4c 12 Collegevoorstel Omgevingsvisie Soest en Soesterberg.pdf
Tekst van het document
Steller advies: Ruben de Goede
Afgestemd met: Communicatie Overige: Ruimte Samenleving
Afdeling en team: Ruimte, Ruimtelijke ontwikkeling Zaaknummer: 90770 Portefeuillehouder: Aukje Treep-van Hoeckel
Datum: 16 november 2021 Onderwerp: Vaststelling Omgevingsvisie Soest en Soesterberg Openbaar Is geheimhouding aan de orde? Nee
Advies 1. In te stemmen met het voorstel aan de raad om : a. de Nota van Beantwoording en ambtelijke wijzigingen (bijlage b) vast te stellen. b. de omgevingsvisie Soest en Soesterberg (bijlage a) vast te stellen; c. de 'Opdrachten voor omgevingsprogramma's' (bijlage c) vast te stellen; d. de Gebiedsvisie Landelijk Gebied (2011), de Structuurvisie Soest 2009-2030, de Nota Wonen in Soest (2012) en het Sociaaleconomisch beleidsplan 2008 – 2015 in te trekken.
Aanleiding Vanaf de zomer van 2019 werken we samen met de samenleving aan een omgevingsvisie voor Soest en Soesterberg. In april van dit jaar heeft dit eerst geleid tot raadsbehandeling van het document ‘Soest en Soesterberg, Kwaliteiten voor de toekomst’ en op 8 juli jl. heeft de raad ingestemd met (de terinzagelegging van) de ontwerp omgevingsvisie. De ontwerpvisie is aangepast aan de op 8 juli aangenomen amendementen en is vervolgens ter inzage gelegd. De ontwerpvisie heeft van 2 september t/m 13 oktober voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens die periode zijn 124 zienswijzen ingediend. In bijlage b vindt u in hoofdstuk 2 de (voorlopige) beantwoording van de zienswijzen. Na collegebehandeling wordt de (voorlopige) beantwoording toegestuurd aan de reclamanten en worden de omgevingsvisie en de Nota van Beantwoording ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Naast de aanpassingen die zijn doorgevoerd n.a.v. de zienswijzen, zijn ook een aantal ambtelijke verbeteringen doorgevoerd waarmee moet worden ingestemd. De ambtelijke wijzigingen zijn tevens opgenomen in bijlage b, maar dan in hoofdstuk 3. Op die manier staan alle wijzigingen in een document.
Nu de hoofdlijnen voor het te voeren beleid voor de fysieke leefomgeving zijn neergelegd in de omgevingsvisie komt de vraag aan de orde: 'hoe' werken wij verder aan de gestelde doelen uit de visie? Hiervoor hebben wij 'opdrachten voor omgevingsprogramma's' geformuleerd. In een eerste concept dat ter kennisname werd meegestuurd bij de ontwerpvisie werd een heel scala aan eventuele programma's geschetst. In de nadere uitwerking hiervan, die u terugvindt in bijlage c, is bewust de keuze gemaakt om voor nu alleen die opdrachten uit te werken en voor besluitvorming voor te leggen, die prioriteit hebben en waarvoor het aannemelijk is dat ze ook op korte termijn gestart kunnen worden. Voor andere onderdelen geldt dat ze of al opgestart zijn/worden (denk bijvoorbeeld aan de visie op Werklocaties) of dat we nu nog geen opdracht geven voor uitwerking. Wanneer de wens er is, kan op verzoek van college en raad altijd een nieuwe uitwerking gestart worden. Om de ideeën over die totale uitwerking en samenhang tussen alle onderdelen niet te verliezen, zijn deze in een bijlage bij het document 'opdrachten voor omgevingsprogramma's' opgenomen.
