CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4a 4 Bijlage 3 Ontwerpbestemmingsplan Chalonhof_Regels 201105.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Chalonhof6.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan Chalonhof Gemeente: Soest

Opdrachtgever: Bouwformaat

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLS010289

Datum

Versie

5 november 2020

NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201

Adres

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t. Ontwerp 5 november 2020 Vastgesteld .. ..... 2020/2021 Onherroepelijk .. ..... 2020/2021 Contactgegevens dboer@Lievense.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLS010289

NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201

ontwerp

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

5 november 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

naam_review

functie_review

.. ..... 2020/2021

Akkoord projectleider

Functie

Datum

D. Boer

Senior jurist omgevingsrecht

.. ..... 2020/2021

Paraaf

Paraaf

3/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

2 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

9

Bestemmingsregels

11

Artikel 3

Tuin

11

Artikel 4

Verkeer

12

Artikel 5

Wonen

13

Artikel 6

Waarde - Archeologie middelhoge verwachting

15

Algemene regels

18

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

18

Artikel 8

Algemene bouwregels

19

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

21

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

22

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

24

Artikel 12

Overige regels

25

Overgangs- en slotregels

26

Artikel 13

Overgangsrecht

26

Artikel 14

Slotregel

27

4/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan "Chalonhof" met identificatiecode NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 van de gemeente Soest. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlage. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge de regels- regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft. 1.5 achtergevel de van de weg afgekeerde gevel van een gebouw o , indien het een gebouw betreft met meer dan één van de van de weg afgekeerde gevel, de gevel, die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.6 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.7 archeologisch deskundige de gemeentelijke archeoloog of een andere door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.8 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door de gemeente Soest of namens de gemeente Soest door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.

1.9 archeologisch verwachtingsgebied terrein, dat op basis van de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart van de gemeente Soest op de verbeelding is aangeduid als gebied met lage, dan wel middelmatige of onbekende, dan wel hoge archeologische verwachting. 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 1.12 bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage van de oppervlakte van het bouwvlak, dat mag worden bebouwd, of indien dat in de regels is aangegeven, van het bestemmings- of maatvoeringsvlak. 1.13 bedrijf een onderneming, waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen, die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende activiteiten.

5/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

1.14 bedrijf aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door de hoofdbewoner, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsmede handelsactiviteiten via internetwinkels, waarvan de omvang zodanig is, dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.15 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.16 begane grondbouwlaag de eerste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.17 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend of beroepsmatig verleend door de hoofdbewoner. 1.18 bestaand bestaand ten tijde van de in werking treding van het bestemmingsplan. 1.19 bestemmingsgrens de grens van het bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.22 bouwgrens een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak. 1.23 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. 1.24 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.27 bruto vloer oppervlakte (BVO) de totale oppervlakte van gebouwen ten dienste van de bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van daartoe behorende opslag- en overige dienstruimten. 1.28 bijbehorende bouwwerken uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

6/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

1.29 detailhandel het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen. 1.30 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31 gemeentelijke parkeernorm de parkeernorm, zoals vastgelegd in de 'Nota parkeernormen auto en fiets' (3e herziening) d.d. 28 september 2017 van de gemeente Soest. 1.32 hoofdbewoner degene die in de gemeentelijke basisadministratie als zodanig voor het betreffende adres vermeld staat, alsmede de personen die deel uitmaken van zijn/haar huishouden. 1.33 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.34 kelder een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 1.35 overkapping een ander bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste één wand. 1.36 peil a.

voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, vermeerderd met 5 centimeter. b. in andere gevallen: de hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein, vermeerderd met 5 centimeter, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.37 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.38 staat van bedrijfsactiviteiten aan huis de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis, die deel uitmaakt van deze regels. 1.39 straatmeubilair meubilair, dat langs de openbare weg staat, zoals lantaarnpalen, banken en afvalbakken. 1.40 verbeelding de kaart met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 1.41 vlak een geografisch bepaald gebied.

