor omgevingsprogramma’s beschreven die in de nabije toekomst zullen worden uitgewerkt. De opdracht beschrijft wat de bijdrage is van het omgevingsprogramma aan het behalen van de gewenste situatie.

H4: Bestaand beleid en beleid dat momenteel wordt opgesteld

In dit hoofdstuk geven we aan hoe we omgaan met het huidig beleid na het vaststellen van de omgevingsvisie. Daarnaast beschrijven we hoe het beleid dat momenteel wordt opgesteld kan bijdragen aan de gewenste situatie zoals beschreven in de omgevingsvisie.

Bijlage I: mogelijk op te stellen beleid

Naast deze opdrachten voor de nabije toekomst is er een lijst gemaakt met mogelijk 4

op te stellen beleid. Het is een lijst met onderwerpen waarvan het op dit moment denkbaar is dat er op termijn een omgevingsprogramma voor wordt gemaakt als uitwerking van de omgevingsvisie. Deze lijst is flexibel. Door de tijd heen zal moeten blijken of een omgevingsprogramma het juiste instrument is voor deze onderwerpen. Het is ook denkbaar dat door veranderingen omgevingsprogramma’s moeten worden opgesteld die we nu nog niet kunnen voorzien. Zoals in de omgevingsvisie is beschreven, kan iedere begrotingscyclus opnieuw gekeken worden welke omgevingsprogramma’s er daadwerkelijk zullen worden uitgewerkt.

1.

De inrichting van ons beleid

Met deze omgevingsvisie richten we ons beleid samenhangend en overzichtelijk in. Al ons beleid voor de fysieke leefomgeving wordt gekoppeld aan de visie, zo kunnen we er ook daadwerkelijk vanuit sturen. In onderstaand schema staat hoe we het beleid gaan organiseren. We richten ons specifiek op de relatie omgevingsvisie-omgevingsprogramma. In de visie beschrijven we de gewenste situatie. Daarnaast bepalen we omgevingsprogramma’s. In een omgevingsprogramma staat hoe we de huidige situatie naar de gewenste situatie willen komen. Er zijn thematische programma’s en gebiedsgerichte Samenhang omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s programma’s, en programma’s kunnen vrijwillig en verplicht zijn. Wij hebben alleen met vrijwillige omgevingsprogramma’s te Een omgevingsprogramma begint met een startnotitie. Daarin staat op welke wijze de maken. opdracht concreet uitgewerkt gaat worden. De omgevingsprogramma’s die we gaan ma- De kern van die startnotitie wordt later verken worden geïntroduceerd in een apart do- werkt in de inleiding van het programma zocument dat we bijsluiten bij deze visie. Voor dat iedereen weet wat het verband is tussen ieder programma wordt daar een ‘opdracht dat programma en opdrachten die naar aanvoor een omgevingsprogramma’ beschre- leiding van de visie waren vastgesteld. ven.

In zo’n opdracht staat wat de bijdrage van dat programma aan het behalen van de Onder de Omgevingswet is de omgevingsvisie de bevoegdheid van ons als gemeengewenste situatie moet zijn. teraad. En de programma’s zijn de beDe omgevingsprogramma’s gaan we in de voegdheid van het college. Om voldoende komende jaren maken. In de begrotingscy- inhoudelijke samenhang te creëren tussen clus kiezen we jaarlijks welke programma’s beide instrumenten kiezen wij ervoor om we gaan starten. De urgentie wordt bepaald gelijktijdig met de omgevingsvisie ook opop basis van de verwachte bijdrage van een drachten voor uitwerking naar programma’s programma aan de doelen van de visie en de op te stellen. Door deze opdrachten ook actualiteit, in een jaarlijkse discussie over de door ons te laten vaststellen, en later de startnotities, creëren we een kader voor de optimale inzet van de middelen programma’s.

Wat is een omgevingsprogramma? https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/ programma/kenmerken-programma/ Na vaststelling van deze visie maken we alleen nog beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) die aan de omgevingsvisie gekoppeld zijn. (Alle beleidsnota’s van na 23 maart 2016 worden automatisch omgevingsprogramma. We beoordelen welke van de bestaande beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) nog binnen de visie passen, welke geactualiseerd moeten worden en waar iets nieuws voor moet worden opgesteld/opgestart.

Explorerend beleid

Er kan altijd behoefte zijn aan visieontwikkeling op specifieke onderwerpen. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot aanpassing 5

van de omgevingsvisie. Waar wij daar een aanleiding voor zien zullen we die visieontwikkeling opstarten en daarbij expliciet aangeven hoe het zich verhoudt tot de omgevingsvisie en hoe de doorwerking op de visie zal zijn.

Herijking van de visie, de beleidscyclus

Een nieuwe raad/coalitie zal aan het begin van een raadscyclus de omgevingsvisie mogelijk willen actualiseren aan de hand van het coalitieprogramma. De koppeling van de visie aan de programma’s is inhoudelijk via de opdrachten voor omgevingsprogramma’s en de startnotities bij de programma’s. Daarnaast is er een koppeling aan de begrotingscyclus om te bepalen welke programma’s prioriteit hebben en krijgen. Om daadwerkelijk een cyclus te kunnen maken moet er gemonitord worden.

6

2.

Overzicht omgevingsprogramma’s

Het al langer lopende Landschaps- en natuurontwikkelingsplan en het Programma Energietransitie Soest omvatten samen met het net opgestarte traject richting een Werklocatievisie en de nieuwe opdrachten voor de omgevingsprogramma’s voor een Mobiliteitsvisie, de Selectie van toekomstige

woningbouwlocaties, het Programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie en de Ontwikkelingen langs de Amersfoortsestraat de belangrijkste ruimtevragers in de fysieke leefomgeving waar wij de komende jaren aan werken.

In onderstaand overzicht is te zien welke omgevingsprogramma’s op korte termijn worden uitgewerkt en aan welke paragrafen van de visie zij gerelateerd zijn.

Hoofdstuk van de ontwerp omgevingsvisie

5.2

5.6

Selectie van woningbouwlocaties

X

Mobiliteitsvisie

X

Coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat

5.3

5.4

5.5

5.7

5.8.A

5.8.B

X X

X

X

X

Water, Riolering en Klimaatadaptatie

7

3.

Opdrachten voor omgevingsprogramma’s

De opdrachten voor omgevingsprogramma’s zijn opdrachten voor het maken van een startnotitie. In hoofdstuk 1 is uitgelegd hoe de startnotitie zich verhoudt tot de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma.