Door dit document samen met de omgevingsvisie vast te laten stellen wordt het in ieder geval voor de grootste ruimtevragers (wonen, werken, landschap, mobiliteit, energietransitie en klimaat) duidelijk 'hoe' wij de doelen uit de visie denken te kunnen bereiken en met welke van die programma's wij willen starten. Beoogd resultaat Met een vastgestelde integrale lange termijnvisie als basis kan de komende jaren stap voor stap verder worden gewerkt aan de in de omgevingsvisie genoemde (gebieds)doelen. De visie helpt ons onder meer plannen/initiatieven uit de samenleving (en van onszelf) beter te beoordelen op basis
van de doelen die we met elkaar in de visie hebben opgeschreven. Daarnaast biedt de visie de basis waaruit we onze opdrachten voor omgevingsprogramma's en later onze startnotities kunnen formuleren. Door een uitwerking via programma's geven we in de toekomst invulling aan (de doelen uit) de visie en dragen daarmee bij aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving van onze gemeente. Argumenten 1.1 De gemeenteraad is het bevoegde gezag omtrent de beantwoording van de zienswijzen, het vaststellen van (wijzigingen op) de omgevingsvisie, het instemmen met de opdrachten voor de omgevingsprogramma’s en het intrekken van de beleidsnota's . Daarom wordt gevraagd om in te stemmen met het voorstel om de besluitvorming over al deze documenten aan de raad voor te leggen. Alle wijzigingen n.a.v. de zienswijzen en alle ambtelijke wijzigingen zijn doorgevoerd in de omgevingsvisie bij het raadsvoorstel en leiden niet tot wezenlijke verandering van de uitgangspunten en hoofdlijnen van het beleid zoals eerder neergelegd in het ontwerp van de omgevingsvisie. 1.2 De Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 inwerking treedt, stelt één integrale omgevingsvisie voor het hele gemeentelijke grondgebied vanaf 31 december 2024 verplicht.
De omgevingsvisie Soest en Soesterberg bevat de integrale (middel)lange termijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze hele gemeente en is het eerste kerninstrument uit de nieuwe Omgevingswet dat voor besluitvorming voorligt. De visie maakt duidelijk wat de komende decennia de grote ruimtelijke uitdagingen zijn, hoe we daarmee omgaan en in welke richting de gemeente Soest zich zou moeten doorontwikkelen richting 2040. Daarbij speelt dat de huidige structuurvisie van Soest (2009) is verouderd en de kern Soesterberg en de vliegbasis Soesterberg niet in die structuurvisie zijn meegenomen. 1.3 Er moet straks maar één strategische visie met betrekking tot de fysieke leefomgeving voor ons hele gemeentelijke grondgebied gelden: de omgevingsvisie Soest en Soesterberg Bestaand beleid dat strijdig is met of vervangen wordt door de nieuwe omgevingsvisie, wordt ingetrokken. Kanttekeningen 1.1 Uitstel invoering van de Omgevingswet geeft geen aanleiding voor uitstel vaststelling omgevingsvisie. Het invoeringsbesluit met betrekking tot de Omgevingswet is nog niet genomen. Op dit moment is de verwachting dat de wet op 1 juli 2022 in werking treedt. Tot die tijd fungeert de omgevingsvisie als structuurvisie in de zin van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
De omgevingsvisie geeft een brede kijk op de fysieke leefomgeving en toont hoe de verschillende onderdelen met elkaar samenhangen. De
omgevingsvisie schetst de opgaven waar we voor staan om onze ambities te behalen én geeft richting aan de vervolgstappen die we nog moeten nemen om ons voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. We hebben voldoende tijd nodig voor de uitwerking van die ambities en opgaven in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Die uitwerking kan geen uitstel verdragen. Met andere woorden: uitstel van de invoering van de Omgevingswet, geeft geen aanleiding om de vaststelling van de omgevingsvisie uit te stellen. Kosten, baten, dekking Kosten Instemmen met de omgevingsvisie heeft geen directe financiële gevolgen. Het uitvoeren van werkzaamheden in deze afrondende fase wordt gedekt uit het budget dat beschikbaar is voor invoering van de Omgevingswet (Spoor 1) Wel zijn er financiële gevolgen gemoeid met de uiteindelijke uitvoering van de omgevingsvisie via de (opdrachten voor) omgevingsprogramma's. Voor de komende jaren zullen immers verschillende omgevingsprogramma’s (en projecten) gaan lopen (zie bijlage b bij het voorstel). Deels kunnen de kosten hiervan worden gedekt uit bestaande middelen. Daarnaast zijn ook nieuwe investerings- en uitvoeringsmiddelen nodig, bijvoorbeeld voor het voorstel dat in de visie is opgenomen over de manier waarop wij de komende jaren tot een keuze voor nieuwe woningbouwlocaties willen komen.