7/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

1.42 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.43 waardevolle archeologische laag de grondlaag in de bodem waarin de archeologische waarden zijn te verwachten. 1.44 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

8/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Meetregels Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: de kortste afstand van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelgrens; b. afstand tussen gebouwen: de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; c. de bruto vloeroppervlakte van een gebouw: gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; d. de netto vloeroppervlakte van een gebouw: binnen de afgewerkte omtrekwanden, onder aftrek van de in de ruimte uitspringende onderdelen van het gebouw, zoals schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, doch zonder aftrek van plinten en vast meubilair, zoals aanrechten en verwarmingslichamen; de vloeroppervlakte van een verdieping, waarboven minder dan 1,5 m hoogte aanwezig is, wordt buiten beschouwing gelaten; e. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; f. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

Indien het terrein voor en achter het bouwwerk niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel; voor de achtergevel liggen in dat geval de goothoogten op dezelfde werkelijke hoogte als bij de voorgevel. Indien de voorgevel wordt uitgevoerd als opgaande topgevel, gelden de goothoogten voor de zijgevels. Zij worden gemeten uit het terrein, aanliggende aan de voorgevel; g. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; h. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; i. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; j. breedte, lengte en diepte van een gebouw: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. k. verticale bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. l. vloeroppervlakte: de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

2.2 Aanvullende meetregels Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a. ondergeschikte bouwonderdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte 9/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 nov ember 2020

bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. b. relatie: indien op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, dan worden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels aangemerkt als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak. c. het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst mag niet meer dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van die hoofdtoegang worden gesitueerd. Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- en goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend. d. het peil in andere gevallen mag niet meer dan 20 centimeter boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw, worden gesitueerd.

Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- of goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend.

10/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3

Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. perceelsontsluitingen en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen en afvalbakken. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

3.2.1 Bijbehorende bouwwerken a. op de gronden ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bijbehorende bouwwerken' is één bijbehorend bouwwerk toegestaan met een maximum oppervlakte van 25 m2 en een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5 meter. 3.2.2 Erkers en ingangspartijen Uitbouwen, waaronder begrepen erkers en ingangspartijen, buiten het bouwvlak, aan de voorgevel van een woning zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de breedte van de betreffende uitbouw mag niet meer dan 50% van de breedte van de voorgevel zijn, dan wel niet breder dan het bestaande raam waarvoor de erker in de plaats komt; b. de diepte van betreffende uitbouw mag, gerekend vanaf de voorgevel van de woning, niet dieper zijn dan 1,5 meter; c. de goothoogte van betreffende uitbouw mag niet meer bedragen dan 3 meter gemeten vanaf peil; d. de bouwhoogte van betreffende uitbouw mag niet meer bedragen dan 4 meter gemeten vanaf peil; e. de oppervlakte van betreffende uitbouw wordt meegeteld bij de maximale bebouwing zoals bedoeld in lid 3.2.3 onder b. 3.2.3 Andere bouwwerken a. De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven: ander bouwwerk voor de voorgevel achter de voorgevel hoofdgebouw hoofdgebouw vlaggenmasten 8 meter 8 meter perceelafscheidingen 1 meter 2 meter overige andere bouwwerken 1 meter 2 meter b.

een overkapping boven de voordeur is toegestaan, mits: 1. de breedte maximaal 120% bedraagt van de breedte van de entreepartij; 2. de horizontale diepte niet meer dan 1,50 meter bedraagt, gemeten uit de voorgevel van het gebouw waaraan wordt aangebouwd; 3. het om een open constructie zonder zijwanden gaat; 4. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt.

11/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 4

Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, rijbanen, inclusief in-, uitvoeg- en opstelstroken, verkeerstekens en verkeersborden; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.

parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen; voet- en fietspaden; groen- en speelvoorzieningen; bermen en overige verhardingen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals duikers, bruggen, stuwen, dammen en/of duikers; h. overige voorzieningen, zoals straatmeubilair nutsvoorzieningen en kleinschalige infrastructurele voorzieningen, zulks met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven: ander bouwwerk bouwhoogte licht-, vlaggen- en andere masten 10 meter geluidswerende voorzieningen 5 meter speelvoorzieningen 5 meter overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 8 meter

12/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g.

parkeervoorzieningen; tuinen, erven en ontsluitingsverhardingen; bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken; overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

5.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-onder-één-kapwoningen toegestaan; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; d. voor de maatvoering van de woning geldt de op de verbeelding met de maatvoeringsaanduidingen 'maximum goothoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maten; e. onder woningen zijn kelders toegestaan tot een verticale bouwdiepte van 3,3 meter mits, is aangetoond dat deze de grondwaterstroming niet nadelig beïnvloeden en geen grondwateroverlast veroorzaken binnen of om het plangebied; f. de voorgevelbreedte van een hoofdgebouw mag niet minder dan 6 meter bedragen, tenzij op de verbeelding met het bouwvlak anders is aangegeven. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande, dat bijbehorende bouwwerken binnen het bestemmingsvlak wonen gebouwd dienen te worden; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen en overkappingen) buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 20% van de bijbehorende gronden tot een maximum van 100 m²; c.