Omgevingsprogramma selectie van woningbouwlocaties Ontwikkel een programma waarmee het genereren van woningbouwlocaties en de selectie ervan een volledig transparant en publiektoegankelijk proces wordt. Denk bij het maken van de startnotitie aan een opzet langs de volgende lijnen: • Bepaal kaders voor de zoektocht naar woningbouwlocaties. We kijken hierbij in de volle breedte naar verdichten en uitleglocaties en ook naar ‘rood voor rood’ en ‘rood voor groen’. • Haal via een participatief proces mogelijke richtingen/gebieden/locaties voor woningbouw op. • Organiseer een maatschappelijk debat: de vraag die centraal staat is waar realiseren we de meeste ruimtelijke kwaliteit als we willen bouwen. Het debat moet argumenten opleveren. • Voeg een integrale analyse en beoordeling op functionaliteit en kwaliteit toe (bijvoorbeeld verkeer, water, milieu, gezondheid, woningtype passend bij de behoefte) en een advies. • Met de argumenten en de analyse, beoordeling en advies stelt de raad mogelijke locaties vast of richtingen die verder uitgewerkt worden.

8

Verbanden tussen omgevingsprogramma selectie van woningbouwlocaties en andere omgevingsprogramma’s die momenteel of in de nabije toekomst worden opgesteld: • De werklocatievisie zal moeten uitwijzen waar mogelijkheden zijn voor een mix van wonen en werken. • De mobiliteitsvisie zal inzichtelijk moeten maken welke kansen voor woningbouw waar liggen (bijvoorbeeld aan de hand van mobiliteitsprofielen). Daarnaast moet het investeringskansen in de infrastructuur, uitgaande van het STOMP-principe, inzichtelijk maken. • Het omgevingsprogramma coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat leidt tot beoordelingscriteria voor initiatieven binnen de sorties. • In het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie kan een kansenkaart worden opgesteld voor woningbouwlocaties. In verschillende zones kan worden aangegeven of en hoe ingrijpend de benodigde maatregelen zijn om woningbouw aan te passen op het natuurlijke (grond)watersysteem. Daarnaast moeten beoordelingscriteria worden geformuleerd voor innovatief afvalwaterbeheer en waterberging op eigen terrein. Het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie kan daarmee een toetsingskader vormen voor mogelijke woningbouwlocaties

• Ontwikkeling centrum- en ontmoetingsgebieden: Bevorderen van woningbouwinitiatieven in de stedelijke ontmoetingsgebieden • Omgevingskwaliteit: bij de afweging van mogelijke woningbouwlocaties speelt de omgevingskwaliteit een belangrijke rol. Denk hierbij aan geluid, lucht en omgang met erfgoed. • LOP: Kan dienen als toetsingskader voor mogelijke woningbouwlocaties. Ook geeft het handvatten voor het uitsluiten van waardevolle landschappen van woningbouw. • Ontwikkeling regionaal agrarisch natuurlandschap: woningbouwlocaties kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het agrarisch natuurlandschap. • Energietransitie Soest 2020-2025: Toetsingskader voor mogelijke woningbouwlocaties (bijvoorbeeld mogelijkheid om de woningen aan te sluiten op het elektriciteitsnet en de mogelijkheid om opgewekte elektriciteit terug te leveren). • Uitnodigingskader grootschalige energieopwekking: de onderzoekslocaties voor windturbines beperken de mogelijkheden voor woningbouwlocaties. • Transitievisie warmte: Toetsingskader voor mogelijke woningbouwlocaties indien gereed. • Klimaatadaptatie: Toetsingskader voor mogelijke woningbouwlocaties. • Ondergrondse infrastructuur/nutsvoorzieningen: Toetsingskader voor mogelijke Verbanden tussen het omgevingsprogramwoningbouwlocaties.

ma selectie van woningbouwlocaties en mo- Dit programma vervangt (gedeeltelijk) het gelijk op te stellen beleid: bestaande beleid:

• Masterplan wonen (na 2025)

systeem voor alle modaliteiten.

Aandachtspunten: • in de omgevingsvisie worden weinig kwalitatieve uitspraken gedaan over woningbouw. Denk hierbij aan doelgroepen, woningbouwtypes, enz. Tot en met 2025 geeft het Masterplan wonen Soest hiervoor richting voor de kern Soest en het Masterplan Soesterberg geeft hieraan tot 2030 richting voor de kern Soesterberg. Het doen van kwalitatieve uitspraken vormt geen onderdeel van het omgevingsprogramma voor de selectie van woningbouwlocaties. • Soest en Soesterberg hebben voor de korte en middellange termijn nog een redelijke uitgebreide planvoorraad voor woningbouw. Dit zijn deels onze eigen projecten, maar ook veel projecten van particuliere ontwikkelaars. Voor een heel groot deel betreft dit herontwikkelings- en transformatieprojecten. Deze planvoorraad maakt geen onderdeel uit van de zoektocht naar mogelijkheden voor toekomstige woningbouwlocaties.

Zet in de startnotitie in eerste instantie in op: thuiswerken en minder reizen (samen met werkgevers), multimodaliteit (aansluiting vervoersvormen) en doorstroming van verkeer.

Omgevingsprogramma mobiliteitsvisie

Bepaal hoe recreatief autoverkeer nog meer dan nu kan worden opgevangen aan de randen van de bossen (sturing en monitoring recreatiedruk). Verbanden met andere omgevingsprogramma’s die momenteel of in de nabije toekomst worden opgesteld: • Voor de selectie van woningbouwlocaties zal de mobiliteitsvisie inzichtelijk moeten Verbanden tussen het omgevingsprogrammaken waar kansen voor woningbouw ma mobiliteitsvisie en mogelijk op te stellen liggen uitgaande van de huidige verkeers- beleid:

De opgaven voor wonen, werken en recreëren gaan hand in hand met het werken aan een goede bereikbaarheid. Ontwikkel in de mobiliteitsvisie gemeentebrede voorstellen om de bereikbaarheid te waarborgen door verbetering, aanpassing en (waar nodig) uitbreiding van het mobiliteits-

Werk dit uit volgens het STOMP-principe. Eerst stappen (lopen), dan trappen (fietsen), dan openbaar vervoer, vervolgens slimme nieuwe mobiliteitsconcepten (mobility as a service) en tot slot de privéauto. Kom daarbij tot een ontwikkelingsstrategie rond stations en belangrijke ov-knooppunten, waarmee reizigersaantallen zo groeien dat we de toekomst van de spoorlijn door Soest waarborgen en waarmee Soesterberg aansluit op hoogwaardig openbaar vervoer tussen Amersfoort en Utrecht. Denk daarbij aan het opbouwen van een ‘lerende omgeving’ op basis van data-gestuurd beleid. Ontwikkel een strategie om het aantal verkeersslachtoffers naar nul terug te brengen.

