CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4b 5 Bijlage 4 Ontwerpbestemmingsplan Nieuweweg 2A 201209 bijlagen bij de toelichting.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Nieuweweg 2A18.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

10956979

MM01, 02: 0-50, 04: 0-50

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

86,7 3,3

28 <0,20 <3,0 9,4 0,079 <1,5 4,1 40 49

90,42 0,2222 6,283 17,68 0,1095 1,05 10,55 59,75 104,3

* -

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

<3,0 <5,0 <5,0 12 10 <6,0 <35

6,364 10,61 10,61 36,36 30,3 12,73 74,24

-

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 <0,0010 <0,0010 0,0053

0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0033 0,0021 0,0021 0,016

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 0,22 0,086 0,51 0,29 0,31 0,14 0,23 0,18 0,21 2,2

0,035 0,22 0,086 0,51 0,29 0,31 0,14 0,23 0,18 0,21 2,211

*

0,35

1,5

20,8

40

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

86,7 3,3 96,4 3,6

Gebruikte afkortingen *

AW

Uitgevoerd

Voldoet aan Achtergrondwaarde

-

RG

3,3 3,6

Legenda Nr.

Oordeel

3,6

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

MM19141 Nieuweweg 2 te Soest

Analyse

Eenheid

27-09-2019 Arjan Ellmann 2019142457 30-09-2019 03-10-2019

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

10956979

MM01, 02: 0-50, 04: 0-50

Eindoordeel:

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

86,7 3,3 96,4 3,6

86,7 3,3

28 <0,20 <3,0 9,4 0,079 <1,5 4,1 40 49

90,42 0,2222 6,283 17,68 0,1095 1,05 10,55 59,75 104,3

<3,0 <5,0 <5,0 12 10 <6,0 <35

6,364 10,61 10,61 36,36 30,3 12,73 74,24

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 <0,0010 <0,0010 0,0053

0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0033 0,0021 0,0021 0,016

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,22 0,086 0,51 0,29 0,31 0,14 0,23 0,18 0,21 2,2

0,035 0,22 0,086 0,51 0,29 0,31 0,14 0,23 0,18 0,21 2,211

Wonen

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte

AW

Uitgevoerd

Altijd toepasbaar

GSSD

RG Eis

3,3 3,6

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

3,6

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW Wonen

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

MM19141 Nieuweweg 2 te Soest

Analyse

Eenheid

27-09-2019 Arjan Ellmann 2019142457 30-09-2019 03-10-2019

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

10956980

MM02, 01: 50-100, 03: 50-100, 05: 50-100, 06: 50-100

Eindoordeel:

*

groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

88,6 3,5

27 0,21 <3,0 12 0,058 <1,5 4,1 41 60

96,21 0,3348 6,858 23,08 0,0814 1,05 11,3 62,01 132,6

* -

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 12 7,8 <6,0 <35

6 10 10 34,29 22,29 12 70

-

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 0,0014 <0,0010 0,006

0,002 0,002 0,002 0,002 0,0031 0,004 0,002 0,0171

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 0,53 0,17 0,94 0,49 0,52 0,21 0,36 0,22 0,28 3,8

0,035 0,53 0,17 0,94 0,49 0,52 0,21 0,36 0,22 0,28 3,755

*

0,35

1,5

20,8

40

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

88,6 3,5 96,3 2,7

Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

AW

Uitgevoerd

Overschrijding Achtergrondwaarde

-

RG

3,5 2,7

Legenda Nr.