de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bijbehorend bouwwerk goothoogte bouwhoogte gebouwen 3 meter 5 meter overkappingen 3 meter 5 meter d. van bijgehorende bouwwerken mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die vanaf een hoogte van 3 meter op de zijdelingse perceelsgrenzen onder een hoek van 52 graden met de horizon omhooglopen; 5.2.3 Andere bouwwerken a. voor het bouwen van een zwembad geldt dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter dient te bedragen; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt niet meer dan in de tabel is 13/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

aangegeven: situering voor de voorgevel van het hoofdgebouw achter de voorgevel van het hoofdgebouw

bouwhoogte 1 meter 2 meter

5.3 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels: a. voor het parkeren dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging; b. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande, dat de woonfunctie daardoor niet mag worden verdrongen en maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt, mits; 1. het beroep- of bedrijf aan huis door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend; 2. in het kader van een beroep of bedrijf aan huis mogen maximaal 2 personen in de woning werkzaam zijn; 3. uitsluitend beroeps- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de 'Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis' in bijlage 1; 4. er geen horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; 5.

door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsvinden; 6. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden etc; 7. voor het parkeren dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. 5.3.1 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3 en de vestiging toestaan van een beroep- of bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis is genoemd maar die naar zijn aard en invloed op de omgeving kan worden vergeleken met een rechtstreeks toegelaten beroeps- of bedrijfsactiviteit.

14/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie middelhoge verwachting

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde Archeologie middelhoge verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 6.2 bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:

6.2.1 Verbod Op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking van het bevoegd gezag te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen.

6.2.2

Uitzonderingen

Het onder 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; b. bebouwing op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of; c. bebouwing waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad, of; d. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid, of; f. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 6.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord.

6.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de 15/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 6.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de afwijking moeten worden verbonden. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 500 m² zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d.

het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; f. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; g. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld. 6.4.2 Uitzonderingen Het onder 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen, of; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het bestemmingsplan, of; c. die het archeologisch onderzoek betreffen, of; d. die een oppervlakte van 500 m² of minder beslaan, of; e. die zijn voorzien op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of; f. waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

6.4.3 Toetsingscriteria De vergunning wordt verleend, indien de in 6.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 16/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

6.4.4 Voorwaarden Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 6.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 6.5 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde Archeologie middelhoge verwachting' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

17/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

18/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. 8.2 Onderkeldering van gebouwen Daar waar volgens deze regels woningen, bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen zijn toegestaan, mag tevens onderkelderd worden. Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels: a. verticale bouwdiepte mag maximaal 3,3 meter bedragen; b. het deel van de kelder, dat verder reikt dan het oppervlak van het gebouw vanaf peil wordt meegeteld bij de oppervlaktebebouwing en bedraagt niet meer dan de maxima zoals deze zijn gesteld in de daar voorkomende bestemming; c. de voorzieningen voor de toetreding van daglicht mogen maximaal 1 meter uit de gevel van de kelder worden gebouwd; d. toelaatbaar zijn uitsluitend ondergrondse ruimten, die een functionele eenheid vormen met de ter plaatse toegestane functies, zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen.

8.3 Ondergrondse parkeervoorzieningen Parkeervoorzieningen kunnen gerealiseerd worden in een kelder, mits de parkeervoorziening binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd. 8.4

Bestaande en afwijkende maatvoering en situering a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maatvoering en situering van gebouwen gelden de bouwregels, zoals die onder de bestemmingen en algemene bouwregels in artikel 8 zijn voorgeschreven, dan wel de bestaande overschrijding daarvan, zoals deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, of kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen; b. Het bepaalde in lid 8.4.a. geldt niet voor bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

8.5

Maximum goothoogte a. Van een gebouw waarvoor geen bouwvlak is opgenomen en waarvan de maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken waarin de twee langste gevels van het bouwwerk liggen onder een hoek van 142° snijden ter hoogte van de maximum goothoogte. Deze bepaling is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, dakkapellen en goten. (zie figuur in lid 8.5: figuur maximale goothoogte);

19/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Figuur : maximale goothoogte

b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot het uiterlijk, de afmeting en de plaatsing van dakkapellen.

20/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Gebruik van gronden en bouwwerken Onverminderd het bepaalde in artikel 13 (Overgangsrecht) is het verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemmingen. 9.2 Verboden gebruik Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, tenzij dit gebruik als zodanig uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens het plan; b. het gebruik van onbebouwde gronden buiten het bouwvlak met de bestemming waar niet mag worden gebouwd, als stand- of ligplaats van onderkomens, en als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met de verwerkelijking of het beheer van de bestemming; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte, tenzij sprake is van een mantelzorgwoning als bedoeld in artikel 10.3 (mantelzorg) van deze regels; d. het gebruik van mantelzorgwoningen, bed & breakfastkamers, kampeerboerderijen, zomer- en recreatiewoningen, stacaravans, kampeermiddelen en voor verblijfsrecreatie bedoelde gebouwen voor permanente bewoning.

