4a 18 Adviesnota Beslissing op bezwaar weigering wijziging BP.pdf
Tekst van het document
ADVIESNOTA GEMEENTE SOEST Steller advies: K.C.P. Haagen
Zaaknummer
2478478
Afdeling: Ruimte
Datum: 7-04-2021
Onderwerp: Beslissing op bewaar over de weigering tot wijziging bestemmingsplan ten behoeve van een nieuw agrarisch bedrijf aan de Peter van den Breemerweg tegenover 1 en 3.
Voorstel tot besluit: De gemeenteraad in kennis stellen van het advies van de bezwaarschriftencommissie en voor te stellen: 1. In te stemmen met het advies van de bezwaarschriftencommissie het bezwaar tegen de weigering van 26 november 2020 het bestemmingsplan vast te stellen, ongegrond te verklaren; 2. In te stemmen met het advies van de bezwaarschriftencommissie het bezwaar tegen het raadsbesluit van 19 mei 2020 niet-ontvankelijk te verklaren; 3. Niet in te stemmen met de door de bezwaarschriftencommissie gebruikte gronden tot niet ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen het raadsbesluit van 7 februari 2019 maar het bezwaar wel niet-ontvankelijk te verklaren.
Advies secretaris: Te bespreken Beslissing
Conform advies besloten
Document
Openbaar
Alleen invullen indien geheim reden (art. 10 WOB)
Besluit Adviesnota
Ja Ja
Bijlage(n)
Ja
tot hoelang
bekrachtiging raad
B&W verg.d.d.
08-04-2021
Bijzondere aspecten
Nee
Portefeuillehouder
Harrie Dijkhuizen
Overleg met portefeuillehouder
Ja
Overleg met andere afd. en ext. partners
Ja, afd. BV, beleid en advies
Ter inzage voor beleidsveld
Geen
Bijlage(n)
RM
1. 2. 3. 4. 5.
AT
LvA
NK
Akkoord
Bespreken
Het advies van de bezwaarschriftencommissie De verslagen van de hoorzitting van 5 maart 2020 en 12 november 2020 De bezwaarschriften Het raadsvoorstel Het concept raadbesluit
HD
Volledig voorstel behorend bij: 2472361
-2-
Voorstel tot besluit De gemeenteraad in kennis stellen van het advies van de bezwaarschriftencommissie en voor te stellen: 1. In te stemmen met het advies van de bezwaarschriftencommissie het bezwaar tegen de weigering van 26 november 2020 het bestemmingsplan vast te stellen, ongegrond te verklaren; 2. In te stemmen met het advies van de bezwaarschriftencommissie het bezwaar tegen het raadsbesluit van 19 mei 2020 niet-ontvankelijk te verklaren; 3. Niet in te stemmen met de door de bezwaarschriftencommissie gebruikte gronden tot niet ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen het raadsbesluit van 7 februari 2019 maar het bezwaar wel nietontvankelijk te verklaren. Inleiding In de al lang lopende zaak over de wens van de heer A. van Dorresteijn om in de polder aan de Peter van den Breemerweg tegenover 1 en 3 een agrarisch bedrijf te vestigen heeft de gemeenteraad op 26 november 2020 besloten tot weigering vaststelling van het ingediende bestemmingsplan. Over drie ingediende bezwaarschriften heeft de commissie voor de bezwaarschriften op 22 maart 2021 geadviseerd. Deze bezwaarschriften zijn respectievelijk gericht tegen: Het raadsbesluit van 7 februari 2019 Het raadsbesluit van 19 mei 2020 en Het raadsbesluit van 26 november 2020. De commissie geeft de gemeente gelijk in haar motivering zoals die tijdens de raadsvergadering in november 2020 is verwoord.
Het bezwaar tegen het raadsbesluit van de 26 e november 2020 is dan ook ongegrond. Op de motivering van dit raadsbesluit steunen beide andere twee adviezen van de commissie over de raadsbesluiten van 7 februari 2019 en 19 mei 2020 tot niet-ontvankelijk verklaring. Hiermee is de zaak bij de gemeente afgerond maar kan de heer Van Dorresteijn nog wel in beroep bij de rechtbank. Beoogd resultaat Het nemen van een beslissing op bezwaar. Argumenten 1a. 1a Het raadsbesluit van 26 november 2020 tot weigering van de aanvraag is voldoende gemotiveerd en de vestiging van een agrarisch bedrijf leidt niet tot een goede ruimtelijke ordening. Het bezwaar tegen het raadsbesluit van 26 november 2020 is ongegrond, zodat dit raadsbesluit in stand kan blijven. Hier zijn volgens de commissie door de raad gegronde redenen voor aangevoerd: Bebouwing aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg is ongewenst met het oog op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden ter plaatse; De raad heeft voorts onweersproken aangevoerd dat voornoemde doestelling aansluit bij het provinciaal beleid, waarin eveneens de openheid van de Eempolder wordt nagestreefd; Ter onderbouwing van het weigeringsbesluit heeft de raad verder verwezen naar het rapport van Royal HaskoningDHV van 25 september 2020, waarin het standpunt van de raad wordt onderschreven. 1b. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Het beroep dat Van Dorresteijn heeft gedaan op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat: het amendement van 19 december 2013 dat strekt tot het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan “Landelijk Gebied” is nagekomen, uit het opnemen van die wijzigingsbevoegdheid niet de toezegging kan worden ontleend dat er onverkort planologische medewerking zou worden verleend aan de gevraagde ruimtelijke ontwikkeling en het dossier over bedrijfsverplaatsing uitdrukkelijk bij brief van 18 april 2017 is gesloten. Van het bestaan van andere toezeggingen is niets gebleken. Voor een schadevergoeding bestaat geen aanleiding. 2. Het bezwaar tegen het raadsbesluit van 19 mei 2020 is niet ontvankelijk omdat Van Dorresteijn geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling door het besluit van de raad van 26 november 2020.