structuur (bijvoorbeeld aan de hand van mobiliteitsprofielen). Daarnaast moet het investeringskansen in de infrastructuur, uitgaande van het STOMP-principe, inzichtelijk maken. • Op het raakvlak van de mobiliteitsvisie en de sturing op de ontwikkelingen aan de Amersfoortsestraat zal vanuit het STOMP-principe moeten worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om in het gebied rond de Amersfoortsestraat goede alternatieven te bieden voor het gebruik van de privéauto. Daarnaast geldt voor alle ontwikkelingen aan de Amersfoortsestraat de randvoorwaarde dat de straat hoofdzakelijk een verkeersfunctie heeft. • Het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie geeft aanleiding om uitgangspunten op te stellen voor de afweging van ruimte voor water en verkeer in de openbare ruimte. • In de werklocatievisie moet worden onderzocht hoe een combinatie van wonen en werken zo optimaal kan worden ingezet. Dit biedt op het gebied van mobiliteit kansen zoals dubbelgebruik van het parkeerareaal, antispitsgebruik van de wegen en nabijheid van werk voor eigen bewoners zorgt voor minder verkeersbeweging. Daarnaast moet er worden onderzocht welke kansen er zijn om stationslocaties ook als werklocatie te ontwikkelen in de toekomst.

9

• Versnellen vervanging woningen: hetzelfde verband als het verband met de selectie van woningbouwlocaties. • Ontwikkeling centrum- en ontmoetingsgebieden: centrumgebieden moeten goed bereikbaar zijn, maar er moeten zo min mogelijk auto’s in de centrumgebieden komen. De autobereikbaarheid van de centrumgebieden is een aandachtspunt vanwege de regionale aantrekkingskracht die ze (in de toekomst) hebben. • IHP: Rond scholen moet er extra aandacht zijn voor stappen en trappen, want het zijn korte afstanden van huis naar school (STOMP-schoolomgeving). • Omgevingskwaliteit: Hoe gaan we om met luchtkwaliteit (voornamelijk op een groter schaalniveau dan de gemeente bv A28), lichtvervuiling, trillingen en geluid? • Gebiedsontwikkeling de Birkt: randvoorwaarden voor de Birkt volgen uit de mobiliteitsvisie. • Een inspirerende openbare ruimte: het STOMP-principe is leidend voor de inrichting van de openbare ruimte. De leidraad openbare ruimte zal moeten worden aangepast naar aanleiding van dit uitgangspunt. In het wegenbeheerplan worden scenario’s uitgewerkt waarbij ook wordt gekeken naar verschillende materialen voor de inrichting. • LOP: het STOMP-principe ook in het buitengebied toepassen. Wegen doorkruisen de natuur. Goede parkeervoorzieningen (naar draagkracht van de omgeving) ten behoeve van de recreatieve voorzieningen. • Open sportaccommodaties: STOMP10

principe gebruiken in gebiedsinrichting. • ‘Slim’ bewegen: De doelen voor beide programma’s zijn hetzelfde (bevorderen van bewegen) • Sturing en monitoring recreatiedruk: de vraag ‘Hoe kan de opvangcapaciteit van de bossen worden vergroot door auto’s op te vangen aan de randen?’ is een opgave voor de mobiliteitsvisie. • Ontwikkeling regionaal agrarisch natuurlandschap: Inspelen op meer (recreatieve) ontwikkelingen, en dus verkeersbewegingen, in de polder. • Energietransitie Soest 2020-2025: inspelen op ontwikkelingen om mobiliteit CO2neutraal te maken. Mogelijke transitie om rekening mee te houden is transport op waterstof. Onderzoek of een verbod op brandstof scooters mogelijk is. Maak beleid op elektrische deelvoertuigen zoals scooters, fietsen en stepjes. Bevorder het gebruik van elektrische deelauto’s met als doel om het persoonlijk autobezit te verminderen/niet verder te laten stijgen. • Circulair Soest: inzetten op circulair materiaalgebruik. Maak daarbij ook inzichtelijk hoeveel energie de productie van een materiaal kost. Ontwikkel een duurzaam inkoopbeleid. • Klimaatadaptatie: onderzoek in de mobiliteitsvisie of en hoeveel minder stilstaande auto’s er worden verwacht als gevolg van de modal shift. Als er minder parkeerplaatsen nodig zijn, is er minder verharding nodig in de openbare ruimte.

• Kennisbeleid: Welke data gebruiken we om de mobiliteitsvisie te monitoren? Hoe weten we of we de doelen van de visie

halen? Welke rol speelt het provinciaal databuro in de monitoring? Hoe meten we bijvoorbeeld gedrag(sverandering) en het effect van ingrepen? Dit programma vervangt (gedeeltelijk) het bestaande beleid: • GVVP (inclusief kadernota, uitvoeringsprogramma en oplegnotitie)

Omgevingsprogramma coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat Neem bij het opstellen van de startnotitie voor dit programma de volgende punten mee: • Definieer op grond van functionele samenhang en functionele criteria het coördinatiegebied, ook als dat tot in Zeist en Amersfoort loopt. Bepaal daarnaast ook de verschillende ontwikkelingsgebieden binnen het coördinatiegebied. • Maak, in een gebiedsgerichte aanvulling op de mobiliteitsvisie, een verkeersfunctie balans van het coördinatiegebied zodat betrouwbare voorspellingen van mobiliteitsmaatregelen gemaakt kunnen worden. • Laat zien hoe door het ontwikkelen van functies de vervoerswaarde van HOV verhoogd kan worden tot een exploitabel niveau, waarbij Soesterberg daarop met een halte kan aansluiten. • Laat zien hoe gecoördineerde wegaansluitingen de doorstroming in stand houden en onderzoek hoe dat op basis van het sortieritme gedaan zou kunnen worden.