Oordeel

2,7

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

MM19141 Nieuweweg 2 te Soest

Analyse

Eenheid

27-09-2019 Arjan Ellmann 2019142457 30-09-2019 03-10-2019

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

10956980

MM02, 01: 50-100, 03: 50-100, 05: 50-100, 06: 50-100

Eindoordeel:

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

88,6 3,5 96,3 2,7

88,6 3,5

27 0,21 <3,0 12 0,058 <1,5 4,1 41 60

96,21 0,3348 6,858 23,08 0,0814 1,05 11,3 62,01 132,6

<3,0 <5,0 <5,0 12 7,8 <6,0 <35

6 10 10 34,29 22,29 12 70

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0011 0,0014 <0,0010 0,006

0,002 0,002 0,002 0,002 0,0031 0,004 0,002 0,0171

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,53 0,17 0,94 0,49 0,52 0,21 0,36 0,22 0,28 3,8

0,035 0,53 0,17 0,94 0,49 0,52 0,21 0,36 0,22 0,28 3,755

Wonen

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte

AW

Uitgevoerd

Klasse wonen

GSSD

RG Eis

3,5 2,7

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

2,7

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW Wonen

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

MM19141 Nieuweweg 2 te Soest

Analyse

Eenheid

Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen Tolueen Ethylbenzeen o-Xyleen m,p-Xyleen Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) Naftaleen Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Dichloorpropanen som factor 0.7 Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen

10-10-2019 Arjan Ellmann 2019149793 10-10-2019 17-10-2019 1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

10980981

1, 01-1: 500-600

Eindoordeel:

*

groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

T

I

41 0,14 11 1,4 0,035 1,4 5,7 1,4 110

*

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

µg/L

Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde

S

41 <0,20 11 <2,0 <0,050 <2,0 5,7 <2,0 110

Overschrijding Streefwaarde

-

RG

µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

-

50

50

325

600

0,77 Geen oordeel mogelijk

BIJLAGE 9: Projectfoto’s

BIJLAGE 10: Informatie vooronderzoek

Rapport Bodemloket

Datum: 01-11-2019

Legenda

Locatie Voortgang onderzoek

Mijnsteengebieden

1/2

Inhoud 1

Algemeen

2

Disclaimer

1

Algemeen Bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering. Mogelijk is informatie beschikbaar bij gemeente, omgevingsdienst of provincie.

2

Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.

2/2

BIJLAGE 11: Onafhankelijkheidsverklaring

Onafhankelijkheidsverklaring Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

Projectnaam: Projectnummer: Erkende veldwerker van:

Nieuweweg 2 te Soest MM19141 Montferland Milieu B.V.

Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)

Datum uitvoering 2001:

27-09-2019

Datum uitvoering 2002:

10-10-2019

Datum uitvoering 2018:

-

Ja Ja Nee

Onafhankelijkheidsverklaring: Montferland Milieu B.V. verklaart dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoem d project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 12: Toegepaste normen

NEN 5104 NEN 5707

Geotechniek Asbest

NEN 5709

Bodem

NEN 5725

Bodem

NEN 5740 NPR 5741

Bodem Bodem

NPR 6616 NEN 5742

Water en slib Bodem

NEN 5743

Bodem

NEN 5744

Bodem

NEN 5745

Bodem

NEN 5120

Geotechniek

NEN 5751

Bodem

NEN 5733 NEN 5766

Bodem Bodem

NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673

Milieu Water

NEN 5897

Asbest

NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001

Water Milieu

SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018

Water Asbest

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

BIJLAGE 13: Toelichting toetsingkader

De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis:  Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland.  Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden.  Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis:  Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen.  Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden.  Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

1/2(AW+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5

21

40

0.35

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

20

510

1000

4.9

Minerale olie Totaal olie C10-C40

190

2595

5000

35

¹

AW ½(AW/I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)

Toetsingwaarden¹

S

1/2(S+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen

0.20 7.0 4.0 0.20 6.0

26 504 77 35 153

30 1000 150 70 300

0.20 0.20 0.20 0.21 0.20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

35

70 1

0.020

Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan

7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2

900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

Minerale olie Totaal olie C10-C40

¹

S ½(S+I) I RBK

streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie

¹

AW ½(AW/I) I RBK

1/2(AW+I)

I

RBK eis

100

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

bestemmingsplan Nieuweweg 2C

Bijlage 3

(ontwerp)

Watertoets

datum 26-12-2019 dossiercode 20191226-10-22141

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.

Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

Algemene aandachtspunten

Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.

Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nlkunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055 - 52 72 911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].

Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.

