CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 6 Bijlage 5 Verslag hoorzitting 12 november 2020.docx.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-27: Beslissing op bewaar weigering wijziging bestemmingsplan t.b.v. nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover nr 1 en 31.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

2366252

Verslag Awb-hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Soest Datum:

: 12 november 2020

Leden commissie

: mevrouw mr. E.A. Wentink- Quelle (voorzitter) : mevrouw mr. T.M.H. van Zundert : de heer mr. E.J.C. Eissens

Secretarissen

: mevrouw F. Calis-van den Brink : de heer mr. A.P. Diermanse

Datum besluiten

: 7 februari 2019 (RB 19-04) en 19 mei 2020 (RB 20-34)

Aanwezig zijdens bezwaarde

: de heer A.G. van Dorresteijn, vergezeld van de heer G.J. Kernkamp en de heer G. van Dorresteijn, bijgestaan door zijn gemachtigde mevrouw mr. S.G.A. de Boer,

Aanwezig namens gemeenteraad

: de heer mr. D. Korsse en de heer mr. K.C.P. Haagen

Kort samengevat, en voor zover van belang, is ter zitting het navolgende verhandeld. De voorzitter opent de hoorzitting, die digitaal plaatsvindt via Zoom, en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter vat de zaak kort samen en geeft het woord aan de mevrouw De Boer, teneinde het bezwaar van de heer Van Dorresteijn tegen het besluit van 7 februari 2019 nader toe te lichten. Mevrouw De Boer zegt dat zij enkel een paar punten wil benadrukken. Van Dorresteijn stelt zich op het standpunt dat er op 6 juni 2018 een aanvraag is ingediend. Dat is in het eerdere bezwaar en tijdens de hoorzitting van 5 maart 2020 uitvoerig toegelicht. De raad heeft op 7 februari 2019 ongemotiveerd besloten die aanvraag af te wijzen. Jegens Van Dorresteijn is vertrouwen gewekt. Het plan is goed inpasbaar en de provincie wilde meewerken. Als er dan toch een afwijzing volgt, dan mag een schadevergoeding niet ontbreken. De heer Korsse zegt dat er naar aanleiding van de hoorzitting van 5 maart 2020 een notitie van zijn hand is ingebracht. Het standpunt is helder en daaraan heeft hij niets toe te voegen. Wel heeft hij twee punten van orde. Het eerste is het belang van de procedurele complicaties van het geheel. Er liggen nu twee besluiten, tegelijkertijd volgt er over twee weken waarschijnlijk weer een besluit. Dat betekent dat er drie besluiten in drie verschillende fasen zijn.

De heer Korsse kan zich voorstellen dat hierover nader overleg gevoerd wordt. Het tweede punt van orde is dat er over twee weken een inhoudelijk besluit genomen moet worden en dat daarop nu niet vooruit kan worden gelopen. Ten aanzien van het besluit van 7 februari 2019 ziet de raad geen reden om daarover een ander standpunt in te nemen. De heer Korsse verwijst hiertoe naar een uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1604), waarin de Afdeling oordeelt dat de mededeling van het college, dat het bestemmingsplan niet in procedure wordt gebracht, niet appellabel is. De voorzitter meldt dat zij geen vragen heeft over het eerste besluit. Voor wat betreft het tweede besluit stelt zij vast dat niet in geschil is dat er een aanvraag aan ten grondslag ligt. De voorzitter geeft haar voorlopig oordeel met betrekking tot het tweede besluit. Dat is wat haar betreft een besluit maar wel zeer gebrekkig gemotiveerd. Zo is niet ingegaan op het vertrouwensbeginsel en is er op geen enkele manier aandacht voor de belangen van de aanvrager. Ook is daaruit niet duidelijk wat feitelijk veranderd is ten opzichte van 2013 en is geen aandacht besteed aan eventuele schade voor de heer Van Dorresteijn.

Zaaknummer:

2366252

Mevrouw De Boer voert aan dat de zojuist door de heer Korsse genoemde uitspraak van de Afdeling niet vergelijkbaar is met de onderhavige zaak, omdat daar sprake is van een principe-verzoek, terwijl in de onderhavige zaak een aanvraag is ingediend. Mevrouw De Boer vindt het procedureel ongelukkig dat er nu nog steeds niet inhoudelijk op argumenten wordt gereageerd. Zij zegt dat er niets is veranderd sinds 2013. Er lag een plan en de raad wist precies waarover het ging. Sindsdien heeft het college, en zelfs de destijds verantwoordelijk wethouder, er hard aan gewerkt om het plan mogelijk te maken. Ook de provincie heeft onderzoek gedaan. Er is niets veranderd, behalve de samenstelling van het college (en de raad). Als het beleid gewijzigd wordt, dan dient er tenminste een belangenafweging plaats te vinden en een schadevergoeding te volgen. De heer Van Dorresteijn is boer in hart en nieren. Hij wil dolgraag naar de betreffende locatie verhuizen. De voorzitter vraagt of er woningbouw (mogelijk) is op de Insingerstraat 19. Mevrouw De Boer antwoordt bevestigend. De voorzitter concludeert dat die wens van de gemeente dus is vervuld. De heer G. van Dorresteijn zegt dat de koeien nu verspreid over drie locaties in Soest en een locatie buiten Soest staan. Mevrouw De Boer vult aan dat er al bebouwing is op de locatie aan de Peter van den Breemerweg.