21/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan, mits dit stedenbouwkundig acceptabel wordt geacht: a. voor het overschrijden van bouwgrenzen, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt; b. voor het overschrijden van voorgeschreven maten en percentages tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages; c. voor het toestaan van bijzondere dakvormen; d. voor het bouwen van portieken, liftschachten en stedenbouwkundige accenten; e. voor de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken bij een woning voor de stalling van scootmobielen of daaraan gelijk te stellen vervoersmiddelen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter en de oppervlakte niet meer dan 10 m² mag bedragen; f. voor het plaatsen van beeldende kunstwerken met een maximale bouwhoogte van 5 meter. 10.2 Criteria Er wordt niet afgeweken als bedoeld in lid 10.1 indien daardoor afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.3 Mantelzorg Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van dit bestemmingsplan teneinde toe te staan, dat een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met de bestemming 'Wonen' wordt gebruikt als aantoonbare afhankelijke mantelzorg woonruimte, met dien verstande dat: g.

een dergelijke bewoning aantoonbaar noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; h. er geen onevenredig aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; i. de afhankelijke mantelzorg woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; j. de mantelzorg wordt beëindigd, indien daarvan geen gebruik meer wordt gemaakt; k. indien het gebruik van een bijbehorend bouwwerk bij een woning als mantelzorgwoning niet mogelijk is, mag het bevoegde gezag voor wat betreft de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een gebouw met de bestemming 'Wonen' afwijken van de regels van dit bestemmingsplan, mits aanvrager aantoont, onverminderd het bepaalde onder c en d van dit lid, dat het zelfstandig op te richten gebouw na de beëindiging van de mantelzorg wordt verwijderd; l. de mantelzorg woonruimte slechts wordt toegestaan onder de bij de omgevingvergunning te stellen verplichting, dat de aanvrager schriftelijk bij de aanvraag verklaart te voldoen aan het bepaalde in dit artikel, zulks op grond van een schriftelijk advies van een deskundige inzake ouderen- of gehandicaptenzorg en op grond van een schriftelijk advies van een huisarts.

10.4 Kangoeroewoning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van dit bestemmingsplan teneinde in woningen een kangoeroewoning toe te staan, met dien verstande dat: m. de kangoeroewoning deel uitmaakt van een grotere woning, maar als zelfstandige wooneenheid is aan te merken en daarmee fysiek één geheel vormt; 22/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

n. de kangoeroewoning geen eigen woonadres krijgt; o. per eengezinshuis maximaal één kangoeroewoning is toegestaan; p. het geheel van de oorspronkelijke woning/kangoeroewoning past binnen de maatvoering van de woning, zoals die is opgenomen in de bouwvoorschriften van het bestemmingsplan; q. de voor de kangoeroewoning benodigde parkeervoorzieningen op eigen erf wordt gerealiseerd, zulks conform de gemeentelijke parkeernormen; r. ten behoeve van de afwijking een ruimtelijke onderbouwing wordt ingediend; s. de woonoppervlakte van de kangoeroewoning maximaal 30% van de totale woonoppervlak bedraagt; t. de kangoeroewoning slechts wordt toegestaan onder de bij de omgevingvergunning te stellen verplichting, dat de aanvrager schriftelijk verklaart te voldoen aan het bepaalde in dit lid.

23/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen u. Burgemeester en wethouders kunnen de begrenzing van bestemmings- en bouwvlakken wijzigen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij de wijziging betrokken vlakken en zones niet meer dan 20% wordt verkleind of vergroot. 11.2 Wijziging gemeentelijke parkeernorm Burgemeester en wethouders kunnen voor het toepassen van de gemeentelijke parkeernorm het bestemmingsplan, voor wat betreft artikel 1 onder 1.31 wijzigen voor zover dit nodig is in verband met een nieuwe door de gemeenteraad vastgestelde Nota Parkeernormen en Parkeerfonds. 11.3 Wijzigen van Staat van Bedrijfsactiviteiten aan huis Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uit makende Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.

24/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 12

Overige regels

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

25/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a van dit lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 68.1 onder a met maximaal 10%; c. het bepaalde in lid 68.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. Het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 13.2 onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde in lid 13.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 13.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen Burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

26/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Chalonhof'.

27/27 - ontwerp - NL.IMRO.0342.BPSOE0059-0201 - 5 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=1fd4cbcf-f75f-4ed0-8eb2-dcb3857d326d