CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 7 Bijlage 6 Verslag hoorzitting 5 maart 2020.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-27: Beslissing op bewaar weigering wijziging bestemmingsplan t.b.v. nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover nr 1 en 31.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

2168464

Verslag Awb-hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Soest Datum: Leden commissie

: 5 maart 2020 : mevrouw mr. B. Akciger (voorzitter) : de heer M. Bosma : mevrouw mr. J.M. Elfferich- Schattenberg

Secretaris

: mevrouw F. Calis-van den Brink

Datum besluit

: 7 februari 2019, RB 19-04

Aanwezig zijdens bezwaarde

: de heer A.G. van Dorresteijn vergezeld van zijn echtgenote, zoon en dochter en de heer G. Kernkamp, bijgestaan door zijn gemachtigde mevrouw mr. S.G.A. de Boer

Vertegenwoordiger gemeenteraad

: de heer K.C.P. Haagen

De voorzitter opent de hoorzitting en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter vat de zaak kort samen en zegt dat zij heeft vernomen dat bezwaarde een dag eerder een aanvraag heeft ingediend. Zij vraagt wat de reden daarvoor is. Mevrouw De Boer zegt dat bezwaarde, gelet op het gevoerde verweer, zekerheidshalve nog een aanvraag heeft ingediend voor het geval de commissie tot de conclusie komt dat de e-mail van 6 juni 2018 geen aanvraag in de zin van de Awb behelst. Mevrouw De Boer overlegt voorts een notitie [de notitie maakt deel uit van dit verslag] en draagt deze voor. De voorzitter vraagt of het klopt dat er alleen een e-mail is of dat er meer correspondentie is. Mevrouw De Boer zegt dat er mondeling meer is. Ook heeft zij vandaag een verklaring van de heer Kegler van Rho ontvangen. Verder zegt zij dat zij verbaasd zijn over het gevoerde verweer. De voorzitter vraagt waarom de door mevrouw De Boer aangehaalde brief van 20 november 2018 niet eerder is overgelegd. Mevrouw De Boer antwoordt dat zij dit, gelet op het gevoerde verweer, eerst nu pas moet aanvoeren en dus stukken kan overleggen. De voorzitter vraagt waaruit bezwaarde afleidt dat de raad eerder de mening was toegedaan dat er een aanvraag was ingediend. Mevrouw De Boer antwoordt dat daarop nooit de reactie is gekomen dat het geen aanvraag is.

Zij merkt voorts op dat er geen enkel voorbehoud is opgenomen in het verweer. Verder, zo zegt zij, is vandaag een definitief rapport verschenen waaruit blijkt dat er geen alternatieve locaties zijn. Om de voortgang erin te houden heeft bezwaarde een nieuwe aanvraag ingediend. De voorzitter vraagt hoe het raadsbesluit aan bezwaarde bekend is gemaakt. De heer Van Dorresteijn zegt dat dat via een e-mail van wethouder Dijkhuizen was. De heer Van Dorresteijn zegt dat zij ook bij de betreffende raadsvergaderingen zijn geweest.

Zaaknummer:

2168464

Mevrouw De Boer zegt dat bezwaarde het raadsbesluit op verschillende manieren toegezonden heeft gekregen. Per e-mail (van de wethouder), maar ook per brief. De voorzitter vraagt of de e-mail d.d. 6 juni 2018 met het ingediende plan de aanvraag was. Mevrouw De Boer antwoordt bevestigend. De heer Haagen zegt dat er op dat moment nog geen sprake was van een aanvraag. Hij zegt dat het later weliswaar ‘aanvraag’ is genoemd, maar hoe had hij het anders moeten noemen? Het plan is enkel met de email van 6 juni 2018 binnengekomen. De voorzitter vraagt aan de heer Haagen wat zijn reactie op het ingediende plan was. De heer Haagen zegt dat zij het met elkaar hebben besproken. Het is een concept. Dat staat er duidelijk. De heer Haagen zegt dat zij het ook ambtelijk als concept hebben behandeld. De voorzitter vraagt hoe een ontwerpbestemmingsplan normaliter wordt ingediend. De heer Haagen zegt dat er in het algemeen eerst een concept plan wordt ingediend. Dat plan wordt voorzien van opmerkingen door de ambtenaren. Op het moment dat er overeenstemming wordt bereikt, dan volgt het officiële plan. Zover is het in het onderhavige geval niet gekomen. Mevrouw Elfferich vraagt of het raadsbesluit van 7 februari 2019, waarin (onder meer) staat dat de Zuidzijde van de Peter van den Breemerweg wordt uitgesloten, een besluit in de zin van de Awb is.

