4b 2 Bijlage 1 Memo VVGB.pdf
Tekst van het document
INTERN DOCUMENT Aan: Van: Afdeling: Betreft: Datum:
College en gemeenteraad gemeente Soest Ferry Supusepa, Paul Phielix en Karen Starink Ruimte Procedure VVGB 12 januari 2022
Inleiding Bij de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) heeft de raad de bevoegdheid gekregen om bij grote afwijkingen van het bestemmingsplan een zgn Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) af te geven. Daarbij heeft de raad de bevoegdheid om bepaalde categorieën van gevallen aan te wijzen waarbij zo’n verklaring niet is vereist. Uit jurisprudentie blijkt dat de wijze waarop de raad invulling heeft gegeven aan deze aanwijzing door de Raad van State als onverbindend is verklaard. Situatie nu In Raadsbesluit RB-11-07 is het volgende besloten: De activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, juncto artikel 2.12 lid 1 onderdeel a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), aan te wijzen als categorie waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist (artikel 6.5 lid 3 van het Bor), tenzij de raad in meerderheid besluit dat voor een specifieke omgevingsvergunning wel een verklaring van geen bedenkingen vereist is; Jurisprudentie Over dit onderwerp zijn meerdere uitspraken gedaan. Zo had de gemeente Leudal een vergelijkbaar systeem. Kort gezegd zegt de Afdeling het volgende.
Het aanwijzingsbesluit van de raad houdt een piepsysteem in: alleen in de gevallen dat de raad naar aanleiding van een mededeling van het college dat zij voornemens is een omgevingsvergunning te verlenen, meldt dat hij een VVGB wil verlenen, is deze vereist. Piept de raad niet, dan hoeft er geen VVGB te worden verleend. Dat systeem kan niet worden beschouwd als het aanwijzen van een categorie van gevallen als bedoeld in art. 6.5, lid 3 Bor, nu dat artikel veronderstelt dat een of meer concrete categorieën van gevallen worden aangewezen. Dit aanwijzingsbesluit is daardoor onverbindend. Gevolg Nu er in feite geen categorieën van gevallen zijn waarvoor geen VVGB is vereist, zal de raad bij elke vergunning met deze uitgebreide procedure moeten besluiten om al dan niet een VVGB af te geven (overigens kan de raad ook voorwaarden stellen bij zo’n besluit). Uit jurisprudentie blijkt ook dat het college een (ontwerp)VVGB wel mag voorbereiden, maar dat de raad het besluit zelfstandig moet nemen. Voorstel werkwijze 1. Het college bereidt het ontwerp-VVGB of weigering daarvan voor en biedt deze aan de raad aan. 2. Er vindt besluitvorming plaats in de raad over de vaststelling van het concept. Daarbij besluit de raad indien er geen zienswijzen worden ingediend, de VVGB definitief wordt. 3.
De ontwerp-VVGB wordt samen met het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Daarbij heeft een ieder de mogelijkheid om zienswijzen tegen beide besluiten naar voren te brengen. 4. a. Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, dan is de VVGB definitief. b. Indien wel zienswijzen naar voren zijn gebracht, dan bereidt het college een reactie daarop voor en legt deze weer voor aan de raad ter besluitvorming.