Team Watertoets, Waterschap Vallei en Vallei

Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Nieuweweg 2C

Bijlage 4

(ontwerp)

Samenvatting watertoets

datum 26-12-2019 dossiercode 20191226-10-22141

Samenvatting: korte procedure

Uw gegevens

Aanvrager: E. Dokter Organisatie: EDOK-RO Naam van het project: BP Nieuweweg 2 Soest e-mail: info@edok-ro.nl telefoon: 06 1395 0955 straatnaam/postbus en huisnummer: Van Breugelplantsoen 81 postcode: 3771VN plaats: Barneveld

Gegevens gemeente

Gemeente Soest Contactpersoon: Dhr. R. Klimsop Telefoon: 14035 E-mail: r.klimsop@soest.nl

---------------------------------------------------------------------------------------

Tekenen:

Raakt het plangebied een waterbelang? nee

Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Soest

Samenvatting van de vragen

Wordt er meer dan 1500 m2 nieuw verhard oppervlak gerealiseerd? nee

www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Nieuweweg 2C

Bijlage 5

(ontwerp)

Natuurtoets

Quickscan flora- en fauna Nieuweweg 2 te Soest

Nijverdal, 11 april 2019 Projectnummer 1946

Colofon Titel

Quickscan flora- fauna Nieuweweg 2 te Soest

Uitvoering

Otte Groenadvies

Veldinventarisatie

T.M. Stam – Gecertificeerd Stadswerk Flora en Fauna controleur 2018

Gecontroleerd

Ing. P. Otte

Opdrachtgever

Dhr. Donselaar Nieuweweg 2 3765 GD Soest 0355-263731 ldonselaar@casema.nl

Projectnummer

1946

Datum

11 april 2019

Vrijgegeven door

Dhr. Donselaar

Status

Definitief

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.

Brilsweg 1a 7441 BV te Nijverdal Tel: 06 - 511 77 946 mail: info@ottegroenadvies.nl

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................................4

1.1. Aanleiding en doelstelling ...................................................................................................... 4 1.1.1 Uitgangspunten ................................................................................................................ 4 1.2. Methodiek .............................................................................................................................. 4 1.2.1. Wat is een quickscan ........................................................................................................ 4 1.2.2. Uitvoer onderzoek ........................................................................................................... 5 2. Wetgeving ....................................................................................................................................................6 3. Gebiedsomschrijving.....................................................................................................................................7

3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving................................................................................. 7 3.2. Projectvoornemen.................................................................................................................. 7 3.4. Foto impressie planlocatie ..................................................................................................... 8 4. Gebiedsbescherming.....................................................................................................................................9

4.1. Natura 2000............................................................................................................................ 9 4.2. Natuur Netwerk Nederland (NNN) ......................................................................................... 9 4.3. Weidevogelgebied.................................................................................................................. 9 4.4. Lokaal ..................................................................................................................................... 9 5. Beschermde flora en fauna .........................................................................................................................10

5.1. Flora ..................................................................................................................................... 10 5.2. Zoogdieren ........................................................................................................................... 10 5.3. Vleermuizen ......................................................................................................................... 10 5.4. Vogels ................................................................................................................................... 12 5.5. Amfibieën ............................................................................................................................. 12 5.6. Reptielen .............................................................................................................................. 12 5.7 Vissen .................................................................................................................................... 13 5.8. Ongewervelden .................................................................................................................... 13 6. Conclusies ...................................................................................................................................................14

6.1. Overzicht van de bevindingen .............................................................................................. 14 6.2. Aanbevelingen...................................................................................................................... 14 7. Geldigheid ..................................................................................................................................................16 8. Bronnen ......................................................................................................................................................17 Bijlage.............................................................................................................................................................18

BIJLAGE 1: WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING – SOORTBESCHERMING ................. 18

3

BIJLAGE 2: VLEERMUIZEN CHECKLIST .......................................................................................... 21

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, het verwijderen van de aanwezige begroeiing en het verplaatsen van een vijver voor het realiseren van een toekomstige nieuwe woning, uitvoerbaar is. In dit kader dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden op de locatie Nieuweweg 2 te Soest. 1.1.1 Uitgangspunten Uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende oproep van de heer Donselaar op 26 maart 2019. Met als onderwerp Quick Scan Flora en Fauna. Op 26 maart 2019 is door de Otte Groenadvies een offerte met nr. 1933 per mail verstuurd. Op 26 maart is de offerte telefonisch door de heer Donselaar geaccordeerd. 1.2. Methodiek Om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet natuurbescherming heeft dhr. Donselaar besloten om een onderzoek te laten doen, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied.

Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkelingen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming. In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en getoetst aan de natuurwetgeving en –beleid. 1.2.1. Wat is een quickscan De quickscan flora en fauna is een oriënterend onderzoek. Hierin wordt de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veldbezoek en bureauonderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of de plannen mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde Natuurmonumenten. Indien beschermde soorten voorkomen, kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Eveneens dient te worden onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van gedragscodes en worden mogelijkheden tot ontheffing verkent. Een quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie.

Omdat het onderzoek een momentopname betreft, kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

4

1.2.2. Uitvoer onderzoek Op 5 april 2019 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijk aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten en de indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Er is gebruik gemaakt van een fotocamera. De weersomstandigheden waren zonnig, 9°C. Tijdens het onderzoek waar dit rapport is voortgekomen is niet alleen gelet op flora en fauna binnen de contouren van het plangebied, maar ook op beschermde flora en fauna in de nabije omgeving. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten ervoor kunnen komen in het plangebied.

5

2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren (voorheen Flora- en faunawet) (naast de bescherming van gebieden). In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De verbodsbepalingen, die handelingen die het voortbestaan van planten en diersoorten in gevaar kunnen brengen verbieden, is een belangrijk onderdeel van de Wet natuurbescherming. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep. De Wet natuurbescherming kent drie verschillende beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie anders.

De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling of is het mogelijk van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien: • Er geen bevredigend alternatief is; • Er sprake is van een wettelijk belang; • Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Zie Bijlage 1 voor het Wettelijk kader van de soortbescherming in de Wnb. De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in onderliggende natuurtoets, zie verder in paragraaf 4.1 aanwezigheid beschermde soorten.

6

3. Gebiedsomschrijving 3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving De planlocatie ligt in de bebouwde kom van Soest, in de wijk ‘De Eng-Soest Midden’. Aan de oostkant van Soest ligt de Eempolder. Soest, Soesterberg en buurtschap Soestduinen zijn de kernen in de gemeente. Soest is rijk aan duinen, bossen, heide en weilanden wat grotendeels gebruikt wordt als oefenterrein voor het Nederlandse leger. De planlocatie is gelegen nabij het centrum van Soest. Het centrum ligt aan de noordwest kant van de planlocatie. Ten oosten liggen agrarische percelen met daarachter het treinstation. Ten zuiden ligt Soestduinen en aan de westkant, achter de bebouwing ligt de N221. De planlocatie betreft een siertuin wat behoord bij het naastgelegen woonhuis. Op de erfgrens van de siertuin staat een grote coniferen haag. Verspreid staan enkele bomen en er is een vijver met koikarpers aanwezig. Door de tuin loopt een met gazon overgroeid pad. Naast het overgroeide pad op de erfgrens aan de zuidkant van de planlocatie staat een bomenrij wat door loopt naar de achterzijde van het perceel.

Afbeelding 1. Locatie plangebied (rood)

3.2. Projectvoornemen Met de voorgenomen ontwikkelingen, de bouw van een nieuwe woning, wordt de aanwezige begroeiing verwijderd en de vijver verplaatst. Ten behoeve van de reconstructie verdwijnt plaatselijk begroeiing wat bestaat uit de struiken en enkele bomen. De uitvoering van het plan is gepland na het verkrijgen van de benodigde vergunningen.

7

3.4. Foto impressie planlocatie

8

4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Dichtbij zijnde gebied is de Arkemheen, ongeveer 9 kilometer ten noordoosten van de locatie. Gezien de aard en schaal van de ingreep zijn effecten op doelstellingen van Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Nader onderzoek naar effecten op doelstellingen van Natura 2000-gebieden is niet nodig. 4.2. Natuur Netwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde gebieden betreft de Utrechtse Heuvelrug. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig.