De heer Haagen antwoordt dat dat niet het geval is en zegt dat het raadsbesluit meer een inspanningsverplichting is. De voorzitter vraagt of het planbureau, Rho, vaker een plan heeft ingediend. De heer Haagen antwoordt bevestigend en zegt dat zij dergelijke plannen eerst ambtelijk behandelen. De voorzitter concludeert dat de heer Haagen het als een ambtelijk overleg in de voorfase ziet. De heer Bosma vraagt of er al kosten (leges) in rekening zijn gebracht voor dit plan. De heer Haagen antwoordt ontkennend en zegt dat het ook geen aanvraag is. De voorzitter vraagt aan bezwaarde hoe hij wist dat er een aanvraag is ingediend. Mevrouw De Boer zegt dat dat op de offerte van Rho staat. Ook verwijst zij naar de e-mail van 5 maart 2020 van de heer Kegler van Rho waarin zulks wordt bevestigd. De heer Kernkamp zegt dat er in dit geval reeds diverse ambtelijke opmerkingen op het concept waren geplaatst en dat deze ook daadwerkelijk zijn verwerkt in het ingediende plan. Het per e-mail d.d. 6 juni 2018 ingediende plan had op dat moment de voorfase al doorlopen. De heer Haagen vraagt waarom er dan als onderwerp van de e-mail ‘concept’ staat. De heer Kernkamp antwoordt dat zij niet degenen zijn die het plan vaststellen. Mevrouw De Boer zegt dat dat een standaard kopje is.

Zaaknummer:

2168464

De heer Haagen zegt dat er een fase van vooroverleg is, waarna er, als er overeenstemming is, een aanvraag volgt. De voorzitter vraagt aan de heer Haagen of hij op de e-mail van 7 juni 2018 heeft gereageerd. De heer Haagen antwoordt dat hij heeft gereageerd middels een ontvangstbevestiging. De voorzitter vraagt aan de heer Haagen of hij verder nog heeft gereageerd op de e-mail. De heer Haagen zegt dat hij dat zou moeten nagaan. De heer Kernkamp zegt dat de eerdere opmerkingen die de heer Haagen op het plan had, waren verwerkt in het plan dat is ingediend en vraagt aan de heer Haagen of er daarna nog overleg heeft plaatsgevonden. De heer Haagen antwoordt dat er nadien geen overleg meer heeft plaatsgevonden. De voorzitter zegt dat de commissie geen reactie op de betreffende e-mail heeft gezien. De heer Haagen zegt dat hij daar nog naar wil kijken. De voorzitter vraagt aan de heer Van Dorresteijn waar zijn schade uit bestaat. De heer Van Dorresteijn zegt dat hij nu overal zijn koeien aan het houden is. Het eerste amendement is uitgevoerd, verder niets. De heer Kernkamp zegt dat het bedrijf van Van Dorresteijn is verspreid over Soest. Mevrouw De Boer toont de brief van het college van 20 november 2018 aan de commissie. De heer Haagen zegt dat er nu een nieuwe aanvraag is ingediend en dat de raad daarop zal moeten beslissen.

De heer Bosma vraagt of de nieuwe aanvraag identiek is aan het onderhavige plan. Mevrouw De Boer antwoordt bevestigend. De voorzitter maakt een punt van orde en zegt dat er nu ter zitting allemaal nieuwe stukken worden getoond. De voorzitter vraagt aan de heer Haagen wat de brief van het college van 20 november 2018 betekent. De heer Haagen zegt dat de nadruk nu wel heel erg wordt gelegd op de aanvraag. De voorzitter zegt dat de brief afkomstig is van het college. Mevrouw De Boer zegt dat op een dergelijke aanvraag door de raad moet worden besloten. De heer Haagen citeert uit de brief: “Ook hebben wij besloten de gemeenteraad om een standpunt in deze zaak te vragen. In de regel wordt de raad in deze fase (een voorontwerp) van een nieuw bestemmingsplan niet gevraagd een standpunt in te nemen. Dat gebeurt pas in de ontwerpfase van een bestemmingsplan. Maar mede omdat de zaak al zo lang loopt en omdat dan voor alle partijen helder is hoe ook de gemeenteraad denk over een nieuw agrarisch bouwperceel aan de zuidzijde zal de raad gevraagd worden nu al een tandpunt in te nemen over het voorontwerp. Zo heeft u ook snel duidelijkheid.” Mevrouw Elfferich zegt dat de onderliggende stukken bij de e-mail van 6 juni 2018 ontbreken.

Zaaknummer:

2168464

Mevrouw De Boer zegt dat het enige dat in die e-mail ontbreekt de tekst ‘dit is de aanvraag’ is. Zij zegt dat zij na die e-mail verder niets hebben gehoord. Inmiddels is er een definitief rapport waaruit blijkt dat er geen alternatief is. De voorzitter geeft partijen de gelegenheid voor een laatste woord. De heer Van Dorresteijn zegt dat het verweer dat nu wordt gevoerd hem bevreemd. De heer Kernkamp zegt dat hij zich daarbij aansluit. De heer Haagen zegt dat er nu achteraf stukken zijn ingediend. Mevrouw Ellferich vraagt of deze stukken aan de commissie toegezonden kunnen worden. Mevrouw De Boer zegt toe dat zij dat zal doen. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de hoorzitting. de secretaris,

de voorzitter,

mevrouw F. Calis-van den Brink

mevrouw mr. B. Akciğer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=6e0e2c9d-aaca-4d8d-8da6-222efee56d67