• Bepaal waar sturing op de groen/ rode beeldkwaliteit langs de Amersfoortsestraat verbeteringen zou opleveren. • Onderzoek welke (actieve) rol de overheden kunnen spelen in de gebiedsontwikkeling. Wil je als overheid (rijk, provincie of gemeente) een actieve grondpositie voeren? Welke risico’s neemt dat met zich mee? • Bepaal met gebiedspartners de overige opdrachten voor dit programma, bijvoorbeeld in een intergemeentelijke startnotitie.

programma Water, Riolering en defensie de wens om de militaire terreiKlimaatadaptatie moet er rekening mee nen inwaarts te zoneren om de milieuworden gehouden dat het waterschap een impact op de omgeving te minimaliseren. nieuwe langetermijnvisie maakt die effect Onderzoek wat de gezondheidswinst kan hebben op de afvoer van afvalwater (met name geluid en luchtkwaliteit) uit Soesterberg. Daarnaast wordt ernaar is bij (gedeeltelijke) afwaardering van gestreefd om meer water te infiltreren de Amersfoortsestraat. Op het gebied op de heuvelrug. Er moet worden onvan cultuurhistorie moeten de princiderzocht wat het effect hiervan is op de pes van de Wegh der Weegen worden flanken van de heuvelrug. meegenomen. • Voor de werklocatievisie is het belangrijk • Levendig Soesterberg: Onderzoek wat dat het uitplaatsen van de bedrijven in de kansen zijn voor voorzieningen in Soesterberg-Noord wordt meegenomen Soesterberg als gevolg van de ontwikin het programma coördinatie en stukelingen in het coördinatiegebied. Wat ring ontwikkelingen Amersfoortsestraat.

is de positie van Soesterberg in het Verbanden met andere omgevingsprogramWaar kunnen we ruimte maken om coördinatiegebied? ma’s die momenteel of in de nabije toedeze bedrijven te huisvesten? Daarnaast • Een inspirerende openbare ruimte: de komst worden opgesteld: moeten worden onderzocht in hoealgemene doelen voor de openbare • Samen met gebiedspartners wordt in het verre het wenselijk is om de trend om ruimte (duurzaamheid, klimaatadaptatie, programma voor de Amersfoortsestraat kantoren te transformeren naar wonen circulariteit) moeten worden meegenobepaald hoeveel ontwikkelruimte er nog door te zetten in dit gebied? En hoe men. Onderzoek wat er nodig is om de is in het gebied. Uit dit programma volmaken we woonboulevard Soesterberg recreatieve gebieden inspirerend te hougen beoordelingscriteria voor de selectie toekomstbestendig? den. Onderzoek welke openbare ruimte van woningbouwlocaties na 2025 in het er langs de Amersfoortsestraat (en in gebied rond de Amersfoortsestraat. Verbanden tussen het omgevingsprogramde kamers) moet komen. En voor welk • Op het raakvlak van de mobiliteitsvisie ma coördinatie en sturing ontwikkelingen gebruik? De Amersfoortsestraat is geen en de sturing op de ontwikkelingen aan Amersfoortsestraat en mogelijk op te stellen ontmoetingscentrum, maar er moet wel de Amersfoortsestraat zal vanuit het beleid: ruimte zijn om te ontmoeten.

STOMP-principe moeten worden on• Versnellen vervanging woningen: het• LOP: het doel om de sorties te behouden derzocht of er mogelijkheden zijn om in zelfde verband als het verband met de en herkenbaar te maken komt overeen. het gebied rond de Amersfoortsestraat selectie van woningbouwlocaties. De beschermde natuur in het gebied goede alternatieven te bieden voor het • Omgevingskwaliteit: Houdt o.a. re(ecoduct en NNN) beperken de ontwikgebruik van de privéauto. Daarnaast kening transitie en herschikking van kelmogelijkheden. Het uitgangspunt om geldt voor alle ontwikkelingen aan de alle defensietrreinen in het hele gebied de straatzijde niet roder, maar groener te Amersfoortsestraat de randvoorwaarde rond de Amersfoortsestraatweg en de maken mee. Hou rekening met een modat de straat hoofdzakelijk een verkeerswens van Defensie tot oversteekbaargelijke toekomstige onderdoorgang voor functie heeft. heid met militaire voertuigen van de tanks die mede gebruikt kan worden als • Op het raakvlak met het omgevingsAmersfoortsestraat. Bespreek met faunapassage. 11

• Open sportaccommodaties: Onderzoek samen met defensie het (semi)openbaar maken van de sportvelden van defensie. • ‘Slim’ bewegen: Bijvoorbeeld mogelijkheden voor ommetjes door de sorties. • Sturing en monitoring recreatiedruk: Amersfoortsestraat is een belangrijke toegangsweg. Wellicht ook voor het afvangen van het autoverkeer door recreanten. • Energietransitie Soest 2020-2025: de onderzoekslocatie voor windturbines biedt mogelijk kansen voor een waterstof(tank) station. Stimuleer het realiseren van solar carports en zonnepanelen op grote daken (met name bij de ontwikkelingen op de defensieterreinen). Het gebied heeft kansen om het te ontwikkelen als voorbeeldgebied voor de energietransitie. • Uitnodigingskader grootschalige energieopwekking: er ligt een onderzoekslocatie voor wind in het gebied. • Circulair Soest: gebruik circulaire materialen bij herinrichting, wat gebeurt er met materialen die overblijven bij sloop/herinrichting in de openbare ruimte? • Transitievisie warmte: Alle nieuwe ontwikkelingen zijn zonder aardgas. Bij ingrepen voor de warmtetransitie zoeken naar slimme koppelingen met andere sectoren. • Klimaatadaptatie: Het behouden van bomen voor schaduw en verkoeling door verdamping (hitte-effect verminderen) is een algemeen doel dat ook voor dit gebied geldt.

• Kennisbeleid: gebiedsinformatie is nodig om intergemeentelijk te kunnen sturen op het coördinatiegebied (bijvoorbeeld 12

verkeersbewegingen, cijfers over de transformatie van kantoren naar wonen, enz). • Ondergrondse infrastructuur/nutsvoorzieningen: voor het verband op het gebied van afvalwaterverwerking zie het verband met het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie. • Veiligheid/bluswatervoorzieningen: Droogte rond Soesterberg kan tot (onbeheersbare) bosbranden leiden. Hoe gaan we daarmee om nu we vaker lange periodes van droogte en extreme hitte hebben? Dit programma vervangt (gedeeltelijk) het bestaande beleid: Er is momenteel geen bestaand beleid dat wordt vervangen door dit programma. Het streefbeeld voor de Wegh der Weegen zoals opgesteld door de Stichting Wegh der Weegen moet wel worden meegenomen.

Omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie De hoofdlijn van de invulling van de gemeentelijke watertaken en beleidsdoelen staan in de omgevingsvisie, de juridisch bindende regels staan in het omgevingsplan. De maatregelen om de visie te realiseren staan in het omgevingsprogramma. Soest kiest ervoor om een programma op te stellen met een bredere reikwijdte dan de gemeentelijke watertaken. We nemen ook het onderdeel klimaatadaptatie mee. Het op te stellen programma zal het vigerende Gemeentelijk Water en Rioleringsplan vervangen. Met

de

inwerkingtreding

van

de

Omgevingswet vervalt het verplichte gemeentelijk rioleringsplan uit de Wet milieubeheer. Op grond van de gemeentewet (art 228a) is de gemeente verplicht om de rioolheffing te onderbouwen. Het programma Water, Riolering en Klimaatadaptatie met kostendekkingsplan zal hieraan moeten voldoen. In het omgevingsprogramma staan de maatregelen om de taken op het gebied van stedelijke afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater na te komen en in samenhang te beschrijven. Het geeft handvatten om het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan bewoners en bedrijven inzichtelijk wat zij kunnen verwachten van de gemeente. Het programma maakt ook de besteding van de rioolheffing transparant. In de startnotitie moet het volgende aan bod komen: In de omgevingsvisie staat waar de gemeente naar streeft bij de onderwerpen water, riolering en klimaatadaptatie. De opdracht luidt dan ook dat in het programma een set haalbare maatregelen wordt opgesteld waarmee de gemeente vanuit haar gemeentelijke watertaken het integrale watersysteem ( incl. rioolstelsel); 1. in stand houdt en toekomstbestendig houdt en 2. verbetert zodat het steeds meer aansluit op de doelen in de omgevingsvisie. Het programma bevat ook maatregelen over omgaan met extreem weer oftewel klimaatadaptatie. Voor het programma nemen we de leidende principes uit hoofdstuk 5 van de

omgevingsvisie mee als kader. In het programma wordt de onderhoudsen vervangingsstrategie afgewogen en uitgewerkt. Bij de verbetermaatregelen kijken we naar de feitelijke knelpunten, toekomstige kwetsbaarheden en beleidsdoelen. Het programma geeft aan welke activiteiten de gemeente zelf onderneemt en welke activiteiten samen met buurgemeenten of het waterschap worden gerealiseerd. We bekijken ook in welke mate de gemeente bedrijven en bewoners wil stimuleren om zelf aan de slag te gaan. We werken met een afwegingskader of beslisbomen om op transparante wijze te komen tot programmering van onderzoeken en maatregelen . Het programma geeft inzicht in de middelen (financiën, personeel en organisatie) die nodig zijn om de gemeentelijke watertaken en taken voor klimaatadaptatie uit te voeren en de doelstellingen te realiseren. Hierbij maken we duidelijk onderscheid tussen kosten die voortkomen uit het invullen/uitvoeren van de gemeentelijke watertaken (rioolheffing) en de bredere kijk. Verbanden met andere omgevingsprogramma’s die momenteel of in de nabije toekomst worden opgesteld: • De inhoud van het programma zal doorwerken in maatregelen om woningbouw waterrobuust en klimaatbestendig te realiseren. Dit heeft effect op de inpassing van woningbouw en kan geografisch vertaald worden tot een kaart. • De inhoud van het programma zal door-

werken in maatregelen om nieuwe en omgevingsprogramma Water, Riolering bestaande werklocaties waterrobuust en en Klimaatadaptatie is een van de onderklimaatbestendig te maken of te realisewerpen die raken aan de inrichting van de ren. Dit heeft effect op de inpassing van openbare ruimte ‘beleefbaar water’. In de bedrijventerreinen en bedrijven en kan leidraad fysieke leefomgeving moet beleid geografisch vertaald worden tot een kaart. worden opgenomen op het gebied van • Het programma Water, Riolering en water en klimaatadaptatie. Voor het streKlimaatadaptatie geeft aanleiding om ven naar hogere en acceptabele gronduitgangspunten op te stellen voor de waterstanden en afkoppelen van regenafweging van ruimte voor wateren verkeer water moeten de effecten voor uitvoering in de openbare ruimte. worden onderzocht. • Op het raakvlak met het omgevings• LOP: Combineer natuur en duurzaam programma ‘Coördinatie en sturing op waterbeheer/klimaatadaptatie in natte ontwikkelingen Amersfoortsestraat’ moet ecologische verbindingszones en de er rekening mee worden gehouden dat kernrandzone. het waterschap een nieuwe langeter• ‘Slim’ bewegen: gebruik data over watermijnvisie maakt die effect kan hebben op standen en waterkwaliteit voor watersport een gewijzigde afvoer van afvalwater uit en -recreatie. Soesterberg.

Daarnaast wordt ernaar ge• Energietransitie Soest 2020-2025: streefd om meer water te infiltreren op de Onderzoek de kansen voor riothermie heuvelrug. Er moet worden onderzocht en aquathermie als energiedragers voor wat het effect hiervan is op de flanken van de energietransitie. Circulair Soest: de heuvelrug. Onderzoek de mogelijkheden voor terugwinnen van energie en grondstoffen uit Verbanden tussen het omgevingsprogramde (afval)waterketen. ma Water, Riolering en Klimaatadaptatie en • Transitievisie warmte: hetzelfde verband de overige mogelijk op te stellen beleid: als energietransitie Soest 2020-2025. • Versnellen vervanging woningen: het• Systeemkennis (grond)watersysteem: zelfde verband als het verband met de door betere kennis van het (grond)waterselectie van woningbouwlocaties. systeem kunnen onderbouwde maatrege• Omgevingskwaliteit: op het gebied van len opgesteld worden in het Programma water kan het programma omgevingsWater, Riolering en Klimaatadaptatie. kwaliteit breder worden ingestoken dan • Ondergrondse infrastructuur/nutsvooralleen de thema’s die nu zijn gedefinizieningen: onderzoek de benodigde eerd als omgevingskwaliteit: ruimte voor ondergrondse ruimte voor een nieuwe afkoppelen hemelwaterafvoer gebruiken invulling van het afvalwaterbeheer (geom omgevingskwaliteit te verhogen.

scheiden riolering hemelwater, anders • Een inspirerende openbare ruimte: In het omgaan met afvalwater, enz). Kijk ook 13

naar meekoppelkansen en werk-met-werk maken ten aanzien van de inrichting van de ruimte boven en onder de grond om verschillende transities (energietransitie en klimaatadaptatie) te realiseren. Dit omgevingsprogramma vervangt (gedeeltelijk) het bestaande beleid: • GWRP 2018-2022 (Het GWRP wordt gedeeltelijk opgenomen in de omgevingsvisie en gedeeltelijk in het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie)

14

15

4.

Bestaand beleid en beleid dat momenteel wordt opgesteld

Bestaand beleid

Beleid dat momenteel Voor bestaande beleidsstukken zal moeten wordt opgesteld worden beoordeeld in hoeverre de beleidsstukken bijdragen aan de doelen van de omgevingsvisie. Het kan zo zijn dat bestaande beleidstukken (gedeeltelijk) moeten worden herzien om de doelen uit de omgevingsvisie te waarborgen in het gemeentelijke beleid. Welke beleidsstukken wanneer worden vernieuwd of aangevuld, wordt bepaald in de begrotingscyclus.