Volledig voorstel behorend bij: 2472361
-3-
Bij besluit van 26 november 2020 heeft de raad een gemotiveerd besluit genomen op de aanvraag van 4 maart 2020. Daarmee dient dat besluit te worden aangemerkt als een wijziging of vervanging van de eerdere beslissingen en heeft het bezwaar, gelet op artikel 6:19 van de Awb, van rechtswege mede betrekking op dat besluit. Om die reden heeft Van Dorresteijn geen procesbelang meer – Van Dorresteijn heeft dat ook niet aangevoerd – bij een inhoudelijke behandeling van het bezwaar tegen het besluit van 19 mei 2020. 3. Het raadsbesluit van 7 februari 2019 is geen besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Met betrekking tot het raadsbesluit van 7 februari 2019 overweegt de bezwaarschriftencommissie dat dit een impliciete afwijzing behelst van de aanvraag zoals deze per e-mail van 6 juni 2018 zou zijn ingediend. Wij menen dat dit besluit géén besluit is als bedoeld in art. 1:3 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook was op grond van de mail van 6 juni 2018 geen formele aanvraag als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht ingediend.
Het advies van de bezwaarschriftencommissie dan ook niet overnemen voor wat betreft het randnummer 13 (over het raadsvoorstel van 19 november 2018) en het deel onder de tussenkop ‘Besluit 1’ met randnummers 28 tot en met 33 (over de kwalificatie van het raadsbesluit van 7 februari 2019 als appellabel besluit) op grond van de volgende motivering: “Bij e-mail van 6 juni 2018 van Rho (stedenbouwkundig adviseurs) is namens Van Dorresteijn een conceptbestemmingsplan ter beoordeling aan een jurist van de gemeente voorgelegd. Uit deze conceptversie van het bestemmingsplan zelf is op te maken dat de Rho vier fases onderscheidt in de status van de bestemmingsplannen die zij opstellen, te weten: ‘concept’, ‘voorontwerp’, ‘ontwerp’ en ‘vastgesteld’. Het gegeven dat Rho zelf in de begeleidende e-mail de status van concept geeft aan het bestemmingsplan, alsmede het ontbreken van een verzoek om dit plan aan de raad ter besluitvorming voor te leggen, wijst er niet op dat er namens Van Dorresteijn een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan op 6 juni 2018 is ingediend. Het plan is ook steeds door het college als voorontwerpbestemmingsplan opgevat en er zijn daarom geen leges in rekening gebracht.
Het college heeft daarna besloten om geen handeling ter voorbereiding van een beslissing door de raad over een bestemmingsplan te verrichten, door het voorontwerpbestemmingsplan te weigeren. Het raadsvoorstel van 19 november 2018 dat door Van Dorresteijn in bezwaar is ingebracht, betreft een conceptraadsvoorstel dat niet als zodanig door de raad is behandeld. De raad heeft het raadsbesluit van 7 februari 2019 genomen naar aanleiding van het raadsvoorstel van 10 januari 2019, nadat dit raadsvoorstel bij amendement is gewijzigd. Aanvankelijk werd de vraag aan de raad voorgelegd om in te stemmen met voornoemd collegebesluit om het voorontwerpbestemmingsplan niet in procedure te brengen. Dit beslispunt is als gevolg van het amendement echter komen te vervallen. De raad heeft uiteindelijk besloten om samen met Van Dorresteijn te gaan zoeken naar een locatie ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf. Dat de raad in het kader van die zoektocht de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg niet als optie beschouwt en dus uitsluit, maakt niet dat er alsnog een besluit is genomen op een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan. Het uitsluiten van een mogelijke locatie in een te ondernemen zoektocht, is niet gericht op enig rechtsgevolg. Gelet op het voorgaande is het raadsbesluit van 7 februari 2019 geen besluit in de zin van art.
1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Het bezwaar van Van Dorresteijn tegen dit raadsbesluit wordt om die reden niet ontvankelijk verklaard.” Kanttekeningen/risicobeheersing Nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over het advies van de bezwaarschriftencommissie bestaat voor de heer Van Dorresteijn de mogelijkheid in beroep te gaan. Bestuurlijke vernieuwing Niet van toepassing. Aanpak/uitvoering De advocaat van de heer Van Dorresteijn zal op de hoogte worden gesteld van het collegebesluit en wat er aan de gemeenteraad wordt voorgesteld. Communicatie en participatie Niet van toepassing
Volledig voorstel behorend bij: 2472361
-4-
Evaluatie en verantwoording Niet van toepassing. Kosten, baten, dekking Kosten Aan dit besluit zijn geen kosten verbonden. Baten De aanvrager heeft bij het indienen van een verzoek om vooroverleg de daarvoor noodzakelijke leges voldaan. Referendabel ja/nee Nee. Kernboodschap De bezwaarschriftencommissie heeft naar aanleiding van drie bezwaarschriften die zijn ingediend door de heer A.G. van Dorresteijn advies uitgebracht en het bezwaar tegen de weigering tot vaststelling van het bestemmingsplan ongegrond verklaard. Het college wordt geadviseerd de raad voor te stellen het advies van de bezwaarschriftencommissie over te nemen met uitzondering van het advies over het raadsbesluit van 7 februari 2019. Er is namelijk geen sprake van een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan geweest én in het raadsbesluit van 7 februari 2019 is geen besluit genomen ten aanzien van het conceptvoorontwerpbestemmingsplan.