Afbeelding 2. Locatie plangebied (rood), NNN (groen) 4.3. Weidevogelgebied Met betrekking tot het weidevogelgebied en beschermde landschapselementen geldt dat de planlocatie niet ligt binnen het beschermde gebied. Negatieve effecten zijn niet te verwachten naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling.

4.4. Lokaal In de aanlegfase kunnen werkzaamheden met machines leiden tot een tijdelijke geluids- en optische verstoring. Dit kan leiden tot enige tijdelijke negatieve effecten op aanwezige fauna. De tijdelijke verstoring in de aanlegfase is van korte duur en zal naar alle verwachting niet leiden tot negatieve effecten, daar de soorten voldoende alternatieven hebben om te foerageren in de omgeving. Significante negatieve effecten zijn daarmee op voorhand uit te sluiten.

9

5. Beschermde flora en fauna 5.1. Flora De planlocatie bestaat uit een regulier onderhouden siertuin. In de boomlaag staan naaldbomen, tot boom uitgegroeide coniferen, een apenboom en een beuk. De struiklaag bestaat hoofdzakelijk uit cultivars soorten coniferen. De kruidlaag betreft een intensief onderhouden gazon. Beschermde houtopstanden Gemeente Soest heeft een bomenkaart opgesteld waarop beschermde- en monumentale bomen staan vernoemd. Uit deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie en de directe omgeving aanwezig zijn. Effectenbeoordeling Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving, het bosrijke terrein en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig. 5.2. Zoogdieren Onder zoogdieren worden hier bedoeld alle grond- en boomgebonden zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. In en rondom de planlocatie zijn geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van beschermde soorten.

Het ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie. Algemeen voorkomende zoogdierensoorten zoals huismuis, huisspitsmuis, haas en egel komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Utrecht. Effectenbeoordeling Op de projectlocatie worden voornamelijk, algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt. Aantasting van vaste verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten is niet aan de orde, daar het plangebied niet beschikt over een geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Significante verslechtering van (potentieel) leefgebied is geen sprake. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet aan de orde. 5.3. Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het plangebied voor vleermuizen en is gelet op sporen.

Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen.

10

Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Verblijfplaatsen In de te kappen bomen zijn geen holten aanwezig die in potentie geschikt zijn om te dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. De kap van de bomen heeft geen negatief effect op mogelijke verblijfplaatsen voor deze soort. Foerageergebied en vlieg- en mitigatieroutes Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het plangebied geschikt als foerageergebied. Het plangebied vormt geen schakel als vlieg- en mitigatieroute.

Licht Met de nieuwe inrichting moet rekening worden gehouden met kunstmatige lichtbronnen om lichtverstoring te voorkomen. Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat er geen verstoring van strooilicht plaatsvindt. Werk met vleermuisvriendelijke verlichting en maak de verlichting dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen. Effectenbeoordeling Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de vleermuizen geen gebruik maken van de bomen in de siertuin. Nader onderzoek en/of ontheffing aanvragen is niet nodig.

11

5.4. Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn er geen jaarrond beschermde nestplaatsen als horsten, roekenkolonie of geschikte (oude) kraaiennesten aangetroffen in het plangebied en nabije omgeving. Overige broedvogels De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten in de bomen aangetroffen waaronder een nest van een duif die op het moment van het veldonderzoek aanwezig was. In de aangrenzende coniferenhaag zijn geen nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten aangetroffen. Effectenbeoordeling De ruimtelijke ontwikkeling zal derhalve niet leiden tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voorplantingsplaatsen van vogels als er buiten het broedseizoen wordt gewerkt. Er mag niet gewerkt worden in de begroeiing van 15 maart t/m 15 juli. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren is niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen* moeten plaatsvinden.