In de werklocatievisie leggen we vast hoe we de bedrijventerreinen toekomstbestendig maken. Deze visie bouwt voort op, en integreert het Toetsingskader Ruimte voor Bedrijven Soest en Soesterberg dat in 2017 is vastgesteld en waarin de ruimtebehoefte voor bedrijven en kantoren is vastgelegd. Dit toetsingskader is overigens recent (2020) voor de kantorenmarkt geüpdatet. Er zijn beleidsstukken die al aansluiten Daarnaast is als extra basis voor de visie in op de omgevingsvisie. De Gebiedsvisie Q4 van 2021 gestart met het uitvoeren van Dalweggebied sluit bijvoorbeeld aan bij de een onderzoek naar de (on)mogelijkheden doelen voor ontmoetingscentra. voor intensivering, verkleuring en transformatie van bedrijventerreinen. Voor andere beleidstukken is het al duidelijk deze de doelen in de omgevingsvisie niet Het toekomstbestendig maken van bevoldoende borgen. Het is bijvoorbeeld al dui- drijventerreinen gebeurt op verschillende delijk dat een actualisatie van en aanvullend thema’s: beleid op de Leidraad Fysieke Leefomgeving • Ruimtelijk: een optimale ruimtelijke innodig is om de doelen voor waardevol groen passing waarbij effectief en efficiënt ruimte borgen in het gemeentelijke beleid. tegebruik, door middel van intensivering en het beter benutten van de bestaande In sommige huidige beleidsstukken is al een ruimte, staan voorop. evaluatiemoment opgenomen.

Bijvoorbeeld • Programmatisch: werkfuncties zijn in het Programma Energiestransitie Soest onderhevig aan diverse trends en ontwikis er een evaluatiemoment opgenomen. Op kelingen (robotisering, automatisering, deze manier kan het beleid worden bijgedigitalisering, etc.) die een effect hebsteld om de doelen voor 2030 en 2050 te ben op het type werk dat plaats vindt op behalen. bedrijventerreinen. Daarnaast is door de externe druk (wonen, recreëren, energie, milieu, mobiliteit, etc.) het nodig om de ruimte niet alleen effectiever en efficiënter te gebruiken, maar ook om te kijken naar functieverandering en -menging 16

om bedrijventerreinen geschikt te maken voor de banen van de toekomst. • Functioneel: de openbare ruimte en de mogelijkheden en beperkingen die vanuit deze ruimte opgelegd worden aan bedrijvigheid. Bereikbaarheid en toegankelijkheid van bedrijven (via auto, fiets, lopend, OV, digitaal) zijn belangrijke factoren die de toekomstbestendigheid mede bepalen. • Planologisch: de bestaande ruimte vanuit zonering en wet- en regelgeving (wat kan en mag) en de mogelijke behoefte om deze randvoorwaarden te verbeteren/ aan te passen. • Organisatorisch: de mate waarin we als gemeente samen met verenigingen en het bedrijfsleven, vastgoedeigenaren en gebruikers, samen optimaal invulling gaan geven aan de toekomst van de bedrijventerreinen. • Financieel: de benodigde middelen om en financieringsmogelijkheden om ingrepen, veranderingen en kansen te realiseren. Verbanden met andere omgevingsprogramma’s die in de nabije toekomst worden opgesteld: • Selectie van woningbouwlocaties: aan de hand van (on)mogelijkheden voor transformatie en verkleuring op bestaande locaties zal geïnventariseerd worden in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om de bestaande ruimte óók te kunnen benutten voor het realiseren van toekomstige woonopgaven op bedrijventerreinen • Mobiliteitsvisie: De mobiliteitsvisie zal inzichtelijk moeten maken welke kansen

voor intensivering, verkleuring en transstaande beleidsstuk het Toetsingskader formatie ook daadwerkelijk verzilverd Ruimte voor Bedrijven (en de update ervan). kunnen worden. Daarnaast moet het investeringskansen in de infrastructuur, uitgaande van het STOMP-principe, inzichtelijk maken. • Coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat: Wooncentrum Soesterberg en nabijgelegen bedrijvigheid aan de Amersfoortsestraat bevinden zich in een gebied dat in ontwikkeling is. Voor de werklocatievisie is het belangrijk dat het uitplaatsen van de bedrijven in Soesterberg-Noord wordt meegenomen in het programma coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat. Waar kunnen we ruimte maken om deze bedrijven te huisvesten? Daarnaast moet worden onderzocht in hoeverre het wenselijk is om de trend om kantoren te transformeren naar wonen door te zetten in dit gebied? En hoe maken we woonboulevard Soesterberg toekomstbestendig? • Op het raakvlak van de werklocatievisie en het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie moet worden onderzocht of er in de gebieden van de werklocaties meer kan worden gedaan aan klimaatadaptatie en wat eventuele veranderingen in functiegebruik of intensivering van functies betekenen voor het omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie.

Dit kan in de vorm van een kansenkaart (vergelijkbaar met kansen voor de selectie van woningbouwlocaties). De Werklocatievisie incorporeert het be17

Bijlage I: Mogelijk op te stellen beleid Naast de opdrachten voor de nabije toekomst is er een lijst gemaakt met mogelijk op te stellen beleid. Het is een lijst met onderwerpen waarvan het op dit moment denkbaar is dat er op termijn een omgevingsprogramma voor wordt gemaakt als uitwerking van de omgevingsvisie. Deze lijst is flexibel. Door de tijd heen zal moeten blijken of een omgevingsprogramma het juiste instrument is voor deze onderwerpen. Het is ook denkbaar dat door veranderingen omgevingsprogramma’s moeten worden opgesteld die we nu nog niet kunnen voorzien. Zoals in de omgevingsvisie is beschreven, kan iedere begrotingscyclus opnieuw gekeken worden welke omgevingsprogramma’s er daadwerkelijk zullen worden uitgewerkt.

Versnellen vervanging woningen Ontwikkel regels waarmee bestaande bebouwing, grotendeels op het bestaand bebouwd oppervlak, versneld kan worden herontwikkeld. De essentie is een kwaliteitssprong en dat er voldoende extra vierkante meters gebouwd kunnen worden waardoor de herontwikkeling betaalbaar wordt. Wijs gebieden aan waar deze regels gelden en denk daarbij in het bijzonder aan woonwijken van voor 2000 die weinig stedenbouwkundige of cultuurhistorische waarde hebben. Herontwikkeling kan daar hand in hand gaan met verduurzaming van de woningen.