De financiële gevolgen hiervan maken wij inzichtelijk bij de startnotities. Besluitvorming over het toekennen van middelen zal via het jaarlijkse begrotingsproces (investeringsagenda) verlopen. Op die manier bepaalt de raad zelf welke prioriteiten er worden gesteld. Baten Aan dit voorstel zitten geen (directe) financiële baten. Wel verwachten wij dat door dit besluit en de beoogde doelen uit de omgevingsvisie de kwaliteit van de leefomgeving stijgt en Soest en Soesterberg nog aantrekkelijkere vestigingsplaatsen worden om in te wonen, werken en recreëren. Dekking Zie onder het kopje 'kosten'. Aanpak/evaluatie
Ten behoeve van dit proces is eind 2018 een Participatiekrant vastgesteld en begin 2019 een Plan van Aanpak opgesteld. Na elke (participatie)stap in het proces heeft terugkoppeling richting college en raad plaatsgevonden over de uitkomsten van die stap en zijn zij geraadpleegd om mee te denken en input te leveren. Die evaluatie-momenten waren van tevoren opgenomen in de aanpak en hebben er ook toe geleid dat de aanpak (en de planning), bijvoorbeeld vanwege corona, tussentijds is bijgesteld. Met een raadsbesluit eind december wordt het streven om de omgevingsvisie in deze bestuursperiode vast te stellen behaald. Door tegelijkertijd met de besluitvorming over de definitieve omgevingsvisie ook te besluiten over de 'Opdrachten voor omgevingsprogramma's' kan zo snel mogelijk een start worden gemaakt met het werken aan de doelen zoals opgenomen in de visie. Herijking van zowel de strategisch gekozen langetermijnvisie, als de opdrachten voor omgevingsprogramma's, kan op elk moment plaatsvinden. Verwachting is dat de hoofdlijnen uit de visie minder (vaak) aanpassing behoeven dan de wijze waarop (via omgevingsprogramma's) aan die doelen wordt gewerkt en in hoeverre (jaarlijks) budget beschikbaar wordt gesteld voor nieuwe uitwerkingen. Participatie Voor de omgevingsvisie is vanaf het begin een gemeentebreed participatieproces opgezet.
We sluiten daarmee helemaal aan bij het motto ‘Uitnodigend, persoonlijk en dichtbij’. Op basis van de Participatiekrant is vanaf het begin gekozen voor een aanpak die uitgaat van het zo vroeg mogelijk betrekken van de samenleving en het bereiken van een zo divers en representatief mogelijke groep. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken zijn meerdere kanalen en meerdere participatievormen ingezet. De ontwerp omgevingsvisie was de uitkomst van dit gemeentebrede participatieproces. Het ontwerp van de omgevingsvisie heeft vanaf begin september 6 weken (formeel) ter inzage gelegen. Een ieder kon mondeling of schriftelijk een zienswijze kenbaar maken. 124 personen/organisaties hebben een zienswijze ingediend. Gelet op het aantal en de aard van de zienswijzen kunnen we constateren dat de samenleving ook in deze laatste stap nog goede input heeft kunnen leveren op de omgevingsvisie zoals die nu voor vaststelling wordt aangeboden. Bij het opstellen (en uitvoeren) van de meeste programma's benoemd in het document 'opdrachten voor omgevingsprogramma's' zal in de toekomst (opnieuw) intensief geparticipeerd gaan worden. Dit heeft bijvoorbeeld al plaatsgevonden bij een uitwerking die vooruitliep op de vaststelling, namelijk bij het Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking Soest en Soesterberg. In het kader van de Omgevingswet wordt sowieso sterk op participatie ingezet.
Hiertoe is een participatie-toolbox in de maak en maakt de gemeente gebruik van de website denkmeeover.nl Communicatie De Nota van Beantwoording wordt na collegebehandeling toegestuurd aan die personen die een zienswijze hebben ingediend. Indien reclamanten dit willen kunnen zij hun zienswijze nog nader toelichten tijdens de opiniërende raadsvergadering.
Na het collegebesluit volgt een persbericht dat de stukken ter besluitvorming zijn aangeboden aan de gemeenteraad (zie bijlage d - concept persbericht). Het raadsbesluit van de omgevingsvisie wordt na de vaststelling breed bekend gemaakt, o.a. via de: • social media kanalen van de gemeente • lokale krant • website overheid.nl • projectwebsite • mailing naar alle betrokkenen uit het participatietraject Bijlagen a. Omgevingsvisie Soest en Soesterberg.pdf (original), b1. Nota van Beantwoording en ambtelijke wijzigingen.pdf (original), b2. Visie-document met wijzigingen in kleur.pdf (original), c. Opdrachten voor omgevingsprogramma's.pdf (original), d. Persbericht Omgevingsvisie Soest en Soesterberg (concept).pdf (original)