*In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli. 5.5. Amfibieën De planlocatie is geschikt voor veel voorkomende soorten amfibieën als gewone pad en bruine kikker. In de siertuin is een vijver aanwezig. De bodem is voorzien van vijverfolie. De oevers bestaan uit ruwe stenen, de oever beplanting ontbreek geheel. In de vijver zijn koikarpers aanwezig. Effectenbeoordeling De vijver beschikt over onvoldoende aspecten wat aansluit bij het leefgebied van algemeen voorkomende soorten als gewone pad en bruine kikker. Het voorkomen van beschermde soorten is derhalve uit te sluiten.

5.6. Reptielen Ringslang De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze ligt veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- kleigronden. Grote oppervlaktes laaggelegen, nat gebied worden gemeden, omdat de soort daar vaak niet alle stadia van zijn levenscyclus kan doorlopen. De vijver op de planlocatie beschikt niet over de geschikte habitat voor de ringslang. De vijver is een laag oppervlakte, biedt onvoldoende voedsel en zijn levenscyclus kan niet worden voltooid in deze vijver. Het plangebied biedt voor geen van de in Nederland voorkomende reptielen een geschikt biotoop en verspreiding niet verwacht binnen het plangebied. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

12

5.7 Vissen De vijver is voorzien is van rubberen vijverfolie, oeverbeplanting is geheel afwezig. In de vijver worden koikarpers gehouden. Effectenbeoordeling Uit gegevens van de verspreidingsatlassen en bureauonderzoek en het voorkomen van koikarpers is geen geschikt habitat aanwezig voor strikter beschermde soorten vissen. Op grond hiervan is een belang voor vissen in het algemeen en beschermde soorten in het bijzonder uit te sluiten.

5.8. Ongewervelden De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.

13

6. Conclusies 6.1. Overzicht van de bevindingen Soortbescherming/Voortoets Natura 2000 - habitattypen

Aanwezigheid n.v.t.

Effecten

Aanbeveling

Natura 2000 - habitatsoorten

n.v.t.

Natura 2000 – (niet) broedvogels

n.v.t.

Natura 2000 - zuurgevoeligheid

n.v.t.

Overige onderdelen NNN

n.v.t.

Soortgroepen Flora – beschermde soorten

Aanwezigheid niet

Effecten geen

Aanbevelingen geen

Vleermuizen – verblijfplaatsen

niet

geen

geen

Vleermuizen – vlieg/foerageerroute

niet

geen

geen

Zoogdieren – gebouwbewonend

niet

geen

geen

Zoogdieren – grond-/boombewonend

niet

geen

geen

Zoogdieren – vrijgestelde soorten

mogelijk

beperkt

zorgplicht

Vogels – jaarrond beschermde nesten

niet

geen

geen

Vogels – algemene broedvogels

mogelijk

beperkt

zorgplicht

Amfibieën/vissen – vrijgestelde soorten

niet

geen

geen

Amfibieën/vissen – beschermde soorten

niet

geen

geen

Reptielen/ongewervelden – vrijgest. soort mogelijk

beperkt

zorgplicht

Reptielen/ongewervelden – besch. soort

geen

geen

niet

6.2. Aanbevelingen Gebiedsbescherming - De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000-gebieden; Flora - Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden; - Voor het kappen van bomen zijn richtlijnen vastgesteld in de plaatselijke APV; Fauna - Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen vrijstelling geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat dergelijke soorten binnen invloedssfeer van de werkzaamheden voorkomen; -

Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en wordt contact opgenomen met een inzake deskundige. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan;

14

-

Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen nooit vernield worden. Verstoring is alleen toegestaan wanneer deze geen invloed heeft op de overleving van ouders en jongen. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor; Overige -

-

Goedgekeurde gedragscode, ruimtelijke ontwikkeling van de vereniging Stadswerk kan worden toegepast tijdens de werkzaamheden. Hierin wordt beschreven hoe om te gaan met o.a. de algemene zorgplicht. Wel moet er een kanttekening worden geplaatst, als basis van de gedragscode ligt de Flora- en faunawet. De gedragscode is nog niet aangepast op de (per 1 januari 2017) geldende wet- en regelgeving, Wet natuurbescherming. Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden;

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=cc18af49-1291-4062-b3ce-ab291f630534