18

Ontwikkelen centrumplekken Organiseer een platform waarop ondernemers, kunstenaars, samenleving en gemeente plannen kunnen bedenken om deze plekken aantrekkelijker te programmeren en ruimtelijk aantrekkelijker te maken. Bepaal in het beleid per gebied een passend pallet van opties, kijk ter inspiratie naar de opties uit het onderstaande beeld.

Aantrekkelijker programmeren? In 2021 was dit nog een abstracte term maar nu, in 2040 weten we dat dat een nieuw horecaconcept kan zijn, een bijzondere winkel, een lichtkunstwerk, een evenement, een kunstwerk enz. Zo was er laatst een groep van kunstenaars en installateurs die een verlichtingsproject voor de Zuidelijke Eng hadden gemaakt. De Zuidelijke Eng stroomde vol! De schoorsteen van de oude melkfabriek, de Oude

Kerk, de Windhond en nog enkele gebouwen lichtten helder op en iedereen ziet nu beter dan vroeger hoe mooi het panorama van de eng is! Ook overdag. Je ziet steeds groepjes mensen praten en wijzen naar de randen in de eng. (er wordt trouwens gefluisterd dat er een groep bezig is om een zonneobservatorium met zwerfkeien te bouwen op de eng, er is zelfs een gerucht dat het een replica van stonehenge wordt!) 19

Verbinden en ondersteunen maatschappelijke partijen

spraken die gericht zijn op een integrerende en ontwerpende aanpak die tot creatieve en gebiedsgerichte oplossingen kan leiden, Maatschappelijke partijen werken veel sa- maar ook technische afspraken zoals nu vermen met de gemeente en ook onderling. Er woord in de leidraad fysieke leefomgeving. is geen centrale plek waar zij elkaar kunnen vinden of ideeen kunnen plaatsen. Vanuit allerlei beleidsvelden en programma’s komen eisen voor de inrichting van Omgevingskwaliteit de openbare ruimte. Recente beleidsontwikkelingen en alle omgevingsprogramma’s Stel een programmatisch kader voor de die in de nabije toekomst worden gemaakt openbare ruimte op omdat uit de omge- vereisen een actualisatie van de leidraad: vingsvisie blijkt dat we de openbare ruimte de mobiliteitsvisie, ‘Water, Riolering en een hogere, multifunctionele waarde willen Klimaatadaptatie, selectie van woningbouwtoekennen, naast de bekende waarde voor locaties en Coördinatie en sturing ontwikverkeer, kabels en leidingen, water, groen en kelingen Amersfoortsestraat. Vervolgens zal spelen. Dit kader moet enerzijds de gewens- deze leidraad regelmatig worden herzien om te omvang van de openbare ruimte bepalen aansluiting te blijven houden met de vastgeen anderzijds een selectiemethode geven stelde programma’s.

voor het opstellen van een programma van eisen voor de inrichting van een openbare Gebiedsontwikkeling de Birkt ruimte. Het gaat hier om programmapunten in aanvulling op de gebiedsspecifieke eisen. Definieer op grond van functionele samenDe op te stellen omgevingsprogramma’s hang en functionele criteria het gebied, ook zullen naar verwachting ook een specifieke als dat tot in Amersfoort loopt. waarde toe willen voegen aan de openbare ruimte. Het kader moet sturen op een prio- Maak, in een gebiedsgerichte aanvulling ritering van: op de mobiliteitsvisie, een verkeers-functie • Het creëren van inclusieve balans van het gebied zodat betrouwbare ontmoetingsplekken. voorspellingen van mobiliteitsmaatregelen • Het creëren van een inspirerende omgegemaakt kunnen worden. ving voor beweging • Het verhogen van de biodiversiteit Laat zien hoe gecoördineerde wegaanslui• Ondersteunen bij klimaatadaptatie (ontingen de doorstroming in stand houden en der andere waterberging en hitte-eiland onderzoek hoe de omliggende gebieden onteffect). sloten kunnen worden

het gebied Bepaal de ruimtelijke doelen als uitwerking van de voorstellen die bij het gebied de polder zijn gedaan, werk daarbij in ieder geval de natuurdoelen.

Levendig Soesterberg Ontwikkel een op kansen gericht openbaar coördinatie- en activeringsplatfom Soesterberg. Voor de Rademakersstraat en de rand van de vliegbasis hanteren we de opdrachten die we voor de centrumgebieden in H 5.2 hebben aangegeven. Specifiek: Ontwikkel een of enkele ruimtelijke modellen waarin substantieel meer ‘plintruimte’ langs de Rademakersstraat zit. Zoek actief naar (ruimte voor) extra voorzieningen.

Een inspirerende openbare ruimte

Stel een programmatisch kader voor de openbare ruimte op omdat uit de omgevingsvisie blijkt dat we de openbare ruimte een hogere, multifunctionele waarde willen toekennen, naast de bekende waarde voor verkeer, kabels en leidingen, water, groen en spelen. Dit kader moet enerzijds de gewenste omvang van de openbare ruimte bepalen en anderzijds een selectiemethode geven voor het opstellen van een programma van eisen voor de inrichting van een openbare Onderdeel van het kader zijn procedureaf- Onderzoek het economisch potentieel van ruimte. Het gaat hier om programmapunten 20

in aanvulling op de gebiedsspecifieke eisen. De op te stellen omgevingsprogramma’s zullen naar verwachting ook een specifieke waarde toe willen voegen aan de openbare ruimte. Het kader moet sturen op een prioritering van: • Het creëren van inclusieve ontmoetingsplekken. • Het creëren van een inspirerende omgeving voor beweging • Het verhogen van de biodiversiteit • Ondersteunen bij klimaatadaptatie (onder andere waterberging en hitte-eiland effect). Onderdeel van het kader zijn procedureafspraken die gericht zijn op een integrerende en ontwerpende aanpak die tot creatieve en gebiedsgerichte oplossingen kan leiden, maar ook technische afspraken zoals nu verwoord in de leidraad fysieke leefomgeving. Vanuit allerlei beleidsvelden en programma’s komen eisen voor de inrichting van de openbare ruimte. Recente beleidsontwikkelingen en alle omgevingsprogramma’s die in de nabije toekomst worden gemaakt vereisen een actualisatie van de leidraad: de mobiliteitsvisie, ‘Water, Riolering en Klimaatadaptatie, selectie van woningbouwlocaties en Coördinatie en sturing ontwikkelingen Amersfoortsestraat. Vervolgens zal deze leidraad regelmatig worden herzien om aansluiting te blijven houden met de vastgestelde programma’s.