De heer Haagen zegt dat de feitelijke situatie is dat er koeien op verschillende locaties staan. Er is geen milieuvergunning meer voor het bedrijf. Er bestaat dus geen agrarisch bedrijf meer, maar waarom wil men dan een andere locatie? De heer Korsse zegt dat dit relevant is voor de toepassing van de Provinciale verordening (wel of geen bestaand agrarisch bedrijf), maar dat gaat over de inhoud. Dat is aan de raad. Het enige waarover nu iets gezegd kan worden, is of het een besluit in de zin van de Awb is of niet. Het was niet de bedoeling om een beslissing op de aanvraag te nemen, maar om een weigeringsbesluit voor te bereiden. Het besluit is ook niet bekendgemaakt door de raad. Er is alleen een brief van het college. Dat wijst erop dat sprake is van een interne standpuntbepaling in de zin van artikel 6:3 van de Awb. Dat is niet appellabel. In deze staat overigens niet ter discussie dat er een aanvraag ligt. Het is de bedoeling geweest om een procedurebesluit te nemen (we nemen dit standpunt in en ga het maar voorbereiden). De formulering van het raadsbesluit is weliswaar wat ongelukkig, maar het heeft geen extern rechtsgevolg. De voorzitter merkt op dat er een hoop willekeurige bedoelingen zijn. Kennelijk stelt de raad zich op het standpunt dat het de bedoeling was dat de raad een procedurebesluit nam.

Tegelijkertijd wordt de bedoeling van de heer Van Dorresteijn (het indienen van een aanvraag) niet gevolgd. Mevrouw Van Zundert zegt dat zij benieuwd is naar de reactie van mevrouw De Boer op de stelling van de raad, dat het een voorbereidingsbesluit betreft. Dit ook met het oog op het besluit over twee weken. Zij vraagt wat het belang van de heer Van Dorresteijn is. Mevrouw De Boer zegt dat de heer Van Dorresteijn het liefst op 19 mei 2020 al een inhoudelijk standpunt had vernomen. Daar is ook uitdrukkelijk om verzocht. Mevrouw De Boer citeert het besluit en voert aan dat zij het niet anders kan lezen dan dat het een besluit is. Zij heeft hiertegen bezwaar gemaakt om de heer Van Dorresteijn te beschermen. Als zij het niet zou hebben gedaan, dan had de raad zich later waarschijnlijk op het standpunt gesteld dat hij te laat was. Zij kon dus niet anders dan bezwaar maken. Met betrekking tot de bekendmaking van het raadsbesluit merkt mevrouw De Boer op dat de brief d.d. 2 juni 2020, met het raadsbesluit d.d. 19 mei 2020 als bijlage, namens de raad aan de heer Van Dorresteijn is gezonden.

Zaaknummer:

2366252

De heer Korsse zegt dat in de brief van het college staat dat het werkelijke besluit nog volgt. Het standpunt van de raad is dat het besluit dan ook volgt op 26 november 2020. De voorzitter vraagt waaruit blijkt dat sprake is van een voorbereidend besluit. De heer Korsse antwoordt dat dat uit de intentie blijkt. Hij geeft toe dat de formulering wel schimmig is. De heer Eissens merkt op dat normaliter uit het raadsvoorstel volgt wat de raad bedoelt en zegt dat uit het onderhavige raadsvoorstel niet blijkt dat sprake is van een voorbereidend besluit. De heer Eissens verwijst voorts naar artikel 160 van de Gemeentewet en zegt dat het college bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren. De voorzitter zegt dat het de vraag is of het besluit op rechtsgevolg is gericht. De heer Diermanse merkt op dat het wellicht verstandig is dat de uitkomst van het overleg tussen de gemachtigden van partijen wordt afgewacht alvorens een advies wordt uitgebracht. Dit omdat het besluitvormingsproces van de gemeenteraad enige tijd duurt. Mevrouw De Boer zegt dat dit alles al jaren speelt en dat de heer Van Dorresteijn niet zit te wachten op nog meer vertraging. De heer Van Dorresteijn is geholpen met een helder advies. Mevrouw De Boer geeft aan dat zij eerst wil overleggen met de heer Van Dorresteijn alvorens zij met de heer Korsse in overleg treedt.

De heer Korsse benadrukt tot slot dat het thans enkel gaat over de kwalificatie wel/geen besluit. Waarschijnlijk volgt het inhoudelijke besluit over twee weken. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de hoorzitting. de secretaris,

de voorzitter,

mevrouw F. Calis-van den Brink

mevrouw mr. E.A. Wentink-Quelle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=5764f838-0f47-4ef0-bbfa-3276ed36dcc9