Open sportaccommodaties

als vergunningen) worden onderzocht. Dat is momenteel nog niet het geval. (LOP)

Stel een actieplan op voor het openen van sportaccommodaties voor nieuwe gebrui- Ontwikkeling agrarisch kers en nieuw gebruik (maatschappelijk, natuurlandschap commercieel of op vrijwilligersbasis). Het actieplan moet binnen 3 jaar meetbare ef- Op bijgaande structuurkaart geven we de fecten hebben. gebiedsgerichte kaders voor dit programma aan. Daarin is opgenomen: ‘Slim’ bewegen • Bepaal de begrenzing van het regionale landschap met een bandbreedte: we Opstellen van een stimuleringsprogramma willen de kern Soest niet op voorhand voor de toepassing van technologie om beopsluiten aan deze zijde. wegen en ontmoeten in de openbare ruimte • Houdt in die bandbreedte in de gaten te bevorderen. Koppel dit aan het databeleid dat twee onderdelen in ieder geval groen dat wij sowieso voor onze beleidsproductie moeten blijven. Ten eerste de ‘verre punwillen gaan voeren. En voeg, vanuit dit proten’ die buffers zijn tussen Soest, Baarn gramma, omgevingsdata toe die de bron en Amersfoort. Ten tweede het open voor slim bewegen zijn. centrum van de polder. • Geef aan hoe een deel van het gebied Sturing en monitoring kleinschaliger kan worden. Begin daarbij recreatiedruk met het gebied waar van oudsher hagen stonden.

Bepaal hoe dit een multifuncHerijking van de zonering van de Heuvelrug tioneel gebied voor voedselproductie, gebeurt op regionaal niveau, daarbij behounatuur en recreatie kan worden. den de Lange Duinen en het NMM de func- • Kijk naar betere benutting van bestaande tie van recreatieve hotspot. routes en naar de wenselijkheid van nieuwe. Monitoring van de drukte in de bossen en • Geef aan hoe de totale toegevoegde de duinen. Hiervoor wordt een programma economische waarde, gegeven de uituitgewerkt in samenwerking met Nationaal gangspunten, hoger kan worden dan de Park Utrechtse Heuvelrug. huidige. Het agrarisch natuurlandschap moet economisch duurzaam zijn en voor Duurzame duinen de huidige agrarische bedrijven nieuwe realistische ondernemerskansen (verbreAls het aantal uitlaatservices met loslopende ding, groen/blauwe diensten) bevatten. honden een punt bereikt dat het tot te veel • Zoek een locatie voor een zwemplas met overlast zorgt, dan moeten beperkingen (zoveilig water bij de Eem in de buurt en geef 21

aan hoe deze gerealiseerd kan worden. • Bepaal hoe de Eem meer gebruikt kan worden. Denk bijvoorbeeld aan een haventje, roeiclub, waterfietsen verhuurder of BBQ-bootjes. • Ontwikkel samen met de agrarisch ondernemers en anderen die zich melden een actieplan lokale consumentgerichte landbouw. • Kijk naar lokale en regionale biodiversiteitversterking, ontwikkel in ieder geval een sterk ecologisch verband tussen de bossen en de Eem. • Kom met veel meer mogelijkheden voor een brede scala aan recreatief gebruik. Laat zien welke scenario’s er zijn voor een verhoging van de opvangcapaciteit voor recreatie vanaf een factor 2 tot een factor 5 ten opzichte van nu.

Transitievisie Warmte

Het programma is eerder gestart, maar ligt momenteel stil. Er is in dit proces een plan van aanpak opgesteld voor de transitievisie warmte. Dit plan van aanpak dient als opdracht voor dit programma.

Klimaatadaptatie

Dit programma moet de waterhuishouding in de heuvelrug en de flanken nauwkeurig in beeld brengen zodat we beter inzicht hebben in het functioneren van het natuurlijke watersysteem en onze ruimte en handelingen daar beter op kunnen inrichten. Zo zorgen we voor een systeem dat met klimaatverandering kan omgaan, zowel in tijden van overschotten als in tijden van tekorten, en waarvan mens en natuur ook op de lange termijn kunnen profiteren zonder het uit te putten. . Daar hoort bij dat we onze ruimte inrichten op basis van het natuurlijke watersysteem. Zo kijken we bij iedere (her)ontwikkeling welke locatie het meest geschikt is en hoe we de ontwikkeling op het natuurlijke systeem kunnen afstemmen. We kijken bijvoorbeeld wat het hoogst haalbare waterpeil is (ook bij bijvoorbeeld afkoppelingsprojecten) en hoe we water kunnen bufferen (vasthouden, bergen) en benutten om wateroverschotten en -tekorten te voorkómen.

In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn afspraken gemaakt tussen rijk, provincies, waterschappen en gemeenten over wie wat doet om tot een klimaatbestendiger Nederland te komen. In 2021 en 2022 werkt Soest aan een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie. Daar staat in welke klimaateffecten we willen adresseren, wat we eraan willen doen en wie dat gaat doen. Maatregelen en projecten die vallen onder de gemeentelijke watertaken (tegengaan lokale wateroverlast en verdroProces ging) nemen we op in het Programma Water, Ontwikkel de startnotitie voor dit program- Riolering en klimaatadaptatie . Maatregelen ma samen met gebiedspartners. en projecten die daar niet toe behoren (hittestress, waterveiligheid (geen primaire Kennisbeleid Circulair Soest taak van de gemeente)) krijgen een aparte plaats en eigen kostendekking. Wellicht Geef aan hoe we slimme beleidsproductie Circulaire economie raakt aan veel andere moet het Programma Water en Riolering kunnen organiseren en uitvoeren thema’s en activiteiten die binnen de geworden uitgebreid tot Water, Riolering en meente spelen. Door middel van het aanKlimaatadaptatie, zodat het hele programhaken en meedenken bij andere thema’s ma klimaatadaptatie binnen één programwordt eerst gekeken wat er al gedaan wordt ma past.

en welke integrale kansen kunnen worden benut om alvast circulariteit mee te kunnen Systeemkennis (grond) nemen. Uiteindelijk moet er beleid voor een watersyteem en actieplan circulaire economie worden opgesteld om grondwaterverhoging ervoor te zorgen dat er aan het nationale (samen met Waterschap, Provincie en doel om in 2050 volledig circulair te zijn, Vitens) invulling kan worden gegeven. 22

23

Opgesteld door LOS stadomland B.V. in opdracht van de gemeente Soest Postbus 142 5201 AC ‘s Hertogenbosch Nieuwe Linie 1-3 5264 PJ te Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=07815edd-57ca-4634-8b70-459590d2d3da